611 of 2084
André Franquin, Frank Pé en Régis Loisel openen Franstalige collectie naslagwerken
Het informatiemagazine Les Cahiers de la Bande Dessinée verschijnt sinds 1969 met wat pauzes, gewijzigde titels en formules. De eerste paar jaargangen liep het onder de titel Schtroumpf, op een intitiatief van Jacques Glénat. Het betekende meteen de start van Glénat, tegenwoordig een van de grootste Franse stripuitgeverijen. Sinds kort is Les Cahiers de la Bande Dessinée ook een label voor uiteenlopende naslagwerken. Voor de eerste titels kan het mooie namen voorleggen, die we hieronder aan je voorstellen.
André Franquin
Het 240 pagina's tellende, rijkelijk geïllustreerde interviewboek Franquin et Moi is nieuw sinds 2 oktober. Dat hebben we hier al uitgebreid aan je voorgesteld. Het is geen interviewboek met Franquin zelf, maar wel met Numa Sadoul, die voor zijn standaardwerk Et Franquin Créa la Gaffe de tekenaar van onder meer Guust Flater, Robbedoes en Kwabbernoot, Marsupilami en Zwartkijken uitgebreid heeft geïnterviewd. In Franquin et Moi deelt hij inzichten over Franquin als terugblik op zijn enorme bron van informatie.
Frank Pé
Ook Frank Pé Dessine! is op 2 oktober verschenen. Dat is een kleiner uitgevoerd softcoveralbum van 25 euro waarin Frank Pé (Zoo, Ragebol, Het Beest) op 200 pagina's uitvoerig uitleg geeft over het tekenen van strips. Hij stelt het zelf voor als volgt: "Het is een essay over striptekenen. Het is geen strip en ook geen tutorial, maar een tekst met actuele overpeinzingen over tekenen, waarvan ik dacht dat het je misschien zou interesseren. Het is bedoeld voor professionals, beginners, scholen en academies, nieuwsgierige lezers en leraren... Mijn aanvankelijke motivatie was een echt gevoel van onbehagen over het aantal onvoltooide albums dat in de boekwinkels verschijnt, maar de vorm die ik eraan heb gegeven is positief: het is een delen van enthousiasme en bewondering voor wat de tekencultuur tegenwoordig groot maakt en dat al decennialang is. Voor mij was het ook een kans om door middel van een vaak emotionele terugblik op een 45-jarige carrière een balans op te maken. Hierin vertel ik over alles wat ons beroep van verhalenvertellers en magiërs van het beeld uitmaakt, terwijl ik ook inga op uitgevers, de economische context, wat een goede tekening maakt, de invloed van andere culturen en de komst van digitaal tekenen, de grote grondleggers, stijl, remakes, de legitieme ambities van deze kunst... De illustraties in het boek zijn gekozen uit het beste wat er te vinden is..."
Met dat beste bedoelt hij het werk van andere tekenaars die hij als voorbeelden aanhaalt. Dat zijn onder meer Winsor McCay, François Boucq, Bastien Vivès, André Geerts, René Follet, Régis Loisel, Walt Kelly, George Herriman, Jean-Claude Mézières, Jean Giraud en dat is dan nog maar het lijstje namen uit het eerste vijftigtal pagina's. Hun werk en dat van Frank zelf illustreert alle onderwerpen die hij behandelt. Hij staat ook stil bij een aantal tekenaars die hij bewondert. Daarvan zijn ook fragmenten en voorbeelden afgebeeld. Ook dat is weer een ronkend namenlijstje met onder meer André Franquin, Claire Wendling, Denis Bodart, Kim Jung Gi, Hermann, Emmanuel Lepage en de eerdre geciteerde Giraud en Follet.
Régis Loisel
Bovenstaande boeken zijn onder redactie van Christelle Pissavy-Yvernault, die met haar voormalige partner Bertrand intussen tientallen dossiers van integrale reeksen heeft samengesteld en Franstalige naslagwerken, zoals de geschiedenis van het weekblad Robbedoes en van uitgeverij Dupuis, hebben geschreven. In 2006 stelde Christelle het formidabele Loisel, dans l'Ombre de Peter Pan samen, met interviews, artikelen en heel veel uniek beeldmateriaal over Régis Loisels stripreeks Peter Pan die hij toen net had voltooid. Datzelfde boek verschijnt op 20 november in een compleet herziene en aangevulde editie van 272 pagina's (32,50 euro) in de collectie van Les Cahiers de la Bande Dessinée. Het is 48 pagina's dikker dan de eerste editie.
Loisel, dans l'Ombre de Peter Pan biedt een uitgebreide blik achter de schermen, waarin Loisel heel wat persoonlijke details deelt. Het boek grijpt ook terug naar zijn kindertijd, carrière, invloeden en passies. Voor het beeldmateriaal, dat grondig herzien is, wordt gebruikgemaakt van originelen en andere stukken uit het archief van de stripmaker. Het is met andere woorden een flink geïllustreerd biografisch portret met een focus op Loisels stripklassieker Peter Pan.
611 of 2084