Terug naar overzicht

75 jaar Blake en Mortimer en Kuifje-weekblad

26 september 2021 Divers

Op 26 september 1946 verscheen het eerste nummer van het weekblad Kuifje met daarin de start van het Kuifje-avontuur De Zonnetempel, maar ook het allereerste avontuur van Blake en Mortimer van Hergés naaste medewerker Edgar P. Jacobs. In dit artikel geven we je een korte geschiedenis van het weekblad Kuifje met extra aandacht voor Blake en Mortimer. Van Standaard Uitgeverij kregen we ook een zeer mooi opgemaakte pdf van Jacobs News, een dossier als krantje ter gelegenheid van 75 jaar Blake en Mortimer. Download ook het al net zo mooie persdossier van het Belgisch Stripcentrum. Vanaf 30 september gaat daar de expo Het Geheim van de Zwaardvissen door, met zowel een focus op Jacobs en zijn creatie als het op 24 september te verschijnen De Laatste Zwaardvis door Peter van Dongen, Teun Berserik en Jean Van Hamme. Deze laatste hielp in 1996 Blake en Mortimer op de rails zette met nieuwe albums. Sindsdien is de stripreeks Blake en Mortimer een van de grootste Europese bestsellers met honderdduizenden exemplaren per nieuw album, terwijl ook de oude albums van Jacobs weer opgepikt werden.

Download hier Jacob News.

Download hier het persdossier van de expo Het Geheim van de Zwaardvissen.

Kuifje niet welkom in Robbedoes

Ere wie ere toekomt. Zonder titelheld Kuifje van Hergé was er gewoon geen sprake van een stripweekblad. Zijn stripreeks verscheen al van 1929 tot 1940 in Le Petit Vingtième, de wekelijkse jeugdbijlage van de Franstalige krant Le Vingtième Siècle. Tijdens de Duitse bezetting werd de krant opgedoekt en stapte Hergé over naar Le Soir, een krant waar de nazi's de controle over genomen hadden en wat van elke medewerker pro forma een collaborateur maakte. Het berokkende Hergé na de oorlog heel wat last, waaronder een publicatieverbod. Bij uitgeverij Dupuis, aan wie Hergé in oktober 1945 Kuifje aanbood, was hij niet welkom. De stripreeks Kuifje zou dus niet in het weekblad Robbedoes, de grote concurrent van het weekblad Kuifje, opgenomen worden.

Maar Kuifje, die voorheen ook publicaties kende in Vlaamse (Het Laatste Nieuws), Franse en Zwitserse kranten en al een behoorlijk succes kende als albumreeks, bleef een interessante en bekende stripreeks. Dat zag ook de in Ieper geboren André Sinave in, een typisch Belgisch 'product' van een Waalse moeder en een Vlaamse vader. De voormalige verzetsman richtte met Albert Debaty een eigen uitgeverij op in de Lombardstraat in Brussel. Hun boekhouding vertrouwden ze toe aan een derde partner: Raymond Leblanc. Een van de vele ideeën van Sinave was een modernisering van de formule van Le Petit Vingtième, een weekblad voor kinderen met Kuifje als vedette. Debaty en Leblanc waren aanvankelijk sceptisch.

De ontstaansgeschiedenis gaat nog verder over het vinden van papier, de benodigde fondsen en — niet onbelangrijk — het overtuigen van Hergé om een weekblad naar zijn held te vernoemen en er ook zijn medewerking voor te vragen. Uiteindelijk werd Leblanc de grote man achter het project en zag ook uitgeverij Le Lombard het licht op 8 augustus 1946. Anderhalve maand later rolde het eerste nummer van het weekblad Kuifje van de persen in zowel het Frans (40.000 exemplaren) als het Nederlands (20.000 exemplaren). Het bestond uit twaalf pagina's waarvan slechts vier (en de cover) gevuld met strips. Van Kuifje startte het nieuwe verhaal, De Zonnetempel, in fantastisch mooie kleuren op de dubbele middenpagina van het nummer. De avonturen volgden elkaar op terwijl Kuifje duidelijk het gezicht was van het blad en Hergé zijn stempel op het blad drukte. Kuifje illustreerde diverse rubrieken en sierde de covers voor de obligate Kerst-, Nieuwjaars-, Paas- en jubileumnummers. Voor de organisatie van grote wedstrijden was hij ook telkens van de partij.

