1 of 99
Ditjes en datjes over Hermann
Op 21 maart is Hermann Huppen gestorven. Hij werd 87 jaar. Nadat het nieuws werd bekendgemaakt deelden we op onze Facebookpagina een hele dag lang tal van weetjes en uitspraken met vaak minder bekende feitjes. We delen ze hieronder voor je. Ons overlijdensbericht kan je hier lezen.
Talenknobbel dankzij vertalingen
Hermann was een redelijke polyglot, en dat had hij deels te danken aan de vertalingen van zijn eigen werk.
"Ik waardeer het ook om mijn albums (of die van anderen) in vertaling te lezen, omdat je daarin heel goed de echt gesproken taal ontdekt. Mijn westerns, vertaald in het Engels, lijken ook veel geloofwaardiger! Ik red me ook in het Italiaans en uiteraard in het Engels. Veel Vlamingen, Nederlanders en zelfs Duitsers spreken Engels om zich beter verstaanbaar te maken. Dat is een vorm van internationale openheid die de Fransen een beetje missen, omdat ze minder handig zijn in talen!"
Vriendschap met François Boucq
Twee karikaturen van Hermann (de tweede dateert van na het overlijden) door François Boucq, zelf de tekenaar van een populaire western, Bouncer. Het kwam nooit tot een gezamenlijk album, hoewel daar weleens geruchten over sluimerden.
"Het klopt dat het idee van een album met Boucq interessant is, maar we hebben er nooit echt over gesproken. Dat zou eerst een test vereisen. Het zou niet goed zijn als onze vriendschap zou worden geschaad door een nutteloze poging of door het floppen van een album. En dat maakt me eerlijk gezegd een beetje bang!"
Affichebeeld stripfestival Angoulême
Voor het stripfestival van Angoulême in 2017 bedacht Hermann dit affichebeeld.
"Ik had geen zin om mijn personages op de affiche te gebruiken. Ik wilde niet dat zij de strip ‘belichaamden’. Daarom kwam ik op het idee van een allegorie: een kist waarop de hoofddeksels van mijn bekendste personages zouden liggen, als een uitnodiging om hun plaats in te nemen. Die kist, dat is de strip, dat is Angoulême, dat is de verbeelding — wat je maar wilt. Het is vooral een uitnodiging om te spelen. Het idee beviel me, maar zonder personages kon het misschien uitmonden in een wat leeg, triest beeld. Daarom besloot ik het decor breed uit te rekken, als in cinemascope, en één of twee personages in het decor te laten opduiken zonder ze met inkt te omlijnen, zodat hun aanwezigheid discreet blijft."
Hermann hield het bij een mijmerende Jeremiah op de achtergrond. De hoofddeksels op de voorgrond zijn die van Barney Jordan, Kurdy, Red Dust en ridder Aymar. Een fles whisky, een zadel, een zwaard en een blik met bonen of tomatensaus herinneren eveneens aan deze personages.
Een van de allereerste tekeningen van Hermann heeft het leven gered van een haan, of toch voor even.
In september 1943, in het door de Duitsers bezette België, vierde Hermann zijn vijfde verjaardag. Hij ging die dag op bezoek bij zijn jeugdvriend Edmond Albert. Aan de keukentafel begon hij te tekenen tot er werd aangebeld. Edmonds moeder liet twee mannen in uniform binnen. Het waren Feldgendarmes van de militaire politie, die als een soort veldwachters optraden en gekomen waren om hun haan in beslag te nemen. Een buurvrouw had geklaagd over het agressieve dier. Omdat die vrouw de echtgenote was van de Duitse officier die in de naburige villa verbleef, probeerde de moeder met de agenten te onderhandelen en legde uit dat de haan bestemd was voor het kerstavonddiner. De mannen wilden daar niets van horen.
Terwijl hij rustig verder tekende aan zijn nog niet ingekleurde tekening, nam de kleine Hermann plots het woord: "Willen jullie een haan? Dan teken ik er wel een voor jullie!"
Ontroerd door dat gebaar kwam een van de officieren dichterbij, met tranen in de ogen: "Als je mij die tekening voor mijn zoon geeft, laat ik de haan bij mevrouw Albert, op voorwaarde dat ze hem opsluit."
