21 of 248
Willy Vandersteen leert klungelende Jo-El Azara een lesje
Geen enkele striptekenaar kan zeggen dat hij nog heeft gewerkt met of voor Peyo, Will, André Franquin, Hergé, René Goscinny, Greg en zelfs Willy Vandersteen. Niemand, behalve de in het Vlaams-Brabantse Drogenbos geboren tekenaar Joseph Loeckx die onder zijn pseudoniem Jo-El Azara vooral is bekend van Taka Takata, een komische reeks over een bijziende Japanse soldaat.
Willy Vandersteen was Azara's eerste werkgever in het stripvak. Op zijn zestiende liep Azara school aan Sint-Lucas om er te leren tekenen in Brussel om kort daarna Vandersteen te onmoeten. En dat zou hij zich nog lang heugen. Azara: "In de grote vakantie van 1952 zocht ik een bijverdienste en klopte ik bij Vandersteen aan die me meteen aanwierf om hem te helpen bij De Lachende Wolf, een avontuur van Suske en Wiske waar hij dagelijks een halve pagina' van tekende voor de Vlaamse kranten en waarvan het album in 1953 verscheen (1955 in het Frans bij Érasme). Hij vertrouwde me het tekenen van de kaders van de prenten toe, leerde me in schuine letters te schrijven, enzovoort. Vervolgens liet hij me zijn potloodtekeningen inkten waar hij om 9 uur 's morgens aan begon en die hij vóór 17 uur af moest hebben zodat ze gedrukt konden worden voor de krant van morgen. Ik herinner me de eerste keer dat hij me vroeg om twee stroken te inkten die hij vroeger klaar had dan verwacht. Ik kwam tot een min of meer correct resultaat en ik begon de potloodtekeningen heftig uit te gommen. Daarbij stootte ik de pot Chinese inkt om die ik niet had dichtgedaan. Vandersteen gaf me een tube witte verf en een penseel zodat ik het zwart tussen de tekeningen en de teksten kon overschilderen. Ja, zelfs tussen de teksten! Ik had ze allemaal opnieuw willen schrijven, ze uitsnijden en ze erover willen plakken, maar daar was geen sprake van: ik moest en zou alles opnieuw met het penseel tekenen. Tegenwoordig zou niemand dat nog doen, maar dat was een goede les, want sindsdien vergat ik nooit meer om een pot met Chinese inkt te sluiten voor ik mijn pagina's uitgom." De twee stroken waarvan sprake staan bij dit artikel afgebeeld.
Vanaf 1954 kon Azara eigen strips en illustraties kwijt in het stripweekblad Ons Volkske (Junior in het Frans) en Pat. Als gevolg van zijn vakantiejob bij Vandersteen ging Azara terug naar school om er verder te leren tekenen. 's Avonds tekende hij strips die hij de dag erop aan zijn vrienden toonde. Op een dag kwamen die pagina's onder ogen van een leraar. In die periode werd er op de tekenschool nog neergekeken op strips. De leraar nam de pagina's in beslag er verscheurde er zelfs een. Datzelfde jaar klopte hij aan bij Hergé om te vragen of er geen werk was voor hem. Op de studio liepen al Bob De Moor rond, inkeurster Josette Baujot, een secretaris die zich ook over de teksten ontfermde, terwijl Jacques Martin net was aangenomen. Azara bleef er zeven jaar. Hij werkte mee aan de Kuifje-albums De Zaak Zonnebloem, Cokes in Voorraad, Kuifje in Tibet en De Juwelen van Bianca Castafiore.
Azara overleed in 2023. In ons overlijdensbericht van toen overlopen we zijn carrière waarin voornoemde samenwerkingen aan bod komen.
Bron: Gilles Ratier — BDzoom.com, 7 juni 2016
21 of 248