Terug naar overzicht

Edgar P. Jacobs in de opera

5 juli 2021 Flashback

Wel, wie zien we hier als piraat op deze zelden geziene foto? Niemand minder dan Edgar P. Jacobs, de schepper van Blake en Mortimer! Zo was de voormalige operazanger te zien in het toneelstuk La Malédiction. Hij vertolkte daarin de piraat Ascanio. Het stuk werd slechts éénmaal opgevoerd in 1928 tijdens het programma Tournées Rivolis in de zaal Mercelis in Brussel.

 

Tekenen en zingen

Toneel en opera behoorden tot Jacobs' vroegste passies tijdens zijn studies aan de Franstalige Académie Royale des Beaux-Arts in Brussel. Hij frequenteerde toen al de Koninklijke Muntschouwburg met zijn jeugdvriend Jacques Van Melkebeke, een later zwaargewicht bij het weekblad Kuifje die zowel Hergé als Jacobs bijstond aan het begin van hun stripcarrière. 

Begin jaren 1920 waren de magere jaren voor Jacobs. Hij kon aan de slag als figurant in de Koninklijke Muntschouwburg waar hij wachters of hellebardiers vertolkte in enkele opera's. Intussen was hij ook actief als tekenaar voor de pers, juwelenontwerper, fotobewerker, reclametekenaar of tekenaar voor catalogussen van grootwarenhuizen zoals l'Innovation, de Bon Marché en de Grand Bazar.

In augustus 1922 kreeg hij een nieuwe job als koorzanger in het Alhambratheater in Brussel voor de revue van Jeanne Florentine Bourgeois alias Minstinguett, een Franse zangeres en actrice. Daar nam hij deel aan diverse operettes, terwijl hij ook een vaste betrekking kreeg als tekenaar voor de catalogus van Grands Magasins de la Bourse.

Na zijn militaire dienst studeerde hij vijf jaar zangkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel en besliste hij om operazanger te worden. Tegelijk bleef hij werken als reclametekenaar en illustrator voor een Brusselse groothandelaar. 

 

Liefde en ongeluk

In 1929 won Jacobs een grote prijs voor zijn zang. Hij vestigde zich vervolgens in Frankrijk waar hij meteen werd aangeworven bij de opera van Rijsel. Als bariton speelde hij mee in opvoeringen van klassieke stukken, zoals Aida, Lakmé en Faust.

Zelfs de liefde vond hij bij de opera. In 1930 huwde hij met Léonie Bervelt, een operazangeres. Ze diende ook als model voor Sylvia, de heldin uit Jacobs' eerste stripverhaal De "U"-straal. Na de Tweede Wereldoorlog ging het stel uit elkaar. Niet veel later overleed Léonie.

Vanaf 1931 ontwierp Jacobs decors, accessoires en kostuums, nog steeds voor de opera van Rijsel. In de jaren voor de oorlog werden buitenlandse artiesten meer en meer uit Franse theaters en opera's weggestuurd. Ook Jacobs moest ophoepelen. Hij keerde terug naar België waar hij maar moeilijk aansluiting vond in het theatermilieu. Hij omschreef het later als de ergste momenten uit zijn beroepsleven.

In 1940 speelde hij in Brussel en Bergen zijn laatste rollen onder het pseudoniem Dalmas. Tijdens de oorlog vond hij nog werk in de Beursschouwburg waar hij deelnam aan enkele opvoeringen in Brussel en daarbuiten, maar hij moest al snel zijn ambitie om operazanger te worden voorgoed opbergen door een gebrek aan werk. Bij het Belgische stripblad Bravo! vond hij wel werk als illustrator en striptekenaar. Het was het startpunt voor een andere weg die hij insloeg, wat tot de latere creatie van Blake en Mortimer leidde en een zekere onsterfelijkheid als stripmaker.

 

Biografie

Vanaf 1978 kwam Jacobs nog uitvoerig terug op zijn operaverleden in zijn rijkelijk geïllustreerde biografie Un Opéra de Papier, dat na intens redactiewerk van Pierre Lebedel en vele correcties van Jacobs werd gepubliceerd in 1981 bij de Franse literaire uitgever Gallimard. De cover daarvan is getekend door Jacques Tardi, op vraag van Jacobs.

Terug naar overzicht