Op striptocht in Chongqing (1/2)

9 juni 2026 Fotoreportages
tekst en foto's: David Steenhuyse

 

Het Chinese Chongqing is een van de grootste steden ter wereld, maar is een nog vrij onbekende stad voor westerse toeristen. Dat merkte ik toen ik er in oktober 2025 negen dagen verbleef. Op de meeste dagen kwam ik er geen enkele andere westerling tegen. Uiteraard was ik er weer op striptocht. In dit eerste deel is dat nog schoorvoetend omdat de bergstad zelf me van de ene verwondering naar de andere katapulteerde. Al die verkenningen en kennismakingen deel ik graag met je. Toch kwam ik er al tal van Japanse strip- en tekenfilmfiguren tegen, evenals Amerikaanse superhelden. Een uitgestrekt natuurpark, met weergaloze vergezichten, vormde het decor voor een Transformers-film. Een paar van die robots vind je er in de vrije natuur. Een van de grootste spektakels in de stad doet velen denken aan een locatie in een tekenfilm van Hayao Miyazaki. In een stadspark is er dan weer een Antwerps hoekje, terwijl je in een craft beer-café een Gueuze kan drinken. En er zijn beertjes, héél veel beertjes.

In het binnenkort online te verschijnen deel 2 ga ik uitgebreider los met veel meer stripverrassingen. Op deze pagina krijg je alvast een eerste portie sightseeing.

 

Liziba Station

Chongqing, uit te spreken als "Tsjongtsjing" — waarbij je voor een keer stereotyerend Chinees mag spreken — heeft het grootste en langste metronetwerk ter wereld, met een totale lengte van meer dan 574 kilometer en ruim 260 stations. Een van de bekendste beelden is een metro die dwars door de achtste verdieping van een gebouw rijdt. Op die verdieping is een halte waar ik uitstapte en op straat verder wandelde naar een uitkijkpunt voor de beste foto’s en filmpjes, want het blijft een bezienswaardigheid. Ondanks het erg vroege uur stond er al een tiental toeristen te wachten tot de volgende metro. Dat was rond zeven uur ‘s morgens.

Een souvenirverkoper verkocht er vliegende Minions. Op een vuilnisbak vond ik een achtergelaten knuffelbeertje. Toen ik rond het gebouw met het metrostation stapte, zag ik dat de trein er op de begane grond weer uit rijdt. De soms plotse hoogteverschillen zetten me nu al op het verkeerde been.

Eling Park

Om verder van het metrostation Eling Park te bereiken, moest ik trappen lopen. Chongqing wordt ook de bergstad genoemd omdat het nu eenmaal een stad in vele, vele lagen is door haar ligging op steile heuvels en valleien. Het heeft me veel zweet gekost en overspannen bovenbeenspieren om het park te betreden. Het strekt zich uit over een van de hoogste punten van de stad. En het kon daar nog hoger. Een oude man wees naar mij en dan naar de top van een toren. “O nee, te veel moeite en ik heb al gezweet”, probeerde ik hem duidelijk te maken in gebarentaal. Na wat twijfelen toch maar gedaan. De toren van beton is bekleed met lelijke, gele badkamertegeltjes. Het mooiste is het 360 graden-zicht over de hele stad die nog gigantischer is dan ik me kon inbeelden. Ik kreeg een New York-vibe, maar dan mistiger en met minder hoge wolkenkrabbers. 

Overal in het park staan paviljoentjes en overdekte gaanderijen. Die worden gebruikt door individuen of groepen voor ochtendgymnastiek of compleet andere oefeningen. Ik passeerde een grijze bejaardenbrigade die onder een trap samenschoolde alsof ze er kattenkwaad ging uithalen. Ik passeerde elders een man die met een veel te hoog stemmetje zijn karaoketalenten bijschaafde. Een lief uitziend jong meisje bereidde zich voor op haar oefeningen. Tientallen meters verder hoorde ik haar plotseling karatekreten slaken. Een man en een vrouw openden een oefening met handengeklap en toen ik er weer passeerde, deed een twintigtal oudere mensen hen na. Ik had dat allemaal wel willen filmen of fotograferen, maar ik zou het ook niet tof vinden als ze mij zouden filmen op de enige plaats waar ik weleens sta te zingen: onder de douche. 

Ondertussen probeerde ik in het park vogels te spotten. Dat lukte wel met eksters, maar ik kreeg ze niet gefotografeerd. Tussen de bosjes gedroeg ik me daarentegen als een voyeur door twee tortelduifjes gade te slaan. In een paviljoen danste het paar een mooie slow. Erg mooi beeld. De context ken ik niet, maar de vrouw leerde het dansen aan de man. Is het voor hun toekomstig huwelijk? Zijn die twee wel een stel of is zij enkel een danslerares? Die vragen verdwenen tijdens mijn afdeling naar de lagere regionen van de stad.

