Terug naar overzicht

De geboorte van Largo Winch in drie etappes

5 juni 2021 Flashback

Op een novembernacht in 1973 was er voor het eerst sprake van Largo Winch. Vandaag kennen we 'm voornamelijk als strip- en filmheld en proberen we 'm te vergeten als held in een weinig gesmaakte televisieserie. Geïnteresseerden zullen ook wel weet hebben van de romans die Jean Van Hamme over de multimiljardair schreef. Nog daarvóór was het de bedoeling dat hij de held zou worden in een door een Amerikaanse artiest getekende stripreeks voor de Amerikaanse én Europese markt... Dit is het verhaal over de geboorte van Largo Winch in drie etappes.

ETAPPE 1: Amerikaans-Europese stripheld

In de jaren 1970 hield Greg een kantoor van Dargaud en Le Lombard open in New York met de bedoeling de Amerikaanse stripmarkt te veroveren met Europese stripproducties. In november 1973 kwam het tot een afspraak met Jean Van Hamme en twee Amerikaanse striptekenaars aan wie Greg een nieuw concept wilde uitleggen. De Amerikaanse markt werd gedomineerd door superheldencomics en krantenstrips. Op welke manier konden groteneuzenstrips en reeksen met een frequentie van amper één album per jaar hun plaats vinden in dit interessante afzetgebied? Greg dacht dat door Amerikaanse tekenaars te overhalen met Europese scenaristen samen te werken het resultaat in zowel de Verenigde Staten als Europa kon worden gepubliceerd.

Van Hamme zat erbij om Greg bij te staan. Op dat moment was Van Hamme nog lang niet de gevierde stripscenarist van nu met meer dan 35 miljoen verkochte strips op zijn naam. Hij debuteerde met Epoxy (getekend door Paul Cuvelier) in 1968. Dat was een van de eerste erotische strips voor een groter volwassen publiek. Tussendoor schreef hij wat scenario's voor onder meer Domino en Mr. Magellan en experimenteerde met tot dan toe zelden gebruikte one-shotstructuren in Avontuur zonder Helden (getekend door Dany). Maar dan zijn we al in 1976. Hier rijk van worden, was uitgesloten. Dat hoefde ook niet, want in het bedrijfswezen was hij aan een snelle klim op de corporate ladder bezig. Dat hij goed Engels kon spreken, kwam Greg goed uit.

Een eerste onmoeting gebeurde met Stanley Drake voor wie Greg Cannonball Carmody zou schrijven. John Prentice, een veteraan die sinds 1956 dagelijks de door Alex Raymond gecreëerde detectivereeks Rip Kirby tekende, zou met Jean Van Hamme moeten samenwerken. Op die ontmoeting was het de bedoeling dat Van Hamme zijn verhaalconcept zou uitleggen, maar dat had ie nog niet! Het was pas op de vooravond van de dag waarop de ontmoeting plaatsvond dat hij op het idee kwam van een avonturier die nu eens geen reporter, detective, jachtpiloot, cowboy, ridder, zeevaarder was of wat voor stripheldcliché dan ook. Greg of Van Hamme zei in de loop van de nacht dat geld niet gelukkig maakt, waarop Van Hamme op het juiste spoor zat voor een reeks in de bedrijfswereld met een steenrijke held die net door die rijkdom ook heel wat problemen aantrekt. En "steenrijke man" werd al gauw "een van de rijkste mannen ter wereld". Bovendien was er geen beter speelveld te bedenken dan de internationale zaken- en financiële wereld dat meer dan ooit aan een wereldwijde opmars bezig was. Van Hamme wist door zijn eigen beroep goed genoeg hoe het eraan toeging met valstrikken, geheime commissies, onderhandelingen achter gesloten deuren, industriële spionage, commerciële verraderspraktijken,... Tot dan toe kwam het niet aan bod in een stripverhaal. 

