5 of 119
Ditjes en datjes (22)
Op deze pagina bundelen we quotes, weetjes, extra nieuwtjes, berichten uit onze archieven en andere artikeltjes die we tussen 5 en 10 juli op onze Facebookpagina hebben gepubliceerd.
10 juli 2026: Bobbie in andere talen en dialecten
Hoe heet Bobbie in andere talen en dialecten? Zelfs het Oostends staat erbij.
10 juli 2026: Destructieve Guust
Die Guust toch...
Een internetklassieker.
10 juli 2026: Rudi Garcia, Kuifje en Asterix
Met de stripverwijzingen zit het alvast goed bij coach Rudi Garcia op een persconferentie in de aanloop van Spanje-België op het WK.
10 juli 2026: Corto Maltese op grootste Brusselse stripmuur
Aan de Akenkaai is de grootste stripmuur van Brussel te bewonderen. Vier taferelen van Hugo Pratts Corto Maltese uit de albums De Ethiopiërs, Corto Maltese in Siberië, Het Gouden Huis van Samarkand en De Kelten vormen samen een stripmuur van 80 meter lang. De stripmuur werd in 2009 vervaardigd voor het Jaar van het Stripverhaal dat toen in Brussel werd gevierd.
9 juli 2026: Rubèn Pellejero over Tim Sale
"Originele, ongepubliceerde tekening van Tim Sale, die hij vele jaren geleden op een papieren tafelkleed maakte tijdens een diner in La comédie du livre in Montpellier, Frankrijk. Het rood van de lippen van het meisje is afkomstig van een glas wijn uit de streek, dat in de loop van de jaren zijn kleur heeft verloren. Tim Sale moet ongetwijfeld op honderden soortgelijke servetten of tafelkleden hebben getekend. Toen het diner ten einde liep, stonden we allemaal op en ik, die toevallig naast hem zat, knipte stiekem een stukje van het tafelkleed af en stopte het stukje tekening in mijn zak, waarbij ik zelfs een beetje bang was dat men mij zou beschouwen als een 'fan' die het diner had geïnfiltreerd. Ik heb nooit geweten of Tim uit zijn ooghoeken heeft gezien hoe ik die 'trofee' had 'bemachtigd', maar het is altijd een van mijn favoriete dédicaces gebleven. Niet vanwege een opschrift of handtekening, maar vanwege de herinnering die eraan verbonden is. Tot ziens, Tim!!!"
Met deze woorden nam de Spaanse tekenaar Rubèn Pellejero afscheid van de Amerikaanse tekenaar Tim Sale die op 16 juni 2022 overleed. Sale was een bewonderaar van Pellejero's stripreeks Dieter Lumpen. Voor een integrale editie van die detectivereeks schreef hij een voorwoord. Pellejero is tegenwoordig de tekenaar van Corto Maltese.
9 juli 2026: Kuifje in Brugge
Gespot in een Brugse antiekzaak, aan een van de reien.
9 juli 2026: Creatief met toeristische trekpleisters
Voor de creatieve reiziger RGB uit Vietnam zijn toeristische trekpleisters meer dan zomaar een gebouw.
9 juli 2026: Tafelende tekenaars en stripfiguren in Aux Armes de Bruxelles
Mocht je nog eens in de Brusselse Beenhouwersstraat rondlopen en het restaurant Aux Armes de Bruxelles passeren, of er genieten van de oerklassieke Belgische keuken, weet dan dat daar stripgeschiedenis is geschreven. Het restaurant opende in 1921 de deuren en bleef enkele generaties in handen van de familie Veulemans. De zaak kende een dermate grote reputatie dat de keuken tijdens Expo 58 vele banketten mocht verzorgen. Koning Leopold III at er altijd hetzelfde: moules à l'escargot en sole meunière. Jacques Brel had er zijn vaste tafeltje. En Hergé? Die tafelde er ook graag. Hij ontmoette er op geregelde momenten zijn uitgever Louis Casterman om de productie van zijn Kuifje-albums te bespreken. In 1942 zou er ook een belangrijk contract getekend zijn. Tijdens de oorlogsjaren organiseerde Hergé er werklunches.
Niet alleen Hergé schoof er weleens aan, ook André Franquin, Jean Roba en Jean Graton aten er graag. Het restaurant is allerminst vergane glorie, want in Blake en Mortimer 16: De Sarcofagen van het 6e Continent, door André Juillard en Yves Sente, zijn Blake en Mortimer in het restaurant terug te vinden.
8 juli 2026: Casper en Hobbes
Een ode aan onverschrokken jeugd en kinderlijke fantasie.
