De Jommeke-jaren van (10): Steve Van Bael
“Als iets goed werkt, moet je dit niet veranderen, dat is mijn mening. Die herkenbaarheid en de eenvoud zijn al die tijd behouden gebleven en dat is de sterkte van de reeks."
tekst: Pieter Deschoolmeester — © portretfoto's: Erchen Theys Photography in opdracht van Stad Aarschot
In 2025 maakte Standaard Uitgeverij bekend dat Kristof Fagard en Steve Van Bael, allebei oud-tekenaars van de Kiekeboes, het Jommeke-team kwamen versterken. Met Kristof Fagard hadden we eind vorig jaar al een uitgebreid interview. Nu is het de beurt aan Steve Van Bael. Een beter moment konden we niet vinden, want op 1 oktober werd Van Baels tweede Jommeke-album, De Heks van Stiepelteen (deel 334), op striplezend Vlaanderen losgelaten. Zijn Jommeke-debuut maakte hij al kort voor de zomer met het goed onthaalde album De Bron van de Jeugd (deel 332) en intussen is er ook al een derde album van hem in de maak. Voer genoeg dus voor een interessant gesprek met deze sympathieke kerel uit Testelt over Jommeke en over wat deze reeks voor hem betekent en betekend heeft.
Twee coverschetsen, de uiteindelijke lijntekening en de afgewerkte cover in kleur van Jommeke 334: De Heks van Stiepelteen.
Las je als kind veel strips? Welke albums staan er vandaag zoal in je stripkast?
Van Bael: “Als kind las ik Jommeke en De Rode Ridder, nadien ook de Kiekeboes. Nu lees of verzamel ik amper nog strips. Ik heb er gewoon geen tijd meer voor. Ik ben dagelijks bezig met strips tekenen. Vroeger was het een hobby, maar nu is het al bijna vierentwintig jaar mijn fulltime job. Vandaar dat ik ’s avonds graag eens iets anders doe dan strips lezen. (lacht) Ik heb trouwens nog nooit een strip van mezelf gelezen. Jef Nys deed dit blijkbaar ook niet, heb ik althans eens horen zeggen. Dat heb ik alvast al gemeen met hem.” (lacht)
In hoeverre was je eigenlijk vertrouwd met Jommeke en het œuvre van Jef Nys toen je er zelf aan begon te werken?
Van Bael: “Als kleine gast verzamelde ik alle Jommeke-albums en ik heb ze uiteraard ook allemaal verslonden.”
Welke plaats nam Jommeke in tijdens jouw jeugdjaren?
Van Bael: “Een zeer belangrijke plaats. Het is namelijk door Jommeke dat ik striptekenaar ben geworden. Een Jommeke-strip las ik telkens twee keer. De eerste keer voor het verhaal en de tweede keer om de prentjes te bestuderen. Daarna klapte ik het album dicht, legde het weg en probeerde ik de prentjes uit het hoofd na te tekenen. Toen ik vijf-zes jaar was ben ik naar mijn ouders toegestapt om te zeggen dat ik later striptekenaar wou worden. En je ziet, dat is ook zo uitgekomen.” (trots)
Wat was het eerste Jommeke-album dat je ooit gekocht of gelezen hebt?
Van Bael: “Dat was De Schildpaddenschat (deel 9).”
We weten dat De Schildpaddenschat ook tot je lievelingsalbums behoort, samen met De Grasmobiel (deel 65). Wat is je top-5 van beste Jommeke-albums?
Van Bael:
- De Schildpaddenschat (deel 9)
- De Grasmobiel (deel 65)
- SOS Benistal (deel 152)
- De Zeven Snuifdozen (deel 25)
- De Gele Spin (deel 68)
"Allemaal avontuurlijke verhalen met veel spanning en actie in! Maar ook griezelverhalen vind ik tof. Persoonlijk hou ik vooral van verhalen die zich buiten Zonnedorp afspelen, het liefst op een verre locatie aan de andere kant van de wereld.”
