4 of 243
Leonardo, van 800 naar 100.000 exemplaren dankzij herkansing in Eppo
In het sinds 2009 opnieuw verschijnende Eppo staat Leonardo van Turk en Bob de Groot en sinds 2016 scenarist Zidrou sporadisch in het stripblad als een van de weinige stripreeksen die vroeger ook al een vaste waarde was in Eppo. Sterker zelfs, dankzij Eppo werd de reeks in het Frans niet stopgezet en haalde het een latere gemiddelde oplage van 75.000 exemplaren.
De in Durbuy geboren tekenaar Philippe Liégeois gebruikte voor het eerst zijn pseudoniem Turk voor een kort verhaal met het personage Eustache Trompe (naar trompe d'Eustache, de buis van Eustachius) met woordspelingen als knipoog naar Achille Talon (Olivier Blunder) van Greg. Om in de parodiesfeer te blijven, koos hij voor Turk. Lees Greg als Grec (Grieks, waarbij zijn woordspeling met Achille Talon, talon d'Achille, achilleshiel, Griekse mythologie wel heel erg goed gevonden is) en Turk als Turc (Turks) en je begrijpt de extra dimensie aan de woordspeling die Turk zelf omschreef als een flauw mopje. In die tijd schoot Turk al goed op met Tibet (de tekenaar van Rik Ringers en Chick Bill), waardoor we in de aardrijkskunde en de woordgrapjes blijven steken. Turk ging er niet vanuit dat hij van strips zou kunnen leven. Toen het wel serieus begon te worden, stelde Bob de Groot voor om het pseudoniem Turk te behouden.
Op zijn zestiende, in 1963, stuurde Turks moeder zijn eerste stripverhaal naar het weekblad Robbedoes waar hij als stagiair mocht beginnen werken. Hij moest er voornamelijk fotokopieën nemen van originele platen van André Franquin, Jijé, Peyo en andere coryfeeën, zodat ze aan de hand van die kopieën zelf nog wisten waar ze gebleven waren met hun verhaal en aan het vervolg ervan konden werken. Turk kopieerde de platen telkens twee keer: één keer voor de tekenaars, een tweede keer voor zichzelf om ervan te leren. Hij letterde er ook strips voor de Nederlandstalige editie van het weekblad. Hij bleef er twee jaar werken voordat hij naar de voormalige Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena verkaste en zijn militaire dienstplicht moest vervullen. Daarna trok hij opnieuw naar Dupuis om er pagina's van bestaande strips aan te passen voor de Franstalige collectie Gags de Poche. Voor die strips in pocketvorm moest hij prenten bijknippen of extra decors tekenen in verhalen van Jean Roba of Maurice Tillieux.
Turk kende Bob de Groot al langer. Op scenario van Fred (Philemon) tekende hij strips voor het Franse stripweekblad Pilote. Turk begon hem voor die reeks een handje te helpen, maar de inkomsten waren onvoldoende om ervan te kunnen leven. Ook het drietal miniverhalen voor Robbedoes leverden niet veel op. Door de film The Adventures of Robin Hood met Errol Flynn uit 1938 — in hun ogen een ouderwetse en lachwekkende film — kwamen ze op het idee voor een eigen reeks, een parodie op Robin Hood. Het idee beviel Greg, toenmalig hoofdredacteur van Kuifje die meteen gags wilde plaatsen. De reeks groeide uit tot een waar succes. Zeven-acht jaar lang was het een van de populairste reeksen van het blad, zo bleek uit de referendums. De auteurs bedongen en kregen een iets betere plaatprijs, maar er raakten nooit meer dan twintigduizend exemplaren per album verkocht.
Voor Greg mochten Turk en de Groot ook decors tekenen voor zijn reeks Les As die in het jongerenweekblad Pif Gadget verscheen en Greg schreef voor Turk een verhaal van Clifton die hij in 1972 overnam van Jo-El Azara, zelf al de kortstondige opvolger van Raymond Macherot. Daarna schreef de Groot nieuwe verhalen van de Britse speurder. Ze maakten samen dertien verhalen in negen albums en enkele niet in album gepubliceerde korte verhalen. In 2016 verscheen van Turk opnieuw een Clifton-album, ditmaal op scenario van Zidrou. Deze scenarist nam sinds deel 47 in 2016 ook Leonardo over van Bob de Groot.