8 juli 2026: Edgar P. Jacobs en Morris
Edgar P. Jacobs (Blake en Mortimer) en Morris (Lucky Luke) in 1986, beiden in een vrolijke bui.
8 juli 2026: Japanse vuilnisbak in Blake en Mortimer
Deze pagina uit Blake en Mortimer 11: De 3 Formules van Professor Satō zorgde ervoor dat Edgar P. Jacobs maandenlang niet verder kon tekenen aan het verhaal. We laten Greg, toenmalig hoofdredacteur van het weekblad Kuifje, waarin het verhaal in 1971 liep, uitleggen waarom. Hij schreef het in 1987 in het Kuifje-nummer waarin hulde werd betoond aan de overleden Jacobs.
"Edgar Pierre Jacobs bezorgde me enkele angstige ogenblikken toen ik nog hoofdredacteur van dit weekblad was. Het was in die tijd dat de intussen beroemde episode van De 3 Formules van Professor Satō in het blad verscheen. Ik had al een twintigtal tekenplaten ontvangen toen de kink in de kabel kwam!
Jacobs is met zijn verhaal net dáár waar in een straat van Tokio wordt gevochten te midden de vuilnisemmers... Toen ik me hevig ongerust maakte omdat het vervolg van het verhaal zo lang uitbleef, antwoordde E.P. me laconiek dat hij naar de stad Tokio had geschreven om foto's van de vuilnisemmers van de hoofdstad te krijgen... En pas als hij die foto's had ontvangen, kon hij voortwerken aan zijn verhaal. Logisch, niet? En wij dus maar wachten... weken... maanden. De publicatie moest onderbroken worden gezien het feit dat Jacobs absoluut die Japanse vuilnisemmers wilde en zou hebben. Ik rukte me haast de haren uit het hoofd, want wat te antwoorden op de vragen van de honderden en nog honderden lezers? Waarom die onderbreking? Tja!...
Meer dan zes maanden later ontving Jacobs de officiële documenten... En wat dacht je? Tot zijn grote verbazing zag Jacobs dat de vuilnisemmers in de straten van Tokio net dezelfde zijn als die hijzelf in Brussel geregeld op de stoep zette! Alleen de tekst erop was verschillend!
Als ik er nog aan denk... Waar is de tijd? Nu kan ik erom lachen, toen heb ik er grijze haren van gekregen."
In 2024 vertelden we de vuilnisbakanekdote aan enkele verantwoordelijken van het Kyoto International Manga Museum toen we te gast waren aan dit Japanse stripmuseum. Lees hier onze reportage.
8 juli 2026: Hergé over Jacobs
Hergé en Edgar P. Jacobs met tussen hen in Tibet. Drie meneren die het weekblad Kuifje hebben gevuld met reeksen als Kuifje, Blake en Mortimer, Rik Ringers en Chick Bill. Over zijn voormalige assistent Jacobs had Hergé op 12 oktober 1971 het onderstaande te vertellen:
"Men moet tekenaar Jacobs aan het werk gezien hebben om zich er rekenschap van te geven hoeveel zorg hij aan zijn verhalen besteedt. Het is geen fanatieke haarkloverij, maar een kwestie van overtuiging. Jacobs gelooft in de verhalen, die hij in beeld brengt. Hij kruipt in de huid van Mortimer, hij IS Blake en hij VOELT zich Olrik. Zelfs zijn geheime bewondering voor deze laatste kan geen geheim blijven.
Je moet hem gezien hebben als hij met het potlood in de hand voor zijn grote spiegel een beweging maakt en ondertussen de uitdrukking van zijn gezicht en de houding van zijn lichaam bestudeert. Je moet gezien hebben hoe hij tot tienmaal toe hetzelfde trekje verbetert. Je moet gezien hebben hoe hij op de punt van zijn penseel zuigt voor hij ergens een vleugje Indiaans rood vermengd met wat okergeel. Maar je moet ook gehoord hebben hoe hij dagenlang tekeer kan gaan als de drukker van deze wijze alchemie slechts een rode vlek overlaat...
Je moet met hem gewerkt hebben om te weten hoe hij elke tekst en elke tekening eindeloos oppoetst en verbetert tot hij tevreden is met het resultaat."
