4 of 115
Ditjes en datjes (19)
Op deze pagina bundelen we quotes, weetjes, extra nieuwtjes, berichten uit onze archieven en andere artikeltjes die we tussen 14 en 19 juni op onze Facebookpagina hebben gepubliceerd.
19 juni 2026: John Lasseter over Asterix
"Ik ben altijd een zeer grote fan geweest van Belgische strips. Ik denk dat ik alle albums van Asterix heb (nochtans een Franse strip, red.). Ik hou ook van Kuifje en van de Marsupilami, maar Asterix is toch mijn favoriet. Uderzo is altijd een grote bron van inspiratie geweest voor Pixar. De nachtscènes in Cars zijn trouwens gebaseerd op de manier waarop Uderzo zijn personages in het donker tekende."
In Humo nummer 3435 van 4 juli 2006 interviewde filmjournalist Erik Stockman (die zijn ruime stripkennis weleens etaleerde in zijn filmrecensies) de Amerikaan John Lasseter naar aanleiding van de toenmalige release van de animatiefilm Cars. Hij blijkt ook een liefhebber te zijn van Franco-Belgische strips.
Lasseter was de chief creative officer van productiefirma Pixar, die hij mee had opgericht, en combineerde toen een job als hoofd van de animatieafdeling van Disney. Hij regisseerde onder meer Toy Story 1 en 2, A Bug's Life, Cars 1 en 2 en was uitvoerend producent voor Beauty and the Beast, Monsters, Inc., Spirited Away, Finding Nemo, Rartatouille, WALL•E, Up, Tangled, Frozen, Moana, The Incredibles en tientallen andere animatieproducties
19 juni 2026: Andreas Deja over André Franquin
De in Polen geboren Duits/Amerikaanse tekenfilmmaker Andreas Deja was de ontwerper en animator van het personage Jafar in de Disney-tekenfilm Aladdin en Scar uit The Lion King. Hij werkte vanaf 1980 bij Disney en werd in 2015 een Disney Legend. In 1990 ontmoette hij een striplegende.
Dat jaar kreeg Deja op een dag een telefoontje van het Disney-management met de vraag of hij een artiest met de naam André Franquin kende die net een rondleiding kreeg in het gebouw van de Disney-studio's. Toevallig had Deja een Duitse editie van het artbook Cauchemarrant in zijn kantoor. Franquin was verlegen, sprak zachtjes en zag er verbaasd uit dat een Disney-tekenaar zijn werk kende. Franquin signeerde graag Deja's album. Die tekening zie je op de eerste foto.
De andere foto's komen uit Franquins schetsboek. Deze tekeningen gaf Deja als voorbeeld voor Franquins talent. Deja beweerde dat Franquins unieke tekenstijl tot de dag van vandaag ontelbare striptekenaars over heel de wereld beïnvloedt.
19 juni 2026: Affiche van François Boucq
Toen we deze illustratie van François Boucq zagen passeren, herinnerden we die als het affichebeeld van een Vlaams stripfestival (Kortrijk?) van eind jaren 1980 of begin jaren 1990. Hoe dan ook, op de tekening zou je tussen de Vlaamse stripfiguren Lambik (midden) en Urbanus (rechts) ook nog de volgende stripfiguren kunnen herkennen: Blake en Mortimer, Dommel, Isabelle Avondrood, Kwabbernoot en het been van Robbedoes, Jimmy McClure uit Blueberry, Billie, een Smurf, Mickey Mouse, Kuifje, Jolly Jumper, Obelix, Buck Danny, Roodbaard, Corto Maltese, de Marsupilami, Laureline en enkele ruimtewezens uit Ravian en de witte vogel uit Mœbius' Arzach.
18 juni 2026: Action figures in actie
Veertig foto's van de Japanse fotograaf HotKenobi uit 2017. Hij plaatste action figures van Amerikaanse superhelden, uit Star Wars, de Japanse reeks Ultraman, Pokémon en zelfs Bruce Lee in dikwijls komische opstellingen. Bij sommige close-ups zijn de details van de poppetjes bijna niet te onderscheiden van de echte acteurs die ze in films vertolkten.
