Op striptocht in Chicago (1/2)
tekst en foto's: David Steenhuyse
Negen dagen in Chicago levert meer dan voldoende stof voor een tocht vol stripgerelateerde onderwerpen. Dat kunnen we zelfs opsplitsen in twee kanjers van reportages. Op deze pagina nemen we je mee naar het beginpunt van Route 66, een groots kunstmuseum waar ook Belgen en Nederlanders grote sier maken, enkele fantastische stripwinkels, de grootste openbare bibliotheek en het grootste buttonmuseum van de wereld, een hippe wijk met platenzaken, boekenwinkels en uiteraard ook weer een bijzondere stripspeciaalzaak, een jazzclub, streetart, een steakhouse, filmlocaties en nog meer. En op nagenoeg al die plekken zijn er strips of stripfiguren aanwezig, ook uit onze streek!
De Smurfen in Zaventem
De Smurfen zijn overal te zien op de luchthaven van Zaventem. Elke keer opnieuw vind ik wel weer een nieuw hoekje waarin of een muur waarop er Smurfen zijn aangebracht. Deze keer ontdek ik een gang naar een speelhoekje waar kinderen verzorgd kunnen worden.
Peanuts in een kindermuseum
Qua oriëntatie zit ik gebeiteld. Aan de overkant van de Chicagorivier in het centrum The Loop, waar het hotel gevestigd is, staat het bekende Wrigley-gebouw, genoemd naar het kauwgummerk. Op m'n eerste verkenningstochtje lopen we even langs de boardwalk langs de rivier waardoor ik vaak onder een industrieel ogend netwerk van bruggen en wegen wandel. Later kom ik te weten welke filmopnames daar zijn gebeurd. De op hoopjes weggeruimde sneeuw zijn overal blokken ijs geworden.
M'n eerste avondwandeling brengt me naar de pier aan het Michiganmeer, bij nacht een diep zwart gat, maar als je je omdraait krijg je de skyline van Chicago te zien. Op de pier is ook een gigantisch entertainmentcomplex gevestigd met op de begane grond al wat je je aan fastfood uit de hele wereld kan inbeelden. In het kindermuseum loopt een expo over Peanuts/Snoopy. Helaas mag je er als volwassene niet binnen als je niet bent begeleid door een kind. Er lopen kinderen genoeg rond, maar om er nu een aan te spreken met de vraag of hij of zij mee wil gaan met de oude meneer van wie hij/zij niet bang hoeft te zijn, gaat me een stapje te ver.
Ik glip mee tussen een lange rij om een overdekte kermis met schaatsbaan en tal van kerstdecoratie te bezoeken. Dit is Amerika, een bordje verbiedt het meenemen van wapens in de zaal. Ondanks een check van mijn rugzak en een oppervlakkige fouillering van mijn lichaam krijg ik een controlebandje rond mijn arm terwijl ik op geen enkel moment een QR-code heb moeten laten zien. Zowat alle omstanders doen dat wel. Ik heb van een onoplettendheid geprofiteerd, maar ik heb ook wel een uitleg over onwetendheid en het naïeve “ik liep eigenlijk gewoon mee met de rij” klaar. Bij het korte wachten, weet ik al dat het deze week niet lang meer zou duren tot ik de vele, vele, erg vele kerstliedjes beu zal worden.
De kerstfoor is pure kitch, een opgedirkt plekje op kosten van sponsors als Coca-Cola. Voor het gebouw staat een verlichte truck met een vintage-Kerstmanillustratie van de frisdrank. Het brengt nog eens in herinnering dat zij de iconische look van de Kerstman hebben uitgevonden, uiteraard met een pak in Coca-Cola-rood. Een andere sponsor is een merk van medicijnen. Big Pharma is hier ook wel een ding.
