Op striptocht in Chongqing (2/2)

15 juni 2026 Fotoreportages
tekst en foto's: David Steenhuyse

 

Chongqing is een wereldstad met wereldrecords. Na deel 1 van m'n reportage verken ik op deze pagina verder de stad en een verbijsterend natuurpark dat waaghalzen uitdaagt. In een drukke winkelwijk trof ik betoverende cosplayers en een winkelcentrum met twee verdiepingen vol stripbeeldjes. Tot mijn grote verbazing vond ik een muurschildering van Torpedo en Tex Willer in een kleerwinkel voor Gen Z, terwijl oude nagetekende stripboekjes van Kuifje en De Smurfen in een oude wijk stonden uitgestald. En verder in dit tweede deel: katten te huur, dansende en zingende Chinezen, eendenbloed en koeienmaag in de mond, 's nachts roekeloos verdwaald lopen op een berg en was ik een eregast of een trofee?

 

Guanyinqiao

Op een morgen stond een bezoek aan de grootste hotpotbeurs ter wereld gepland. Tweeduizend exposanten, tot honderdtwintigduizend bezoekers. Ik had me echter van week vergist, het was de week ervoor. Het alternatief bestond uit winkelstraten en een winkelcentrum met twee verdiepingen vol merchandising van Aziatische strip- en tekenfilmfiguren. Er is daar ook een cinema gevestigd. Ik liep er waar ik wellicht niet mocht komen, maar ik hield er een complete collectie superhelden in neon die bij elke zaal hingen aan over.

In deze moderne buurt, Guanyinqiao, ook weer met de bijnaam Time Square, kan je onder meer katten huren om te knuffelen en uit te laten, zolang ik dat goed heb begrepen. Elders kan je kwalletjes, parkieten en hamsters kopen. Op een pleintje kan je een potje met visjes aanschaffen om ze aan grotere vissen in een vijver te voederen.

Zonder ontbijt en met een almaar later uitgestelde lunch wou ik uit een fastfooddrang kiezen voor een hamburger van McDonalds, maar ik liet het bestelscherm tilt slaan. Ik zocht mijn heil dan maar in een erg drukke streetfoodbuurt waar ik voor een gezonder bakje met onder meer drie soorten meloen, rozijnen, rode bonen, parels uit bubble tea en een bevroren sorbetbeertje ben gegaan. Beertjes zijn alomtegenwoordig in de stad en net zo goed elders in China.

Hier kan je van alles van een eend eten. Toepasselijke mascotte.

Jialing

Ik heb toch even moeten checken of het geen feestdag was, want in het Jialing-parkje, dat tussen drukke winkelstraten is geprangd, bruiste het van het amusement. Bejaarden speelden er onder de bomen een soort schaak of legden een kaartje met overal een horde toeschouwers rond hen. Om de paar tiental meter werd er door hun generatiegenoten gezongen en/of gedanst, in koor, per twee-drie of solo. Net voor en na een lied rochelen en spuwen zangers of muzikanten weleens, ook een bazige koorleidster.

Het vrolijke parkfeestje spoorde me aan om stiekem wat mensen te fotograferen. Sommigen hadden me door. Een politieman sprak me er net voor nog aan met een “hallo”. Ik glimlachte en wist even niet of ik iets verkeerds had gedaan of dat ik mijn paspoort zou moeten laten zien. Maar de man glimlachte zelf en ik kon verder stappen. Ik was er sowieso een unicum als westerling en de jongste van de menigte.

Discover Basement FG

Aan de rand van alweer een andere winkelstraat in de wijk Guanyinqiao, die een kluwen is van shoppingactiviteit, spotte ik een levensgrote Mickey Mouse. Die stond voor de ingang van een underground vintage kleerwinkel, de vooral op Gen Z mikkende Discover Basement FG. Het decor van een grote, industrieel ogende benedenverdieping is een beetje opgevat als een Londens metrostation met zowel Engelse als Franse plakkaten en wat aandacht voor de ninetiesiconen Oasis en Blur. De winkel is zo hip dat het een trekpleister is voor jongeren én oude dametjes om er zich door professionals zo cool mogelijk te laten fotograferen.