Testbed 2

Op weg naar Testbed 2, een tot creatieve hub omgebouwd appartementencomplex, viel mijn oog op talloze nesten in bomen. Op een ervan lag een toestel waarbij ik dacht dat het een luxenest was omdat het zijn eigen airco heeft. Enkele bomen later ontdekte ik dat die nesten vermomde straatverlichting zijn.

Ik was te vroeg in Testbed, want de meeste winkeltjes en restaurantjes moesten nog openen. Je kan er heel wat coole kleren vinden, vintagespullen, uiteraard ook stripbeeldjes (heel veel zelfs). Een van de winkels verkoopt kunstwerken die bestaan uit allerlei ijzerwaren, tandwielen, bouten en moeren. Sommige van de creaties doen denken aan Transformers. Er zijn standjes waar je mangakarikaturen van jezelf kan laten tekenen door amateurtekenaars, meestal jongeren. Dat is een behoorlijk wijdverspreid fenomeen in Azië. Tussen de streetfoodkraampjes staat er een van Le Petit Julien, met een Manneken Pis, Nederlandse karamelwafels en Luikse wafels met vers fruit.

Oriëntatie en powerbanks

“Opgepast, gladde vloer”, wees de man nog naar een bordje. Het kwaad was al geschied. Toen ik die winkelier in het passeren een groetend knikje gaf, lette ik helemaal niet op de door de lichte regen nat geworden houten vloer. Ik gleed voor zijn ogen uit, landde op mijn rug met mijn benen ver uiteen gespreid en klemde in een reflex zo hard op mijn telefoon om die niet te laten vallen dat er een inkeping in mijn duim zat. De man hielp me terug recht te krabbelen. Mijn petje lag een meter verder.

Ik kwam er goed vanaf. Behalve een natte broek geen beenbreuk of zo. Het was die dag grauw en grijs met een motregen die alle voetpaden en trappen gevaarlijk voor me maakte. Neem daar ook nog onverwachte trapjes en afstapjes bij, waartegen ik stootte of van wankelde, en ik kon al besluiten dat Chongqing een te duchten stad is. Het aantal struikelpartijen was op slecht één voormiddag bovengemiddeld hoog, maar nog wel op twee handen te tellen. Mijn onbedoelde zelfmutilatie beperkte zich voorlopig tot één duim.

Er is ook wel veel afleiding die me niet op de stoep deed letten. In een wijk met streetfood zag ik nog levend en rijp voor consumptie schildpadden en vissen die à la minute gegut werden. Beenhouwers doen hun werk gewoon op straat of zichtbaar in hun vestigingen. Vooral varkens van kop tot hoef, maar in losse onderdelen, vinden er gretig aftrek. Dames lakken er niet hun nagels, maar wel hele kippen en ander gevogelte.

Ik passeerde een gebouw dat eruitzag als een gigantische stapel mikado. Daar huist een kunstencentrum waar ook toneel wordt opgevoerd. Ik kende het gebouw uit filmpjes bij mijn voorbereidingen, maar had het niet speciaal genoteerd. Het was een bijvangst tijdens mijn zoektocht naar een winkel waar ze powerbanks verkopen. Die heb ik bij mijn tussenlanding in Shanghai namelijk moeten achterlaten bij de douane omdat ze niet correct gecertificeerd zijn (nieuwe regel: CE mag niet, CCC wel), hoewel ze allemaal Made in China zijn. De oorzaak voor deze maatregel is een powerbank die op een vliegtuig in brand is gevlogen. Ik mocht ze wel met een spoedbezorging naar mijn hotel opsturen via een postkantoortje op de luchthaven, behalve eentje met een vermogen van meer dan 20.000 lumen, verboden voor de post. Een correcte powerbank vond ik niet in de wijken die ik doorkruiste. Wel een grote speelgoedwinkel met Disney-producten, Snoopy en andere figuren.

Het luttele batterijpercentage leidde me gelukkig nog net naar de metro-uitgang in de buurt van mijn hotel. Toen het scherm op zwart ging, waarvoor ik dus had gevreesd zonder powerbank bij de hand, was ik op mijn eigen oriëntatie aangewezen. Na wat ronddwalen, herkende ik waar ik moest zijn. En dat heb ik te danken aan een speels beertje op een restaurant. Ze zijn hier verzot op beelden van onder meer panda’s en kinderlijke figuren uit allerlei tekenfilmreeksen, games en strips waardoor ze tegelijk als herkenningspunten fungeren. Het alternatief was ergens een stopcontact vinden om de batterij weer op te laden, uiteraard met een universele stekker die me sinds Japan al veel van pas is gekomen.