Snoopy op Route 66
Een dag later geniet ik van een stevig ontbijt in Lou Mitchell’s, een typisch Amerikaanse diner sinds 1923, met ongelimiteerd bijschenken van heerlijke koffie, aangesproken worden met “love” en “honey” en porties waarmee je een heel gezin kan voeden. Mijn “melting pancakes” is een halve pannenkoekentaart. Ik krijg er krokant gebakken spekreepjes bij en als voorafje een krokant beignetje met een sinaasappelpartje. Ik vraag er ook banaan bij, maar ik ben ontgoocheld dat het maar drie schijfjes zijn op de top, tot ik ontdek dat er tussen de pannenkoeken een hele laag banaan ligt. Daar kieper ik nog hun eigen maple syrup bovenop. Uiteraard krijg ik dit niet op.
Dit werd me aangeprezen als “grootmoeders keuken”. Ik word dan wel bediend door zo’n grootmoeder die volop babbelt, maar niet luistert of alweer tegen een ander babbelt terwijl jij iets zegt. Op de kaart staat ook een grote keuze aan Belgische wafels.
“Get your kicks on Route 66.” Ik heb geen van de bijna vierduizend kilometer lange autosnelweg afgelegd, maar de start van de legendarische weg ligt wel in Chicago. Op de achterkant van een van de plakkaten hangen twee Snoopy's tussen de vele stickers.
Wat verderop ligt een andere bezienswaardigheid: Cloud Gate, een sculptuur met spiegeloppervlak van de in Indië geboren Britse kunstenaar Anish Kapoor die aanvankelijk een hekel had aan de bijnaam The Bean die zijn kunstwerk kreeg. Het is te bekijken, te betasten en doorheen te lopen in Millennium Park, waar je in deze periode ook kan schaatsen en waar een concertzaal in open lucht is gevestigd.
Recht tegenover de plakkaten van Route 66 ligt het Art Institute. Alleen al op de gebeeldhouwde fries op het gebouw prijken de namen van slechts twee Belgen tussen hoofdzakelijk Italiaanse meesterkunstenaars: de in Brugge gestorven Memling en Rubens uit Antwerpen.
The Art Institute of Chicago
Mocht ik een bucket list hebben van kunstwerken die ik in het echt wil zien, dan had ik die danig kunnen inkorten in The Art Institute of Chicago. Alleen al van mijn favoriete kunststroming het impressionisme zijn alle topschilders vertegenwoordigd. Een van de blikvangers is George Seurats Dimanche d'été à la Grande Jatte. Voor datzelfde schilderij stond het personage Cameron in de fantastische eightiesfilm Ferris Bueller’s Day Off die zich in en rond Chicago afspeelt. Starend naar het schilderij kwam hij tot inzichten over zichzelf, terwijl Ferris en zijn liefje elders voor een glasraam van Mark Chagall innig zitten te kussen. De hele scène in het museum is een lange, tekstloze ode aan het museum en de werken waar regisseur John Hughes van hield. Tot vandaag kan je in het museum een rondleiding volgen met de film als thema.
Ik zie er ook werken van de Vlamingen Rubens en Memling en een hele vleugel vol andere Vlamingen en Nederlanders. De in de tot video verwerkte foto's zijn slechts een manier om een jachtbuit aan impressies te verzamelen.
In een van de zalen bewonder ik het dertig meter lange schilderij Paradise Lost van de Indische kunstenaar Raqib Shaw. Een prachtig spektakel vol mythische wezens en dierenfiguren. Hij werkte er sinds 2009 aan en voltooide het dit jaar en schonk het aan het museum. Het is er een van de vele trekpleisters. In die mate zelfs dat twee kindjes voor me het schilderij benaderen om aan te raken. Een suppoost komt naar ze toe en vraagt dan aan mij of dat mijn kinderen zijn, wellicht om mij te vermanen voor hún gebrek aan opvoeding. Ik moet hem doorverwijzen naar hun inmiddels tussen de toeschouwers verdwenen ouders. Met meer een verzoek dan een berisping probeert hij de kinderen vervolgens duidelijk te maken dat je geen kunstwerken aanraakt. Er is trouwens een grote afdeling in het museum waar kinderen volop kunnen kleuren en knutselen. De begeleiders aldaar luisteren zelfs naar jazz.
