139 of 2055

Eric De Rop (71) overleden

1 oktober 2025 Overlijdens

Deze morgen is Eric De Rop overleden. Hij leed al een tijdlang aan allerlei kwaaltjes. Hij had onder meer een pijnlijke rug en werd gisteren met spoed in het ziekenhuis opgenomen, waar hij is overleden. Hij werd op 14 april 1954 geboren in Wilrijk. Eric is de zoon van Edward De Rop, een gewaardeerde medewerker van Studio Vandersteen waarvoor Eric zich zelf achtendertig jaar heeft ingezet, voornamelijk als inkter. Behalve voor producties van Studio Vandersteen heeft Eric ook getekend voor Jef Nys' Jommeke.

Eric begon in 1970 bij Studio Vandersteen en werd op de reeksen Bessy en Jerom gezet. Hij stootte vervolgens door naar De Familie Snoek (voor TV Ekspres). Samen met Merho hertekende hij enkele oude Suske en Wiske-verhalen voor een gemoderniseerde versie, waaronder Lambiorix en De Witte Uil. Eric achtte dat zelf onnodig omdat hij de oorspronkelijke tekeningen charmevol genoeg vond. Hij inktte in deze periode ook albums van Robert en Bertrand voordat hij in 1976 naar de studio van Jef Nys vertrok om er Jommeke te helpen tekenen. 

In de studio van Jef Nys fungeerde hij zes jaar lang vooral als decortekenaar van De Kikiwikies (deel 74) tot De Sidderplanten (deel 108) en hij mocht zelf een zestal korte verhalen tekenen. Daarnaast verleende hij tijdens zijn carrière allerlei medewerking aan Karel Verschuere, Frank Sels, Jean-Pol, Eddy Ryssack, Jeff Broeckx, Charel Cambré en Merho.

In 1984 keerde Eric De Rop terug naar Studio Vandersteen en startte zijn medewerking aan Suske en Wiske met het inkten van de eerste 10 pagina's van het korte verhaal De Bevende Berken. Bovenop inktwerk tekende hij geschetste pagina's uit tot volwaardige eindresultaten of tekende hij zelf pagina's, voornamelijk voor publicitaire verhalen. Hij inktte ook de eerste drie albums van De Geuzen waarna hij Paul Geerts' vaste inkter werd voor Suske en Wiske. Tussendoor ontwikkelde hij op scenario van Patty Klein de gagreeks Schanulleke die tussen 1994 en 2000 liep. In 2015 nam hij afscheid van de studio.

In 2020 publiceerde Paul Geerts nog een laatste keer een album van Suske en Wiske, het hommagealbum De Preutse Prinses. Speciaal hiervoor deed Geerts opnieuw een beroep op zijn voormalige trouwe luitenant Eric De Rop voor het inktwerk.

Eric De Rop was de langst zetelende medewerker van Studio Vandersteen, maar hij beperkte zich niet tot assistentiewerk. Tot zijn persoonlijke stripwerk horen onder meer Ylian Contra Wereldschrik, Doebidoe, Kat en Hond, Kapoen, Boemlezing, Wieisda en Ribbedebie. Ze verschenen in uiteenlopende tijdschriften als Ohee, Stipkrant en Suske en Wiske Weekblad en later al dan niet in album. Op scenario van Paul Reichenbach tekende hij de gagreeks De Alledaagse Avonturen van Bas en de Belhamels. Hij was daarnaast vanaf 2013 cartoonist en tekenaar voor het Vlaamsgezinde 't Pallieterke. Hij tekende er ook de gagreeks Toogpraat voor.

In 2016 had Martin Hofman dit interview met hem voor zijn interviewreeks over De Rode Ridder. De Rop woonde in het voormalige appartement van Karel Biddeloo. Hij heeft aan twee albums van De Rode Ridder meegetekend: De Verboden Berg en De Samoerai.

De Perfecte Podcast wijdde in 2019 een aflevering aan hem met een lang interview over zijn loopbaan bij Studio Vandersteen. Klik hier om de aflevering te beluisteren.

Eric De Rop was erg actief op Facebook. Regelmatig deelde hij tekeningen die hij voor fans, collega's, speciale uitgaves of gewoon voor zijn eigen plezier maakte. Hier vind je een bloemlezing van dat werk, met eigen stripfiguren, personages waarmee hij heeft gewerkt of als hommage aan tekenaars die hij erg bewonderde, in het bijzonder André Franquin en uiteraard zijn leermeester Willy Vandersteen. Hij bracht vaak figuren uit Suske en Wiske en Jommeke samen, nog voor er sprake was van het cross-overalbum De Vorsten van Onderland dat morgen verschijnt.

De eerste tekening, met een verliefd huppelende Guust Flater en juffrouw Jannie, dook ook op in Franstalige fangroepen van Franquin en raakte verder verspreid. Eric moet Franquins stijl zodanig goed benaderd hebben dat sommigen dachten dat het om een echte Franquin ging.

139 of 2055