1 of 106

Ditjes en datjes (13)

9 mei 2026 In de kijker

Op deze pagina bundelen we quotes, weetjes, extra nieuwtjes, berichten uit onze archieven en andere artikeltjes die we tussen 3 en 8 mei op onze Facebookpagina hebben gepubliceerd.

8 mei 2026: Kettingstrip met Dick Matena, Will Eisner en Neal Adams

Onderstaand bericht van Tommy Matena, de trotse zoon van de onlangs overleden Dick Matena, deelden we graag.

Kort na het overlijden van mijn vader stuitte ik op verkoopplatform Vinted op een advertentie waarin een nagenoeg complete verzameling van het legendarische en destijds toonaangevende stripblad Illustracion Comix Internacional te koop werd aangeboden. In totaal ging het om zo’n zestig nummers. In een aanzienlijk deel daarvan staat ook werk van mijn vader: een heleboel verhalen die eerder al in het Amerikaanse blad Heavy Metal waren gepubliceerd.

Eén nummer in het bijzonder wil ik graag uitlichten. In nummer 27 uit februari 1983 staat een pagina die mijn vader tekende voor de kettingstrip El Comic Vivo. Dit was een lang doorlopend verhaal waarvan in elk nummer één pagina door een andere internationale tekenaar werd verzorgd. Legendarische namen als Jordi Bernet, Horacio Altuna, Richard Corben, José Ortiz, Manfred Sommer, Alex Toth en Alfonso Font droegen allemaal bij aan dit creatieve experiment.

Wie volgde mijn vader op? Niemand minder dan Will Eisner: een naam die bij vrijwel iedereen bekend in de oren klinkt en eigenlijk geen introductie meer behoeft. Hij wordt overigens nog weleens onterecht de grondlegger van de graphic novel genoemd; die eer komt wat mij betreft toch echt toe aan Harvey Kurtzman met Jungle Book.

En wie nam vervolgens het stokje over van mijn vader? Een striptekenaar die door vrijwel het hele superheldenfandom wordt verafgood en een haast legendarische status heeft verworven: de gevierde Neal Adams.

Ik zou ook nog kunnen uitweiden over het werk dat mijn vader in de jaren tachtig voor Heavy Metal maakte ; als je het mij vraagt de hoogtijdagen van zowel dit blad als van de stripgeschiedenis in het algemeen. Ik vind het gewoon ontzettend cool dat mijn vader het podium deelde met de crème de la crème, de absolute top van de internationale stripwereld.

Sla een willekeurig nummer van Heavy Metal uit de periode 1977-1984 open en je zintuigen worden getrakteerd op het werk van namen als Mœbius, Richard Corben, Crepax (niet mijn persoonlijke favoriet, maar toch door velen bewonderd), Tanino Liberatore, François Schuiten, Enki Bilal, Serge Clerc en nog talloze andere grootheden. En natuurlijk ook mijn vader: Dick Matena, de eerste overzeese ontdekking van de toenmalige editor van het blad, Ted White.

Pap, waar je nu ook bent: weet dat ik ontzettend trots op je ben en dat ik je geniale werk mijn hele leven zal blijven koesteren en bewonderen."

8 mei 2026: Strippende Natasja

François Walthéry wist in 1983 van geen ophouden toen hij zijn Natasja tekende in een opeenvolgende reeks illustraties voor een zekere Léon.

8 mei 2026: Succesvolle pleisterverkoop

De pleisterverkoop ten voordele van het Rode Kruis-Vlaanderen, met figuren van Studio 100, zit erop. De totale opbrengst bedroeg 4.140.000 euro, een record! Lees er hier meer over.

8 mei 2026: Tekening voor goede doel

Voor deze tekening van 31 januari 1975 voor het Bal de La Clairière spanden André Franquin, Tibet, Morris, Jean Roba, Jean Graton en Peyo zich samen in. De tekening was voor het goede doel: een veiling ten voordele van de school La Clairière in Watermaal-Bosvoorde, niet ver van de woonplaats van André Franquin. De papa van onder meer Guust Flater was bijzonder geraakt door deze instelling die zich tot op heden inzet voor kinderen met een handicap en hij had geen moeite om collega-tekenaars te overtuigen aan dit goede doel mee te werken.