Raffles City

Raffles City is een wolkenkrabbercomplex van 250 tot 354 meter hoog. Een brug verbindt vier torens met elkaar. Op een van de uiteinden is een observatieplatform waar je onder andere op een glazen vloer de straten en de rivier onder je ziet. De regen vertroebelde het zicht. Ook niet mogelijk was om een paar minuutjes te schommelen boven de paar honderd meter diepte onder je voeten. Omwille van het weer was een skywalk op het dak van de brug, in openlucht, net zo min mogelijk.

Onderaan de torens is een gigantisch winkelcentrum met vele restaurants, bars, kleerwinkels, elektronica (eindelijk een nieuwe powerbank!), speelgoedwinkels (met een LEGO-winkel) en zowat alle luxemerken. Je ziet, ook heel wat westerse pop culturefiguren, zoals Harry Potter, Star Wars, superhelden, Disney. Zelfs met Winnie The Pooh wordt uitgepakt. En laat die in China nu net zo vaak uiterlijk vergeleken worden met president Xi Jinping in memes en politieke satire dat de Chinese regering overging tot censuur op online beelden, memes en zelfs het vermelden van de naam Winnie The Pooh op sociale media. De film Christopher Robin uit 2018 kreeg er geen bioscooprelease. 

Voordat je naar China reist, is het trouwens enorm aangewezen om VPN te installeren zodat je nog steeds gebruik kunt maken van Facebook, Messenger, Instagram, Google, Gmail en andere kanalen. Die zijn in China namelijk ontoegankelijk. In de plaats is er nog wel de Chinese app TikTok. Ik moet toegeven dat de apps Alipay en WeChat zelfs betere alternatieven zijn om te betalen. QR-codes zijn er namelijk de norm, zelfs bij straatverkopers. Cash is er zo goed als zinloos. Maar deze apps komen ook handig van pas om te vertalen, te communiceren en tickets voor transport (een zelf aangemaakte QR-code is je pasje voor metro, bus en trein), uitstappen en om er hotels mee te boeken. Vooral Alipay is een superhandige totaalapp, die zich almaar verder verspreidt, ook in westerse landen. Amap is dan weer een nauwkeuriger navigatie-app, tot op een paar meter toe. Westerse digitale kaarten werken er namelijk niet altijd, maar vooral in een stad als Chongqing, waarbij je nooit helemaal zeker bent op welk niveau boven de zeespiegel je staat, heb je niet veel aan de westerse kaarten.

In Raffles City is er ook een Gundam Base, naar de Japanse mediafranchise rond de mecha's (reuzerobots) in animatiereeksen, strips, games, romans en speelgoed. Deze franchise startte in 1979 met de tekenfilmreeks Mobile Suit Gundam. De vooral in Azië populaire franchise brengt jaarlijks meer dan 250 miljoen euro op. 

Een origineler aanbod vond ik in een winkel met geraamtes en sculpturen met doodskoppen. Ik dacht eerst dat het om een soort speelgoedwinkel ging, maar er worden erg mooie gothic juwelen verkocht. Het opzet om aandacht te trekken, was alvast geslaagd.

Er zijn nog andere Raffles City-complexen in de Chinese steden Hangzhou en Shanghai. Een vierde ligt in Singapore (waar het vandaan komt), maar dat is voor voor een volgende striptocht.

Spider-Man op Times Square

Op weg naar een gerenommeerde cocktailbar (die gesloten bleek door renovaties) liep ik door een kilometerslange winkelboulevard. Aan een gedenkteken voor de oorlog poseerden bijzonder veel Chinezen. Het wordt er het Times Square genoemd. Een Spider-Man in neon beklimt er een muur.

Ciqikou

Al snel nam ik flierefluitend de metro waarvan ik het gebruik, de lijnen en haltes rap onder de knie kreeg. Op een morgen leidde de metro me naar Ciqikou, een oud gedeelte van Chongqing met een krioelend netwerk van steegjes, trapjes, ontzettend veel streetfood, restaurantjes, maar ook veel souvenirwinkels en andere lokkers voor toeristen. Het is er vaak enorm druk, met grote groepen tegelijk. Als hun gidsen al niet schreeuwen door megafoons, dan wel de talrijke restauranthouders, verkopers, voetmasseurs of oorschoonmakers. Ik vond er ook winkels met beeldjes van stripfiguren. Ook hier kan je jezelf laten vereeuwigen als een mangafiguur.

