De derde in de negende kunst

27 januari 2026 In de kijker
tekst: Koen Driessens

 

Van de acht klassieke kunstvormen — zoals je weet zijn strips de negende — is de schilderkunst de derde kunst. Nogal wat schilders maken het onderwerp uit van talloze strips: van Rembrandt (Typex), Caravaggio (Manara), Van Gogh (Barbara Stok, Gradimir Smudja of Marc Verhaegen), Monet (Luc Cromheecke) en Bosch (Marcel Ruijters of Griffo) tot Warhol (Typex), Mondriaan (Erik de Graaf), Magritte (Zabus & Campi), Daubigny (Cromheecke) en Caspar Friedrich (Bart Proost). Maar naast die stripbiografieën zijn er ook strips die schilderijen zelf centraal stellen in het verhaal. Aanleiding voor dit overzichtje is de recente verschijning van Twee Naakte Meisjes bij Concerto Books.

 

Twee Naakte Meisjes (Luz, Concerto Books, 2026)

Begin 2025 won de graphic novel Deux Filles Nues de Fauve d’Or op het stripfestival van Angoulême. Zwei Weibliche Halbakte (1919) is een doek van de Duitse expressionist Otto Mueller (1874-1930). Uniek aan het boek is dat de bewogen geschiedenis van het schilderij vanuit het perspectief van het doek zelf wordt verteld. Wanneer Mueller het schildert, ziet de lezer zijn wereld ontstaan. We zijn via het doek getuige van zijn atelier, zijn muze, de aankoop... Maar ook van de zelfmoord van de Joodse eigenaar en de inbeslagname door de Gestapo van die "kulturbolschewistische Darstellung pornographischen Charakters."

De Twee Naakte Meisjes maakte in 1937 deel uit van de drukbezochte Entartete Kunst-expo in München, die daarna door Duitsland op tournee ging. Na de oorlog reisde Muellers schilderij de hele wereld rond. Vandaag is het te zien in het Museum Ludwig in Keulen. Het doek ontsnapte aan vernietiging dankzij een kunsthandelaar die desondanks oog had voor de esthetische waarde ervan.

Dat herinnert eraan hoe auteur Luz (Renald Luzier) op 7 januari 2015 — zijn driënveertigste verjaardag — ontsnapte aan het bloedbad op Charlie Hebdo omdat hij te laat was voor de redactievergadering. Hij tekende de cover van de eerste editie na de aanslag.

Suske en Wiske 78: De Dulle Griet (Willy Vandersteen, Standaard Uitgeverij, 1966)

De "Bruegel van de strip" uit Kalmthout was het aan zichzelf verplicht de meester zelf regelmatig in zijn Suske en Wiske-strips op te voeren. Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525/30-1569) werd niet zo oud, maar schonk ons wel onder meer Dulle Griet, te bewonderen in het Antwerpse museum Mayer van den Bergh. Vandersteen liet zich voor zijn De Dulle Griet inspireren door de toen heersende oorlog in Vietnam — herinner je het huilende in plaats van het klassiek knipogende Wiske. Een groot deel van het verhaal speelt in Limburg (Bokrijk, de mijnen), waar Bruegel zou zijn geboren. Die De Dulle Griet was overigens de laatste Suske en Wiske die in 1966 in tweekleurendruk verscheen, alvorens de reeks vanaf albumnummer 67 in kleur verscheen of werd hernomen. 

Vandersteen gaf Pieter Bruegel de Oude eerder al het podium in Het Spaanse Spook (1952), waar onze vrienden via De Boerenbruiloft (te zien in het Kunsthistorisches in Wenen) in de Tachtigjarige Oorlog terechtkomen. In De Krimson-crisis (1988) figureert de schilder zelf tussen andere legendarische Vlamingen als Lutgart Simoens en Armand Pien. Het is de enige Suske en Wiske die nooit naar het Frans is vertaald wegens al te Vlaams en vrij nationalistisch van toon. 