Op de Wanted-poster heeft Morris een karikatuur getekend van Édouard Caillau, een Franse acteur die vaak samenwerkte met stripmakers op de sets van de Belgische televisie en die voor deze gelegenheid heeft meegewerkt aan de liefdadigheidsveiling.

8 mei 2026: Ton en Tinneke door Griffo

"De redactie was me liever kwijt dan rijk. Ik kreeg bij hen een gevoel van 'daar heb je die Vlaming weer'. Ik woonde toen nog in Antwerpen, mijn Frans was niet zo best en zelfs bij het overschrijven van de teksten maakte ik fouten. Ik moest die letters mooi schrijven, wat ik niet gewoon was. Ik moest leren de typische striptypografie te gebruiken. Op een bepaald moment kreeg ik een telefoontje dat ik dadelijk naar de redactie moest komen. Ik in mijn gouden Lada naar Brussel. Bleek dat de corrector mijn teksten niet meer wilde verbeteren omdat er te veel fouten in stonden. Ik moest het dan maar zelf doen. Een zware vernedering. Ik zat er precies straf te schrijven. Toen dacht ik bij mezelf: ik kom van Ercola, een totaal wilde bende, en nu zit ik schoolstraf te schrijven voor een strip die ik niet graag teken, maar die ik wel moet tekenen voor de lieve centen. Ik heb toen mijn papieren in de lucht gegooid, heb mijn jas aangetrokken en ben de eerste tien of twaalf jaar niet meer teruggekeerd."

Na een toevallige ontmoeting met André Franquin mocht de Vlaamse tekenaar Griffo Franquins gagreeks Ton en Tinneke, die toen al door een aantal andere handen was gegaan, in 1975 overnemen. Dat hield hij nog geen jaar vol. Het Franstalige voorbeeld van Griffo's Ton en Tinneke, dus met zijn lettering, verscheen in het weekblad Tintin en was ook in Kuifje te lezen. Deze gags zijn nooit in album verschenen.

Bron: Stripgids nummer 40, december 2014

8 mei 2026: Coverschets Blake en Mortimer

Affaires Classées (Geklasseerde Zaken) wordt de Franse titel van het dit najaar te verschijnen speciale Blake en Mortimer-album met tien korte verhalen door zeventien tekenaars en scenaristen. De coverschets hieronder is van de hand van Antoine Aubin. We hebben ons oudere bericht wat geactualiseerd, klik hier om het terug te lezen.

7 mei 2026: Blueberry door Michel Blanc-Dumont

"Als ik niet het geluk had om Giraud te ontmoeten, dan had ik de saga van Blueberry graag met Blanc-Dumont gemaakt."

Een compliment voor tekenaar Michel Blanc-Dumont dat kan tellen uit de mond van Jean-Michel Charlier. Blanc-Dumont tekende toen de western Jonathan Cartland. Charlier overleed in 1989 en maakte dus nooit mee dat Blanc-Dumont alsnog Blueberry zou tekenen. Op scenario van François Corteggiani volgde hij Colin Wilson op en tekent sinds deel 10 de reeks De Jonge Jaren van Blueberry. Het allerlaatste album van deze spin-off zou later dit jaar moeten verschijnen, lees er hier meer over.

Een toevoeging van Peter Nuyten, de tekenaar van de westernreeks Apache Junction: "Tja, met betrekking tot De Jeugd, het zag ernaar uit dat ik serieus de gedoodverfde opvolger zou zijn geweest. Met François ben ik aan de gang gegaan te werken aan een voorstel dat het laatste album van Blanc-Dumont dat nu pas uitkomt zou moeten zijn opgevolgd. De moeilijke omstandigheden ten aanzien van de erfgenamen zoals Blanc-Dumont die beschrijft, kan ik beamen. En voor Michel een hard gelag. En voor mij in principe uiteraard een grote teleurstelling. Ik had er graag aan gewerkt. Nadat François plotseling weggevallen was, kwam er geen respons meer vanuit de redactie of mijn bijdrage nu wel of niet geaccepteerd werd. Het werd dus pas veel later uiteindelijk een harde nee, daar de rechthebbenden dat kennelijk niet wilden. De zeer lovenswaardige poging van Marc Bourgne om met hem samen het te gaan proberen werd eveneens afgeslagen. Het zij zo..."

