1 of 105

Ditjes en datjes (12)

2 mei 2026 In de kijker

Op deze pagina bundelen we quotes, weetjes, extra nieuwtjes, berichten uit onze archieven en andere artikeltjes die we tussen 26 april en 1 mei op onze Facebookpagina hebben gepubliceerd.

1 mei 2026: Het collectief Jaap de Boer

In 1985 publiceerde Blue Circle het album Nathalie, een erotische parodie op François Walthéry's Natasja. De tekeningen zijn toegewezen aan Jaap de Boer. En achter dat pseudoniem schuilden in werkelijkheid Walthéry zelf, Renaud (bekend van Jessica Blandy) en Bruno Bouteville. Volgens onze bronnen tekende Walthéry de eerste drie pagina's in zijn eentje en inktte Renaud de daaropvolgende pagina's met de hulp van Bouteville en Renauds eigen assistent Yvon Kaisin voor de decors. De foto van het origineel is gesigneerd door Renaud.

Bruno Bouteville gebruikte het pseudoniem Jaap de Boer vervolgens in zijn eentje voor zijn eigen producties. In 1987 verscheen van Nathalie een herdruk bij Drukwerk en in 1992 nam Arboris het op als nummer 7 in de Parodiereeks, met een gespiegelde coverillustratie. Bouteville tekende nog een tweede parodie in dezelfde stijl, maar dan met Magali, een verpleegster. Dat album verscheen in 1988 in het Frans en in 1991 als nummer 5 in de Parodiereeks.

Het meeste van Boutevilles werk lag in dezelfde lijn (Bambou, Anastasia, Stephanie, Bill Bushmills en een parodie op Sneeuwwitje), maar is nooit vertaald geraakt, op de komische strip Betty Page en diverse gags voor Rooie Oortjes na. De laatste jaren krijgt hij zijn strips via crowdfunding gefinancierd. Zo'n crowdfunding kwam er ook nadat zijn hele huis afbrandde. Omwille van zijn politiek en maatschappelijk uitgesproken standpunten verloor hij lezers en weigerden collega-stripmakers naar festivals te komen als hij er ook zou signeren. Hij werd daarom zelf minder uitgenodigd.

Een aanvulling: In 1989 mocht nog niet geweten zijn dat François Walthéry had meegewerkt aan Nathalie, wat hij toen in de dédicace (eerste afbeelding hieronder) duidelijk maakte door de werkelijke Natasja te laten zeggen: "Mh! Peter! "Ik heb mooiere tieten dan die trut van een Nathalie! Dit is een echte tekening in dit 'valse ding'!" 

Deze tekening werd ons gestuurd door een verzamelaar die het in 1989 in zijn album van Nathalie heeft ontvangen. Er werd toen lacherig over gedaan en volgens de verzamelaar ging iedereen ervan uit dat Walthéry er wel degelijk een hand in had. De tweede afbeelding is een door Jaap de Boer (niet het collectief met Walthéry, Renaud en Bruno Bouteville, maar enkel van deze laatste) hertekende coverillustratie op vraag van een Canadese uitgever die het album wou uitgeven. Het gaat dus om een andere versie dan de cover die in het Nederlands is uitgegeven. 

1 mei 2026: Echte Robbedoezen

Deze foto met allemaal Robbedoezen, in feite piccolo's op een oceaanlijner, behoorde tot het archief van Robert Velter. Onder het pseudoniem Rob-Vel bedacht hij in 1937 de stripreeks Robbedoes voor Dupuis. Hij tekende de reeks tot 1943 in het stripweekblad dat in 1938 op de markt kwam en naar het personage werd vernoemd. De Fransman werkte als jongeman zelf op zo'n schip, de Majestic.

Tussen de jongetjes op de foto poseert een bekend figuur: de toenmalige kindacteur Jackie Coogan (1914-1984). Hij vertolkte het hartverscheurende jongetje in Charlie Chaplins film The Kid (1921). Hij speelde ook Oliver Twist in een andere film. Veel van zijn vroegste films zijn verloren gegaan of zijn onbeschikbaar. Als oudere acteur behaalde hij opnieuw faam door oom Fester Addams te spelen in de tv-reeks The Addams Family uit de jaren 1960. Hij sprak daarna de stem van dit personage in voor de eerste Addams Family-tekenfilmserie.

Met dank aan Sascha Van Laeken voor de scan.

1 mei 2026: Sophie De Mesmaeker

Maak kennis met Sophie De Mesmaeker, de dochter van Jean De Mesmaeker die we beter kennen als Jidéhem. Hij was de eerste en een van de trouwste medewerkers van André Franquin. Hij stond in voor het inktwerk en de decors van Robbedoes en Kwabbernoot en tekende naar de storyboards van de meester de eerste Guust-albums tot de gags op één pagina begonnen te verschijnen. Jidéhem ontleende aan het personage uitdrukkingen als "m'enfin" (vertaald als "nou moe") en "bof". Het uiterlijk van Jidéhems vader leidde zelfs naar de bekende contractenman De Mesmaeker in Guust voor wie Franquin ook de familienaam gebruikte. Het was Franquins bedoeling om Guust na verloop van tijd volledig aan Jidéhem over te dragen. Dat gunde Franquin hem wel omdat Jidéhem toen geen eigen reeks had. Maar op een dag kwam Jidéhem 'm vertellen dat hij weinig voeling had met de antiheld. Het personage was te soepel getekend en hij geloofde er niet echt in.