We signaleren hierbij graag nog het album Dulle Griet in Hermanns reeks Schemerwoude (2006, op scenario van zijn zoon Yves H.), waarin Bruegel zelf getuige is van een historische en inspirerende Griet. 

De Grote Odalisk en Olympia (Bastien Vivès / Jérôme Mulot / Florent Ruppert, Dupuis, collectie Vrije Vlucht, 2013 en 2015)

De twee albums met de kunstdievegges Alex, Carole en Sam draaien behalve rond hun ego’s rond de roof van twee bekende schilderijen. In De Grote Odalisk (2013) is La Grande Odalisque van Jean-Auguste-Dominique Ingres (1780-1867) uit 1814 hun eerste prooi. Het beeld van de naakte, op de rug geziene odalisk (een haremconcubine) is kenmerkend voor de oriëntalistische stroming in de toenmalige overheersende romantiek en hangt gelukkig nog steeds in het Louvre. 

In Olympia (2015) gaat het trio alweer voor een liggend naakt, het gelijknamige doek uit 1863 van Édouard Manet (1832-1883), een van de topattracties van het Orsay. Net als zijn La Déjeuner sur l’Herbe (ook in het Orsay) veroorzaakte dat heel wat commotie bij het conservatieve Parijse publiek. Niet vanwege het naakt — kunstliefhebbers zijn wel wat gewoon — of de zwarte dienster — dat zou vandaag niet meer lukken! — maar omdat Olympia duidelijk een courtisane is. 

Op Netflix verscheen in 2023 een nogal tegenvallende adaptatie van De Grote Odalisk onder de titel Voleuses (of Wingwomen).

Hubert (Ben Gijsemans, Oogachtend, 2014)

In Ben Gijsemans’ meesterlijke masterproef is het hoofdpersonage — een wat mensenschuwe amateur-schilder — een stamgast van het Brusselse KMSK, maar als hij bij zijn buurvrouw wordt uitgenodigd, valt hem daar een reproductie van Manets Olympia op: "Het is interessant, redelijk expliciet", zegt hij. "Vreemd wel, het valt me nu pas op, hoe ze daar ligt, ik bedoel haar blik en zo." De buurvrouw, met een duidelijk boontje voor de argeloze Hubert, ziet "meer dan een erotische schoonheidszucht". "Ze lijkt me vooral een sterke onafhankelijke vrouw, iemand met durf. Ze pronkt, met haar vrouwelijkheid." Hubert heeft nog steeds niets door: "Het is een intrigerend stuk vakmanschap." De buurvrouw begrijpt: "Zo ben je wel. Eerder intellectueel dan passioneel, Hubert. Maar toch, je kan iemand liefhebben", probeert ze vergeefs. "Ik ben het gewoon om alleen te zijn", besluit Hubert. Of hoe de liefde even onbereikbaar is als Manets geschilderde schone.

Natasja 7: De Vlucht met Mona Lisa (François Walthéry + Mittéï, Dupuis, 1979)

Ook zonder teletijdmachine kan François Walthéry, met scenarist Mitteï, zijn heldin regelmatig terug in de tijd sturen. De Vlucht met Mona Lisa (1977) is het eerste album in de reeks waarin Natasja’s grootmoeder de hoofdrol krijgt. Samen met Walters opa, "meneer Walter" — in het begin van de vorige eeuw waren ze een stuk beleefder (wat ze nog een aantal albums volhouden ondanks vele en lange avonturen samen) — vliegt "mevrouw Natasja" La Gioconda, een werkje van ene Leonardo da Vinci (1452-1519), van Parijs naar Londen. Boven de Noordzee worden ze echter neergeschoten...

Het verhaal gaat in het album feilloos over in een vlucht van de echte Natasja en Walter met (de echte) Mona Lisa, maar het schilderij speelt in dat tweede verhaal geen hoofdrol meer.

