Terug naar overzicht

De inhoud van Stripgids #11

16 juni 2022 Vooruitblik

Op 22 juni verschijnt het nieuwste nummer van het stripinfoblad Stripgids dat steeds diep de tanden zet in de onderwerpen die het aansnijdt. De inhoud van nummer 11, opnieuw 128 pagina's dik, is erg gevarieerd. De cover is van Marc Wasterlain, van wie ook een portret wordt geschetst. Aan de Vlaamse tekenaar Ferry is het traditionele auteursdossier gewijd. En de dikke kluif over de Britse stripcultuur is van de hand van de gerenommeerde stripexpert Paul Gravett. Stripgids stelt het nummer hieronder aan je voor.

“Succes kent vele vaders, de mislukking is echter een eenzame wees.” U kent vast deze uitdrukking; in deze context werpt het de vraag op wie er prat kan gaan op het ‘vaderschap’ van de strip? Toch minstens één bekende vader komt uit het Verenigd Koninkrijk: William Hogarth (1697–1764), een Londense kunstenaar en illustrator. Toen die een tafereel van een prostituee in haar boudoir schetste en dat A Harlot’s Progress noemde, was er sprake van een proto-strip. 

Voor deze editie treedt de gerenommeerde Britse stripexpert Paul Gravett aan, bekend van baanbrekende expo’s zowel in als buiten het VK en auteur van een aantal standaardwerken over de Britse stripcultuur. In een uitgebreid dossier kijkt hij naar wat er was, wat er is en wat nog moet komen. Hij stelt: “Door te onderzoeken hoe we hier zijn geraakt, kunnen we immers het hier en nu meer gaan waarderen én een beter idee krijgen van waar we naartoe gaan. Ja, je kunt proberen om de rijke, complexe geschiedenis van de Britse strip in één lange chronologie te proppen, of zelfs meerdere chronologieën, maar door op een lineaire manier naar het verleden te kijken, dreigen we het grotere geheel uit het oog te verliezen.” Gevolgd door een portfolio van dertien — ai! — hedendaagse Britse makers.Openen doet het blad in stijl. Na covers van Dave McKean (Stripgids #7), Chris Ware (Stripgids #8), Nicolas de Crécy (Stripgids #9) en GAL (Stripgids #10) maakt andermaal een Belg — Marc Wasterlain — een dubbele cover.

 

Stripgids #11 presenteert:

  • Het editoriaal van Laura Niet Nu Laura Janssens voert Philippe en Giovanni ten tonele, twee olijke hamsters.
  • Een veelzeggende uitspraak van André Franquin: “Ik wou dat ik kon tekenen als Wasterlain.” De geestelijke vader van Guust Flater was duidelijk grote fan van deze “dichter van het stripverhaal”. En terecht, zo blijkt uit het portret dat we van hem schetsen.
  • Nog meer grootheden met 34 pagina’s van stripmonument Ferry. Tekenaar, scenarist, docent, voorzitter van de raad van bestuur van het Belgisch Stripcentrum én Bronzen Adhemar-laureaat 1997.
  • De Nederlandse komiek Youp van ’t Hek citeert in zijn immer uitverkochte cabaretvoorstellingen uit stripverhalen en identificeert zich met niet al te snuggere personages zoals Obelix. “Welke strips leest hij?”, willen we weten.
  • Met zijn tweede solofilm The Multiverse of Madness doet Doctor Strange iets op het scherm wat hem op papier nooit is gelukt: uitgroeien tot een van de essentiële spelers van het Marvel Universum. Een blik op het ontstaan en de geschiedenis van een enigmatische en hautaine kerel die qua vreemde toverkunsten honderd keer meer uit de kast kan halen dan Harry Potter. Een duik in de wereld van tovenarij.
  • Voor de rubriek Ter illustratie gaan we op bezoek bij Steebz Khuan, bekend door zijn werk voor Google, Wired Magazine, Ché, Weekend Knack en nog veel meer.
  • Na de leesclub steekt een nieuw fenomeen in Vlaanderen de kop op: de Stripleesclub. Wie zijn de mensen die naar zo’n club komen? Wat drijft hen? En wat willen ze?

Verder in dit nummer:

  • Een kijk op de wondere wereld van de stripgrammatica biedt stripprofessor Pascal Lefèvre in de rubriek Pars Pro Toto. Dit keer bekijken we een pagina uit het Bernard Prince-verhaal La Loi de l’Ouragan (De Wet van de Orkaan).
  • In deze editie is de Nederlandse uitgever Marc de Lobie onze gids in de rubriek Volg de gids. Goeie raad? Eén adres!
  • Thé Tjong-Khing (°1933) is tegenwoordig vooral gekend als illustrator van kinderboeken. Maar hij maakte ook strips. Hij leidt ons voor de gelegenheid rond in zijn atelier.
  • In Rubriek Techniek halen we het potlood boven. Het meest bescheiden instrument van de stripmaker, maar met oh zoveel potentieel.
  • Daarbij aansluitend fileren we het belang van kleur in strips. En meer bepaald: de grote (maar onderschatte) rol die inkleurders spelen in de sfeerbepaling van een verhaal.
  • Voor het eerst richten we ook de schijnwerper op een mijlpaal uit de stripgeschiedenis. Pardon, mijlpalen, met het in meerdere opzichten grensverleggende werk van de Fransman Marc-Antoine Mathieu.
  • Enigszins vergeten, maar onverwoestbaar is het werk van Renaat Demoen (1914–1986). Die illustere onbekende geniet sinds de jaren 1970 enige bijval bij stripverzamelaars met nostalgische inborst. In De Oertijd kijken we naar ’s mans leven en werk.
  • Met nieuw werk van Kaylan Saro, Kim Duchateau, Marc Wasterlain, Laura Janssens en Luc Cromheecke.
Terug naar overzicht