In bestelde er een flesje vers geperst sinaasappelsap. Mijn oog viel op zwarte blokjes en daar wilde ik wel eentje van proeven. Ik stak één vinger op, maar er werd een heel kommetje voor me bereid in hete saus. Het kon van alles zijn, net zo goed hompjes bloedworst. Het was echter tofu in zeewier met een bouillon van tomaat en pikante pepers. Een pittigere ochtendkick dan koffie. Met een van de vele delicatessen pakken ze graag uit door nepvarkentjes uit te stallen. In dergelijke winkels wordt het vel van echte varkens krokant gebakken tot het een versnapering zoals chips is. Aan slechts één standje kan je proeven van schorpioen, maden, meelwormen of andere insecten.

Een klimtochtje naar een park had ik me kunnen besparen. Dat was een scheet groot met bruggetjes van beton. Bij het proberen nemen van een shortcut kwam ik in een achterafstraatje terecht. Op een deur las ik een Russisch opschrift. In een kamer zat het vol Russen en Chinezen die in de weer waren met laptops. Ik durfde niet vermoeden dat ze daar onze computernetwerken aan het hacken waren. Ze bekeken me ook niet raar of joegen me weg… tenzij ze dat niet deden om geen argwaan te wekken!

Je wordt in deze oude wijk om de haverklap aangeklampt voor een proevertje. Thee, nougat, noten met een omhulsel dat pas achteraf een pikante kick gaf en erg lekkere, gesuikerde rijstwafels die extra compact zijn. Daar kocht ik een zakje van als tussendoortje voor de komende dagen.

Vincent van Gogh-trap

Ook nog in Ciqikou kan je gewoon op straat bier tappen. Foto’s nemen van copyrightschendende, maar wel toffe nepartikelen werd me kordaat verboden. En wie is de absolute Nederlandse nummer 1 ter wereld? Zonder tegenspraak is dat Vincent van Gogh. Hij heeft er zijn eigen steegje met een beschilderde sterrennachttrap die naar een restaurant met nepzonnebloemen, een VR-experience en openbare toiletten leidt. 

Op een beeldscherm is een volledig met de computer geanimeerd filmpje te zien waarin Vincent het moderne Chongqing bezoekt. De trap zelf is een grotere bezienswaardigheid dan het lege restaurant en de kalme VR-attractie. Ik had geluk dat ik tussen twee slierten toeristen een lege trap kon fotograferen.

Elders in de stad rijden auto's onder een voetgangersbrug met opnieuw Vincent van Goghs sterrennacht.

Mountain City Alley

Shangcheng Alley oftewel Mountain City Alley is de enige straat die naar de bijnaam van Chongqing is vernoemd. Dat is een zich in de hoogte slingerende straat vol trappen. Onderaan volgde mijn instinct me naar rechts. “Waarom is hier nu zo veel om te doen?” vroeg ik me al snel zwetend af. Ik hield vol tot de top, een paar tiental verdiepingen hoger. Allemaal niet bijzonder. Tot ik de pijltjes naar links snapte. Ik bevond me aan de kant waar de locals wonen. Helemaal terug beneden kon ik de klim een tweede keer hervatten, nu aan de andere kant. Ook alweer een met toeristen vergeven buurt die om de haverklap poseren bij opschriften, uitzichten, op bankjes en bij rondlopende katten.

Ergens halverwege belandde ik via een christelijke kerk in een koffiebar. Ik koos er de specialiteit, Colombiaanse koffie die traag druppelde. Slap bakkie, maar het luxueus uitziende gebakje met perzikenmousse maakte veel goed.

Veel trappen, veel gevaar. Op een van de treden klapte mijn voet naar binnen. Mijn tenen vingen een struikeling en een eventuele verzwikking op. Dat deed een tijd geen deugd, maar geen moment om te staan huilebalken op een trap waar toeristen rond je in een trage maar gedecideerde cadans de terugweg naar beneden ondernemen.

22 hoog op plein

Dit is waarom ik Chongqing zo boeiend vond om te bezoeken. Ik legde een dikke kilometer te voet af in een wijk met drukke straten vol voetgangers en auto's om dan een trapje te beklimmen en op het Kuixinglou-plein uit te komen. Stap dan eens door tot aan de rand. Zelfs al weet je wat je te wachten staat, het overweldigt je alsnog als je plots in een gapende diepte van tweeëntwintig verdiepingen hoog kijkt. Dit is crazy! En er loopt dus zowel een drukke straat aan de voet van het gebouw als naast de top ervan. Niet alleen mijn oriëntatiegevoel is hier naar de vaantjes, ook mijn hoogtegevoel.

