| |
Strips,
comics of manga's zijn geen aparte genres. Ze
hebben elk wel onderscheidende kenmerken, maar
in de eerste plaats primeren toch een goed verhaal
en dito tekeningen.
Dat helaas niet alles kan worden vertaald, is
best te begrijpen. Voor wie nu en dan eens wat
anders wil proberen naast de gekende, vertaalde
reeksen en one-shots is deze rubriek bedoeld.
Hierin presenteren we niet-vertaalde strips.
Dat kunnen comics en graphic novels zijn, Franse
strips of manga's in het Frans of Engels uit
het heden of verleden. Onze keuze is volledig
gebaseerd op persoonlijke voorkeuren en zo uiteenlopend
als maar kan. De redactieleden proberen telkens
een zo uitgebreid mogelijk beeld te schetsen
van de geselecteerde titels.
Toegevoegd op 17 februari:
Eerdere updates op deze pagina:
Archiefpagina 3:
Archiefpagina 2:
Archiefpagina
1:
|
|
|
| |
17/02 |
|
 |
| |
La
Saga d'Atlas & Axis (besproken
door David Steenhuyse) |
Zolang
de Franse uitgeverij Ankama haar
eigen strips niet vertaald of wordt opgemerkt door
vertaaluitgevers in Vlaanderen en Nederland zullen
hier vast nog wel meer albums passeren die wij hebben
opgemerkt. Behalve het uitbreiden van de eigen stripproductie
vertaalt het ook manga's en comics die eveneens
in deze rubriek passen. Als liefhebber van dierenstrips,
gaande van Chlorophyl en Snoesje
tot Blacksad en Maus, sprak La
Saga d'Atlas & Axis me al aan door de cover
die een mantel- en degenstrip verraadt. Ook de expressieve
tekeningen met veel zin voor animatie deden me het
album eind vorig jaar kopen. Het album verscheen
officieel in augustus 2011. Enkele weken nadat ik
het album kocht, raakte het genomineerd voor een
van de albumprijzen van Angoulême. Maar ik
heb geen jury nodig die me vertelt welke albums
ik goed moet vinden.
Atlas en Axis zijn twee honden. De grootste van
de twee, Atlas, is een Afghaanse windhond en van
Axis heb ik geen geen idee. Ik ben namelijk niet
goed vertrouwd met hondenrassen. Het verhaal speelt
zich af in een middeleeuwse setting. Atlas is een
boodschapper die eventjes bij zijn beste vriend
Axis langskomt. Axis heeft een oogje op Atlas' zus
Erika. Er staat een feestje op stapel in het havendorp
Kanina, maar zo ver komt het niet. Er nadert een
Vikingschip. Terwijl Atlas en Axis in de verte rook
zien, vermoeden ze dat het feest is begonnen zonder
hen. Bij aankomst merken ze tot hun afgrijzen dat
gieren zich te goed doen aan de afgeslachte bewoners
in het vernielde dorp. Al hun vrienden en kennissen
gingen eraan, maar Erika en haar beste vriendin
zijn verdwenen. Atlas en Axis vinden sporen van
de Vikingen en besluiten naar het noorden te trekken
om de twee meisjes terug te vinden, en als het even
kan wraak te nemen.

Onderweg komen ze natuurlijk vanalles tegen in vaak
extreme (weers)omstandigheden. Zo hoeden ze er zich
voor om een schaap dat ze wensen op te eten niet
te vermoorden want volgens Axis ontploft een schaap
wanneer het gedood wordt. Het pad van de twee wijkt
ook even uit elkaar. Atlas ontmoet dan een vrouwelijke
evenknie met wie het klikt. Na een nachtje van plezier
is zij in de waan dat haar one night stand een Viking
is omdat ze een voorwerp van de noordelijke barbaren
bij zijn spullen vindt. De Vikingen heten trouwens
"Vikiens". "Hond" is in het
Frans "chien" en Vikien is een taalgrapje
dat ik kan waarderen.

Je snapt allicht al dat de komische tekenstijl niet
per se wil zeggen dat het verhaal net zo guitig
is. Het album is dan ook niet bedoeld voor de jeugd.
Er vallen lijken, tranen en het lot van Erika is
van een verregaande horror. Het geweld is dikwijls
expliciet, vooral Atlas ontpopt zich in zijn impulsiviteit
vaak tot een schuimbekkende slachter op twee poten. Maar tussendoor
zoekt de Spaanse tekenaar Pau naar
evenwicht door luchtige toetsen aan te brengen door
middel van grappige gesprekjes, de naïviteit
van Axis en de running joke met de ontplofbare schapen.
Wie Mouse
Guard weet te appreciëren, kan zich
allicht laten verrassen door deze La Saga d'Atlas
& Axis hoewel de epische kwaliteiten hier
een pak minder zijn.

Dit eerste deel van de dierensaga verschijnt in
dezelfde collectie als Love dat op deze
site al in een
andere rubriek werd voorgesteld. Pau tekende
voor het weekblad Spirou en enkele Spaanse
tijdschriften kortverhalen in hetzelfde komische
register, toch is La Saga d'Atlas & Axis
zijn albumdebuut. De eerste personagestudies dateren
van 1995. Vier jaar later begon hij met de strip.
Bij pagina 16 zat hij zonder geld. Geen enkele uitgeverij
had interesse in het verhaal met twee honden, twee
beste vrienden in een vijandige wereld. Pau stopte
met de strip en werd animator in een hotel in Menorca.
In een school niet ver van waar hij woonde, leerde
hij Engels, Frans en Russisch. Die talen kwamen
van pas om de toeristen van antwoord te dienen.
In de twaalf jaar die volgden, schreef en tekende
hij na zijn uren verder aan de tachtig pagina's
tellende strip. Dat doorzettingsvermogen, zonder
financiële steun van derden, werd door een
van de sterkst groeiende stripuitgeverijen beloond
met deze albumuitgave. Op het vervolg moeten we
niet wachten tot 2023. Volgend jaar al staat deel
2 gepland.
 |
| |
02/02 |
|
 |
| |
Wasteland
(besproken door Peter Moerenhout) |
 |
|
Apocalyptische
toekomstverhalen zijn in trek bij auteurs
allerhande. Een totaal verwoeste maatschappij,
de strapatsen van kleine groepen overlevenden,
een voorheen heersende moraal die op zijn
kop gezet wordt: allemaal leuke stenen uit
de fictieblokkendoos. Wasteland speelt
zich af in een dergelijke rampzalige toekomst
en de makers ervan weten met de hun beschikbare
bouwstenen een uniek bouwwerk te maken.
Het genre kent vele vormen en subgenres. Zo
is de Mad Max-reeks een actiethriller,
The Walking Dead een soapdrama en
The Matrix een filosofisch traktaat (ik
heb het over de eerste Matrix-film,
de rest mag voor mijn part ontploffen). Wasteland
is echter allesomvattender dan de meeste postapocalyptische
verhalen. In Wasteland worden alle
facetten van de menselijke beschaving onder
de loep genomen: van het microniveau zoals
kleine emoties en dagdagelijkse onderlinge
relaties tot het macroniveau: religie, de
staat en grote morele morele dilemma's.

Antony Johnston, de schrijver, had
voor deze reeks uitkwam al wat strips op zijn
naam staan, maar niets dat echt potten brak.
In 2006 sloeg hij de handen in elkaar met
tekenaar Christopher Mitten,
een al even onbekende auteur, voor Wasteland.
Oni Press, een middelgrote
alternatieve uitgeverij, werd aangesproken
om de reeks uit te geven en hapte meteen toe.
Al vrij vroeg kreeg de reeks heel wat goede
kritieken (onder andere van Warren
Ellis) en kon de reeks op heel wat
bijval rekenen. Dat heeft geleid tot een rits
lucratievere projecten voor beide auteurs.
Johnston heeft intussen al heel wat werk voor
Marvel achter de rug en ook
enkele zeer te smaken strips gebaseerd op
het videospel Dead Space. Mitten
concentreert zich meer op het maken van covers
voor andere reeksen.

Door deze vele andere projecten kreeg Wasteland
na het vijfentwintigste nummer te maken met
deadlineproblemen. In 2009 lag de reeks praktisch
stil en in de periode 2010-2011 verscheen
slechts een handvol nummers. Christopher Mitten
verliet de reeks, niet door spanningen of
iets dergelijks maar hij had nood aan iets
anders. Enkele gasttekenaars tekenden een
paar zeer geslaagde afleveringen en in januari
van dit jaar verscheen nummer 33 en werd er
aangekondigd dat de reeks vanaf nu weer maandelijks
zou verschijnen. Men heeft eveneens een nieuwe
vaste tekenaar gevonden: Justin Greenwood.
De reeks begint "One hundred years
after The Big Wet". Die "Big
Wet" blijkt een grote catastrofe
geweest te zijn. Wat er juist gebeurt is,
is één van de mysteries van
het verhaal dat hopelijk nog onthuld zal worden.
Alleszins zijn praktisch alle menselijke technologie
en bouwwerken van de aardbol verdwenen en
is er vooral heel veel woestijn voor in de
plaats gekomen. De mensen in dit verhaal zijn
aangewezen op primitieve vormen van overleven:
(ruil)handel, jacht, criminaliteit. Een ander
gevolg van die ramp is dat de meeste menselijke
cultuur eveneens werd uitgewist. Boeken zijn
een zeer schaars goed (de meeste mensen kunnen
zelfs niet lezen) en technologische media
behoren tot lang vervlogen tijden.
 |
|
Gebeurtenissen uit het verleden leven enkel
voort door mondelinge overlevering en nemen
zo soms zelfs de vorm van mythes aan. Zo hebben
de Sunners, een religieuze groep, een eigen
scheppingsverhaal dat begint met The Big Wet.
Termen
en woorden uit onze tijd, namen van steden:
alles is met het voortschrijden der jaren
geërodeerd en vervormd. De stad Washington
wordt bijvoorbeeld Wash-Tung. Dit ingrediënt
maakt het verhaal sfeervoller en interessanter.
Niets leuker dan wat puzzelwerk in fictie.
Het geeft ook aan hoe diep de makers hebben
nagedacht bij het opbouwen van hun wereld.
Dat is meteen de grootste kracht van Wasteland:
de hele wereld en de maatschappij zitten bijzonder
goed in elkaar en de makers gebruiken hun
fictieve kosmos om het over de wereld van
vandaag te hebben.
De nieuwe maatschappij heeft nieuwe regels
en tradities. Sommigen zijn herkenbaar als
echo's uit onze eigen geschiedenis, anderen
zijn nieuw en exotisch. Johnston en Mitten
gaan geen enkel groot thema uit de weg: slavernij,
huidskleur, religie, machtsmisbruik, homofilie,
het kan niet op.
Voor de actieliefhebber in jou gillend wegloopt,
wil ik graag ook meegeven dat de actie zeker
niet ontbreekt. In een wereld als dit, met
minder wetten en minder controle, gaat het
er soms heet aan toe. Ook het geweld speelt
zich af van micro- tot macroniveau. Van een
doorgesneden keel voor een homp brood tot
een frontale en spectaculaire aanval door
gemuteerde Sand-Eaters op een grote stad.
Johnston schrijft als een generaal die zijn
troepen overschouwt. De talrijke personages
bewegen zich voort in een kluwen van intriges.
Elke actie kent een reactie. Toch verliest
hij (of de lezer) nooit het overzicht. Zijn
plotontwikkelingen zijn helder en logisch
als een partijtje schaak. En even onvoorspelbaar.