Mijn theorie dat je het werk van de striptekenaars Mœbius/Jean Giraud, Hergé, Charles M. Schulz, Art Spiegelman en Hayao Miyazaki overal ter wereld vindt, zie ik andermaal bewezen in de museumshop. Ze hebben er enkele boeken over strips, comics en manga te koop, onder meer de Engelstalige catalogus die in 2024 bij de grote stripexpo in het Centre Pompidou hoorde. In dat boek staan ook reproducties van Belgen als François Schuiten, Morris, André Franquin en, jawel, Brecht Evens. Ik koop er het mooi vormgegeven overzichtsboek Anatomy of Comics, met onder andere een reproductie en uitleg over een van mijn favoriete tekenaars, Yves Chaland.
Home Alone
“Zal ik je eens eerlijk wat zeggen? Ik heb gehuild toen ik al zijn werk bij elkaar zag hangen.” Dat vertrouwt een man in het kunstmuseum me toe nog geen minuut nadat ik even naar zijn uitleg aan een jongere vrouw naast hem over een voorstudie van Oostendenaar James Ensor had geluisterd. Hij staat eigenlijk in de weg door er pal voor te staan. Als excuus om hem te laten ophoepelen, zeg ik hem dat Ensor uit mijn buurt komt. Dat is voor hem een open doekje om me een en ander te vertellen. Dat hij op school en later kunst en in het bijzonder Ensor bestudeerde bijvoorbeeld. Ik hoef hem geen kennis van mij te delen, want hij weet al alles over Ensor.
Enkele jaren geleden hield The Art Institute een grote overzichtsexpo van Ensor en voor die schilderijen heeft die man dus gehuild. Het ging ‘m over de kracht in het werk. Het specifieke waarom van zijn emoties kom ik niet te weten, maar ik kan beginnen raden nadat ik hem zeg dat hij eens naar België moet gaan om meer van Ensor te zien. “Dat zou ik moeten doen”, zegt hij. En dan buigt hij zich naar mij en fluistert: “Sinds ik van de drank af ben, zou het me lukken ook.”
Tussendoor vraagt hij me ook wel of ik het Ensorhuis in Oostende heb bezocht. Dom genoeg nog nooit, maar overal ter wereld kunst gaan bekijken dan weer wel. “Kunst zal de wereld redden”, zeg ik ineens. Ik weet niet waarom, misschien als een soort troost of bevestiging voor hem, maar hij beaamt het. Kunst brengt in ieder geval eventjes twee mensen bij elkaar. En ik kan verder op pad om roemrijk werk in de vleugel met klassieke en moderne kunst te bekijken. Hij geeft me nog de tip om naar het symfonisch orkest te gaan, wat verderop. En daar heb ik nu net een ticket voor om amper twee uur later een concert bij te wonen.
Het orkest speelt live de soundtrack van John Williams bij een filmvertoning van de kerstklassieker Home Alone. Deze film is opgenomen in een buitenwijk van Chicago. Hij is in negen dagen geschreven door de hierboven al vermelde John Hughes en geregisseerd door de dan debuterende Chris Columbus. John Williams is de componist van films als Star Wars, Indiana Jones, Jaws, Jurassic Park, E.T., Harry Potter, Superman, Schindler’s List én van de Kuifje-verfilming door Steven Spielberg en Peter Jackson.
Graham Crackers
Aan de overkant van het kunstmuseum, net om een hoek, is een van de vestigingen van stripwinkel Graham Crackers gevestigd. Het is inmiddels een rode draad om in stripwinkels overal ter wereld te zoeken naar vertalingen van Vlamingen en Nederlanders. Ik heb meestal prijs met Aimée de Jongh. Meer en meer ook met Bruggeling Olivier Schrauwen sinds hij in het Engels is vertaald en het album Vel, van Mieke Versyp en Sabien Clement, over de levens van een tekenares en haar model, ligt er ook. Ik vind er ook een toegetakeld oud exemplaar van Asterix en Cleopatra. Dat album heeft zodanig veel charmes dat ik twijfel om het te kopen. In de plaats koop ik een tijdschrift over strips met een mooie retro-cover van Dave Stevens, ooit de tekenaar van The Rocketeer dat ik dankzij het stripblad Titanic leerde kennen in de jaren 1990.
