Vernissage expo 50 jaar Métal Hurlant

29 november 2025 Fotoreportages
tekst en foto's: David Steenhuyse

 

In 1975 richtten de Franse stripmakers Jean-Pierre Dionnet, Philippe Druillet, Bernard Farkas en Jean Giraud alias Mœbius Métal Hurlant op. Al snel groeide het uit tot een experimenteel en baanbrekend stripblad dat een grote impact kende op strip- én filmmakers, voornamelijk in het sf-genre. Of om tekenaar Serge Clerc te citeren: “We waren piraten en bandieten, het was echte rock-'n-roll!" Het Brusselse Stripmuseum viert de vijf decennia waarin Métal Hurlant evolueerde, uitbreidde naar het Amerikaanse Heavy Metal, ten onder ging en herrees. De expo belicht het werk van de pioniers en presenteert tegelijk dat van de nieuwste generaties — waaronder Belgen en Nederlanders — die gloednieuwe verhalen maken voor het wederopgestane, revolutionaire blad. Welkom aan boord van het ruimteschip Métal Hurlant, dat je meeneemt naar grenzeloze fantasie met verbluffende teken- en schilderstijlen. 

 

Blueberry-moeheid

Halverwege de jaren 1970 was Jean Giraud Blueberry beu. Hij was het razende tempo moe. Op dat moment hadden zijn scenarist Jean-Michel Charlier en Giraud ook een financieel conflict met uitgeverij Dargaud en dat kwam Giraud goed uit als alibi om na een tweetal jaar, waarin hij enkel joints rookte, zich amuseerde, vrienden bezocht en veel lachte, elders dan in het Franse stripweekblad Pilote te publiceren. Hij brak los uit de cocon die hij zelf had gespind en wou geen slaaf meer zijn van zijn eigen werk. Het tekenen van Blueberry was een jeugddroom die in vervulling was gegaan. Zodra hij vond dat zijn schuld aan de adolescent in hem was betaald, kon hij een andere wereld betreden. Hij creëerde met zijn drie kompanen niet alleen Métal Hurlant, maar tegelijk de uitgeverij Les Humanoïdes Associés op 19 december 1974. In het eerste trimester van 1975 kwam het eerste nummer van hun nieuwe blad uit.

Op de expo zijn een maquette van het eerste nummer en de originele tekening van het door Étienne Robial ontworpen logo te zien. Het logo met de bliksemschicht werd wereldberoemd en werd overgenomen in buitenlandse edities, ook in Zwaar Metaal, een Nederlandse editie die het vier nummers volhield, en het veel groter geworden Amerikaanse blad Heavy Metal. Vanaf nummer 9 werd Métal Hurlant een maandblad. Het doelpubliek was duidelijk de volwassen lezer. De oprichters hadden in Amerikaanse undergroundcomics al gezien wat mogelijk was.

In het eerste nummer kon Mœbius uitpakken met een eerste kort verhaal, Approche sur Centauri, het woordeloze Arzach en later De Hermetische Garage (1979). Deze twee laatste zetten alle geldende stripconventies uit die tijd overboord en baarden internationaal opzien. Arzach groeide uit tot een wereldwijde referentie bij Europese, Amerikaanse tot Japanse auteurs, hoewel Mœbius tijdens het tekenen zelf ook niet helemaal wist wat hij aan het doen was. 

Samen met Charlier startte hij in Métal Hurlant ook de western Jim Cutlass, later opgevist door Casterman voor een langere stripreeks met Christian Rossi als tekenaar en Charlier en Giraud als scenaristen.

