Terug naar overzicht

Geweigerde Blake en Mortimer-projecten

23 december 2021 Flashback

Auteurs genoeg die sinds een paar decennia aan Blake en Mortimer werken. Ook auteurs genoeg die door de uitgeverij of betrokkenen werden gevraagd om proefplaten te maken. En dan zijn er nog de auteurs die zichzelf kandidaat stelden. Het eerste wapenfeit in de stripcarrière van Jean-Claude Bartoll (scenarist van Insiders, Diamanten, MX-22,...) bijvoorbeeld was een scenario van Blake en Mortimer in de periode dat Yves Sente nog net niet was uitverkoren om met André Juillard een vast team te vormen.

In dit artikel geven we een (onvolledig) overzicht van uiteindelijk geweigerde Blake en Mortimer-projecten.

Philippe Wurm + Jean Dufaux

De Zwitserse tekenaar Philippe Wurm en de Belgische successcenarist Jean Dufaux voelden zich geroepen om een album te maken. Dat gebeurde volgens inkleurder Benoît Bekaert (die de platen van gepaste kleurtjes voorzag) kort na het stopzetten van de serie De Rochesters in 2009 die in vertaling al werd stopgezet na deel 3 (in 2022 pikt Arcadia deze reeks weer op voor een voortzetting in het Nederlands). Op de enige twee bekende proefplaten van hun project valt af te leiden dat Dufaux zich wilde focussen op Olrik en een erfeniskwestie. Meer zelfs, Olriks zuster Lavinia en zijn nichtje Olivia speelt een rol. Aangekomen op het domein van de overleden Sir Darkfield voelt hij volgens de tekst van Dufaux geen greintje nostalgie. Hij moet er dus zijn opgegroeid. Tegelijk is kapitein Francis Blake geïnteresseerd in de afkomst van Olrik waarover niets is geweten door de Britse spionagedienst MI5. Ondertussen lijkt professor Mortimer verdwenen. Hij liet alleszins al een maand niets weten omtrent zijn whereabouts. Kolonel Cartwright laat aan Blake weten dat hij vindt dat Mortimer sinds de historie met het Gele Teken veranderd was. 

Ondertussen kon Dufaux in De Septimus-Golf (deel 22, 2013, getekend door Antoine Aubin en Étienne Schréder) en De Schreeuw van de Moloch (deel 27, 2020, getekend door Christian Cailleaux en Schréder) al zijn ei kwijt over Olrik.

Émile Bravo + Joann Sfar

Émile Bravo (de gevierde auteur van het Robbedoes-verhaal Het Dagboek van een Fantast en de daaropvolgende minireeks Robbedoes: Hoop in Bange Dagen) en Joann Sfar waren begin jaren 2000 serieus van plan om een eigen avontuur van Blake en Mortimer te maken. Sfar, een rabiate fan van Asterix en Corto Maltese, is dat veel minder voor de strikte Blake en Mortimer, waardoor hij hen altijd als vreemdelingen of bizarre volwassenen beschouwde. Net daarom wilde hij een verhaal over hen vertellen. De versie van Jacobs' opvolgers spelen in op de nostalgie van de lezers. De versie van Sfar zou meer de kaart trekken van het thriller-, historische - en ja zelfs, horroraspect. Met aandacht voor het privéleven van het duo, want een wetenschapper en een militair die onder hetzelfde dak leven, daar moeten toch wel eens harde woorden vallen? 

Bravo was al begonnen aan het uittekenen van een verhaal over Blake die kort na de Tweede Wereldoorlog moet samenwerken met een nazigeleerde. Sfar liet in een interview uitschijnen dat de verovering van de ruimte door de Amerikanen te danken is aan uitgeweken naziwetenschappers. Een ander potentieel verhaal ging over de oprichting van de staat Israël. 

Eigenlijk was dit project bedoeld als bezigheid, als tussendoortje, als grap. Nochtans liet het duo de platen zien aan de uitgever... die Bravo contacteerde om 'm voor te stellen Ted Benoit, die er na zijn tweede album mee zou ophouden, als tekenaar op te volgen. Bravo weigerde: “Als ik een Blake en Mortimer maak, is het met Sfar of anders niet". De uitgeverij en ook de erfgenamen haakten af, mede door de gevoelige verhaalthema's. Het project strandde bij een ingekleurde plaat en eentje in zwart-wit.