De haan kraaide nog tot het volgende familiediner voor de kerstmaaltijd.
© foto: Charles Robin, Le Lombard
De invloed van Jijé
Een historische samenwerking in 1980. Als hommage voor de dat jaar overleden tekenaar Jijé, tekenden Derib (Buddy Longway), Jean Giraud (Blueberry) en Hermann (Comanche) deze tekening die ze schonken aan Jijés weduwe Annie Gillain. Jijé was zelf de tekenaar van de westernreeks Jerry Spring.
Op de achterkant van het origineel van deze tekening staat een boodschap van Derib te lezen: "Juni 1976. De jury van Sint-Lucas. Ik ben aan de beurt. Jijé, een vooraanstaand jurylid, zit voor mijn werk. Doodse stilte. 'Dit is rotzooi', zegt Jijé botweg. Ik nam het hem een heel klein beetje kwalijk." Het was later nog de bedoeling dat Derib samen met Jijé de reeks Jerry Spring zou overnemen. Jijé had het echter te druk en Derib creëerde in de plaats zijn eigen reeks, Buddy Longway.
Hermann over Jijé: "Hij was de eerste die met kloten tekende. Een viscerale kracht, brekend met alle maniertjes, en die integendeel geweld en sensualiteit meedroeg. Ik heb veel van hem geleerd. Hij is er verantwoordelijk voor dat ik, dankzij de pagina’s van Jerry Spring die ik in Robbedoes zag toen ik eenentwintig of tweeëntwintig was, een tweede golf van verlangen kreeg om strips te maken. In die tijd had ik dat idee laten varen, nadat een schooldirecteur me had ontmoedigd. Jijé heeft me weer op het juiste spoor gezet. (...) Wat het grafische aspect betreft, komt Comanche eerder voort uit Blueberry, uit mijn fascinatie voor de stijl van Giraud, die ik beschouw als de grootste tekenaar van de eeuw. Comanche was ook een manier om hulde te brengen aan de kwaliteit van het werk van Jijé, via het werk van Giraud. (...) Helaas heb ik Jijé weinig gekend, behalve op festivals en bijeenkomsten. Op een dag, in Angoulême, heb ik geprobeerd met hem te praten over zijn tekenstijl en over hoe belangrijk hij voor mij is geweest. Ik denk dat het hem die dag niet interesseerde. Hij hield in vlagen van strips. Soms kon het hem echt geen reet schelen en wilde hij er niet over praten. In werkelijkheid heeft hij nooit geprobeerd mijn vriend te zijn, terwijl ik dat wel had gewild. Dat betreur ik, maar zo is het nu eenmaal…"
Striptentoonstelling
Groepsfoto uit 1968 voor wat toen de allereerste tentoonstelling over strips in België moet geweest zijn, in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. Waren aanwezig:
- Rechtstaand: Peyo, André Franquin, Jean Roba, Greg, Dany, Jo-El Azara, Dupa en Will.
- Hurkend: Hermann, Eddy Paape, Tibet, Morris en Paul Cuvelier.
Natuurkracht
De kracht van de natuur op een origineel van Hermanns Bernard Prince.
Hommage van Charel Cambré
"Doeme toch, Hermann, ik herinner me geweldige signeersessies samen in Het B-gevaar en The Skull, met eens 'goe gaan eten' achteraf. fijne, grumpy mens. Ik vroeg hem of hij, toen rond de 80 denk ik, nog bijleerde... 'Elke dag", zei hij, Dat belooft."
Weigering (1)
Hermann was niet voor elk genre of onderwerp gewonnen om er een strip over te tekenen. Op maritieme verhalen, het napoleontische tijdperk, de Eerste Wereldoorlog en andere oorlogstijdperken was hij niet erg happig. Vooral de Holocaust wou hij vermijden. Dat vond hij te hard om in beeld te brengen. Hij voelde zich psychisch niet bekwaam om te investeren in een zo morbide thema.
In 2010 tekende hij wel onderstaande illustratie voor het Wellington Museum in Waterloo voor een veiling voor het goede doel.