Ik vroeg twee meisjes (of jongens?) met kleurlenzen en pruiken midden in hun fotoshoot of ik ze ook mocht fotograferen. Ze vonden mijn portret van hen in orde. Ik vond het ook een geslaagde foto. Ik had ze niet zomaar gefotografeerd, want vlak achter hen waren metershoge stripprentjes te zien. Mijn verbazing was immens toen ik meteen een van mijn absolute stripfavorieten aller tijden had herkend: Torpedo van het Spaanse duo Jordi Bernet en Enrique Sánchez Abulí. Andere plaatjes komen uit de Italiaanse westernreeks Tex Willer. In geen miljoen jaar zou ik dit in China hebben verwacht.

Ik liet dit weten aan Erik van Helvoort, de uitgever van Uitgeverij HUM!, die beide stripreeksen in het Nederlands uitbrengt. Hij weet dat ik verzot ben op beide reeksen. Toen hij enkele jaren geleden begon aan de integrales van Torpedo had hij me uitgenodigd om een voorwoord te schrijven voor het eerste deel. Helaas trof hij me toen net in een drukke periode en had ik er geen tijd voor. Ik heb nog steeds spijt dat ik mijn naam er niet een beetje aan kon verbinden. Hij heeft er namelijk mooi en zorgvuldig werk van gemaakt. De hele reeks is compleet in vijf delen verschenen.

Op de winkelboulevard kwam een meisje me op de rug tikken. Ze wees naar mijn gezicht en dan naar dat van haar. Ik dacht eerst dat er iets aan mijn gezicht hing, maar via de vertaalapp vroeg ze me of ze een selfie met me mocht maken. Zoals ik al bij anderen had gezien, poseerde ik met het vredesteken. Ik was misschien de eerste westerling die ze in haar nog jonge leven had gezien. Ik had zelf al de hele dag geen westerling gezien. Chongqing trekt ontzettend veel toeristen, maar die komen hoofdzakelijk uit China zelf. Het is nog maar sinds een paar jaar, mede door tal van filmpjes van reisbloggers of influencers op sociale media dat westerse toeristen meer en meer de weg vinden naar deze stad. Pas sinds december 2025 zijn er rechtstreekse vluchten van Zaventem naar Chongqing. Voordien moest je er telkens met een tussenstop naartoe of vandaan vliegen.

Lost in translation en urbanisatie

Op een ochtend kreeg ik onbedoeld een oneerbaar voorstel. Toen ik de balie van het hotel passeerde, sprak de eigenares me aan. Ze wilde weten of ik het in orde vond. Via de vertaalapp vroeg ze me tot hoelang ik er nog bleef en of ik “niet wat langer met haar wilde spelen”. Ik verrekte geen mondhoek, want de knappe jongedame stond ondertussen vlak voor me in een peignoir en een nauwelijks verhullend onderlijfje. Een 24/7-service betekent hier in de praktijk dat sommigen achter hun balie of bewakingspost een bedje hebben staan waarin ze overnachten. Ik weet wel dat ik maar 13 euro per nacht betaal, maar had ik me dan vergist in het soort etablissement? Ze vroeg nog om wat ik vandaag van plan was te doen en dat ze het leuk vond dat ik “met haar speel” en nogmaals dat ik gerust langer mocht spelen. Ik had intussen door dat het Engelse “play” in feite “stay” moest zijn en met “mij” bedoelde ze haar hotel. Ik begon me af te vragen wat ik intussen zelf al via de vertaalapp heb uitgekraamd.

Ondanks de ingewikkelde urbanisatie is het een fluitje van een cent om metro’s en bussen te nemen of afstanden te voet af te leggen, hoewel je daarbij niet kan voorspellen of je omhoog of omlaag moet. Maar het wegennetwerk in Chongqing is nog complexer. Ik zag foto’s van eindeloze klaverbladen, spiraalwegen en vele rijstroken naast elkaar. Deze foto van zes stroken en nog een oprit van twee stroken loopt dwars door de stad. 