De tekeningen van Mitten zijn expressieve
en gestileerde prenten in grijswaarden. Mitten
weet als geen ander de brute actie weer te
geven die dit verhaal soms nodig heeft. Het
ontwerp van de decors en personages, iets
dat door striplezers soms niet echt opgemerkt
wordt of als gegeven beschouwd wordt, is van
een ongekend gedetailleerd niveau. Mitten
schept voor onze ogen een nieuwe wereld met
passende voertuigen, architectuur en kledij.
Er is nog maar één nummer uit
getekend door Justin Greenwood dus veel valt
daar niet over te zeggen. Mijn indruk is alleszins
dat de reeks er niet op achteruitgaat met
deze man als coauteur.
Wasteland is een strip die boordevol
zit en vele facetten kent. Een zeer verslavende
reeks voor de lezer die graag wat meer vlees
aan het geraamte van zijn strip heeft.
Beschikbaarheid
De reeks heeft op datum van dit schrijven
al 33 afleveringen. Johnston heeft ooit ergens
gezegd dat hij een afgerond verhaal voor ogen
heeft van om en bij de 50 afleveringen. Een
afgerond einde geeft de lezer bevrediging.
XIII iemand?
Die deeltjes zijn beschikbaar in softcoverbundelingen:
• Cities In Dust - Wasteland nummers
1-6
• Shades of God - Wasteland nummers
8–13
• Black Steel in the Hour of Chaos -
Wasteland nummers 15-19
• Dog Tribe - Wasteland nummers 21-24
• Tales of the Uninvited - Wasteland
nummers 7, 14, 20, 25
• The Enemy Within - Wasteland nummers
26-31
Evenals in hardcoverbundelingen:
• The Apocalyptic Edition: Volume 1
- Wasteland nummers 1-13
• The Apocalyptic Edition: Volume 2
- Wasteland nummers 14-25
Favoriete
scène
Zoals zo vaak kan ik mijn echte favoriete
scène niet aan jou openbaren omdat
ik anders belangrijke plotontwikkelingen verraad.
Ik laat je dus achter met een kort stukje
dat op zeven pagina's aantoont hoe gelaagd
de wereld en de thema's van Wasteland
in elkaar zitten.







MEER BESPREKINGEN VAN
PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com
|
|
| |
06/01 |
|
 |
| |
Box
Office Poison (besproken
door Koen Claeys) |
 |
|
Alex
Robinson (1969) volgde kunstonderwijs
in New York. Hij kon er als student wat bijverdienen
in een vestiging van boekhandelsketen Barnes
& Noble waar hij uiteindelijk
zeven jaar aan de slag bleef. Eenmaal afgestudeerd
in 1993 begon hij in eigen beheer zijn strip
Box Office Poison uit te geven in
de vorm van aan mekaar geniete kopieën,
startend met een oplage van dertig exemplaren.
Na drie jaar besloot Antarctic Press
om de strip als tweemaandelijkse comic uit
te geven. Niet lang nadat de 21ste en laatste
aflevering in 2001 verscheen bracht uitgeverij
Top Shelf een 608 pagina's
tellende verzamelbundel uit. Datzelfde jaar
kreeg hij de Eisner (de Oscar
van de strip) voor 'Talent Deserving of Wider
Recognition' (talent dat meer erkenning verdient).

De Engelse uitdrukking box office poison
komt uit de filmwereld. Als iemand meewerkt
aan een aantal opeenvolgende commerciële
flops, wordt die door bioscoopuitbaters als
dusdanig gelabeld. Robinson had deze term
gehoord in de klassieke film Mommie Dearest
met Joan Crawford. Hij vond
dat het passend was voor zijn verwachtingen
over de mogelijke verkoop van zijn minicomics
waardoor hij deze titel gebruikte. Het heeft
dus totaal niks te maken met de inhoud. Aangezien
de comic in enkele jaren wat naambekendheid
had verworven, besloot Top Shelf om deze lekker
klinkende titel ook te gebruiken voor het
boek.

Het verhaal speelt zich af in New York begin
jaren 1990 en focust zich op enkele twintigers,
de meesten pas afgestudeerd. De twee belangrijkste
verhaallijnen draaien rond Sherman en Ed,
twee boezemvrienden. Sherman heeft Engels
gestudeerd met het doel schrijver te worden.
Af en toe stuurt hij wat schrijfwerk naar
diverse uitgevers wat voorlopig uitsluitend
resulteerde in een stapeltje afwijzingbrieven.
Momenteel werkt hij om den brode in een boekenwinkel,
een job die hij hartstochtelijk haat en de
voornaamste inspiratie voor zijn schrijfwerk
biedt. Zo bevat het boek enkele uiterst grappige
pagina's vol idiote vragen door klanten, waarschijnlijk
heel herkenbaar voor veel winkeliers.

Ed wil striptekenaar worden, het liefst superheldenstrips
bij een van de twee grootste uitgevers. Hij
woont echter nog bij zijn ouders die hem liever
als opvolger in de familiezaak zien in plaats
van die onrealistische ambitie na te jagen.
Op een dag krijgt hij de kans om wat geld
te verdienen als assistent bij Irving Flavor,
een dinosaurus uit het stenen tijdperk der
comics.
Box
Office Poison leest als een verslavende soapserie
met een hoog realiteitsgehalte waarin de levensechte
personages overwinningen en ontgoochelingen
beleven: het vinden van liefde, het gevoel
bedrogen te zijn, de kans op een droomjob,
momenten van zelfhaat,... Dit realisme wordt
niet enkel gekenmerkt door de karaktertrekken
maar ook door de lichamen van de personages:
velen hebben een overgewicht en de vrouwen
hebben meestal geen ideale cupmaat. Zo bevat
het boek enkele seksscènes waarin alledaagse
mensen op een alledaagse wijze er een lap
op geven, zonder dat het vulgair wordt.
De auteur serveert ons een einde die zoals
in het echte leven niet zo rooskleurig is
als men zou willen, maar je voelt je als lezer
wel gelukkig om dit boek te hebben gelezen.
Het is een feest van herkenbaarheid waarbij
je onverwachts een spiegel wordt voorgehouden
en je bij jezelf denkt: "Verdomme, ik
heb ook nog zoiets meegemaakt". Het boek
werkt op die manier bijna therapeutisch.
Er zit ook nogal wat hilarische humor in Box
Office Poison verwerkt. Ik denk hierbij
bijvoorbeeld aan de dolgedraaide huisbazin
die aan onverdraagzaamheid ten opzichte van
medebewoners een nieuwe dimensie geeft. Deze
vrouw is, zoals de meeste personages evenals
zijn haat ten opzichte van de job als winkelier,
gebaseerd op Robinsons levenservaringen.

Het boek bestaat uit korte hoofdstukken die
op zichzelf staan, maar samen één
groot narratief geheel vormen. Een leuke vondst
zijn de terugkerende bladzijden waarbij enkele
personages een vraag voorgeschoteld krijgen.

Hoewel hij af en toe experimenteert met de
bladindeling zal Alex Robinson nooit gelauwerd
worden om de meest indrukwekkende strippagina's
en ik zie al enkele mensen hun neus ophalen
voor de zwart-wittekeningen met veel gebruik
van grote zwarte vlakken. Toch zet hij alles
zeer overtuigend neer met zijn charmante tekenstijl,
in die mate zelfs dat je zoals bij Strangers
in Paradise de personages in je hart
sluit, dat je bijna een krop in de keel krijgt
wanneer je het eind van het boek nadert.

Het succes van Box Office Poison
zorgde twee jaar later voor de publicatie
van Bop!, een 88 pagina's tellende
compilatie van onder meer kortverhalen uit
de comics die de bundel niet haalden.
Met de Franstalige editie De Mal en Pis
(bij uitgeverij Rackham)
ontving Robinson in 2005 de prijs voor beste
eerste album op het stripfestival van Angoulême.
Datzelfde jaar wist hij zijn grote talent
te bevestigen met zijn tweede beeldroman,
Tricked. Hierin lezen we het wedervaren
van zes personages, elk niet gespeend van
gebreken, die aanvankelijk niks met mekaar
te maken hebben. De auteur laat ze op een
dramatische wijze elkaars pad kruisen, vergelijkbaar
met Paul Thomas Andersons
briljante film Magnolia. De verhaalconstructie
voelt hier meer beredeneerd aan dan bij zijn
voorloper maar het boek wist me toch opnieuw
te ontroeren.
 |
|
In
2008 presenteerde Robinson zijn derde voltreffer
Too Cool to Be Forgotten. Hierin
volgen we Andy Wicks, een man van middelbare
leeftijd die op aanraden van zijn vrouw onder
hypnose gaat om van zijn rookverslaving af
te geraken. Onverwachts herbeleeft hij een
deel van zijn puberjaren in het midden van
de jaren 1980. Redelijk vlug tracht hij deze
ervaring te gebruiken om een fout recht te
zetten en enkele gemiste kansen goed te maken.
Robinson had het me weer gelapt! Het boek
dat doordrenkt is van nostalgie wist, zoals
zijn voorgangers, nog eens een gevoelige snaar
bij mij te raken. Die loebas!
In 2009 verscheen zijn bewerking van Frank
L. Baums sprookje A Kidnapped
Santa Claus bij de Britse uitgeverij
HarperCollins. Na een aantal
valse starts heeft Robinson een tijd geworsteld
met een writer's block, iets wat hem in zijn
carrière al vaak parten heeft gespeeld.
Gelukkig wist hij me vorige week (begin 2012)
te melden dat hij nu toch al flink gevorderd
is met zijn nieuwste boek voor Top Shelf dat
stilistisch dicht bij zijn debuut zal aanleunen.
Dit betekent echter ook dat de leuke fantasystrip
Lower Regions, een op zijn website
te lezen zijproject, voorlopig niet verder
wordt gezet.