In 2025 ben je bij Jommeke begonnen. Hoe ben je er binnengeraakt?
Van Bael: “Toen duidelijk was geworden dat ik de Kiekeboes niet ging verderzetten, stelde Standaard Uitgeverij me voor om de reeks Milo en Jommeke te tekenen. Ik ben dan eerst begonnen met vijf delen van Milo, want die albums kwamen tegelijkertijd uit met de gelijknamige serie die op dat moment op tv uitgezonden werd. In de zomer van vorig jaar kreeg ik opnieuw de vraag om aan Jommeke te beginnen. Bedoeling was dat ik eerst twee korte verhalen ging tekenen — de verhalen die later verschenen in Over Koetjes en Ezels (deel 329) — maar Kristof Fagard heeft die uiteindelijk getekend. Ik had de stijl namelijk nog niet helemaal in mijn vingers en voelde me er nog niet echt klaar voor. Bovendien was ik toen ook nog altijd met Milo bezig. Toen de reeks Milo afgewerkt was en ik de stijl van Nys goed onder de knie had, mocht ik meteen een volledig album uit de hoofdreeks tekenen. De Bron van de Jeugd was mijn vuurdoop. Mijn carrière bij Jommeke is dus gestart in het najaar van 2025, maar ik kon eigenlijk ook al van 2006 tekenaar van Jommeke geweest zijn.”
Hoezo? Dat moet je me eens uitleggen.
Van Bael: “Het zit zo: In 2006 tekende ik voor uitgeverij Mezzanine waar Jommeke toen ook bij zat. Die uitgeverij organiseerde toen voor de auteurs een etentje en op dat etentje kwamen Jef Nys en Jo (zijn echtgenote) toevallig recht voor mij zitten. Ik was enorm nerveus en voelde me meteen heel klein. We zijn aan de praat geraakt en hadden een aangename avond. Een paar dagen later belde Jef me op om te vragen of ik hem enkele proefplaten wilde bezorgen. Hij somde een aantal albums op die hij leuk vond, onder andere Het Monster uit de Diepte (deel 136) en daaruit moest ik enkele platen natekenen. Maar op hetzelfde moment kreeg ik ook van Merho de vraag om een aantal proefplaten voor de Kiekeboes te tekenen, want hij zocht toen eveneens een extra kracht om zijn team te versterken. Uiteindelijk koos ik voor Merho omdat ik zijn stijl toen veel beter in de vingers had dan die van Nys.”
Proefpagina van Jommeke door Steve Van Bael.
Had je als kind door dat er verschillende Jommeke-tekenaars waren?
Van Bael: “Nee, als kind zeker niet. Geen enkel kind heeft dat door, denk ik. Ik moet eerlijk toegeven dat ik dit eigenlijk ook nog niet zo lang weet. Het was pas toen de uitgeverij mij een lightversie van de Jommekesbijbel (de fameuze map met door Nys samengestelde voorbeeldtekeningen en instructies in over hoe je de figuren, voorwerpen, achtergronden, enzovoort moet tekenen, red.) bezorgde, dat ik doorhad dat de tekeningen door verschillende tekenaars gemaakt zijn. Ik gebruik die zogenaamde bijbel trouwens maar heel af en toe. Meestal zoek ik voorbeelden op in de albums zelf.”
Klopt het dat Gert Van Loock je heeft opgeleid bij Jommeke? Hoe verliep die opleiding precies?
