Charlie Hebdo, 50 jaar polemiek

13 maart 2026 Vooruitblikken

Het Franse satirische magazine Charlie Hebdo bracht een buitenreeksnummer uit waarin het terugblikt op vijftig jaar polemieken. In haar bestaan sinds 1970 met wat onderbrekingen, ontving het met cartoons, columns, strips en artikelen gevulde blad om de haverklap reacties van mensen, instanties en zelfs landen die zich gekrenkt voelden. Dat leidde naar dagvaardingen, rechtszaken, publicatieverboden en doodsbedreigingen tot een werkelijke aanslag op de redactie die op 7 januari 2015 het leven kostte aan twaalf cartoonisten, medewerkers en een lijfwacht. De aanslag werd opgeëist door Al Qaida. De "Je suis Charlie" van toen uit medeleven veranderde de voorbije jaren al te vaak in een "jullie gaan te ver", waarbij het recht op vrije meningsuiting in vraag werd gesteld, met commentaren die almaar meer op sociale media ontaarden in polemieken.

Daar heeft Laurent Sourisseau alias Riss, de directeur van Charlie Hebdo, het volgende over te zeggen: "Die mensen betuigden ons hun medeleven omdat we het slachtoffer waren van een aanslag, maar ze vergaten dat we in de eerste plaats satirische tekenaars waren. Ze sloten zich bij ons aan uit emotie en uit solidariteit, maar ze hebben de filosofie achter satirische tekeningen nooit echt begrepen. Dat wisten we al heel vroeg, vanaf februari 2015, toen we het tijdschrift opnieuw lanceerden. We wisten heel goed dat op het moment dat we weer zouden gaan tekenen, we mensen zouden verliezen die Charlie niet kenden. Maar als we die mensen hadden willen behouden, hadden we moeten afzien van wat het blad was, dan hadden we Charlie Hebdo moeten opgeven. (...) Er zijn steeds minder rechtszaken voor de rechtbank en steeds meer op sociale media. Wanneer je een blad op traditionele wijze maakt, is er een kader. Op internet is er geen kader meer. Daarom hebben we in het nummer ook enkele rechtszaken gepubliceerd die we hebben aangespannen tegen mensen die ons met de dood hebben bedreigd en zich niet realiseerden dat ze dat volgens de wet niet mogen doen."

Hoofdredacteur Gérard Biard treedt Riss bij: "Op internet doet zich een exponentieel fenomeen voor. Iemand ziet een tekening, deelt die met tien anderen, die het op hun beurt weer doorsturen. Elke keer ontstaat er een nieuwe interpretatie, misschien zelfs een manipulatie van de tekening en een verdraaiing van de betekenis... En na een tijdje weet niemand meer waarom de tekening is gemaakt of wat het eigenlijk voorstelt. Het enige wat telt, is de polemiek. En zelfs de zogenaamde traditionele pers doet mee. Men vraagt zich niet meer af wat een tekening wel of niet rechtvaardigt, waarover men zou kunnen discussiëren, maar men is alleen nog maar geïnteresseerd in de polemiek die het veroorzaakt. Het nieuws is dat Charlie Hebdo polemiek veroorzaakt. Dit alles versterkt een egocentrische gevoeligheid die ertoe leidt dat mensen, wanneer ze een tekening zien, deze op zichzelf betrekken. Hoe kunnen we dat voorkomen?"

Riss: "Er is een stelling onder perscartoonisten: hoe verder je van het bed van mensen af tekent, hoe meer ze lachen, hoe dichterbij, hoe minder ze lachen. Terwijl humor hebben in de eerste plaats betekent dat je met jezelf kan lachen. Daarom hebben we over de aanslag getekend. Deze speciale uitgave is bijna een historisch document: het verhaal van Charlie maakt deel uit van de geschiedenis van de media, en je kunt de vrijheid van meningsuiting in Frankrijk niet begrijpen als je dit verhaal niet begrijpt."

In het speciale nummer onder de titel "het blad dat iedereen op de zenuwen werkt", passeren vele cartoons die resulteerden in polemieken. Want de cartoonisten en columnisten hebben doorheen de decennia werkelijk geen énkele partij ontzien. Ministers, katholieken, militairen, katholieken, islamieten, prinsessen, toeristen, ouders, veteranen, extreemrechts, extreemlinks, ayatollahs, Japanners, Italianen, Roemenen, Turken, ecologisten, racisten en antiracisten, andersvaliden, Zwitsers, Basken, Elzassers, Corsicanen, feministen, pro- en anti-Israël en zelfs Belgen kregen er zonder onderscheid allemaal van langs.