18 juni 2026: Verfilming Meneer Johan
In 2024 liepen we in het Brusselse Stripmuseum stripmaker Philippe Dupuy tegen het lijf. Samen met zijn kompaan Charles Berberian is hij de auteur van Meneer Johan. Die Johan was een single dertiger op zoek naar ideeën voor een roman. De reeks beschrijft zijn dagelijkse en amoureuze besognes en zijn vriendschap met de ongegeneerde Felix. Prachtreeks. En we ontdekten toen pas dat er een Franse film van bestaat: Ce Soir Je Dors Chez Toi uit 2007 van Olivier Baroux die de film schreef en regisseerde. Jean-Paul Rouve vertolkte de hoofdrol, maar heette in de film niet Jean (Johan), maar wel Alex.
Het verhaal: Alex, een schrijver, heeft al een jaar een relatie met Lætitia. Ze wonen allebei nog op zichzelf, maar Lætitia zou graag willen dat ze gaan samenwonen. Alex, die vaker gedumpt is dan de recordhouder parachutespringen en voor wie het leven als koppel het begin van het einde is, zal er alles aan doen om zijn onafhankelijkheid te behouden. Om hem daarbij te helpen kan hij rekenen op de aan Parijs verslingerde Jacques, zijn uitgever en beste vriend, die al meer dan een jaar op het tweede boek van Alex wacht, en op Eugène, de zoon van Jacques.
© foto: Raymond Lagae
18 juni 2026: Stripvoorstellen LEGO ideas
Er zijn weer een voorstel met stripfiguren op LEGO Ideas opgedoken. Er moeten tienduizend supporters gevonden worden om deze Lucky Luke met Billy the Kid of Obelix met een menhirtje door LEGO te laten overwegen om er een eventuele realiteit van te maken.
18 juni 2026: André Franquin over de leeftijd van Guust Flater
"Ik kan Guust geen leeftijd toekennen. Hij rijdt natuurlijk auto, hij heeft al een soort romance met juffrouw Jannie, enzovoort. Laten we zeggen dat hij een tiener is, maar qua gedrag lijkt hij nog steeds veel op een kind. Hij gedraagt zich heel vaak heel kinderachtig […] Ik denk dat hij juist iemand is die het volwassen zijn afwijst, die de volwassenheid afwijst. Ik denk dat hij zich zijn hele leven als een kind zal gedragen. Het is een jeugd die maar niet ophoudt. Daarom past hij niet helemaal in een ernstige wereld, vooral niet in kantoren waar je serieus moet werken, spullen in lades moet opbergen, enzovoort. En dat past helemaal niet bij hem."
André Franquin in 1973 over de leeftijd van Guust Flater in het Franse programma La Belle Ouvrage. Daar werd op gereageerd met de stelling dat Franquin zelf ook nog een beetje een kind was. Dat leidde naar een antwoord over Franquins eigen vaderschap van dochter Isabelle.
"Ik heb maar één kind, een dochter van zestien. De rol van vader overweldigt me een beetje en baart me zorgen, want het is een grote verantwoordelijkheid. Ik voel me zelf namelijk nog erg kinderlijk en heb altijd het gevoel dat je veel volwassener moet zijn dan ik om vader te zijn."
Een reactie van Erwin Cavens: "Franquin zei ook ooit dat een volwassene een kind is waarmee het verkeerd is afgelopen."
17 juni 2026: Technische tekeningen Kuifje-raket
Justo Miranda is een Spaanse luchtvaartautoriteit. Hij publiceerde tientallen boeken over Duitse, Britse, Amerikaanse, Japanse gevechtsvliegtuigen en geheime nazitoestellen uit de Tweede Wereldoorlog. Als technisch tekenaar reconstrueert hij met geavanceerde tekenmethoden historische vliegtuigen op basis van originele onderdelen. Dankzij z'n rationele werk werden diverse mythes over vliegende schotels en de atoombom van Adolf Hitler ontkracht. Als Kuifje-liefhebber kon hij het niet nalaten om ook de befaamde raket van professor Zonnebloem in technische tekeningen om te zetten. Dat deed hij volgens de Facebookgroep The Adventures of Tintin met de hand.