Greg bestelde vervolgens een nieuwe reeks bij het duo om die in zijn eigen Achille Talon Magazine te publiceren. Dat werd Leonardo, een parodie op de kunstschilder, uitvinder, architect, ingenieur, filosoof, natuurkundige, beeldhouwer en nog tal van kunsttakken en ambachten bedrijvende Leonardo da Vinci. Eigenlijk bedacht de Groot eerst voor Robin Hood een uitvinder (Methusalem) die in de entourage van Fritz Alwill, de sheriff van Nottingham, opduikt. Greg vond het personage echter interessant genoeg om er een hoofdpersonage van te maken en verzocht de auteurs een testpagina te maken (zie hieronder). Bij het zoeken naar een geschikte naam kwamen de twee snel uit bij Leonardo da Vinci en werd het ineens een parodie op de uitvinder, op het genie! In 1975 en 1976 verschenen er slechts zes nummers van het Achille Talon Magazine bij Dargaud.
Het stopzetten van het blad zou ook het einde van Leonardo betekend hebben, ware er niet Eppo. Het Nederlandse stripblad kocht een jaar na het laatste nummer van Achille Talon Magazine eerst de rechten op de bestaande verhalen voordat het nieuwe gags bestelde. Een opsteker voor Turk, want volgens een interview uit 2016 werd hij daar supergoed voor betaald. Vervolgens betaalde het Franse blad Pif (dat Leonardo in 1979 opnieuw begon te publiceren) voor de rechten op de Franse markt en dat maakte uitgever Georges Dargaud woedend. Hij nam opnieuw contact op met het duo om ze te zeggen dat ze exclusief voor hem moesten werken. Uiteindelijk kwam er een akkoord uit de bus: Dargaud bezat voortaan de exclusiviteit voor de hele wereld... behalve voor Nederland. Volgens Turk konden ze daar heel wat beter van leven. Dankzij de voorpublicaties in Pif steeg de populariteit van de reeks in Frankrijk zienderogen en klom de oplage naar meer dan honderdduizend exemplaren met een gemiddelde van 75.000 exemplaren per nieuw deel. Deel 1 is al een twintigtal keer herdrukt. In totaal zijn er meer dan negen miljoen albums verkocht.
Nochtans was het eerste Franse album bij Dargaud in 1977 allerminst een verkoopsucces. Op een jaar tijd raakten er een schamele 800 exemplaren verkocht. Na achttien albums verhuisde de reeks naar de Franse uitgeverij Appro. Vanaf deel 29 nam Le Lombard de reeks over en gaf uiteindelijk alle voorgaande albums opnieuw uit. De Nederlandstalige albumreeks is daarentegen een ingewikkeld kluwen van hernummeringen, onvolledigheid, inhaalmanœuvres, synchroonvertalingen en de uiteindelijke stopzetting (zie verder) in 2005.
Momenteel bestaan er 56 Franse albums, vertalingen in een vijftiental landen, heel wat Franse compilaties, enkele integrales en speciale uitvoeringen, sinds 2015 een stripmuur in Brussel, figuurtjes en 78 afleveringen van een 3D-animatieserie van elk acht minuten. Niet slecht voor een reeks die dankzij de Nederlanders een lucratieve herkansing kreeg. Maar albums van Turk in het Nederlands, dat leek lang een afgelopen avontuur, op een laat in gang gestoken vertaling van zijn latere Clifton-albums na. Van Leonardo zijn er een paar tiental albums onvertaald gebleven, Robin Hoed stopte in 1998 met deel 19 terwijl de Franse reeks eenentwintig albums telt (de laatste twee zijn niet door Turk, maar door De Smurfen-tekenaars Miguel Díaz Vizoso en Ludo Borecki getekend). De drie albums van Docteur Bonheur, die van 2007 tot 2009 bij Le Lombard verschenen op scenario van Clarke, werden net zo min opgepikt voor een vertaling. In 2019 kwam daar verandering in dankzij vzw Arcadia die de reeks vertaalde als Dokter Geluk.
Albums van Leonardo verschenen na het Franse deel 35 jarenlang niet meer in het Nederlands, hoewel Eppo niet eerder vertaalde korte verhalen en gags blijft publiceren. Een overzicht van de albums die wél zijn vertaald en zelfs opnieuw zijn uitgegeven, vind je hieronder, telkens verzameld naast de Franse versie (in casu de laatste uitvoeringen van Le Lombard). Aanvullend zijn er de vier albums van vzw Arcadia in de collectie Arcadia Archief sinds 2022. Groot, Groter, Grootheidswaanzin is een vertaling van het Franse deel 42, Het Liftgenie van deel 41, Genie, Vidi, Vinci! van deel 50 en Meestergenie van deel 47.
De Franse covers van de delen 36 tot 56 hebben we in onderstaand overzicht niet opgenomen.
Bronnen: Marc Carlot — Auracan 6, juli-augustus 1994 / Frédéric Bosser — dBD 102, april 2016
4 of 243