Beicang

Beicang is een artistiek gebouwencomplex waar alles door en in elkaar loopt. Koffiebars, juwelenmaaksters, een boekhandel, een trendy ingerichte galerij waar meisjes tekenen en schilderen of waar andere zelfgemaakte spullen worden verkocht, nog andere hippe boetiekjes en kawaitoestanden. Het zit er tjokvol instawaardige plekjes waar uiteraard om de haverklap wordt geposeerd bij nepbloemen, beertjes, muurschilderingen, enzovoort. Het leek wel één grote set voor fotoshoots.

In de eerste de beste koffiebar op de derde verdieping bestelde ik een vanille latte. De zaak heet Taylover en alle zoetigheden en drank zijn zogezegd opgehangen aan het thema Taylor Swift. Goeie koffie, met een hartje erin getekend.

Pipa Yuan

Pipa Yuan houdt het Guinness World Record voor grootste hotpotrestaurant ter wereld. Het is ook gewoon een van de grootste restaurants ter wereld met 888 tafels waar gelijktijdig 5.851 gasten bediend kunnen worden. Het is gebouwd op een heuvel en de omvang is pas echt duidelijk op luchtbeelden. Het tweede filmpje van vier minuten toont mijn zoektocht naar het toilet.

Ik koos voor de buffetformule. Rond een reusachtige ovalen tafel met lopende band kon ik vrij kiezen uit groente, fruit, vlees, vis, gevogelte, noedels, ingewanden en alles wat onder garnituur valt of in een borrelende bouillon van ofwel hete pepers of met groenten en paddenstoelen kan gegaard worden. Ik kon vertrouwde voeding afwisselen met voor mij onbekende uitdagingen. Rode hompjes bijvoorbeeld, en dat waren zakjes eendenbloed. Het eerste hapje smaakt alsof je op je eigen bloedende vinger zuigt. Na een drietal hapjes raakte ik eraan gewoon en at op een tempo dat gelijkliep met Chinezen. Een lapje vel van vermoedelijk een vis was taai, of ik had het niet goed genoeg gegaard. Na vijftig keer kauwen, was het nog steeds één stuk. Ik slikte het dan maar door. Na de helft floepte het weer buiten mijn slokdarm en daarna uit een reflex weer erin. Kokhalzen. Een paar dagen later leerde ik van een local dat het een van de magen van de koe is en die had ik veel langer moeten garen tot die krokant was.

Ik heb nog andere dingen gegeten waarvan ik niet weet wat het precies was, maar in het algemeen is dit wel een dikke aanrader waar je naar hartenlust kan eten. Varkensworstjes, kipfilet, rundslapjes, gehaktballetjes, het is maar zo lekker als je eigen fonduekunsten natuurlijk. Een oudere dienster was zodanig hulpvaardig om me te laten zien hoe ik alles moest doen dat ze me nog net niet als een baby zat te voederen.

In het hoogseizoen kan je hier zonder reservatie makkelijk een uur staan wachten tot er een tafel vrij is. Bij mij was het redelijk leeg, het was ook al vrij laat. Maar in een restaurant zo groot als een dorp, waren er nog veel gasten. Op een bovenverdieping was er een feestje aan de gang. Toen ik er passeerde, zwaaide een vrouw naar me en riep “ni hao”. Ik zwaaide hartelijk terug. Een van de vele mannen rond haar had mijn jasje uit Japan opgemerkt en riep me nog een “sayonara” toe. In andere omstandigheden had ik me bij hen geschaard, maar er wachtte me nog een onbedoeld roekeloos avontuur.

Bergbeklimming

Roekeloos en archidom. Maar het was de berg van 533 meter of ik. Na het restaurant, dat een eind buiten de stad ligt en met het openbaar vervoer enkel met de bus is te bereiken, had ik mijn laatste bus gemist. Een taxichauffeur begreep niets van wat ik hem vroeg om hem te kunnen betalen, dus was het een foert van mijnentwege. Ik had er geen probleem mee om naar het dichtstbijzijnde metrostation te wandelen, maar dat zou me meer dan een uur kosten. Ik zat vol energie en begon aan de tocht, die op en neer ging. Na een verkeerde afslag vond ik alsnog een juiste weg, maar die leidde door een donker bos. Zaklampje op de telefoon aan en op weg dan maar.