17 juni 2026: Willy Vandersteen in Durbuy
Van 1985 tot 1998 was Durbuy, het kleinste stadje ter wereld, jaarlijks het toneel voor het grootste stripfestival van Wallonië. Tekenaars met naam en faam kwamen er signeren. Er was ook een tweetalige omkadering met aandacht voor Vlaamse tekenaars. Op deze foto zie je Willy Vandersteen een kopje van Lambik tekenen. Volgens diverse bronnen kwam hij die dag in stijl en met veel bekijks naar het festival: in een Rolls-Royce.
© Philippe Barzin
17 juni 2026: Nero in Durbuy
Op het stripfestival van Durbuy van 1988 liep een expo over Marc Sleen en Nero. De stripmaker was er niet alleen de eregast, hij werd ook gehuldigd als ereburger van de stad. Standaard Uitgeverij vervaardigde toen deze affiche.
Op deze editie won Congo 40 van het duo Eric Warnauts en Raives de prijs van het publiek, terwijl de pers voor een tot grotere stripklassieker uitgegroeid album koos: De Chninkel van Grzegorz Rosinski en Jean Van Hamme. Tome kreeg een prijs voor beste scenario voor Soda.
17 juni 2026: Collectieve tekening Durbuy
Voor deze collectieve tekening uit 1988 leefden enkele tekenaars zich uit op het toenmalige stripfestival van Durbuy. François Walthéry neemt het gros van de tekening in beslag met zijn Natasja en z'n duivenmelker uit De Ouwe Blauwe. Ze staan naast een karikatuur van Jean-Pierre Gilson, de organisator van het festival, getekend door Ptiluc die helemaal rechts ook een rat heeft getekend uit diens reeks Pacush Blues. Linksonder kijkt een versufte Papyrus van Lucien Degieter. Rechtsboven staan Wiske en tante Sidonia door Eugeen Goossens. Onder hen blinkt Druuna van Paolo Eleuteri Serpieri. Links van Wiske staat Silvester van Rochefort van Thierry Cayman en Bom. Naast Druuna heeft Barly Baruti een van zijn figuren getekend.
In 1990 won Suske en Wiske, toen getekend door Paul Geerts, de prijs voor het beste Nederlandstalig album.
16 juni 2026: Suske en Wiske door Bloz
Niet voor het eerst laten we je een tekening zien van Suske en Wiske door de Franse tekenaar Bloz (Dino’s, Alleen op de Speelplaats, Een Zoo Vol Verdwenen Dieren). Deze versie van de befaamde Suske en Wiske-toren tekende hij in 2023 voor zijn zoon, een fan en verzamelaar van de stripreeks.
Bloz' ware naam is Jean-Christophe Grenon. Hij is in 1969 geboren in Duinkerke, ooit gelegen in Frans-Vlaanderen. Zijn eerste tekeningen publiceerde hij op zijn elfde in een regionale krant in Vlaanderen.
16 juni 2026: Bollie en Billie worden groot
Kleine jongens en puppy's worden groot.
Het vijfde plaatje is Bollies eerste schooldag.
16 juni 2026: Advertenties tandpastamerk inspiratie voor cover Chihuahua Pearl
Dit blijft toch een prachtcover. Jean Giraud ging allerminst voor symmetrische schoonheid. Let op het linkerooglid, de bovenste voortanden, maar vooral op de krachtige uitstraling. Voorbeelden voor de cover vond hij in advertenties van het tandpastamerk Ultra Brite die in 1972 in Pilote te zien waren. De western Blueberry werd voorgepubliceerd in dit Franse stripweekblad. In 1970 liep het verhaal Chihuahua Pearl in Pilote. De eerste druk van het album kwam in 1973 uit in het Frans. Twee jaar later verscheen het in het Nederlands na een voorpublicatie in Eppo.