Omstreeks 6.00 uur in de ochtend stond het personage van Largo en de grote lijnen van zijn eerste avonturen op papier. Dat Van Hamme in zijn jeugd een Joegoslavische vriend had, bood inspiratie om Largo's afkomst een buitengewoon karakter te geven. Amper drie uur later was de afspraak met tekenaar Prentice gepland. De naam Largo Winch vond Van Hamme na verschillende probeersels die hij op een vel papier noteerde om de beste klanken te vinden.

John Prentice woonde in een klein huis in New Jersey. Een mobilhome in de tuin deed dienst als atelier. Zijn wereld kon niet verder liggen dan die van de fictieve rijkaard Largo Winch. Bij de ontmoeting was Van hamme niet echt onder de indruk van de oudere Prentice. Toch stelde hij het verhaal aan hem voor. En John Prentice hapte toe. Wellicht ook omdat de betalingsvoorwaarden veel beter waren om te werken voor de Europese markt dan voor de eigen markt, waar hij enkel een loonslaaf was zonder deelname in de winsten, afhankelijk van de verkoop van de strips die hij tekende.

Bij zijn terugkeer in België toog Van Hamme zich aan het werk. Dat duurde lang en het was complex om zijn verhalen in zowel het Frans als het Engels te moeten schrijven. Snel volgden de eerste pagina's van John Prentice. Jean Van Hamme vond ze... "afschuwelijk". Hij is de Franco-Belgische strip gewoon waarbij de auteurs ook veel tijd en aandacht schenken aan details en uitgewerkte decors. Vooral omdat de decors slechts rudimentair aanwezig waren in Prentice' geleverde platen en omdat hij zich bediende van uitgemolken trucen van de Amerikaanse foor bij artiesten die elke dag hun stroken moesten inleveren en tegen de klok moesten werken, gaven voor de scenarist de doorslag dat dit niet zou werken. Dat Prentice qua sfeerschepping ook nog de bal missloeg door een New York te tonen dat hij zelf kent uit zijn grauwe detectivestripreeks, nam hij er nog bij. Daar waar het moest schitteren, tekende Prentice het integendeel somber.

Jean Van Hamme stopte meteen met de transatlantische samenwerking, zegde het contract met Le Lombard op en kocht zelfs de tien originele pagina's van Prentice af van de uitgeverij. Twee ervan staan hieronder afgebeeld.

ETAPPE 2: Romanfiguur

Drie jaar na het mislukte Amerikaverhaal was Van Hamme opgeklommen tot directeur huishoudapparaten bij Philips België. Op de dertiende verdieping in een kantoorgebouw in Brussel zetelde hij in een riant bureau. Al die tijd heeft Largo Winch 'm niet losgelaten. Maar Van Hamme, die de wereld rondreisde om contracten af te sluiten en daarbij dikwijls exotische locaties aandeed, verveelde zich enorm. Op zijn vijfendertigste begon hij te twijfelen aan zijn professionele keuzes in zijn leven en het parcours dat hij normaal gezien nog kon afleggen als algemeen directeur tot CEO. Hij zou ongetwijfeld rijk worden, lid zijn van de Rotary Club, golf spelen en alles wat ruikelui doen. En hij zou zich nog meer vervelen. Het was toen dat hij zich afvroeg of hij niet beter van zijn hobby zijn beroep zou maken.

Op 1 april 1976 scheef hij zijn ontslagbrief. Daarna schreef hij niet meteen nieuwe stripverhalen. Op dat moment zag hij nog steeds geen dagelijks brood als stripschrijver. Dat lukte misschien wel als bestsellerauteur van romans. Met één goed verkopende titel om de drie jaar zou hij kunnen rondkomen en tussen twee titels door helemaal niets uitvreten. Uit zijn lade haalde hij Largo Winch in wie Van Hamme een ideale actieromanfiguur zag. De volgende stap was het overtuigen van een uitgever. En daar kwam zijn economische achtergrond weer van pas.