Gaandeweg werd de pauze tussen de vervolgverhalen steeds groter. Hoewel de vraag naar meer Kuifje-verhalen aanwezig bleef, kregen heel wat andere reeksen bij de abonnees en de lezers veel bijval. In die mate zelfs dat Kuifje in diverse opiniepeilingen lang niet meer de nummer 1 van de lezers was. Hertekende herplaatsingen van oude verhalen boden soelaas, maar na Kuifje in Tibet (1958-1959) werd het oponthoud tussen nieuwe avonturen nog veel groter. Hergé perste er nog slechts drie verhalen uit en het onvoltooide Kuifje en de Alfakunst. Hij overleed in 1983.

Het weekblad overleefde de medeoprichter, maar met de catalogus van populaire reeksen die in het blad geboren werden, kon het nog wel verder. Het veranderde klimaat voor (strip)bladen was echter niet hoopgevend. De verkoop slonk zienderogen en de erfgenamen hadden andere plannen met de naam. De Nederlandstalige versie mocht blijven verschijnen onder de naam Kuifje, maar Tintin hield in 1988 op te bestaan. Bij dezelfde uitgever startte het ambitieuze (en geldverslindende) Tintin Reporter waar na enkele maanden de stekker werd uitgetrokken. Tintin ging verder als Hello Bédé tot het samen met Kuifje in 1993 voorgoed van de markt verdween.

Extra: Voorstelling van 140 stripreeksen uit het weekblad Kuifje.

Lancering van de Zwaardvis

Om het eerste nummer van het weekblad te kunnen vullen, zochten Hergé en zijn rechterhand Jacques Van Melkebeke (de eerste hoofdredacteur van het blad) het niet te ver. Sinds januari 1944 was Edgar P. Jacobs een waardevolle medewerker voor de reeks Kuifje. Hij had gevoel voor kleur, decor, kostumering en ook als co-scenarist stond hij zijn mannetje. Voor het eerste nummer verleende hij uiteraard zijn medewerking aan de cover en de dubbelpagina van het Kuifje-avontuur De Zonnetempel en hij illustreerde de tekstverhalen Planeten Voeren Oorlog (beter bekend als The War of the Worlds van H. G. Wells) en De Hond van de Koningin en het Paard van den Koning. Bovendien stond ook de eerste pagina van Het Geheim van den Zwaardvisch op de laatste pagina van het nummer. Daarop stonden niet eens de twee hoofdfiguren, maar al wel hun beider aartsvijand Olrik. Voor de hoofdpersonages professor Philip Mortimer en kapitein Francis Blake baseerde Jacobs zich op respectievelijk zijn goede vriend Jacques Laudy (die al model stond voor Lord Calder in Jacobs' vorige stripverhaal De "U"-Straal) en Jacques Van Melkebeke die tevens het verhaal uit de startblokken hielp als co-scenarist en inkter. Voor de gentleman-schurk Olrik nam Jacobs zichzelf als voorbeeld. Voor de andere slechterik Dagon koos hij zijn oude schoolrivaal Henri Quittelier als gezicht. Jaren later huwde Jacobs met de ex-verloofde van Quittelier.

Doemscenario

Jacobs presenteerde een doemdenkscenario met een Derde Wereldoorlog, de overwinning van de As-mogendheden, een beetje sciencefiction, een geweldige uitvinding (het straalvliegtuig de Zwaardvis van Mortimer), een concrete dreiging en heel wat ernst. Hergé wilde een moderne reeks in zijn blad... wel, hij kreeg ze! Jacobs wilde nochtans eerst een historische, middeleeuwse reeks maken, Roland le Hardi, met een ridder, een slechterik en een knappe dame, om na De "U"-Straal niet weer een space opera te hoeven maken naar het voorbeeld van Flash Gordon. Artistiek directeur Hergé wierp echter op dat er met Paul CuvelierCorentin en Laudy's De Legende der Vier Heemskinderen al twee andere historisch gesitueerde verhalen in Kuifje zouden staan. Het vrouwelijke hoofdpersonage zou bovendien ook voor problemen kunnen zorgen met de katholieke achterban die een lucratieve afnemer als abonnee betekende.