16 juni 2026: Piraat voorvader van Peyo
Ja, je leert nog iets bij op onze pagina. De man op het portret is William Kidd (1645-1701), een befaamde Schotse piratenjager uit de zeventiende eeuw die uiteindelijk zelf (ten onrechte) werd geëxecuteerd voor piraterij. Een van de piraten met wie hij regelmatig in de clinch lag, is een voorvader van een bekende striptekenaar. Die piraat heette Robert Culliford, van wie amper een portret bestaat, in het Engelse Cornwall geboren in 1666, jaar van overlijden vermoedelijk 1710. En dat was een voorvader van Pierre Culliford alias Peyo, de schepper van Johan en Pirrewiet en De Smurfen.
Kidd en Culliford leerden elkaar nota bene kennen als scheepsmaatjes aan boord van een Frans kaperschip. Daar kwam muiterij van en daaropvolgend muiterij op de muiterij. Culliford voer met z'n piratenbemanning naar de Caraïben, plunderde er schepen en ging de buit verkopen in New York. Zijn stripwaardige avonturen hebben 'm ook geleid naar India, waar Culliford met z'n medepiraten de lokale bevolking beroofde en mishandelde en waar hij uiteindelijk vier jaar lang gevangen werd gehouden. In 1696 kon hij ontsnappen naar Bombay waar hij met enkele lotgenoten aanmonsterde op een schip van de Oost-Indische Compagnie dat ze ook weer in beslag namen om de piraterij terug op te nemen. Zijn tochten hebben 'm verder nog geleid naar Madagaskar, waar hij William Kidd terug op zijn pad vond. Kidd verloor een deel van z'n bemanning aan Culliford en het avontuur ging verder in de Rode Zee.
Over zijn relatie met z’n metgezel, collega-kapitein John Swann, rezen geruchten die Culliford bestempelden als een biseksuele of homoseksuele piraat, maar dat is nooit bewezen. In 1700 werd hij gearresteerd. Hij onstnapte aan de galg door als getuige op te treden tegen piraat Samuel Burgess. Hij verdween daarna uit de historische archieven.
Peyo werd geboren in Brussel. Zijn vader, Richard Culliford, was een tot Belg genaturaliseerde Brit die met de Brusselse Marguerite Marie Kulinckx trouwde.
15 juni 2026: Onvoltooid project: stripversie Xenon
Wie herinnert zich nog de Vlaamse tv-reeks Xenon, die in 1984 op de toenmalige BRT werd uitgezonden? Daar bestonden stripplannen rond. De regie van de tv-reeks lag in handen van Jef Cassiers, in een verder verleden bekend als Het Manneke (waarvan ook een strip bestond), Johan en de Alverman en samen met zijn broer Cois het komische duo De Woodpeckers, genoemd naar Woody Woodpecker, want de Cassiers hadden een achtergrond als tekenfilmmakers. Dat leidde voor Jef Cassiers in hetzelfde jaar als Xenon naar de release van de lange tekenfilm Jan zonder Vrees, waar de latere Suske en Wiske-tekenaar Marc Verhaegen en Oscar-winnares Nicole Van Goethem tekenaars van waren. Cassiers was verantwoordelijk voor het scenario, de regie en het storyboard.
Oké, oké, terug naar Xenon, waarin onder meer Brit Alen (de latere vrouw van Jan Decleir en mama van Flor Decleir), Gene Bervoets, Carry Goossens, Nolle Versyp en Bert André rollen vertolkten. Deze tiendelige sf-reeks vertelt over een artificieel brein uit de ruimte dat wordt verbonden aan de hersenen van het weesmeisje Els. Het elektronische brein slaat op hol en palmt het meisje in. Ze moet kiezen tussen mens en machine. Twee onderzoeksjournalisten riskeren hun leven om dit dilemma tegen te gaan.
