Thorgal-expo in Angoulême
tekst en foto's: Wouter Porteman
Thorgal is in 2027 vijftig jaar, lang leve Thorgal! In Angoulême, de striphoofdstad van Frankrijk, loopt nog tot 2 mei 2027 een overzichtsexpo van de populaire stripreeks onder de titel Les vies d'un héros (De levens van een held). Behalve een volledig overzicht van Thorgal door Grzegorz Rosinski en Jean Van Hamme in de vorm van infopanelen, originelen, uitvergrotingen, beeldjes, 3D-decors en andere vormen van beeld en beweging, komt ook het werk van hun opvolgers en dat voor de diverse spin-offreeksen aan bod. Onze man op reis maakte er een uitstap van en hij biedt je onderstaande fotoreportage aan.
Na enkele delen was Thorgal al de absolute favoriet van miljoenen striplezers. Ook na het afhaken van de originele tandem, tekenaar Grzegorz Rosinski en scenarist Jean Van Hamme, bleef de reeks een bestseller. Naast de hoofdreeks ontstonden verschillende nevenreeksen. Sinds enkele jaren krijgen verschillende tekenaars de kans om een one-shot te tekenen. Ook deze Thorgal Saga’s groeiden uit tot bestsellers.
Het stripmuseum van Angoulême wijdt de grootste van haar vier expo’s volledig aan de werelden van Thorgal. Wie het historische stadscentrum bezoekt, zal het alleszins geweten hebben. Overal duiken pancartes op met afbeeldingen uit verschillende Thorgal-generaties. Een leuke aanvulling voor wie de stripmurenwandeling doet. Ik ben er vijftien verschillende panelen tegengekomen, maar het zou mij niet verwonderen als er nog meer zouden zijn.
Ik verlaat de historische stad en steek de rivier over naar het nieuwe, grote stripmuseum. Er lopen vier expo’s waarvan Thorgal de laatste is. Ik ben dus al flink opgewarmd door de prachtige, grote expo rond veertig jaar Delcourt, ferm afgekoeld door de flauwe banale expo rond LHBTQ+-strips, en op mijn honger blijven zitten bij de schatten van het museum. Het is er nochtans genieten van het ene meesterwerk dat naast het andere hangt in verschillende themazalen. Maar qua omkadering is dit van een immense saaiheid en droefheid. Hiermee zal je niemand, en zeker geen kinderen, overtuigen om ooit een strip te lezen. Het volstaat niet om originele tekeningen van jeugdauteurs een goede meter boven de grond te hangen om een kind te boeien. Ik kan de samenstellers van de expo alleen maar aanraden om even naar het Belgisch Stripcentrum te gaan. Al jaren zijn de hoofdtentoonstellingen er uitnodigende pareltjes die een modern evenwicht bieden tussen kunst, de ambacht én interactiviteit voor een breed publiek. De huidige Alleen-expo is hier nog maar eens een mooi voorbeeld van.
Hoog tijd om de expo rond Thorgal te bezoeken. De curatoren, Piotr Rosinski (zoon van) en stripjournaliste Anne-Claire Norot (Bodoï, Livres Hebdo,...), kregen van het museum alvast de ruimte én de kans om alles uit de kast te halen. De flyer belooft honderdvijftig originele werken — platen, schetsen en schilderijen — van alle Thorgal-tekenaars maar ook zo’n honderdvijftig afdrukken, want onder meer Fred Vignaux werkt volledig digitaal.
De expo opent stevig met een replica van de rots waar Gandalf Thorgal aan vastbond. Een toffe verwijzing naar de openingspagina van de hoofdreeks, alleen jammer dat die verwijzing voor de leek niet zo helder is en pakweg de originele pagina niet te zien is.
Niet getreurd. Mijn aandacht is al snel opgeslorpt door een korte historiek van de makers en de reeks. Vooral enkele originele brieven tussen Rosinski ,die toen nog in Polen woonde, Van Hamme en André-Paul Duchâteau, toenmalig hoofdredacteur van het weekblad Kuifje, trekken mijn aandacht. Voor het eerste korte verhaal van 6 pagina’s betaalde Duchâteau in 1977 de makers 5.000 Belgische frank (omgerekend bijna 125 euro) waarvan 1.250 frank (31 euro) voor Van Hamme en 3.750 frank (93 euro) voor Rosinski.