Het begon snel met trappen omhoog. En de stenen trappen veranderden in houten treden, daarna kiezels (met een paar keer een boompje midden op dat pad) tot ze rotspaden werden en tot slot rotsblokken die ik soms met handen en voeten tegelijk moest beklimmen of afdalen. Mijn houvast was een stalen ketting langs het pad of rotswanden. Ik was al lang een point of no return gepasseerd om op mijn stappen terug te keren, terug de veiligheid in.

Helemaal bovenaan, toen ik plots de toppen van omliggende bergen zag opdoemen, twijfelde ik of ik daar niet beter zou overnachten. Als ik mijn voet zou verzwikken of erger zat ik er helemaal vast. Maar what goes up, must come down. De afdaling lag in het verschiet. Na alweer een tijd begonnen lichtjes van de bewoonde wereld te schijnen en in de verte hoorde ik als een sirene een vrouw zingen. Ik wou me echter niet als een drenkeling laten vangen en overmoedig worden door in het aanschijn van de redding plots alle verdere inspanning op te geven. Er wachtte me nog steeds een afdaling van een kilometer, hoewel de app met het digitale kaartje ondertussen had opgegeven me te vertellen hoe ver het nog was.

Onderweg bleek op borden dat ik op een trail- en hiketraject was beland. Er stonden bemoedigende boodschappen dat ik al 2,5 kilometer had afgelegd en zoveel calorieën had verbrand. Na lang stappen bereikte ik een met beton geplaveide tweesprong waar ik eindelijk een mens tegenkwam, een bewaker bij een bareel. Ik legde hem uit dat ik verdwaald was en de weg terug naar het centrum zocht. Hij wees me met open mond, stomverbaasd, de juiste richting en ik kon nog eens talloze trappen afdalen, inmiddels in een stedelijker omgeving.

Intussen begon het te motregenen. In die omstandigheden op de berg overnachten tot het weer licht was of er überhaupt rondbanjeren, was dus geen optie. Ik ben er weer met geluk vanaf gekomen.

Op weg naar het metrostation vroeg ik me af of ik nu de eerste Belg was die de Longji Shan Walkway had afgelegd of de top van die berg had bereikt. Roekeloos en archidom rijmen met grootheidswaanzin.

Niet ver van mijn hotel had ik nog nooit zo genoten van een biertje als die avond. Nadat ik opnieuw een bloemenbiertje had besteld in het café dat ik eerder had bezocht, bestelde ik een ander biertje. “Hetzelfde als hem”, wees ik naar een biertje dat stond bij een Chinees uitziende jongeman wat verder aan de bar. Het bleek om een IPA te gaan met wat ik dacht banaanbrokjes. Het was in feite yoghurt. Alles went in China, ook deze rare combinatie. Na de laatste slok kwam de dienster er me nog een brengen. Diezelfde kerel had me er een getrakteerd. En zo leerde ik Angel kennen, een New Yorker met Chinese ouders, die medicijnen studeert. Ook hij leerde Chongqing kennen dankzij internetfilmpjes. Nadat ik hem had verteld over mijn onbedoelde hiketocht, wou hij als sportieve hikeliefhebber per se weten waar dat was. Zowel bij hem als bij mij stroomde het glas yoghurtbier over nadat we het na een eerste slok op de toog hadden gekwakt.

Botanische tuin

Op een morgen zakte ik af naar de botanische tuin Nanshan. Ik betaalde extra om ook in de grote serre te mogen rondwandelen. Geen hoogvlieger. Ik heb al veel mooiere botanische tuinen gezien. Ik moest eind oktober nu ook niet verwachten dat de laan met de Japanse kerselaars roze zou kleuren. In de Chinese rozentuin boden nog wel wat moedige rozen weerstand tegen weer en temperatuur. Bovendien zet de tuin sterk in op kinderen en een magische wonderwereld met lichtjes in het donker en kitscherige dieren in plastic. Ik herkende meteen de strooien hoeden uit de Japanse strip-, tekenfilm- en live action-reeks One Piece die als een soort parasols in een grasveld staan.