De begintune was overgenomen van John Carpenters themamuziek voor zijn horrorfilm Halloween, terwijl voor de soundtrack stukken werden gebruikt uit die van de film Poltergeist van Tobe Hooper met muziek van Jerry Goldsmith. Dat is de reden waarom de reeks tegenwoordig niet meer beschikbaar is of wordt herhaald, ook niet via streaming. Zelfs op YouTube vind je slechts één aflevering terug. Op Canvas werden wel enkele afleveringen heruitgezonden in het programma MeMo TV. De huidige VRT weigert de reeks opnieuw beschikbaar te maken omwille van de lastig en duur te regelen copyrights op de muziek.
Ook een stripversie van Xenon werd nooit gerealiseerd, hoewel daar concrete plannen voor waren. De in Roeselare geboren graficus en decorontwerper Guido Malisse had het voornemen het te tekenen. Zijn jongere broer Peter legde het in 2015 als volgt uit: "Het is onduidelijk wie precies het initiatief nam, maar het lijkt erop dat mijn broer naar producer Tom Huybrechts gestapt is met het voorstel om van Xenon een stripverhaal te maken. Dat het Guido's idee was, kan ook opgemaakt worden uit het feit dat hij 'dit buiten de werkuren' zou realiseren. Ik citeer dit uit een dienstennota van K. Van Herp aan Jozef Coolsaet, toen directeur programmering en dienstverlening. De gehele context staat erin beschreven. Een fragment: 'G. Malisse heeft een aantal proeven getekend van de 1ste aflevering, die door de DG-TV werden gewaardeerd. G. Malisse werd verzocht deze verder uit te werken. Ondertussen bleek dat het gewone filmscenario niet als basis kon dienen voor een stripverhaal: te uitgebreid — in tekenwerk liggen de 'pointes' anders — andere cadrage. Doordat er zeer weinig werkfoto's waren, en totnogtoe (sic) weinig afgewerkte film, had Malisse tevens een groot tekort aan beeldmateriaal. Daardoor ontstond een feitelijke samenwerking tussen Malisse en J. Cassiers, die hem beloofde een aangepast scenario/draaiboek te maken.' Gedateerd: 09.02.84. De reeks liep van 4 januari tot 7 maart 1984 (heruitzending: 5 maart tot 7 mei 1986).
Het voorstel kwam er dus relatief vroeg, maar hoewel de opsteller het 'een zeer sympathiek initiatief' vond, twijfelde hij aan de haalbaarheid van de beoogde deadline 'om nog op de markt te geraken', 'd.i. 'voor de laatste uitzending.' Hij ziet meerdere obstakels: de samenwerking met Cassiers compliceert de problematiek van de rechten; het betreft een 'zeer laborieus en minutieus werk', terwijl de activiteiten van Cassiers in het privé — hierbij vermeldt hij tussen haakjes 'animatiefilm' — én de afwerking van de serie een hypotheek leggen op 'het tempo van Malisse'. In het praatprogramma vertelde Guy Cassiers dat de ziekte, waaraan zijn vader in 1987 stierf, niet zo heel lang na deze feiten aan de oppervlakte was gekomen. Een directe reden zal het niet geweest zijn, maar een en ander nam wel alle hoop weg dat Xenon inderdaad ooit als stripverhaal zou verschijnen. Ik herinner mij de ontgoocheling van mijn broer, maar geen opstandigheid. Ik ontmoette hem (toen) niet vaak, maar hij wekte niet de indruk iets of iemand de schuld van het debacle te geven. Hij leek mij vooral spijt te hebben van iets als een gemiste kans.
'Ondertussen rijst de vraag wat er met het al gepresteerde thuiswerk van Malisse gebeurt, als dit projekt (sic) niet doorgaat', besluit Van Herp. Zoals gezegd: het project ging niet door, maar wat er met al het thuiswerk is gebeurd weet ik niet. Zelf heb ik een aantal inkttekeningen (op kalkpapier en in print) die inhoudelijk m.i. dichter bij de ontknoping te situeren zijn dan mag verwacht worden van het 'groot aantal proeven van de 1ste aflevering' (cf. supra). Twee ervan zijn hier weergegeven; ik heb ze laten digitaliseren en opschonen. Er moet dus meer materiaal zijn."