7 mei 2026: Storyboardtekeningen Mickey Mouse

Enkele voorbeelden van het storyboard — dat te lezen is als een stripverhaal — voor Plane Crazy, een tekenfilmpje van Mickey Mouse uit 1929. Ze zijn getekend door Ub Iwerks, de naaste medewerker van Walt Disney en de werkelijke hoofdtekenaar van de eerste tekenfilmpjes van Mickey Mouse.

7 mei 2026: Programma podcast Stripjournaal

"Weerom een leuke aflevering van Stripjournaal met deze keer Rutger Gret, alias Dutch Lucky Luke, over de gloednieuwe Lucky Luke-reeks die in maart 2026 op Disney+ verscheen en met de in Iran geboren journaliste en auteur Arezoo Moradi over De Lijnen die Mijn Lichaam Tekenen (Standaard Uitgeverij), het debuut van Mansoureh Kamari. Deze autobiografische graphic novel vertelt het verhaal van haar jeugd in Iran, waar vrouwen leven onder een strak systeem van controle, verboden en geweld.

Eindigen doen Robin Vinck en Kurt Morissens met Bas Schuddeboom, die opnieuw een bijzonder verhaal uit de krochten van de stripgeschiedenis opdiept. Eindelijk is het verhaal over een van de grootste tekenaars af. Waarom dat zo lang duurde, legt Bas in deze podcast uit."

Klik hier voor de podcastaflevering.

7 mei 2026: van “wanprestaties" naar integrale reeks voor Piet Pienter en Bert Bibber

Eerst in de collectie Minerva, daarna als zelfstandige reeks met nieuwe covers gaf vzw Uitgeverij 't Mannekesblad sinds 2006 heruitgaven uit van Piet Pienter en Bert Bibber. Daarvoor had de uitgeverij een contract met Pom waarin een nulvergoeding vastlag. Pom hoefde niet vergoed te worden, hij was al blij dat hij weer gepubliceerd werd, maar de uitgeverij betaalde hem toch 500 euro. In 2014 overleed Pom. Wat nu met dat contract?

Het kwam in 2016 tot een proces, aangespannen door de erfgenamen van Pom, en een vonnis waartegen 't Mannekesblad beroep aantekende. Intussen bleef de vzw nieuwe heruitgaven publiceren. Op 25 juni 2018 bevestigde het Hof van Beroep in Antwerpen het eerste vonnis waardoor Uitgeverij 't Mannekesblad niet langer albums van Piet Pienter en Bert Bibber mocht uitgeven. Als reden werden "contractuele wanprestaties" ingeroepen.

Onder die "wanprestaties" werd begrepen dat de uitgeverij na zes jaar "slechts één derde van de stripalbums had uitgegeven waarvan de auteursrechten haar in eigendom werden overgedragen, terwijl ook nog andere werken dan stripalbums in de overdracht begrepen waren". Daaruit kan je begrijpen dat de uitgeverij méér albums had moeten uitgeven om het contract na te komen. Meer over het vonnis kan je hier lezen.

Conclusie: er verschenen géén albums meer van Piet Pienter en Bert Bibber bij Uitgeverij 't Mannekesblad. Dat contract raakte ontbonden waardoor de erfgenamen alle recht hadden om met andere partijen in zee te gaan voor eventuele heruitgaven, al dan niet in de vorm van integrales. In 2020 al startte Matsuoka, een label van Standaard Uitgeverij, die integrale reeks. Met groot succes trouwens, want in de coronaperiode werd er meer dan ooit gelezen. De eerste druk raakte razendsnel uitverkocht en kreeg een herdruk. De vijfenveertig verhalen die indertijd door Standaard Uitgeverij werden (her)uitgegeven bundelde Matsuoka in elf integrales. De oorspronkelijke krantenverhalen uit Het Handelsblad, die Pom later (grondig) herschreef en hertekende, gaf Adhemar in 2025 en later dit jaar uit in negen nieuwe albums.

