Weetjes over Jean Van Hamme

11 juli 2026 Flashback

In het uin 2015 verschenen boek Mémoires d'Écriture, uitgegeven door Bamboo onder het label Grand Angle, blikt Jean Van Hamme op een drafje terug op zijn carrière. Het boek is rijkelijk voorzien van illustraties en is snel uitgelezen. We haalden er niettemin een sliert weetjes uit die wellicht minder tot geheel niet bekend zijn.

Jean Van Hamme als stripvertaler

Op zijn vijftiende of zestiende schreef hij zijn eerste kortverhalen van 2 tot 3 pagina's. Hij zag zichzelf al als de volgende Ernest Hemingway of Georges Simenon, maar de teksten waren nog vrij schools. Zijn enige publiek was zijn vader. Zijn moeder overleed op jonge leeftijd. 

Enkele jaren later zag hij een van zijn teksten gepubliceerd in een obscuur literair magazine onder het pseudoniem René Pageant. Zijn vader had de tekst opgestuurd naar het magazine terwijl Jean op reis was. Bij terugkeer presenteerde vaderlief een cheque van 250 Belgische frank voor de publicatie van het verhaal. Jean heeft zijn eerste auteursrechten nooit verzilverd en de cheque als een talisman bewaard. 

Tijdens zijn universiteitsjaren kreeg hij de kans om Amerikaanse strips te vertalen die in het weekblad Le Moustique verschenen, de Waalse tegenhanger van Humo, toen eveneens uitgegeven door Dupuis. Charles M. Shulz' Peanuts was een van die reeksen. Dit eerste stripgerelateerde werk oefende hij verschillende jaren uit.

Jean Van Hamme als ondergewaardeerd gagschrijver

Dankzij Greg, met wie Van Hamme snel bevriend raakte, kreeg de man die graag verhalen vertelde de opdracht om enkele scenario's te vervolgen die on hold stonden, met name Gregs eigen verhalen. Voor André Franquin schreef hij in 1955 enkele gags van Ton en Tineke waarvan Franquin er maar een paar gebruikte (en die hij netjes betaalde). Tussen 1968 en 1969 schreef hij een dertigtal gags voor achtereenvolgens Dino Attanasio en Mittéï die Ton en Tineke hadden overgenomen. Het was voldoende om erachter te komen dat komische strips zijn kopje thee niet waren. Attanasio keek neer op het vak van scenaristen. Hij vond het zelfs beledigend dat Van Hamme om zijn centen vroeg. In een beleefde brief legde de tekenaar uit dat Van Hamme het net een eer moest vinden om voor zo'n groot tekenaar als Attanasio te mogen werken. De grote tekenaar schreef niettemin een cheque uit met een klein bedrag. Van Hamme drong niet verder aan. Hij liet het schrijven voor wat het was na een paar laatste gags voor Mittéï.

Jean Van Hamme als mislukt hoofdredacteur

Behalve een diploma van handelsingenieur, had Van Hamme ook een licentie als journalist. Dat vond hij in 1968 sterk genoeg om Yvan Delporte op te volgen als hoofdredacteur van het weekblad Robbedoes. Zijn eerste zet was om Franquin, Jean Roba, Peyo en Morris — de "fantastic four" — te bezoeken om hen achter zijn kandidatuur te laten scharen. Hij leerde snel dat ondanks de vriendelijke ontvangst het hen geen zier kon schelen wie de nieuwe hoofdredacteur zou worden. Uitgever Charles Dupuis trok zich daar wél wat van aan. Een avontuurlijk cv en een gebrek aan ervaring op tijdschriftgebied waren niet de doorslaggevende argumenten om hem niet aan te nemen. Het feit dat Van Hamme enkele maanden tevoren het softerotische Epoxy (getekend door Paul Cuvelier) had geschreven, werd hem daarentegen het meest aangewreven. Iemand die in staat is tot het schrijven van zulke vunzigheden hoorde niet thuis aan het hoofd van een blad voor jongeren. Van Hamme ging opnieuw aan de slag in de businesswereld, nu voor Philips International, terwijl hij nog wel strips in opdracht van Greg bleef schrijven.