Hongyadong

Als je “Chongqing” googelt, is de kans aanzienlijk dat je het verlichte Hongyadong als eerste foto ziet. Met een paar duizend man stond ik aan de overkant van de straat te wachten tot de lichtjes na zonsondergang aanfloepten, die avond om klokslag 19 uur. Dat moment pakken ze dramatisch aan met een aankondiging die over de hele straat, in feite een halve pier, weergalmt met een gong erbij. Het lijkt wel alsof het vuurwerk in Disneyland wordt afgevuurd. Je moet tussen al het volk staan om het werkelijk magische moment te ervaren, op het emotionele af bijna.

Hongyadong is in feite een elf verdiepingen tellend gebouwencomplex dat op palen is gebouwd. Het is achter de gevels één groot netwerk — doolhof zo je wilt — van steegjes barstensvol winkeltjes en streetfood. Er is zelfs een gameshop met alleen maar Assassin’s Creed-spullen. In een van de lager gelegen verdiepingen hebben ze er om een of andere reden wat westerse piraten en een Spaanse conquistador als poppen geplaatst. Het is een historische landmark en een gigantische toeristentrekpleister, evenwaardig aan een druk bezochte pretparkattractie. Dit is een must-see, hoe übertoeristisch het ook is.

Het badhuis in de Oswarwinnende tekenfilm Spirited Away, van een van de grootste Aziatische supersterren, strip- en tekenfilmmaker Hayao Miyazaki, wordt vaak vergeleken met Hongyadong. Hij heeft er zich echter niet op gebaseerd. Dat heeft hij zelfs expliciet moeten verklaren omdat de vergelijkingen en beweringen te talrijk waren.

Bunkerrestaurant Zhicheng

Het hotpotrestaurant Zhicheng is gevestigd in een bunker uit de Tweede Wereldoorlog. Chongqing was toen eventjes de hoofdstad van China. Het 24/7 geopende Zhicheng is niet het enige bunkerrestaurant, wel het grootste. De langste tunnel (er zijn ook nog zijgangen) is meer dan een halve kilometer lang! In het hoogseizoen moet je hier zonder reservatie urenlang wachten. Zonder reservatie en zonder te wachten, kreeg ik een tafeltje toegewezen dat ik na meer dan twee minuten bereikte.

Hotpot is een soort fondue met vooral bouillon van pepers. In de andere helft borrelde er naar eigen keuze tomatensaus. Het is uitgevonden in deze stad en de hotpotrestaurants zijn er dan ook niet te tellen. Het menu via de QR-code somde allerlei vlees, vis, gevogelte… en ingewanden op, tot varkenshersens, het binnenste van varkenswangen en eendenbloed toe. Ik ben altijd in om bovenop het vertrouwde (in dit geval rundslapjes) ook iets nieuws te proberen. En dat werd “tijgervelkippenpoten”. Eerlijk? Zodra je je er hebt overgezet dat die poten eruitzien als gerimpelde bejaardenhandjes is dat best lekker. Bij elke hap moet je wel gewrichtjes uitspuwen.

Het is spicy, maar niet onmenselijk. Hoe dan ook, ik klokte twee frisdranken achterover, snoot een zakdoek vol, maar het uitzweten bleef achterwege. Ik moest er wel nog wat mijn weg zoeken. Aan een buffet diende ik zelf een kommetje met rijst, specerijen en saus te vullen. Wat ik dacht dat korrelrijst was, was in werkelijkheid gesnipperde look. Pas bij mijn tweede bezoek vond ik de rijst, heerlijk met pindasaus (waarvan ik dan weer dacht dat het peperroomsaus was) en koriander. Het kommetje met veel te veel look deed met nog wat olie en bieslook op aanraden van de kelner, die me zag sukkelen, dienst om de bereide lapjes en poten in onder te dompelen voor nog meer smaak.

Af en toe passeerde een motor met aanhangwagen. De koks rijden daarmee naar de ingang om online bestellingen aan koeriers te bezorgen. Als je er een halve kilometer te voet mee aflegt, is het waarschijnlijk al deels afgekoeld nog voor het de klant bereikt.

Antwerpen in Garden Expo Park

Welkom in een stukje Antwerpen in Garden Expo Park. Het kostte me twee metrolijnen en een busritje om er te raken in een uithoek van de stad. Pas op de bus ontdekte ik op de digitale kaart dat er een Belgium-Antwerp-gedeelte is in het grote natuurpark. Dat associëren ze hier met rode bakstenen, sanseveria’s en tulpen (in oktober niet in bloei), een kanaaltje (waarmee ze wellicht op Brugge doelden), een spiegel om jezelf te bewonderen en een poortgebouw dat uittorent boven al de rest!