Grootste openbare bibliotheek ter wereld
De openbare bibliotheek van Chicago is de grootste ter wereld. En uiteraard hebben ze er strips. Ik houd aan de ingang wat steekproeven. Een exemplaar van Aimée de Jonghs Dagen van Zand ligt in een andere vestiging. Een hele stapel Kuifjes vind ik niet op de verdieping waar ze moesten liggen, en dat is de jeugdafdeling.
In een kast met Nederlandstalige literatuur vind ik wat klassiekers van bij ons, waaronder Het Verdriet van België door Hugo Claus. Hij is de meest bekroonde schrijver in het Nederlandse taalgebied en geboren in Brugge.
Ik leer er uit een boek ook dat de storyboards — in feite een soort stripverhaal dat aan het eigenlijke filmen van een tv-reeks of film voorafgaat — van Game of Thrones het werk zijn van de Ierse striptekenaar William Simpson. Hij werkte onder meer aan Judge Dredd, Batman, Transformers, Hellblazer, Aliens en Indiana Jones voordat hij aan de slag ging als storyboardtekenaar.
Op de stripafdeling van de bibliotheek loop ik een paar uur langs meterslange kasten vol met strips en naslagwerken over strips. Een ervan is een encyclopedie en daarin staat onder meer Willy Vandersteen vermeld. Het is al een oud boek, want zijn overlijdensjaar 1990 staat er niet in vermeld. Ik blijf maar bladeren door het boek, denk dan aan een volgende naam uit België of Nederland en vergeet daarbij dan welke naam ik in de eerste plaats opzoek. Een Jef Nys staat er bijvoorbeeld niet in, Marc Sleen wel. Geen Don Lawrence of Storm, Marten Toonder en enkele van zijn stripreeksen wel, evenals Hans G. Kresse, een Franquin of Morris en Hergé. Ook in andere geschiedenisboeken over strips die ik doorblader veel van die namen.
Tussen de strips zoek ik volop naar vertalingen van strips van bij ons. Binnen de paar seconden heb ik prijs met Iris door Thé Tjong-Khing en Lo Hartog van Banda. Mijn interesse voor de Italiaanse illustrator Kremos met z’n prachtige pin-ups is gewekt door een al even mooi vormgegeven infoblad Arf Forum. In een exemplaar van het tijdschrift over strips, illustraties en wie ze maakt of leest, stuit ik op een foto van een strips lezende Elvis Presley. De fotograaf die hem vergezelde op zijn tournee in 1956 zei achteraf dat hij Elvis nooit een boek heeft zien lezen, strips daarentegen wel. Op de foto verdiept de zanger zich in Betty and Veronica van Archie Comics. Die stripreeks over elkaars beste “frenemies” loopt nog steeds. De jongste jaren zie ik meer en meer andere vormen van beide meiden passeren in illustraties en parodieën, maar die zijn hier niet voor publicatie vatbaar. Hetzelfde ondergingen ook de nochtans brave meisjes Velma en Daphne uit Scooby Doo die ineens sekssymbolen zijn geworden.
Op een paar uur heel wat nieuwe mooie strips en namen leren kennen, waaronder het tof getekende Bandette van Paul Tobin en Colleen Clover. En daar dienen bibliotheken en al zeker fysieke stripwinkels dus voor: vinden wat je niet zoekt en met bijvangst of extra kennis naar huis gaan. Da’s hetzelfde als supervoorbereid op reis gaan en ter plaatse ontdekken dat er nog véél meer is.
