Terug naar overzicht

Floc'h tekent een Blake en Mortimer

10 juli 2021 Vooruitblik

Verrassend nieuws, of toch weer niet. De 67-jarige Franse tekenaar Floc'h (het pseudoniem van Jean-Claude Floch) tekent momenteel een album van Blake en Mortimer, op zich al een comeback voor de tekenaar die genoeg had gekregen van het tekenen van strips. En dat hebben we eigenlijk te danken aan de lockdown als maatregel tegen de verdere verspreiding van het coronavirus. Hij kreeg de reeks dertig jaar geleden al eens aangeboden. Dat hij niet is opgezet met wat anderen tegenwoordig van Blake en Mortimer maken, is alvast een besluit dat we kunnen nemen. Hij neemt geen blad voor de mond. In dit artikel overlopen we het hoe en waarom.

Over zijn eigen album zegt hij in een interview voor Europe Comics het volgende:

"Al mijn hele leven vragen ze me hiervoor en zeg ik: 'Nee, ik ben op deze aardbol om Floc'h te zijn, niet Jacobs.' Maar door verplicht thuis te zitten tijdens de lockdown, besloot ik er toch een te maken omdat ik haat wat de opvolgers van Jacobs aan het doen zijn. En het is niet zo erg als toen ik strips tekende toen ik jong was, want nu weet ik hoe ik moet tekenen. (lacht) Terugblikkend kan ik zien dat ik in de drie albums van Une Trilogie Anglaise vooruitgang boekte om te leren tekenen.""

Dat precies Floc'h de kans krijgt, komt niet uit het niets. Vooreerst is zijn eigen tekenstijl een exponent van de Klare Lijn. Behalve een succesvol illustrator, met publicaties in Frankrijk (Libération, Le Monde, Le Figaro, Elle) en de Verenigde Staten (The New Yorker), tekende hij ook een tiental strips tussen 1977 en 2009, soms met knipoogjes naar Blake en Mortimer. Van dat œuvre raakte de voornoemde La Trilogie Irlandaise vertaald als drie delen in de reeks Francis Albany. Van zijn trilogie Blitz raakte enkel deel 1 vertaald. Hij tekende meermaals op scenario van François Rivière en Jean-Luc Fromental, beiden tegenwoordig scenaristen voor Blake en Mortimer. Na 2009 verloor hij meer en meer zijn interesse in het stripverhaal en legde hij zich meer toe op het schrijven en illustreren van boeken en het tekenen van filmposters.

Vanaf zijn eerste albums in een ever so British setting stak hij zijn voorliefde voor Jacobs en net zo goed de tekenstijl van Hergé niet onder stoelen of banken. Eind jaren 1970 brak trouwens de Atomiumstijl door, een modernere variant van de Klare Lijn met een uitgepuurde synthese van hoe onder meer Will, André Franquin en Maurice Tillieux in de jaren 1950 tekenden. Yves Chaland, Daniel Torres, Joost Swarte, Ever Meulen, Ted Benoit (een goede vriend van Floc'h) en anderen maakten zich die stijl eigen. Floc'h staat daar een beetje buiten omdat hij gewoon als Jacobs wou tekenen.

Floc'h was begin jaren 1990 een van de tekenaars aan wie uitgeverij Dargaud de reeks voorstelde als opvolger van Edgar P. Jacobs voordat de eerste nieuwe albums aan Ted Benoit werden toevertrouwd. Uiteraard na het slot van het tweeluik De 3 Formules van Professor Sato dat door Bob De Moor werd voltooid en waarvoor toen ook al diverse tekenaars hadden geweigerd om in Jacobs' schoenen te kruipen. Jacques Martin was er een van. Sterker zelfs, Floc'h stond met stip op nummer 1 van gewenste opvolgers. Toen weigerde hij. Hij interesseerde zich naar eigen zeggen niet in iets dat volgens hem zou mislukken. Hij geloofde er niet in. Bovendien vond hij het wetenschappelijke kantje op het einde van de wereld, net na de Derde Wereldoorlog, flauwekul. Hij hielp nog wel Ted Benoit op weg. Zo was het zijn idee om het verhaal in de Verenigde Staten te situeren, omdat Benoit dat goed kende en ook omdat Jacobs er zijn personages nooit heen had gestuurd. Hij drong er ook op aan om het menselijke aspect meer plaats te geven.

Er werd door Benoit en Floc'h even aan gedacht om het tekenwerk onder elkaar te verdelen, met nog een derde tekenaar erbij die de decors zou verzorgen, maar Floc'h zette al snel een stap achteruit en Benoit ging er alleen mee door. Jean Van Hamme werkte de ideeën uit naar een scenario en het album werd een gigantisch succes, waardoor de reeks een voorheen ongekende populariteit zou kennen dankzij de nieuwe verhalen. Zelfs toen Jacobs nog leefde, werden er nooit eerder zoveel albums van Blake en Mortimer verkocht, nog steeds overigens. Dat succes deed Floc'h echter niet van mening veranderen.

In 2009 kwam Floc'h voor de site Klare Lijn Internationaal ook nog eens terug op Blake en Mortimer, meer bepaald waarom hij in de jaren 1990 een proefplaat had getekend. 

"Ik amuseerde me door een pagina te tekenen om aan de uitgevers te laten zien dat ik het wel zou kunnen doen, maar dat hun vereisten me absoluut niet liggen. Nu ik mijn œuvre als Floc'h heb voltooid, zou ik het bijna prettig vinden om zoals Jacobs te tekenen. Het zou een manier zijn om de twee personages te rehabiliteren na de krankzinnige overnames die de neiging hebben om hen te karikaturiseren in belachelijke avonturen... Maar dan moet het wel mijn verhaal zijn en zeker geen sf-nonsens in de jaren 1950, geschreven na het jaar 2000. Ik geloof dat we iets goed kunnen maken. Que sera sera (wat zijn moet, dat zal zo zijn)."

Floc'hs proefplaat uit de jaren 1990.

Hoe ver hij inmiddels staat met zijn album en wanneer het zal verschijnen, moet nog concreet gecommuniceerd worden. In ieder geval sluit het aan bij de wensen van uitgever Yves Schlirf om Blake en Mortimer uit te breiden. Niet alleen door de reeks aan almaar meer auteurs toe te vertrouwen, maar ook om hommagealbums te creëren.

De afbeelding als opener van dit artikel is geen fragment uit zijn verhaal, maar een oudere tekening voor een los verkochte prent.

Lees ook: 75 jaar Blake en Mortimer

Fake artikel dat Floc'h tekende voor een artikel over Edgar P. Jacobs in Angoulême 90, de officiële catalogus van de zeventiende editie van het Franse stripfestival.

Terug naar overzicht