Op striptocht in Chicago (2/2)
tekst en foto's: David Steenhuyse
In deze tweede en laatste striptocht in Chicago houden we halt in een paar voorname stripspeciaalzaken. Een ervan heeft een heuse wall of fame, maar moest vanwege een uitbreiding afscheid nemen van onder meer een unieke tekening van Dave McKean. We troffen het werk van Aimée de Jongh naast UNESCO-werelderfgoed. We bezochten in een must-visit museum een gigantische, overrompelende expo over Spider-Man met onder meer originelen van Steve Ditko, John Romita Sr., Todd McFarlane en Stan Lee. In datzelfde museum staat ook een Belgische kerstboom met stripfiguren. We wandelden door decors uit films als Batman: The Dark Knight, The Untouchables, The Blues Brothers en Public Enemies. Een daguitstapje naar Woodstock was niet minder dan rondlopen in het stadje Punxsutawney uit de film Groundhog Day. En daar hebben ze nu een mangawinkel en een snoepwinkel vol merchandising rond strips. Bovendien heeft Orson Welles er gewoond en voor het eerst opgetreden. En op de koop toe tekende Chester Gould er decennialang de detectivereeks Dick Tracy, een stripklassieker van formaat. We bezochten er zijn graf. We maakten ook een optreden mee van een blueslegende. En wat heeft een rondje langs restaurants uit de tv-reeks The Bear te maken met strips? Dat antwoord vind je in de oerlocatie.
Macy's
Macy's is een warenhuisketen waarvan de jaarlijkse ballonnenparade op Thanksgiving Day in New York bekend is. Daar zitten vele gigantische stripfiguren tussen. Ook in Chicago vindt jaarlijks zo'n parade plaats. Die wordt niet georganiseerd door Macy's, maar het neemt er wel aan deel.
In het warenhuis vind ik enkele standjes met Disney-materiaal, speelgoed en een boekenwinkel met een bescheiden aanbod jeugdstrips, graphic novels en manga. Aan een van de hoofdkassa's verleidt wat Belgische internationale trots de shoppers: chocolade van Godiva. In de lift sta ik met niemand minder dan de Kerstman!
House
Op een nacht passeer ik aan een verkeerslicht een herdenkingsplakkaat voor dj Frankie Knuckles, de “godfather van housemuziek”. Het genre werd uitgevonden in The Warehouse, een nachtclub met vooral een black en latino gay publiek. Knuckles, zelf een uitgesproken black gay, was er sinds het ontstaan van de club in 1977 verantwoordelijk voor de muziek. Rond 1980 was disco plots een lachertje geworden met een grote antibeweging. Knuckles begon bestaande disco met geïmporteerde Eurobeats, zoals Italiaanse disco en het elektronische pionierswerk van Giorgio Moroder, tot een nieuw soort muziek te mixen. Een hit!
In het verre België was acid house en new wave zich dan weer aan het ontwikkelen tot New Beat, waarmee we ons ook voor een keertje op de internationale muzikale kaart hebben gezet. In de verdere evolutie naar dance en electro zijn we tot op de dag van vandaag een wereldspeler, zie onder meer Tomorrowland, Stromae, Lost Frequencies,…
In dat zog vernoem ik zeer graag 2 Unlimited. De cassettes die ik indertijd op mijn walkman afspeelde, deden me rapper op mijn fiets naar school rijden. Hun song Get Ready for This is al sinds de jaren 1990 een klassieker bij basketbalgames van de NBA.
Een paar huizen verder van het plakkaat staat een saai gebouw. Daar stond The Warehouse, dat in 1987 de deuren sloot en later werd afgebroken. 25 augustus is ondertussen Frankie Knuckles-dag in Chicago. Het plakkaat kwam mede tot stand door de toenmalige senator van Illinois en de latere president van de Verenigde Staten, Barack Obama.
UNESCO-werelderfgoed
Op weg naar een museum passeer ik het Frederick C. Robie House te midden een universiteitscampus. Het is ontworpen door architect Frank L. Wright en UNESCO-werelderfgoed. Ik vind het te saai om er binnen te stappen. Een gesloten deur — ‘t is middag — helpt ook al niet om me van mijn ongelijk af te helpen.
Er vlak naast ligt een co-op boekenwinkel. Mooi van inrichting en een opvallend tapijt. Ik wil checken of ze ook een stripafdeling hebben. En of! Ik vind er een erg mooie selectie graphic novels met heel wat vertalingen van Europees spul. En van die dekselse Aimée de Jongh ligt niet alleen haar meest recente strip Lord of the Flies, maar ook de vertaling van Bloesems in de Herfst, geschreven door de Belg Zidrou.
Spider-Man in Griffin Museum of Science and Industry
Een constante vaststelling op mijn vele internationale reizen is de alomtegenwoordigheid van Spider-Man, zelfs meer dan een Superman of Batman. In Chicago is het een miljoen keer prijs! Tot 8 februari loopt er in het Griffin Museum of Science and Industry een erg grote overzichtsexpo van Spider-Man. In maar liefst twee grote zalen passeert de complete geschiedenis van de stripreeks vol tweetalige (Engels en Spaans) panelen met info over de belangrijkste tekenaars en scenaristen, beroemd geworden scènes, een pantheon van schurken, een overzicht van spin-offs, props uit de films, games en originelen uit de comics van tekenaars als Steve Ditko, John Romita Sr., Gil Kane, Ross Andru, Rick Leonardi, Bill Anderson, Erik Larsen, Todd McFarlane, Paco Medina, Humberto Ramos, Mark Bagley, Andy Lanning, Takeshi Miyazawa en een origineel fragment van een scenario van Stan Lee.
Behalve kijken, kijken, kijken, kan je er ook veel doen via interactieve beeldschermen en panelen. Op het eind kan je zelfs instructies volgen om zelf een Spider-Man te tekenen terwijl een van de tekenaars het je op een scherm voordoet.
Het is een overweldigende expo in een museum dat op zich al de moeite loont om het op een lijst met onmisbare must-visits te plaatsen bij een bezoek aan Chicago.