Begin jaren 1960 koesterde Jidéhem het plan voor een eigen stripreeks met een jonge vrouw van een jaar of zeventien-achttien. De schets hieronder dateert uit deze periode. Maar hij was zijn tijd vooruit. Robbedoes was een traditioneel, deugdelijk blad. Toch kampte het met aanhoudende vermaningen van de Franse censuurcommissie die zeer streng toezag op alle stripbladen en strips die het land binnenkwamen. Meer uit protectionisme voor de eigen stripproductie eigenlijk, maar dat mocht niet luidop worden gezegd. Geweld en vrouwelijke vormen waren uit den boze. Uitgever Charles Dupuis was als er als de dood voor en legde zelfcensuur op. Toen Jidéhem met zijn bijna volwassen Sophie met een duidelijke boezem kwam aandraven, wilde de uitgever er niet van weten. "Nee, geen meisjes in Robbedoes, het is een weekblad voor jongens! Bovendien hebben we al genoeg last met de censuur...", was zijn kordate antwoord. Jammer voor Jidéhem, want vijf jaar later slaagden achtereenvolgens François Walthéry en Roger Leloup om respectievelijk Natasja en Yoko Tsuno geplaatst te krijgen. In de weekbladen van die tijd pionierden Walthéry en Leloup met hun sterke en slimme, volwassen heldinnen.

De revolutie was al ingezet, maar Jidéhem had de boot dus gemist. Van Dupuis mocht hij wel een jonger meisje als sidekick voor Starter gebruiken voor de stripreeks naar het oorspronkelijk door Franquin ontworpen en door Jidéhem overgenomen stripfiguurtje dat een autorubriek in Robbedoes presenteerde. Het plan om Starters makker Pieterse tot over zijn oren op de volwassen Sophie verliefd te laten worden en die telkens door haar wordt afgewezen, moest Jidéhem dus ook laten varen. Die introductie gebeurde ongeveer tegelijk met de geboorte van Jidéhems dochter die naar de Franse actrice Sophie Desmarets werd genoemd. Haar familienaam in de strip, Karamazout (Karapolie in het Nederlands), verwees naar de roman De Gebroeders Karamazov van de Russische schrijver Fjodor Dostojevski. Sophie zou in 1964 aanvankelijk slechts in één verhaal van Starter meespelen: Het Ei van Karapolie. Lezersbrieven met lof kwamen echter minder voor Starter dan voor Sophie en zij nam de hoofdrol over in het eerste korte verhaal na Het Ei van Karapolie. Het lange De Bel der Stilte gold nog als een Starter-verhaal. Na nog eens elf korte verhalen met Sophie en haar vrienden, was het duidelijk dat ze vanaf het derde lange verhaal, Zoef Voelt Zich Bedreigd, de ware hoofdfiguur was. De reeks werd al snel naar haar vernoemd. Uiteindelijk zijn er twintig albums verschenen tussen 1968 en 1995. En dat voor een reeks waarvan Dupuis niet wilde inzien dat een jongen zich zou kunnen vereenzelvigen met een meisje.

De echte Sophie De Mesmaeker is even in het stripmilieu actief gebleven. Ze werkte een tijdlang als grafisch vormgeefster bij uitgeverij BD Must.

Sinds 2016 loopt bij Arboris een integrale reeks van Sophie, die tussen 2011 en 2017 in vijf Franstalige integrales bij Dupuis werd uitgegeven. De integrales van Arboris zijn dunner, maar de complete inhoud wordt wel over meer delen verspreid, acht in totaal.

30 april 2026: Draken

Puntje puntje puntje.

30 april 2026: Marsupilami door Disney

Wanneer Disney een eigen Marsupilami-strip laat maken (naar hun eigen drieëntwintigdelige tekenfilmreeks uit de jaren 1990), ziet dat er zo uit. De auteurs van dit korte verhaal zijn Mike Royer (potloodtekeningen), Larry Mayer (inkt en lettering), Bobbi JG Weiss en David Cody Weiss (scenario) en Valerie Dai Chele (inkleuring).

Mike Royer heeft nog Mickey Mouse-verhalen van Daan Jippes in inkt gezet. Larry Mayer deed in de jaren 1970 een tijdje hetzelfde voor de Mickey Mouse-strips van de door André Franquin erg bewonderde Floyd Gottfredson. Bobbi JG en David Cody Weiss zijn een schrijvend echtpaar dat onder meer voor de jongste Ducktales-animatiereeks afleveringen schrijft, aan heel veel Disney-publicaties heeft meegewerkt en ook romans heeft geschreven naar tv-reeksen als Star Trek, Charmed, Smallville en Sabrina The Teenage Witch.