Jean Van Hamme als grondlegger van het Franco-Belgische one-shot

Het complete verhaal Een Avontuur Zonder Helden was een groot risico. Het weekblad Kuifje publiceerde gags en reeksen met weerkerende hoofdpersonages, geen eenmalige avonturen zonder specifieke helden. Met enige reserves raakte het toch gepubliceerd in 1975, maar het was nog wachten tot 1977 voordat het in album verscheen Volgens Van Hamme was dit het allereerste Franco-Belgische one-shot. Voor de samenwerking werden Dany en Van Hamme beloond, want door de herdrukken raakten er meer dan honderdduizend exemplaren van verkocht. 

Van Hamme merkte op dat enkel Dany zich verzette tegen wat Van Hamme het rechtmatig, gedeeltelijk eigendom van de originele platen betrof en wat door een Franse gerechtelijke uitspraak ook werd bevestigd. Ook Dany leek het werk van een scenarist niet correct in te schatten. Voor de lay-out van een luxeversie was er een opmerkelijk verschil in grootte tussen de namen van de tekenaar en de scenarist op de titelpagina. Dany was verantwoordelijk voor deze lay-out. Maar vandaag zijn ze de beste vrienden.

Jean Van Hamme als schrijver van Guust en De Smurfen

Ook voor Franquins Guust mocht Van Hamme ideeën leveren. Van het twintigtal gags hield Franquin er tien achter die hij rijkelijk betaalde. Hij gebruikte er uiteindelijk drie in mei 1972. Met onderstaand briefje bedankte hij de scenarist. In die periode hengelde ook Roba naar input van Van Hamme voor de gagreeks Bollie & Billie. Maar de scenarist heeft nooit een gag voor die reeks kunnen bedenken. In 1965 of 1966 had Van Hamme ook een synopsis opgestuurd naar Yvan Delporte voor een verhaal van De Smurfen met de titel De Avonturen van de Nieuwe Smurf. Hij bewaarde er geen kopie van, noch ontving hij een bericht van ontvangst. Dat verhaal moet ergens verloren geraakt zijn.

Jean Van Hamme in het zwart

Niet alleen door sommige tekenaars van gagreeksen werd Jean Van Hamme beschouwd als een noodzakelijk en liefst onderbetaald kwaad, ook in het realistische genre werden zijn eerste producties niet naar waarde geschat. Voor het Duitse stripblad Zack (waarvan eventjes de Nederlandstalige variant Wham! bestond) creëerde Édouard Aidans (toen bekend van Toenga) de reeks Tony Stark, een soort hedendaagse, ecologische cowboy naar een Duitse tv-reeks. Niemand had door dat er al een Tony Stark (Iron Man) bestond aan de overkant van de oceaan. In de zomer van 1975 stelde Aidans aan Van Hamme voor om na een door hemzelf geschreven eerste aflevering de reeks te vervolgen als scenarist. Aidans werd in het zwart betaald, in Duitse mark ook nog. Hetzelfde ging op voor Van Hamme die Aidans onder tafel betaalde. Hij kreeg 25% van de rechten op één voorwaarde: Van Hammes naam mocht nergens vermeld worden. Er bestond geen ondertekende overeenkomst. 

Toen de Franco-Belgische reeken uit Zack door Novedi in album raakten uitgebracht, nog steeds zonder naamsvermelding, kreeg Van Hamme af en toe enkele centen uitbetaald door Aidans. Na vier albums maakte Van Hamme zijn rekeningetje en presenteerde dit aan Aidans. Die trok grote ogen. Hij beweerde dat hij regelmatig 15% (dus 10% minder dan mondeling afgesproken) van de rechten betaalde, wat hem voldoende leek. Het leerde Van Hamme tenminste de waarde van geschreven contracten. Vele jaren later herinnertde Aidans zich nog altijd niets van de oorspronkelijke overeenkomst, althans volgens Van Hamme. 

In 2015 nam de benadeelde scenarist wraak. Bij het Franse Artège vercheen in januari 2015 een heruitgave van De Poema die een Miljoen Waard Was. Mèt de naam van Jean Van Hamme op de cover. Hij eiste en kreeg ook 50% van de auteursrechten! 