Jef Cassiers overleed in 1987 aan kanker. Met Guido Malisse liep het dramatisch af. Hij werd in de nacht van 27 op 28 februari 1992 vermoord op 34-jarige leeftijd. Hij werd om het leven gebracht door Ronald Depreeuw wiens echtgenoot een relatie had met Malisse.
15 juni 2026: André Franquin over Edgar P. Jacobs
Professor Mortimer door André Franquin. Daar hoort onderstaande hommage bij die in Kuifje nummer 13 van 24 maart 1987 is gepubliceerd, een dikke maand na het overlijden van Edgar P. Jacobs.
"In feite hebben we elkaar slechts zelden ontmoet. Ik heb dus geen anekdote over hem te vertellen. Het neemt niet weg dat ik altijd de grootste bewondering voor hem heb gehad. Die bewondering is oprecht en wordt niet ingegeven door de omstandigheden, namelijk zijn dood. Voor mij zal Jacobs de grootste 'realistische' striptekenaar blijven, die België ooit nog toe kende. Zijn 'realisme' was de transpositie van een zeer originele werkelijkheid. Hij is misschien de enige die erin is geslaagd onvergetelijke beelden te scheppen. En onvergetelijke beelden creëren is voor alle tekenaars het supreme doel, het hoogste. We dromen en we proberen allemaal het te bereiken. Jacobs, hem, is het meesterlijk gelukt.
Hij bezat de gave, de gevoeligheid en de kunst het uit te drukken in beelden en het is praktisch onmogelijk hem daarin te evenaren. Zijn illustraties van Atlantis, de Zwaardvis en de decors van Londen zijn beelden die zo’n indruk op me hebben gemaakt dat ik ze nooit zal vergeten. Ik was ook diep onder de indruk van zijn illustraties bij De Oorlog van de Werelden van H.G. Wells. Die tekeningen hebben me niet alleen gefascineerd, ze hebben me ook, in zekere mate, beïnvloed.
Welke ook z’n ambities zijn, een tekenaar zal altijd proberen zijn lezers echt te boeien, ze te laten genieten. Jacobs was een pionier van de tekenstrip. Zelden lees je scenario’s zo goed opgezet en zo nauwkeurig uitgewerkt als die van Jacobs. Van elk scenario zou een film of een roman gemaakt kunnen worden zonder dat zijn tekst ook maar iets van z’n waarde of uitdrukkingskracht zou verliezen. Met veel plezier heb ik zijn Opéra de Papier gelezen. Ik ben gewoonlijk niet zo verslingerd op autobiografieën, maar wat Jacobs schreef, boeide me uitermate. Het was ook niet zomaar een autobiografie. Het was véél meer. De weg die hij ging was uniek en, naast zijn leven als tekenaar en zijn carrière als zanger, ontdekt men een stukje Brussel. Een bladzijde uit een Brusselse kroniek, ontroerend en vol sprankelende humor.
Men ontdekt in z’n boek ook de onbevangenheid van Jacobs. Het is de onbevangen blik van een groot tekenaar op de Belgische tekenstrip van een bepaalde periode en een onbevangen visie op het Brusselse leven van voor enkele jaren. Het boek werkte verfrissend op me...
Het toeval wilde dat ik Jacobs op een dag bij Greg ontmoette. Hij kwam enkele tekenplaten van De 3 Formules van Professor Satō afgeven en maakte een opmerking die me toen verraste: 'Als ik mijn potloodtekeningen bekijk', zei hij, 'vind ik ze zo mooi dat ik het haast misdadig vind ze te inkten.'
Pas jaren later heb ik de volledige betekenis van dat zinnetje begrepen."