Wicker Park
Wicker Park is wellicht de hipste wijk in Chicago. Het zit er vol vintage boetiekjes, boekenwinkels, kunstgalerieën, een stripwinkel, een wereldkeuken aan keuzes, murals,… Erg aangenaam om er doelloos rond te lopen. In de platenzaak Shuga vind ik zelfs comics, het stripblad Heavy Metal en trading cards uit de jaren 1990 met De Smurfen.
Van de keten Reckless Records is er in Wicker Park ook een vestiging. Het is een wreed toffe platenzaak met bijzonder veel concurrentie van andere platenzaken. En daar kom ik al in de straat van een legendarische filmlocatie. Bij de fake en overdreven gepixelde filmaffiches en uitvergrote platenhoezen vind ik nogal wat stripgerelateerde beelden.
Filmgeschiedenis. Dit gebouw in Wicker Park was de locatie voor de platenzaak in de filmklassieker High Fidelity met John Cusack.
Naast waar de platenzaak zat, ligt een winkel met pop culture. En laat ik daar nu wel Grote Smurf vinden en heel wat andere stripfiguren.
Wat verder in de straat ligt Myopic Books met een rek vol tweedehands stripverhalen. In de kelder staan ook nog Franse strips tussen onder meer horror, detectiveromans en andere specifieke genres. In de etalage springt een bundeling van strips van Milo Manara in het oog. Vandaar dat ik binnenstapte.
Quimby's Bookstore
Wie cool zegt, denkt uiteraard spontaan aan strips. En ook daar is er een winkel van in Wicker Park, en wel het naar de strip van Chris Ware vernoemde Quimby. Er is ook een Quimby in New York (ik stond er ooit voor een gesloten deur), maar die heeft niets te maken met de winkel in Chicago, die er eerst was.
Als je denkt iets van strips te weten, kom je bedrogen uit ,want het aanbod is een walhalla van onbekend, obscuur, underground, bizar, indie. De cover is soms beter dan het binnenwerk, want het ligt er ook vol met boekjes van (lokale) artiesten die hun eigen werk publiceren, maar nog het nodige talent ontberen.
Ik koop er een nummer van Dummy, een prachtig infoblad (nummer 2 verscheen afgelopen zomer) dat volledig gevuld is met artikelen over parodie en plagiaat van Mickey Mouse sinds er rechten beginnen te vervallen op de muis van Walt Disney. Die parodieën dateren al van vrij vroeg na de creatie. Er staat een voorbeeld in van een verhaaltje waarin Mickey het muizenholletje van Minnie bezoekt.
De uitbater laat in zijn industriële pand toffe rockmuziek uit de seventies en eighties spelen. Ik complimenteer hem daarvoor. Hij vertelt me dat er laatst een paar meisjes van in de twintig in de zaak waren die wilden weten welk lied er toen speelde en daar verkocht hij dan een plaat van, want die zijn ook in geringe mate te vinden in Quimby.
Moddervette aanrader om er eens langs te gaan. Je zit er toch al in een niet te missen buurt.
Green Mill Cocktail Lounge
Chicago is nog steeds de stad waar de maffia welig tierde. De bekendste godfather, Al Capone, zwaaide er de plak en in stripland woonden en werkten Sammy Day en Jack Attaway er. Je kent ze uit de stripreeks Sammy van Berck en diens opvolger Jean-Pol op scenario van Raoul Cauvin.
Green Mill Cocktail Lounge is in vele opzichten een legendarische bar. Het was vooreerst de favoriete bar van Al Capone. In zijn tijd was het een grotere zaak met nog een restaurant en balzaal erbij, maar de oorspronkelijke booth waar Capone vergaderde met zijn handlangers staat er nog. De enige info die ik leer, is dat de booth aan het eind van de bar was tegen de muur waar hij uitzicht had op de twee ingangen en kon vluchten zodra er een inval was. Daarvoor diende ook een tunnel waar in de tijden van de Prohibition illegale drank in werd gesmokkeld. Ik kom niet te weten of het de linker- of rechterkant was waar hij zat. Een bezoekje aan de tunnel is uitgesloten. Op de website wordt zelfs afgeraden ernaar te vragen.