In 2023 bundelde BD Must alle verhalen van Tony Stark in twee integrales. De namen van Aidans en Van Hamme prijken even groot op de cover. In de eerste integrale staat het verhaal Het Wolventribunaal dat tot dan nooit in het Nederlands was verschenen. Hetzelfde gold voor De Diamanten van Meneer D. dat speciaal voor de tweede integrale was vertaald.

Jean Van Hamme en Thorgal

Onderstaande wenskaart tekende Grzegorz Rosinski in 1975 voor zijn vriend Van Hamme met een duidelijke verwijzing naar hun eerste verhaal De IJsgodin

Van Hamme hield meticuleus cijfers bij. In de dertig jaar dat hij Thorgal schreef, raakten er 9.613.596 albums in het Frans en 1.927.618 in het Nederlands verkocht. En dan zijn er nog de albums in andere talen (Thorgal is vertaald in zeventien talen). Ter vergelijking: van De Chninkel, die andere grote samenwerking tussen Van Hamme en Rosinski, zijn meer dan vierhonderdduizend exemplaren verkocht, alle herdrukken incluis. 

Jean Van Hamme als filmscenarist

 In 1978 was er nog geen sprake van albums van Thorgal. De geringe opbrengst van de albumverkoop van Domino, Harlekijn en Michael Logan en de lager dan verwachte rechten van zijn eerste roman volstonden nauwelijks om van te leven. Zijn spaargeld was op, zijn eerste vrouw was ervandoor met een jongere "en sympathiekere" man, hij moest het pension betalen van zijn twee kinderen, de hypotheek op zijn huis van 14% was torenhoog (waardoor hij moest onderverhuren), maar gelukkig was er zijn nieuwe partner sinds twee jaar Huguette Marien die de kosten voor het huishouden met Van Hamme deelde. 

Hun beider virus om te reizen kostte een lieve cent (in 2015 hadden ze 119 landen bezocht), ook al gebeurde dat met een rugzak en via lokale bussen. Van Hamme moest zijn schrijfactiviteiten diversifiëren wilde hij als schrijver aan de bak blijven. Irène, de echtgenote van Serge Silberman, die de filmrechten — toen al! — op twee romans van Largo Winch had gekocht, had zelf de rechten gekocht van Diva, een roman uit 1979 van Delacorta, het pseudnoniem van Daniel Odier. De uitgekozen regisseur Jean-Jacques Beineix (de latere regisseur van Betty Blue) slaagde er niet in het verhaal naar een filmscript om te zetten. Irène Silberman zocht een schrijver die Beineix kon helpen en die niet te veel zou kosten: Jean Van Hamme. De release in 1981 brak geen potten... tot de film vier Césars (het Franse equivalent van de Oscars) won waarop er twee miljoen Fransen gingen kijken en het een cultstatus verwierf. Diva kreeg ook een BAFTA-nominatie (een Britse filmprijs) voor beste anderstalige film. Het stilistisch meesterwerk beïnvloedde Franse regisseurs als Luc Besson. Van Hamme kreeg toen een in dit geval rijkelijke 2% van de opbrengst wat hem dezer dagen nog altijd tussen de 2.000 en 3.000 euro per jaar oplevert. 

Na Diva schreef Van Hamme een andere filmbewerking: Meurtres à Domicile naar de roman Hôtel Meublé van Thomas Owen. In dezelfde periode schreef hij drie televisiefilms voor een coproductie tussen de RTBF (Wallonië), TF1 en A2 (Frankrijk): Jackson ou le Mnémocide, San Francisco en Les Magiciens du Mercredi

In andere gevalen heeft hij scenario's geschreven voor filmprojecten die nooit werden verwezenlijkt. Sommige bleven in de lade liggen, andere herwerkte hij soms ettelijke jaren later naar nieuwe stripreeksen, bijvoorbeeld S.O.S. Geluk, De Telescoop en Wayne Shelton, maar ook De Meesters van de Gerst dat pas veel later dan oorspronkelijk (1980) naar een tv-reeks (1996-1998) leidde. Zijn laatste audiovisuele productie is Rani waarvan hij acht afleveringen schreef van elk 90 minuten met opnames in Frankrijk en Indië met een budget van 14 miljoen euro en met een gastrolletje voor zichzelf en zijn echtgenote. De Franse televisiezender France 2 had het onzalige idee om de uitzendingen te programmeren tegenover The Mentalist op TF1 dat wekelijks meer dan 9 miljoen kijkers lokte. Rani was op de Franse tv een flop. De achtdelige stripbewerking door Alcante met Francis Vallès (die al De Meesters van de Gerst had getekend) als tekenaar liep tussen 2009 en 2020.