Om te beginnen koos hij Franse uitgeverijen die een garantie boden op een uitgebreide distributie. Daarna zette hij een doordacht aanvalsplan op, want om te kunnen opvallen tussen de paar honderd manuscripten die een uitgeverij maandelijks ontvangt, is strategisch intellect nodig. Hij selecteerde zelf tien uitgevers die voor hem geschikt leken. Hij achterhaalde de naam van elke literaire directeur aan wie hij een eerste brief schreef. Er volgde een tweede en een derde brief, telkens een maand later. In elke brief gaf hij een stand van zaken over de ontwikkeling van en details over zijn eerste roman. Pas bij de zesde brief stuurde hij het afgewerkte manuscript mee. Deze beproefde direct mailing werkte wonderwel. Al snel kwam een eerste positieve reactie van Mercure de France, waarna nog eens vijf andere uitgevers iets zagen in Van Hammes roman. Drie andere uitgeverijen rageerden negatief. Slechts één uitgeverij reageerde niet. In november 1976, amper twee maanden na het versturen van zijn manuscript, tekende hij een contract bij Mercure de France. 

Largo Winch et Groupe W was de eerste titel van de romanreeks. Het verscheen in april 1977, een jaar na zijn ontslag bij Philips. Hij schreef er vier maanden aan. De frivole coverafbeelding deed denken aan de succesvolle romanreeks SAS van Gérard de Villiers, waarop telkens een halfnaakte babe met een geweer poseert. Hoewel hij meesurfte op de tendenzen van die periode, keek Van Hamme toch al vooruit. Hij voorzag dat na de tijd van de hippies die van de yuppies zou komen. De jaren 1980 stonden inderdaad in het teken van het kapitaal, drugs, fraude en productie in lageloonlanden. Van Hamme kon dus voluit putten uit zijn eigen ervaring. Ook zijn Joegoslavische jeugdvriend zat net zoals Largo in zijn eerste verhaal enkele dagen in een gevangenis in Istanboel, maar dan wel voor minder ernstige daden.

Met het boek introduceerde hij min of meer een nieuw genre dat zijn uitgever omschreef als een "financiële western". Helaas leverde het hem niet de verwachte topinkomsten op. Van zijn eerste boek gingen weliswaar meer dan elfduizend exemplaren over de toonbank, maar dat is in de Franse taal geen bestseller. Nog vijf andere boeken volgden. Tegelijk begon hij zijn stripcarrière meer en meer uit de grond te stampen. Thorgal groeide snel uit tot een hit en medio jaren 1980 startte hij met XIII, dat na meerdere albums uitgroeide tot een nog groter commercieel succes. Tussendoor richtte hij als uitgeefdirecteur van Dupuis de auteurscollectie Vrije Vlucht op waarin hij voor Vlaming Griffo de trilogie S.O.S. Geluk schreef. Dat hij wist wat een goed one-shot of een verhaal van beperkte albumomvang was, bewees hij al eerder met De Chninkel. Tien jaar na het eerste boek met Largo Winch was hij een van de meest gelezen stripauteurs in Frankrijk en België. Ondertussen was ook de wereld om hem heen veranderd. De Berlijnse Muur viel, het communisme liep op zijn laatste benen... Expansie was het toverwoord. Maar Van Hamme had door dat mondialisering niet overal en steeds een heuglijk iets was, zoals veel analisten toen beweerden.