Van Bael: “Gerd heeft me inderdaad opgeleid, maar heel kort. Ik ben eerst bij hem thuis langsgeweest en hij heeft me daar wat tips en advies gegeven over hoe ik moest tekenen. Met die tips in het achterhoofd ben ik aan de slag gegaan. Bij het maken van de eerste 5 pagina’s van De Bron van de Jeugd heeft Gerd me heel intensief begeleid. Hij mailde me zijn opmerkingen en suggesties door waarna ik vervolgens de pagina's aanpaste. Maar Gerd had op een gegeven moment te veel werk met zijn eigen album dat hij nog moest afwerken waardoor ik vanaf de zesde pagina eigenlijk alles zelfstandig heb moeten doen. En dat heeft me veel stress bezorgd (veegt denkbeeldige zweetdruppels van zijn voorhoofd), maar het is me uiteindelijk gelukt!” (trots)
De coverschets, de versie in potlood en de uiteindelijke cover van Jommeke 332: De Bron van de Jeugd.
Het eerste album dat je volledig zelf hebt getekend is De Bron van de Jeugd op scenario van Kristof Berte dat kort voor de zomer is verschenen. Dit is je debuut bij Jommeke. Hoe blik je terug op dit album?
Van Bael: “Redelijk tevreden.”
Oei, dat klinkt niet helemaal overtuigd. Wat had beter gekund?
Van Bael: “Ik ben altijd heel kritisch op mezelf en niet snel tevreden over mijn tekeningen. Wat dat betreft, ben ik een perfectionist. Als ik een tekening maak, kan ik die eerst fantastisch vinden, maar nadien zie ik daar alleen maar foutjes in. De lezer merkt die foutjes niet op, dat weet ik wel, maar ik wel. Vooral over mijn inktwerk voor Jommeke ben ik nog niet helemaal tevreden. Dat heb ik nog niet volledig onder de knie.”
Maak je gebruik van digitale tekenprogramma’s of andere digitale hulpmiddelen bij het tekenen van Jommeke?
Van Bael: “Enkel het inktwerk doe ik digitaal, de rest gebeurt manueel. Ik heb eigenlijk een haat-liefdeverhouding met alles wat met pc’s en software te maken heeft. Ik ben wat klassieker en traditioneler ingesteld, vandaar, en heb graag papier en pen in de hand. In die computerprogramma’s zit er minder leven. Het is te clean en te mooi. Dat leeft in mijn ogen niet. Het inktwerk van het album waaraan ik nu bezig ben, doe ik nog digitaal, maar ik overweeg toch om het volgende album volledig met pen op papier te tekenen.”
Voor de vierde editie van het Puzzelkampioenschap van de Gezinsbond leverde Steve Van Bael in 2025 bovenstaande tekening waarop de personages uit Jommeke en Suske en Wiske te vinden zijn. De stripreeksen vierden dat jaar respectievelijk hun zeventigste en tachtigste verjaardag. De exclusieve wedstrijdpuzzel was verkrijgbaar in dozen met vijfhonderd puzzelstukken.
Ben je dan meer tevreden over jouw tweede album, De Heks van Stiepelteen?
Van Bael: “Daar ben ik inderdaad meer tevreden over. De figuren 'zitten' nog beter dan in mijn eerste album en ook het inktwerk is veel beter. Het was ook een heel leuk verhaal om te tekenen.”
Waarom moeten we volgens jou het album zeker lezen?
Van Bael: “Omdat het een zeer goed griezelverhaal is. Er gebeurt iets heel spannends in met de gravin. Wat dat is, verklap ik niet, maar toen ik het scenario las, dacht ik: 'Oei, is dat wel gepast voor een Jommeke?' Er zitten ook veel knipogen in naar bestaande griezel- en horrorfilms.”
Wat was de grootste uitdaging tijdens het maken van je eerste Jommeke-strips? En hoelang heb je aan je debuutalbum getekend?
Van Bael: “Ik heb er bijna dubbel zo lang over getekend dan normaal, zes in plaats van de gebruikelijke drie à vier maanden. Het was voor mij een grote uitdaging om in een stijl te tekenen die niet in mijn hand lag. Gelukkig ging het al vlotter met mijn tweede en derde album.”
In een interview lazen we inderdaad dat je de stijl van Jef Nys een van de moeilijkste vindt die je ooit hebt gedaan. Hoe komt het dat het zo moeilijk is om zijn tekenstijl te imiteren?