Het hoogtepunt is een mooi aangelegde tuin barstensvol bonsaiboompjes. Ik leerde er dat China al sinds de eerste eeuw bonsais kweekt. Er bestaan acht technieken die kwekers toepassen. In deze tuin noemen ze bonsais “stereoscopische schilderijen en stille gedichten”. Ik associeer bonsais altijd met miniatuurlandschapjes waar je Playmobilventjes in kan plaatsen.

Cosplayers

Op diverse festivals in onze streek verkleden duizenden bezoekers zich telkens als personages uit strips, tekenfilms, games, tv-reeksen en films. In steden als Tokio en volgens mijn vaststelling ook in Chongqing lopen er dagelijks cosplayers rond, in het bijzonder in de drukke winkelwijken. Na mijn collectie stiekem genomen portretten van bejaarden hield ik een dag later in dezelfde buurt tienermeisjes en -jongens tegen. Dat klinkt onheus, maar het was om ze fatsoenlijk te vragen of ik ze mocht fotograferen. Elke keer ik ze dan het resultaat liet zien, giechelden ze als de tienermeisjes die ze zijn. "Wah! Bjoe-tie-fel!" kirde er eentje in traditionele klederdracht bij het aanschouwen van de foto met haar vriendinnen. Op een paar locaties zaten nesten met cosplayers. Ik spotte een jongen met vossenstaart, een meisje met twee visnetten in haar haren en alomtegenwoordige kattenoortjes.

Overdag liggen de meeste winkelcentrums er verlaten bij. Tijdens mijn voorbereidingen las ik dat er al verschillende failliet zijn gegaan omdat jongere generaties almaar meer online bestellen. Na de werkuren zwelt de drukte echter aan. In een overvol winkelcentrum belandde ik tussen twee verdiepingen vol luxemerken bij kleine zaakjes waar vooral jonge meisjes hun verzameling speldjes, kaartjes, buttons en andere prullaria met manga- en animefiguren en K-popsterren aanvulden. In een van de ruimtes stond het vol tafeltjes waarvan ik vermoedde dat anderen er hun zelfgemaakte spulletjes of items uit hun eigen verzameling te koop aanbieden. Ik begon me af te vragen waarom striptekenaars zich uitsloven om tientallen strippagina’s per album te produceren als ze een hele wereld vol tienermeisjes, waar aardig wat kapitaal zit, zouden kunnen bereiken met schattige of coole tekeningetjes. Er nog geld voor krijgen via copyrights is een andere zaak.

Tastien

Tastien is een Chinese hamburgerketen. In veertien jaar tijd zijn ze gegroeid naar maar liefst meer dan zevenduizend vestigingen in heel China. Een jongedame zag me sukkelen omdat ik niet wist hoe ik moest bestellen en hielp me. Ze bleek er gewoon te werken. Ik koos op zicht voor een burger met iets gepaneerd. Ik kon de smaak niet thuisbrengen tot ik op het bot van een kippenboutje stuitte. Best lekker, crispy en met de juiste fastfoodsmaken. Aan de slappe frieten, die in een groot soort luciferdoosje worden geserveerd, is nog werk.

In een van de twee sauspakjes zat ketchup, in het andere plastic handschoenen. Briljant, want ik ben een klunzige hamburgevreter.

Longmenhao

Longmenhao is een gerestaureerde oude wijk barstensvol standjes, boetiekjes, winkeltjes, hidden gems en ettelijke tientallen trappen en steegjes. Prettig om in rond te dwalen, godverdomse kloterij om er weer uit te raken en het metrostation terug te vinden. De digitale kaart leek me op den duur de boodschap “zoek het zelf maar uit” door te geven, want zelfs al stapte ik in de juiste richting, bij twee- tot vijfsprongen wist ik nooit of het omhoog of omlaag was. Ik heb hele toertjes opnieuw gemaakt, me uiteindelijk naar de wat verder gelegen rivier begeven om terug de weg te zoeken naar de brug boven me waar het metrostation is gevestigd… waardoor ik opnieuw door de doolhof moest. Uiteindelijk lukte het me door steeds in de buurt te blijven van de brug, hoe vaak het ook zigzagde.