Professionele rivalen

Na slechts enkele weken was het o zo Britse duo al uitgegroeid tot een te duchten concurrent voor de rosse reporter. Kuifje stak bleek af tegen de twee helden die de wereld aan het redden waren. Jacobs wilde ondertussen erkenning voor zijn werk aan de reeks Kuifje en wilde aan zijn contract met Hergé sleutelen. Mee op de cover vernoemd staan bijvoorbeeld, maar dat duldde Hergé niet. Vanaf januari 1947 hield de samenwerking op. Beide heren bleven bevriend, maar op professioneel gebied waren ze elkaars rivalen. Zo ging Hergé in 1950 bij uitgever Raymond Leblanc klagen omdat hij Het Geheim van de Zwaardvis als album uitgaf wat volgens Hergé niet van loyaliteit getuigde. Het betekende bovendien een rechtstreekse concurrent voor de albumverkoop van zijn eigen Kuifjes die bij Casterman verschenen. Dat album van Blake en Mortimer was trouwens het eerste dat Le Lombard uitgaf, toen nog in de Lombard Collectie met de beste verhalen uit het weekblad. Er raakten tienduizend exemplaren verkocht, in die tijd een uitstekend resultaat.

Hergé liet het niet na om kritiek te leveren op de donkere sfeer en op details in Blake en Mortimer of zelfs over te gaan tot censuur (bijvoorbeeld door een te grimmig covervoorstel voor Het Gele Teken te weigeren). In zowat elk nieuw verhaal hield Jacobs daarmee rekening door voor een andere setting en een ander soort avontuur te kiezen. Maar er was altijd wel wat.

Perfectionisme

Het Geheim van de Zwaardvis was een avontuur met veel machtsvertoon en technologische hoogstandjes. In een periode waarin albums van stripverhalen van minder belang waren dan de prioritaire publicatie in een weekblad, hield niet elke stripmaker met een geijkte lengte om een standaard album van 48, 56 of 64 pagina's te vullen. Het Geheim van de Zwaardvis was 175 pagina's lang en liep van Kuifje nummer 1 uit 1946 tot nummer 36 uit 1949.

In het tweede verhaal, Het Mysterie van de Grote Piramide, veranderde Jacobs het geweer van schouder en speelde historische- en fantasytoetsen uit. Het Gele TekenHet Raadsel van Atlantis en De Valstrik presenteerden dan weer pure sf-elementen. En de jonge lezertjes van Kuifje smulden ervan. Volgens de overlevering dook het bekende gele teken overal in krijt op muren en speelpleinen op terwijl er al eens een "Bij Horus, laat af!!!" te horen viel.

Het perfectionisme dat Jacobs voor de dag legde, kende zijn tol. Hij had almaar meer tijd nodig om zijn verhalen uit te werken. De afwezigheid tussen twee avonturen duurde van enkele maanden tot enkele jaren voor latere verhalen. Maar elke comeback was meteen een evenement. Begin jaren 1970 publiceerde hij de eerste 44 pagina's van De 3 Formules van Professor Sato en hij beloofde snel het vervolg. Maar dat vervolg bleef uit. Hij overleed in 1987. Jacques Martin werd gepolst om het vervolg te tekenen. Na diens weigering nam Bob De Moor de ondankbare taak op zich. Het verscheen in 1989 alsnog in het weekblad Kuifje.

In tegenstelling tot Hergé gaf Jacobs te kennen dat zijn personages wel door anderen mocht verdergezet worden. Dat gebeurde pas in 1996, vooreerst door Ted Benoit en Jean Van Hamme. Sindsdien ging de verkoop van de oude verhalen dankzij het succes van de nieuwe torenhoog de lucht in.

Op 24 november verschijnt De Avonturen van Blake en Mortimer 28: De Laatste Zwaardvis. Lees er hier meer over. Hieronder zie je de Franstalige cover.

Terug naar overzicht