Hermann en André Franquin
Twee groten uit de Belgische negende kunst: Hermann en André Franquin eind jaren 1970. Tussen hen in een vermaledijde parkeermeter waartegen Franquins Guust Flater een tijdlang streed in diverse gags en cartoons.
Deze foto is genomen door de vorig jaar overleden Ervin Rustemagic, de Bosnische agent van Hermann die de internationale rechten regelde voor diens werk. Aan zijn getuigenissen hebben we het album Sarajevo-Tango te danken, dat een aanklacht was tegen de burgeroorlog in Joegoslavië en internationale machten die ervan wegkeken. Rustemagic woonde toen in Sarajevo en verloor er zijn moeder die nota bene in een ziekenhuis werd doodgeschoten. Zijn persoonlijke collectie met zo'n 14.000 originelen ging in vlammen op. Daar zat origineel werk bij van Hermann en Franquin, maar ook van Martin Lodewijk, Maurice Tillieux, Hal Foster, Joe Kubert, Alex Raymond, Charles M. Schulz, Mort Walker, Gordon Bess, Bud Sagendorf en tientallen anderen. Rustemagic maakte ook de filmfranchise Men in Black mee mogelijk.
Rustemagic bezocht verschillende keren per jaar Hermann in Brussel. Zo raakte hij al snel bevriend met Franquin, die hem op zijn beurt weer introduceerde aan Martin Lodewijk. Elke keer Rustemagic in Brussel was, nodigde Franquin hem uit om samen te lunchen of te dineren in zijn favoriete restaurant, wat volgens de overlevering een Chinees restaurant was. Franquin zei hem eens dat hij het Rustemagic nooit zou vergeven als hij ooit naar Brussel zou komen zonder hem te zien.
Weigering (2)
In 1980 vroeg Pierre Schoendoerffer, de Franse filmregisseur, schrijver, voormalig oorlogsreporter en veteraan in de Eerste Indochinese Oorlog (1946-1954), aan Hermann om een roman van hem te verstrippen. Het ging om L'Adieu au Roi uit 1969, in het Engels vertaald als Farewell to the King. Hermann moest het aanbod afslaan en de strip werd uiteindelijk getekend door Marc Bruyninx. Glénat publiceerde het enkel in het Frans in 1989, hetzelfde jaar van de filmversie door John Milius (bekend van scenario's of de regie van Magnum Force, Apocalypse Now, Conan The Barbarian, Geronimo: An American Legend, Clear and Present Danger,...) met Nick Nolte in de hoofdrol. Yves H. vond dat de psychologie van het hoofdpersonage te complex was om in strip- of filmvorm vertaald te zien. In de strip lag vooral een focus op het evidente epische avonturenaspect van de roman.
Bernard Prince door Jean Giraud
We hebben het album helaas niet bij de hand, maar op pagina 40 van Bernard Prince 7: Verschroeide Aarde is het vierde vakje grotendeels getekend door iemand anders dan Hermann zelf: Jean Giraud (Blueberry).
Yves H. vertelt de anekdote: "1974. In die periode werkt Hermann aan Verschroeide Aarde, een van de meesterwerken in de reeks Bernard Prince (ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn). Giraud is op doorreis in Brussel en verblijft bij hem. Omdat er niet veel plaats is in het appartement, staat Hermann zijn bureau ’s nachts aan hem af. Giraud vindt dat voorstel grappig en, met toestemming van z'n huisbaas, inkt hij een vakje van de pagina waaraan Hermann werkt. Of beter gezegd: hij werkt het af, want Hermann was er al aan begonnen. Alleen het personage van Bernard Prince is van de hand van mijn vader."
Een telefoontje van Roman Polanski
In 1980 kreeg Hermann een telefoontje. Het was Roman Polanski himself. De Poolse regisseur had toen al films als The Fearless Vampire Killers, Rosemary's Baby en Chinatown op zijn palmares. Voor een volgende film wou hij Hermann inlijven als storyboardtekenaar voor een kluchtige piratenfilm. Hermann dacht eerst dat hij werd beetgenomen tot hij na enkele minuten realiseerde dat hij werkelijk met Polanski aan het bellen was. Hermann stemde in en werkte een twintigtal storyboardtekeningen uit voor wat in 1986 de film Pirates zou worden met Walter Matthau als de komische Captain Red. Toen Hermann het scenario had ontvangen, was Jack Nicholson echter de acteur die de piratenkapitein zou vertolken, terwijl ook Isabelle Adjani aan het project was verbonden in plaats van de later gekozen Charlotte Lewis.
