Steven Dhondt (2)

“Dit is zoveel leuker dan al die hedendaagse strips. Die zijn me allemaal te juist en te recht. Geef mij maar kromme, onaffe dingen."

17 februari 2026 Interviews
tekst: Wouter Porteman

 

Valentijnavond. Kaarsjes, roosjes, zwoele parfum, een gin-tonic uit de kunst. De sfeer zit goed. Ik ben er helemaal klaar voor. Exact twee jaar geleden had ik een geslaagde online date. En straks is het weer van dattum. Ik doorblader nog vlug even de strip die naast me ligt, Skinwalker. Opnieuw een knap getekende fantasywestern, maar nu met een flinke scheut horror. Net op het moment waarop een paard wordt opengereten, piept mijn laptop. Aha, mijn date is aangekomen! Steven Dhondt alias Stedho begroet me uitbundig. De tekenaar van onder andere Red RiderDe KriegelsHet Heksenkind, de bestseller Wanted en nu het prima Skinwalker, is er helemaal klaar voor.

 

Steven, onze vorige interviewafspraak was ook op Valentijn. We zullen de volgende keer toch een andere dag moeten kiezen. Mijn vrouw stelt zich vragen. 

Stedho: (lacht) “En het was nu zo gezellig. Zie het positief. Je kan nu wel je introtekst behouden.” (grijnst)

 

Awel, dat ga ik doen! Toen ik je exact twee jaar geleden interviewde voor je vorige western Wanted, zei je me dat je al bezig was met Skinwalker. Het scenario van Gabriel Katz had Christophe Arleston van uitgeverij Drakoo nog ergens in zijn schuif liggen. 

Stedho: “Dat klopt.”

 

Het valt echt op hoe goed die twee verhalen thematisch bij elkaar passen. Was dat de reden waarom je het scenario aannam?

Stedho: “Ik had toen een synopsis doorgekregen en ik voelde het helemaal. Het lag echt in de lijn van het fantasywesternconcept dat we met Wanted hadden. Ik vind het belangrijk dat er een eenheid in de verhalen zit. Als striplezers mijn westerns zien staan, in dat bijzondere formaat en met mijn tekeningen, moeten ze weten dat het verhaal met een hoek af zal zijn.”

 

Was je dan al vanaf het begin specifiek op zoek naar dit soort wat groteske verhalen?

Stedho: “Ja. Toen ik David (Boriau, de scenarist van Wanted, red.) benaderde, vroeg ik hem daar expliciet naar. Ik had geen zin om een klassieke western te tekenen. Christophe Arleston kende mijn wens en schoof dan Skinwalker door naar mij.”

 

Wanted en Skinwalker zijn allebei over the top. Bij Wanted refereerde ik al voorzichtig naar From Dusk Till Dawn van Quentin Tarantino. Dit gaat hier nog veel meer op! Heb je als Tarantino-fan zelf nog dingen toegevoegd aan het scenario? 

Stedho: “Niet echt. Ik ben trouw gebleven aan het originele scenario. Maar ik had wel de vrijheid om kleinere dingen toe te voegen. Ik heb het voordeel dat ik realistisch teken met een karikaturale inslag. Hierdoor kan ik bepaalde expressies gemakkelijk uitvergroten zonder dat de lezers vreemd opkijken. Ik liet bijvoorbeeld het bloed er wat meer afspatten dan in het scenario stond. (lacht) Ik mocht ook uit de bocht gaan. Dat moet je me geen twee keer zeggen! En zo kan het weleens gebeuren dat er een kop af vliegt. (grijnst) Het is ook een verhaal waar de emoties heel uiteenlopen. Je hebt tedere momenten, zelfs lachwekkende maar ook extreme horror. Mijn grafische stijl met al die expressieve smoelen past hier wonderwel bij. Ik kon hier alle registers opentrekken.”

Dat zie je ook. Het tekenplezier spat echt van de pagina’s. 