ETAPPE 3: Stripfiguur

Op een ochtend in maart 1989 belde Philippe Francq hem op. Hij was technisch werkloos na de flops Vrouwen en Steden (op scenario van Bob de Groot) en Léo Tomasini (op scenario van Francis Delvaux). Hij zocht een scenarist met wie hij een strip kon maken. En waarom niet Jean Van Hamme, fluisterde de vrouw van Francq hem in? Het kwam daags nadien tot een afspraak en tot zijn grote verbazing kreeg Francq van de scenarist het voorstel om een stripserie te maken. Francq hoopte ten hoogste op het scenario van een one-shot. Op deze eerste afspraak gaf Van Hamme een exemplaar van Largo Winch et Groupe W mee. Francq las de roman op één dag uit en vond er alle elementen in voor een goede stripserie. Hij zag alleen het universum van Largo Winch niet zitten, met de wolkenkrabbers, immense vergaderzalen en gedoe over beurskoersen. Het stond allemaal ver van de tekenaar, die nochtans enkele jaren daarvóór op aanraden van Bob de Groot een zelfgeschreven verhaal opstuurde naar Dargaud over een miljardair wiens broer een financieel imperium leidt. Francq wilde liever een avonturenverhaal pur sang tekenen dat zich 't liefst in een natuurlijk decor afspeelt, zoals een woestijn, een woud, in de bergen, enzovoort. Zijn motivatie om strips te tekenen, kwam door Hermann, van wie hij graag Jeremiah en Bernard Prince las, van deze laatste in het bijzonder Guerrilla voor een Spook dat een eye opener voor hem was. Op zijn vijftiende ontmoette Francq zijn idool Hermann een viertal keer. Hij leerde toen meer van Hermann dan drie jaar Sint-Lucas waar hij les kreeg van zijn stripdocenten Claude Renard en François Schuiten. Van Hamme stelde hem echter gerust. De stad is slechts een vertrekpunt, want Largo zou veel reizen. In elk album zou hij andere landen aandoen. Franq was overtuigd.

Aan de vormgeving van de nieuwe stripheld werd danig gesleuteld. In zijn romans was Largo een kind van zijn tijd: een beetje een hippie met lange haren. Een decennium later waren er andere te volgen modes. Francq behield enkel de kastanjebruine ogen. Van Hamme vond dat het personage gerust een fragiele kant mocht laten zien en suggereerde een bril. Dit idee werd snel afgevoerd zodat Largo zich meer op zijn gemak zou voelen in actiesituaties. Het kapsel doorliep alle stadia van kleuren en lengtes tot hoe we het personage nu kennen. Aanvankelijk waren de haren net lang genoeg zodat hij zich zou kunnen onderscheiden in een vergaderzaal met de Big Board. Voor het gezicht liet Francq zich vrijelijk inspireren op die van bekende acteurs. Na vele faxen en brieven met Van Hamme kwamen ze op een mix van Patrick Swayze en Kurt Russell, meerbepaald hoe ze beiden in de film Tequila Sunrisete zien waren.

Voor de nieuwe intrige van het eerste tweeluik herschreef Van Hamme zijn eerste roman, maar veranderde er toch heel wat aan om meer raakpunten met de vernieuwde geopolitiek te beogen. Enkele nevenpersonages kregen ook een nieuwe identiteit. Israëliër Simon Ben Chaïm werd de Zwitser Simon Ovronnaz, terwijl de Zwitser Freddy Kaplan nu een Israëliër is. De rode stift om te schrappen, paste Van Hamme toe op de soms expliciete, erotische scènes. Francq vond dat een goed marcherende stripreeks het best kon stellen zonder een held over wiens seksleven de lezer alles weet. Dat zou nog veranderen in de loop van de reeks waarin de auteurs zich meer en meer konden permitteren, al werden er nooit echt expliciete scènes getoond, toch niet met Largo. In bepaalde voorpublicaties kwam het anders weleens tot censuur. In een lesbische scène bijvoorbeeld werd de schaar gezet. 

Nu goed, op 1 november 1990, exact zeventien jaar na de creatie van Largo Winch in New York, rolde het eerste stripverhaal van de drukpersen bij Dupuis. Voor Philippe Francq betekende het zijn grote doorbraak en lachte het leven hem ook financieel veel meer toe. In die mate zelfs dat hij 25.000 euro over had voor de prestaties van zijn inkleurster Marie-Paule Alluard. We kunnen alleen maar gissen hoeveel Francq er zelf aan verdient. Vanaf deel 15 werd Alluard vervangen door Frédéric Besson, een vaste medewerker van Crisse. Van deel 18 tot deel 21 kleurde Yoann Guillo de reeks in. Zijn opvolger Bertrand Denoulet hielp al mee met de inkleuring van deel 20 en 21.

Bron: Rodolphe Lachat — 20 Ans Largo Winch: L'Héritier / Le Groupe W, "Largo Winch, Genèse d'une Saga Légendaire", Dupuis.

Terug naar overzicht