Op een van de verdiepingen van het museum zijn ettelijke kerstbomen geplaatst, telkens versierd volgens tradities per land. De Belgische kerstboom hangt vol met houten figuren én Smurfenbeeldjes. De houten figuren stellen Kuifje, een Smurf, het Atomium, wafels, frieten, middeleeuwse trapgevels, de pijp van René Magritte, een saxofoon en bier (een Orval) voor.
In de Nederlandse kerstboom hangen klompen, Delfts blauw en poppetjes met traditionele klederdracht. Daarna waren de clichés blijkbaar op.
Net zoals in het Koninklijk Belgisch instituut voor Natuurwetenschappen biedt het Griffin Museum of Science and Industry een interactieve uitnodiging om zelf wetenschappelijke proefjes uit te voeren. Geen wonder dat de parking vol staat met schoolbussen. Kinderen en jongeren amuseren er zich net zo goed, kon ik vaststellen. Het spectaculairst is om te midden een kunstmatig opgewekte vortex van een tornado te staan, terwijl je op de vliegtuigenafdeling zelf achter de stuurknuppel van een vliegtuig kan kruipen. Daarvoor moet je in een van de toestellen kruipen nadat je per twee een korte opleiding krijgt om te sturen en te schieten. Eenmaal in de module volgt de cabine al je stuurkunsten, ook als je vliegtuig ondersteboven vliegt.
Aan het plafond hangt een luchtgevecht tussen een Spitfire en een Stuka. Een vliegtuig van de luchtvaartpioniers Wright hangt er ook, evenals een Jenny. Dat vliegtuig was zo populair dat het werd ingezet voor luchtacrobatie, stuntvliegen, opleidingen en luchtvaartshows. Het was vaak het eerste vliegtuig dat Amerikanen in het echt te zien kregen, ook op postzegels waarvan het vliegtuig per ongeluk soms foutief ondersteboven was gedrukt. Over een van de Jenny-piloten, de Afro-Amerikaanse vrouw Bessie Coleman, waarover meer viel te lezen op een pancarte, is de stripreeks Black Squaw gemaakt. Getekend door de Belg Alain Henriet op scenario van de naar Brussel uitgeweken Fransman Yann.
Voorts staat of hangt het er vol met treinen (met een wondermooie, in de jaren 1930 futuristische Zephyr) en modeltreintjes (rijdend door gigantische miniatuurlandschappen zoals een miniversie van Chicago), vliegtuigen, auto’s, fietsen, ruimtetuigen en zelfs een Duitse U-boot die in de Tweede Wereldoorlog in Amerikaanse handen kwam bij de Afrikaanse kust. Die kwam goed van pas voor de inlichtingendiensten om codes te kunnen kraken. Het is een van de slechts zes overgebleven U-boten. Het museum heeft er een hele afdeling aan gewijd. De boot zelf kan je ook bezoeken, mits bijbetaling.
In een zaaltje met een westerntafereel sieren grote illustraties als stripprentjes de wanden rond een postkoets.
Het museum ligt vlak aan het Michiganmeer. In de ondergaande zon wandel ik door een tunnel met grafitti vol figuren uit comics en manga.
First Aid Comics
In First Aid Comics dragen de verkoopsters verpleegsterskostuums. Die zullen wel niet helpen tegen aankoopverslavingen van strips. Ik vind er enkele oude uitgaven van De Smurfen waarvan ik er een heb gekocht van De Smurführer, een van mijn favoriete strips aller tijden. Het is een briljante satire op nazisme en verzet. Er liggen ook Spaanse en Franse strips van Lucky Luke, een Latijnse Asterix en andere talen van Asterix. Van de Spaanse reeks Paling & Ko, sinds kort weer nieuw in het Nederlands, zijn er Spaanse en Duitse albums. Verdere Belgische vertegenwoordiging is er met een vertaald exemplaar van De Duistere Steden. Ik koop er ook nog een boek over stripparodieën op films, tv-reeksen en andere onderwerpen met vele stripverhalen die in Mad hadden kunnen staan, maar in andere gelijkaardige blaadjes stonden.
Filmlocaties
Een van de bruggen over de Chicagorivier is een decor in de maffiafilm Road to Perdition met Tom Hanks, Paul Newman en Jude Law. En dat was oorspronkelijk een Amerikaanse strip van Richard Piers Rayner en Max Allan Collins die bij Atlas ook in het Nederlands is verschenen onder de titel Hellevaart. Daar zijn nog twee vervolgdelen op verschenen die niet zijn vertaald.
In het stadscentrum slingeren de metrolijnen boven de wegen op ijzeren bruggen die daveren wanneer treinen erover rijden. Met piepende remmen komen ze tot stilstand in de vele haltes doorheen de stad. Elke keer ik onder zo’n spoorlijn loop, bewonder ik het grafische, industriële lijnenspel. Geen wonder dat deze ook in films voorkomen. Op mijn eerste avond loop ik onder een veel groter complex rond. Daar werd een spannende achtervolgingsscène opgenomen voor de Batman-film The Dark Knight. Op deze website vind je een overzicht van The Dark Knight-locaties in Chicago.
Union Station
In Union Station staat de trap uit Brian De Palma’s maffiafilm The Untouchables, met Kevin Costner, Andy Garcia, Sean Connery en Robert De Niro in een glansrol als Al Capone — “Teamwork”, en dan een van zijn handlangers doodknuppelen. De bewuste trap was het decor voor een briljant geregisseerd vuurgevecht in slowmotion terwijl een kinderwagen van de trap rijdt.
In de wachtzaal liep Johnny Depp rond in de door Michael Mann geregisseerde film Public Enemies, ook al opgenomen in Chicago. Ik zie in hets tation ook een stripje in mangastijl om info te verschaffen aan treinreizigers en twee prachtige muurschilderingen in een pop-artachtige stripstijl.