6 mei 2026: Børge Ring over Lo Hartog van Banda

"Lo Hartog van Banda had zo veel strips geschreven dat de redactie hem vroeg of hij Distel onder een pseudoniem wilde publiceren. Hij weigerde dat en zei dat hij twintig jaar lang gepubliceerd had onder het pseudoniem Marten Toonder en dat het hem niets had opgeleverd."

Voormalig animatie- en striptekenaar Børge Ring (1921-2018) dist in 2015 herinneringen op aan zijn stripreeks Distel en zijn samenwerking met scenarist Lo Hartog van Banda. Deze scenarist schreef vele, vele verhalen van reeksen als Aram, Kappie, Tom Poes, Koning Hollewijn en Panda in naam van Marten Toonder of hij bedacht er de plots voor. Hij schreef onder meer ook voor Lucky Luke (het topalbum Fingers is er een van), terwijl zijn door Thé Tjong-Khing getekende one-shot Iris een cultstatus heeft verworven.

Op de foto zie je de Deens-Nederlandse Børge Ring dan weer poseren met een Oscar. Die had hij in 1986 gewonnen voor de korte tekenfilm Anna & Bella. In 1978 stak hij al eens een Oscar-nominatie op zak voor de korte animatiefilm Oh My Darling.

Bron: Eppo nummer 7, 2 april 2015 — © foto: Hans Perk

6 mei 2026: een tip van Félix Meynet

"Als je over het algemeen uit een milieu komt waarin je de beste tekenaar van de klas, familie of streek bent, voel je je gerustgesteld. Maar als je je dan domweg afvraagt of wat je tekent ook publiceerbaar is, is dat toch een andere kwestie. Je bent misschien de beste tekenaar van de familie, maar toch niet publiceerbaar. Ik probeer mensen dat aan het verstand te brengen omdat André Juillard me dat met heel wat elegantie liet aanvoelen... Oké, het kan een beetje pretentieus overkomen, maar het is slechts een mening. En er zijn zoveel meningen als er tekenaars zijn. Het is aan de jonge tekenaar om er rekening mee te houden of niet. Het verbazingwekkende is dat hij er negen op de tien keer uiteindelijk mee stopt. Toen ik pas begon, vertelde Didier Christmann (een Franse journalist, red.) me dat in de stripwereld niet de besten slagen, maar wel de meest vastberaden. Ik heb er een beetje mijn motto van gemaakt..." (lacht)

"Maar ik denk dat het waar is. De meest begaafde kerel ter wereld kan over zichzelf zeggen dat hij de sterkste is, en op een dag wordt hij opgemerkt eenmaal hij er werk van maakt, maar er is meer kans dat hij er nooit aan begint... Ik was niet de beste tekenaar van mijn klas, verre van, maar ik was degene die het meest zin had om verhalen te vertellen. Dus heb ik geprobeerd om me te geven en om geleidelijk aan van deze zin realiteit te maken."

Félix Meynet (de tekenaar van Karaat, Savage, Tatjana K. en ook van onderstaande reeks hommages aan andere stripfiguren) geeft goede raad aan jonge tekenaars: je hoeft niet de beste te zijn, wel de meest vastberaden.

Bron: Sapristi nummer 43, herfst 1999

6 mei 2026: De toekomst van de Kiekeboes

"Ik zou het jammer vinden als de Kiekeboes niet meer zouden bestaan, ja. Het behoort tot de Vlaamse volkscultuur, hé. Dus moeten er nieuwe titels verschijnen, want anders dreigen de Kiekeboes te verdwijnen. Maar het voortbestaan zal afhangen van mijn medewerkers. Het is niet simpel om te reorganiseren. Er zijn nu al twee mensen die op mijn ruwe schetsen werken en ik laat hen soms dingen helemaal tekenen, maar het grote probleem is iemand te vinden voor de scenario's. Mijn manier van vertellen, mijn humor... Het is moeilijk om dat door te geven aan iemand anders. Ik werk soms met gastscenaristen en dan ben ik al blij dat ze me een thema aanreiken dat ik nog niet gebruikte, want na honderdveertig titels wordt dat een probleem. (...) Ik zal nooit helemaal met pensioen zijn, het is moeilijk om de Kiekeboes volledig los te laten. Maar tegen mijn zeventigste zou ik zover willen staan dat ik alleen nog de eindcontrole doe."