15 juni 2026: De vloek van Verviers
De vloek van Verviers. Over dat onderwerp mailden Yvan Delporte en Lewis Trondheim in 2004 met elkaar. Volgens een bijzondere theorie leidde die vloek naar zelfmoorden, waanvoorstellingen, een drankprobleem en crisissen bij de striptekenaars Noël Bissot (zie een eerder bericht), Raymond Macherot, Charles Degotte en Paul Deliège (wiens Jaap hier is afgebeeld, klinkend op de Nederlandse stripspeciaalzaak Lambiek). Ze woonden allen in de Waalse stad Verviers in de provincie Luik. In een van de mails legde Delporte, voormalig hoofdredacteur van het weekblad Robbedoes, het allemaal uit. De door hem genoemde uitzonderingen ondermijnen weliswaar zijn theorie. We citeren.
"Ik had een theorie.
Noël Bissot was melkboer. Hij deed met een kar zijn ronde langs de huizen van de stad en leverde aan huis. Hij maakte een aantal pagina’s voor Robbedoes, onder meer microverhalen. Hij heeft zich opgehangen. Hij woonde in Verviers, een stad die vroeger rijk was dankzij haar tapijtmanufacturen en geleidelijk aan ten onder ging.
Raymond Macherot werd getroffen door vreemde verschijnselen. Er liep een reportage over de marine op televisie en hij draaide zich naar zijn vrouw: 'Maar... Maar ze hebben het over mij!' Reclamepanelen langs de weg leken hem in de auto obscure persoonlijke boodschappen te sturen. Franquin kreeg in die periode een enorm respect voor de Encyclopedia Britannica omdat het artikel met de titel Paranoid Manifestations de problemen van zijn vriend heel nauwkeurig beschreef. Macherot komt uit Verviers.
Degotte wachtte tot zijn vrouw, zoals elke week, naar het fitnesscentrum vertrok en hing zich vervolgens op. Degotte kwam uit Verviers.
Paul Deliège, die afkomstig is uit een gehucht nabij Verviers, kreeg twee zware crisissen met twintig jaar ertussen. Je moet er wel bij zeggen dat hij in de straat woont die naar het kerkhof leidt en dat hij elke dag lijkwagens ziet passeren. Hij zegt dat hij eruit geraakt is door overmatig te drinken. In elk geval heeft hij zijn gevoel voor humor behouden.
Kortom, ik heb me afgevraagd of de producten die gebruikt werden voor het verven van wol misschien niet de waterleidingen van de stad hadden vervuild.
Maar Roger Leloup, ook afkomstig uit Verviers, is slechts depressief in die zin dat hij, zoals hij zelf zegt, soms in tranen uitbarst door het leed dat zijn Yoko Tsuno treft. Maurice Maréchal (Verviers is een kweekvijver van tekenaars) heeft tot zijn driëntachtigste geen problemen gekend. En mijn theorie stort in elkaar bij René Hausman uit Verviers, een gigantische levensgenieter met wie ik enorm veel heb gelachen."
15 juni 2026: Supporter Obelgix
Obelgix, de grootste supporter van de Rode Duivels, is er alvast bij voor de WK-match België-Egypte.
Beelden: vtm nieuws
15 juni 2026: Evolutie Guust Flater
Hoewel de tekenstijl van André Franquin heel herkenbaar is, was die doorheen de decennia ook wel onderhevig aan evolutie. Zelfs het uiterlijk van Guust Flater veranderde mee. Vergelijk de oorspronkelijke covertekening voor Het Geval Flater (in 1971 verschenen als deel 9, in de chronologische reeks kreeg 't in 2018 het nieuwe volgnummer 12) met een veel later hertekende versie voor een illustratie met andere doeleinden.
14 juni 2026: Coverproject Comanche
Coverproject voor Comanche 13: De Kermis der Wraak door tekenaar Michel Rouge. Op de uiteindelijke versie is er minder van de vlag te zien en werd Red Dust grotendeels hertekend. Er is ook een sigaar in de mond aan toegevoegd. Het album verscheen in 1995 en was het derde van Rouge en Greg nadat Hermann met de westernreeks was gestopt na deel 10.