Er staat ook een standje met een modeltreintje dat door een Zwitsers landschap rijdt. Een van de heren legt me uit dat de bouwer van het landschap er twee jaar over heeft gedaan. Op uitnodiging van de Amerikaanse spoorwegmaatschappij Amtrak mogen ze er vijf dagen staan. Het is een collectief van liefhebbers van Europese modeltreinen (in dit landschap vervangen door een Amtrak-trein) die er de hele VS mee rondreizen om op beurzen en standen hun werk te laten zien.
Op een paar pilaren hangt het dan weer vol met stickers vol illustraties.
Frans leren met strips
Op een avond passeer ik een etalage van een schooltje om Frans te leren. Door de uitgestalde Franstalige strips en dvd’s begrijp ik dat ze dit als hulpmiddel gebruiken om de taal aan te leren. Het doet me eraan denken dat er na de publicatie van een nieuwsbericht op deze website over de Kiekeboes een paar jaar geleden een vluchteling contact met ons opnam om te vertellen dat hij Nederlands heeft geleerd dankzij het lezen van de Kiekeboes. De taal heeft hem ook aan een baan geholpen zodat hij nu ook nog eens zijn bijdrage aan de maatschappij levert. Strips zijn een niet te onderschatten hulpmiddel om een andere taal te leren dankzij de combinatie van tekst, beeld én context.
Welkom in Woodstock alias Punxsutawney
Het stadje Woodstock, waar ik voor een halve dag naar afzak, is niet de wereldbekende locatie in de staat New York van het beroemde muziekfestival, maar officieel nog steeds een suburb van Chicago in de staat Illinois. 1,5 uur met de trein. En wat is er zo bijzonder aan dat typisch Amerikaanse stadje? Het was in 1992 het decor voor een van mijn favoriete films: Groundhog Day! Die komische film van Harold Ramis (uit Chicago) met Bill Murray en Andie MacDowell heb ik ettelijke keren gezien.
In de film heet het stadje Punxsutawney, naar de werkelijke plaats in Pennsylvania waar Groundhog Day al in de jaren 1800 tot de uit Europa overgewaaide folklore behoort. In Woodstock hebben ze de traditie dankzij de film omarmd en houden ze vóór en op 2 februari telkens een jaarlijks festival met filmvertoningen, rondleidingen, markten en feesten. Op de volgende editie komt de acteur van het personage Ned Ryerson weer eens langs.
Voordat ik me verdiep in de filmlocaties, wandel ik al even in het vierkante parkje en langs de winkels errond. Tot mijn verbazing kom ik er een stripwinkel tegen, en wel een die is gespecialiseerd in manga. Ik koop er wat snoep in tinnen blikjes en vraag de verkoopster of manga hier aanslaan en dat ik meer comics had verwacht. Ze zegt me dat manga het er net goed doen. Ze helpt me aan een brochure over hun volgende Groundhog Day waarin een handig kaartje met alle locaties is opgenomen. Lees en kijk snel verder, want dit stadje herbergt ook ware stripgeschiedenis.
In een boekenwinkeltje in een kleine shopping mall zoek ik ook naar strips. De verkoopster legt me uit dat haar winkel voornamelijk boeken verkoopt die door anderen geschonken worden. Bij een kast op de kinderafdeling zegt ze me: "Normaal gezien plaats ik hier altijd strips, maar ze raken altijd het eerst weer weg."
Behalve een mangawinkel is er in Woodstock ook een grote snoepwinkel, Rocket Fizz, waar ze ook wat speelgoed en tinnen plakkaten verkopen met nogal wat Americana op, van superhelden en filmfiguren over "Bob Ross for president — Make your world happy again" tot de "Pivot! Pivot!" uit Friends. Veel chocolade ook, maar geen Belgische. Daar vraag ik dan om bij de verkoopster. Ze beweert dat die moeilijk is te verkrijgen. Ik koop er uit nieuwsgierigheid een reageerbuisje met vloeibaar snoep en een logo van de tv-reeks Breaking Bad. Het smaakt ontzettend zoetzuur en walgelijk.
De diner uit Groundhog Day is nu het Mexicaanse grillrestaurant Mary's. Ik eet er een stevige burrito met kip waarvan ik de helft moet laten liggen. Amerikaanse porties, weet je wel. Het interieur ziet er niet meer uit zoals in het oorspronkelijke Tip Top Cafe, maar je kan nog wel de plaats lokaliseren waar Bill Murray en Andie MacDowell ettelijke keren hebben ontbeten. Op een muur is de scène vereeuwigd, maar dan op zijn Mexicaans.
Recht voor de diner stapte Murray telkens opnieuw in een put met water. En een paar meter verder komt hij telkens zijn oude klasgenoot Ned tegen. Plakkaten in de hele stad benoemen al die momenten uit de film zodat je kan staan waar de acteurs ooit stonden.
Met de kaart in de hand stap ik naar de meeste locaties uit de film. Een poortje naar het plein waar weerman Phil alias Bill Muray verzamelde met zijn crew en de kiosk waar de band op het winterse festival muziek speelt en er wordt gedanst. Later in de film dansen de hoofdpersonages er voor het eerst een romantische slow. En verder de bioscoop, de bowling en het steegje waar de zwerver telkens stierf. Achter de bioscoop is er ook een steegje met een lange mural en een beeld van groundhog Willie.
Bijvangst 1 in Woodstock. Daar heeft Paul Newman een tijdje gewoond en hij trad er ook op in het operagebouwtje. Een nog beroemdere acteur en regisseur liep er als kleine jongen vier jaar school en was er zijn leraar zo dankbaar voor dat hij er een levenslange vriendschap mee onderhield. Hij kreeg er ook de kans om voor het eerst op een podium te staan, het intussen naar hem vernoemde operagebouw. Er staat een standbeeld van hem achter de bioscoop met een plakkaat en een mural erbij. En die man is Orson Welles, de regisseur van onder meer Citizen Kane, vaak de beste film aller tijden genoemd.
In de film Groundhog Day werd het operagebouw omgetoverd naar het hotel waar MacDowell logeerde.
