De kijk van Flo Van Dijck: “Heden meer guts"

21 november 2025 In de kijker
tekst: Flo Van Dijck

 

Af en toe verlenen we Flo Van Dijck via Stripspeciaalzaak.be een platform voor haar scherpe analyses en gepeperde meningen over wat er reilt en zeilt in de stripwereld en in de periferie daarvan. Deze keer zet ze een hausse aan graphic novels over innerlijk leed tegenover het werk van twee stripmakers die de stripwereld in het algemeen en in de eerste plaats zichzelf in de zeik nemen: Charel Cambré en Marc Legendre in hun recent beëindigde trilogie Heden Verse Vis.

 

Wie af en toe een terecht geroemd Stripsalon bijwoont, kan er niet omheen: met de regelmaat van een klok verschijnen graphic novels waarin een auteur z'n eigen oorlog uitvecht. En zo'n getormenteerde ziel is natuurlijk de perfecte gast voor een indringend vraaggesprek. De auteur als patiënt, de lezer als toeschouwer. Onverwerkte trauma's, burn-out, depressie, lichamelijke en andere gebreken, relatieproblemen,... geen innerlijk leed dat niet netjes in een beeldverhaal wordt gegoten. Wat ooit begon als een bevrijdende oefening in kwetsbaarheid, lijkt in de Lage Landen welhaast een verplicht nummer geworden. Wie nog een doodgewoon verhaal wil vertellen zonder z'n ziel binnenstebuiten te keren, dreigt prompt als oppervlakkig of ouderwets te worden weggezet.

Sommige van die graphic novels zijn indrukwekkend, oprecht, hard. Maar tegelijk mag men zich stilaan afvragen of jonge stripmakers straks nog in staat zullen zijn om uit hun cocon te breken in plaats van die eindeloos te analyseren? De golf autobiografische probleemstrips vol symboliek die de pijn te nadrukkelijk verbeeldt, met visuele fratsen voor de innerlijke breuklijnen en kale spreads voor de existentiële leegte, maken immers dat we als lezer in een groepssessie zijn beland. En niemand durft op te staan om te zeggen: "Sorry, maar mag het voor een keer gewoon een spannend verhaal zijn?" Want ergens onderweg lijken we collectief te zijn gaan geloven dat diepgang bovenal in het innerlijke te vinden is. Zo dreigt het striplandschap meer een zelfhulpafdeling te worden, dan een plek waar de verbeelding regeert. Terwijl het medium tot zoveel meer in staat is. Het kan werelden creëren, grappen lanceren, groteske universums scheppen, personages laten ontsporen of genres opblazen. Zoals op een hilarische manier in het recent verschenen derde deel van het heerlijke Heden Verse Vis van Marc Legendre en Charel Cambré gebeurt. 

Goddelijke Stripgoden grossiert niet in de eigen pijn, maar in de eigen dwaasheid. De auteurs bouwen geen altaar voor het innerlijk, maar maken er een viskraam van. Ze hebben de guts om met zichzelf te lachen en de eigen wereld te relativeren. Zelfspot als artistiek wapen, een zeldzame maar welgekomen keuze. Het herinnert eraan dat je als auteur niet verplicht bent je volledige psychische inventaris prijs te geven om ernstig genomen te worden en dat verbeelding ook bestaat buiten de kringloop van persoonlijk verdriet.

Is dat niet precies wat het stripwereldje goed kan gebruiken? Auteurs die begrijpen dat fictie groter, rijker, vreemder en leuker mag zijn dan het leven dat we leven. Dat de kracht van een verhaal net zit in de vrijheid om de werkelijkheid los te laten. De golf van autobiografische graphic novels hoeft niet op te drogen, maar het mag allemaal wat minder plechtig. Iets meer verhalen die niet enkel de auteur zelf helen, maar de lezer prikkelen, uitdagen, verrassen. Niet enkel littekens, maar ook guts.