Polanski had Hermann zelf gekozen omwille van diens cadrages, zijn zin voor beweging en de brutaliteit in zijn albums. Over Hermann zou hij nog zeggen: "Bij een album van Hermann denk ik vaak: dit is cinema!" De regisseur voorzag nota bene ook nog een striptrilogie naar de film die Hermann had mogen tekenen.
De hele piratenfilm viel in het water omdat het genre niet meer populair was in de jaren 1980 en het zou miljoenen kosten aan decors en kostuums met alleen al een galjoen dat toen 8 miljoen dollar zou kosten om het te bouwen. Niettemin zette Polanski door. Het kostte hem zes jaar om de nodige fondsen te verzamelen. Dat was dan al lang zonder Hermann. "Maar de eerste beelden in de film komen van mijn tekeningen", beweerde de tekenaar achteraf.
De film flopte genadeloos, maar kon nog wel een Oscar voor beste kostuums verzilveren. Het zou nog tot de franchise Pirates of the Caribbean duren tot het genre weer aan populariteit zou winnen. Met de beginscène van Pirates in het achterhoofd en op basis van zijn vaders schetsen voor de film, brouwde Yves H. een eigen piratenverhaal dat in 2008 en 2009 naar het tweeluik De Duivel der Zeven Zeeën (in de collectie Vrije Vlucht van Dupuis) leidde.
Hermann stuitte bij het tekenen vooral op het probleem om zeilen te tekenen, mede door alle touwen. Hij ging hiervoor te rade bij zeevaartspecialist Patrice Pellerin (De Havik), maar Hermann zag al snel in dat hij het minder gedocumenteerd moest aanpakken. "Als tekenaar van avonturenverhalen zijn het vooral de personages die me interesseren. Details mogen de vertelling niet verstoren," gebruikte hij als excuus.
Niemands god
Hermann heeft vele prijzen gekregen. De hoogste eer was de Grote Prijs van Angoulême in 2016. Hij heeft echter steeds het hoofd koel gehouden bij al die erkenning en loftuitingen: "Ik hou niet van het idee om een referentie te zijn, niet omdat ik bang ben om gekopieerd te worden, maar omdat ik niemands god wil zijn! Ik doe werk dat het voordeel heeft een beetje droom en verstrooiing te brengen aan mensen die plots vergeten dat ze in de werkelijkheid zitten. Ik probeer zo goed mogelijk te doen wat ik kan. Dat verdient geen verafgoding."
Op de foto zie je Hermann de prijs van Angoulême overhandigd krijgen door de winnaar van het vorige jaar: de Japanse stripmaker Katsuhiro Otomo, wereldberoemd dankzij Akira, een van de eerste mangareeksen die in Europa vertaald raakte.
Favoriete Schemerwoude-album
In de reeks De Torens van Schemerwoude was deel 6, Sigurd, Hermanns favoriete album. "Omdat ik het gevoel heb dat het me gelukt is mij grafisch uit te drukken in een wereld die me a priori niet ligt, namelijk die van de fantasy." En bijkomend: "Ik had gewoon zin om Vikings te tekenen."
Je ziet hier de cover van de eerste druk van Arboris (1989), die van de herdruk met nieuwe cover van Glénat (2002) en een fragment uit Sigurd.