Elke avond is er een jazzoptreden. Reserveren is uitgesloten, het komt dus aan op geluk of op tijd komen als je een plaatsje wil versieren. De ingang bedraagt 5 tot 15 dollar. In de hele zaak kan je enkel cash betalen. Je moet er ook niet te moeilijk doen of je krijgt met het brutale personeel te maken. Wanneer ik er twee uur te vroeg opdaag en tegen de uitbaatster zegt dat ik er ook graag iets kom eten, antwoordt ze bot: “We zijn geen restaurant”, terwijl ze in een soepje roert. Ik ben dan aan de overkant, in een Ethiopisch restaurant, iets gaan eten. Op Reddit lees ik ondertussen dat er in de bar geen cocktailmenukaart is en dat je het maar best bij klassiekers houdt. Ik studeer er een paar in op basis van wat gebruikers van Reddit elkaar vertelden, zoals de Manhattan, een Old Fashioned en een voor mij onbekende French 75. Met die laatste keuze maak ik indruk op de barman, vlak nadat ik hem eigenlijk had gevraagd om me zijn eigen favoriete cocktail te serveren. Dat wees hij kordaat af en hij liep weg. Niet lastig doen dus.
Er is wel een kaart met biertjes… waaronder een Belgische Stella Artois, de gewone en de non-alcoholische variant. Wanneer de man naast me aan de bar me vraagt waar ik vandaan kom, wijs ik naar het Stella-lijntje. Hij geeft me nog tips van andere jazzclubs. In ruil trakteer ik hem en die traktatie krijg ik terug. Hij koopt ook een borrel Malört voor me die volgens tradities aan nieuwkomers in Chicago wordt geschonken om een beetje af te tasten welk vlees ze in de kuip hebben. Meestal is die gratis en je moet al een insider zijn of op vraag van een local om die te krijgen. Hij moet er echter voor betalen, maar het samenzweerderige tussen de barman en mijn nieuwe beste maat heb ik wel gezien. Ik kap het in één teug binnen. Niet zo straf, erg kruidig en zoet. Malört wordt in combinatie met het biertje Old Style ook geserveerd als een Chicago Handshake.
O ja, ik was er dus voor de muziek. Elke maandagavond treden Joel Paterson and friends er op. Paterson duikt eventjes op in het laatste seizoen van Twin Peaks. Ik zal eerlijk zijn, ik ken geen fluit van jazz. De enige naam die ik ken en die in Green Mill optrad, is Billie Holiday. Ik vind dit genre vaak geen enkele weg opgaan, een eindeloos lijkende jamsessie. Maar het optreden kan ik wel smaken. Tijdens de twee pauzes komen de muzikanten gewoon bij ons aan de bar staan. Paterson vertelt me dat hij al in België heeft opgetreden, in Turnhout. Ik kan hem nu wel nog oprecht zeggen dat er veel jazzliefhebbers zijn in België zonder mezelf daarbij te vernoemen. Als ik België in het buitenland in enkele woorden opsom, heb ik meestal wel prijs met chocolade, bier, wafels en Brugge. In deze bar volstaan bij deze personen de saxofoon en Toots Thielemans. Aan mijn toogvriend zeg ik er nog bij dat Toots het introliedje van Sesamstraat heeft gecomponeerd en met de harmonica heeft gespeeld.
Op donderdag gaan de tafels en stoelen weg, want dan is er elke week een swingavond en wordt er gedanst.
Streetart
Tussendoor blijft het genieten van metershoge en -lange streetart, in zowel het centrum van de stad als in buitenwijken.
Busy Beaver Button Museum
Buttons, buttons, buttons (of badges). De collectie van het Busy Beaver Button Museum telt er 65.000. Ze beweren het enige en dus tegelijk grootste buttonmuseum ter wereld te zijn. Een selectie ervan hangt aan een lange muur in kaders en in een paar ladenkasten. De rest (zoals een vijftal buttons met De Smurfen) zit in een archief, nauwkeurig bijgehouden door een werknemer die was opgeleid tot bibliothecaris.