Het ligt aan de rand naast een autoweg in een weinig bezocht gedeelte, een beetje verwaarloosd ook. Nog andere landen met specifieke beplanting, gebouwtjes en standbeelden zorgen voor een thematisch geheel. Antwerpen ligt er naast Japan en Oekraïne. Een Waterloo Park is onderdeel van Canada.

Het Chinese gedeelte van dit park is uiteraard veel mooier uitgewerkt, hoewel gruwelijke elektriciteitsmasten bijna elk zicht verstoren. Via een vallei met een visvijver kwam ik terecht bij een nog grotere vijver. De niveauverschillen van de stad zijn ook hier merkbaar. Onder een brug is bijvoorbeeld een dam gevestigd tussen de vijver en een lager gelegen stroompje. Voor waaghalzen is er een bergwandelingetje met in de rotsen uitgehouwen treden. Alles voor de show, want er vlak naast kan je de groot uitgevallen molshoop ook gewoon met een trap beklimmen.

Kronkelende paden slingeren langs de vijver, omhoog en omlaag. Aan een van de oevers ligt een oud Chinees dorpje, Bayu. Een aangelegd nepuitzicht, maar wel mooi. Als je er dan werkelijk doorloopt, is het niet bijzonder. In de namiddag waren de restaurants gesloten. Eentje ervan is via een steil hiketochtje op rotsen te bereiken. Ik zag pas achteraf dat ook hier weer gewoon een trap aan de andere kant is. Het is elders dat ik aan de waterkant in een leeg restaurant uit een Chinees menu voor een bord dumplings koos. Een kan thee is van het huis.

The Ring

The Ring is een protserig winkelcentrum waar ik een geroemde, verticale botanische tuin dacht te vinden. Het was in werkelijkheid een allegaartje van beplanting, een waterval, een nepgeraamte van een dinosaurus en een Halloweenhutje vol pompoenen.

Chinezen zijn dol op beren, uiteraard panda’s in het bijzonder. Je vindt die overal terug als beeldjes of mascottes, soms metershoog op of aan gebouwen. In 2025 gingen nog Chinese beelden viraal van hondenpuppy’s die zwart-wit werden geverfd om voor babypanda’s door te gaan. In The Ring staat een standje met schapen in zwart-wit. Ook die hebben hun bekijks.

Goku uit de strip- en tekenfilmreeks Dragon Ball, van Akira Toriyama, kwam ik er tegen als een egel.

Alle luxemerken zijn vertegenwoordigd in The Ring en er is heel wat beleving met koffiebars, restaurants en snackbars rond het moderne winkelcentrum. Waar ik maar niet gewoon aan raakte, is het openbaar gerochel en gespuug op straat, soms wanneer je ze net passeert. Het komt meestal van mannen, in mindere mate ook van vrouwen. Bij jongeren daarentegen komt het zo goed als niet voor. Zal je wel zien dat de ouderen daarvan vinden dat ze tegenwoordig niets meer mogen en dat hun tradities naar de knoppen gaan. Ik hoef intussen niet te weten hoeveel speeksel er al onder mijn schoenen is gepasseerd.

Oorlogsspektakel

Het oorlogsspektakel Chongqing 1949 is een 105 miljoen euro kostende, 360 graden draaiende, immersieve theaterproductie die al vijf jaar loopt in een speciaal hiervoor gebouwd theater, het grootste indoortheater in zijn soort ter wereld. Meer dan honderddertig acteurs presenteren een mix van theater, musical, choreografie, opera en drama voor een ode aan communistische martelaars uit een periode dat de stad nog net niet was bevrijd tijdens de Chinese burgeroorlog van 1927-1949 tussen de zetelende, republikeinse regering en troepen van de communistische partij. In die periode werd een gevangenis door toedoen van onder meer Amerikanen in brand gestoken met meer dan driehonderd gevangenen er nog in. 

Het spektakel behoort tot "rood toerisme", waarbij Chinezen als toeristen in eigen land alsnog propaganda ter meerdere glorie van hun eigen communistische geschiedenis opgelepeld krijgen. Desondanks is het theater met privémiddelen gefinancierd. Ik heb dat allemaal online geleerd, want ik verstond geen jota van wat de acteurs vertelden en zongen. Het was ook nadat ik al binnen was en niet meer terug kon dat ik vernam dat ik een toestel had kunnen huren voor een simultaanvertaling in het Engels.