Toen nog in 2015 zag Merho problemen voor de opvolging van de Kiekeboes. Na inderdaad een valse doorstart als De Nieuwe Avonturen van de Kiekeboes door Charel Cambré en Nix sloten Cambré en nieuwe scenarist Mike Beyers weer aan met Merho's aanpak.

Bron: Story, 14 april 2015

5 mei 2026: Verdwenen Guust-origineel

Deze gouachetekening, die in 1965 in Robbedoes nummer 1446 verscheen, bestaat ook als een lijntekening. De geschilderde tekening stond in Heet van de Flater (deel R4) uit 1974, een album van Guust Flater dat voornamelijk bestaat uit geïllustreerde artikelen uit Robbedoes. Het schilderij ging verloren en André Franquin maakte er een nieuwe versie van als een lijntekening die werd ingekleurd.

Vele jaren later kocht een verzamelaar op een rommelmarkt een tweedehands album van Guust, en daarin zat het origineel, dubbelgevouwen! De tekening werd opnieuw gescand, gerestaureerd en kreeg een nieuw plekje in de chronologische heruitgave van de reeks in deel 6 uit 2009. De tekening kwam nog beter tot zijn recht in het enkel in het Frans verschenen album En Direct de la Rédaction (2018), met daarin alle geïllustreerde artikelen.

5 mei 2026: Jean-Pol geeft tekenles aan K3

Jean-Pol in de periode toen hij de meiden van K3Kristel Verbeke, Karen Damen en Josje Huisman — leerde tekenen. Karen pikte volgens Jean-Pol het snelst zijn tips op. De tekenlesfilmpjes op YouTube zijn al meer dan een miljoen keer bekeken. Af en toe wordt Jean-Pol nog steeds herkend op straat dankzij die filmpjes. De tekenaar van Kramikske en Sammy leidde jarenlang de tekenstudio van Studio 100.

5 mei 2026: Yoko Tsuno en Nivea

Bij Roger Leloup thuis hadden ze een kapsalon. Daar hing ook reclame voor crème van Nivea. Als kind verhaspelde hij het woord naar Vinea dat hij vele jaren later gebruikte voor het blauwe buitenaardse volk waar zijn creatie Yoko Tsuno in haar eerste album mee te maken krijgt. Ook de blauwe huidskleur van de Vineanen was afgeleid van de affiche. In de loop van de jaren was de afbeelding van een vrouw die Nivea-crème gebruikt verkleurd, waardoor ze een blauwige huid had. Leloup was er als kind van overtuigd dat je door die crème een blauwe huid kreeg.

De buurman van het Leloup-gezin vertelde in de zaak dat hij dringend op zoek was naar een inkleurder. De jonge Roger Leloup stelde zich voor en voor hij het wist zat hij gebogen over het Alex-album Het Vervloekte Eiland. Die buurman heette namelijk Jacques Martin. Leloups stripcarrière was gelanceerd.

Het talent van Roger Leloup sprong ook Hergé in het oog. Hij liet Leloup allerhande transportmiddelen tekenen tot in de kleinste technische details voor de rubriek Zien en Weten in het weekblad Kuifje. Hergé hoefde er enkel zijn Kuifje-personage in te tekenen als bestuurder. Ook voor de stripreeks Kuifje kwamen Leloups technologische vaardigheden van pas.

Na vijftien jaar hand- en spandiensten ging Roger Leloup voor Peyo werken. Enkele proeftekeningen met Smurfen maakten duidelijk dat zijn stijl meer in de realistische richting lag. Hij assisteerde daarom studiotekenaar Francis Bertrand voor een aflevering van Jakke en Silvester die in Le Soir Illustré verscheen. Het verhaal van de volgende aflevering schreef hij zelf. Daarin introduceerde hij een Aziatisch meisje. Het project werd niet verder uitgewerkt voor de krant, maar ging wel een nieuw leven leiden als een verhaal voor de nieuwe reeks Yoko Tsuno.