Mœbius en Jodorowsky

Ik had het genoegen Nausicaa Giraud, de jongste dochter van de in 2012 overleden striptekenaar., te ontmoeten. Ik opende het gesprekje door haar te zeggen dat ik de laatste jaren de wereld rondreis en dat op elk van mijn reizen er vijf striptekenaars zijn wiens werk ik blijf terugzien, of het nu in boekenwinkels, stripwinkels of musea is. En dat zijn Hayao Miyazaki (naar wiens personage Nausicaa zij is vernoemd en die zelf in Giraud een inspiratiebron vond), Charles M. Schulz (Peanuts, Snoopy), Hergé (Kuifje), Art Spiegelman (Maus) en haar papa. Daar keek ze niet eens van op, want dat weet ze zelf. Samen met haar moeder runt ze een uitgeverij die het werk van haar vader in prachtige nieuwe uitgaven blijft (her)uitgeven en die worden wereldwijd verspreid en verkocht.

Ik vertelde haar ook dat ik de hand van Jean Giraud in gips heb gezien in het stripmuseum van Kyoto en ik vroeg haar of zij de strips van haar vader op een andere manier leest als wij, gewone stervelingen. Dat klopt inderdaad. Zij kan achterliggende verhalen knopen aan de pagina's of tekeningen waar hij op dat moment aan werkte, hoewel ze pas geboren werd in zijn latere levensjaren.

Ze verbloemde ook Mœbius' uitspattingen met psychedelische hulpmiddelen niet, maar dat heeft hij allemaal doorstaan. Het is nu ook geen reclame om dat te vernoemen als een motor voor zijn ongebreidelde fantasie, grotendeels in samenwerking met een ander fenomeen wiens werk in feite ook wereldwijd verkocht raakt: de Chileense scenarist en filmmaker Alejandro Jodorowsky

De intussen 96-jarige Jodo is nog steeds aan de slag. Hij was de eerste die van Dune een film wou maken. Hij was er ook bij op de startvergadering van Métal Hurlant. Toen was hij bezig met de voorbereidingen van zijn verfilming van de sf-roman Dune. Hij vroeg Mœbius hem te assisteren voor het design van de film. Op de expo zie je een van de duizenden storyboardtekeningen die Mœbius heeft getekend. Het Dune-project zat al in een vergevorderd stadium, maar strandde voortijdig, zoals met de meeste filmprojecten het geval is. Dit gefaalde stripproject leidde wel naar een samenwerking voor een eigen sf-verhaal: de stripreeks De Incal.

Lees ook: Jodorowsky's mislukte Dune-verfilming

Lees ook: 2,66 miljoen euro voor Jodorowsky's Dune-storyboard

Gelijkgestemde zielen

In Métal Hurlant konden gelijkgestemde zielen eveneens hun ei kwijt. Toen nog volslagen onbekende auteurs als Jacques Tardi, Enki Bilal, Jacques Ferrandez, Ted Benoit en de Belg François Schuiten kregen en grepen hun kans. De expo brengt ook het werk van Chantal Montellier, Philippe Caza en Hans Ruedi Giger (de ontwerper van het angstaanjagende ruimtewezen in Alien, waarvoor Mœbius ook werd ingeschakeld) in herinnering. Uiteraard staan ook originelen van Druillet en Dionnet in de spotlichten. 

Covers, covers, covers

Een mooi en veelzijdig overzicht zijn de paar honderd covers die op tientallen strekkende meters te bewonderen zijn. Het levert op zich al een mooi staalkaartje van wat Métal Hurlant te bieden had. Momenteel loopt er een Amerikaanse crowdfundactie op Kickstarter voor een artbook met covers van Heavy Metal en drie dikke integrales die de reeksen Druuna, Segmenten en Ranx bundelen. Op het moment van schrijven haalde de campagne al meer dan 700.000 dollar.