Niettemin heb ik ontzettend genoten van dit spektakel, waarbij niet alleen het podium vaak rond zijn as draaide en transformeerde in andere decors, maar ook de tribunes zelf met een voor een vierde gevuld theater waarin plaats is voor duizendvijfhonderd toeschouwers met drie voorstellingen per dag. Zo schuilden onder een reuzetrap een gevangenis, een bos en een haven, er kwam een schip binnenrijden en op een gegeven moment vielen soldaten vliegend door de lucht aan. Adembenemend, alsof je een oorlogsfilm live op het toneel ziet.

Na verloop van tijd zag ik wel voor de vierde keer dezelfde acteurs doodgeschoten worden. Grappig vond ik ook dat tijdens alle gewoel in de meute twee actrices tegen elkaar liepen. Hoe dan ook, dit is een sterk staaltje techniek, drama en heroïsch pathos.

Voor 33 euro kocht ik een vipticket waarbij ik op rij 3 zat. De voorstelling duurt zeventig minuten en verveelt geen seconde. Het leed hoefde niet eens vertaald te worden. Een jochie dat het universele woord “mama” roept, terwijl hij om zijn moeder schreeuwt, is in elke taal hartverscheurend.

Achteraf stapte ik nog een paar straten verder naar de wijk Ciqikou, waar het theaterstuk zich afspeelt. De dag ervoor was het vergeven van de toeristen. Rond 21 uur was het opruimen geblazen. Een zichzelf op gitaar begeleidende jongeman op de eerste verdieping van een leeg café zong een melancholisch en oprecht lied dat me als een soundtrack door de bijna verlaten straten volgde.

Craft beer

Om de avond af te sluiten, dronk ik een verziekte zure stout in een lege pop-upbar die ik passeerde in de buurt van mijn hotel. In een ander café met craft beer staat er Gueuze op de kaart, die om de zoveel dagen veranderd. Ik liet me een lokaal biertje aansmeren: The Flower Market. Die had zijn naam niet gestolen. Het was alsof je het water uit een vaas met snijbloemen drinkt. Intussen leerde ik van een local dat ze inderdaad (witte) bloemen van een naburige markt gebruiken: magnolia, gardenia en kamille. Met elke slok werd het niettemin lekkerder.

Enkele barstoelen verder zat een andere westerling. Na meer dan 65 kilometer stappen — en het equivalent van 175 geklommen verdiepingen — was hij in de afgelopen drie dagen pas ongeveer westerling nummer 20 die ik tegenkwam. De dag ervoor was er zo’n frappant onderscheid met Chinezen dat ik op dezelfde dag op drie verschillende locaties hetzelfde westerse koppeltje was tegengekomen. Ik had hen echt moeten aanspreken. De local in het café wist me te vertellen dat het nog maar sinds een jaar is dat westerlingen Chongqing beginnen te bezoeken. Ik voelde me vereerd dat ik het een beetje kan helpen exploreren.

Wereldspeler

Do as the locals do. Bij het naderen van mijn hotel passeerde ik een nog erg bedrijvige streetfoodstraat. Ik wou nog een laatavondsnack eten en heb gewoon aangeschoven waar de langste rij was. Dat kán dan niet verkeerd zijn. In de wachtrij werd al een bestelling opgenomen om het te laten opschieten. Het was allemaal Chinees op haar schermpje en ze sprak geen woord Engels. Ik duidde dan maar het eerste op de lijst aan, nog steeds niet wetend wat. Het bleek om zijdezachte tofu te gaan in een krokant jasje. Ik heb er alle extra kruiden op gestrooid, zoals de jongen voor me deed. De combinatie met zacht gezoet rundergehakt, kristalsuiker, “iets bruins” en een potje met spicy sojasaus, bieslook en koriander zat allemaal prima, terwijl ik niet zo gek ben op tofu. Maar zoals Peter Goossens ooit zei: “Er bestaat geen eten dat je niet lust, het is gewoon niet goed bereid als je het niet lust.”

Ik heb intussen het geluk dat ik de voorbije twee jaar naar wereldsteden als Tokio (zie deze en deze reportage), New York (hier, hier en hier) en Bangkok ben geweest. Ik snap nu waarom de streetfoodcultuur daar zo stevig geworteld is. Er zijn daar dagelijks miljoenen monden te voeden, zo ook in Chongqing. Het is in feite een stadsprovincie, een van de vier in China. Met alle eraan geklitte nevensteden en agrarische gebieden erbij is de oppervlakte even groot als Oostenrijk met een bevolking van ruim 32 miljoen inwoners, 9,6 miljoen alleen al in de stadskern. Het hangt ervan af hoe je een “stad” definieert, qua bevolking, oppervlakte, agglomeraties of andere factoren, maar Chongqing hoort tot de wereldtop en het zou volgens bronnen op weg zijn om naar de grootste stad ter wereld te evolueren.

