1 of 2149

De Schat van Shaka Khan, een Nero-hommage van Frank Deckers

24 maart 2026 Vooruitblikken

Sinds 2025 zijn de rechten op Marc Sleens stripfiguren vrij. Het staat eenieder vrij om nieuwe gags of verhalen te bedenken zonder daar rechten op te hoeven betalen. Normaal gezien zouden de figuren pas in 2086 tot het publiek domein behoren, maar Stichting Marc Sleen, die de rechten tot dan beheerde, besloot dat drastisch te vervroegen om ze verder te kunnen laten leven in andermans handen. De financiering, het vinden van een uitgeverij, de distributie en verkoop is daarbij uiteraard de verantwoordelijkheid van die derde partijen. Bij Bonte heeft dat al geresulteerd tot een nieuwe reeks verhalen door Willy Linthout met z'n team van De Familie Super. De beslissing komt ook goed uit voor Franky Deckers (die door al zijn naasten Frank wordt genoemd), een theatermaker die de voorbije jaren een project voor een eigen Nero-hommage tekende en die in juni of juli eveneens bij Bonte zal verschijnen. 

Het 44 pagina's tellende album met de titel De Schat van Shaka Khan is volledig opgevat als een oude Nero uit de jaren 1950 met de sfeer, humor en tekenstijl van toen. Bonte zal het ook op zo'n manier uitgeven als een softcover met nietjes (15 euro), maar ook als een gelimiteerde hardcover (28 euro).

Het verhaal kent de volgende korte inhoud: "Wanneer madam Nero haar man eindelijk eens aan het werk wil zien, trekt Nero — plantrekker als altijd — naar mijnheer Pheip in de hoop wat geld los te peuteren. Maar Pheip is vrijwel bankroet door de koopwoede van madam Pheip. Dan komt Beo, de Indische vogel van Pheip, met een onthulling: hij kent de locatie van een eeuwenoude schat, verborgen in de graftombe van prins Shaka Khan. Nero monstert zich aan als matroos, Pheip als kok en samen schepen ze in voor een reis naar India. Wat volgt is een klassiek Nero‑avontuur vol intriges, humor, onverwachte wendingen en exotische taferelen."

Oude charme

Het zaadje voor dit hommagealbum werd al dertig jaar geleden geplant. Deckers zat met enkele vrienden ingesneeuwd in een bungalow in het Belgische natuurgebied Klein Zwitserland. Uit verveling en plezier schreef hij in één ruk een volledig Nero‑scenario, inclusief ruwe schetsen. Thuis begon hij enthousiast aan de eerste stroken, maar al snel ontdekte hij hoe arbeidsintensief het maken van een strip werkelijk is. Na enkele pogingen gaf hij het op. "Dit was gekkenwerk", zegt hij nu. "Telkens opnieuw een interessante tekening maken... Ik had nooit gedacht dat het zóveel werk was."

Deckers is een theatermaker uit Edegem die met zijn Joker Producties jaarlijks een theaterstuk op poten zet met losse medewerkers. Hij organiseert ook theaterworkshops. Op aanvraag is hij beschikbaar voor de regie van andere theatergroepen. Daarnaast is Deckers de helft van het Antwerpse muziekduo De Kastaars, die met zijn zoon Bram ludieke eigen nummers in het Antwerps brengt.

In de coronaperiode viel alle theaterwerk voor hem stil en kwam zijn Nero-project opnieuw op tafel door het opdiepen van zijn oude schetsen. Hij begon opnieuw te tekenen met het doel de oude Sleen-stijl zo zuiver mogelijk te vatten. In de jaren 1950 was Sleens tekenstijl nog onbeholpen en klungelig, terwijl hij zijn verhalen vaak bij elkaar improviseerde. Het streven naar die oude tekenstijl bleek geen sinecure. "Een Nero tekenen zoals toen is moeilijker dan gedacht", vertelt Deckers. "Sleen tekende snel, intuïtief, en daardoor was Nero zelf niet altijd consequent. Dat maakt het tegelijk charmant en uitdagend." Het werd een proces van zwoegen, zweten en twijfelen. 

Toen de strip vorm begon te krijgen, rees de vraag wat hij ermee moest doen. De naar eigen zeggen levenslange Sleen-liefhebber vond meteen aansluiting bij een andere Sleen-fanaat: Peter Bonte. Met slechts één proeftekening kreeg Deckers groen licht om het album af te werken. Dat liep vertraging op eenmaal alles weer op de rails kwam na de coronaperiode. Deckers moest het tekenen vier jaar lang combineren met zijn overige werk. "Soms verloor ik de moed", geeft Deckers toe. "Maar het verhaal bleef trekken. En Nero ook."

Wie de twee fragmenten van De Schat van Shaka Khan in dit artikel bestudeert, ziet zelf wel dat de perspectieven niet kloppen, dat onderlinge verhoudingen vaak niet goed zitten en er schort wel meer aan de "juistheid" van de tekeningen. Deckers is dan ook een autodidact die zichzelf het tekenen aanleerde en is de eerste om eerlijk te zijn over zijn stijl: "Soms zit ik heel dicht bij de oude Nero, soms iets minder. Maar ik troost me met het feit dat de originele albums ook wisselden in stijl. Dat is net de charme."

Wie valt voor zulke charmes en nog eens een Vlaamse Nero uit de jaren 1950 wil lezen, moet nog enkele maanden geduld uitoefenen.

1 of 2149