Van Bael: “Omdat alles bijna perfect anatomisch juist getekend is in de Jommeke-albums. De verhoudingen, hoe de figuren bewegen, lopen, staan, dingen vastgrijpen,... Alles klopt en dat maakt het niet eenvoudig voor mij. De klare lijnstijl van Nys is zodanig eenvoudig dat het weer heel moeilijk wordt. De moeilijkheid bij Jommeke zit hem bijvoorbeeld in zijn haar. Het is niet gemakkelijk om dat haar juist op zijn hoofd te tekenen. Ook de romp is moeilijk, want de figuren hebben quasi geen nek. Probeer maar eens een hoofd op een figuur zonder nek te zetten. Best moeilijk hoor.”
Beide albums die tot nu toe al van jou zijn uitgekomen, zijn op scenario van Kristof Berte en hij heeft ook het scenario van je volgende album geschreven. Hoe verliep de samenwerking met hem? Heb je zelf veel toegevoegd aan het scenario? Ben je van plan om later ook eigen scenario’s te schrijven?
Van Bael: “Voor De Bron van de Jeugd had ik Kristof een duidelijke voorzet gegeven: ik wou dat het album een mix was van Indiana Jones en The Goonies. Aan het scenario van De Heks van Stiepelteen heb ik eigenlijk niets toegevoegd en voor mijn derde album heb ik Kristof gevraagd om er zeker een bepaald personage in te stoppen. Wie? Dat verklap ik nog niet. Daarvoor zullen jullie het album moeten lezen. (lacht) En ja, ik wil later zeker ook zelf scenario’s schrijven. Niks leuker dan een album te kunnen tekenen dat je zelf geschreven hebt, vind ik. Ik heb intussen al een aantal synopsissen geschreven die ik later nog weleens zou willen uitwerken en uittekenen. We zien wel wanneer…”
Een paar pagina's in potlood en één in inkt voor Jommeke 334: De Heks van Stiepelteen.
Wat zijn volgens jou de ingrediënten van een goed Jommeke-album?
Van Bael: “Zeker humor en avontuur, maar ook spanning.”
En het tekenwerk. Waaraan moet dit volgens jou voldoen?
Van Bael: “De pagina’s mogen niet te vol staan. Hoe eenvoudiger het getekend is, hoe beter de jonge lezers het zullen begrijpen. Soms moet je de decors ook al eens durven weglaten om zo rust te geven op de pagina. Wat die te volle pagina’s betreft, pleit ik schuldig in De Bron van de Jeugd. Achteraf gezien heb ik in dit album te veel details getekend, vind ik. In de toekomst moet ik eenvoudiger beginnen te tekenen.”
Waar teken je eigenlijk jouw albums? Op je tekentafel thuis of heb je je eigen werkplek bij de uitgeverij?
Van Bael: “Ik teken thuis in mijn atelier.”
Wat verkies je: studiowerk of thuiswerk?
Van Bael: “Zeker thuiswerk. Ik werk namelijk graag 'op mijn alleen'. Dan heb ik meer vrijheid en teken ik ook veel sneller, want je bent niet afgeleid. Er zit minder drive in mijn werken wanneer ik bij anderen ben. Als ik alleen ben, kan ik ook de muziek volle bak zetten. Mijn muziek is trouwens altijd aangepast aan de scène die ik teken. Bij actiescènes kan dat bijvoorbeeld Rammstein zijn, bij rustige scènes is het dan weer zachtere muziek. In studioverband zal luide muziek wellicht niet zo geapprecieerd worden, vrees ik. Je kan dan natuurlijk ook altijd oortjes gebruiken, maar dat is volgens mij dan weer heel asociaal. Tijdens die warme dagen afgelopen zomer, heb ik ook vaak in mijn bloot bovenlijf getekend. Nog zoiets dat je minder snel zou doen in studioverband, althans dat denk ik toch.” (lacht)
Hoeveel uur per dag spendeer je aan jouw tekentafel voor Jommeke?