Invloed op films

Tussen het prachtige coveroverzicht hangt de filmaffiche van de Canadese tekenfilm Heavy Metal uit 1981 waarvoor Ivan Reitman — yep, de regisseur van Ghostbusters — als producer optrad. De regisseur was Gerald Potterton die naam en faam verwierf als regisseur van de The Beatles-musicaltekenfilm Yellow Submarine (1968). Heavy Metal is een anthology van wat er in Métal Hurlant en de Amerikaanse evenknie Heavy Metal te lezen was, gebaseerd op origineel werk van Richard Corben, Angus McKie, Dan O'Bannon, Thomas Warkentin en Bernie Wrightson. Onder meer Black Sabbath, Blue Öyster Cult, Sammy Hagar, Don Felder, Cheap Trick, DEVO, Journey en Nazareth leverden songs voor de soundtrack.

De tekenfilmmakers wilden ook Mœbius' Arzach als kortfilm opnemen, maar door allerlei rechtenkwesties tussen het Amerikaanse tijdschrift Heavy Metal en het Franse Métal Hurlant, dat op zijn beurt financieel belang had bij een andere tekenfilm die Mœbius samen met René Laloux (Les Maîtres du Temps waarvoor Mœbius een duizendtal storyboardtekeningen maakte) aan het maken was, kwam het er niet van. De rechten werden niet vrijgegeven waardoor Mœbius niet kon meewerken. De Amerikanen hielden zich echter niet aan de afspraak en gebruikten tóch elementen uit Arzach. Mœbius had geen zin om ertegen te strijden en weerhield collega Dionnet van zijn voornemen om er een rechtszaak van te maken. Bovendien maakte Métal Hurlant, hun eigen blad, zelf reclame voor de tekenfilm. In 2000 kwam een tweede tekenfilm uit onder de titel Heavy Metal 2000 of Heavy Metal F.A.K.K.2 met dezelfde inspiratiebronnen. De impact hiervan lag vele malen lager. 

Het Amerikaanse Heavy Metal verscheen sinds 1977 en kwam tegelijk op met de heavy metal-muziek. Men is het er nog over oneens waar de naam van het muziekgenre exact vandaan komt. In 2012 liep ook de Frans-Belgische tv-reeks Métal Hurlant Chronicles met twaalf afleveringen die verhalen uit het stripblad bewerkten. Onder meer het fotomodel Kelly Brook en de Nederlandse steracteur Rutger Hauer speelden er rolletjes in.

Een voorbeeld van de impact van Métal Hurlant/Heavy Metal is te vinden bij Ridley Scott. Toen hij in 1983 zijn film Blade Runner kwam presenteren, stond hij erop Enki Bilal te ontmoeten, enkel om hem en nog wat andere auteurs, zoals Druillet, Mœbius en Jean-Claude Mézières, te bedanken voor hun strips die uiteindelijk Blade Runner hebben geïnspireerd. Mœbius is trouwens de designer van kostuums voor de films Blade Runner en James Camerons The Abyss.

Voor Tron verzorgde Mœbius in 1980 concept art voor de futuristische wereld, machines en personages in de film. Hij kwam bij Disney, de studio die de film producete, terecht dankzij regisseur Steven Lisberger die hem kende van zijn sf-strips die werden gepubliceerd in Heavy Metal. Maar het grootste werk aan de preproductie van de film lag eigenlijk al achter de rug. Behalve een uitgewerkt storyboard bedacht hij enkele achtergronden in de sf-sfeer en wat slimmigheden die de handelingen van de personages ten goede kwamen. In datzelfde jaar startte hij met De Incal. Voor de fantasyfilm Willow (van de studio van Georges Lucas) maakte hij ontwerpschetsen. 