Duchâteau is blijkbaar de man die het Vikingthema suggereerde en Van Hamme aanduidde als scenarist. Van Hamme is al snel de man die Rosinski duidelijk en krachtig, met zalven en slaan, de kneepjes van het stripverhaal bijbracht. Ik moet hardop lachen wanneer ik het kristalheldere commentaar lees bij zijn opmerking over plaat 6, waar hij de tekening heel slecht vindt om vervolgens te eindigen met een schouderklopje.
Na de uitgebreide voorstelling van de auteurs Van Hamme en Rosinski komen de inkleurders aan bod. Vanaf deel 13, Tussen Aarde en Licht, nam de vijftienjarige dochter van Rosinski, Zofia, de inkleuring over van haar vader. Daarna was het onder andere de beurt aan Graza, de echtgenote van Kas, die zelf na enkele delen de sf-reeks Hans van Rosinski overnam.
Er wordt tijdens de hele expo veel nadruk gelegd op de inkleuring. Elke zwart-witpagina is vergezeld met een gedrukt A4’tje van de ingekleurde versie. Over het hoe en waar ze opgehangen zijn, kan je vragen stellen — je moet al bijna op je knieën zitten om die kleine inkleuringen, die onder de originelen hangen, te zien. Maar het respect voor de inkleuring is er zeker. Bovendien werkt het trucje wel. Zeker bij latere tekenaars zie je de meerwaarde van de inkleuring.
Hierna is het tijd om in het personage Thorgal te kruipen. Hij is niet alleen een echte Viking, maar terzelfdertijd ook een buitenaardse vreemdeling. Een brave rechtschapen familieman die gemanipuleerd zelfs bloeddorstig kan zijn. Kortom, Thorgal is absoluut geen kleurloze (anti)held. Toch zijn het de vele vrouwen rond hem die hem kleuren. Ook zij — de goede en de slechte — komen hierna ruim aan bod.
Opvallend is dat originelen steevast afgewisseld worden met grote geschilderde covers en nog grotere schilderijen die Rosinski veelal na 2000 maakte. Ook duiken er regelmatig 40 centimeter grote beeldjes op van bekende scènes. Deze kunnen mij minder bekoren, want ze neigen me te veel naar kitsch. Smaken verschillen zeker?
Stilaan komen we aan bij de beste albums. De Val van Brek Zarith, Alinoë, De Boogschutters en natuurlijk De Schaduwen Voorbij, waarmee Thorgal definitief doorbrak naar het grote publiek. Man, wat kon die man tekenen! Dat laatste album is een eerste hoogtepunt van de expo. Je komt in een afgesloten ruimte waar met blacklights en laserstralen de levenslijnen uit het album zichtbaar zijn. Ook de eerste overzichtspagina met alle Thorgal-figuren is er te zien. Indrukwekkend.
Als je buiten de verduisterde ruimte stapt, trekt een een metershoge print van de cover van De Barbaar (deel 27) met een 3D-pijl je aandacht meteen. Echt vet! Hierdoor ben ik wel de originele cover van De Boogschutters voorbij gelopen. Pas bij een tweede rondgang heb ik deze van nabij bekeken. Wat een details! De Boogschutters is mijn eerste en grootste Thorgal-liefde terwijl Rosinski mij later in een interview zei dat dit album hem weinig doet. Nu goed, het is straf hoe Rosinski toen nog heel anders schilderde dan pakweg twintig jaar later. Een prachtstuk, wat verloren gehangen op de expo.
Op naar het grafische hoogtepunt met de Qa-cyclus. Tot mijn verbazing zie ik die niet meteen. Er is nog wel de geschilderde cover van de stinker De Blauwe Ziekte en dan, om de hoek, botstn we op twee lange wanden met de direct ingekleurde originelen van de verhalen van Yves Sente die vanaf 2007 de fakkel overnam van Van Hamme. De imposant groot geschilderde cover van Ik, Jolan is een nieuw hoogtepunt. Dit is schilder Rosinski op zijn best. Hoe indrukwekkend die rechtstreekse inkleuring in 2007 was, hoe haastig dit weer leek in 2018 (Aniël). Oké, veel tekenaars komen dan nog niet aan de tenen van Rosinski, maar het machtige grafische stripwerk is nu echt wel voorbij.