Qua productie telt Chongqing ook goed mee. Een derde tot de helft van alle laptops ter wereld wordt hier geproduceerd. Elke seconde lopen er 2,8 laptops van de band. Het is de tweede grootste smartphonefabrikant ter wereld, China’s grootste autoproducent, zowel op brandstof als elektrisch, en dan is er nog ijzer, staal, aluminium, textiel waarmee het ook al een wereldspeler is.

Transformers in Wulong Karst National Geology Park

De drie natuurlijke bruggen in het Wulong Karst National Geology Park staan ver bovenaan de lijst must-sees in Chongqing, een autorit van twee uur buiten de stadskern ver. Mocht je de locatie herkennen, dan komt dat wellicht door de film Transformers IV: Age of Extinction. Een Transformer aan de ingang van het park en een dino-Transformer die je op het eind van de wandeling doorheen het park tegenkomt, zijn blijvende bewijzen van hun passage.

De tocht door het park, langs, door en onder gigantische rotspartijen, bergstroompjes en watervallen verloopt via een afgebakend parcours. Op het eerste gezicht ziet de afbakening eruit als kronkelende houten balken die aan elkaar zijn getimmerd. Het is echter allemaal nep. Slijtage verraadt dat het om beschilderd beton gaat. Niettemin verhindert de geplaveide weg dat je er zou verdwalen. Om van de hoogst gelegen laag naar de vallei af te dalen, moet je even aanschuiven aan liften die je op de zijkant van een rots naar beneden loodsen. De liftkokers draaien bij het dalen om hun as zodat elke toerist een gelijkwaardig zicht krijgt op het landschap. Je staat er wel krap tussen de mensen, maar het gaat goed vooruit.

In de vallei zelf doemt bij het stappen langzaam aan een bescheiden tempelcomplex op. Eenmaal je het kan bezoeken, blijkt het om niet meer dan souvenirwinkels, toiletten en winkeltjes voor drank en snacks te gaan. Daar zijn diverse Transformers te koop en merchandising met Japanse strip- en tekenfilmfiguren.

Ik heb op reis m’n stadsleven, cultuur, gastronomie, kunst, medemensen, cocktails, architectuur en nog zoveel meer nodig. Maar eigenlijk overklast natuur in zijn eentje al het voornoemde. Ik heb die dag meer dan tien kilometer verwonderd gestapt in dit soort landschap met voorbij elke rots, waterval, begroeiing en hoogteverschil weer een andere opdoemende verrassing.

Gigi Fox

Ik heb net te weinig met manga en anime, maar de waanzinnig knap uitgevoerde beelden die men naar Japanse strip- en tekenfilmhelden maakt, zullen me op een dag toch zo’n aankoop laten overwegen. Ik heb er op mijn Azië-reizen al tienduizenden gezien en ik blijf me eraan vergapen. Ook in Chongqing duiken ze overal op. Deze komen uit een winkel die niets anders verkoopt. De meeste zijn zo'n dertig tot veertig centimeter groot. De winkel Gigi Fox, aan de voet van het Regency-hotel, is zo chique dat hij niet zou misstaan tussen een juwelenwinkel en een luxekledijmerk. 

Spicy

Dat ze hier nogal van spicy houden, is een understatement. Toen ik iets te eten zocht, liep ik door een food court onder de grond. De lucht was daar zodanig gepeperd dat er tranen uit mijn ogen sprongen.

Neppe Jules Destrooper

Een strooptocht langs strip- en boekenwinkels start eerstdaags (zie volgende reportage). Nog geen Kuifje of Smurfen tegengekomen, al wel Belgisch bier, het Antwerpse tuintje in een park en een wafelstandje van Le Petit Julien. In een supermarktketen dacht ik de boterwafels van Jules Destrooper te herkennen, maar ‘t is pure Chinese na-aperij. Zelfs de plaatsing van de initialen hebben ze overgenomen en er in de plaats DC, naar Danco Butter Crisp, geplaatst. Op de verpakking spelen ze zelfs met de Belgische driekleur.

Het Chinese bedrijf Danco levert per dag acht miljoen wafeltjes aan supermarkten in diverse varianten, de meeste naar het voorbeeld van Jules Destrooper. Een van hun varianten is een Belgische wafel.