Zo begon sinds 1970 een langlopende reeks waarin verhalen op aarde zich met ijzeren regelmaat afwisselden met verhalen buiten de aarde waarin Yoko's Vineaanse vrienden en plaatselijke vijanden meespelen. Pas bij deel 6, De 3 Zonnen van Vinea, kwam Leloup op het idee om Yoko's portret in de titelhoofding op de cover van het album van een astronautenhelm te voorzien. Vanaf dan tekende hij Yoko telkens met een helm in de hoofding elke keer het een Vinea-album betreft. Dat betekende ook dat de hoofdingen op herdrukken van vorige albums werden aangepast. Specifiek gebeurde dat bij deel 1, Trio in het Onbekende (waarvoor Leloup ook het gezicht hertekende op de cover zelf), en deel 3, Vulcanus' Smidse.

4 mei 2026: De composities van Hal Foster

In september 2025 publiceerde Fantagraphics het eerste Engelstalige schetsboek van Prins Valiant. In april 2026 verscheen deel 2 van wat een zesdelige making-of van Hal Fosters middeleeuwse avonturenreeks moet worden. Silvester vertaalde alle verhalen van Hal Foster in vijfendertig albums.

In Hal Foster's Prince Valiant Sketchbooks staat het barstensvol nooit eerder gepubliceerd beeldmateriaal: schetsen, voorstudies, uitgewerkte tekeningen, potloodtekeningen, scenariopagina's met notities, foto's, brieven en artikelen. Deze reeks is tegelijk een biografie van de man die in 1937 de stripheld creëerde die vele striptekenaars van over de hele wereld heeft beïnvloed, tot Willy Vandersteen en Hans G. Kresse toe. Hij was ook de eerste tekenaar van Tarzan.

De eerste afbeelding is een voorbeeld van hoe Foster op eenvoudige, maar heel efficiënte wijze zijn composities opbouwde door in elk vakje ruiten aan te brengen met horizontale en verticale lijnen die ze symmetrisch doorbreken. Binnen die oppervlaktes of op de lijnen plaatste hij vaak nogal meticuleus zijn personages. Op de covers van de eerste twee delen van deze schetsboeken staan ook voorbeelden van deze manier om zijn briljante composities uit te werken.

Meer info over deze reeks schetsboeken vind je hier.

4 mei 2026: IJzerlijm-project van Jean-Marc Krings

Jean-Marc Krings, de tekenaar van onder meer Violine, de Kiekeboes-spin-off Fanny K., een paar comebackverhalen van De Sliert en de Suske en Wiske-hommage De Kwakkelende Kwakzalver, had zo graag een album van IJzerlijm willen tekenen. Met de Canadese scenarist Frédéric Antoine (De Overbodige Spion) werkte hij een voorstel uit met deze proeftekening voor uitgeverij Dupuis, die niet toehapte.

Krings vatte de pitch met de werktitel Diepe Angst als volgt samen: "IJzerlijm en Kwabbernoot gaan voor een reportage aan boord van een kernonderzeeër met raketten. De bemanning wordt gevaarlijk gek nadat ze per ongeluk de X1 hebben ingenomen (zie De Graaf Is Verstrooid van André Franquin). Het idee is om een alleenstaande vrouw (IJzerlijm) te confronteren met een zeer vijandige bemanning van mannen. Een verhaal dat symbool staat voor de strijd van vrouwen tegen een almachtig patriarchaat."

4 mei 2026: May the fourth met Milo Manara

4 mei, "May the fourth" (May the Force be with you…), is voor velen een Star Wars-hoogdag. Ook Milo Manara vierde dat een paar keer met illustraties.

3 mei 2026: Hertekening Blueberry

Jean Giraud hertekende weleens pagina's of scènes van Blueberry als hij vond dat ze beter in beeld konden worden gebracht of om de (lange) dialogen van scenarist Jean-Michel Charlier op een andere manier over de vakjes te verdelen. Dat deed hij ook voor Arizona Love, getuige deze vergelijking. 

De bovenste twee stroken zijn de originele scène, eronder zie je de scène die uiteindelijk in 1991 in het album terechtkwam. De kus (zonder blote borst) is daarin twee prenten later getekend. Het is geen geval van censuur, want Chihuahua Pearl is in dit verhaal regelmatig naakt te zien.