Stedho: “Dank je wel. Het meeste plezier beleef ik aan de storyboardfase. De inktfase daarentegen is voor mij echt werken. Ja zelfs, puffen en zweten. Daar moet ik me echt aan zetten. Bij het schetsen kan ik een hele dag doorgaan zonder zelfs maar eventjes van mijn stoel op te staan.”

 

Hoelang duurt elke fase?

Stedho: “In de storyboardfase maak ik 3 tot 5 pagina’s per dag. Sommige scènes zijn dan zelfs al redelijk uitgewerkt. Ik ben daar echt razendsnel in. Het inkten en inkleuren gaat dan weer heel traag. Voor 2 pagina’s heb ik toch bijna een week nodig.”

 

Was het scenario van Skinwalker al volledig geschetst door de scenarist?

Stedho: “Nee, net niet. In tegenstelling tot David Boriau, die me een summier uitgetekende versie geeft, werkt Gabriel Katz met een klassiek uitgeschreven scenario met alle omschrijvingen van wat er op die pagina moet gebeuren. Elke scenarist heeft zo zijn methode. Gabriel kan nochtans tekenen. Ik heb hem pas voor het eerst in levenden lijve ontmoet op een signeersessie van het stripfestival van Saint-Malo toen Skinwalker al uit was. Ik was toen echt verrast hoe goed hij kan tekenen. Wel op een karikaturale manier, maar echt tof.”

 

Had je hem voordien dan nog nooit ontmoet?

Stedho: “Nee. We hadden enkel wat rechttoe rechtaan gemaild. Maar het was echt leuk hem te ontmoeten. Sympathieke gast!”

 

Zijn naam deed me geen belletje rinkelen. Hij heeft blijkbaar nog maar een handvol strips geschreven (onder andere Steen der Chaos met tekenaar Stéphane Créty, vertaald door Uitgeverij L). 

Stedho: “Dat klopt. In zijn wereldje is hij wel redelijk bekend als fantasyschrijver. Maar die heb ik nog niet gelezen.”

 

David Boriau werkte met blokken van 20 pagina’s. Nu had je meteen het volledige verhaal. Wat vind je leuker?

Stedho: “Ik had eerst de synopsis en vervolgens de volledig uitgeschreven eerste helft van het verhaal. Na een beetje aandringen, kreeg ik toch de rest. Ik vind het belangrijk dat ik een totaal overzicht heb. Dan weet ik waar ik naartoe kan werken. Met het blokkensysteem van David moest ik soms bepaalde afgewerkte zaken moest herwerken omdat we later bepaalde ingrepen deden in het verhaal. Als je het volledige verhaal al hebt, vermijd je dit.”

 

Kwam dat herwerken dan zo vaak voor?

Stedho: “Nee, maar het is wel vervelend. Iedereen heeft ergens wel een blinde hoek met zaken die uit het oog zijn verloren of niet kloppen. Als je het volledige overzicht hebt, vallen die dingen voor een tekenaar vlugger op dan als je het verhaal in stukjes krijgt.” 

 

Ik las ergens dat je favoriete strippersonages Blueberry en Batman zijn. Die eerste pagina kon zo weggelopen zijn uit een Batman. Je eerste vakje is Arkham Asylum en het tweede is jouw westernversie van The Joker in een isoleercel. Ik vond dit geweldig! Was dit je eerbetoon? 

Stedho: “Dat is er heel natuurlijk ingeslopen. De scenarist mailde me nog of hij niet te veel op The Joker leek? Tja, sorry… Ik kon niet anders. (lacht) Het sanatorium speelt een sleutelrol in het verhaal en het was zo omschreven dat het voor mij wel erg leek op Arkham Asylum. Die over the top grijns komt dan weer uit mijn geheugen. Ja, die kerel zou zijn plaats wel hebben in het asiel van Gotham.” 