Dit wordt nog maar eens pijnlijk duidelijk doordat er hierna plots een (te klein) hoekje rond de Qa-cyclus opduikt met wat schetsen en een paar originelen. Hier mocht er veel, veel meer te zien zijn. Jammer dat het hoogtepunt van de reeks wat weggeduwd lijkt.
En dan is het tijd voor reclame. Een mooi rustpunt is ingelast met enkele illustraties van Thorgal en het spanningsveld Kriss en Aarica.
Vervolgens is er knus hoekje waar je even kan bekomen van het moois. Omringd door schetsen van rnevenpersonages kan je er kijken naar het bekende filmpje van Piotr waar je Grzegorz een schilderij ziet maken in zijn Zwitsers huisje terwijl de kleinkinderen rond hem hangen. Als extraatje is er een print van het afgewerkte schilderij dat naast het tv-toestel hangt. Mooi om te vergelijken hoe het eindresultaat zou worden. Opvallend is dat elke bezoeker op de bankjes gaat zitten om de tien minuten durende film uit te zitten. Het is zelfs drummen voor een plaatsje. Eindelijk echte beleving en bewondering voor de vele neutrale bezoekers. Of is het hun eerste en bijna enige kans om ergens te kunnen zitten terwijl hun partner of ouders te lang blijven hangen bij de vorige werken?
Oh ja, op de foto’s in deze reportage zie je geen toeschouwers. Het is er nochtans druk. Ik ga later nog eens terug naar de expo zonder andere bezoekers en laat alles nog eens op me afkomen. De foto's in deze reportage dateren van dat tweede bezoek. De belichting maakt het echter vaak lastig om reflecties van spotjes te vermijden of zelf geen schaduwen op de tentoongestelde werken te werpen.
Na het filmpje en de 3D-poster van De Barbaar volgt een wat verloren hoekje. Deze keer gewijd aan de belangrijkste nevenfiguur van de reeks, Kriss van Valnor. De kwalitatief prachtige triptiek schilderij / beeldje / originele pagina is uiteindelijk te voorspelbaar. Hier is qua aanpak meer uit te halen.
Al je aandacht wordt dan al getrokken door een rode gloed die de zwevende rotsen uit De Sleutelbewaarster extra cachet geven. Op de rotsen kan je niet zitten — benieuwd hoelang die gaan meegaan! Deze hoek is opnieuw een eyecatcher van de expo.
Van De Sleutelbewaarster en een toelichting over de hele godenwereld en de bijhorende dynamiek met het aliengehalte van Thorgal, is er echter nauwelijks sprake. In deze rode wereld ligt de focus vooral op het werk van Fred Vignaux en Roman Surzhenko. Hun covers zijn afgedrukt op houten plankjes op A3-formaat waardoor ze ook hierdoor niet kunnen tippen aan de reusachtige schilderijen van Rosinski. De rode achtergrond doet de werken ook geen goed.
Bedoeld of niet, ik ga hier toch wel vlot door dit deel van de expo. De held van de tentoonstelling is en blijft tenslotte Rosinski. Een groot, onafgewerkt schilderij, deels in schetsfase, van Thorgal en Kriss, heeft zelfs in deze staat meer aantrekkingskracht dan veel werk van zijn opvolgers.
Eenmaal uit de rode zone is er een nog een muurtje vrij. Als statement wie The King is, hangt daar het indrukwekkende schilderij van de cover van Kah-Aniël met daarnaast opnieuw een schitterend making of-filmpje. Ook dit had een eyecatcher kunnen worden met een bankje, wat stoelen of extra aankleding. Gemiste kans.