Een toevoeging van Peter Nuyten: "Arizona Love is een hybride album. Hoewel Jean-Michel Charlier als scenarist wordt vermeld, is het verhaal slechts gedeeltelijk van zijn hand. Dit is wat er achter de schermen gebeurde: tijdens het werken aan dit album in 1989 kwam Charlier plotseling te overlijden. Hij had op dat moment slechts een deel van het scenario klaarliggen. Jean Giraud (Gir/Mœbius) moest het verhaal zelfstandig voltooien. Hij koos ervoor om de focus drastisch te verleggen naar de romantische en psychologische dynamiek tussen Blueberry en Chihuahua Pearl. Het veroorzaakte ook een stijlbreuk: de nadruk op emotionele beslommeringen en de 'vrijere' interacties wijken daardoor sterk af van de klassieke, strakke avonturenplots waar Charlier om bekend stond. Voor hen die bekend zijn met Blueberry voelt dit album dan ook meer als een overgang naar de latere Mister Blueberry-cyclus, die Giraud volledig zelf schreef. Het album wordt daarom vaak als een 'schakelalbum' gezien: het begint met de erfenis van Charlier, maar eindigt met de persoonlijke visie van Giraud."

3 mei 2026: Minitekenfilmpje van Morris

In Spirou nummer 1147 van 7 april 1960 zat een bijlage waarbij je van tweemaal honderdzestig prentjes een “polypapyrotachytrope” (minitekenfilmpje) kon knutselen met Joe Dalton en zijn paard. Iemand heeft daar enkele jaren geleden een geanimeerde versie van gemaakt.

Je kan zien dat Morris een tekenfilmachtergrond had. In zijn studentenjaren was hij al gefascineerd door animatie. In 1944 vond hij werk op de tekenfilmstudio CBA waar hij André Franquin leerde kennen en die veel van Morris heeft geleerd. Ook Eddy Paape en Peyo hebben er gewerkt.

Toen Morris in 1948 met Franquin en Jijé naar Mexico en vervolgens de VS reisde, was het de bedoeling dat hij een job als animator zou vinden in de tekenfilmstudio's aldaar, om te beginnen bij Disney. Helaas was er toen net een grote ontslagronde aan de gang. Gelukkig tekende hij toen al Lucky Luke.

Morris bleef toch nog tot 1955 in de VS hangen waar hij de makers van het satirische stripblad Mad en René Goscinny leerde kennen, die de scenario’s zou verzorgen voor Lucky Luke en daarin de neven Dalton (nadat Morris de historische Daltons had gebruikt en ze had laten sterven) en Rataplan introduceerde. Tekenfilms, tekenfilmreeksen, films en tv-reeksen naar Lucky Luke volgden later in overvloed. De meest recente tv-reeks werd in maart 2026 gelanceerd, nota bene op Disney+.

3 mei 2026: Zoe Saldaña in 5 blockbusters

Zoe Saldaña, de actrice die in vijf films speelde die samen meer dan twaalf miljard dollar aan box office-inkomsten opleverden. Twee ervan voor Avengers-films van Marvel.

3 mei 2026: Asterix in India

Scenarist Jean-Yves Ferri vergeleek in 2015 in Casemate nummer 86 de aanpak van journalisten in het buitenland die hem kwamen interviewen over Asterix: "Er zijn verschillen. Het is geen cliché, maar de Duitsers zijn echt heel serieus. Zij leggen parallellen tussen het scenario en de politieke situatie. In Spanje vroegen ze ons vaak wanneer we Asterix een nieuw bezoekje aan hen laten brengen, aan Catalonië bijvoorbeeld. Of aan Portugal. We voelen wel aan dat ze graag zouden hebben dat we hun land zouden gebruiken of misbruiken. Een Indische journalist wilde ons echt overtuigen om Asterix naar zijn land te sturen. We hebben hem geantwoord dat Albert Uderzo dat al had gedaan. Hij heeft ons vast niet goed begrepen: zijn krant bracht het nieuws dat Asterix naar India zal komen en er Gandhix zal ontmoeten! Maar overal merken we een grote affectie. Het personage kan op heel wat liefde rekenen. Hoed af voor Goscinny, hoed af voor Uderzo."

1 of 106