Dit verhaal leverde mee de basis voor een heuse Natasja-film, de Franse komedie Natacha (presque) Hôtesse de l'Air met Camille Lou in de hoofdrol en die in 2025 in de zalen kwam. Daarin wil Natasja haard room najagen om luchtstewardess na te jagen, maar ze krijgt tegen beter weten in te maken met dieven van de Mona Lisa. Met amper honderdduizend bezoekers en een budget van 16 miljoen euro was de film een gigantische flop.

Lefranc 32: De Rechtvaardige Rechters (Christophe Alvès + François Corteggiani, Casterman, 2021)

In Gent wordt De Rechtvaardige Rechters opnieuw gestolen, althans de kopie van het in 1934 verdwenen Lam Gods-paneel. In de Parijse Galerie Marleb (een knipoog naar het eerste pseudoniem van Lefrancs geestelijke vader, Jacques Martin) blijken alle in een naziverzameling ontdekte schilderijen vervalsingen te zijn. Lefranc wordt bij de zaak betrokken wanneer een oude bekende bij de diefstal betrokken blijkt, zo leert hem commissaris Renard en diens Gentse collega, ene "Hector Leemans". Ook vervalser "Jef Mehroten" klinkt bekend in de oren. Scenarist François Corteggiani was dan ook goed bekend met de Vlaamse stripwereld. Hij schreef zelfs een Suske en Wiske, De Sonometer, op basis van enkele onafgewerkte pagina's van Willy Vandersteen.

De speurtocht van Lefranc leidt niet naar het originele paneel — dat zou niet zo origineel zijn — maar naar de verborgen geheime boodschap in de kopie (en twee andere vervalsingen) die naar de originelen van de nazischat zou voeren, maar verloren gaat. Je leest het, een weer typisch ingewikkelde Lefranc-plot. De Rechtvaardige Rechters (2021) was Corteggiani’s laatste Lefranc bij leven. Hij overleed een jaar later, op zijn negenenzestigste verjaardag. In 2023 verscheen nog een postume Lefranc van zijn hand: De Weg naar Los Angeles, eveneens getekend door Christophe Alvès

Franka 2: Het Meesterwerk - 12: De Blauwe Venus (Henk Kuijpers, Big Balloon / Uitgeverij Franka, 1978 en 1994)

Laat het speuren naar verdwenen schilderijen maar aan échte kunstdetectives over, zoals Franka. Zelfs als ze fictief zijn. In Het Meesterwerk (1978) raakt Franka, dan nog secretaresse in het Misdaadmuseum, via haar ontvoerde schilderende buurman betrokken in een zaak rond een verloren gewaand portret en een postzegel. In de knap in elkaar gestoken en aantrekkelijk getekende verhalen van Kuijpers spelen kunstvoorwerpen en -werken vaak een grote rol, zoals bijvoorbeeld de Picasso’s in een in de jungle verdwenen luxevliegtuig (De Vlucht van de Atlantis). 

In De Blauwe Venus (1994) draait alles rond moderne kunst en een werk van Henri Matisse (1869-1954) dat spoorloos verdwijnt tijdens een expo. Wat de Franka-strips zo sterk en geloofwaardig maakt, is dat alles erin zeer waarschijnlijk is: zo schilderde de fauvist Matisse inderdaad wel blauwe naakten en een abstracte Venus (in het blauw).

Verstild Leven (Oriol + Zidrou, Blloan, 2017)

Dat Brusselaar Zidrou (Benoît Drousie) een van de sterkste stripauteurs van de jongste jaren is, bewees hij nogmaals met Verstild Leven (2017). Verstild Leven lijkt immers helemaal een stripbiografie, met een heus dossier, geschreven door een specialist, over de jonge Catalaanse schilder Vidal Balaguer (1873-?). 