Horror en strips. Persoonlijk vind ik dat een moeilijk genre. In de bioscoop vallen beeld en geluid exact samen, en blijf je je rot schrikken. In een strip is er altijd de keuze wat je eerst gaat doen: ofwel de tekstballon lezen ofwel kijken naar het beeld. Het schrikeffect is altijd minder overweldigend. 

Stedho: “Ik heb daar minder last mee. Ik probeer mijn tekeningen altijd de tekst te laten ondersteunen zodat ze elkaar versterken. Daarnaast probeer ik ook de compositie zo op te bouwen dat het de filmmuziek vervangt. Ik weet niet of ik daarin slaag, want je blijft wel beperkter in mogelijkheden dan in de film. Het schrikmoment zal altijd meer gedempt zijn dan op een reuzegroot scherm. Toch kan je de tekortkomingen van het medium van de strip wel compenseren met kleine dingetjes.”

 

Kan je daar een voorbeeld van geven? 

Stedho: “Neem nu pagina 57. Jo komt op haar slaapkamer en gaat slapen. Dat is het. Je hebt weinig tijd om zo’n scène op te bouwen, maar je werkt wel duidelijk toe naar een cliffhanger. Rechtsonder heb je dan ook het schrikmoment, versterkt door een onomatopee. De dingen die daaraan voorafgaan, zijn echt onbetekenend. Er gebeurt dus niets. Ze komt binnen, steekt het licht aan, klopt het stof uit de matras en ligt in bed. Qua actie is dit uiterst beperkt. In een film kan je dit nog langzamer opbouwen. Hier heb ik toch in enkele kernmomenten gewerkt, maar je voelt wel dat er iets zal gebeuren. De cliffhanger doet je vervolgens heel snel de pagina omslaan. Als striptekenaar kan je echt wel die spanning opbouwen. Het volstaat soms om wat vakjes te verschuiven van pagina of plaats om het effect te verhogen.”

Ik blijf het toch een moeilijke vinden. Ik kon het verhaal vooraf lezen via pdf. De prachtige pagina waar de skinwalker die boef onthoofdt, heb ik zo vakje per vakje naar beneden gescrold om dan totaal verrast te zijn door die skinwalker. Toen ik gisteren het album op papier las, werd mijn blik automatisch getrokken naar rechtsonder. De verrassing was veel minder. 

Stedho: “Dat klopt. Maar je moet daarmee spelen. De titel Skinwalker zegt al dat het gaat over indiaanse monsters. Je weet wat je zal krijgen. Je verwacht slachtpartijen en je krijgt ze. Geef toe, je hebt de linkerpagina sneller gelezen om vlug naar die slachtscène te raken. Je was ook benieuwd waarom dit net dan gebeurt. Breaking Bad doet dit ook. Elke aflevering begint met een sleutelscène die ze prijsgeven. De rest van de aflevering werkt er dan opnieuw naartoe.”

 

Wanted was met zijn vele paginabrede vakjes een eerbetoon aan de Italiaanse filmregisseur Sergio Leone (The Good, The Bad And The Ugly, Once Upon A Time In The West). In Skinwalker ben je daar vanaf gestapt. Hier gebruik je heel vaak prenten in prenten waardoor het ritme helemaal anders is. 

Stedho: “David Boriau is een grote fan van Leones westerns. Hij wou die brede beelden nog verder doordrijven, maar de uitgeverij is daar wat op de rem gaan staan. Hier kon ik die techniek wat minder gebruiken. Enerzijds door het gewenste ritme, maar anderzijds kwam dit ook door hoe het scenario was geschreven. Bepaalde frames waren zo vol omschreven dat ik niet alles duidelijk in één vakje kon krijgen. Dan helpt zo’n focusbeeld wel. Zo kon ik de beschreven actie beter opdelen. Ik kon hier ook from scratch beginnen. Bij David waren de pagina’s immers al uitgetekend, bij Gabriel niet. Ik had hier veel meer vrijheid om grafisch mijn stempel te drukken.”

 

Ben je eigenlijk een horrorfan? 