Achter de hoek begint een nieuwe wereld van Thorgal. Het is de beurt aan Wolvin, De Jonge Jaren en Kriss van Valnor uit de overkoepepelende spin-offreeks De Werelden van Thorgal met hun respectievelijke tekenaars. Als blijvend statement is er steeds ruimte voor de door Rosinski geschilderde covers die alle aandacht opzuigen.
De gekozen originelen en reproducties van de nevenreeksen zijn een juiste keuze, maar ze komen onvoldoende tot hun recht. Ook hier worden ze naar huis gespeeld door de schilderijen van Rosinski. Oké, er is zwart-wit tegenover kleur, klein tegenover groot, maar toch...
Naadloos gaat de expo over naar de in 2023 met succes gelanceerde spin-off Thorgal Saga. Alle auteurs komen ruim aan bod, met prachtige originelen en hun eigen geschilderde covers. Robin Recht, Corentin Rouge, Roman Surzhenko, Étien David, Mohamed Aouaramri — van wie je ondermeer de drie fases van de cover ziet —, Christophe Bec en Sébastien Vastra. Van deze laatste zijn enkele pagina's en de cover te zien van zijn in 2027 te verschijnen album op scenario van Éric Hérenguel.
Hoewel er geen extra aankleding is in dit deel van de expo, is de kwaliteit van de gekozen werken enorm hoog. Zeker Christophe Bec heeft me enorm verrast. Hij tekende zijn Thorgal op tekenpapier van 35 x 50 centimeter. De dubbelpagina van 50 x 70 centimeter is ronduit meesterlijk. Zo jammer dat de even sterke inkleuring eronder hangt en niet ernaast. Dit mag gerust enkele meters meer aandacht krijgen.
En dan is het bijna afgelopen. Achter het laatste hoekje zie je nog een filmpje waarin Van Hamme en Rosinski aan het discussiëren zijn over hoe ze aan de naam Thorgal kwamen en alsnog de eerste naam Ragnar overboord gooiden. In het filmpje uit 2006 had Rosinski een Stella voor zijn neus en een kettingrokende Van Hamme een rosé. Andere tijden, andere gewoonten. Talent blijft echter overeind.
Uiteraard doorloop ik de expo nog een paar keer, steeds weer nieuwe dingen ontdekkend. Waarschijnlijk niet toevallig kom je er driemaal de slang Nidhogg tegen, telkens in frontaal zicht. De ene keer door Rosinski (Het Kind van de Sterren), de andere keer door Surzhenko en tot slot door Robin Recht. Een simpel beeld om aan te tonen wie de grootste is en blijft.
De titel van de expo Thorgal: Les vies d'un héros is dus vooral een alibi om het genie van Grzegorz Rosinski in de kijker te zetten. Enkel de tekenaars van Thorgal Saga worden min of meer gelijkwaardig in de spotlichten gezet. Erg is dit niet want Rosinski is — zeker vóór 2000 — een fenomenale striptekenaar van wie je oprecht kan blijven genieten.
De expo is me ondanks alle topwerken uiteindelijk wat tegengevallen. Er zouden meer dynamiek en rustplekken in passen. Soms lijkt het even zoeken naar wat men waar zou plaatsen waardoor thema’s als Kriss van Valnor en zeker de Qa-cyclus tussen wal en schip vallen. Het grootste gemis is echter dat de algemene flow te braaf blijft. Ik mis meer grote decorstukken, verrassende projecties en andere extra’s voor de niet doorwinterde stripfan. Kortom, meer blingbling, beleving en interactie. Hierdoor blijft het een klassieke expo voor de fans. Recente grote expo’s in het Belgisch Stripcentrum blinken hier veel meer in uit. Zij kunnen de leek en het grotere publiek voor jong en oud wél boeien. Omdat het toch een fan-expo is, hoopte ik op een prachtig naslagwerk. Ook dat is helaas nietsvoorzien. In de prachtige en grote shop — zeg maar een stripspeciaalzaak — is er enkel een hoekje voorzien waar je de albums kan kopen.
Onvergetelijk zou ik deze expo niet noemen. Kwalitatief prachtig, zeer zeker. Hoe dan ook, ik krijg zin om nog maar eens de glorieperiode van Thorgal te herlezen.