Disney had veel veranderd aan de oorspronkelijke stripfiguur van Franquin: hem laten spreken als een kletsmajoor, nieuwe nevenpersonages, zoals gorilla Maurice, die niet in de stripverhalen voorkomen. Maar toenmalig rechtenhouder en uitgeverij Marsu Productions deed Disney eniet omwille van die reden een proces aan. Wel vanwege het niet naleven van het contract in verband met promotie van de Marsupilami. Tijdens de rechtszaak toonde bewijsmateriaal aan dat Disney de marketing van de eigen creaties voortrok op Marsupilami, wat tegen de afspraken was. Marsu Productions won die rechtszaak nog ook tegen de mastodont. In 2000 produceerde Marsu Productions zelf een animatiereeks van tweeënvijftig afleveringen in samenwerking met Marathon. In 2025 volgde een gloednieuwe Frans-Belgische animatiereeks die momenteel ook op Ketnet (een co-producent) is te zien als De Marsupilami's met drie jonge Marsupilami's. Naar die reeks verschijnt in juni een eerste stripalbum, lees er hier meer over.

Een aanvulling van David Gerstein: Maurice de gorilla was geïnspireerd door de gorilla's in het Robbedoes en Kwabbernoot-album De Gorilla Heeft het Gedaan. Maar dat is niet echt een excuus. De intentie over het algemeen was duidelijk om iets te produceren als 'jungle-Bugs Bunny', wat hoewel vrij leuk is, een zeer slechte behandeling is van de Marsupilami-franchise die door Franquin is opgericht — en onverantwoordelijk als je alleen de rechten voor tv hebt. Disney TV Animation ging al jarenlang nogal losjes om met Disney’s eigen merken, en zou dat ook nog jarenlang blijven doen: personages ‘hercasten’ à la Quack Pack, anachronistisch moderne en stedelijke personages en elementen in Winnie de Poeh en De Kleine Zeemeermin verwerken en zelfs de nationaliteit van gevestigde personages veranderen (directeur Dean Valentine eiste dat alle hoofdrolspelers in 101 Dalmatiërs Amerikanen zouden worden in hun tv-serie uit 1997). Ik denk niet dat het zelfs maar bij hen opkwam wat voor een enorm onrecht ze Franquin aandeed, simpelweg omdat ze er behoorlijk aan gewend waren om respectloos om te gaan met hun eigen successen en dat een verbetering te noemen."

30 april 2026: Koen Goderis over Willy Vandersteen

In onze archieven vonden we deze lezersbrief van Koen Goderis uit Humo nummer 4184 uit 2020 terug. Zijn vader was Wim Goderis, Willy Vandersteens eerste uitgever. De inbreng van zowel vader als zoon Goderis op Vandersteens werk wordt hierin uitgelegd. Je krijgt nog wat extra info over Vandersteen en ook diens rivaliteit met Marc Sleen snijdt Koen aan. Voor wie het lezen van de tekst op de afbeelding te lastig is, geven we je hieronder de complete brief.

"Ik wil graag een en ander kwijt als aanvulling op de brief van Ronald Verheyden over de blauwe reeks van Suske en Wiske in Humo 4182. Net zoals hij ben ik verheugd dat de reeks wordt heruitgegeven via Humo en ik heb alvast de hele serie laten reserveren bij mijn sympathieke krantenman.

Mijn vader, Wim Goderis, was de eerste uitgever van Suske en Wiske. Als onderdirecteur van Standaard Boekhandel had hij al vier schattige kinderboekjes van Willy Vandersteen uitgegeven. Dan kwam Rikki en Wiske. Ik vermoed dat de naam Rikki uit de koker van mijn vader kwam. Willy Vandersteen kwam elke maandagavond bij ons thuis om de inhoud en de zakelijke kant van zijn werk te bespreken. In 1944 was ik zes jaar. Ik weet nog dat mijn vader wakker lag van de eerste oplage van het eerste Rikki en Wiske-verhaal, een paar duizend stuks. Ik heb die eerste jaren de brainstormsessies meegemaakt. Op een keer zei Vandersteen: ‘Wat gaan we met ons volgende verhaal doen?’ Ik was met speelgoedcowboys en indianen aan het spelen en zei spontaan: ‘Cowboys en indianen!’ Het werd dus een westernverhaal.

Gedurende het weekend behartigde mijn vader de zakelijke kant (de auteursrechten in binnen- en buitenlandse bladen) en hij schreef ook de scenario’s voor onder meer De Familie Snoek, De Vrolijke Bengels en Het Plezante Circus. Als ik een idee had, mocht ik het uittekenen op een A4 en de tekst met twee vingers uittikken op de schrijfmachine van pa. Dat bracht telkens een mooie zakcent op. In De Familie Snoek vind je een portret van mijn vader en mijn tante, en de namen van vrienden en buren werden erin gemoffeld.

Willy Vandersteen vertelde dat hij de blauwe reeks, die eerst verscheen in het weekblad Tintin/Kuifje, ‘voor zijn plezier’ deed. Het tweede album, De Bronzen Sleutel, kwam er na een vakantie waarin hij de onderwatersport had leren kennen. Toen ik op mijn vijftiende lid werd van een Antwerpse schermclub, was hij meteen geïnteresseerd en werd hij zelf lid van een Brusselse club.

Vele jaren later werd ik bij Standaard Uitgeverij achtereenvolgens copywriter, reclamechef en ten slotte verkooppromotor. Ik mocht met Willy Vandersteen op pad, onder andere naar de Buchmesse in Frankfurt en naar Groningen voor de opening van een boekhandel (met de figuren van Johan en de Alverman en Antwerpse doedelzakspelers). Vandersteen moest op de muren van een studentensociëteit enkele figuren tekenen. Hij stond op een trapladdertje te tekenen en ik moest alsmaar ‘studentpintjes’ aanreiken. Vandersteen: ‘Dat is geen bier, je wordt er niet zat van. Je moet er alleen maar veel van pissen.’ Toen Standaard Uitgeverij ook de strips van Marc Sleen uitgaf, zag Vandersteen zijn alleenheerschappij in gevaar komen. Ik kreeg de opdracht ze nooit naast elkaar te zetten op een boekenbeurs of tekensessie.