Stedho: “Nee, niet echt. Ze hadden me dit jaar gevraagd voor Bloeddorst deel 2. Ik zei ze onmiddellijk dat dit een genre is waar ik niet in thuis ben. Maar dan denk je er toch eens over na. Ik ben een grote fan van David Lynch. En daar schuilt toch ook een pak horror in. Ja, toch? Zo begint Blue Velvet met een oor in een veld waar men dan op inzoomt. Dat vind ik dan horror. Ook The Blairwitch Project is een leuke film. Maar als het er echt te dik op ligt, is dat niet mijn ding.” 

 

In Skinwalker zit ook een uitgebreid schetsdossier. Verrassend genoeg vind ik je zoektocht naar de personages realistischer getekend dan ze uiteindleijk geworden zijn. Jo Walker en de skinwalkers zien er daar braver uit dan in de strip zelf. 

Stedho: (doorbladert het schetsdossier) “Dat was me nog niet opgevallen, maar het klopt. Ze komen hier nu inderdaad braaf over. Als ik een figuur ontwerp, val ik blijkbaar sterk terug in het realistische. Maar die stijl kan ik nooit volhouden in een strip. Ik heb altijd de neiging om dat karikaturale op te zoeken. De skinwalker was wel een moeilijke zoektocht. Ik was niet direct overtuigd van de eerste schetsen. In de omschrijving stond enkel dat een skinwalker allerlei gedaantes kan aannemen. Ik kon kiezen uit de gedaantes van een beer, een wolf, een raaf of een tovenaar. Begin er maar aan. Ik heb hem dan laten liggen tot hij uiteindelijk in beeld zou moeten komen. Het zou wel komen. Op pagina 31 verschijnt de skinwalker voor het eerst en het was er direct op. Als ik nu even die schetspagina’s herbekijk, zijn de meeste personages wel nog identiek dan bij die eerste voorstudies. Zo vond de uitgeverij de operazangeres Diane Mc Lane er wat te streng uitzien. Ze was niet gezellig genoeg, maar de scenarist bleef er op hameren dat ze er wat onsympathiek mocht uitzien. Dus zij is onveranderd gebleven. Enkel Werner Kenz is minder bonkig geworden. Ik heb hem scherper en knapper gemaakt. Dat past ook meer bij zijn rol en karakter.” 

In ons vorig interview zei je dat Rose pas echt tot leven kwam toen je haar een zonnebril gaf. Is het daarom dat je nu Mister Joshua een wandelstok hebt gegeven?

Stedho: “Ja, ik geef mijn personages graag zo’n dingetje waarmee ze iets kunnen doen. Er is voor mij niets saaier dan stokstijve talking heads te tekenen. In mijn strips pakken ze hun bril of een hoed vast. Bij Jo was haar hoed dan nog eens half kapot door de klauw van een skinwalker. Dat geeft een extra dimensie. Ook roken is enorm dankbaar — hoe ongezond het ook is. Je kan een sigaretje opsteken, weggooien, uittrappen,...”

 

Je aanpak doet me wat denken aan Albert Uderzo. Obelix bijvoorbeeld houdt ook nooit zijn handen stil en ondersteunt met zijn gebaren altijd wat hij zegt. 

Stedho: “Ik heb altijd graag Asterix gelezen. Misschien heb ik dat onbewust opgepikt. Het versterken doe ik ook vaak. Op pagina 64 bijvoorbeeld zegt Kenz ‘Laat maar, ik betaal wel’ en hij legt zijn hand op zijn borst. Ik moet alleen oppassen dat het geen theater wordt, waar ze ook hun bewegingen uitvergroten zodat de toeschouwers achterin de zaal ook nog kunnen volgen. Het is een evenwicht zoeken. Maar het mag visueel niet te statisch worden. Ik vertel graag veel met een tekening zodat er meer onnodige tekst kan geschrapt worden.”

