Moeilijke bevalling voor De Babysmurf

8 november 2025 Flashback

Op 6 december 1984 verscheen in Humo nummer 2309, met toepasselijke Sinterklaascover, het eerste deel van De Babysmurf als bijlage. Er werd ook een wedstrijd gelanceerd met "wel duizend prijzen". De week erna vonden lezers deel 2 in hun weekblad. Peyo en opgetrommelde medewerkers haalden ternauwernood de zeer strikte deadline om het gloednieuwe album tegen Kerstmis 1984 in de winkels te krijgen. En dat was een héél moeilijke bevalling. Humo was toen nog een uitgave van Dupuis, tevens de uitgever van De Smurfen, maar zowel Humo als de in Marcinelle gevestigde uitgeverij doorliep woelige wateren. Het zou uitmonden in wat de pers omschreef als "Dallas in Marcinelle". Een niet geringe rol voor de latere verkoop van de uitgeverij was weggelegd voor het jongste blauwe wezentje in de Smurfengemeenschap.

Na tal van familievetes, interne problemen en in een halve crisisstemming werd de uitgeverij in 1985 overgenomen door de Franse uitgeverij Hachette en de investeringsgroep Groep Brussel Lambert (GBL) van de Belgische zakenman Albert Frère. Dat veroorzaakte grote onrust bij diverse redacties, zoals die van Humo en Robbedoes. Terecht. Jean Van Hamme werd in 1986 eventjes aangesteld als directeur van Dupuis met de opdracht de stripbladen Spirou en Robbedoes, die niet langer als rendabel werden beschouwd, te liquideren. Hij deed het tegendeel, hij redde beide stripbladen van de ondergang, naar eigen zeggen dankzij het goede werk van de opeenvolgende hoofdredacteurs, en lanceerde ook nog eens de collectie Vrije Vlucht. In 2004 deden GBL en Hachette de onderneming weer van de hand voor 102,5 miljoen euro aan Média-Participations waardoor een van de laatste grote Belgische uitgevers in Wallonië in Franse handen kwam. Dat betekende opnieuw een crisis, inclusief tekenaars die voor de poort een stakingspiket opwierpen en een motie van wantrouwen opstelden. Voormalig hoofdredacteur van Robbedoes, Yvan Delporte, bewees nog een van de meest strijdvaardige medewerkers te zijn, nota bene in een rolstoel. Er vielen ontslagen bij het management en andere maatregelen werden getroffen. Zo ging het weekblad Robbedoes voor de bijl, Spirou mocht daarentegen blijven bestaan. Dergelijke initiatieven zien aandeelhouders altijd graag. Het jaar erop schoot de winst met 50% de hoogte in.

Maar nu terug naar 1984, het jaar waarin Humo een te duchten concurrent kreeg met het nieuwe weekblad Dag Allemaal. In oktober 1984 kregen de werknemers van Dupuis te horen dat er een verkoop op til was. Net in die periode brak Peyo met zijn De Smurfen fenomenaal door in de Verenigde Staten door de tekenfilmserie die Hanna-Barbera sinds 1981 produceerde en waarvan het uiteindelijk negen seizoenen (goed voor 256 afleveringen) zou maken. De Franse audiovisuele groep AB Productions zag daar eveneens brood in. De Franse tv-presentatrice Dorothée lag bij hen onder contract en zong de Franse versie van de soundtrack van de Amerikaanse tekenfilmserie in. AB Productions zette het op een plaatje dat platina haalde, goed voor een verkoop van 1 miljoen exemplaren.

Zakenman Claude Bera (de B in AB) zag het groter en wilde zijn activiteiten uitbreiden. Via de onderneming Dagobert Distribution plakte hij drie tekenfilmafleveringen van De Smurfen aan elkaar en liet ze circuleren in de bioscoop, maar dat was geen succes. Hij gaf niet op. Hij wilde tegen Kerstmis 1984 de aflevering over de babysmurf, toen nog niet uitgezonden in Europa, met twee andere afleveringen (waaronder De Olympische Smurfen) in de zalen krijgen. Hij kreeg Peyo zo ver om de aflevering over de babysmurf te verstrippen. Peyo wilde sowieso niet dat de albums zouden lijden onder het tekenfilmsucces. Maar in die tijd had hij al jaren geen pagina meer van De Smurfen getekend en zijn gezondheid was belabberd. Door zijn diabetes moest hij dagelijks drie insulinespuitjes krijgen, terwijl hij talloze keren het vliegtuig moest nemen om onderhandelingen te voeren over merchandising en andere zaken, nu eens in New York, de andere dag in Bangkok, dan weer in Hongkong. Omdat hij niet op regelmatige momenten zijn spuitjes kreeg, viel hij soms in zwijm. Zijn vrouw Nine wilde hem niet meer alleen laten. Peyo kreeg ook nog eens te kampen met depressieve buien. In delegeren was hij volgens goede vriend Jean Roba (Bollie & Billie) geen held. De stripmaker was bijna tegen zijn wil om een zakenman geworden.