Jean Van Hamme en het probleem ksiii

Leuk om te weten is dat de verkoop van de eerste albums van XIII per nieuw album fors steeg. Uit peilingen van uitgeverij Dargaud bleek echter dat de bekendheid gering was. De uitleg was eenvoudig: 90% van de respondenten kende geen Romeinse cijfers. Wanneer ze om de nieuwe XIII gingen, vroegen ze in boekhandels naar "ksiii" of "X drie". Voor alle duidelijkheid bij twijfelaars: "XIII" spreek je uit als "dertien".

Jean Van Hamme schreef de formule van Professor Satō

Edgar P. Jacobs dacht in 1968, op de vernissage van een door Greg georganiseerde tentoonstelling over strips in de Nationale Bibliotheek in Brussel, dat Van Hamme een ingenieur was. Jacobs vroeg hem om een wetenschappelijke formule te schrijven die je in drie stukken kon verdelen. Van Hamme had inderdaad wel wat ervaring op dat gebied. Op de cover van het one-shot Epoxy zijn de Griekse symbolen trouwens ook de scheikundige omzetting van de kunststof epoxy. Zijn bescheiden bijdrage aan De 3 Formules van Professor Satō, het laatste tweeluik van Blake en Mortimer door Jacobs, bleef dus beperkt tot het schrijven van die formule die dan nog enkel fragmentarisch is te zien op de cover van het eerste deel van het tweeluik. 

Jaren later zou hij met een weergaloos succes de reeks weer compleet op de kaart zetten. Sinds het album De Zaak Francis Blake (1996, meer dan zeshonderdduizend verkochte exemplaren, alleen al in het Frans), getekend door Ted Benoit, is Blake en Mortimer de best verkopende stripreeks per nieuw album na Asterix en Titeuf

Nog dit, ondertussen zijn er talloze geïnteresseerden geweest die Blake en Mortimer op het zilveren scherm probeerden te krijgen, met name het verhaal Het Gele Teken. De eerste die de filmrechten kocht, was nota bene Irène Silberman (de producente van Diva). Ze vroeg een jonge, Frans-Vietnamese regisseur om een testfilmpje van drie minuten te draaien. Ze vroeg vervolgens aan Van Hamme om een bioscoopzaaltje in Brussel te vinden waar het filmpje aan Jacobs kon vertoond worden. Dat gebeurde in 1986. Er waren amper vier of vijf toeschouwers. Van Hamme was er een van. Hij vond de keuze voor de acteurs "opmerkelijk". Het project kreeg geen gevolg. 

Enkele jaren later waagde Van Hamme zich zelf aan een poging voor een filmscript van Het Gele Teken met twee van zijn oud-studenten aan het IAD (Institut des Arts de Diffusion, een school voor multimediale opleidingen in Louvain-la-Neuve) voor een producer waarvan hij de naam is vergeten. Andermaal een project zonder verder gevolg.

Jean Van Hamme en Wayne Shelton

In 1982 ontmoette Van Hamme een zekere Duval, een zakenman in de transportsector. Hij had het goede idee om 50% van het budget voor de kleinschalige film Emmanuelle van regisseur Just Jaeckin te financieren. De softerotische film kwam in 1974 uit en het zaakje ontplofte. 45 miljoen bezoekers wereldwijd. Een bioscoop op de Champs-Élysées vertoonde de film twaalf jaar lang. Duval werd steenrijk. En met dat geld waande hij zich nog meer een succesrijk filmproducer. Hij opende een kantoor op de Champs-Élysées en wilde een moderne western maken met vrachtwagens. Onder de vele scenaristen die hij contacteerde bevond zich ook Van Hamme dankzij de film Diva. Onder de werktitel Trucks (verder zocht hij het niet) had hij een naar eigen zeggen mooi verhaal geschreven vol wendingen. Ondertussen had Duval op Ibiza een platvloerse komedie opgenomen waar er slechts 160.000,5 bezoekers naartoe gingen. Van Hamme was die halve persoon omdat hij halverwege de vertoning de zaal verliet. Duval sloot zijn kantoor, het kostte Van Hamme twee jaar om zijn script betaald te krijgen en hij borg het op in de lade met onvoltooide projecten. 