Van Bael: (resoluut) “Veel te veel! Ik sta elke dag op om zes uur, ongeacht het uur waarop ik de nacht voordien ben gaan slapen. Ik help mijn dochter dan bij het klaarmaken voor school en breng haar op tijd naar het station. Om negen uur begin ik met tekenen. Ik maak voor mezelf altijd een planning op en leg mezelf strakke deadlines op, ook in het weekend. Vandaag wil ik bijvoorbeeld één pagina afgewerkt hebben. Die moet dus vandaag klaar zijn, ook al betekent dit dat ik tot een gat in de nacht moet doorwerken.”
Wat onderscheidt jou van de andere tekenaars? Is er zoiets als een typisch Van Bael-stijl?
Van Bael: “Oei. Geen idee? Wat denk jij?”
Wel, jouw tekenstijl sluit heel nauw aan bij deze van Hugo De Sterk, de hoofdtekenaar van Jommeke van 1972 tot 2002. Vind je niet? Of ben ik mis?
Van Bael: “Goh, ik heb inderdaad hier en daar al opgevangen dat ik de nieuwe Hugo De Sterk zou zijn. Maar dat is veel te veel eer voor mij. Ik moet namelijk nog heel veel leren. Het is wel zo dat ik bij het zoeken naar voorbeeldtekeningen altijd bij een prent van Hugo De Sterk uitkom. Die man is mijn voorbeeld en ik hou enorm van zijn tekenstijl. Net als hij was ik trouwens vroeger ook linkshandig en heb ik met rechts moeten leren schrijven en tekenen op school want anders werd ik gestraft. Ik vraag me vaak af of ik ooit tekenaar had kunnen geworden zijn als ik met mijn linkerhand was blijven schrijven en tekenen?”
Welke personages uit het Jommeke-universum vind je het leukst?
Van Bael: “Ik hou enorm veel van Filiberke. Hij is de tegenpool van Jommeke: grappig en boordevol fantasie. Ook Flip is een dankbaar personage, want die flapt er af en toe grappige en soms schunnige mopjes uit.”
Welke figuren teken je het liefst en welke minder graag?
Van Bael: “Filiberke teken ik graag, professor Gobelijn veel minder. Ik heb het vooral lastig met zijn voeten. Als ik ze te groot teken, lijkt hij op een clown en als ik ze te klein teken, is hij ronduit belachelijk. Maar ik ben blijkbaar niet de enige. Dieter Steenhaut vindt dat ook en zelfs Dirk Stallaert had veel moeite met de voeten van de professor toen hij het crossoveralbum De Vorsten van Onderland maakte. Dat heb ik me toch laten vertellen…”
Zijn er nog andere figuren die je minder graag tekent?
Van Bael: “Dat klinkt misschien raar bij Jommeke, maar dieren teken ik niet zo graag. Ze hebben elk een aparte anatomie. Je moet heel goed weten hoe ze bewegen, in elkaar zitten en eruitzien om ze juist te kunnen tekenen. Ik heb het dan wel over dieren in het algemeen. Flip en Pekkie heb ik ondertussen al goed onder de knie, Choco vind ik af en toe ook nog moeilijk, maar dat komt ooit wel goed.”
Zijn er favoriete nevenfiguren die je graag nog eens zou willen terugzien in een volgend album?
Van Bael: “Ja, maar dat personage speelt nu mee in het album waaraan ik momenteel bezig ben. En nee, dring niet aan, ik zal je nog niet verklappen wie dat is.” (grijnst)
Je bent heel actief en populair op Facebook. Mogen we in de toekomst nog meer Jommeke-gerelateerde posts en teasers van je verwachten?
Van Bael: “Jazeker!”
Enkele Jommeke-gerelateerde foto's die Steve Van Bael dit jaar op Facebook plaatste: schetsen, de cover van het speciale album Het Sportfeest voor Gezinssport Vlaanderen en promo voor zijn albums.
