42 of 2240
Lucky Me: Verhalen van een Dochter in mei 2026
Manon Albers schreef en schrijft al jarenlang columns voor diverse bladen en kranten, waaronder Mijn Geheim, Het Parool en AD.Het volgende week bij Uitgeverij Personalia te verschijnen Lucky Me: Verhalen van een Dochter (120 pagina's, softcover, 19,90 euro) bundelt openhartige columns over haarzelf en over haar vader Henk Albers (1927-1987) met wie ze een moeizame relatie had. Onderstaand biografietje leert je waarom.
Lucky Me presenteert tegelijk een portret van Manons vader, die ooit een tekenaar van Lucky Luke was met toestemming van Morris en voor officiële uitgaven van de komische western. Voorbeelden en fragmenten van Henks werk zijn opgenomen in deze uitgave, evenals illustraties van Pieter Hogenbirk (Rembrandt, De Ruyter) en Kees de Boer (de kinderboekenreeks Agent en Boef). Zij leverden de tekeningen bij de columns over Henk (door Kees) en over Manon (door Pieter). Manon schreef eerder het boek Henk Albers: Een Leven (2007).
Manon over Lucky Me: "Ik heb de bundel Lucky Me geschreven en samengesteld, waarin veel vader én veel dochter voorbij komt. Het voelde voor mij als het componeren van onderdelen uit een verzameling levenservaring. Elk woord en elke zin laat zich uitspreken. Ik zou de wereld en mijn bescheiden rol hierin niet begrijpen zonder te schrijven. In mijn hoofd heb ik helaas weinig rust, maar dat ik alles wat er zich binnen in mij afspeelt om kan zetten in tekst, maakt mijn leven draaglijk. Als dat nodig is uiteraard, en ja, dat is het! Zowel persoonlijk als maatschappelijk. Ik heb tien jaar een vaste column gehad in het weekblad Mijn Geheim. Daarnaast heb nog veel meer geschreven, zoals stukjes voor het AD en Het Parool, en het boek Henk Albers: Een Leven. Die productiviteit heb ik blijkbaar van mijn vader, die zoveel tekende dat er nu nog steeds werk van hem opduikt. In hoeverre lijk ik op mijn vader? Hij was stripmaker en ik was trots op hem als tekenaar, maar ik had geen goede band met hem als vader. Hij overleed door overmatig drankgebruik toen ik drieëntwintig was. Hoe heeft dat mijn eigen leven gekenmerkt? Dit kunt u allemaal lezen in mijn boek."
Henk Albers
Henk Albers was een Nederlandse striptekenaar en illustrator die tijdens de Tweede Wereldoorlog als loopjongen startte op de tekenfilmafdeling van de Toonder Studio's. Zijn pad leidde in 1957 via krantenstrips, cartoons en illustraties voor uiteenlopende publicaties — ook van het naughty soort — en zelfs als cabaretartiest en clown naar het weekblad Donald Duck, waarvoor hij de rubrieken Ditjes en Datjes en de Duckstadkrant bedacht.
Na acht jaar ging hij zoals vele Nederlandse stripmakers voor het stripweekblad Pep werken. Daarin publiceerde hij hij fraai geïllustreerde parodieën op wereldliteratuur met Lucky Luke erin verwerkt en overige illustraties en stripverhalen van Lucky Luke. Daaruit vloeide het album De Wereld van Lucky Luke (1973) voort met info en verhalen over de Far West. De toestemming om de personages uit Lucky Luke te tekenen, werden door Morris zelf gegeven.
In 1974 en 1975 mocht Albers voor het Franstalige en kortstondige — er verschenen slechts twaalf nummers na een proefnummer — maandblad Lucky Luke Mensuel korte stripverhalen en illustraties tekenen, in samenwerking met scenarist Yvan Delporte. Hij bleef ook werken voor Pep en andere opdrachtgevers.
Er was een keerzijde. In de jaren 1970 ontwikkelde hij een drankprobleem. Hij hing vaak rond in Amsterdamse cafés, onder meer met Dick Matena, en hij leerde er ook artiesten als Ramses Shaffy en Rijk de Gooijer kennen die hij wist te entertainen met anekdotes en grappen. De levensgenieter was een clown, een vrouwenversierder, maar depressies vielen hem ook te beurt en hij kon gewelddadig uit de hoek komen.
Na de scheiding van zijn tweede vrouw werd zijn drankgebruik nog erger. Hij vervreemdde van zijn kindneren en vrienden aan wie hij zijn schulden niet terugbetaalde. Hij werd in enkele jaren tijd om de haverklap uit zijn huis gezet omdat hij de huur niet betaalde. Met zijn hond Rataplan, zijn cowboyhoed en -laarzen dwaalde hij door de straten van Amsterdam als een werkelijke poor lonesome cowboy. Hij kwam niet meer aan werken toe.
In 1980 lukte het hem om van de fles af te raken en probeerde hij zijn leven weer in de juiste plooi te krijgen. Het verhuisde naar Lelystad, maar het opnemen van zijn tekencarrière was een ander paar mouwen. Tussen veranderde tijden en zijn tanende gezondheid (hij had het zicht uit een oog verloren, vermoedelejk na een gevecht) tekende hij voornamelijk voor privéopdrachten. In 1983 bombardeerde Het Stripschap hem echter tot huistekenaar voor wie hij de vaste mascotte, Sjoert, tekende. Hij was dankzij z'n vaste afnemer van illustratiewerk ook regelmatig te zien op stripbeurzen. Tot op heden siert Sjoert de Stripschappenningen.
Hij overleed in 1987.
42 of 2240