Tot conclusie: Box Office Poison
is een graphic novel die volgens mij in geen
enkele bibliotheek mag ontbreken en nog lang
zijn frisheid zal behouden. Eenmaal je dit
boek achter de kiezen hebt, zal Robinsons
latere werk wel op je wenslijst belanden.
Wie houdt van uit het leven gegrepen personages
in sterke, herkenbare verhalen met verrassende
plotwendingen moet bij deze man wezen.
Surf ook naar www.comicbookalex.com.
Een interessant interview over zijn carrière
en werkwijze kan je op YouTube
bekijken. |
|
| |
30/12 |
|
 |
| |
Fear
Agent (besproken door
Peter Moerenhout) |
Sciencefiction
van het interplanetaire type leunt af en toe
dicht aan tegen het westerngenre. Daarmee
bedoel ik niet zoiets als het tegen elkaar
opzetten van cowboys versus aliens in de gelijknamige
film maar eerder het mengen van sferen en
stijl. Het mengen van beide genres is niet
eens zo'n gek idee. Het universum en het Amerika
van het wilde westen zijn immers vergelijkbaar.
Zo zijn daar: het ontbreken van wetten of
van genoeg wethouders, het kolonisatieaspect,
afgelegen nederzettingen, premiejagers (Bobba
Fett, iemand?), enzovoort. Het universum is
momenteel wat het ongerepte Amerika voor de
cowboys was: The Final Frontier...
De voorbeelden zijn legio: Firefly, Serenity,
Star Trek, Star Wars,... Dat zijn eerder
films waarin posses worden belicht. Wat ik
echter nog niet al te veel ben tegengekomen,
is de sciencefictionvariant van de eenzame
ruiter. Het soort van zwijgzame held dat Clint
Eastwood zo goed kon neerzetten.
Totdat ik Fear Agent las.
 |
|
Rick Remender is eenzelfde
type schrijver als Jason Aaron,
Jonathan Hickman en Brian
Michael Bendis. Schrijvers die bij
een kleinere uitgeverij een bescheiden hit
te pakken krijgen en nadien door een grote
uitgeverij werden opgepikt (vooral Marvel
lijkt daar de laatste jaren een goed oog voor
te hebben). Remender had bij Image
Comics met Strange Girls
en Sea of Red twee beleefde succesjes
waarna hij bij dezelfde uitgeverij Fear
Agent lanceerde. Naast nog wat goed ontvangen
reeksen bij Dark Horse schrijft
hij nu strips als Punisher, Uncanny X-Force
en Venom voor Marvel. Dat de
man talent heeft, staat dus buiten kijf.
Fear Agent heeft niet enkel stijlkenmerken
gemeen met de western, maar heeft ook een
hoofdpersonage dat je met een beetje goede
wil een hedendaagse cowboy zou kunnen noemen.
En dat bedoel ik letterlijk. Heath Huston
is een naar alcoholisme neigende, houthakkershemden
dragende trucker die ergens in het zuiden
van Amerika woont. Tijdens een etentje met
zijn familie barst de hel los. Een buitenaardse
invasie kost het leven aan zijn vader en zoon.
Heath raakt gescheiden van zijn vrouw Charlotte
en slaat, nadat het menselijke ras praktisch
uitgeroeid wordt, op drift in de onmetelijke
ruimte. Daar zet hij het verder op een zuipen
en verhuurt hij zichzelf als een galactische
ongediertebestrijder om aan drinkgeld te komen.
Het eigenlijke verhaal begint op dit punt.
De reeks werkt zeer veel met flashbacks die
soms zelfs enkele afleveringen duren. Die
aanpak maakt de verhalen spannender om te
volgen. De plottwists vinden immers niet enkel
in het heden plaats maar ook in het verleden.

Dat spelen met tijd wordt ook tastbaar wanneer
Remender met tijdreizen begint. Sowieso zit
de reeks nokvol met alles wat lekker smaakt
aan sciencefiction: vreemde ruimtewezens,
interplanetaire oorlogen, robots en andere
lasers, maar het reizen door de tijd voegt
het meeste toe aan het verloop van het verhaal.
Je weet als lezer nooit wie of wat je op de
volgende pagina kan verwachten. De reden om
al deze elementen in de strip te incorporeren
is simpel: ze zijn cool. Remender zei ooit
dat Fear Agent geschreven werd omdat
hij vond dat sciencefiction zijn kloten kwijt
was. Je kan er dus op rekenen dat Fear
Agent ballen heeft.
Remender neemt naast de actie ook enkele interessante
thema's onder de loep. Deze worden er niet,
zoals in sommige mindere reeksen, bij de haren
bij gesleurd en overgoten met een saus van
moraal. Telkens als Remender er eentje aansnijdt
zorgt hij ervoor dat het gebeuren vanuit de
personages komt. Het alcoholisme van Heath
is zo'n thema. Dat wordt de hele reeks lang
vanuit verschillende hoeken belicht en eindigt
op een even onverwachte manier als de reeks
zelf.

Remender schrijft volbloedpersonages die geloofwaardig
overkomen. Hij trekt daarvoor de grote truckendoos
der scenaristen open. Zo laat hij Heath af
en toe Mark Twain quoteren.
Zo'n zet geeft het personage meer diepgang.
Zelfs de artificiële intelligentie van
Heaths ruimteschip, Annie, krijgt een zeer
verassend karakter naarmate je haar leert
kennen.

Ontploffingen en kwallen met helmen op, allemaal
goed en wel, maar eigenlijk draait deze reeks
vooral over familie en liefde. Zonder zeemzoeterig
te worden (daar zorgen de bloederige karkassen
van menig alien en mens wel voor) is Fear
Agent ook een romantisch drama over een
man op zoek naar zijn verloren liefde. Meer
verklappen zou zonde zijn, maar het verhaal
is er af en toe in geslaagd om mijn keel dicht
te schroeven van emotie.
De
tekeningen zijn van Tony Moore
(The Walking Dead) en Jerome
Opeña. Zij namen elk afwisselend
een verhaallijn voor hun rekening. Een goede
zet want beide heren kregen het later druk
met allerhande high profile-reeksen
voor Marvel. Hun stijl ligt dicht genoeg bij
elkaar om de flow van de reeks niet te breken,
maar wijkt genoeg van elkaar af om je als
lezer geïnteresseerd te houden. Moore
moet het meer hebben van de expressie van
zijn personages terwijl Opeña meer
de man is van ruwe actie. Beiden zijn tekenaars
van de bovenste plank die de reeks heel wat
eer aandoen.
Fear Agent is in mijn ogen het beste
wat sciencefiction de laatste jaren te bieden
gehad heeft en brengt ook de fun terug die
het genre vanaf de jaren 1980, met al die
dystopische toestanden, wat verloren lijkt
te hebben. Er wordt ook niet teveel gefocust
op theorieën om de wetenschap achter
de technologie te verklaren zoals de laatste
jaren weleens meer het geval is. Nee, de dingen
zweven, ontploffen en desintegreren simpelweg.
Geen gezwam.
Beschikbaarheid
Oké, even opletten nu. Fear Agent
begon in 2005 bij Image en heeft daar
elf nummers stand gehouden. Nadien verhuisde
de serie naar Dark Horse. Dat had waarschijnlijk
iets te maken met geld.
Bij Dark Horse begon men met een nieuwe nummering.
Eerst verschenen Fear Agent: The Last
Goodbye nummers 1 tot 4 en het one-shot
Tales of the Fear Agent: Twelve Steps
in One.
Nadien vond Dark Horse blijkbaar dat die oude
nummering toch zo gek niet was en de volgende
aflevering kreeg nummer 17 op de cover. Daarmee
maakten ze Fear Agent: The Last Goodbye
en Tales of the Fear Agent: Twelve Steps
in One eigenlijk tot de nummers 12 tot
16.
De reeks liep dan gestaag verder tot nummer
27 in 2009. Door andere verplichtingen van
de makers werd de serie toen een jaartje on
hold gezet om in 2010 weer te beginnen.
De laatste afleveringen verschenen druppelsgewijs
en in november 2011 verscheen het 32ste en
laatste nummer.
Die Tales of the Fear Agent is trouwens
een speciaal geval. Dat zijn korte verhalen
die niets met de hoofdplot te maken hebben
en die doorgaans draaien om jobs die Heath
als intergalactisch ongediertebestrijder heeft
afgewerkt.
Deze korte verhalen verschenen ook soms als
backup in de normale strips of als exclusieve
online content.
Meestal werden deze strips niet geschreven
en getekend door Remender, Moore en Opeña
maar door onbekendere helden. Laat je echter
niet vangen: ook deze verhalen zijn van een
hoge kwaliteit.
Ingewikkeld? 't Zal wel zijn. Gelukkig heeft
Dark Horse alles in overzichtelijke bundelingen
gegoten.
• Re-Ignition - Fear Agent nummers 1-4
• My War - Fear Agent nummers 5-10
• Fear Agent: The Last Goodbye nummers
1-4
• Hatchet Job - Fear Agent nummers 17-21
• I Against I - Fear Agent nummers 22-27
• Out of Step - Fear Agent nummers 28-32
(verschijnt in mei 2012)
• Tales of the Fear Agent: backupverhalen
van Fear Agent nummers 5-11, verhalen van
MySpace Dark Horse Presents nummers 3-4 en
Tales of the Fear Agent: Twelve Steps in One.
Favoriete
scène
Zoals meestal zou mijn eigenlijke favoriete
scène teveel spoilers bevatten. Daarom
laat ik je achter met een scène uit
de eerste aflevering die illustreert waar
Fear Agent in excelleert: actie,
een coole voice-over en een verassende wending.