8 juli 2026: De ontmoeting tussen Jacobs en Gil Kane
De scène waarin Peter Parker alias Spider-Man zijn zopas door de Green Goblin gedode geliefde Gwen Stacy in de armen houdt, is een van de emotioneelste scènes in de superheldenreeks. Gerry Conway schreef de comic The Amazing Spider-Man 121: The Night Gwen Stacy Died voor tekenaar Gil Kane wiens potloodtekeningen in inkt werden gezet door John Romita Sr. en Tony Mortellaro. De in de Letse hoofdstad Riga geboren Eli Katz (1926-2000) alias Gil Kane was een voorbeeld voor veel striptekenaars. Hij stond mee aan de basis van Green Lantern, Atom, Iron Fist en pionierde als graphic novel-tekenaar met His Name Is... Savage. Maar ook Gil Kane keek op naar collega's. Een ervan was een Belg, Edgar P. Jacobs. Toen Kane een bezoekje bracht aan België was zijn grootste wens om Jacobs te ontmoeten. Greg, toenmalig hoofdredacteur van het weekblad Kuifje waarin Blake en Mortimer verscheen en die vertrouwd was met de Amerikaanse stripmarkt, moest dat voor elkaar brengen. Maar dat liep aanvankelijk niet van een leien dakje.
Greg: "Onze vriend Jacobs was een tikkeltje wantrouwig en slechts met veel moeite kon ik hem ertoe bewegen Gil Kane te ontvangen. Maar het was dan toch zover. Jacobs sprak geen woord Engels, Gil Kane en zijn vrouw geen woord Frans. Een uur lang bleef het bij enkele gebaren, enigszins verveelde blikken. Kortom het gesprek vlotte niet om het eufemistisch uit te drukken.
Ineens zei mevrouw Kane het woord 'opera'. De ogen van Jacobs lichtten op, hij was een en al belangstelling. En met mevrouw Kane begon hij grote aria’s uit opera’s van Rossini, Puccini en Verdi te zingen. In het Italiaans! De vrouw van Jacobs begeleidde het duo aan de vleugel. Uren zijn ze ermee door gegaan in de grootste harmonie. En ik die al mijn diplomatiek talent had uitgeput om dat rendez-vous mogelijk te maken! Ik zat er nogal stil bij!... Had ik geweten, dat ik alleen maar het woord 'opera' had moeten zeggen. Maar ja, hoe kon ik nu weten dat de echtgenote van Gil Kane operazangeres was?"
7 juli 2026: Natasja aan zee
"Ik heb gelezen dat ik met een eendelig badpak heel veel succes zou hebben!"
Natasja aan zee door François Walthéry.
7 juli 2026: Jef Anthierens en Zwendel
In vele Franstalige bronnen, die daarna ook overgenomen werden in vertaling, staat te lezen dat André Franquin zich voor het uiterlijk van de schurk Zwendel in Robbedoes en Kwabbernoot heeft gebaseerd op een kennis die werkte in een grootwarenhuis, eenzelfde soort kapsel had en een enorme kletskous was met een afschuwelijk accent. Eenmaal je de gelijkenissen ziet tussen Zwendel en Vlaming Jef Anthierens (1925-1999), krijg je hem als Zwendel echter niet meer uit je hoofd.
De in Brugge geboren Jef was de oudste broer van de ook al bekende Athierens-telgen Johan en Karel die zich in diverse media (weekbladen, kranten, televisie) bekwaamden. Dat Jef Anthierens en Franquin elkaar kenden, al is het maar van zien, is een feit. Begin jaren 1950 was hij namelijk een productief journalist bij Humoradio, een weekblad van uitgeverij Dupuis die ook het weekblad Robbedoes/Spirou uitgaf. De redacties waren gevestigd in hetzelfde gebouw in de Brusselse Centrumgalerij. Hij stootte door als hoofdredacteur. Aan Jef heeft Humoradio de kortere naam Humo te danken en hij lanceerde de nog steeds bestaande rubrieken Open Venster, Dwarskijker en Humo sprak met... In plaats van een doorslagje van het Waalse voorbeeld Le Moustique groeide Humo onder Jefs vleugels uit tot een volwaardig, zelfstandig blad met een eigen smoel. Door ook artikelen over rock-'n-roll toe te laten, werd Humo ook almaar meer een tijdschrift voor muziekliefhebbers. Anthierens schreef trouwens zelf een biografie over Elvis Presley onder het pseudoniem Bert Brem.
Humo verkocht voorbeeldig en Jef werd in 1966 door Dupuis beloond met een functie als algemeen hoofdredacteur voor alle tijdschriften van de uitgeverij, ook de Franstalige. Eind 1968 verkaste hij naar Panorama om opnieuw een baan als hoofdredacteur uit te oefenen. Broer Karel volgde hem bij Dupuis op. Later volgden voor Jef De Post, Spectactor en Sport Magazine. Hij richtte ook nog het wetenschappelijke maandblad Eos op.