Wie meer wil weten over Suske en Wiske en Willy Vandersteen, moet zeker de bijdrage in de biografie van Peter Van Hooydonck lezen."

Koen Goderis, Knokke.

30 april 2026: Opletten voor de politie!

In een brief van Dupuis van 9 mei 1968 verzocht de uitgeverij alle tekenaars om de openbare macht (de politiediensten) niet te ridiculiseren in de strips die ze maken. De aanleiding was een commentaar na het voorleggen van het album Flaters Schade (Guust deel 6) aan de Franse Controlecommissie die waakt over wat de Franse jeugd te lezen kreeg.

André Franquin spotte meermaals met agent Vondelaar, een soort nemesis van Guust, zo ook in deel 6. Zoals de uitgeverij vreesde, kreeg de uitgeverij nogmaals de waarschuwing dat de auteurs van Dupuis de neiging hebben te lachen met de politie. Gelukkig werd het album niet in de ban geslagen door de commissie omdat het humorgehalte nog steeds de overhand nam. Mochten er meer gags met Vondelaar in het album hebben gestaan, dan zou het oordeel nadeliger geweest zijn, een verkoopverbod in heel Frankrijk bijvoorbeeld. Deze maatregel moest Dupuis al eerder (en later) ondergaan. Een ander effect was het risico dat Dupuis opnieuw de aandacht van de commissie zou trekken op andere albums en auteurs van Dupuis.

Het belangrijkste argument van de commissie was dat de Franse jeugd al genoeg rond zich de politie hoorde kleineren en belachelijk maken en dat het niet nodig was om die jeugd ook nog getekende voorbeelden voor te schotelen.

In diezelfde periode heerste groot ongenoegen onder Franse studenten over onderwijs, tewerkstelling, de oude manier van regeren en een starre, traditionele moraal. Nadat de regering van president Charles de Gaulle diverse studentenstakingen en universiteitsbezettingen met politiegeweld de kop indrukte, ontvlamde de situatie verder met straatgevechten tegen de politie en in mei 1968 een algemene staking in Frankrijk waar zich zo'n tien miljoen arbeiders bij schaarden. Ook in andere landen kreeg de opstand navolging. In België leidde het naar de taal- en fysieke splitsing van de universiteiten van Leuven en Brussel. In Tsjechoslowakije volgde de Praagse Lente. In de VS stelde president Lyndon Johnson zich niet opnieuw kandidaat voor een herverkiezing na het vele protest tegen onder meer de Vietnamoorlog. In Frankrijk ontbond de Gaulle uiteindelijk de regering, schreef nieuwe verkiezingen uit... en won hij die met een nog grotere aanhang.

30 april 2026: Top-20 best verkochte stripreeksen aller tijden

De top-25 van best verkochte stripreeksen aller tijden ziet er zo uit. En daar zitten drie Belgische stripreeksen bij waaronder de Vlaamse reeks Suske en Wiske.

Dergelijke oplagecijfers zijn altijd bij benadering, want doorheen de vele decennia variëren tal van bronnen en cijfers. Het gaat ook om verschillende momentopnames, maar wel allemaal uit de voorbije jaren. En dan is er nog een cumulatie van Amerikaanse floppies (losse comicdeeltjes) en gebundelde trade paperbacks.

De macht van het getal speelt uiteraard ook mee. Hoe langer de reeks bestaat en hoe meer stripverhalen ervan zijn verschenen, hoe hoger in de rangschikking, al is dat ook variabel. One Piece uit 1997 bijvoorbeeld is een relatief jonge reeks in dit overzicht. Van Kuifje (uit 1929) en Demon Slayer (uit 2016) zijn respectievelijk slechts vierentwintig en drieëntwintig delen verschenen, de 'kleinste' reeksen in deze lijst. Suske en Wiske is dan weer voor het kleinste taalgebied. Het aantal vertalingen van die reeks is peanuts en weegt amper door.

De top-25 met tussen haakjes het aantal verkochte exemplaren.:

  1. One Piece (600 miljoen)
  2. Superman (600 miljoen)
  3. Batman (484 miljoen)
  4. Asterix (393 miljoen)
  5. Spider-Man (387 miljoen)
  6. Doraemon (300 miljoen)
  7. Golgo 13 (300 miljoen)
  8. Lucky Luke (300 miljoen)
  9. Peanuts (300 miljoen)
  10. Detective Conan (270 miljoen)
  11. Dragon Ball (260 miljoen)
  12. X-Men (260 miljoen)
  13. Naruto (250 miljoen)
  14. Kuifje (250 miljoen)
  15. Suske en Wiske (230 miljoen, op de afbeelding geïllustreerd met compleet andere stripfiguren)
  16. Demon Slayer (220 miljoen)
  17. Captain America (210 miljoen)
  18. Slam Dunk (185 miljoen)
  19. Kochikame: Tokyo Beat Cops (157 miljoen)
  20. Diabolik (150 miljoen)
  21. Fantastisc Foiur (150 miljoen)
  22. Jujutsu Kaisen (150 miljoen)
  23. Spawn (150 miljoen)
  24. The Phantom (150 miljoen)
  25. Crayon Shin-chan (148 miljoen)

29 april 2026: Fanny en Kari in bad

Deze Fanny Kiekeboe en Kari Lente hebben uiteraard met elkaar gemeen dat hun tekenaars Merho en Bob Mau in Brasschaat wonen of hebben gewoond.