MEER BESPREKINGEN VAN
PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com
|
|
| |
15/12 |
|
 |
| |
Les
Melons de la Colère (besproken
door David Steenhuyse) |
Nog
voor zijn werk vertaald raakte, was ik al
verslingerd aan Bastien Vivès.
De cover van zijn eersteling Meisje(s)
viel op door het dansende meisje met de grote
borsten. Niet dat dit hèt koopargument
was, maar 't hielp dus toch om m'n aandacht
te trekken. In dat album kloeg het personage
Alice nog over die te zware borsten. Ook in
Vivès' nieuwste, Franstalige album
Les Melons de la Colère speelt
een meisje mee met overmatig zware borsten.
Maar zoals we Vivès kennen uit De
Smaak van Chloor, In Mijn Ogen, Innige Vriendschap
en Polina is Les Melons de la
Colère allerminst poëtisch-bedeesd,
het is extreem-vernederend en zorgde voor
een kleine polemiek op diverse Franstalige
websites en stripforums. Samenvattend werd
Les Melons de la Colère als
volkomen immoreel beschouwd en Vivès
slechte smaak verweten.
Les Melons de la Colère verscheen
als pocket bij het Franse uitgeverijtje Les
Requins Marteaux, dat Pieter
De Poorteres Boerke uitgeeft
onder de reeksnaam Dickie. In de
collectie BD-Cul is het pas het vierde
boekje. Het oogt als een Italiaans sekspulpboekje
waarvan er ook in het Nederlands in de jaren
1970 en 1980 tientallen van verschenen, genre
Lucifera, Jolanda en andere vrouwennamen
die meestal met de letter A eindigen. Seks
in al zijn platvloersheid komt ook voor in
Vivès' boekje, zonder expliciete penetraties
evenwel. De collectie BD-Cul is namelijk
opgevat als parodie op die ouwe seksboekjes,
fake advertenties incluis. Toch is de seks
in Les Melons de la Colère
niet van het soort waar een gezonde manskerel
een stijve van krijgt... integendeel, het
is een stamp in de ballen.

Boerendochter Magalie is gezegend met een
ferme bussel hout voor de deur. Zij lijdt
onder het gewicht en heeft het momenteel moeilijker
dan ooit om mee te kunnen helpen om bijvoorbeeld
de koeien te melken. Ze klaagt dat haar boezem
haar het leven onmogelijk maakt. Haar vader
is een stugge man die in zijn jeugd met dokters
te maken kreeg waardoor hij "die charlatans"
niet op zijn erf wil verwelkomen. Maar Magalies
moeder zet door. Hoewel er geen geld voor
is, schakelen de ouders een dokter in. Als
lezer zie je meteen dat zijn behandeling onorthodox
is... Hij neukt haar tussen de borsten. De
dokter dringt eropaan om er een specialist
bij te halen. Terwijl Magalies ouders zich
zorgen maken over het geld dat dit hen zal
kosten, misbruiken nu twee mannen tegelijk
de onschuldige Magalie, opnieuw uit het zicht van haar ouders. En opnieuw is er nood
aan extra hulp uit de medische wereld. Aan
de eettafel zegt Magalie tegen haar vader
dat ze de methodes bizar vindt. "Ze doen
rare dingen met me", voegt ze er eraan
toe. Maar papa stelt zijn dochter gerust,
het zijn dokters die beter weten wat goed
voor haar is.

's Anderendaags demonstreert Magalie in de
koeienstal bij haar jongere broertje Paul
wat de dokters precies met haar uitvoeren.
Ook Paul is uitgerust met een bovenontwikkeld
orgaan. Hij draagt een monsterlijk wapen tussen
de benen... Even rewinden: je leest
het goed, we hebben hier te maken met incest
tussen twee minderjarigen. Kort daarop bezoeken
Magalie en haar moeder de burgemeester. Ze
storen 'm net terwijl hij masturbeerde. Hij
kan amper zijn ontblote penis wegstoppen.
Vervolgens komt de ene notabele na de andere
binnensijpelen om Magalie te komen 'helpen'.
Omwille van het medisch geheim moet Magalies
moeder buitenblijven terwijl haar dochter
in serie wordt bestegen door een vijftiental
heren zonder schroom. Het is een ongeoorloofde
gangbang waarbij Magalie het langs alle kanten
moet ontgelden.
Aan de ontbijttafel verklaart ze beschaamd
dat ze niet meer terugwil. Ze somt in detail
op wat de notabelen in de stad haar aandeden.
Haar vader wordt furieus en zweert dat ze
zullen boeten. Op zolder haalt hij een stokoud
fototoestel tevoorschijn en laat zijn dochter
nog eens alle vernederingen doorstaan terwijl hij door een raampje alles op de gevoelige plaat legt. Met
deze bewijzen stapt het
gezin een supermarkt binnen om de foto's op
internet te laten plaatsen. Maar de winkelier
kan hen niet helpen want het boerengezin heeft
geen internetverbinding, geen website of blog,
zelfs geen telefoon en ook de foto's kunnen
niet ontwikkeld worden. Op weg naar huis slaan
de stoppen bij de vader door. Hij had zijn
dochter beloofd dat ze zouden boeten, en dat
zullen ze doen ook!

Je begrijpt vast wel dat lezers zich stoorden
aan de inhoud van het boekje. Dit is geen
verhaal dat in de Zwarte Reeks van
Sombrero past, ook al zijn
er daar plenty verhalen die steunen op onderwerping,
vernedering en andere gelijkaardige fantasmen.
Vivès heeft het talent om mensen met
waarachtige emoties neer te zetten, mensen
om wie je geeft of met wie je makkelijk kan
meeleven. Vreemd genoeg lukt hij daarin zonder
al te veel gelaatsuitdrukkingen te tonen.
Als lezer vul je die automatisch zelf in waardoor
je eigen betrokkenheid vergroot wordt.
Hier
is er echter geen sprake meer van fantasietjes, 't leest
als bittere realiteit. Dat lezers zich daardoor
geschandaliseerd voelen, is een rechtstreekse
confrontatie met hun eigen onmacht om in te
grijpen. Je wil niet dat Magalie — voor
wie het overigens goed afloopt — een
dergelijk drama overkomt. Elke keer je een
blad omslaat, vergroot jouw schuld als deelgenoot
in de schanddaden.

Door haar jonge onschuld en de vuige sekspartijen
waarin Magalie het object is voor lustige
oudere heren, slingerden lezers gemakzuchtig
met termen als pedofilie. Dat Vivès
het ook nog eens waagde om het landbouwersgezinnetje
te portretteren als achtergestelde boerkes,
met aan de andere kant de rijke bourgeoisie
die enkel maar slecht kan zijn, gaf aanleiding
tot nog andere dicussies. Het recht op vrije
meningsuiting kwam er zelfs aan te pas. Grappig
alleszins om dergelijke forumdiscussies, die
even snel rijzen als ze weer uitdoven, te
volgen waarin vergelijkingen en voorbeelden
uit andere œuvres erbij worden gesleurd.
Om er maar enkele te noemen: Gotlibs
Rhaa Lovely, Victor Hugo's
Les Misérables met een scène
waarin Jean Valjean zich laat pijpen door
het hoertje Cosette, Milo Manara,
Dany, Serpieri
en godbetert Jezus Christus.
De vraag is welke auteurs te ver durven gaan
en welke niet, en wie die grenzen bepaalt.
Ik onthoud één iets: Bastien
Vivès presteert het andermaal om een
album te publiceren waar je niet onbewogen
bij blijft. Hopelijk om de juiste redenen. |
|
| |
08/12 |
|
 |
| |
Courtney
Crumrin (besproken
door Arnout Capiau) |
Het
gebeurt niet elke dag dat de hoofdrol in Noord-Amerikaanse
comics wordt gespeeld door een meisje. Het
doorsneepubliek bestaat altijd uit adolescente
jongens (hoewel dat tegenwoordig misschien
niet helemaal de realiteit meer is) en dus
zijn de protagonisten 'logischerwijs' voor
hen beter identificeerbaar als het om mannen
gaat. Niet noodzakelijk iets waar ik mee akkoord
ga, maar da's een discussie voor een andere
keer. Een meisje in de hoofdrol, hoe dan ook,
je ziet het niet vaak. Als dat dan bovendien
een koppig, onstuimig en mateloos interessant
figuurtje is, dan is ondergetekende gemakkelijk
verkocht. Maak kennis met Courtney Crumrin
van Ted Naifeh.
 |
|
Een jong meisje, wiens ouders de magische
elementen om zich heen niet kunnen of willen
zien, hints naar een familieverleden met magie,
queestes, monsters en een onmetelijk coole,
oude oom die alles zoveel beter weet, maar
niet met een vervelend nichtje wil omgaan
en haar al zeker niks wil leren over hoe de
wereld echt in elkaar zit. En gelijk heeft
hij, want Courtney is onverantwoord en onstuimig,
ze denkt niet na voor ze op iets reageert,
en dat heeft wel eens desastreuze gevolgen.
Maar over het algemeen is ze wel de klassieke
pre-tiener die net dat beetje slimmer is dan
de volwassenen, die van net genoeg gezond
verstand is voorzien om door achterbakse plannen
te zien en het niet nalaat dat te laten horen.

