38 of 2162
Uitgebreide heruitgave Bernard Voorzichtig bij Just Publishers
Nadat Just Publishers een integrale uitgaf van Daan Jippes' Havank-verhalen met tientallen bonuspagina's, keert de uitgeverij nog verder terug in de tijd door Jippes' door Martin Lodewijk geschreven debuutalbum Bernard Voorzichtig: Twee voor Thee uit 1973 als een geweldige extended edition uit te geven. Het oorspronkelijke album van 48 pagina's verschijnt als een dikke klepper op groter formaat dan het origineel. Als je weet dat deze gloednieuwe uitgave 144 pagina's telt, dan begrijp je ook dat er meer bonusmateriaal in staat dan het eigenlijke stripverhaal. De uitgave is eind mei gepland.
Onder de titel Met Bernard Voorzichtig mee de PEP-jaren door staan veel niet eerder gepubliceerde schetsen, probeersels en alternatieve covers gepubliceerd. Ook gaat Jippes uitgebreid en openhartig in op het moeizame creatieve proces en de totstandkoming van de strip waaraan hij drie jaar werkte. Dat gebeurt opnieuw in de vorm van een lang interview met speciaal voor deze uitgave gemaakte strippagina's. Foto's, gags, korte verhalen en illustraties uit Jippes' PEP-periode zijn nog meer aanvullingen om hier een must-have van te maken. Het album verschijnt als een hardcover en moet 60 euro kosten. Er is ook een speciale editie van 70 euro op slechts 99 exemplaren met een genummerd kaartje en een ex libris erbij.
Voor wie het verhaal nog niet kent, is hier een samenvatting: Om het voortbestaan van de Voorzichtig NV-theedynastie veilig te stellen, beslist opa Voorzichtig om de jonge Bernard tot erfgenaam van het bedrijf aan te stellen. Hij mag al meteen zijn sporen verdienen door een zaak van theevervalsing in het Indische Assam te onderzoeken. Hij wordt daarin gedwarsboomd door neef Andries en zijn net aangeworven schofterige butler Alfried Überalles... En zeggen dat Bernard niets liever wil dan een partijtje tennis spelen.
Een beetje voor- en nageschiedenis
Daan Jippes werkte tussen 1968 en 1974 op de lay-outafdeling van PEP. Hij tekende er covers, gags, illustraties en occasionele korte verhaaltjes. In 1968 tekende hij op scenario van Willy Lohmann een kort verhaal voor het speciale Olympische Spelen-nummer van PEP. Martin Lodewijk heeft voor het Olympische Spelen-scenario geen tijd (in datzelfde jaar verscheen zijn eerste lange verhaal van Agent 327), maar hij vroeg aan Jippes om een vervolgverhaal te tekenen: Bernard Voorzichtig.
Jippes werkte zo'n drie jaar aan de strip. Lange onderbrekingen van minstens twee keer een halfjaar verstoorden de productie. Tussendoor tekende hij beter betaalde covers voor Donald Duck en De Flintstones en korte verhalen van Mickey Mouse en Broer Konijn. Het verklaarde voor een deel de wisselende tekenstijlen in Bernard Voorzichtig.
Jippes' voorbeelden bij het maken van de strip waren naar eigen zeggen André Franquin, Morris, Albert Uderzo, maar ook Milton Caniff, Mort Drucker en Floyd Gottfredson, de bekendste tekenaar van de Mickey Mouse-strip. Jippes liet al deze invloeden van het moment duidelijk gelden. Een half album van vooral Europese signatuur werden vanaf sleutelplaat 22, waaraan hij pas begint na een jaar onderbreking, overboord gekieperd. Jippes' tekenhand stond dan nog in Floyd Gottfredson-modus. Dat ging zo'n zes pagina's verder tot Jippes besloot om op zijn stappen terug te keren en de redelijk basic, maar soepele tekenfilmstijl van Gottfredson uit te breiden met extra arceringen, schaduwpartijen en detail. Pagina 22 tekent Jippes echter volledig opnieuw.
Kort na het verschijnen van de strip in PEP verklaarde Jippes dat er geen vervolg zou komen. Hij wou zelf ook scenario's schrijven, liep rond met eigen projecten en had ontzettend veel werk aan Disney-strips. Dat leidde hem ook naar de VS waar hij aan tekenfilms mocht meewerken. Een andere reden voor het verzuim voor een tweede verhaal was het gebrek aan impact op de lezer voor drie jaar werk. Met andere woorden: de verkoopcijfers waren teleurstellend en de uitslag in een pop poll waren matig. Jippes zag het langere vervolgwerk trouwens niet echt zitten. Nochtans was er het idee voor Twee in Tibet — Thee voor Tibet volgens andere bronnen — dat Bernard naar een monnikenklooster in de Himalaya zou voeren.
De Deense uitgever van het album vroeg begin jaren 1980 om met een eigen scenarist en tekenaar de reeks verder te mogen zetten, maar Martin Lodewijk weigerde: "Het was echt niks." De buitenlandse belangstelling moedigde het duo wel aan om het te proberen met een andere, jonge tekenaar. In overleg met Jippes zette Rob Phiellix, een voormalige collega van Jippes bij Donald Duck, maar ook voor Jan, Jans en de Kinderen bij Studio Jan Kruis, zich aan het werk. Het project strandde snel. Het heilige vuur ontbrak.
Later ging de map met het volledig uitgeschreven scenario van Twee in Tibet met wat adressen en aantekeningen verloren, vermoedelijk in een telefooncel aan de Theems vlakbij Cleopatra's Needle. Toen Lodewijk het verlies opmerkte, keerde hij met een taxi terug, maar de map was verdwenen. Een tweede versie van het scenario bleef een 'spookverhaal', want het lukte hem niet enkele essentiële onderdelen van het plot te reconstrueren. Lodewijk beweerde later dat er voldoende elementen inzaten voor een langlopende reeks. We zouden Bernard en Contance ouder zien worden, terwijl het verhaal kon voortduren tot de Eerste Wereldoorlog en nog verder tot in de jaren 1930.
Een van Lodewijks inspiratiebronnen voor de negentiende-eeuwse theedynastieën was de Engelse tv-serie The Forsythe Saga, gebaseerd op boeken van John Galsworthy, die op het eind van de jaren 1960 ook op de Nederlandse tv te zien was.
Bernard Voorzichtig werd geen commercieel succes, maar niet onaardig veel Nederlandse tekenaars beschouwden het min of meer als een tekenbijbel. Het frustreerde een hele generatie tekenaars dat ze nooit zo goed zouden worden als Jippes, waardoor het uitgroeide tot een mythisch album met herdrukken in 1981 en 2001, intussen allemaal uitverkocht.
38 of 2162