Longgang

Wie misselijk wordt van foto’s of filmpjes op grote hoogtes, scrolt best een eindje verder. In Longgang (drakenkaak) op een paar uur met de bus van Yunyang (waar ik naartoe reed met een hogesnelheidstrein) in de stadsprovincie Chongqing, die even groot is als Oostenrijk, vind je een en al adrenaline en sensatie in een berglandschap. Ze doen er alles aan om je in je broek te laten schijten. Zo is er het hoogste glazen wandelpad ter wereld op meer dan een kilometer zeehoogte met uitzicht op gapende dieptes van meer dan zevenhonderd meter. 

Durvers kunnen ook nog eens een hangbrug met houten planken over gaan, maar dan moeten ze er wel eerst naartoe klimmen via beugels in de rotswanden. Ik had me erop verlekkerd om deze “brug tussen de wolken” te nemen, maar ik wist niets van dat rotsklimmen. Ik heb toch maar wijselijk gepast. Ik ken dat, halfweg zou ik dringend naar het toilet moeten. Er staan ook schommels waarmee je over de rand van de klif kan schommelen. Helaas ben ik er te zwaar voor.

De zandstenen pilaren van het Chinese nationale park Zhangjiajie boden inspiratie voor de decors in James Camerons kaskraker Avatar. Chongqing geldt als een goed vertrekpunt, maar het duurt meer dan tien uur op een bus om de “Avatar Mountains” te bereiken. Ik vond de ongerepte vergezichten in het Longgang-park alvast adembenemend. Ook letterlijk, want het was weer puffen, hijgen en zuchten op de vele wandelpaden die je ook via trappen leiden. Op een zeker moment liep ik over een pad op een bosrijke bergkam op zo’n kilometer hoogte.

Niemand kon me tegenhouden om in een karretje plaats te nemen en meer dan zevenhonderd meter lang naar beneden te zoeven. Mocht er geen afrastering zijn en je uit een van de bochten vliegen, zou je aan de ene kant in struiken vallen en aan de andere kant tuimel je zo’n kilometer diep. De snelheid bepaal je zelf met aan weerszijden een handrem. De maximumsnelheid is veertig kilometer per uur. De beveiliging is een loszittende dubbele autogordel rond beide schouders en instructies van een operator in het Chinees. Ik knikte gewoon ja en stak een duim op. Op een document dat ik moest ondertekenen, noteerde ik lukraak wat persoonlijke gegevens naast dubbele punten. Kicken!

En toen kwam er op mijn intussen moederziel alleen afgelegde wandelparcours nóg een glazen straatje. Dat ging weer over in een pad dat zich all the way op een bergkam naar de uitgang leidde. Maar hoe ver die uitgang was, wist ik niet. Het sluitingsuur naderde. Dat werd dan ook nog eens plotseling afgekondigd door luidsprekers die aan de bergwanden hangen. Ik begon weer te vrezen dat ik vast zou zitten, te meer omdat je in dit park twee dagen kan rondwandelen.

Toen ik de Cloud Rainbow Swing zag opdoemen, wist ik dat het einde van de wandeltocht naderde. Deze schommel is de hoogste (honderdenacht meter), snelste (tot honderddertig kilometer per uur) en reikt als verste ter wereld. Het is een officieel Guinness World Record. Hij zwiert je ook nog eens over een klif van zeshonderd meter onder je. Dit was een van de redenen waarom ik naar Chongqing ben gereisd. Helaas werd me pas aan de ticketbalie duidelijk dat je er niet op mag boven een bepaald gewicht. Ik had dat nochtans een paar maanden geleden uitgezocht, maar vond geen maximumgewicht. Zonde. Ik kan het gewicht zelfs niet als een streefdoel zien voor een eventueel latere periode, want vijfentachtig kilo haal ik nimmer.