Alsof dat alles natuurlijk nog niet genoeg
was, is onze neusloze protagonist (don't
ask) bovendien pas verhuisd met haar
ouders naar het statige landhuis van oom Aloysius
ergens in het Amerikaanse achterland, en dat
betekent natuurlijk dat de hele omgeving vreemd
is voor Courtney. Op school is ze dan ook
meteen de vreemde nieuwe, die niet bij de
populaire kinderen terecht komt. Je hebt het
begrepen, klassieke elementen voor een leuke
reeks vol verrassende wendingen en nieuwe
ideeën over oude monsters.
In
het voorwoord van het eerste volume heeft
Ted Naifeh het ook nadrukkelijk over de kinderverhalen
die hem hebben helpen grootbrengen, die hem
toonden hoe de wereld in elkaar zat, en hoe
die wereld allesbehalve de Disney-versie
is, maar dikwijls een lelijke plek waar je
er op de slechtste momenten alleen voor staat.
Die traditie wil hij verderzetten: eerlijke,
boeiende verhalen, niet alleen voor kinderen,
maar in eerste instantie wel met hen als publiek
in gedachten. Het resultaat is een stripreeks
die (het wordt een cliché, maar zo
gaat dat) jong en oud met plezier zal lezen,
daar verbaasd door zal zijn en zal aangrijpen.
Alle verschenen delen zijn door Naifeh getekend,
een auteur die overwegend in zwart-wit gepubliceerd
is bij Oni Press. Je zal
als potentiële lezer dus wel dat vooroordeel
opzij moeten leggen. Zijn stijl houdt een
illegitieme liefdesrelatie in stand met karikaturaal
cartooning, maar komt zo tot een
uniek en uiterst leesbaar liefdeskind. Courtney
zelf bijvoorbeeld, heeft een vreemd rond hoofd,
pupilloze zwarte ogen en geen neus. Daardoor
ziet ze er natuurlijk wat gek uit, maar ze
past volledig in de omgeving die Naifeh ondertussen
voor haar bouwt. Bovendien hebben alle personages
in ongeveer al Naifehs boeken maar vier vingers.
Geen idee waarom, maar zo gaat dat. Move
over Mickey!
De reeks ligt ondertussen al een tijdje stil.
Het laatste materiaal dateert van 2009, maar
ik twijfel er niet aan dat er meer in aantocht
is. Op dit moment zijn er bij Oni Press vier
volumes in mangaformaat verkrijgbaar:
• Volume 1: Courtney Crumrin and the Night Things
• Volume 2: Courtney Crumrin and the Coven of
Mystics
• Volume 3: Courtney Crumrin in the Twilight Kingdom
• Volume 4: Courtney Crumrin's Monstruous Holiday (bundeling van de one-shots Courtney Crumrin and the Fire Thief's
Tale en Courtney Crumrin and the Prince of Nowhere)
En er zijn ook nog one-shots in
comicformaat (ook van Oni Press):
• Courtney Crumrin Tales: A Portrait
of the Warlock as a Young Man
• Courtney Crumrin Tales 2: The League of Ordinary Gentlemen
Een goeie vriend van me, die veel bedrevener
is in het afschuimen van bestelcatalogi, wees
me erop dat Oni in februari 2012 (of rond
die tijd) een nieuwe editie van Courtney
Crumrin plant. Dit keer in harde kaft,
en wellicht het eerste van twee dergelijke
volumes. Van Naifeh heeft Oni ook het voortreffelijke
Polly and the Pirates in de aanbieding
waarvan een tweede volume met een andere tekenaar
in januari moet verschijnen.
Surf ook naar tednaifeh.com



 |
|
| |
24/11 |
|
 |
| |
Finder
(besproken door Peter Moerenhout) |
 |
|
Finder
is geen normale comic. De reeks wordt al vijftien
jaar geschreven, getekend, geïnkt en
geletterd door één en dezelfde
vrouw, het is een indiestrip die al zeven
nominaties voor een van de belangrijkste Amerikaanse
stripprijzen, de Eisner Awards,
in de wacht sleepte en tot voor kort verscheen
de reeks volledig in zwart-wit. De maakster,
Carla Speed McNeil, is het
perfecte voorbeeld van iemand met visie en
genoeg koppigheid om haar eigen ding te blijven
doen wars van alle trends. Meer nog: ze heeft
zoveel talent dat de stripwereld niet rond
haar heen kan kijken en haar de lof moet toedichten
die ze verdient. Scott McCloud
noemt Finder "The best comic you've
never read". Warren Ellis
is een fan. Nu jij nog.
Moesten we strikt zijn dan zouden we de reeks
sciencefiction noemen, maar genres zijn slechts
door marketing en oogkleppers gehanteerde
labels en Finder is zoveel meer.
McNeil zelf noemt haar reeks "Aboriginal
science fiction". Die vlag dekt
de lading al wat meer, maar is wat mij betreft
nog steeds ontoereikend om de reeks te duiden.
De strip speelt zich inderdaad in de toekomst
af, maar verwacht geen laserpistolen, ruimteschepen,
tijdreizen of andere Darth Vaders. We spreken
hier over een vrij dystopische toekomst, de
overblijfselen van een beschaving die op technologisch
gebied duidelijk ooit verder stond dan de
onze, maar die nu gedevalueerd is naar een
maatschappij die een deel van de eigen technologie
niet eens meer begrijpt of kan repareren.

In Finder leven de mensen in grote
overkoepelde steden of zwerven ze daarbuiten
rond in nomadische stammen. "Mensen",
zeg ik, maar de wereld wordt evengoed bevolkt
door intelligente hybrides van mens en dier.
De bevolking leeft onderverdeeld in klassen
die elk hun eigen tradities, klederdracht
en gewoontes hebben. Zelfs de meeste jobs
zijn voorbehouden voor mensen van een bepaalde
klasse.
In die beide gegevens, sociale omgang en technologie
schuilt de kracht van Finder.
De invloed die technologie op maatschappij
heeft en omgekeerd is de kern van Finder:
websurfen terwijl je slaapt, vliegende camera's
die ongelimiteerd beelden schieten van alles
en iedereen en daar films van maken, mediamoguls
die, met gebruik van jouw virtuele evenbeeld
en zonder je iets te vragen of te betalen
pornofilms verkopen met jou in de hoofdrol,
dit soort toestanden zijn bon ton in deze
toekomst.
Zeer interessant allemaal, maar daar houdt
het niet op. Finder gaat over omgaan
met elkaar en andere culturen. Het botsen
van gebruiken, onbegrip voor wat anders is
en onwetendheid of juist nieuwsgierigheid
naar elkaar: allemaal aanwezig.
Dit soort thema's zijn natuurlijk niet nieuw
maar McNeil slaagt erin om extreem origineel
te zijn in het bedenken van de culturele aspecten
van de verschillende klassen en stammen en
de toepassingen van de futuristische technologie.
Ze gaat ook in de clinch met onderwerpen die
andere strips vaak uit de weg gaan zoals racisme
en vooral ook seks. "Racisme", zeg
je, "dat komt toch voor in vele strips?"
Dat is waar, maar doorgaans gebeurt dat op
een veilige en betuttelende manier genre "racisme
is stout". McNeil bekijkt elk onderwerp
van verschillende kanten en stelt de vragen
die een ander niet durft stellen.
De oplettende lezer heeft door dat ik nog
geen personages besproken heb. Dat komt omdat
er: a. veel te veel zijn en b. in elke nieuwe
verhaalcyclus andere steden, personen of gebieden
besproken worden. Er is wel een soort hoofdrolspeler,
een enigmatisch man genaamd Jaeger, die in
alle verhalen voorkomt maar hij dient in sommige
verhalen slechts als rode draad. In bepaalde
cycli komt hij amper enkele pagina's voor.
Ook dat is een bewijs van de kracht en gedurfdheid
van de reeks. McNeil schrijft en tekent waarover
ze het op dat moment wil hebben en gebruikt
de fictieve wereld die ze stap voor stap opbouwt
als haar canvas. Dat is ook de reden dat de
term sciencefiction niet toereikend is. Elk
verhaal in de reeks valt onder te verdelen
in een ander genre: romantiek, een moordmysterie,
fabels en sprookjes, een (zeer eerlijke) psychologische
ontleding van het karakter van enkele vrouwen,
enzovoort.
McNeil hanteert een prachtige stijl met volle
lijnen en rasters die je doet vergeten dat
je een zwart-witstrip zit te lezen. Haar tekeningen
en bladspiegel zijn helder als het klaarste
bronwater. Ze heeft tevens de neiging te experimenteren
met ritme, tekstballons en alle andere stijlkenmerken
van het stripmedium maar doet dat nooit zonder
reden. Telkens weer weet ze die experimenten
naadloos in te passen in het verhaal. Ik heb
in deze comic verhaaltechnieken gezien die
ik nog nergens anders ben tegengekomen, en
dat wil wat zeggen.
Ik
heb de hele reeks er in enkele weken doorgejaagd
en zo viel ook op hoe snel McNeils stijl blijft
verbeteren en groeien. Als je het eerste verhaal
naast het laatste legt, zie je een wereld
van verschil qua kwaliteit en dat terwijl
die eerste verhalen al een meer dan middelmatig
niveau haalden.
Toch nog even een waarschuwing — die
voor sommigen onder jullie hopelijk net een
impuls tot lezen zal zijn — dit is geen
makkelijke reeks. McNeil volgt nooit het pad
dat rechtdoor loopt. De verhalen meanderen
van personage naar personage en van subplot
naar subplot. Vele gebeurtenissen of gebruiken
legt ze ook niet uit, soms met de belofte
dat ze dat later zal doen, soms ook niet.
De verhalen zijn enorm gelaagd, veelal rijk
aan tekst en het merendeel is niet wat het
lijkt. In de gebundelde edities zijn achteraan
voetnoten opgenomen waarin McNeil pagina per
pagina, en soms plaatje per plaatje, toelichting
geeft. Die voetnoten zijn een zeer handig
instrument dat je als lezer zeker niet links
mag laten liggen. Finder is ook geen
reeks waar je door raast. Af en toe moet je
het boek neerleggen om de inhoud te laten
bezinken. Bezint dus eer ge hieraan begint.

