Dick Matena (83) overleden

26 april 2026 Overlijdens

Met grote spijt melden we je het overlijden van de Nederlandse stripmaker Dick Matena, een weergaloos monument in de Nederlandse stripgeschiedenis. Zijn naam is verbonden met stripreeksen als Storm, De Argonautjes, Grote Pyr en Kleine Pier, met Marten Toonder ook voor Tom Poes, Panda. Daarnaast verwierf hij ook in literaire kringen faam met verstrippingen van romans als De Avonden, Kort Amerikaans, Kaas, Turks Fruit. Op 24 april is hij nog 83 jaar geworden. Volgens onze bronnen ging het toen al niet goed met hem en lag hij op sterven. Hij is vandaag overleden. Uitgeverij L plant voor binnen een paar maanden een integrale van zijn internationaal opgepikte sf-reeks Virl

De in Den Haag geboren Dick Matena werkte vanaf zijn zeventiende, van 1960 tot 1967, voor de Toonder Studio's waarvoor hij diverse stripverhalen maakte, onder andere Tom Poes en Panda

Van 1968 tot 1976 zette Matena zich in voor het stripblad PEP met het tekenen van enkele jeugdstrips (De Argonautjes, Grote Pyr en de latere opvolger Kleine Pier, Ridder Roodhart). Later volgden voor opvolger Eppo scenario's voor De Partners (voor tekenaar Carry Brugman onder het pseudoniem Dick Richards) en Storm voor Don Lawrence.

In de jaren 1980 legde legt hij zich toe op het tekenen van strips voor volwassenen zoals Lazarus Stone, Het Web en Sterrenschip. Hij genoot er bekendheid mee in het buitenland en publiceerde strips in Frankrijk, de Verenigde Staten (in het blad Heavy Metal), Spanje,... Hij kwam onder contract te staan bij het Spaanse agentschap Selecciones Illustrades en verhuisde naar Spanje. Drie jaar later creëerde hij het controversiële De Prediker en de Mythen-reeks. Met De Prediker kreeg Matena last voor het afbeelden van een naakt twaalfjarig meisje. "Kinderporno!" schreeuwde de goegemeente. Als tegenreactie zette Matena in Sterrenschip een jongetje van twaalf in zijn nakie. Maar zijn werk werd plots onverkoopbaar in het buitenland.

Voor de uitgeverijen Casterman en Lombard maakte Matena een stripreeks over internationale celebrities: Gauguin en Van Gogh, Mozart en Casanova, De Laatste Dagen van Edgar A. Poe. Bij Arboris volgde Sartre en Hemingway. Arboris bundelde al deze verhalen in 2021 in de integrale Iconen.

Romanverstrippingen

In 1983 zette Matena zijn zinnen op een Belgische woning. Ook de Nederlandse schrijver Gerard Reve, bekend van De Avonden (1947) verhuisde tien jaar later naar België. Hij ging er met zijn vriend Joop Schafthuizen wonen in de voormalige doktersvilla van de schoonzoon van de beroemde Vlaamse schrijver Stijn Streuvels. Reve schreef het onder de naam Simon van het Reve. Het sloeg in als een bom, ten goede en ten kwade. Maar men moest het gelezen hebben, was de algemene teneur. Niettemin raakten de eerste twee drukken slechts moeizaam verkocht. Een pocketuitgave in 1961 en hernieuwde aandacht bij de critici pompten nieuw leven in het boek. Al snel werden honderdduizend exemplaren aan de man gebracht. Met meer dan vijftig herdrukken in bijna evenveel verschillende (jubileum)uitvoeringen is het een van de meest herdrukte boeken van uitgever De Bezige Bij. Herdruk 52 was voorzien van een omslag door Dick Matena die de roman in 2003-2004 in vier opeenvolgende strips publiceerde. Hij nam daarbij de complete tekst uit de roman over, zonder erin te knippen. In 2007 verscheen een integrale.

Reve relativeerde het succes van zijn roman, benadrukte dat hij met De Avonden geen speciale bedoelingen pleegde en verzuchtte weleens dat hij het "rotboek" nooit had moeten schijven. Toen Matena het plan opvatte om De Avonden te verstrippen met de integrale tekst van Gerard Reves romandebuut, waren diens kritieken niet van de lucht. "Wat, dat kloteboek? Wat zie je daar in godsnaam in?" of "Een buitengewoon slecht, weerzinwekkend idee", vond ook de ook al overleden Kees Kousemaker, stripspecialist, eigenaar van stripantiquariaat/galerie Lambiek en initiatiefnemer van www.lambiek.net. Het overzetten van de soberheid, donkere sfeer van de naoorlogse jaren, ja zelfs, de saaiheid kan je niet in een stripverhaal gieten, voegde hij er nog aan toe. Maar zijn mening veranderde zienderogen toen hij de eerste twee originele pagina's onder ogen zag. Matena liep toen al twintig jaar met het idee rond, had het boek vijfendertig keer gelezen en besloot in 2000 eindelijk over te gaan tot een verstripping. Alleen al de aankondiging van het plan was voorpaginanieuws in de Nederlandse pers. De voorpublicatie van het complete verhaal liep zestien maanden in Het Parool.