We lezen dat hij op onverklaarbare wijze verdween na 1899, met achterlating van slechts elf meesterwerken, die hij weigerde te verkopen. In Verstild Leven, met de toepasselijker originele titel Natures Mortes wordt de veelbelovende, maar armlastige schilder ervan verdacht van zijn muze Mar Noguera Monzó — vereeuwigd in zijn werk La Mujer del Mantón — vermoord te hebben, want ze is spoorloos verdwenen. Gaandeweg leren we met Balaguer echter dat alles wat hij schildert verdwijnt, van sinaasappelen tot een landschap. Hij maakt ervan gebruik een hardnekkige schuldeiser te laten verdwijnen en uiteindelijk zichzelf te verenigen met zijn muze.

Zidrou kreeg zelfs een galerie in Barcelona zover het nagelaten œuvre van Vidal Balaguer in mei 2017 tentoon te stellen, toevallig rond het verschijnen van het album. Met de Spaanse tekenaar Oriol (Hernàndez Sànchez) was hij in het vorige decennium zeer actief en maakte hij ook het tweeluik Het Vel van de Beer (2012, 2020) en Drie Vruchten (2015). Vidal Balaguer is overigens in de eerste plaats een wijnhuis uit Alicante. 

de Kiekeboes 79: Kunst en Vliegwerk (Merho, Standaard Uitgeverij, 1998)

Hé, daar zien we De Rechtvaardige Rechters gewoon in de privé-Boeing van Ken Tucky hangen! Soit, daar gaat het niet om. Uit het stedelijk museum wordt Moeder en Kind van "de anonieme meester Rococo Granada" gestolen, maar Kiekeboe is vooral bekommerd om de verjaardag van Charlotte. Zonder dat ze het weten van elkaar kopen Konstantinopel, Fanny én Kiekeboe dezelfde "echte Marvano" (knipoog naar een collega-stripauteur), een louche collectief lopendebandschilders. Blijkt dat het gestolen meesterwerk, om het te kunnen smokkelen verborgen onder een "originele kopie", per abuis verkocht is aan de Kiekeboes. Waarop de dieven achter hen aan gaan.

Plagiaat (Alain Goffin + François Schuiten / Benoît Peeters, Blitz, collectie Metro, 1990)

Over "originele kopieën" gesproken. In Plagiaat (1990) verlaten François Schuiten en Benoît Peeters even hun duistere steden voor een duister verhaal over een kunstenaar die zichzelf ten gronde richt. Na een inbraak stelt de hippe modernist Chris Van Meer vast dat, vlak voor de onthulling ervan, een nieuwkomer zijn nieuwste werk lijkt te hebben geplagieerd... Maar hoe dat te bewijzen als hij in woede zijn eigen werk vernietigd heeft? Geobsedeerd door de anonieme dief, die furore maakt met zijn ideeën, verspeelt Van Meer zijn reputatie en fortuin. Radeloos neemt hij een berekend risico, dat hem echter fataal wordt.

De Franse editie verscheen in 1989 bij Les Humanoïdes Associés. Voor de vertaling van Blitz werd de coverillustratie vreemd genoeg gespiegeld en kreeg het een nieuwe inkleuring. In 2023 brachten de auteurs een bewerkte, nieuw ingekeurde versie van dit one-shot uit. Het verscheen enkel in het Frans bij Anspach.

De Schele Hond (Étienne Davodeau, Zet.El, 2024)

Étienne Davodeau blinkt uit in het luchtig verpakken van lastige thema’s als de boerenstiel, kernenergie, ouder worden, de liefde,... In De Schele Hond wordt de vraag "wat is kunst?" opgeworpen. Is een prutswerkje — het portret van een hond die, tja, scheel ziet — als dat Louvre-suppoost Fabien in handen krijgt minder waard dan de Mona Lisa? Alleszins niet voor de familie van zijn vriendin. Die vindt dat dit "meesterwerk" van hun betovergrootvader een plek in het Louvre verdient. Lucien zit in gewetensnood: hoe zijn vriendin te vriend houden en zijn werkgever niet beschamen? Uiteindelijk gaat hij voor een creatieve oplossing.