Het museum is eigenlijk gevestigd in een fotokopiezaak en een bedrijf dat zelf buttons fabriceert. Als bezoeker sta je gewoon tussen de erg vriendelijke mensen die er hun job uitvoeren. Ik mag ze alles vragen en ik krijg ook wat uitleg. Tussen de duizenden buttons die ik te zien krijg, zitten er heel wat van politieke aard, speldjes van clubs en verenigingen en uiteraard heel veel pop culture met stripfiguren. Ik zie er heel wat geschiedenis en nostalgie passeren.
Harry Caray's Italian Steakhouse.
Harry Caray was een legendarische, Amerikaanse sportverslaggever, voornamelijk voor baseball. Ik word meer door het mooie bakstenen gebouw tussen de wolkenkrabbers aangetrokken om er als late lunch een soepje te drinken. Het door Caray opgerichte Italian steakhouse heeft een pompeus donker interieur voor een restaurant en bar waar de tijd is blijven stilstaan. Stella Artois van het vat. Honderden foto’s van beroemdheden uit de sport- en entertainmentwereld aan de muren.
Wanneer ik naar het toilet ga, ontdek ik twee ingekaderde originelen van de krantenstripreeks Shoe van Jeff MacNelly en ook een karikatuur van Caray van MacNelly’s hand. De twee gags hebben baseball als onderwerp. De komische reeks vertelt over werknemers bij een krant, allen getekend als vogels.
In het toilet hangt een pin-up van Vargas, een beroemde tekenaar en airbrushpionier, wiens “Vargas girls” in onder meer Playboy en Esquire stonden. In de grote bar hangt dan weer tussen de vele foto's een illustratie uit de detectivereeks Dick Tracy. Die zie je later nog prominenter terug.
Chicago Comics
“Njaaa, ik weet niet of ik die wel wil verkopen.” Aan het woord is de oprichter van Chicago Comics, de oudste stripwinkel van de stad uit 1986. Ik deed navraag naar een gelimiteerde poster van Blueberry, met een dubbele handtekening van Gir/Mœbius alias Jean Giraud. De uitbater heeft hem niet verkocht en ik zeg hem dat ik begrijp waarom. Er zou trouwens het praktische probleem geweest zijn dat naar huis te krijgen.
In de plaats koop ik een naslagwerk over Heavy Metal en een anthology met oude stripverhalen uit dat stripblad dat begon met het Franse Métal Hurlant (zie ook deze expo in Brussel). Ik kies ook een oud boek over de geschiedenis van undergroundstrips en een paar van die blaadjes met het werk van Robert Crumb. In de winkel staat ook de vertaling van Zondag van Bruggeling Olivier Schrauwen en de Andy Warhol-biografie van Nederlander Typex. De eigenaar vertelt me dat hij nog in de Amsterdamse stripwinkel Lambiek is geweest dankzij een contact via Chris Ware en er met oprichter Kees Kousemaker heeft gesproken. “Good memories”, mijmerde hij. Hij is zelf een liefhebber van undergroundstrips.
De winkel is een geweldig pand met hout, metaal en baksteen. Papier gaat daar heel mooi mee samen. Groots aanbod ook van comics, graphic novels, manga, blaadjes van lokale tekenaars, pop culture, merchandising,…
Michiganmeer
Hoe dichter we het Michiganmeer naderen, hoe meer de strandwandeling aan Montrose Beach verzandt in een sneeuw- en ijswandeling. Op het uiterste puntje van een godverlaten pier klotst het rustig deinende, appelblauwzeegroene water zachtjes tegen het hout en beton. Het doet af en toe een stuk krakend pakijs uit elkaar vallen dat glinstert in de stralende zon die mijn rug verwarmt. Wandelaars kunnen in de groene strook achter de lage duinen vogels spotten. Eekhoorns onderbreken hun winterrust om voedsel te zoeken.