Ook Marc Sleen heeft Jef Anthierens weleens getekend. Hij komt tweemaal voor in Nero, in De Groene Patreel (1961) en Het Lodderhoofd (1961-1962). In De Groene Patreel komt hij ook al voor als een schurk. Hij is Jozef, de eerste minister van Bosfora die de koning probeert te vermoorden. Op het eind van het verhaal kan Nero niet bewijzen dat hij in Bosfora is geweest en klampt op straat een man aan die volgens hem de eerste minister is. "Schei uit, mens! Ik haat politiek. Ik ben nooit eerste minister geweest. Ik schrijf alleen maar in een weekblad", verwerpt het heerschap.
Met dank aan Erwin Cavens.
7 juli 2026: Belgisch dream team
De Belgen deden vannacht wat ze moesten doen: winnen! In 2018 zag de Servische tekenaar Gradimir Smudja (Het Kunstbordeel, Vincent en Van Gogh, Op Tijdreis door de Schilderkunst) de Belgen als wereldkampioen... weliswaar op stripgebied. Op deze illustratie zie je zijn persoonlijke dream team van Belgische striptekenaars. Op de bovenste rij van links naar rechts herken je Frank Pé, René Follet, Morris, Edgar P. Jacobs (als keeper), Peyo, André Franquin en Hergé (als kapitein). Op de onderste rij hurken René Hausman, Hermann, François Schuiten en François Walthéry.
7 juli 2026: Hergé in Votre “Vingtième" Madame
De Franstalige Belgische krant Le Vingtième Siècle publiceerde niet alleen de wekelijkse jongerenbijlage Le Petit Vingtième, waarin Kuifje en Quick en Flupke geboren werden, er was ook nog de wekelijkse bijlage Votre "Vingtième" Madame, bedoeld voor de vrouwelijke lezers van de krant. En ook daar leverde Hergé covers, illustraties en hoofdingen voor rubrieken voor die niets te maken hadden met zijn stripverhalen. Hij had zelfs de artistieke leiding over deze vrouwenbijlage. Je vindt hier enkele voorbeelden van zijn grafisch werk.
Hergé signeerde zelden deze tekeningen. Soms plaatste hij een "H" of vernoemde hij enkel de modeontwerpers op wiens werk Hergé zich had gebaseerd voor het tekenen van de modieus geklede vrouwen.
Votre "Vingtième" Madame liep enkele jaren vanaf 1930 met onderwerpen als mode, huishoudtips en met feuilletons. De bijlage was een voortvloeisel uit de wekelijkse krantenpagina Page de la Femme. Een van de journalisten en de eindredactrice was Germaine Kieckens, de latere echtgenote van Hergé.
Bron: Tintinomania / Tintinimaginatio
6 juli 2026: Kunstfoetussen
De Franse kunstenaar Alexandre Nicolas maakt sculpturen van onder meer foetussen in superheldenoutfit, al zal zijn foetus-Kuifje ook wel bekend overkomen. Hij maakte ooit een baby-Hitler, Darth Vader enzovoort.
6 juli 2026: Dolgedraaid op gevel in Madrid
Sinds 15 maart 2025, op de geboortedatum van de Spaanse tekenaar Francisco Ibañez, kan je in Madrid een metershoge stripmuur bewonderen met een fragment uit het werk van de tekenaar van Paling & Ko. Het is een fragment uit 13, Rue del Percebe (in vertaling Paviljoenstraat 3 in de reeks Dolgedraaid, zeven delen in 1981-1983) waarin Ibañez elke strippagina opbouwde als de doorsnede van een appartementsgebouw zodat de lezer een komisch inkijkje krijgt op de bewoners ervan. De strip was zo populair dat hij liep van 1961 tot 1984. De muur is terug te vinden in de wijk Carabanchel in de straat General Ricardos nummer 46.
6 juli 2026: Willy Vandersteen in Rijk der Vrouw
In een artikel van 20 juni 1953 rekende journalist Jeanne Demer van het vrouwenblad Rijk der Vrouw uit dat er toen een dertigtal striptekenaars in België actief was. Willy Vandersteen was er een van, toen al met groot succes en publicaties in België, Nederland en Frankrijk. Hieronder vind je enkele van zijn uitspraken in het artikel. Sidonia heette toen nog Sidonie, Schanulleke was Schalulleke en Jerom was nog maar pas bij de cast gevoegd.