Johan De Moor

Op 7 februari 2010 dook op een veiling van het huis Kahn-Dumousset een testpagina in potlood op van tekenaar Johan De Moor voor een eventuele overname van de reeks. Tot zijn laatste verwezenlijkingen van Johans vader, Bob De Moor, hoorde het voltooien van het tweeluik De 3 Formules van Professor Sato. Maar de reeks bleef dus niet in de familie.

Jérôme Presti

Een zekere Jérôme Presti liep een tijdlang rond met een avontuur van Blake en Mortimer. Hij werkte daarna mee als illustrator/tekenaar aan een paar albums van De Reizen van Loïs voor de studio van Jacques Martin.

André Taymans + Yann en Alain De Kuyssche

Een verrassende combinatie had de samenwerking van André Taymans + Yann en Alain De Kuyssche kunnen opleveren. Taymans beheerst beslist de klare lijn die hij al toepaste in Caroline Baldwin en overige stripverhalen. In de trilogie De Dochters van Afrodite, met name deel 1: Dood à la Carte, liet hij Blake en Mortimer zelfs in een cameo opdraven. Het verbond dateert van 2006 en kwam enkele maanden voor de dood van René Sterne opnieuw op tafel te liggen bij uitgeverij Dargaud. Deze weigerde het project omdat men vond dat twee teams wel volstonden. Het tweede team naast René Sterne en Jean Van Hamme was op dat moment André Juillard en Yves Sente.

Het verhaal van Yann en De Kuyssche, voormalig hoofdredacteur van het weekblad Robbedoes, was opgezet als een rechtstreeks vervolg op Het Gele Teken met een in de riolen van Londen vluchtende Olrik als beginpunt. Ook zijn er al enkele elementen te herkennen die zouden leiden naar Het Raadsel van AtlantisEdgar-Pierre Jacobs' volgende album na Het Gele Teken.

Oké, hun album kwam er dus niet, maar ondertussen kon Taymans wel in het genre doorstromen als tekenaar van Lefranc. Voor het album Londen in Gevaar trad Alain De Kuyssche op als scenarist, zonder evenwel officieel in het album vernoemd te worden. De Kuyssche was lange tijd een naaste medewerker van Jacques Martin, schreef boeken over hem en schreef ook de befaamde Alex-romans (met illustraties van Jean-François Charles). Tegelijk hield hij zich achter de schermen bezig met de dagelijkse werking van de Jacques Martin-studio.

In 2004 schreef De Kuyssche al een eerste verhaal over een jonge Lefranc (gesitueerd in de jaren 1950) voor tekenaar Bruno Marchand. Dat idee bleef behouden voor de albums die Taymans maakte naast de nieuwe verhalen die zich in het heden afspelen. Het verhaal leek inwisselbaar voor Blake en Mortimer, want ook daarin lag de gekozen periode in het begin van de jaren 1950 met Londen als prooi van een dreiging, ondergrondse locaties (die trouwens vaak voorkomen in Blake en Mortimer), enzovoort. In 2008 werd het verhaal definitief een Lefranc-album, Londen in Gevaar.

René Sterne + Yves Sente / Stanislas + Yves Sente

Toen Yves Sente voor Jean Van Hamme een nieuwe tekenaar zocht om Ted Benoit te vervangen die na De Zaak Francis Blake (deel 13, 1996) en Bericht uit het Verleden (deel 15, 2001) stopte met de reeks, werd René Sterne gekozen na het maken van een paar testpagina's op scenario van Sente. Meerdere tekenaars maakten eveneens testpagina's waarover zelden tot nooit wordt gecommuniceerd. Francis Vallès (De Meesters van de Gerst, Rani), Pascal Zanon (Harry Dickson) en Stanislas (zie de eerste voorbeelden hieronder, vergelijk ze met die van Sterne erna) waren enkelen. De tekenstijl van Sterne was klassieker dan wat Stanislas ervan bakte. Stanislas maakte er te veel een eigen interpretatie van en die richting wou Dargaud allerminst uitgaan. Stanislas, die Jacobs al eens portretteerde in zijn verstripte Hergé-biografie De Avonturen van Hergé, ving trouwens ook al bot als tekenaar voor een one-shot van Robbedoes en Kwabbernoot en een tweede keer op scenario van Lewis Trondheim.

De twee proefplaten gelden als een soort teaser voor het latere verhaal De Dertig Zilverlingen (2009-2010). Met de teaser werd niets meer gedaan voor het publiek. Enkel de tekenaar wist waar hij zich aan kon verwachten voor het tweeluik dat Van Hamme ging schrijven. 