Ik had nog nooit gehoord van skinwalkers, dus ben ik maar even gaan googlen. Skinwalkers zijn blijkbaar een belangrijk onderdeel van de Navajo-cultuur. Deze stammen wonen in Arizona, New Mexico,... dus in het zuiden. In het noordelijke Montana, waar deze strip zich afspeelt, woonden de Blackfeet, de Cree en de Cheyennes. Vooral de eerste twee stammen dweepten met de wendigo. Maar dat monster is een broodmagere reus, vaak getooid met een gewei. Hoe komt het dat jullie dit monster niet gebruikt hebben? 

Stedho: “Dat zou je aan de scenarist moeten vragen. Op signeersessies waren er ook veel mensen die een wendigo vroegen in plaats van een skinwalker. Ik heb er zelf nooit bij stilgestaan. Ik denk dat het beeld van een skinwalker nauwer aansloot bij wat Gabriel wou vertellen.”

 

Ik dacht dat die verwarring net bedoeld was. Een wendigo kan je bijvoorbeeld wel doden met zilveren kogels of een houten staak in het hart...

Stedho: “...En daarom zijn Mister Joshua en zijn gangsters niets met hun kogels. De scenarist zal dit dan waarschijnlijk doelbewust zo gekozen hebben. Ik heb dit nooit zo diep onderzocht als jij.” (lacht) 

 

Ik heb er nog eentje. In Skinwalker wordt op een bepaald moment de hulp ingeroepen van de cavalerie. In Lucky Luke komt die altijd te laat, maar hier komt hij helemaal niet. 

Stedho: “Misschien is dat net de grap. Die ingreep is helemaal niet noodzakelijk voor het verhaal. Ik herinner me nog dat ik de scenarist gevraagd heb om die pagina’s voor iets anders te gebruiken, maar hij bleef bij zijn standpunt. Het creëerde natuurlijk wel een verwachtingspatroon.”

 

Inderdaad, ik zag al een gore splatterscène voor me met honderden blauwbloezen en skinwalkers. 

Stedho: (lacht) “Ik dacht net hetzelfde, maar dan in werk. Straks ga ik heel veel mannetjes en heel veel paarden moet tekenen. Die cavalerie was echt een spielereitje van de scenarist.”

 

Net zoals in Wanted, wordt Skinwalker gedragen door een heterogeen groepje hoofdrolspelers die één complementair geheel vormen…

Stedho: “Ja, zo drie verschillende karakters samen, dat werkt echt wel.”

 

Die mensen komen elkaar altijd toevallig tegen, de onderlinge chemie is er direct en ze duiken samen het avontuur in. Links en rechts wordt hun verleden of achtergrond wat oppervlakkig aangehaald, maar er wordt hier nauwelijks iets mee gedaan. 

Stedho: “Ik heb van de scenaristen altijd een uitgebreide achtergrond gekregen van hun personages. Dat helpt me wel om hen aan te kleden en ze een smoel te geven. Er zijn redenen waarom Mister Joshua en de gangsters allemaal in het zwart gekleed zijn. Het waarom hebben we niet gezegd. Dat laten we over aan de fantasie van de lezers. Je kan ook niet alles uitleggen. Werner Kenz was in zijn bio een Jood, maar dat hebben we niet uitgewerkt. In zijn eerste schets — de tweede man linksonder op de eerste schetspagina — zag hij er nog meer Joods uit met zijn baard. Uiteindelijk kan je niet alle informatie verduidelijken. Mochten we dit wel doen, dan wordt het album te dik en dan is het vaak te duur voor een uitgever.” 

 

Heb je nooit zin gehad om een van die personages te recupereren en zijn of haar geschiedenis verder uit te diepen? 

Stedho: “Dan zou je al een vervolg moeten maken.”

 

En waarom doe je dit niet?

Stedho: (grijnst) “Dat gebeurt nu ook. Er komt nog een Wanted op scenario van David. Hmm, ik denk toch dat het Wanted zal heten, uit commerciële overwegingen of zo, maar dan wel met een andere ondertitel. Nochtans wordt er niet iets specifieks gedaan met het tekentalent van Dull. Die Wanted-posters spelen geen rol meer in het nieuwe verhaal. We zoomen meer in op bepaalde figuren uit Wanted. Maar ik heb nu eigenlijk al te veel gezegd.” 