Over het precieze moment van de creatie van Suske en Wiske, in feite Rikki en Wiske nadat vier kinderboekjes uit 1945 (Zoo Ik een Zeerovertje / Eskimootje / Riddertje / Indiaantje Was) van hem een succes kenden waardoor zijn uitgever Standaard Boekhandel hem naar meer "Vlaamse kinderboeken" vroeg: "Op een herfstavond in 1943, in de Heistraat, te Wilrijk, met de begeleiding van afweergeschut en zwaar vliegtuigenmotorengebrom in de lucht, werden Suske en Wiske geboren. In de kelder nog wel. Want ik was om mijn vrouw genoegen te doen mee naar de kelder gegaan, met mijn tekenplank en mijn stift natuurlijk."
Over zijn verklaring voor het succes van Suske en Wiske: "Ik denk dat het vooral te wijten is aan het feit dat het Vlaamse kinderen zijn, die een eigen volkstaal spreken: onze Vlaamse mensen voelen er zich mee verwant!"
Over de familieverhoudingen tussen de personages: "Wiske is het nichtje van tante Sidonie en Suske, die een weeskind is, hebben ze meegebracht van het eiland Amoras. Lambik is de privédetective die ze eens ter hulp hebben geroepen en die daardoor een lid van de familie is geworden. En weet u, ik geloof dat tante Sidonie heimelijk verliefd is op Lambik!"
Of hij ooit eens bijna niet klaar raakte met zijn stripstroken voor de krant: "Maar al te dikwijls. Ik heb mijn uitgevers al vaak hoofdpijn bezorgd en zelfs doodsangsten doen uitstaan. Soms wordt het wel eens erg laat eer ik mijn bandjes instuur. Zo vertrok ik twee jaar geleden naar Frankrijk, naar het zuiden. En ik was niet klaar gekomen met de reservebandjes die ik beloofd had in te sturen. U weet hoe het gaat: Frankrijk is mooi en eens rustig aan het stuur zitten van je auto — lekker dineren in een Frans hotel — je wordt er zo echt een vakantiegast! Plots werd het werkelijk hoog tijd om aan deze lezers in den lande te vertellen wat er verder met Suske en Wiske moest gebeuren. De inspiratie kwam, wat laat, want om één uur 's nachts op de Cap Saint-Martin onder een prachtige, zachte Franse hemel, in de schijn van mijn autolampen, leefden Suske en Wiske hun avontuur voort. 's Anderendaags heel vroeg 's morgens ben ik dan terug naar Menton gereden om mijn strips per vliegtuig naar Brussel te versturen. Enfin, beter laat dan nooit."
Over de vele brieven die hij — toen dus al — van fans kreeg en niet alleen van kinderen, maar voornamelijk van volwassenen. Het aantal brieven verdubbelde elke keer de ontknoping van een verhaal naderde. Op een dag verstuurde een heer uit Kortrijk een doos naar Vandersteen met daarin een pop die sprekend op Schanulleke leek. Er zat een briefje bij waarop stond: "Wij hebben gemerkt dat U in de voorbije week Schalulleke bent kwijt geraakt. Wij vonden haar op de Grote Markt te Kortrijk en hebben ze U dan maar dadelijk opgestuurd." Vandersteen was diezelfde week vergeten om Schanulleke te tekenen.
In de periode van het artikel koesterde Vandersteen nog de wens om een nieuwe reeks dierenverhalen te lanceren. Daar vond hij de tijd toen nog niet voor. Bessy was al in 1952 begonnen en Safari volgde pas in 1969.
5 juli 2026: Logo Chicago Bulls
Als je het logo van de Amerikaanse basketbalploeg Chicago Bulls omdraait, is het een mannetje met rare hoed dat een opengeklapte strip leest. Dat zien wij er althans in.
5 juli 2026: Ongebruikt schutblad van Will
Tekeningen van Will (Baard en Kale) voor een schutblad dat nooit is gebruikt. Het was bedoeld voor het album De Hemel in de Hel (in 1993 verschenen bij P&T Production) zonder dat Will er al de inhoud van kende. Het door Stephen Desberg geschreven verhaal was namelijk helemaal niet zo frivool als Will had gedacht.
Uit de archieven van Jean-Claude De la Royère.
5 juli 2026: Veilingrecord Kuifje uit 2016
Dit origineel van een pagina uit Mannen op de Maan brak in 2016 een wereldrecord. Voor het eerst werd een enkele pagina uit een Kuifje-verhaal via een veiling verkocht tegen een zo hoge prijs. Een gefortuneerde koper had er 1,55 miljoen euro voor over. De schatting bedroeg tussen de 700.000 en 900.000 euro.
5 of 119