Is dat allemaal geen belet voor je, hou je
van echte personages en mensen en van fictie
die even grillig en onvoorspelbaar als het
echte leven zelf is? Of misschien heb je graag
iets te lezen dat je tot denken aanzet door
middel van intelligent en humorvol geconstrueerde
metafictie? Dan raad ik jou van ganser harte
deze reeks aan.
Favoriete
scène
Geen favoriete scène deze keer omdat
door de verscheidenheid aan onderwerpen niets
echt representatief is voor deze reeks, omdat
ik niet kan kiezen en omdat ik geen scans
vind en mijn boeken niet kapot wil maken door
ze zelf in te scannen.
Beschikbaarheid
Van 1996 tot 2005 kwamen er van Finder
38 aparte deeltjes uit. Die deeltjes bracht
McNeil uit via een eigen uitgeverij, Lightspeed
Press, en zijn amper nog te krijgen.
Gelukkig geeft haar uitgeverij ook bundelingen
uit. De bundelingen zijn, tenzij anders vermeld,
softcovers.
• Sin Eater Vol 1. (#1-7)
• Sin Eater Vol. 2 (#8-14)
• Sin Eater compleet hardcover (#1-14
+ nr. 22)
• King of the Cats (#15-18)
• Talisman (#19-21)
• Dream Sequence (#23-29)
• Mystery Date (Mystery Date #1 &
2 Finder #31)
• The Rescuers (#32-37)
• Five Crazy Women (#30 & 38 met
materiaal van op de blog van McNeil)
McNeil vond vervolgens onderdak bij uitgeverij
Dark Horse en zal niet meer
via haar eigen imprint uitgeven. Dark Horse
gaf prompt twee Library Editions uit
van al haar werk en die zijn ten zeerste aan
te raden:
• The Finder Library Vol. 1 (#1-22)
• The Finder Library Vol. 2 (#23-38)
Een gevolg van deze edities is dat McNeil
de stock die ze nog liggen heeft van de aparte
bundelingen nu aan dumpingprijzen verkoopt:
shop.lightspeedpress.com
Het blijft wel het voordeligste om de Library
Editions te kopen, maar we zijn hier
ook om de compleetheidfreaks te dienen.
 |
 |
Na nummer 38 besloot
McNeil om verder werk op haar blog te posten
en de verhalen later meteen uit te geven in
één boek. Daarvan is al één
zo'n boek gepubliceerd, eveneens bij Dark
Horse. De verhalen op haar blog zijn doorgaans
ongeïnkte potloodversies die ze pas inkt
en afwerkt voor de boeken.
• Voice (materiaal van op de blog van
McNeil)
Momenteel is McNeil aan twee verhalen bezig
die later gebundeld zullen worden:
• Torch, te lezen op haar blog: www.lightspeedpress.com
• 3rd World: te lezen in afleveringen
in het magazine Dark Horse Presents
en het eerste verhaal in kleur.
MEER BESPREKINGEN VAN
PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com
|
|
| |
28/10 |
|
 |
| |
Atar
Gull (besproken door
David Steenhuyse) |
28
miljoen Afrikanen, dat is het geschatte saldo
zwarten dat in de voorbije eeuwen uit het
zwarte continent werd geroofd om hen als slaven
te kunnen verhandelen. Amper 9,6 miljoen Afrikanen
kwamen 'gezond en wel' aan op de plaats van
bestemming. De rest stierf tijdens de lange
zeetocht vol ontberingen, uitbrekende ziektes
en een repressieve behandeling van de handelaars.
Vooral Europese volkeren hadden er een handje
van weg om zich met deze legale handel in
te laten. In 1848 hielden de Fransen ermee
op, een beetje later gevolgd door de Engelsen
en na de Amerikaanse Burgeroorlog ook de Amerikanen.
Niet dat het fenomeen inmiddels is uitgeroeid,
maar tegenwoordig gebeurt mensenhandel toch
in het illegale circuit. Een goeie dertig
jaar nadat François Bourgeon
zijn personages uit Kinderen van de Wind
met de slavenhandel in contact bracht, verschenen
de voorbije maanden drie Franstalige albums
die zich over dit mensonwaardige hoofdstuk
van de geschiedenis bogen. Een ervan komt
van Joann Sfar (Les Lumières
de la France), een ander is Atar
Gull van Brüno
en Fabien Nury (W.E.S.T.,
Er Was Eens). En oh boy, wat
laat Atar Gull een verpletterende
indruk na! Verschillende Franse stripvakbladen
maakten meerdere pagina's vrij voor Atar
Gull dan wel diens auteurs.
In 1831 publiceerde Eugène
Sue een verhaal over de trotse, sterke
slaaf Atar Gull, de zoon van een koning, die
sinds zijn gevangenschap op wraak is belust.
De uitoefening van zijn ultieme vergelding
laat hij sudderen, jarenlang.
Dat verhaal bewerkte Fabien Nury tot een one-shot.
Waarom? Omdat de roman hem uitermate choqueerde.
Bij elke pagina en bij elke daad van Atar
Gull vroeg Nury zich vrewonderd af: "Nee,
dat zal hij toch niet doen!" En hij deed
het, nog erger dan Nury verwachtte. Het verhaal
laat zich evenwel niet lezen als een variant
van Spartacus met een rebellerende slaaf,
maar veeleer als de kiene graaf van Monte
Cristo die eerst sympathie en respect afdwingt
alvorens nog vernederender toe te kunnen slaan.

Het verhaal is opgedeeld in twee hompen, bijna
twee volwaardige vervolgalbums die samen een
tweeluik vormen. Maar je krijgt het hele verhaal
als een one-shot van 88 pagina's opgelepeld.
En slikken zal je! In de proloog bewenen stamleden
rond een kampvuur het gemis van hun geroofde
mannen, vrouwen en kinderen. De kleine Atar
Gull stelt zich vragen bij al dat verdriet.
Zijn vader probeert het voor hem uit te leggen.
Een vijandige stam organiseert de rooftochten.
In ruil krijgen de jagers geen kraaltjes en
spiegeltjes, maar geweren, buskruit en juwelen.
Wie nu eigenlijk wie gevangen neemt en aan
de blanken aanbiedt, kan deze laatsten geeneens
schelen, zolang ze hun 'marchandise' maar
krijgen. Ze zijn al blij dat ze elkaars gevangenen
niet meer opeten zoals tevoren blijkbaar het
geval was. Nu goed, Atar Gull vraagt waarom
zijn vader met de stamleden meehuilt. "Omdat...
ik hun chef ben. Hun lijden is ook het mijne.
En jij, mijn zoon, wil jij je tranen niet
delen met je volk?" Inzoomen op de kwaaie
blik van Atar Gull die de dure eed zweert:
"NEE. Ik, Atar Gull, ik zal nooit wenen.
NOOIT". Wie feeling heeft voor verhaalopbouw
weet dat hij wel degelijk tranen zal laten.
Dat doet hij op het enige juiste moment dat
van een strip zoals deze een onvergetelijk
album maakt. Het verscheen bij Dargaud
in de collectie Long Courrier waarin
ook al de oorspronkelijke edities van Over
de Grenzen van de Tijd... verschenen.
In het eerste hoofdstuk is de wat brave kapitein
Benoît belast met het vervoer van slaven
van Afrika naar Jamaica. Hij kijkt eropneer,
maar hij kan niet anders. Ondertussen uit
hij zijn twjfels, zijn argumenten om het voor
zichzelf te verantwoorden en zijn liefdeswoordjes
voor het portret van zijn geliefde, de mooie
Catherine. Elders weigert hij een nacht met
twee mooie slavinnetjes omdat hij een trouwe
echtgenoot is. Dat lieve dametje van hem laat
zich op het thusifront dan wel achterwaarts
pakken voor het portret van haar man, maar
dat weet de kapitein dus niet. Tussen het
lot slaven zit een boomlange slaaf die extra
stevig is vastgebonden. Door zijn spieren
kan hij doorgaan voor een Mandingo-slaaf,
het equivalent van een parmaham onder de hammen,
waardoor hij meer kan opbrengen.

Tijdens de overtocht wordt het schip gekaapt.
De lading wordt overgenomen. de bemanning
grotendeels afgeslacht en de kapitein aan
een zwarte stam kannibalen gevoerd. Nu heeft
Atar Gull met een nieuwe tegenstander te maken:
kaperkapitein Brulart. De kaperkapitein voelt
zich bedreigd door de uitdagende blik van
Atar Gull die zich evenwel meteen voor zijn
voeten werpt als een laffe hond. Hier start
zijn persoonlijke kruistocht. En hoe wreed
Brulart wel is, wordt kort daarop aangetoond
met een verschrikkelijke situatie. Omdat een
matroos zich vergreep aan een zwarte slavin,
sluit hij de matroos op in een kooi die hij
op de oneindige zee te water laat. In de drijvende
kooi zitten twee rottende lijken van door
ziekte gestorven slaven. Wanneer de kooi later
wordt opgepikt door een schip van de Engelsen,
blijkt dat de matroos in leven bleef door
van de lijken te eten. De Engelsen zetten
de achtervolging in, maar Brulart maakte van
het gekaapte schip een booby trap.

In deel 2 schuilt de sterkte van het album.
Atar Gull wordt op een markt voor ezels en
slaven gekocht door plantage-eigenaar Tom
Will. Binnen de gegeven omstandigheden is
hij een fijne baas. Hij behandelt de slaven
correct zolang ze zich aan de regels houden.
Maar als een slavinnetje op het punt staat
haar interesse in Atar Gull kenbaar te maken,
sukkelt ze met haar rechterarm tussen twee
roterende stenen in een graanmaalderij. Om
haar leven te redden, hakt Atar Gull haar
arm af. Tom Will ziet erop toe dat ze verzorgd
wordt, maar beveelt ook om de slaaf te straffen
met tien zweepslagen voor het beschadigen
van zijn eigendom. Deze straf valt ook de
slavin te beurt "van zodra ze weer beter
is want het is haar fout." Ondanks dit
'akkefietje' ontwikkelt Atar Gull zich als
een modelsaaf. Tom heeft alle respect voor
het levende voorbeeld voor zijn andere slaven.
Hij schenkt zijn favoriete slaaf zelfs een
duur horloge als teken van dankbaarheid en
waardering. Ondertussen heeft Atar Gull een
kind gekregen met het slavinnetje van wie
hij het leven redde. In de eerste fase van
zijn masterplan voor de wraak op zijn vermoorde
vader doodt hij de dochter van Tom Will waardoor
zijn echtgenote zelfmoord pleegt. Atar Gull
vergiftigt vervolgens een drinkwaterput die
niet alleen het leven kost aan de veestapel,
maar ook aan vele slaven... en zijn eigen
zoontje. Een brand maakt het compleet. Tom
Will keert verslagen als een hond huiswaarts,
naar het koude Frankrijk. Atar Gull schonk
hij de vrijheid, maar hij verkiest bij zijn
meester te blijven. De waarheid over Atar
Gull kent Tom Will nog niet. Het planetje
van Atar Gull lijkt te lukken. Hij is nog
één stap verwijderd van de ultieme
wraakactie. Bepaalde omstandigheden en evoluties
leiden tot de vraag: waartoe diende een leven
lang vol gekoesterde wraak? En Is Atar Gull
niet het ware slachtoffer van zijn plannen?...
Niemand ontkomt zijn lot in dit verhaal, maar
hoe en in elke volgorde is bepalend.

Atar Gull leest vooreerst als een verbijsterende
psychologische thriller... psychopatisch zelfs.
Pas op het tweede plan geldt het als een aanklacht
tegen de slavenhandel. In dat gezelschap bevinden
zich ook al films en tv-reeksen als Amistad
en het inmiddels gedateerde (want tergend
traag durende) Roots over het ware
levensverhaal van Kunta Kinte en zijn nageslacht.
Daarin zitten ook wraakroepende situaties.
Atar Gull overtreft dat precies nog
eens en bedient zich ook van historische feiten.
Als een slaaf betrapt werd tijdens een ontsnappingspoging
kregen de eigenaars van de Jamaicaanse regering
een beloning en hadden ze het recht om de
slaaf op te knopen, zolang er twee getuigen
waren van de ontsnappingspoging... tja, het
was een gangbare praktijk om zich op een bedrieglijke
manier van zieke slaven te ontdoen en er nog
een premie voor op te strijken... Het overkomt
Atar Gulls vader in dit verhaal.