Wanted: Het Bloedportret door Steven Dhondt en David Boriau verscheen in 2024 bij Standaard Uitgeverij.

 

Is het een nevenverhaal, een prequel of een chronologisch vervolg? 

Stedho: “Het start waar het vorige eindigt. Maar er wordt maar één keer verwezen naar de eerste Wanted. Het is echt een volledig losstaand verhaal.”

 

Tof! Je had ook een eigen scenario geschreven dat normaliter na Skinwalker zou uitkomen. Wat gebeurt daar dan mee? 

Stedho: “Dat komt als vierde deel uit. Het contract voor dat verhaal heb ik onlangs ondertekend. (glundert) Ik heb echt goesting om die te tekenen. Het wordt weer iets helemaal anders en toch niet. Het blijft een fantasywestern, maar dan eentje met freaks en verrassende wendingen. Het wordt wel een dikker verhaal van 115 pagina’s.” 

 

Hoe ver zit je nu met deel 3? 

Stedho: “Pagina 60 van de 86 is nu afgewerkt. Eind mei zou ik hiermee klaar moeten zijn en dan begin ik onmiddellijk aan deel 4.”

 

Ooit heb je mij gezegd dat Alexis Dragonetti (de in 2019 verongelukte CEO van de uitgeefgroep Ballon Media, nu opgegaan in de groep Standaard Uitgeverij) aan het lobbyen was tussen de uitgeverij en de erven om je een Lucky Luke te laten tekenen. Na zijn onverwachts overlijden is dat helaas stilgevallen. Leeft die droom nog? 

Stedho: “Het is dubbel. Ik ben heel blij met de reeks die ik nu teken, maar Lucky Luke is ook mooi. Het project was er ook nog niet door. Het was toen afgewezen door de Franse tak die het niet helemaal zag zitten. Jammer, want Lectrrs (met wie Steven de reeks Red Rider heeft gemaakt, red.) scenario was echt goed. We zijn daar wel ver mee gegaan. Het scenario was zelfs volledig uitgeschreven... Ik zal het eerstdaags nog eens herlezen, want het was echt wel leuk. Ik kan het helaas niet recupereren, want het was volledig geënt op Lucky Luke.”

 

En dan is er nog je kindje Tussen de Plooien, het verhaal van een vluchteling in Brussel die zijn eigen taal zoekt en waar René Magrittes surrealisme niet veraf is. Ook dat zou een stevig album moeten worden van 150 pagina’s.

Stedho: “Die strip wil ik zeker nog maken! Maar nu moet ik mijn focus houden op mijn westerns. Het zou te gek zijn om dit nu overboord te gooien. Niet alleen financieel, maar die strips zijn ook belangrijk voor me én superleuk om te maken.”

 

Logisch. Die fantasywesterns liggen je echt wel. Dat rauwe, dat onverwachte, die aardkleuren,...

Stedho: “Ja! Wat ik nu mag tekenen, is helemaal mijn wereld. Ik amuseer me daar geweldig mee. Dit is zoveel leuker dan al die hedendaagse strips. Die zijn me allemaal te juist en te recht. Geef mij maar kromme, onaffe dingen.”

 

Is het daarom dat zelfs je kaders niet met de lat getekend zijn?

Stedho: “Ja. Ook die teken ik met de vrije hand. Dat werkt wel. Het mag niet te strak zijn. Ja, dat is het. Het mag niet te strak zijn. Dit is de samenvatting van mijn werk.”

Skinwalker door Steven Dhondt en Gabriel Katz verscheen op 12 februari 2026 bij Standaard Uitgeverij. Het hardcoveralbum van 96 pagina's kost 23,99 euro.

 

Lees hier het interview uit 2024 over Wanted: Het Bloedportret.