Movie magic. De bed & breakfast waar Bill Murray in Groundhog Day logeert, bestaat echt. De Cherry Tree Inn ligt op een dikke kilometer van het centrum. De binnenopnames vonden echter plaats in een filmstudio. Ik durf niet zomaar binnen te gaan. Achteraf pas lees ik dat de eigenares net heel erg hartelijk is, je er erg welkom bent en je kan er zelfs filmsouvenirs kopen.
Onderweg naar de Inn zie ik in een voortuintje zelfgemaakte kerstdecoratie met Snoopy. Het gele vogeltje heet Woodstock.
Bijvangst 2. Wie over de algemene geschiedenis van het stripverhaal schrijft, kan niet omheen de nogal gewelddadige detectivereeks Dick Tracy. Chester Gould tekende die tussen 1931 en 1977 in zijn bescheiden woning in Woodstock. Jup, waar Groundhog Day werd opgenomen. Hij is er in 1985 overleden. De stripreeks was na zijn pensioen al overgenomen en loopt nog steeds. Op een paar kilometer stappen bezoek ik Gouds graf, waar hij samen met zijn vrouw begraven ligt op het Oakland-kerkhof, een enorm uitgestrekte begraafplaats op een heuvelachtig en groen domein. "Dank je, man", heb ik er luidop gepreveld.
De impact van zijn werk is aanzienlijker dan je denkt. Behalve een miljoenenpubliek vond Chester Gould voor de strip in 1946 ook een polshorloge uit waarmee de FBI-agent met zijn collega’s communiceerde. Het inspireerde uitvinder Al Gross tot andere communicatie-uitvindingen nadat hij al een voorloper van de walkie-talkie had uitgevonden en later ook de pager/beeper en de draadloze telefoon uitwerkte. Je kan het horloge van Dick Tracy ook beschouwen als een voorloper van de smartwatch.
In de laatste integrale van Sammy komt een cameo van Dick Tracy voor, getekend door Jean-Pol. In het dossier is een langer artikel over de stripreeks opgenomen, evenals info over de vele verfilmingen voor Amerikaanse bioscopen. Pas in 1990 kwam het tot een grotere film van en met Warren Beatty en een sterrencast met onder meer Al Pacino, Dustin Hoffman en Madonna. Danny Elfman componeerde er de muziek van. Hij componeerde ook de muziek voor de eerste Batman-films van Tim Burton en vele van diens andere films, Spider-Man, Men in Black en ook van The Simpsons.
In Woodstock herinnert een meterslange mural en een plakkaat achter de plaatselijke bioscoop aan een van de beroemdste inwoners.
- Well, what should we drink to?
- To the groundhog!
- I always drink to world peace.
In de bar met restaurant The Squire on the Square drinken Bill Murray en Andie MacDowell als hun personages op wereldvrede. Bezoekers die hetzelfde shotje sweet vermouth on the rocks with a twist bestellen, mogen het glaasje houden. Dat heb ik nu dus als souvenir. Terwijl ik het glas hef en denk origineel te zijn door “op wereldvrede” te klinken in het bijzijn van de twee bartenders, zijn die me al voor door “TO WORLD PEACE!” te roepen. Ik voeg er nog snel “and to Woodstock” aan toe. Een van hen vindt het bijzonder dat ik helemaal uit België ben gekomen. Op mijn opmerking dat ik wellicht niet de eerste ben om een foto te laten nemen naast het herdenkingsplakkaat waar in de film werd getoast, volgt het antwoord: “En ook niet de laatste.”
In de erg aangename pub zit ik tussen alleen maar locals die elkaar hartelijk begroeten, met elkaar dollen en naar elkaars dag vragen. Ook ik voel me er welkom. Na een halfuur kan ik terug naar het station om terug naar het hotel te gaan.
Ik ben dik drie uur in Woodstock gebleven, in het decor van een van mijn favoriete films. Ik heb er als een kind zo blij rondgelopen. Hoewel ik de film al ettelijke keren heb gezien, bekijk ik die terug in het hotel. Mijn smile is nog breder en nu kan ik ook zeggen dat ik daar en daar en ook daar en daar zelf heb gestaan.
Magnificent Mile
Op weg naar de metro om twee bestemmingen te bereiken, wijk ik enkele kilometers af door eerst wat langs de Chicagorivier te wandelen op de kades waar in warmere tijden vele bars zijn geopend. Een boottochtje langs de architectuur laat ik aan me voorbijgaan, want ik heb het meeste al te voet gezien. Het gebouw met de grote scheve helling speelt trouwens een rol van betekenis in de film Adventures in Babysitting, de debuutfilm van regisseur Chris Columbus, dezelfde van Home Alone en ook films als Gremlins, The Goonies, Mrs. Doubtfire en de eerste twee Harry Potters. Langs dat parcours leer ik dat Chicago is gesticht door de zwarte Haïtiaan Jean-Baptiste Pointe DuSable die glamoureus is vereeuwigd als een bronzen buste aan een brug die zijn naam draagt. Het is een van de eerste bruggen over de rivier na de monding in het Michiganmeer.
In het Millennium Park zie ik nogmaals Cloud Gate, oftewel The Bean met het spiegeloppervlak. Op een zaterdag loopt er beduidend meer volk dan de vorige keer op een weekdag. Het ligt in de buurt van het fenomenale kunstmuseum. Daar kan je ook in de nu droge Crown Fountain stappen. Op de metershoge videozuilen aan weerskanten van de fontein lichten om de zoveel minuten bewegende beelden op. Het gaat om close-ups van burgers van Chicago die water spuwen, met werkelijke waterstralen, althans in de warmere seizoenen.
Van daaruit loop ik door een paar befaamde winkelstraten, waaronder de Magnificent Mile. In die wijken passeer ik het ene na het andere dat ik op lijstjes zie passeren of dat me werd aangeraden. De regenboogijsjes of de Chicago-popcorn bijvoorbeeld. In een van de Garrett-vestigingen koop ik het kleinste zakje popcorn met hun eigen mix. Bij het binnenkomen valt een walm van zout, caramel, kaas, chocolade en geroosterde noten me aan. Hun eigen mix is erg lekker.