De illustratie van Kari Lente diende in 1998 voor een ex libris van 't Vlaams Stripcentrum bij een eerste albumuitgave van het avontuur De Razende Buggy (in 1973 in de krant verschenen). De tekening van Fanny is een versie zonder bedekkend badschuim van een plaatje dat voorkomt in de Kiekeboes 4: De Onthoofde Sfinx uit 1979.

29 april 2026: Grzegorz Rosinski in Robbedoes en Kuifje

"Niet schieten! Ik ben een tekenaar uit het oosten... Ik wil bij jullie komen werken!..." Aan het woord in deze illustratie is Grzegorz Rosinski zelf, die door Kuifje onder schot wordt gehouden. De tekening dateert van 1975. De Poolse tekenaar Rosinski moest achter het IJzeren Gordijn toen nog een jaartje wachten om in het Belgische weekblad Kuifje te kunnen publiceren. Dat was met een gag. Pas in 1977 begon Thorgal te lopen.

In 1977-1978 publiceerde hij ook korte verhalen in Robbedoes en Le Trombone Illustré, de Franstalige bijlage van Spirou, onder het pseudoniem Rosek. Tot in 1985 verschenen op scenario van Mythic sporadisch drie korte verhalen en een vervolgverhaal van de komische avonturenreeks De Fantastische Scheepsreis in het weekblad van uitgeverij Dupuis. Niet Dupuis, wel Le Lombard, de uitgever van het weekblad Kuifje, bundelde deze in 1987 en 1988 in twee albums onder de reeksnaam De Fantastische Rondvaart.

29 april 2026: De echte Bollie en Billie

Enkele reproducties van originelen van Bollie & Billie (Boule & Bill in het Frans) door Jean Roba, die je op de foto bij een echte cockerspaniël ziet. Beide stripfiguren waren in 1959 rechtstreeks gebaseerd op zijn achtjarige zoontje Philippe (die de bijnaam Boule had) en toenmalige hond Bill.

Hoe ver de idyllische fantasie kan liggen van de werkelijkheid, manifesteerde zich in juli 1999 toen Philippe Roba na een ruzie met geweld een geladen geweer trok en het op zijn vrouw, van wie hij gescheiden leefde, richtte met het dreigement dat hij haar zou vermoorden. Hij had haar al enkele keren proberen te bellen en toen ze eindelijk opnam, was het om haar uit te schelden. Daarna weigerde ze nog de telefoon op te nemen. 's Avonds trok Philippe naar haar huis, waar hun zeventienjarige zoon de deur opendeed. Hij hoopte zijn vader te kunnen kalmeren, maar dat was vergeefse hoop, want hij had te veel gedronken. Volgens de getuigenis van die zoon heeft hij zijn dronken vader na de bedreigingen aan zijn moeder kunnen buitenwerken.

In april 2002 werd Philippe Roba veroordeeld voor poging tot moord. Tijdens het proces probeerde de advocaat een situatie te schetsen die het verschil in het familiale karakter tussen de populaire stripreeks en de realiteit moest verduidelijken. Philippe werkte bij zijn vader en werd daarvoor betaald. Na zijn wandaad moest hij in voorhechtenis en zijn vader ontsloeg hem omdat hij dus niet meer kwam opdagen op zijn werk. De advocaat vond dat een zwaar doorwegend feit om zijn cliënt enig respijt te geven. Maar de rechters hadden daar geen oren naar. Toch raakte de man ervan af met een jaar gevangenis met uitstel door de ernst van zijn criminele daad te erkennen.

28 april 2026: Superheld Kuifje

We zijn lang niet de enigen die zich afvragen waarom Kuifje door het leven gaat als journalist terwijl we hem nooit een artikel hebben zien publiceren. En hij reist dan ook nog eens de hele wereld rond! De Franse komiek en Kuifje-kenner Albert Algoud, die verschillende boeken over Kuifje heeft geschreven, ziet in hem een superheld: "Vanuit bepaalde invalshoeken kun je denken dat Kuifje een superheld is. Hij heeft geen familie, hij is journalist, maar hij maakt geen reportages. Hij heeft geen geldproblemen, hij werkt niet voor zijn geld. Dat komt door ofwel de schat van de Inca’s, of de schat die is gevonden in de crypte van Moulinsart. In die zin is hij niet zoals iedereen, hij is buitengewoon. Aan de andere kant is hij volledig gewoon: je ziet hem ontbijten, hij wandelt op het platteland met Haddock, hij is zeer bedachtzaam, heel rustig."