We herkennen professor Mortimer die met de tijdmachine van Miloch uit De Valstrik naar het jaar 33 na Christus reist om er aan de voet van de Acropolis in Griekenland plompverloren in de buurt van de opgehangen Judas Iscariot te belanden. Judas had een tas bij zich die een rover probeert te stelen. Mortimer jaagt 'm weg en treft in de achtergelaten tas een doornenkrans die aan Jezus toebehoorde toen de Romeinen 'm aan het kruis spijkerden.

In de dialogen komen knipogen voor naar de zoektocht naar nieuwe auteurs. Zo verstoort Blake Mortimers diner door 'm te vertellen over een telefoontje dat hij ontving van Philippe Osterman, toenmalig uitgeefdirecteur van Dargaud. Blake vertrouwt zijn vriend toe dat men zoekt naar een nieuwe tekenaar om hun avonturen te tekenen en dat aan Yves Sente werd gevraagd om een scène te schrijven met wat actie in om de capaciteiten van potentiële tekenaars te testen.

Ted Benoit

Hierboven viel al enkele keer de naam van Ted Benoit. Hij was de eerst uitverkoren tekenaar voor de comeback van Blake en Mortimer met het door Jean Van Hamme geschreven De Zaak Francis Blake. Samen maakten ze ook nog Bericht uit het Verleden. In 2006 stelde Ted Benoit aan de uitgever een synopsis voor een nieuw Blake en Mortimer-verhaal voor. Hij wou het enkel uitwerken als scenarist, niet als tekenaar. De werktitel was Résurrection (Verrijzenis) en het verhaal zou zich afspelen net na Het Geheim van de Zwaardvis.

De focus kwam te liggen op de 'verrijzenis' en terugkeer van kolonel Olrik naar Londen dat nog half in puin ligt. Hij zou de enige overlevende zijn van een rondzwalpend schip, besmet door de radioactieve neerslag van de explosies die een einde maakten aan het 'gele gevaar'. Blijkbaar zou Olrik zodanig onherkenbaar zijn dat hij meermaals het pad kruiste van zijn tegenstanders Blake en Mortimer. Ted Benoit voorzag ook nog dat Virginia Campbell (uit De Zaak Francis Blake) een boontje zou ontwikkelen voor Olrik.

De synopsis kon de uitgever niet overtuigen. Onderstaande coverschets en een meer uitgewerkte illustratie was bedoeld voor een verzamelaar die origineel artwork van de tekenaar wou bemachtigen.

Theo Van den Boogaard

Op de vernissage van een verkooptentoonstelling van galerij Champaka in Brussel, op 14 februari 2013, benaderde François Pernot van uitgeverij Dargaud, tekenaar Theo Van den Boogaard (de tekenaar van Sjef Van Oekel) met het verzoek om de reeks Blake en Mortimer voort te zetten. Zo liet Theo's officiële website het alleszins uitschijnen. In werkelijkheid ging het in eerste instantie om het tekenen van een proefplaat, een vraag die ook andere tekenaars voorgelegd kregen in de zoektocht naar nieuwe tekenaars. In april 2014 kwam het tot nieuwe besprekingen met Yves Schlirf, uitgeefdirecteur van Dargaud en uitgeverij Blake en Mortimer met de afspraak om één of meerdere proefpagina's te maken.

Vervolgens duurde het een tijd voordat Theo zich kon toeleggen op zo'n proefplaat. Een van de redenen was het uitblijven van een scenario. Eind januari 2015, nagenoeg twee jaar na de oorspronkelijke vraag, diende Theo Van den Boogaard alsnog zijn proefpagina in. Voor het decor kon hij op de medewerking rekenen van klare lijn-adept Teun Berserik op aanraden van Eppo-redacteur Ger Apeldoorn en Peter van Dongen (Rampokan). Paula Knotter verzorgde de inkleuring. De uitgeverij verlangde van Theo uiteindelijk een bestaande pagina uit het scenario van het op dat moment nog niet gepubliceerde De Staf van Plutarchus uit te werken. Die zie je linksonder. Daarnaast staat de uiteindelijke versie van Juillard. Eronder staat een illustratie van Van den Boogaard die hij in april 2014 voor zijn website tekende.

Dargaud had lof voor de grafische kwaliteiten, maar had haar bedenkingen bij de stijl die minder realistisch was dan verwacht. In Eppo nummer 5 van 5 maart 2015 liet hij optekenen: "Ze vonden de grafiek van de pagina heel mooi, maar ze willen er toch niet mee doorgaan omdat de figuren naar hun idee niet realistisch genoeg zijn. En ze hebben gelijk: mijn figuren bewegen toch een beetje Van Oekel-achtig."