Stan Lee was een van Mœbius' grootste fans, in die mate zelfs dat hij voor geen enkele tekenaar zo veel bewondering opbracht als voor Mœbius. Samen maakten ze een Silver Surfer-verhaal dat nog hoogoplopende ruzies bij de lezers opriep. De vraag was welke Silver Surfer nu de beste was: de originele van Jack Kirby (of eigenlijk meer John Buscema die de spin-off op Fantastic Four groot zou maken) of die van Mœbius. In de duikbootfilm Crimson Tide (1995) van Ridley Scott met Gene Hackman en Denzel Washington zit precies zo'n ruzie tussen twee mariniers. De dialoog werd er ingestopt door Quentin Tarantino die de film kwam depanneren door mee te werken aan het script en de dialogen. Hij staat niet op de aftiteling vermeld. In de film neemt het personage van Washington een van beide matrozen in vertrouwen. Dat ze allebei de originele Silver Surfer prefereren, schept een band. Mœbius kwam dit te weten in de bioscoop, toen hij naar de film keek. Een verbazende ervaring. En Stan Lee? Hij beschouwt de Silver Surfer-cyclus die hij voor Giraud schreef tot het beste van zijn carrière. Honderdduizenden anderen zullen het ook geweten hebben. Lee zei dat namelijk in een documentaire voor de dvd-extra's van de tweede Fantastic Four-film, Rise Of The Silver Surfer uit 2007.

Andere rechtstreekse en erkende invloeden zijn er voor Mad Max, The Fifth Element en tal van sf-regisseurs.

Dionnet ontwikkelde zich op zijn beurt tot een hoge pief in de Franse tv-wereld. De rockliefhebber stampte mee het tv-programma Les Enfants du Rock uit de grond, waarin behalve muziek ook strips, films en moderne kunst aan bod kwamen. Hij presenteerde zeventien jaar lang een filmprogramma op de Franse betaalzender Canal+ en hij hielp in Frankrijk de Aziatische cinema populair maken.

Reboot

Métal Hurlant liep twaalf jaargangen. In augustus 1987 verscheen het laatste nummer 133. Het striplandschap rond het blad was intussen volwassener geworden, er was sterkere concurrentie opgedoken met Circus (Glénat), Pilote en Charlie (Dargaud) die moesten fuseren en (A Suivre)/Wordt Vervolgd (Casterman). Elk van deze bladen was hierna geen lang leven meer beschoren. De verkoop drong terug. Lezers kochten liever albums met verhalen die ze in één keer konden lezen en andere media wonnen snel terrein. 

In juli 2002 kwam de titel terug als een bimestriële vergaarbak voor jonge auteurs van beide kanten van de Atlantische Oceaan. Het verscheen in het Frans, Engels, Spaans en Portugees. Ook dat avontuur eindigde in een stopzetting in 2004 en een eenmalig nummer in 2006 om het einde ervan concreet te maken. De nummering pikte weer op na de eerste stopzetting. Deze tweede jeugd liep van nummer 134 tot 146.

In 2021 werd een nieuwe poging ondernomen om het blad te herlanceren na een succesvolle crowdfundcampagne. De trimestrieel verschijnende reboot presenteert tot op heden herdrukken van oude verhalen, geestdriftig aangevuld met gloednieuw werk van over de hele wereld. Daar nemen ook Nederlanders als Pim Bos, Jorg de Vos, Aimée de Jongh en jonge Belgen als Eliot aan deel. De huidige hoofdredacteur is de Belgische scenarist Jerry Frissen, voor onder meer de stripreeks Meta-Baron de opvolger van Jodorowsky. Met een nieuwe nummering vanaf nummer 1 zijn er op het moment van schrijven zestien Franstalige nummers verschenen.

Het werk van deze nieuwere auteurs beslaat zowat de helft van de expo. Wat je er te zien krijgt van voornoemde tekenaars en bijkomende dames en heren als Beb-Deum, Olivier Ledroit, Laurent Durieux, Thibault Feron, Afif Khaled (tevens de tekenaar van de affiche van de expo), Ugo Bienvenu, Abdel de Bruxelles, Lolita Couturier en anderen nodigt uit tot meerdere bezoeken. De opstelling met gangen als in een ruimteschip laten je namelijk dwalen en verdwalen met steeds nieuwe ontdekkingen. Neem er dus je tijd voor.

De expo Klaar voor Boarding - 50 jaar Métal Hurlant loopt nog tot 17 mei 2026. 

Praktische info: www.stripmuseum.be