Bron: La Dépêche, april 2026

Een aanvulling van Christophe Van Hoeij: "In Kuifje in de Sovjets is hij wel degelijk een artikel aan het schrijven. En in Kuifje in Afrika krijgt hij aanbiedingen van tal van grote kranten. Hij zal dus wel iets kunnen. Maar inderdaad, één artikel schrijven op vierentwintig albums (want ik vermoed dat Hergé hem niet plots een artikel ging laten schrijven in Kuifje en de Alfa-kunst) is aan de lage kant. Dan doet zelfs Rik Ringers het beter."

28 april 2026: Teef Bobbie

Kuifjes Bobbie (Milou in het Frans) is een meisje. Dat beweert althans Kuifje-kenner Albert Algoud: "Milou is geen reu, maar een teef! Milou was de bijnaam van Hergés eerste verloofde, Marie-Louise. Haar vader had haar gedwongen de relatie te verbreken. Kuifje en Milou zijn dus een eerbetoon aan die verloren liefde."

Bron: La Dépêche, april 2026

28 april 2026: De gekken rond Kuifje

"Men heeft Hergés werk vaak moraliserend of naïef genoemd, maar dat is niet zo. Rond Kuifje zijn er alleen maar gekke, zeer complexe personages: Haddock, alcoholist en gewelddadig. Zonnebloem, zo doof dat hij iedereen tot wanhoop drijft. Jansen en Janssen, geobsedeerd door het arresteren van onschuldigen. Castafiore, een ondraaglijke diva... Rond Kuifje cirkelen alleen maar gekken. Het is een universum van zonderlingen, en kinderen zijn daar erg gevoelig voor. Die alomtegenwoordigheid van waanzin fascineert en zet aan tot nadenken. Dat is, denk ik, een van de redenen voor het succes van Hergés werk."

Een derde citaat van Albert Algoud over zijn favoriete onderwerp Kuifje en wat volgens hem tot het succes heeft geleid.

Bron: La Dépêche, april 2026

28 april 2026: Hemdje tegen zombies

Zit zo’n hemd ook in jouw overlevingspakket?

27 april 2026: Coverontwerp Chlorophyl

Voor een latere herdruk van Chlorophyl in de zogenoemde groene reeks, de albums met een groene achtergrondkleur, ontwierp Raymond Macherot deze cover die uiteindelijk niet werd gebruikt. Het was bedoeld voor het verhaal Chlorophyl en de Samenzweerders, in 1956 in eerste druk verschenen in de Lombard Collectie als deel 2 en in 1978 herdrukt als deel 1 in de groene reeks.

27 april 2026: Strips tegen doomscrollen

In de Britse krant The Guardian getuigt een journalist over het stoppen van het eindeloze "doomscrollen" (het blijven lezen van negatieve berichtgeving en reacties op sociale media) door terug strips te lezen. Het had een positief effect op zijn mentale welzijn, slaap, creativiteit, humeur en algemene kijk op het leven. "Ik heb mijn innerlijke kind weer naar buiten gelaten en heb er sindsdien geen spijt van gehad."

Enkele fragmenten:

"Aangespoord door de online ophef rond de naderende tweede termijn van Donald Trump, besefte ik dat ik mijn geestelijke gezondheid moest behouden en nieuwe routines moest creëren voordat ik volledig werd overspoeld door angst en woede. En wie weet er meer over zelfzorg dan je innerlijke kind? In plaats van 's avonds naar mijn telefoon te grijpen, pakte ik een strip. Door ze als volwassene te lezen, vond ik een gevoel van kinderlijke verwondering terug dat mijn angsten overstijgt. Ik merkte dat de kwaliteit van mijn slaap begon te verbeteren. Mijn dromen waren fantasierijker en minder getekend door de alledaagse angsten van het dagelijks leven. Ik begon me bij het ontwaken weer helemaal opgeladen te voelen, bevrijd van de resterende negativiteit van het ellendige doomscrollen van de vorige avond. Geïnspireerd door de kleurrijke beelden en ideeën die ik in strips vond, kon ik een nieuw gevoel van creativiteit in mijn eigen werk als journalist kanaliseren. Ik voelde ook minder drang om mijn werkkanalen te checken nadat ik het kantoor had verlaten, aangezien dit waardevolle striptijd was geworden."

"Het ging ook gepaard met een gevoel van voldoening, in plaats van de zelfhaat die ik gewoonlijk voelde als ik me realiseerde dat ik het afgelopen uur op Reddit had doorgebracht."

"Als iemand wiens gedachten de neiging hebben om in een neerwaartse spiraal terecht te komen wanneer ze aan hun eigen zelfvernietigende mechanismen worden overgelaten, boden strips een vorm van escapisme die mijn geest in staat stelde om angsten voor de apocalyps, dictators en een AI-opstand aan te pakken in een veilige omgeving. Dystopische scifi en extreme horrorstrips lijken misschien geen gezellige lectuur voor het slapengaan, maar ze voelden als een gezondere uitlaatklep in vergelijking met het nutteloze bangmakerij van online commentatoren."

"Het herontdekken van mijn liefde voor strips gaat niet over mijn kop in het zand steken door me te verschuilen in denkbeeldige werelden. Het gaat over tijd vrijmaken voor zelfzorg in een wereld die steeds meer van onze mentale ruimte vraagt. Het achter me laten van avonden waarin ik aan mijn telefoon gekluisterd zat, heeft mijn humeur, mijn creativiteit en mijn algemene kijk op het leven een boost gegeven. Ik heb mijn innerlijke kind weer naar buiten gelaten en heb er sindsdien geen spijt van gehad."