Uiteindelijk maakten Teun Berserik en Peter van Dongenzelf grote sier als een tekenduo dat inmiddels drie avonturen van Blake en Mortimer heeft getekend: het door Yves Sente geschreven tweeluik De Vallei der Onsterfelijken, deel 25 en 26, 2018-2019) en het door Jean Van Hamme geschreven De Laatste Zwaardvis (deel 26, 2021).

Weigerende auteurs

Het weigeren van Blake en Mortimer was geen eenrichtingsverkeer. Ook tekenaars weigerden voorstellen om de reeks te tekenen, of ze zagen het gewoon niet zitten. 

Tot het kransje weigerende tekenaars vinden we onder meer Dirk Stallaert terug. Op basis van Nino polste Yves Sente, indertijd hoofdredacteur van het weekblad Kuifje, waarin Nino werd voorgepubliceerd, hem om Het Voronov-Complot (deel 14, 2000) te tekenen, maar dat zag de Vlaamse tekenaar niet zitten. 

Marvano (De Eeuwige Oorlog, Berlijn, De Joodse Brigade,...) werd eveneens ooit gevraagd, maar prefereerde deze kelk aan zich voorbij te laten gaan om zijn eigen verhalen te kunnen vertellen.

Jacques Martin gaf er na een uitgewerkte proefplaat voor het vervolg op De 3 Formules van Professor Sato na de dood van Edgar P. Jacobs liever zelf voortijdig de brui aan nadat andere tekenaars het ook niet zagen zitten om het tweeluik af te werken. Na diens weigering nam Bob De Moor de ondankbare taak op zich.

Floc'h (het pseudoniem van Jean-Claude Floch) was trouwens de eerste aan wie werd gevraagd om deel 2 van De 3 Formules van Professor Sato te tekenen. Hij interesseerde zich naar eigen zeggen niet in iets wat volgens hem zou mislukken. Hij geloofde er niet in. Bovendien vond hij het wetenschappelijke kantje op het einde van de wereld, net na de Derde Wereldoorlog, flauwekul. Hij hielp nog wel Ted Benoit op weg. Zo was het zijn idee om het verhaal in de Verenigde Staten te situeren, omdat Benoit dat goed kende en ook omdat Jacobs er zijn personages nooit heen had gestuurd. Hij drong er ook op aan om het menselijke aspect meer plaats te geven. Er werd door Benoit en Floc'h even aan gedacht om het tekenwerk onder elkaar te verdelen, met nog een derde tekenaar erbij die de decors zou verzorgen, maar Floc'h zette al snel een stap achteruit en Benoit ging er alleen mee door. Jean Van Hamme werkte de ideeën uit naar een scenario en De Zaak Francis Blake werd een gigantisch succes, waardoor de reeks een voorheen ongekende populariteit zou kennen dankzij de nieuwe verhalen. Zelfs toen Jacobs nog leefde, werden er nooit eerder zoveel albums van Blake en Mortimer verkocht, nog steeds overigens. Dat succes deed Floc'h echter niet van mening veranderen. n 2009 kwam Floc'h voor de site Klare Lijn Internationaal ook nog eens terug op Blake en Mortimer, met name waarom hij in de jaren 1990 een proefplaat had getekend. 

"Ik amuseerde me door een pagina te tekenen om aan de uitgevers te laten zien dat ik het wel zou kunnen doen, maar dat hun vereisten me absoluut niet liggen. Nu ik mijn œuvre als Floc'h heb voltooid, zou ik het bijna prettig vinden om zoals Jacobs te tekenen. Het zou een manier zijn om de twee personages te rehabiliteren na de krankzinnige overnames die de neiging hebben om hen te karikaturiseren in belachelijke avonturen... Maar dan moet het wel mijn verhaal zijn en zeker geen sf-nonsens in de jaren 1950, geschreven na het jaar 2000. Ik geloof dat we iets goed kunnen maken. Que sera sera (wat zijn moet, dat zal zo zijn)."

Maar kijk, in navolging van François Schuiten De Laatste Farao (2019), dat buiten de reeks verscheen, tekent Floc'h alsnog een Blake en Mortimer. Wanneer het zal verschijnen, moet nog concreet gecommuniceerd worden. In ieder geval sluit het aan bij de wensen van uitgever Yves Schlirf om Blake en Mortimer uit te breiden. Niet alleen door de reeks aan almaar meer auteurs toe te vertrouwen, maar ook om hommagealbums te creëren.

Hieronder vind je Floc'hs proefplaat uit de jaren 1990.

Terug naar overzicht