In dezelfde straat stuit ik op een Nuttella-restaurant. Het zit barstensvol en er is een lange wachtrij buiten de deur. Ik zou er alleen uit nieuwsgierigheid willen checken of ze er ook een boterham met choco hebben.
Challengers Comics + Conversation
Challengers Comics + Conversation is een moderne stripwinkel met een erg groot aanbod aan nieuwe strips, een aparte kamer met jeugdstrips. Niet zoveel manga en uit Europa vertaalde namen. Ik koop er een horrorstrip van de lokale scenarist Anthony Cleveland die er zijn strips staat te signeren, ook eentje voor mij. Hij kan die nogal enthousiast aan de man brengen, hoewel er geen grote opkomst is. Hij druipt al vrij snel af. Ook een integrale van Fatale (door Sean Phillips en Ed Brubaker) en een deluxe edition van The Human Target (door Greg Smallwood en Tom King) belanden op de toog om af te rekenen.
Achter die toog staat een wand vol originele tekeningen van tekenaars die de voorbije jaren zijn komen signeren. Wanneer ik de verkoper vraag waar hij het meest trots op is, moet hij even nadenken en wijst dan naar een zeepaardje van Jeremy A. Bastian (van de reeks Cursed Pirate Girl). Een tekening van Dave McKean is verloren gegaan toen de wand werd opengebroken om uit te breiden met de jeugdcomics. "Die aannemer was geen stripliefhebber", merk ik droog op. "Nee, en dat wisten we niet. Het kwaad was al geschied", krijg ik als antwoord. Ze hadden de uitgekapte muur namelijk willen bewaren.
Een aardigheid is een reeks met klokken die de tijd aangeven in fictieve steden of landen als Gotham en Wakanda.
110 hoog
- Foto’s kunt u aan de linkerkant op het einde van de gang bekijken.
- Maar ik vroeg je of je die kerstmuziek de hele dag door niet beu bent.
- Foto’s kunt u...
En dan breekt een gids uit haar geprogrammeerde monotonie. Ze zegt me dat ze zodanig gewend is hetzelfde zinnetje te zeggen dat ze haar gedachten weer op een rijtje moet zetten om me een antwoord te kunnen geven. Eenmaal die klik is gemaakt, verdwijnt de robot in haar, lacht ze breed en gefet inderdaad toe dat het vreselijk en slaapwekkend is.
"En luister je dan ‘s avonds naar metal of hardrock?" wil ik daarna weten. "Van alles, ik ben heel divers." Ik hoop echt dat ik niet de enige ben die personeel in winkels of bij attracties in de voor hen omwille van de muziek ontzettend irritante kerstperiode gewoon eens op een andere manier aanspreekt.
Ook in een souvenirwinkel vraag ik hetzelfde. Daar barst het meisje in lachen uit en ze geeft toe dat elke dag dezelfde muziek in dezelfde volgorde wordt gespeeld zodat ze thuis helemaal geen muziek meer wil horen. En drie jongelingen aan een kassa knikken als apathische zombies om me gelijk te geven. Maar hun groet voor mij is daarna wel gemeender.
Dat gebeurt allemaal in de 110 verdiepingen tellende Willis-toren. De lucht is mooi bewolkt en in de verte gaat de zon al onder, wat een prachtig kleurenpalet oplevert. Ik leun even tegen een muur om dan pas te zien dat er een plakkaat hangt om aan te duiden dat de personages uit de film Ferris Bueller’s Day Off er ook hebben gestaan.
In de wijk rond de toren, waar oudere wolkenkrabbers bij elkaar staan, heb ik voor het eerst het gevoel in de decors van de stripreeks Sammy rond te wandelen. In Chicago is de allereerste wolkenkrabber ter wereld gebouwd. Die werd samen met het grootste deel van de stad in de as gelegd in de grote brand van 1871. Eén derde van de toenmalige bevolking raakte dakloos.
Blueslegende
Op mijn laatste avond eindig ik in de bluesclub Buddy Guy’s Legends. Daar wordt elke avond live muziek gespeeld. Ik pik de hoofdshow mee van de bluesgroep New Orleans Beau (zie eerste filmpje onder de foto's), die ook de paden van funk, R&B en soul bewandelt. Na het optreden ga ik de zanger zeggen dat zijn blues vol energie zit. "Het mat me ook af", zegt hij me. Je kon die vent opdweilen. Na een pauze kwam hij met een nieuw hemd op.
Midden in zijn set treedt Buddy Guy zelf op. Hij was een inspiratie voor gitaristen als Eric Clapton, Jimi Hendrix, Jimmy Page, Keith Richards, Stevie Ray Vaughan, Jeff Beck, Gary Clark Jr. en John Mayer. Ik wist niet eens dat hij zou optreden in zijn eigen bluesclub. De man is 89 jaar. Hij is officieel al een paar jaar met pensioen, maar af en toe treedt hij nog op in zijn eigen club. Hij heeft zijn oude kompaan Muddy Waters namelijk beloofd om de blues in leven te houden. Hij houdt zijn woord ondanks het wereldwijd verdwijnen van bluesclubs. Bij de introductie van de zanger klinkt het alsof de paus zou binnentreden. De hoofdmoot van zijn optreden zie je in het tweede filmpje.
Het is een muzikale avond vol hoogtepunten. In de bar staan fantastische cocktails op het menu. Stella Artois vloeit dan weer uit het vat. Een andere onverwahcte meevaller is dat ik aan een tafeltje zit met aan het tafeltje naast me een stelletje dat tijdens het optreden een serenade krijgt van de zanger. Afgesproken spel want de man gaat door de knieën en vraagt zijn vriendin ten huwelijk. Ze heeft "ja" gezegd. De hele club gata door zijn dak.