27 april 2026: Een leeuw op de redactie van Robbedoes

Een fenomeen op de redactie van Robbedoes in 1967. Het leeuwtje Pinky zie je op de foto's naast tekenaars Raymond Macherot, André Franquin, Peyo en Jean Roba. Dat leeuwtje is ook vereeuwigd in enkele gags en illustraties van Guust Flater en hij was de ster in een hele reeks artikelen van toenmalig hoofdredacteur Yvan Delporte (de man met de baard op de illustratie). Maar hoe kwam die leeuw op de redactie terecht?

Daarvoor moeten we eerst naar Spanje. Tekenaar José Ramón Larraz (alias Dan Daubeney) tekende voor Robbedoes de stripreeks Michaël, een avonturenreeks die zich afspeelt in de Afrikaanse jungle en die tussen 1967 en 1971 enkele verhalen opleverde. Om zijn uitgever Charles Dupuis te bedanken voor die kans, vond hij er niets beters op dan hem een leeuwenwelp cadeau te geven. Het is eens iets anders dan een fles drank of een doos sigaren. Mevrouw Dupuis wou die leeuw echter niet in huis. Delporte bood soelaas door zich over het dier te ontfermen. Pinky woonde bijna een jaar lang in Delportes appartement bij zijn gezin. Hij bracht Pinky ook mee naar zijn werk. Verschillende keren liet Delporte er foto's van maken. De immer creatieve hoofdredacteur schreef er dan wekenlang artikelen over in de vorm van een feuilleton, dikwijls met illustraties van André Franquin erbij. De artikelen gingen over al dan niet waargebeurde (maar toch vooral verzonnen) ongelukken die het leeuwtje veroorzaakte en hoe hij het werk van de overige redactieleden verstoorde.

In een van de artikelen somde Delporte op hoe de tekenaars omgingen met Pinky. Franquin gebruikte diens staart om er een tekening mee te inkten. Over Bollie & Billie-tekenaar Roba schreef hij dat hij liever honden dan katachtigen verkoos, wat Delportes verklaring was voor de geforceerde glimlach op de foto. Delporte herinnerde de lezers eraan dat Macherot de tekenaar is van het muisje Snoesje, maar dat hij niet verder kon werken omdat Pinky op zijn tekenpapier zit. Peyo liet hij poseren met een grote pleister op de wang en zijn linkerhand in een verband. Zo had Peyo een excuus voor een vertraging van zijn werk. Delporte, die een scenarist was van De Smurfen en Johan en Pirrewiet, merkte er wel fijntjes bij op dat Peyo rechtshandig was en dat Peyo's uitleg aan Pinky dus geen steek hield. Niet op de foto met Pinky is Morris, een van die andere grote vedetten van het weekblad Robbedoes. "In plaats van te poseren voor de foto, meldde hij zich in het kantoor van een ander groot weekblad, waar men erg verbaasd was hem te zien." Daarmee verwees Delporte slinks naar Morris' overstap van Lucky Luke naar de Franse concurrent Pilote in datzelfde jaar 1967.

Een welp wordt nu eenmaal groter. Delporte kon er niet langer voor zorgen. Hij besloot Pinky te geven aan het Cirque Jean Richard, een Frans circus dat bekend stond om grootschalige shows en dierennummers. Richard was trouwens een Franse acteur die nog commissaris Maigret van de Belgische schrijver Georges Simenon heeft vertolkt. Pinky kreeg de kans niet om een ster in het circus te worden. Hij stierf niet veel later van verdriet.

Een aanvulling van stripvertaler Erwin Cavens, de zoon van Karel Cavens die in diezelfde periode voor Robbedoes werkte: "Larraz trok de wereld rond. In een gesprek met Charles Dupuis vroeg die of Larraz dan ook wel eens wilde dieren zag. Larraz antwoordde: 'Jaja, als je wilt, breng ik volgende keer een leeuwtje mee." Waarop Charles zei: "Haha, ja da's goed."

27 april 2026: Kindsoldaat Hugo Pratt

In het fascistische Italië van 1941 was de jonge Hugo Pratt (rechts op de foto) in feite een kindsoldaat. Hij werd door zijn vader gedwongen om dienst te nemen in de koloniale African Police in Ethiopië waar het gezin Pratt toen woonde. Zijn vader was sinds 1937 een soldaat nadat Italië het Afrikaanse land Ethiopië had veroverd. In 1941 bundelden Ethiopische, Zuid-Afrikaanse en Britse troepen de krachten om de Italiaanse kolonie uit handen van Italië en diens dictator Benito Mussolini te rukken en de verbannen keizer Haile Selassie terug aan de macht te brengen.

De mannen onder de verslagen kolonisten werden naar gevangenkampen afgevoerd, terwijl de vrouwen en kinderen op repatriëring dienden te wachten die dankzij het Vaticaan was bemiddeld. Onder de massa's Italianen die in de steden en dorpen buiten de gevangenissen leefden, bevond zich de dertienjarige knul Hugo Pratt. Zijn vader lag toen op sterven na een gevecht tussen Italiaanse en Britse troepen. Hij stierf uiteindelijk aan zijn verwondingen. Hugo's vader was nota bene het kind van een Engelse vader. En via Hugo's opa was de latere striptekenaar ook verwant met de befaamde acteur Boris Karloff (bekend als het monster van Frankenstein), een Brit die in werkelijkheid William Henry Pratt heette.