Vijftien jaar later kreeg hij een telefoontje van Christian Denayer. Bij Le Lombard maakten ze een moeilijke periode door. Verschillende opeenvolgende slechte keuzes voor het bestuur en door marketing ingegeven keuzes om stripreeksen te liquideren die hun quota niet haalden zonder te kijken naar het potentieel ervan, zorgden ervoor dat Denayer zonder werk kwam te zitten. Zijn zelfgeschreven reeks High School Generation was net stopgezet. Denayer vroeg of Van Hamme iets had liggen. Denayer was een oude vriend en Van Hamme wilde hem helpen. Dankzij een vorige reeks van de tekenaar, De Brokkenmakers, kwam Van Hamme op het idee om Trucks om te werken, nu met een vijftiger in de hoofdrol die nog altijd succes bij de vrouwen heeft: Wayne Shelton! 

Van Hamme schreef een tweeluik dat uiteindelijk niet bij Le Lombard zou verschijnen — "de ondankbaren" — maar wel bij Dargaud. Door tijdsgebrek had Van Hamme Denayer wel gewaarschuwd dat als het tweeluik een succes wordt hij de serie voortaan zelf zou moeten schrijven of met iemand anders. Dat succes kwam er en ook Thierry Cailleteau kwam, door tussenkomst van Dargaud, aan boord als scenarist. Ze maakten samen zes albums, maar de relatie tussen het nieuw samengesteld duo was niet top, ook al verliep de verkoop goed. Elke keer het echtpaar Denayer en de Van Hammes elkaar zagen, bleek uit de blik van de tekenaar: "waarom liet je me vallen?" en "kom terug, alsjeblieft". Vanaf deel 9 nam Van Hamme de reeks weer over. De reeks liep tot 2024 en leverde veretien albums op.

Jean Van Hamme en de ongerustheid van Alejandro Jodorowsky

Na De Chninkel volgde er in 2001 nog een ander one-shot van Van Hamme en Rosinski: Western. Nadat Alejandro Jodorowsky meer details vernam over het project in wording stuurde hij een berichtje naar Van Hamme. Hij wilde weten welke arm er van zijn hoofdpersonage in Western is geamputeerd. Het was voor hem een opluchting om te horen dat het niet om dezelfde arm ging als voor het westernproject dat hij zelf voorbereidde voor François Boucq. Dan hebben we het uiteraard over Bouncer.

Jean Van Hamme en De Telescoop

Inspiratie voor De Telescoop vond Van Hamme in zijn eigen entourage. Een bekende Bruselaar verwierf from scratch immense rijkdom. Van Hammes vrouw bezocht af en toe luxueuze recepties omdat ze bevriend was met diens eerste vrouw. Die rijkaard had vele maîtresses, onder wie een erg knap, maar ook erg dom meisje dat onder meer over een kredietkaart zonder bestedingslimiet beschikte. Na de dood van de magnaat vond zijn weduwe er uiteraard niets beter op dan de 22- of 23-jarige maîtresse de deur te wijzen uit haar cadeau gekregen optrekje en de schaar in haar kredietkaart te zetten. 

Een gemeenschappelijke vriend stelde het schaap voor aan Huguette met de vraag wat er met haar moest gebeuren. Het kind had geen ouders of vrienden en kende niets van het ware leven. Ook Huguette had geen oplossing. Wat er van haar geworden is, weet Van Hamme niet. Het leidde in 1984 wel naar een idee voor een film, met de hulp van Bob de Groot (Robin Hoed, Leonardo, Clifton) voor de jolige dialogen, dat uiteindelijk een roman (1993, negenhonderd verkochte exemplaren) en daarna de door Paul Teng getekende strip De Telescoop (1999, zestigduizend verkochte exmplaren) opleverde.