House of Blues
Het was in 2025 vijfenveertig jaar geleden dat de film The Blues Brothers in de cinema kwam met vele opnames in Chicago. Het hielp een paar carrières weer op de rails dankzij een nieuw bereik voor een groot publiek. En dan gaat het om namen als James Brown, Ray Charles, Cab Calloway, Aretha Franklin,… Tijdens de lange achtervolgingsscène door de stad Chicago zijn ook de plaatsen te herkennen waar zoveel jaar later de Batmobile rijdt in Christopher Nolans The Dark Knight. Uit de film kwam een hele keten van House of Blues voort met Dan Aykroyd, samen met John Belushi de hoofdrolspeler en de schrijver van de film, als medeoprichter. Tussen de gebeeldhouwde blueslegendes prijkt ook een portret van Buddy Guy. Elke avond is er live muziek. Ik maak op zondagvoormiddag echter een brunch met gospelkoor mee.
Het buffet is rijkelijk en veelzijdig. Ik heb niet van de wafels gegeten met naar keuze kip of zoetigheid. Schellen kalkoen en ter plaatse gebakken omeletten moet ik ook aan me laten voorbijgaan, maar heerlijk mals rosbief dan weer niet. Na twee borden heb ik genoeg. Stella Artois is hier trouwens ook al te koop.
Na een uurtje eten krijgt het publiek een uur live gospelmuziek voorgeschoteld. Veel liedjes die ik niet ken, voortgekomen in de kerk, en toch enkele liedjes die covers zijn van bekendere nummers. Voor die moet ik het doen, helaas wat te gering om er een topmoment van te maken. Het optreden wordt ook nogal vaak onderbroken met wat volksvermaak en -mennerij, maar wel allemaal vakkundig en vlot uitgevoerd. Achteraf kan ik nog even de koorleider en -zanger groeten. “Belgium in da house!” roept hij nog, nadat ik ‘m mijn afkomst heb verteld.
The Bear
Als foodie hou ik ervan de lokale keuken te proeven en unieke gastronomische belevenissen mee te pikken. Die vind ik bij de vleet door allerlei adresjes uit de in Chicago opgenomen tv-reeks The Bear te bezoeken. De hele reeks is een ode aan de stad en haar gastronomie dankzij diens bedenker, schrijver en regisseur Christopher Storer. Een overzicht van waar ik tijdens mijn verblijf in de stad heb getafeld, vind je hieronder. Allemaal goed en wel, maar wat heeft dat nog met strips te maken?... Ha! In de basis voor de hele tv-reeks ligt dat antwoord verscholen. En dat bewaar ik als toetje tot het eind van het overzicht.
avec
M’n culinaire ontdekkingstocht in het zog van The Bear start ik in een van de drie vestigingen van avec, met een Mediterraanse keuken. Donnie Madka, de eigenaar van avec, al twee decennia een instituut in Chicago, bood rechtstreekse inspiratie voor Uncle Jimmy, de geldschieter in The Bear. In seizoen 2 komt Sydney inspiratie opdoen in avec en krijgt ze advies van Donnie en chef-kok Dylan Patel.
Zonder reservatie krijg ik een plaatsje aan de lange bar die dwars door het hele restaurant loopt. Na een gin-tonic met geïnfuseerde komijn en koriander kies ik voor twee tapasbordjes die de grootste bestsellers zijn en die ook voorkomen in The Bear. Enerzijds met chorizo gevulde Medjool-dadels met bacon en piquillopeper-tomatensaus. Ja, da’s een festijn van zout en zoet met een spicy kick erbovenop. Ik spoel dat door met naar eigen keuze een glas oranje wijn op basis van sinaasappelen, het Spaanse Navarsotillo uit de befaamde Rioja-streek. Dit compenseert perfect de pikante tomatensaus.
Anderzijds genoiet ik van een in een haardoven gebakken pita met kikkererwtenhummus, tahini en met sumak geglaceerde short rib. Supersmaak met zachte structuren en tot draadjesvlees gegaarde short rib! Helaas heb ik na de helft al voldoende. Ik had me nog zo verlekkerd op eventueel een derde tapas, een dessert of nog een ander glas wijn van een indrukwekkende selectie. Maar ‘t mag niet baten. Vol is vol.
Het veelzijdig gekruide eten is een beetje te vergelijken met dat van Humm op de Dageraadplaats in Antwerpen.
Ever
"Forks!" Wie The Bear heeft gezien, kent vast wel de volgens de film- en tv-database IMDB hoogst gewaardeerde aflevering van de reeks. Daarin gaat neef Richie op stage in een restaurant dat wordt gerund door een chef-kok die wordt vertolkt door actrice Olivia Coleman. Dat restaurant bestaat echt. Het heet Ever en is amper vijf jaar geleden opgericht. Na een jaar had het al twee Michelinsterren en die heeft het nog steeds.
De gerechten in de aflevering van The Bear zijn het werk van chef-kok en mede-eigenaar Curtis Duffy. Hij is een metalfreak die dat voor de grap doortrekt in een klompje boter in de vorm van een doodskop. Later leer ik dat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd nadat hij zijn vrouw had vermoord. In de aflevering van The Bear gaat het voornamelijk over aandacht voor detail, service en timing. "Elke seconde telt", is een motto dat Richie er opsteekt. Dat blijkt ook in Ever. Achteraf pas krijg ik de menukaart. Als souvenir krijg ik ook de time sheet van mijn tafel met per gerecht de minuten waarop ik werd bediend en de gevraagde pauzes erbij genoteerd.
Na een glaasje gele chartreuse (de langer gerijpte en gelimiteerde VEP-variant) weet ik al bij het eerste gerecht, een royale portie kaviaar op pastinaak, dat me wat bijzonders te wachten staat en dit weleens een van mijn beste culinaire ervaringen zou worden. Bij het tweede gerecht moet ik een suikerlaagje doorbreken waardoor king krab met komkommerconsommé en de suiker worden vermengd. Ik zeg mijn ober dat hun chef gestoord is toen ik de combinatie van suiker met krab hoorde, maar het werkt verdomme wonderwel. Een romig kokossoepje heeft de aardigheid dat ik krokante parelrijst van de randen moet schrapen, ook weer om de smaken te laten samenvloeien.