Je bent nu vaak te zien op beurzen en signeersessies. Doe je dat graag of zie je daar telkens tegenop?
Van Bael: “Ik doe dat heel graag, want op zo’n gelegenheid kom je immers in contact met de mensen die jouw albums lezen. Zo vang je op wat ze er goed aan vinden en wat niet en die feedback kan je uiteraard gebruiken voor je volgende albums. Dat fans vragen om hun album te signeren, is uiteraard ook een vorm van erkenning die wij tekenaars enorm waarderen.”
Heb je buiten die signeersessies eigenlijk veel contact met de andere Jommeke-tekenaars?
Van Bael: “Nee, ik zie ze heel weinig. Met Dieter heb ik af en toe contact en ook Gerd zie of hoor ik soms. Ik ken Gerd trouwens al heel lang, al van 1996. Ik heb hem leren kennen dankzij een familietrip naar Lourdes. We gingen daar op uitstap naar Biaritz onder begeleiding van een gids. Ik zat daar op de rotsen wat te tekenen en dit had de gids ook gezien. Ze sprak me aan en zei dat haar ex-vriend een bekende striptekenaar was. Dat bleek dus Gerd Van Loock te zijn. Ze gaf me zelfs zijn telefoonnummer, want ze vond dat ik hem zeker eens moest ontmoeten. Zo gezegd, zo gedaan. Toen we terug thuis waren, heeft mijn grootvader hem gebeld en kort daarna werden mijn vader, grootvader en ik bij Gerd thuis in zijn atelier in Schilde uitgenodigd. Dat was een aangename ontmoeting. We kregen er een rondleiding en ik kreeg heel wat tekentips. Sindsdien zijn we sporadisch contact blijven houden met elkaar en nu, dertig jaar later, zijn we zelfs collega’s geworden. Wie had dat ooit kunnen denken?”
Pagina in potlood, in inkt en de ingekleurde versie uit Jommeke 334: De Heks van Stiepelteen.
Hoe verklaar jij het succes van Jommeke?
Van Bael: “De reeks blijft trouw aan het oorspronkelijke concept: een paar goede vriendjes die in het Jommeke-universum allerlei spannende avonturen beleven. In zeventig jaar is er aan dit eenvoudige gegeven weinig veranderd. De uiterlijke kenmerken van de figuren zijn nog steeds dezelfde. Als iets goed werkt, moet je dit niet veranderen, dat is mijn mening. Die herkenbaarheid en de eenvoud zijn al die tijd behouden gebleven en dat is de sterkte van de reeks.”
De toekomst van Jommeke zie je dus rooskleurig in, maar wat met deze van de strip in het algemeen?
Van Bael: “Jommeke zal volgens mij inderdaad nog wel een tijdje meegaan, maar wat er zal worden van de andere stripreeksen, weet ik niet zo goed. Aan vele reeksen is er in het verleden namelijk al veel te vaak gesleuteld geweest, vind ik, waardoor de herkenbaarheid verdwenen is. Daarnaast merken we op dat de jeugd van nu veel minder strips leest en zich liever amuseert met de smartphone, tablet of Xbox. En ja, net als heel wat vakgenoten heb ook ik veel schrik voor AI, want ik vrees dat dit de bovenhand zal nemen in de stripwereld.”
Wil je om dit interview af te sluiten nog iets zeggen aan alle Jommeke-fans?
Van Bael: “Dat ik — en ik spreek namens alle Jommeke-medewerkers — hen ontzettend dankbaar ben omdat ze zo massaal Jommeke-strips blijven kopen en lezen. Ik hoop dat ik nog veel en nog heel lang Jommeke-avonturen voor hen mag tekenen!”
Bedankt voor dit interview en voor alles wat je al voor Jommeke hebt gedaan en nog zal doen.
Van Bael: “Graag gedaan!”