28 of 277
Onvoltooid project: Lefranc 2 door Jacques Martin
Na Jacques Martins eerste Lefranc-album Het Sein Staat op Rood, dat hij in 1952 voor het weekblad Kuifje creëerde, was hij van plan om verder te gaan met de reeks. Hij begon aan een tweede verhaal waarvan hij twee pagina's tekende en enkele potloodschetsen. Omdat hij in 1954 in dienst ging als assistent voor Hergé moest hij Lefranc aan de kant schuiven. Jo, Suus en Jokko's De Najavallei en het Kuifje-verhaal De Zaak Zonnebloem kregen voorrang. Hij heeft zijn oorspronkelijke tweede avontuur van Lefranc zelf nooit afgewerkt.
De redactie van het weekblad Kuifje was trouwens niet gewonnen voor Lefranc nog vóór het eerste verhaal van start ging. Ze hadden liever dat hij doorging met Alex. Martin wist toch zijn zin door te drijven. En de lezers volgden hem, want het spannende verhaal viel duidelijk in de smaak. De redactie waaide met de wind mee en stelde Martin voor om te stoppen met Alex en enkel met Lefranc door te gaan. Dat ging voor Martin dan weer te ver en opnieuw wist hij de redactie om te praten. Alex tekende hij namelijk toch wel liever. Hij zou in het vervolg wel beide reeksen met elkaar afwisselen.
Door zijn werkzaamheden bij Studio Hergé had hij echter nauwelijks tijd om zich aan zijn eigen reeksen te wijden. In deze studioperiode (van 1954 tot 1971) publiceerde hij slechts zeven albums van Alex, van De Tiara van Oribal (deel 4) tot Iorix de Grote (deel 10), en twee van Lefranc, De Vlammenzee (deel 2) en De Giftige Sneeuw (deel 3). Tussen de Alex-verhalen De Zwarte Klauw (deel 5) en De Verloren Legioenen (deel 6) zaten vijf jaar waarin Martin trouw voor Hergé werkte. In 1962 vond hij toch nog tijd om aan een nieuw Alex-verhaal te beginnen. Het was het eerste van wat nu zijn klassieke periode wordt genoemd.
Nadat hij de studio in 1971 verliet, slaagde Martin erin om zijn productie te verdubbelen door Alex in de helft van de tijd te tekenen als voorheen. Hij maakte ook nieuwe avonturen van Lefranc die voortaan werden getekend door Bob De Moor (die aanvankelijk decors tekende en het volledige verhaal Het Hol van de Wolf) en nadien door Gilles Chaillet, Christophe Simon, Francis Carin, André Taymans en Erwin Drèze, Régric, Alain Maury en Christophe Alvès.
Het verhaal waar Jacques Martin na Het Sein Staat op Rood aan was begonnen, hebben tekenaar André Taymans en decortekenaar Erwin Drèze op scenario van Michel Jacquemart meer dan een halve eeuw later alsnog uitgewerkt als De Meester van het Atoom, in 2006 verschenen als deel 17 in de reeks Lefranc. Plaat 2 in dit album is een geïnkte versie van Jacques Martin zelf, terwijl de platen 4, 5 en 6 geïnkt zijn op basis van potloodtekeningen van Martin.
Leuk extra weetje: van het in 1954 als album verschenen Het Sein Staat op Rood raakten van de Franse editie 750.000 exemplaren verkocht, waarvan 400.000 in Zuid-Amerika. De triomf van dat avontuur wekte dan weer het wantrouwen en woede bij Edgar P. Jacobs. Hij verdacht de redactie van het weekblad Tintin/Kuifje ervan dat de stijl van zijn Blake en Mortimer van hem werd ontnomen voor nieuwe reeksen. Sindsdien was hij altijd defensief uit vrees dat zijn werk zou worden geplagieerd, een verwijt dat hij ook Willy Vandersteen heeft gemaakt. De wrevel van Jacobs voor Martin ging zelfs zo ver dat hij hem per brief uitdaagde voor een duel. Tien jaar later, bij de voorpublicatie van De Giftige Sneeuw in 1964, complimenteerde Jacobs zijn collega Martin voor zijn gehele œuvre en excuseerde hij zich voor zijn vroegere houding door hem te zeggen dat "het maar om te lachen was".
28 of 277