De tekenstijl van de in Duitsland geboren
Fransman Brüno oogt
eenvoudig. Er is nog geen enkel album van
hem vertaald terwijl hij toch al vijftien
kortlopende projecten achter de rug heeft.
Een ervan is een atypische bewerking van Jules
Vernes kapitein Nemo uit 20.000
Mijlen onder Zee. Mocht Atar
Gull ooit vertaald raken, dan zullen
er niet veel zijn die het voor de tekentsijl
zullen kopen, daar ben ik nu wel zeker van.
Maar de stijl en het primaire kleurengebruik
bevorderen wel de leesbaarheid. Wie enkel
de tekeningen 'leest' zonder de tekst, zou
in principe het verhaal ook kunnen volgen.
De acties, reacties en expressies zijn veel-
zoniet àlleszeggend.
Gemakshalve gooien we de bloemenruikers naar
Fabien Nury die de essentie van de originele
roman wellicht goed heeft weten te capteren.
Het resultaat is sowieso een memorabel verhaal,
een straf voorbeeld van hoe de condition humaine
terug kan vallen op extreme instincten zonder
mededogen. Het verhaal bljft nog lang nazinderen
nadat je het album voorzichtig en traag hebt
dichtgeklapt. |
|
| |
20/10 |
|
 |
| |
Hellblazer
(besproken door Peter Moerenhout) |
Geen
afgerond verhaal, al meer dan 280 gepubliceerde
afleveringen en tientallen verschillende auteurs
die al aan de reeks gewerkt hebben: de serie
Hellblazer is niet meteen een voor
de hand liggende keuze voor deze rubriek.
Of voor mij. En toch zijn er extreem goede
redenen om jou deze reeks aan te raden. Te
beginnen met het hoofdpersonage: John Constantine.
(Spreek uit: "Constantaain" en niet
"Constantien" zoals in de vrij middelmatige
verfilming).
 |
|
John Constantine is een magiër van in
de vijftig. Niet echt een omschrijving die
je naar de reeks zal lokken, me dunkt. Gelukkig
is Constantine eveneens een kettingrokende,
borderline alcoholische, semicynische Brit.
In deze reeks over magie geen toverstafjes
of twinkelende elfjes, maar een vieze, oude
regenjas en kannibalistische kobolden.
John Constantine is een personage dat door
Alan Moore in 1988 werd geïntroduceerd
tijdens zijn legendarische run voor
de serie Saga of the Swamp Thing.
Constantine was toen een kerel van eind de
dertig, een schimmig personage dat Swamp Thing
manipuleerde voor zijn eigen doeleinden. Moore
en toenmalige tekenaar Rick Veitch
baseerden de looks van het personage op Sting,
de leadzanger van The Police.
Gelukkig is die gelijkenis in de loop der
jaren wat verwaterd.
Constantine had zoveel succes dat hij een
spin-off-serie kreeg. Iets dat in de kringen
van comics meer regel dan uitzondering is.
Het bijzondere is dat Moore de schrijver van
die spin-off zelf mocht kiezen. Moore koos
voor zijn vriend Jamie Delano,
eveneens een Brit. En de traditie van Britse
schrijvers die aan deze reeks werken is er
een waar tot op heden slechts zelden van afgeweken
is.
Het succes van Moores Saga of the Swamp
Thing zette een jonge redactrice van
DC Comics, de uitgever van
deze strips, ertoe aan om steeds meer Britse
schrijvers in te huren om Amerikaanse comics
te schrijven. Ze vond hun manier van schrijven
"verfrissend, edgier en intelligenter".
Ze haalde schrijvers als Neil Gaiman,
Grant Morrison en Peter
Milligan aan boord van de uitgeverij
en stond zo aan de wieg van de invasie van
Britten in de Amerikaanse comicmarkt in de
jaren 1980.
 |
|
Het feit dat de series edgier waren,
maakte wel dat vele titels het opschrift "Suggested
for mature readers" opgespeld kregen.
In 1993 werd bijgevolg een voor de wereld
der comics historische beslissing genomen:
de imprint Vertigo werd opgericht
met Karen Berger aan het
hoofd. Vertigo was om tal van redenen een
belangrijke stap vooruit voor de industrie.
Zo waren de comics die zij uitbrachten expliciet
bedoeld voor een ouder publiek. Andere, kleinere
uitgeverijen hadden daarvoor natuurlijk al
volwassen materiaal uitgebracht maar de grote
uitgevers richten met series en personages
als Superman en Spider-Man
hun pijlen doorgaans op alle leeftijden.
Een andere innovatie waren de contracten voor
de auteurs. Omdat hun strips zo succesvol
waren en omdat ze Karen Berger achter zich
hadden, konden de stripmakers betere voorwaarden
afdwingen, zoals een percent op de verkoop
en het behoud van de rechten op hun creaties.
Tegenwoordig, na de overname van DC Comics
door Warner Bros., is men
in het teken van de heilige Dollar, of wat
had je gedacht, bezig aan een afkalving van
al waar Vertigo ooit voor stond.
Vertigo herbergde toen het debuteerde zeven
reeksen, waaronder klassiekers als The
Sandman en het eerder vernoemde Saga
of the Swamp Thing. Het feit dat de meeste
stripmakers de rechten op hun personages konden
behouden, zorgde ervoor dat het gros van de
stripreeksen die door Vertigo gepubliceerd
werden een afgerond einde kenden. Zo niet
met Hellblazer, het personage werd
immers gecreëerd vóór de
betere contractvoorwaarden bestonden en de
reeks Saga of the Swamp Thing was
sowieso eigendom van de uitgeverij dus Constantine
werd dat ook. Mede daardoor is Hellblazer
de enige reeks die vanaf de start van Vertigo
tot op de dag van vandaag maandelijks werd
uitgegeven.
Een andere reden voor die lange geschiedenis
is de constante kwaliteit van de reeks. Een
stripreeks overleeft geen 23 jaar als ze niet
deugdelijk is. In de lange geschiedenis van
de reeks zijn er al tal van personeelswissels
geweest op creatief vlak, maar Karen Berger
lijkt er over te waken dat de makers en hun
verhalen op een constant hoog niveau blijven.
Ik ken geen enkel andere reeks die op een
totaal volume van zoveel afleveringen, zoveel
kwaliteit aflevert.
Elk team geeft uiteraard een andere smaak
mee en ook de tijdsgeest heeft een grote invloed.
Het kan dus zijn dat sommige periodes uit
de reeks je niet zozeer zullen smaken als
andere. De eerste veertig nummers van Jamie
Delano zijn bijvoorbeeld toegespitst op het
Groot-Brittannië van de jaren 1980, zijn
afgrijselijk ingekleurd, zoals bij bijna alle
Vertigo comics uit die periode, en zijn zeer,
zeer tekstgericht. Ik kan dat behappen, maar
ik vermoed dat de meeste lezers het meer zullen
hebben voor later werk.
De hoogtepunten tot hiertoe waren voor mij
de runs van Garth Ennis
(Preacher, The Boys), Warren
Ellis (Transmetropolitan, The
Authority, Planetary), Brian
Azzarello (100 Bullets)
en de huidige schrijver, Peter Milligan (Shade
the Changing Man, Human Target, Greek Street).
Elke schrijver en elke tekenaar heeft een
andere invalshoek en dat zijn er teveel om
hier te beschrijven en op te sommen dus laat
ik het gewoon over de sterke punten van het
personage en de reeks op zich hebben. Het
is ook zo dat de tekenstijl zodanig varieert
dat er geen lijn in te trekken valt: van realistisch
(Leonardo Manco) naar iets
dat dicht bij klare lijn aanleunt (Marcelo
Frusin) en heel soms zelfs neigt
naar een impressionistische LSD-stijl (Simon
Bisley).
 |
|
Constantine zelf is een van de meest charismatische
personages ooit gecreëerd voor comics.
Hij is intelligent, zeer grappig en op het
eerste gezicht ook cynisch tot op het bot.
Het prototype van de klassieke antiheld. De
klasse van de schrijvers en de lange publicatiegeschiedenis
waarborgen echter een sterke ontwikkeling
van zijn karakter en achtergrond. Zo brokkelt
zijn schild van cynisme soms af om een gekwetste,
en vooral échte, man te laten zien.
Hij veroudert ook in real time, iets wat we
Spider-Man nog niet zien doen. Die zou dan
nu ongeveer 65 zijn. Dat gegeven ondersteunt
een ander belangrijk ingrediënt: de link
met de "echte" wereld.
De
verhalen in Hellblazer zijn geen
vrijblijvende vertelseltjes, maar becommentariëren
lustig de maatschappij waarin we leven. Drugs,
machtsmisbruik, politiek: alle grote thema's
passeren de revue. Dat realisme wordt ook
doorgetrokken in de continuïteit van
de reeks. Daden hebben echte gevolgen. Voor
Hellblazer geen status quo: personages
die sterven blijven dood en blijven wegen
op het geweten van Constantine, een relationele
breuk wordt weergegeven en besproken zoals
die zich in de realiteit zou kunnen voordoen
en drugs zijn gevaarlijk in deze reeks. De
saus van demonen, magische spreuken en dergelijke
meer is steeds lekker maar bedekt meestal
prangende, dringende en uit het leven gegrepen
thema's.
De reeks kan bogen op een excellente ondersteunende
cast. Ook op dat vlak worden personages van
vlees en bloed op je bord gegooid, met gebreken
en pluspunten. Ondanks het magische horrorgenre
waarbinnen deze reeks wordt gesitueerd zou
ik durven stellen dat ze bovenal over menselijkheid
gaat. En de humor is hilarisch uiteraard.
Het overgrote deel van schrijvers die aan
deze reeks werkten zijn Britten en de Britten
weten daar wel mee van wanten.
Misschien nog het vermelden waard is dat deze
reeks niet voor gevoelige zieltjes is. Sommige
verhaallijnen zijn pure gruwel. En dan heb
ik het niet over rondspattend bloed en gefileerde
karkassen, die zijn ook aanwezig, maar over
psychologische, diepgravende suspense.
De gigantische omvang van deze reeks zal je
misschien afschrikken, maar ik wil je om af
te sluiten geruststellen. Ik heb de reeks
in niet-chronologische volgorde bij elkaar
gelezen en dat was geen enkel probleem. Ik
heb zelfs nog niet eens elk nummer van de
reeks gelezen om redenen die ik onder de kop
"beschikbaarheid" uit de doeken
doe. Maar elk verhaal, elk nieuw stukje van
de puzzel, ging erin als zoete koek.
Favoriete
scène
Deze scène komt uit deel 167 en is
het afsluitende stuk van de verhaallijn Highwater
van schrijver Brian Azzarello en tekenaar
Marcelo Frusin. John Constantine is in een
klein Amerikaans dorp terecht gekomen waar
Ellison, een neonazi, de plak zwaait. Hij
en zijn volgelingen bereiden een "White
Power"-revolutie voor. Ellison wordt
financieel gesteund door S.W. Manor, een stinkend
rijke en mysterieuze ondernemer die nul komma
nul interesse heeft in Ellisons ideologie.
Manor heeft zo zijn eigen redenen om Ellison
te steunen. Er loopt echter iets fout en Manor
reist naar Highwater om zijn gram te halen
en betrekt Ellisons jonge dochter in zijn
wraak.
De scène is een perfect voorbeeld van
de reeks. Er is maatschappijkritiek: racisme
en het doorgedreven kapitalisme worden op
de korrel genomen, er is psychologisch drama,
de dialogen zijn van topniveau en er heerst
een constante en gespannen sfeer. Let ook
op het ontbreken van magie en zelfs van het
hoofdpersonage, wat nogmaals bewijst hoe breed
de reeks gaat en hoe sterk de verhalen zijn.