Een stukje varkenswang smaakt voor een Belg als niet meer dan de betere stoofvlees. Daar liggen ook een paar toefjes ingrediënten bij met zuur of munt. Dat laatste laat me te spontaan denken aan tandpasta of iets medicinaal. Dat minpuntje heb ik toch laten weten. Wagyu met een flinterdun aangebakken krokant randje maakt dat weer helemaal goed. En het tweede dessert is alsof ik er vijf op één bord krijg omwille van de verscheidenheid aan smaken en toepassingen. Ik vergelijk het tegen de ober met een wandeling in een sprookjesbos. Ze hebben vast nog wel vreemdere omschrijvingen gehoord.
De hele avond lang bestudeer ik de looplijnen van de obers, alsof ze een perfect ingestudeerde choreografie uitoefenen om voortdurend in beweging te zijn en de zaal te doorkruisen, verstoord door slechts één botsing. Je weet dat ze jou constant in de gaten houden om je niet zonder water te laten zitten of te komen wanneer ze zelfs aanvoelen dat je iets wil vragen of iets nodig hebt. Ik heb me er tweemaal over verbaasd dat ik na het bedienen van een gerecht vaststel dat mijn glas water was bijgevuld zonder dat ik daar iets van had gemerkt.
Enkele maanden geleden betaalde ik al een stevig voorschot bij de reservatie. Na het betalen van de rest van de rekening krijg ik als laatste gast in het restaurant een rondleiding door de keuken en de speciale binnenhuisarchitectuur met verborgen deuren om grotere tafels van de rest af te scheiden. Omdat ik tijdens het eten vlak om de hoek van de keuken zat, hoorde ik bij elke gast die er binnenkwam een in koor geroepen "GB!" van de keukenbrigade. Ik grijp mijn kans om dat bij mijn eigen komst te filmen. Die GB staat voor "guest back". Het doet me denken aan de "HANDS!" elke keer Carmy of Sydney in The Bear die kitchen slang roepen om de gerechten te laten opdienen.
Naast het restaurant Ever is ook nog de bar After gelegen, waar rock wordt afgespeeld. Samen vormt dat dus “ever after”. Tegen de keukenbrigade zeg ik: "Jullie zorgden voor de ever after en dat maakte mij ‘happily'." De Engelse slotzin "happily ever after" is in sprookjes de vertaling van "en ze leefden nog lang en gelukkig". Ik voeg er ook nog aan toe: "Jullie moeten beseffen dat jullie elke dag, elk uur, mensen gelukkig maken." De chef-kok antwoordt me dat ze daarvoor elke dag met plezier opstaat waarop ik haar een hand geef. Overal glunderende gezichten, nog het meest bij mij.
Ik geniet nog na in de bar After bij hun eigen take van een negroni. Bij het afscheid nemen, krijg ik de wellicht vaste uitspraak dat het ze een eer was om mij als gast te hebben. Neenee, het was een eer voor MIJ om dit te hebben mogen ervaren.
Pequod’s Pizza
In Chicago woedt er een al lange discussie of hun befaamde deep dish pizza werkelijk pizza is of veeleer een soort hartige taart. Hoe dan ook, je vindt die op heel wat plekken, ook in Italiaanse restaurants. Het loont de moeite om kilometers ver af te wijken naar Pequod’s Pizza, een van de beste pizzeria’s van Chicago, die van deep dish pizza een gouden standaard heeft gemaakt. De zaak met twee verdiepingen en een momenteel afgesloten achterkamer zit barstensvol. Ik heb het geluk dat ik zonder reservatie in mijn eentje flexibeler geplaatst kan worden dan de wachtende groepjes van twee en meer mensen, dus kan ik al meteen gaan zitten.
De basispizza bestaat uit een dikke korst met lagen kaas en tomatensaus. De korst wordt in deze zaak ook nog eens heerlijk gekarameliseerd en is dus extra crunchy. Ik laat de pizza pimpen met verse basilicum, gehaktballen, ui en pepperoni. Njam, njam!
Zodanig njam zelfs dat de zaak en een van hun pizza’s voorkomen in The Bear. Als verrassing voor een groepje toeristen zonder tijd om de deep dish pizza te kunnen eten, wil men die in het sterrenrestaurant waar neef Richie stage loopt (in werkelijkheid Ever) de legendarische Chicago-pizza serveren. Richie loopt in zijn kostuum en nette schoenen naar Pequod’s om die hoogstpersoonlijk op te halen. Dat is duidelijk dichterlijke vrijheid, want de pizzeria en Ever liggen op meer dan drie kilometer van elkaar, hoewel de zaak in The Bear dan weer fictief is. In het restaurant wordt de pizza versneden tot cilinders en komt er een extra saus met basilicumgel bij. Het is een mooie scène om de zorg voor service en het pleasen van hun klanten mee aan te tonen. In de scène komt ook de time sheet voor waarvan ik de mijne mocht houden.
Kasama
Shit, het is niet overdreven dat er een wachtrij is voor een befaamde ontbijtplek. Net om de hoek vind ik bijvangst waar ik niet per se wou voor omlopen, maar dat wel voorkomt op lijstjes met bijzondere bezienswaardigheden in Chicago: een bronzen drol. Kunstenaar Jerzy S. Kenar maakte het twintig jaar geleden en plaatste het in zijn voortuintje om de hondeneigenaars in zijn buurt op een komische wijze te attenderen op het opruimen van de drollen van hun honden als ze ermee op wandel gaan.
Het in 2020 geopende Kasama is een van de weinige restaurants dat tweemaal voorkwam in The Bear. ‘s Avonds is het een sinds november 2025 met een tweede ster bekroond restaurant. Het was in 2022 al het eerste Filippijnse restaurant ter wereld dat een ster kreeg. Overdag tot drie uur kan je er zonder reservatie binnenstappen voor een ontbijt, lunch of koffie met gebak. Ondanks dat het helemaal niet in het stedelijke Chicago ligt, lopen de wachttijden om er binnen te kunnen eten op tot veertig minuten.