Dit besluit mijn dagje in Longgang. Met veel meer tijd tot mijn beschikking had ik nog de Monkey Pass, waar apen samenscholen, of een van de grotten kunnen bezoeken, een boottocht op de Stalagmite River kunnen kiezen of een van de vele andere bergpassen inslaan.

Telefoonvogeltjes en trofee

In alle Aziatische steden die ik al bezocht, wordt aan bushaltes, in metrostations of gewoon op straat hurkend gewacht, gepauzeerd of gescrold. Hieronder drie vogeltjes op een rij op de eerste foto.

In de pittoreske, traditionele wijk Shibati kreeg ik op een avond erg veel zin in een biertje. Maar eerst een cocktail. Het had heel wat voeten in de aarde om met een enkel daar gebrekkige internetverbinding te kunnen betalen, maar uiteindelijk lukte het door even naar buiten te stappen. Een van de live zangers zat aan een tafeltje naast me en vroeg waar ik vandaan kwam. Mijn land benadrukte ik extra door hem even mee te nemen naar een kast waarin het Belgische bier Vedett stond te pronken. Voor ik het wist, stond er een flesje van dat bier op mijn tafel, terwijl ik van nee schudde omdat ik dat niet wilde bestellen. “Cadeautje van de baas”, zei een kelner me. En voor ik het andermaal wist, zat die baas voor me aan tafel, klonken we op elkaar en op het feit dat hij zijn Engels met me wilde oefenen. 

En toen kwam zijn “boyfriend” erbij. En nog wat later een hele stoeterij aan vrienden en klanten van de baas, die intussen een tafel vol Vedett voor ons had klaargezet. “Op mijn kosten”, zei hij, omdat hij zo graag met me babbelde, me welkom wilde heten en omwille van andere vriendschappelijkheden. Iedereen die langskwam, wilde me per se op sigaretten trakteren. Een ervan stak zelfs pardoes een sigaret in mijn mond, maar ik bliefde die niet. 

Toen er een aardige jongedame langskwam, volgde er een plotselinge position switch. De boyfriend van de baas kwam ineens frunniken aan de gast die naast me zat. Deze laatste maakte mij via zijn telefoon duidelijk dat de jongedame de vrouw is van de baas en dat ze niet weet dat hij een vriend heeft. Ik was dus ineens medeplichtig aan het verhullen van bedrog en het handhaven van een geheim. En zeggen dat de jongedame al gauw zo leuk met me converseerde en foto’s van hun twee zonen liet zien. 

Het bleef echter één grote plezante boel via ofwel gebrekkig Engels of vertaalapps waarbij ik voortdurend als “brother” werd aangesproken. Ik leerde wat bij van hen, zij van mij, over bijvoorbeeld Brugge (dat de baas echt wel kende), bier en chocolade. Ik voerde drie conversaties tegelijk. 

Twee gasten uit ons gezelschap nodigden me uit om een liedje op het podium te zingen, maar dat weigerde ik halsstarrig. Voor hen blijkt dat een uiting van blijdschap en geluk te zijn. Een van de twee zei dan dat hij een liedje voor mij zou zingen. Intussen begon ik me af te vragen of ik per ongeluk in een gay bar was terechtgekomen, want Chongqing staat daar best voor open. Het was allemaal gewoon Chinese gastvrijheid. 

Enkele avonden later ging ik alsnog in op de uitnodiging van de uitbater, wiens tweede naam in het westers Rocky luidt, om te gaan eten in een restaurant dat hij onlangs heeft geopend. Daar kunnen etnische minderheden in China aan de slag. Ik hoopte dan wel dat zijn vrouw meekwam en niet een hele familie van brothers. 