Beschikbaarheid
De reeks telt tot op heden 281 losse deeltjes.
Doordat er in de periode dat Hellblazer
gestart werd nog geen uitgavenbeleid was dat
de lezers garandeerde dat alle deeltjes gebundeld
werden, bestaat er geen mooie, overzichtelijke
reeks bundelingen van deze reeks. Eerder werden
er kriskras verhaallijnen verzameld. Vanaf
nummer 129 is men wel begonnen met het iets
secuurder bundelen, maar af en toe valt er
toch nog een deeltje vantussen. Een deel van
deze bundelingen is bovendien niet meer in
print.
Daar komt nog eens bij dat er ook nog een
hoop miniseries en one-shots werden uitgegeven.
Vertigo kondigde echter een tijd geleden aan
dat ze van plan zijn om alle verhalen rond
Constantine uit te geven in chronologische
leesvolgorde. Van die nieuwe edities is er
al één uit en staat er een tweede
gepland voor december 2011. In hoeverre ze
de miniseries en dergelijke zullen includeren
is nog niet bekend. En uiteraard zal het ook
van de verkoopcijfers afhangen of we het eindpunt
van deze collectie ooit zullen mogen aanschouwen.
Bundelingen hoofdreeks
Ik noteer de verschillende uitgaves voor jouw
gemak in leesvolgorde en noteer er ook de
schrijvers bij. Niet dat de tekenaars minder
waard zijn, maar die zijn met nog veel meer
dan de schrijvers en die laatste zijn, voor
deze reeks toch, de voornaamste drijvende
kracht.
• Original Sins, Hellblazer #1-9, Jamie
Delano
• The Devil You Know, Hellblazer #10-13,
Hellblazer Annual #1 en The Horrorist #1-2,
Jamie Delano
• The Fear Machine, Hellblazer #14–22,
Jamie Delano
• The Family Man, Hellblazer #23–24,
28–33 Jamie Delano, Dick Foreman
• Rare Cuts, Hellblazer #11, 25–26,
35, 56, 84 Jamie Delano, Grant Morrison, Garth
Ennis
• Dangerous Habits, Hellblazer #41-46,
Garth Ennis
• Bloodlines, Hellblazer #47–50,
52–55, 59–61, Garth Ennis
• Fear and Loathing, Hellblazer #62-67,
Garth Ennis
• Tainted Love, Hellblazer #68-71, Garth
Ennis
• Damnation's Flame, Hellblazer
#72-77, Garth Ennis
• Rake at the Gates of Hell, Hellblazer
#78-83, Garth Ennis
• Son of Man, Hellblazer #129-133, Garth
Ennis
• Haunted, Hellblazer #134-139, Warren
Ellis
• Setting Sun, Hellblazer #140-143,
Warren Ellis
• Hard Time, Hellblazer #146-150, Brian
Azzarello
• Good Intentions, Hellblazer #151-156,
Brian Azzarello
• Freezes Over, Hellblazer #157-163,
Brian Azzarello
• High Water, Hellblazer #164-174, Brian
Azzarello
• Red Sepulchre, Hellblazer #175-180,
Mike Carey
• Black Flowers, Hellblazer #181-186,
Mike Carey
• Staring at the Wall, Hellblazer #187-193,
Mike Carey
• Stations of the Cross, Hellblazer
#194-200, Mike Carey
• Reasons To Be Cheerful, Hellblazer
#201-206, Mike Carey
• The Gift, Hellblazer #207–215,
Mike Carey
• Empathy is the Enemy, Hellblazer,
Hellblazer #216-222, Denise Mina
• The Red Right Hand, Hellblazer #224-228,
Denise Mina
• Joyride, Hellblazer #230-237, Andy
Diggle
• The Laughing Magician, Hellblazer
#238-242, Andy Diggle
• Roots of Coincidence, Hellblazer #243-244,
#247-249, Andy Diggle
• Scab, Hellblazer #251-255 en een kort
verhaal uit #250, Peter Milligan
• Hooked, Hellblazer #256-260, Peter
Milligan
• India, Hellblazer #261-266, Peter
Milligan
• Bloody Carnations, Hellblazer #267-275,
Peter Milligan
Bundelingen van miniseries
• The Trenchcoat Brigade, John Ney Rieber
• Hellblazer Presents: Chas - The Knowledge,
Simon Oliver
• City Of Demons, Si Spencer
• Hellblazer: Bad Blood, Jamie Delano
• Hellblazer Special: Lady Constantine,
Andy Diggle
• Hellblazer Special: Papa Midnite,
Mat Johnson
One-shots
• Hellblazer: All his Engines, Mike
Carey
• Hellblazer: Pandemonium, Jamie Delano
• Dark Entries, Ian Ranckin
• Totems, Tom Peyer
• Vertigo Secret Files: Hellblazer
Bundelingen van de nieuwe editie
• Original Sins, Hellblazer #1-9, Jamie
Delano
• The Devil You Know, Hellblazer #10-13,
Hellblazer Annual #1 en The Horrorist #1-2,
Jamie Delano (gepland voor december 2011)
MEER BESPREKINGEN VAN
PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com |
|
| |
30/09 |
|
 |
| |
Koma
(besproken door Jeroen
François) |
Sinds
ik in 2002 op goed geluk Pilules Bleues
kocht (ondertussen ook in het Nederlands vertaald
als Blauwe Pillen), ben ik een onvoorwaardelijke
fan van Frederik Peeters.
En als beloning hiervoor deed de Zwitser met
Nederlandse roots een jaar na mijn ontdekking
dubbel zijn best: niet alleen verscheen het
succulente eerste deel van de aparte sciencefictionstrip
Lupus, ook zag een andere nieuwe
reeks het levenslicht. Koma was de
eerste strip in kleur van Peeters. Voor het
eerst werkte hij bovendien samen met een scenarist:
zijn landgenoot Wazem.
Monsters
en machines
Vergeet God en konsoorten! Het zijn monsters
in een ondergronds machinepark die ons lijf
en leden beheren. Ieder mens heeft er zo'n
machine staan, samen met een privémonster
die er persoonlijk op toeziet dat "het
juiste evenwicht" bewaard blijft. Bovengronds,
in een grauwe industriestad, hebben de bewoners
geen flauw benul van wat er onder hun voeten
afspeelt. Het meisje Addidas (niet zoals de
schoenen) werkt samen met haar vader als schoorsteenveger,
dromend van het platteland dat ze enkel kent
van horen zeggen. Helaas lijdt het meisje
aan een vreemde ziekte. Regelmatig verliest
ze het bewustzijn, een kwaal waarmee ook haar
overleden moeder te kampen had. Op een dag
belandt Addidas per toeval in de verborgen,
ondergrondse wereld en ontdekt ze het geheim
van het leven. Maar ook de machthebbers van
het dictatoriale regime komen op het spoor
van de machines. Wat zouden zij er graag de
controle over kunnen uitoefenen. Ze zouden
hun onderdanen nog meer onder de knoet kunnen
houden...
Het begin van Koma (niet te verwarren
met Coma van Steven Dupré)
heeft veel weg van een jeugdstrip, maar algauw
wordt de sfeer grimmiger, ondanks het niet-aflatende
optimisme van Addidas. De grauwe industriestad
met zijn rokende schoorstenen, een strafkamp
waarheen de politie iedereen stuurt zonder
enige vorm van proces, er is zelfs een gruwelijke
martelscène. Ook het scenario is geen
hapklare brok. Vanaf deel 4 doet Wazem een
Andreasje: je leest een boeiend
verhaal, maar helemaal begrijpen waarover
het precies gaat, doe je niet. Wazem (zijn
echte naam luidt Pierre Wasem),
die in ons taalgebied nog een nobele onbekende
is, doet ferm een beroep op onze verbeeldingskracht,
maar komt in het laatste deel alsnog met verklaringen
op de proppen. Toch is Koma geen
echt zware kost, vooral door de milde humor,
de boeiende verhaallijn en vooral het onweerstaanbare
charisma van Addidas.
Zwitserland
boven
Is Wazem Fabian Cancellera
die met een ijzersterk scenario de concurrentie
uit het wiel fietst, dan is Frederik Peeters
niemand minder dan Roger Federer,
die het publiek in vervoering brengt met zijn
verfijnde stijl. Van zijn expressieve tekeningen
met lekker dikke lijnvoering kan ik geen genoeg
krijgen. Wazem maakte het zijn landgenoot
niet gemakkelijk. Op een bepaald moment belanden
de hoofdpersonages in een vreemd hotel waarin
de gasten en de receptioniste om de haverklap
van uiterlijk veranderen, waardoor Peeters
opeens tientallen personages moest verzinnen.

Koma verscheen tussen 2003 en 2008
in zes delen bij Les Humanoïdes
Associés. In 2010 gaf deze
uitgeverij ook een integrale editie uit, maar
in zwart-wit, waardoor de tekeningen van Frederik
Peeters nog meer tot hun recht komen. Al vind
ik de inkleuring van Albertine Ralenti
meer dan geslaagd.
Sherpa, die ons al eerder
de vertaling Blauwe Pillen bezorgde,
heeft het voornemen om in 2012 Koma
in het Nederlands uit te brengen.
 |
|
|