Ik bestel na een halfuur wachten een croissant met roomkaas en zwarte truffel en een kardemomcakeje voor later vandaag (allebei voltreffers!) en een Filippijns ontbijt om ter plaatse te eten. De verkoper brengt me eerst van mijn stuk omdat hij me uitvraagt over mijn pet. Het is er een die zogezegd is toegetakeld door een kettingzaag omdat het om de strip- en tekenfilmfiguur Chainsaw Man gaat. Ik kocht het in Taipei op een expo over de reeks. Hij vindt het een coole pet en onthoudt de tip voor de anime.
Eigenlijk had ik net zoals het personage Sydney in The Bear een longanisabroodje willen eten met schijfjes zoete en hartige longanisaworst, luchtige soufflé-eieren, gesmolten Amerikaanse kaas en een knapperige hashbrown op een aardappelbroodje. Ik lees de kaart echter door de afleiding van de verkoper verkeerd en krijg een bord met de worst en rijst. Sydney at er ook nog een mangotaartje bij na haar gesprek met Carmy over het nieuwe menu voor hun eigen zaak. Dat taartje is volgens diverse info telkens razendsnel uitverkocht. Een halfuur na opening zie ik het niet liggen. Achteraf leer ik dat ze het van de kaart hebben gehaald.
Het worstje is erg sappig en lekker. Het geheel als ontbijt is nu niet zo uitzonderlijk. De beker met limonade na een cortido drink ik te snel op en dat belast mijn hele maag.
Voor het sterrenmenu inclusief wine pairing betaal je trouwens 520 dollar, zonder fooi.
Margie's Candies
Sydney bezoekt ook Margie’s Candies, sinds 1921 een ijssalon in Chicago. Wat verderop ligt de stripwinkel Challengers Comics + Conversation. De vierde generatie na de oprichter runt de zaak die in de tijd is blijven stilstaan qua interieur. Het ijs is traditioneel gebleven met recepten die teruggaan tot de jaren 1930. Ze kwamen hier in het nieuws door het serveren van ‘s werelds grootste sundae, een vaas met 25 bollen, hoorntjes, koekjes, slagroom en nog extra’s om een heel dessertbuffet mee te vullen. Ook andere ijscoupes zijn volumineus. Ik kies voor een banana split met warme chocoladesaus. Ik vind die portie al groot genoeg. Traditioneel en lekker, vooral de dikke saus, en met een cherry on top.
Uit nieuwsgierigheid vraag ik welk merk er voor de saus wordt gebruikt. Je weet maar nooit of ze er basischocolade van de Belgische wereldspeler Callebaut voor hebben gebruikt. Nadat ik die vraag stel, deinst de kelner achteruit. "Is het een geheim?" vraag ik hem. Eerst zegt hij van wel, daarna dat het een speciale mix is. Ik voel me echt een spion die is betrapt. James Bond in de ijsjesindustrie, You Only Live Ice. Een Bond die van een koude kermis terugkomt, maar met alweer een volle maag.
En kijk eens welk liedje van een Nederlandse band tussen de keuzes op oude tafeljukeboxen staat...
Mr. Beef
Mr. Beef is de Italiaanse diner waar het allemaal begon in The Bear. Het is gelegen in een rustiekere wijk van Chicago, vol bakstenen gevels en ijzerwerk. 90% van aflevering 1 werd in en rond Mr. Beef opgenomen. De in 2023 overleden eigenaar Chris Zucchero was al langer bevriend met de schrijver van de reeks. Ik eet er een “bear”, een zompig broodje met fijne reepjes biefstuk, geroosterde paprika, pepers en venkel. De twee papieren lagen rond het broodje zijn al doordrongen van het vet. Mijn vingers ondergaan binnen de paar seconden hetzelfde lot.
Wie er wil eten, moet aan één lange tafel gaan zitten op een van de banken die aan weerszijden ook al een lange rij vormen. Na een tijdje vraag ik aan de twee jongemannen naast me of ik hun overschot servetten mag hebben, met de boodschap dat ik er maar eentje had meegenomen aan de toog en nu begreep waarom ik een hele stapel had gekregen.
Ik zit er tussen de gesigneerde foto’s van bekende locals en internationaler bekende mensen, zoals een Christopher Walken, Joe Mantegna, Harold Ramis of Michael Rooker met een gesigneerde foto van zijn personage Yondu Udonta uit de superheldenfilm Guardians of the Galaxy. Een paar nostalgische filmaffiches, foto’s en platenhoezen, waaronder de coole getekende hoes van Harlem Shuffle (door John — The Ren & Stimpy Show — Kricfalusi en Ralph — Fritz the Cat — Bakshi) van The Rolling Stones fleuren het voor de rest sjofele interieur op. Ook leuk dat er een paar beeldjes van superhelden in de zaak staan en ik tekeningen spot van de tekenfilmreeksen Mighty Mouse (al meteen op de voordeur) en Heckle and Jeckle.
Achteraf ga ik een van de koks — die met de luidste mond — en de verkoper bedanken voor de eerlijke, degelijke maaltijd. Ze vragen me waar ik vandaan kwam. Wanneer ik België zeg en er ook nog met wat overdrijving aan toevoeg dat het niet ver van Italië ligt, lijk ik ineens part of la famiglia. Hoe ze praten — een beetje gangster-Italiaans — en zich gedragen, is alsof ze voortdurend ruzie met elkaar maken, en dat zit dus ook om de haverklap in The Bear. "Ik kwam natuurlijk omdat ik jullie ken van The Bear, maar mensen zouden moeten terugkomen om het eten", zeg ik ze nog. Beter vet was er niet om ze te smeren om ook nog een selfie met ze te vragen.
Elke keer er een nieuw seizoen van The Bear start, loopt het opnieuw storm en staat er een straat vol met mensen te wachten. Ik had geluk, ik werd razendsnel bediend en kon eten op een plaats naar keuze.