Op de avond van de afspraak pikte hij me op in zijn Tesla, waarvan ik de deurklink niet vond, en ging het naar een restaurant waar ik een soort eregast was. Het was een fantastische avond met lekker barbecue-eten, toffe gesprekken en ik ontmoette er mijn eerste Tibetaan. Ik mocht drinken van een fles weet-ik-veel van 57%. De eigenaar verklaarde me voor gek dat ik een druppelglaasje in één keer achterover kapte omdat wij dat nu eenmaal zo doen. De rest van de avond werd regelmatig van dat vocht bijgeschonken, aangevuld met in Duitsland gebrouwen Chinees bier. Het enige Belgische bier dat de eigenaar kende, is Duvel. Biertjes komen er trouwens op tafel te staan om ze in gezelschap te delen door ze in te schenken in glaasjes. Mijn gewoonte om rechtstreeks van het flesje te drinken, liet ik varen om me aan te passen aan de plaatselijke gewoonte of om niet gulzig of onhygiënisch over te komen.

Het restaurant is ook een soort karaokebar, want ik heb al geleerd dat wanneer Chinezen blij zijn, ze gewoon zingen. Een van de kelners wou per se Country Roads met me zingen, maar ik kon uitstel omzetten in afstel. 

Na verloop van tijd mocht ik uit “de beker van de moedigen” drinken, waar je zeker geen heel blik in kapt, maar enkel wat slokjes. Ik kreeg ook nog een erelint aangemeten. Ik weet niet meer waarom. Het behoort nu tot mijn souvenirs.

Door het verplichte rondje foto's en selfies en het proberen in stand houden van contact via apps moet je wel beseffen dat je er als westerling als een soort trofee wordt gezien waarmee zij uitpakken op hun sociale media. De bevolking is er niettemin hartelijk en gastvrij, gemoedelijk en grappig, oprecht en nieuwsgierig. Door er ter plaatse mee om te gaan, verdwijnen tal van vooroordelen — voornamelijk gekleurd door wat politici daar en hier uitvreten — als sneeuw voor de zon.

Jiaochangkou

Proeven van konijn, de handpalm van God en heeft iemand trek in citroenthee met een smaakje eendenstront? Het is allemaal te vinden in de traditionele wijk Jiaochangkou nabij het hotel voor een laatste bezoekje. Een uurtje na mijn komst begonnen de winkeltjes te openen en werden de sluizen met toeristen opengezet.

Sisyphe

Intussen zag ik al bijzonder veel beeldjes, speelgoed, merchandising, reclame en andere afbeedlingen van stripfiguren in Chongqing. Maar op hier en daar een manga-aanbod na bleef ik wat op mijn honger zitten. Ik had ook niet zoveel boekenwinkels bezocht tussen al het andere door. In de mooie winkel Sisyphe vond ik een Chinese vertaling van de gagreeks Insecten van de Franse tekenaar Bloz. Dat liet ik hem uiteraard weten. Hij was daar trots op.

Kuifje en De Smurfen

Ik vond dus geen strips van bijvoorbeeld Kuifje om te checken in welke mate hij werkelijk wereldwijd bekend is… Maar verdikke, wat vind ik in mijn allerlaatste uur in een verloren hoekje in de steil aflopende traditionele wijk Jiaochangkou? Niet alleen een stripboekje van Kuifje, maar ook van De Smurfen en verder nog van Goofy en een houten wand vol schappen met stripverhalen.

Geen verkoper in de buurt. Een plakkaatje maakt duidelijk dat ze tien yuan per stuk kosten en je kan, zoals alles hier, betalen door een QR-code te scannen. Voor nog geen 2,5 euro had ik twee extra souvenirs.

Ondanks ISBN-noteringen en namen van bewerkers, gaat het om nagetekende versies, aangepast aan het liggende formaat. Kuifje is beter gelukt dan De Smurfen. Het verhaal van De Smurfen is dan ook nog een erg vrije hervertelling van De Leerlingsmurf. Een jaartal in het boekje van Kuifje vermeldt 1984. 

Deze vondst zette een orgelpunt aan een reis vol verrassingen en verbazing. Hoe degelijk je ook bent voorbereid, pas ter plaatse leer je het allemaal kennen en ontdekken. Hierna reisde ik nog verder naar een andere Chinese stad, maar dat is voer voor een andere reportage.