Om de productie van de strip De Babysmurf in een recordtijd te realiseren, schakelde Peyo voormalige medewerkers in: François Walthéry (Natasja) en Marc Wasterlain (Dokter Zwitser, Sarah Spits). Op 29 oktober 1984 begonnen ze aan het verhaal van twintig pagina's. Zes dagen later (!) waren ze klaar. Voor hen was het meer een vriendendienst, erkentelijkheid voor de schepper van De Smurfen, hun oude werkgever, dan een geval van "uitbuiting" op anonieme basis voor iemand die zelf een fortuin verdiende. Dat verwijt gaven vooral Franse tekenaars de heren Walthéry en Wasterlain. Door met de twee samen te werken, leefde Peyo ook weer op. Hij vond zijn gevoel voor humor terug en dreigde bijvoorbeeld om hen in zijn kelder op te sluiten en ze alle afleveringen van de tekenfilmserie te laten bekijken. "Die waren goed voor uren, een ware marteling", knipoogde Walthéry. De Babysmurf was niettemin de laatste samenwerking tussen Walthéry en Peyo. Voor een voorpublicatie in Robbedoes was De Babysmurf te laat klaar, want het album moest snel in de winkel terechtkomen. De redactie koos er dan maar voor om een ministrip met afbeeldingen uit de tekenfilmaflevering te publiceren.

Twintig pagina's van De Babysmurf volstonden niet voor een regulier album. Daar werden drie eerder in Robbedoes gepubliceerde korte verhalen aan toegevoegd. Hoewel de kwaliteit van het tekenwerk letterlijk haastwerk was, kende het album een ongelofelijk succes. Begin december 1984 waren er al bijna 1 miljoen albums verkocht in het Frans en Nederlands. De lancering ging niet alleen gepaard met de bioscoopfilm en een grote reclamecampagne, het betekende ook de terugkeer van Peyo op het striptoneel na vier jaar afwezigheid. De verkoop van het album was bovendien een opsteker voor uitgeverij Dupuis die het zakencijfer zag aanzwellen. Nadat ze het principeakkoord met Albert Frère en Hachette in oktober 1984 hadden gesloten, veranderden ze van mening en wilden ze het bedrijf verkopen aan uitgeverij Mondiales, bij die gelegenheid een partner van Dagobert Distribution. Uiteindelijk ging de verkoop aan GBL en Hachette alsnog door zoals gepland.

Om het personeel in de nog steeds onzekere periode te paaien, gaf het bestuur van Dupuis aan elke werknemer een exemplaar van het album voor hun Sinterklaas terwijl Peyo naar de drukkerij ging om er pluchen knuffels van de Smurfen uit te delen aan de arbeiders die net de laatste exemplaren van de strip drukten. Het was een charmeoffensief. Later realiseerde Peyo zich dat zijn stripreeks de prijs voor de verkoop van de uitgeverij hielp opdrijven. Na deel 13 (waar hij nog contractueel toe verplicht was) gaf hij de albums een periode zelf uit onder het label Cartoon Creation (zie verder) naar het voorbeeld van zijn beste vrienden André Franquin, die de rechten op de Marsupilami en Guust Flater aan het in 1986 opgerichte Marsu Productions verkocht, en Jean Roba, die vanaf 1988 Bollie & Billie officieel bij uitgeverij Dargaud publiceerde, maar dat eigenlijk onder een eigen label deed. Vanaf deel 17 (in 1992) koos Peyo voor Le Lombard. Dat dertiende album, De Smurfjes, volgde eenzelfde traject als De Babysmurf: eerst was er de tekenfilmaflevering, dan een compilatie voor de bioscoop en vervolgens het album in 1988.

De oplage en de auteursrechten van deel 12, De Babysmurf, maakten het fortuin van Peyo nog groter. Ondanks zijn verknochtheid aan zijn geboorteland noopte de gulzige Belgische fiscus hem naar een verhuis naar Zwitserland waar een gunstiger belastingklimaat heerst. In 1985 verlegde hij zijn domicilie naar Lausanne, waar Peyo en zijn vrouw verschillende maanden per jaar woonden. Tot Peyo zich verplicht zag nieuwe assistenten aan te werven en een nieuwe studio op te richten om aan de exploderende vraag naar illustraties voor afgeleide producten te voldoen. Zijn zoon Thierry kwam hem voortaan ook helpen. Thierry Culliford studeerde voor interieurarchitect, maar in het laatste jaar gaf hij er de brui aan. Voor het nieuw opgerichte Cartoon Creation startte hij als tekenaar. Nadat Peyo goed bedoelde, constructieve kritiek gaf op een pagina met geraamtes, verscheurde Thierry zijn plaat. De kritiek van zijn vader viel hem zwaar en hij heeft nooit meer een strip getekend. Tegenwoordig bestiert hij de albumproductie en schrijft hij mee aan de scenario's. Met I.M.P.S. (International Merchandising, Promotion and Services), met dochter Véronique aan het hoofd, kwam er een firma voor het wereldwijde beheer van de merchandising en licenties. Over de latere speelfilms hebben we het dan nog niet, maar in elk geval bleven de Smurfen een wereldwijd fenomeen.

Bron: Hugues Dayez — Peyo L'Enchanteur, Niffle, 2003