De piepjonge Hugo Pratt belandde zelf even in het gevangenkamp van Dire Dawa. Daar kocht hij stripverhalen van bewakers. In 1944 keerde hij terug naar Italië en na de Tweede Wereldoorlog begon hij aan zijn stripcarrière, die hij in 1949 in Buenos Aires verder uitbouwde dankzij de Argentijnse uitgeverij van Héctor Oesterheld, een journalist, scenarist en schrijver die in 1977 verdween en naar alle waarschijnlijkheid door de toenmalige Argentijnse regering werd omgebracht.

Pratts oorlogservaringen zouden decennialang zijn stripverhalen beïnvloeden, van Sergeant Kirk, Ernie Pike, Ann van de Jungle en Fort Wheeling over De Woestijnschorpioenen tot Corto Maltese.

26 april 2026: Ondeugend Smurfje

Ondeugend tekeningetje van Peyo voor de Franse stripjournalist Numa Sadoul. De boodschap luidt: "Slecht opgevoede Smurf die zijn smurf laat zien aan alle voorbijgangers... en aan Numa Sadoul!"

26 april 2026: Kindertekeningen Ever Meulen

Niet alleen Jeff Broeckx was een lezer van Ons Volkske die op jeugdige leeftijd tekeningen naar de redactie stuurde om ze te zien afgedrukt (zie een vorig bericht). Ook Eddy Vermeulen uit Kuurne zag op zijn zevende en negende, in 1955 en 1956, enkele tekeningen van hem afgedrukt in het stripweekblad. Onder het pseudoniem Ever Meulen groeide het kind, dat niet is gestopt met tekenen, uit tot een internationaal gerenommeerde illustrator.

26 april 2026: Voorproefje kort verhaal Blake en Mortimer

“Het verhaal van Blake en Mortimer dat ik met enorm veel plezier heb geschreven, is toevertrouwd aan de getalenteerde Guènaël Grabowsky, met wie ik met veel plezier heb samengewerkt. Maar uiteindelijk twijfelt de uitgever of hij mijn versie of die van hem zal publiceren…”

Scenarist Jérôme Félix laat in dit voorproefje zijn storyboard overgaan in de tekeningen van Grabowsky. Dit korte verhaal is een van de tien die in het najaar gebundeld worden in het hommagealbum van Blake en Mortimer. Lees er hier meer over.

26 april 2026: Guust op vier verschillende Spirou-covers

De eerstvolgende nieuwe gags van Guust Flater door Delaf en Lewis Trondheim zijn samen met extra informatie te lezen in het nummer van 29 april van het Franstalige Spirou. Deze Guust-special is te koop met vier verschillende covers. Er bestaat geen verzamelaarspolitie die je zou dwingen ze alle vier bij elkaar te zoeken.

Het nieuwe Guust-album verschijnt in oktober, zie ook dit nieuwsbericht.

26 april 2026: Mannenlogica

Mannenlogica.

26 april 2026: Onvoltooid Blake en Mortimer-project

In archieven van tekenaars en scenaristen schuilen nogal wat projecten en proefpagina's voor Blake en Mortimer die het nooit tot een album hebben geschopt of die door de uitgeverij werden geweigerd. Een van die vele voorstellen komt van de Franse tekenaar Dimitri Avramoglou, die in 2020 een vervolg tekende op Philippe Druillets sf-reeks Lone Sloane. Zijn Blake en Mortimer-project dateert van 1995. We laten hem hieronder zelf uitleggen wat hij over deze proefpagina's had te vertellen.

"Project voor een comeback van Blake en Mortimer, gestart in 1995 (vóór de verschijning van het eerste album door Jean Van Hamme en Ted Benoit, De Zaak Francis Blake — ik was toen negentien jaar — naar een scenario van mijn vriend Claude Ledoux (mijn technisch leraar op de middelbare school, vier of vijf jaar eerder ;-) Vervolgens voorgelegd aan Dargaud en (na een zeer lange stilte van de uitgever) voortgezet volgens enkele aanwijzingen van de toenmalige reeksverantwoordelijke, tot 1997, alvorens te worden opgegeven om… om… om een heleboel onzinnige redenen.

Ik was tweeëntwintig toen dit hoofdstuk werd afgesloten en ik ging naar de Arts Déco-school. Het origineel van deze plaat (pagina 41 van het storyboard van het beoogde album) bevindt zich tegenwoordig in de privécollectie van de heer Philippe Druillet als verjaardagscadeau voor zijn zevenenzeventigste verjaardag! :)))"

26 april 2026: Onvoltooide Lucky Luke-hommage

Een Lucky Luke-hommage die er niet gekomen is, door het Vlaamse duo Steven Dhondt en Lectrr, die samen ook al Red Rider, een spin-off van De Rode Ridder, hebben gemaakt.

Gelukkig kon Steven Dhondt alias Stedho wel eigen westernstrips tekenen, zoals Wanted en Skinwalker. En er volgt er nog een. Over elk van deze strips hebben we interviews met hem afgelegd. Die vind je hier (over Wanted) en hier (over Skinwalker).

1 of 105