Goed en Kwaad in Jeremiah
Hermann in 1980 over Jeremiah en Kurdy, die hij toen nog maar een jaar ervoor had gecreëerd: "Mijn (huidige) doel is om van Jeremiah een soort Amerikaanse ballade te maken, tegen een achtergrond van ruwe poëzie, zonder sentimentaliteit, want ik heb een hekel aan zeurderige violen. In Jeremiah is het conflict tussen de hoofdpersonages heel uitgesproken. Aan de ene kant heb je Jeremiah, een beetje een padvinder, een beetje Kuifje, en aan de andere kant Kurdy, een kleine schurk, maar geen onsympathieke. Hij kan doden, zonder dat dat hem onsympathiek maakt. Het is een kleine deugniet. Samen vormen ze het Goede en het Kwade. Ze maken vaak ruzie en toch is er vriendschap. In werkelijkheid vormen ze één en dezelfde persoon. In wezen ben ik dat waarschijnlijk zelf. Ik denk dat ik in staat zou zijn om een schurk neer te schieten, zelfs in de rug. En Kurdy, dat is dat deel. Wanneer het nodig is, neemt hij geen risico’s. Terwijl Jeremiah niet zal doden, maar als hij in leven blijft, is dat omdat Kurdy in zijn plaats doodt. Het Goede en het Kwade… Wij dragen allemaal ons goede en ons slechte in ons. We zijn allemaal tot het ergste én tot het beste in staat."
Afrekenen met zijn moeder
Hermann drukte vaak zijn woede uit via zijn stripverhalen. Zonder bijkomende kennis — uit bijvoorbeeld interviews, biografieën, achtergronddossiers in integrales — zou je eigen beeld over hem of zijn verhalen niet altijd correct gefundeerd kunnen zijn als je enkel zijn stripverhalen leest. Hem werd bijvoorbeeld weleens fascisme verweten omdat hij schurken zonder mededogen liet omkomen en hij zich als een voorstander van de doodstraf uitte. Zoals zo vaak weerspiegelen elementen uit iemand jeugd in latere standpunten, houdingen en meningen, dus ook bij Hermann.
Hij had een zware jeugd als kind in de oorlogsjaren. Hij stroopte in zijn kindertijd en kwam in de bossen, waar hij zijn vallen zette om lijsters te vangen, weleens jagers tegen. Een ervan was een boswachter die nooit een woord zei en die in het verzet zat. Het verlies van zijn hondje Milou (naar Bobbie uit Kuifje) en de vroomheid van zijn moeder, die later zou toetreden tot de getuigen van Jehova, hebben op zijn gemoed ingewerkt. Zijn moeder maakte haar kinderen duidelijk dat de Jehova-leden haar ware familie waren. Ook een afwezige, liefdeloze en in zijn kinderen ongeïnteresseerde vader heeft hem harder gemaakt.
Over zijn moeder blikte hij later met gemengde gevoelens terug: "Ze hield veel van ons, ze was een opofferende moeder, maar ze had geen gevoel voor kinderpsychologie. Ze kwam uit een zeer hard milieu. Haar vader was een meedogenloze man, streng in het werk om zijn zeven of acht kinderen fatsoenlijk groot te brengen, in een verstikkende sfeer. Het was de negentiende eeuw, met al haar hardheid en de greep van de religie. Gelukkig voor mijn evenwicht ben ik me daar op tijd tegen gaan verzetten, maar ik heb gewacht tot mijn veertigste om mijn moeder eens goed de waarheid te zeggen, over al die religieuze vroomheid waarmee ze ons had overladen en die ons voor het leven had kunnen tekenen. Ik heb haar dat verwijt zo hard toegeslingerd dat ze ervan verbleekte. Ik voelde er een wrang genoegen bij, maar ik moest het van me afzetten."
Hermann heeft ultiem met zijn moeder afgerekend door haar in Jeremiah op te voeren als tante Martha, met alle gebreken die hij in zijn moeder zag.
Ook als scouts in Brussel voelde hij zich niet aanvaard. Samen met zijn broer werd hij als buitenstaanders gezien. Hij keerde zich tegen de groep en voelde afkeer voor het hautaine gedrag van de aalmoezenier en de patrouilleleiders, die nooit met hem en zijn broer spraken: "Ik heb de scouts zonder spijt verlaten. Die wereld van kleine georganiseerde bazen was al een voorbode van de onmenselijkheid van de samenleving. Het gelijkheidsprincipe werd er met voeten getreden, dat maakte me woedend. Ik voelde me vernederd door die mensen."