Voor zijn verstripping documenteerde hij zich zorgvuldig, tot in de kleinste details. Hij dook ervoor in stadsarchieven en bestudeerde duizenden foto's van het naoorlogse Amsterdam. Zo documenteert hij zich op locaties, kledingen op diverse zaken die gaan van zowel de straatverlichting uit die tijd, een waarheidsgetrouw beeld van een toenmalig interieur als een asbak. Ondanks de documentatiedrang, eigende Matena zich het recht toe om straatbeelden te combineren of zelfs te fantaseren. Hij modelleerde het hoofdpersonage Frits van Egters naar de jonge schrijver Reve himself toen hij drieëntwintig was.

Het verstripppingsidee rijpte toen hij zich in 1997 opnieuw voor Marten Toonder beschikbaar stelde bij het omzetten van oude Bommel-strips met onderteksten naar tekstballonversies voor het weekblad Donald Duck. Hij merkte dat het mogelijk was om iets gelijkaardigs te doen met De Avonden. Het jaar daarvoor startte hij onder het pseudoniem John Kelly met het tekenen van de Storm-spin-off De Kronieken van de Tussentijd op scenario van Martin Lodewijk

Van vele markten thuis

Zijn spreidstand aan creaties was heel breed. Erotische korte verhalen voor Rooie Oortjes behoorden bijvoorbeeld tot zijn repertorium, terwijl hij zich net zo goed toelegde op het bewerken van jeugdromans. Vanaf 1976 bewerkte hij voor Donald Duck de jeugdboeken Kruimeltje, Pietje Bell, Afke's Tiental en Dik Trom naar stripvarianten. Met Flynn (vier albums in 1993 en 1994) probeerde hij een klassieke avonturenstrip van de grond te krijgen. Voor Johnn Bakker schreef hij dan weer een paar verhalen van de superheldenparodie Blook, in 1979 en 1980 in album verschenen. Zijn echtgenote Nelleke de Boorder is prentenboekenschrijfster voor wie Matena illustraties verzorgde, onder meer voor de reeksen Sammie en Nele en Tess & Timmy.

In 2000 verscheen bij Arboris zijn Rechter Tie-strip naar een verhaal van de schrijver Robert van Gulik. Het was voor het eerst dat een Nederlandse roman met toestemming van de auteur verstript raakte... Een stripversie van W.F. Hermans' De Donkere Kamer van Damocles (herdoopt in De Doka van Hercules) uit 1981 telde niet mee, want de schrijver liet de illegaal uitgegeven stripversie vernietigen wegens de slechte kwaliteit ervan.

Diverse van Matena's strips verschenen doorheen de jaren in meer dan dertien talen. In 2005 verstripte Matena A Christmas Carol van Charles Dickens, in 2018 heruitgegeven als Scrooge. Hetzelfde verhaal bewerkte hij in 1980 voor Stripschrift nummer 142. Witte Kerst is een vier pagina's tellend kerstverhaal met varkentjes in de rollen.

Hij ontving de Nederlandse Stripschapprijs in 1986 voor zijn volledige œuvre. Uit onvreden zegden een aantal leden van Het Stripschap toen hun lidmaatschap op. In 2003 won hij de Bronzen Adhemar, toen voor de eerste keer gekoppeld aan een flinke geldsom van 12.500 euro. Het ontlokte kritieken bij Vlaamse journalisten dat dit nu net naar een uitgeweken Nederlander moest gaan. 

In 2006 verscheen het eerste deel van Kort Amerikaans, een verstripping van Jan Wolkers' debuutroman uit 1962 die Matena in 2007 en 2012 verder bewerkte tot een trilogie met eenzelfde aanpak zoals bij De Avonden. Die formule hanteerde hij net zo goed voor Kaas (2008) en Het Dwaallicht (2008) van Willem Elschot, Kees de Jongen (2012) van Theo Thijssen, De Jongen met het Mes (als kerstgeschenk bij HP/De Tijd (2012) van Remco Campert, Wolkers' Turks Fruit (2016) en kronkels (2018) naar Simon Carmiggelt. Matena hoopte ooit het onbewerkbaar gewaande Ulysses van James Joyce aan te pakken. Tot zijn laatste strippublicaties hoort Saïdjah en Adinda (2021) uit de roman Max Havelaar van Multatuli. Ouder werk raakte de voorbije jaren ook heruitgegeven. Een van die volgende heruitgaves als integrale is Virl, een sf-avonturenstrip waarvan in 1979 en 1981 twee albums verschenen en in 2013 een comebackalbum. Op sf-gebied liet hij zich ook kennen met Alias Ego (1993-1995).

Voor het wederopgestane Eppo verzorgde Matena een column met sappige anekdotes over zijn stripverleden. Hij nam daarbij geen blad voor de mond en vertelde net zo goed gretig over akkefietjes en zelfs handgemeen. Tegelijk kon hij bloemrijk zijn bewondering voor collega's als Hans G. Kresse uiten en inzichtrijk analyseren waarom die of die tekenaar zo geniaal was. Uitgeverij L bundelde deze autobiografische columns in 2023 onder de titel Nu Ben Ik Er Nog.

Nu is hij er niet meer. 

© foto: De Bezige Bij