Het scheelde niet veel of een Vlaming had de reeks overgenomen: Marvano (De Eeuwige Oorlog, Een Nieuw Begin, Dallas Barr, Berlijn, Grand Prix). In 1986 stond Marvano op het punt de western Comanche over te nemen met de zegen van Hermann. Problemen bij Le Lombard (een nieuwe eigenaar) en de scenarist (Greg wilde het scenario niet afwerken) en Marvano's nieuwe functie als uitgever bij Den Gulden Engel bliezen alle bruggen op, hoewel er een ondertekend contract bestond.
Rouge tekende de reeks tot deel 15 uit 2002, dat werd geschreven door Rodolphe na het overlijden van Greg.
14 juni 2026: Christian Denayer bij het stoppen van zijn carrière
"Ik heb me vaak afgevraagd welk doel wij, stripauteurs, dienen. Ik weet het nu: om goede momenten te delen, waarvan sommige dierbare herinneringen zullen blijven. Hoe vaak heb ik niet gelezen: 'Ik herinner me wat ik in mijn jeugd las', 'Ik was twaalf jaar...', 'Alsof het gisteren was', 'Ik wacht op de volgende'? Een echte reis door de tijd en betrokkenheid. Nu is het mijn beurt om dank u te zeggen! Voor jullie berichten en vooral voor jullie loyaliteit."
De nu tachtigjarige Christian Denayer nam in 2024 niet alleen afscheid van de actiereeks Wayne Shelton na een carrière van 62 jaar en zo’n 75 albums, hij stopte ook als striptekenaar. Een kwaal aan zijn tekenhand noopte hem mee tot deze beslissing. In zijn dankbericht aan zijn lezers, die massaal reageerden, schreef hij het bovenstaande.
Op deze foto zit hij samen aan tafel met zijn scenarist Jean Van Hamme (links) en hun respectievelijke partners. Luidens een bericht in 2024 eindigde hij naar eigen zeggen als een gelukkig tekenaar, dankzij zijn vele collega’s en lezers.
Wayne Shelton 14: Het Goud van Saigon was het laatste deel in de reeks. In het actiegenre was Denayer een ware primus. Hij was namelijk ook de tekenaar van reeksen als Alain Chevalier en De Brokkenmakers en verder ook nog van Gord, High School Generation en Yalek. Hij was daarnaast jarenlang een assistent van Tibet voor Rik Ringers en van Jean Graton voor Michel Vaillant.
14 juni 2026: Covertekening André Franquin
Lang voordat Dupuis het stripweekblad Robbedoes uitgaf vanaf 1938 was het al de uitgever van andere tijdschriften. De in 1898 opgerichte drukkerij startte in 1922 als uitgeverij met het Franstalige tijdschrift Les Bonnes Soirées waarin geïllustreerde verhalen te lezen waren voor een vrouwelijke doelgroep. Een jaar later had het al tienduizend abonnees. Later volgden Le Moustique en het Nederlandstalige De Haardvriend (de voorloper van Mimosa). Le Moustique kreeg dan weer een Vlaamse zustereditie, Humoradio, het huidige Humo.
Voor Les Bonnes Soirées, dat liep tot 1988, werkten heel wat beroemd geworden striptekenaars. We noemen Morris, Jijé, Albert Uderzo, Will, Victor Hubinon, Eddy Paape, Sirius en Gérald Forton, terwijl scenaristen als Jean-Michel Charlier en René Goscinny enkele van de vervolgromans hebben geschreven.
Ook André Franquin hoorde tot de leveranciers van tekenwerk, zij het sporadisch. Hij heeft enkele fraaie realistische covers geschilderd in gewassen inkt, getuige deze met z'n initialen AF gesigneerde cover van nummer 1529 van 27 mei 1951. Hij was toen al enkele jaren de tekenaar van Robbedoes en Kwabbernoot.
4 of 115