Het einde van Jeremiah
Jeremiah was met z'n 42 albums tussen 1979 en 2025 Hermanns langst lopende reeks. Er zat geen werkelijk vervolg doorheen de albums. Maar was er ooit een einde voorzien? Dat zullen we nooit te lezen krijgen, want Cartagena is Hermanns laatste album geworden (te verschijnen in mei). Toch mijmerde Hermann al over een slotakkoord van zijn personages Jeremiah en Kurdy.
Hij had daar in 2015 het volgende over te vertellen: "Wat ik zou willen, wanneer ik echt begin af te bouwen, is een laatste Jeremiah maken met het ouder wordende duo en alles wat daarbij komt kijken aan aftakeling. Maar tegelijk: zou ik daarmee niet een gemene klap uitdelen aan alles wat eraan voorafging? Ik hoop genoeg verbeeldingskracht te hebben om situaties te blijven creëren die een beetje grappig zijn. In wezen blijf ik vrij gewelddadige, krachtige verhalen maken, waarin ik ook graag een soort glimlach verwerk. Als het niet bijtend is, verveelt het me."
Geen happy end
Bij deze reproductie van een originele pagina uit De Torens van Schemerwoude sprokkelen we enkele citaten die we uit de integrales van Saga Uitgaven plukten. In deze prachtige middeleeuwse saga volgen we de dolende ridder Aymar die tien delen lang zijn land en kasteel wil terugwinnen. "De torens van Schemerwoude zijn de mooiste en de hoogste die de christelijke wereld kent." Maar het bleek allemaal een illusie.
"Vanaf het begin had ik in gedachten dat Aymar gaandeweg ouder zou worden en uiteindelijk sterft zonder zijn kasteel terug te zien. Toen ik eraan begon, zat het laatste deel eigenlijk al in mijn hoofd. Ik hoefde alleen nog de tussenliggende delen in te vullen."
"Dat kasteel is een universeel symbool. We zijn allemaal op zoek naar ons eigen kasteel. We hopen allemaal dat het morgen beter zal gaan. Het is als de wortel die je de ezel voorhoudt om hem te laten lopen. Als de wortel weg is, wil de ezel niet meer lopen."
“Ik geloof niet in happy ends. Die bestaan niet in het leven."
Comanche en Red Dust
"Het was de bedoeling dat Red Dust het centrale middelpunt van de reeks zou zijn. Ik denk dat Comanche onderbenut is, Greg had haar een belangrijkere rol kunnen geven. Aan het begin van de reeks is ze een aardig meisje, een beetje overweldigd door de gebeurtenissen, en blij dat ze wordt gesteund door Red Dust. Maar in de loop van de albums brokkelt haar opgebouwde sympathie af, totdat ze ronduit verwaand wordt door de welvaart van haar ranch. En daar, bij die vorm van sociaal succes, voelde ik dat ik afhaakte bij de reeks."
Hermann over de rol van Comanche en Red Dust in zijn bekendste westernreeks. De tekenaar is zijn oude leermeester en latere scenarist Greg trouwens nooit ondankbaar geweest. Hun hele gezamenlijke carrière lang hebben ze elkaar met "u" aangesproken.
Over Greg heeft Hermann nog het volgende gezegd: "Greg heeft me zeer waarschijnlijk beïnvloed voor mijn teksten. Ik heb steeds veel waardering gehad voor de saus die hij er aan toevoegde. Ik heb altijd gevonden dat hij de grootste taaltovenaar was van de Franse strip. Het lijkt me trouwens heel normaal dat hij me heeft beïnvloed."
Hermann en collega's in 1994 op een feestje voor tien jaar Vécu, een Franstalig stripblad van Glénat met alleen maar historische stripverhalen waarin ook De Torens van Schemerwoude werd voorgepubliceerd.
Van links naar rechts: Marc Hernu, Jan Bucquoy, Daniel Kox, Jean-Pierre Autheman, Colin Wilson, Marc Hardy, Patrick Cothias, Hermann, Yslaire, Philippe Berthet en Antonio Cossu.
Het everzwijn van de Ardennen
Een zelfportret van Hermann voor een collectiefalbum van het stripfestival van Soliès-Ville in 2013. Hij had de bijnaam "het everzwijn van de Ardennen", die hij te danken had aan Greg.
Hermann in 2005: “Ik hou niet van de mensheid. Ik hou van mensen. Greg zei dat ik de ontbrekende schakel was tussen het Ardense everzwijn en de homo sapiens. Maar opgelet, ik heb niet het karakter van varkens!”
De 10 geheimen van Hermann
Als hij niet ging wandelen in de Ardennen, dan kon je Hermann er weleens op de fiets terugvinden. Deze foto van Hermann met z'n koersfiets dateert van vermoedelijk 1978. In een jolig interview in een Waalse krant, waarin deze foto werd gepubliceerd, deelde hij ook tien geheimen.
- Ik sta vaak midden in de nacht op om te plassen en daarna een glas water te drinken. Da's een kwestie van evenwicht.
- Ik ga altijd een kwartier eerder naar bed dan mijn vrouw.
- Ik hou er niet van om de liefde te bedrijven in het donker. Ik ben erg voyeuristisch.
- Voordat ik ga fietsen, smeer ik mijn dijen in met een middel om mijn spieren op te warmen. Dat is geen doping.
- Aan tafel schuif ik de stoel onder het achterwerk van mijn vrouw.
- Mijn vrouw heeft me nog nooit een glas ingeschonken. Dat zou ik haten, en bovendien zou er te veel of te weinig schuim op mijn bier zitten…
- Ik heb mijn militaire dienst niet vervuld. Ik werd ingedeeld bij het Speciale Contingent, dat net werd opgeheven voordat ik werd opgeroepen.
- Op mijn dertiende raakte de woede van mijn moeder, die mijn tekeningen van naakte vrouwen had ontdekt, me diep. Pas een paar maanden geleden durfde ik haar die woede te verwijten.
- De eerste keer dat ik niet thuis sliep (ik was 21), liet mijn moeder me door de politie opsporen.
- Ik heb eens een bemanning van een vrachtschip gekend waarvan alle leden — inclusief de kapitein — zeeziek waren.
Snelle start
Hermann hield van een snelle start: "In tegenstelling tot een Edgar P. Jacobs, die wekenlang vele pagina's met personagestudies voltekende vanuit alle mogelijke standpunten, werk ik de mijne instinctmatig uit en stel me tevreden met enkele schetsen op een velletje. Ik heb een jammerlijke fout: ongeduld. Tot in die mate dat wanneer ik zelf schrijf en teken, ik al begin te tekenen zonder alle situaties te kennen die ik later in beeld zal brengen. Voor mij volstaat het dat ik de hoofdelementen van het verhaal heb om eraan te beginnen. Ik doe het graag snel, meteen concreet."
Stripmuur
Uit het rijkgevulde œuvre van Hermann had de tekenaar voor een van zijn vele onvergetelijke helden kunnen kiezen om te laten vereeuwigen op een Brusselse stripmuur. Toch koos hij in 1999 voor een van zijn minder bekende personages: het jongetje Nick dat in elk van z'n dromen zijn vrienden op een eilandje opzoekt en er fantasierijke avonturen mee beleeft. Die vrienden zijn een brede waaier aan dieren die hij zo graag tekende.
"Als ik moet kiezen tussen iets mechanisch of organisch, dan kies ik verreweg het tekenen van dieren! Wagens tekenen staat me niet echt tegen, maar ik heb er snel genoeg van. Met bossen en rivieren heb ik dat probleem niet, want die doen me denken aan de Ardennen en mijn talloze wandelingen in de bossen."
Hee, Nick! werd geschreven door zijn zwager, Philippe Vandooren, de latere hoofdredacteur van Robbedoes, die Hermann zijn allereerste strip liet publiceren in het scoutsblad Plein-Feu. Dat korte verhaal verscheen vorig jaar nog eens in het compilatiealbum Onuitgegeven Werk van Hermann (BD Must).
Van Hee, Nick! verschenen drie albums bij Dupuis, twee heruitgaven bij Prestige en een integrale bij Saga Uitgaven.
Verfilmingen
Het werk van Hermann werd meermaals verfilmd. In 2002-2004 liepen twee seizoenen van de post-apocalyptische tv-reeks Jeremiah met Luke Perry als Jeremiah en Malcolm-Jamal Warner als Kurdy. Een nevenpersonage werd vertolkt door Sean Astin, die in dezelfde periode een hoofdrol speelde als Samwise Gamgee in de filmtrilogie The Lord of the Rings.
Het op ware gebeurtenissen gebaseerde one-shot De Bloedbruiloft, geschreven door Jean Van Hamme, schopte het in 2005 tot een (geflopte) Belgische verfilming onder regie van Dominique Deruddere.
Maisie Williams (Arya Stark uit Game of Thrones) was in 2020 dan weer te zien in The Owners, een verfilming van Een Nacht met Volle Maan. Het was een Amerikaans-Brits-Franse productie, geregisseerd door de Fransman Julius Berg.
Hermanns strips wekten doorheen de decennia vele malen de interesse van filmmakers. Enkele jaren geleden vroeg de Nederlandse filmregisseur Martin Koolhoven (Oorlogswinter, Brimstone) nog publiekelijk welke strip van Hermann hij zou moeten verfilmen.
Grafische brutaliteit
In 2015 tekende Hermann nog eens een western, Zonder Pardon. Er zat een bewuste wil achter dat met ouder worden te maken had.
"Vanaf de eerste pagina's zetten deze gewelddadige scènes de toon voor dit album. De vergelijking met Tarantino is onvermijdelijk: ik ga niet zoals bij Hergé iemand tonen die neergekogeld wordt en die dan met de hand op de borst uitroept: 'Hemeltje, ik sterf!' Hou ouder ik word, hoe meer ik neig naar een zekere grafische brutaliteit. Ik beleef er zelfs plezier aan, het lucht op! Deze periode is misschien maar tijdelijk, maar het heeft me nog in zijn greep. Ook de volgende Jeremiah, Jungle City, die ik momenteel aan het afwerken ben, is nog harder, nog wanhopiger."
En die periode hield hij nog langer aan, want in 2017 lanceerde hij een gloednieuwe reeks, de western Duke.
Obsessie voor eigen werk
"Zelfs voor onbelangrijke tekeningen keert mijn maag. Niets aan te doen. Ik ben geobsedeerd door mijn werk, door mijn afschuwelijke grenzen en ik spendeer al mijn tijd om bij te schaven, aan te passen en het beter te doen op anatomisch vlak, op het gebied van de houdingen of de découpage. Er valt altijd wel iets te verbeteren. Ik voel me compleet onbehaaglijk, ik ben niet tevreden over mijn werk. Als ik mijn techniek niet probeer te veranderen in de loop van de albums, dan gebeuren die veranderingen wel natuurlijk door die ontevredenheid. De ene dag voel ik iets aan en 's anderendaags voel ik het anders aan. Ik ben het soms grondig zat om mezelf constant in vraag te stellen. Maar er is geen sprake van om daardoor te stoppen met tekenen. Dat zou het nog erger maken. Als ik dood ben, heb ik me geen zorgen meer te maken!"
Hermann in 2013 over zijn voortdurende ontevredenheid, toen ter gelegenheid van zijn nieuwste one-shot Terug naar Congo.
De vrouwen van Hermann
De vrouwen in de strips van Hermann zijn zelden klassieke schoonheden. Door de gebreken die ze vertonen, rees vaak de vraag of Hermann ze wel zou kunnen tekenen of dat hij het gewoon niet wilde. In Focus Knack in 2005 klinkt zijn antwoord duidelijk... en op z'n Hermanns.
"Ik teken niet graag mooie mensen. Ik hou van de Engelse cinema, en in goeie Engelse films zie je ook geen mooie koppen. Ze zoeken daar vooral gezichten die de menselijke geloofwaardigheid in het verhaal vergroten. Gevoeligheid in de Engelse cinema is toch veel echter dan in een Hollywoodfilm, of niet soms? Zelfs de Franse cinema blijft in het algemeen ongeloofwaardig. Al die mooie poppetjes van actrices verwarren neuken met emotie. Neuken is ook belangrijk, maar het is toch iets anders."
De afbeelding is de oorspronkelijke coverillustratie van De Torens van Schemerwoude 5: Alda (1989).
1 of 99