Te ver volgens Iran en pessimisme bij cartoonisten

Eind 2022 lanceerde Charlie Hebdo een wedstrijd waarbij cartoonisten van over de hele wereld tekeningen mochten leveren over de toenmalige revolutie in Iran en die onder #MullahsGetOut verder verspreid raakten. De onlangs overleden Iraanse grootayatollah Ali Khamenei kreeg er toen flink van langs. Charlie Hebdo lachte er nog mee dat "elke deelnemer een plaats in de hel wint". Maar de publicatie van het nummer in januari 2023 met een grote selectie van de ingezonden cartoons had zijn gevolgen.

Riss: "We kregen een brief van de Iraanse ambassade in Frankrijk waarin stond dat we 'te ver gingen'. Het is toch te gek voor woorden dat we een brief krijgen van een regime dat zijn bevolking afslacht, waarin staat dat wij 'te ver gaan'. Soms zijn het juist de mensen met de grootste rotkop die ons morele lessen willen geven. Ze gebruiken Charlie Hebdo om zichzelf het gevoel te geven dat ze morele individuen zijn en schuiven hun eigen schanddaden op ons af. Wij 'gaan te ver'? Die uitdrukking is absoluut belachelijk. Alles wat we doen, zijn slechts tekeningen, inkt op papier. Wij hebben nooit opgeroepen om iemand te vermoorden."

Dat cartoonisten geen onmensen zijn, benadrukt Riss: "We zoeken naar iets wat de mens altijd al angst heeft ingeboezemd... en wat ons trouwens ook vandaag nog steeds angst inboezemt. Mensen denken dat tekenaars onverantwoordelijk zijn, maar ze zijn veel lucider en dus veel pessimistischer dan we denken. Ook zij proberen hun eigen angsten te bezweren. Ze tekenen over tragische gebeurtenissen om iets minder overweldigd te worden door hun eigen tragedie. Als we het aantal lijken, oorlogsslachtoffers, massagraven en verminkte lichamen zouden tellen dat we sinds 1992 hebben getekend... We hebben duizenden lijken getekend sinds Charlie bestaat, we hebben ons leven lang gruwelen getekend."

De laatste der Mohikanen

Bestaan er limieten op wat Charlie Hebdo plaatst? Riss: "Er zijn wettelijk vastgelegde grenzen: belediging, laster, oproep tot moord, discriminatie... In deze speciale uitgave wilden we juist de tekeningen en rechterlijke uitspraken met betrekking tot het blad opnieuw publiceren, om te laten zien hoe de rechterlijke macht in dergelijke gevallen handelt. We hebben enkele controversiële tekeningen uit de jaren 1970 aangehaald en fragmenten uit vonnissen uit de jaren 1990 opgenomen, voor tekeningen over religie, politieke figuren, het leger, enzovoort. We wilden de lezer de mogelijkheid geven om onze verdediging van deze tekeningen voor de rechter te begrijpen, maar ook om te zien hoe de rechter redeneert wanneer hij het principe van vrijheid van meningsuiting toepast. Daarom hebben we ook de rechterlijke uitspraak over de beroemde cover van Cabu (een van de omgekomen cartoonisten in 2015, red.) — 'Mohammed overweldigd door fundamentalisten — het is moeilijk om geliefd te zijn bij idioten' — overgenomen. Een uitspraak die bevestigt dat er een verschil is tussen kritiek op een religieus dogma en discriminatie van degenen die dit dogma praktiseren, iets wat mensen soms nog steeds moeilijk kunnen begrijpen. Lachen is niet noodzakelijkerwijs spotten, vernederen of kleineren. Lachen is ook een drama ontkrachten, het drama op afstand houden."

Is er ook een positieve evolutie merkbaar? Biard: "Er zijn veel rechtszaken geweest die de rechten van satire juridisch hebben verankerd. Voor de rechter zijn de rechten van perscartoonisten vrij goed beschermd. Al in de beginjaren heeft de rechter ons rechten toegekend die voor de samenleving van toen ondenkbaar waren. We noemen bijvoorbeeld de rechtszaak die Caroline van Monaco tegen de krant had aangespannen vanwege een cartoon die haar niet beviel, en die ze verloor. Dat was een mijlpaal. Het paradoxale is dat we tegenwoordig de indruk hebben dat de samenleving minder tolerant is dan de rechtbanken zelf en dan de wet."

Riss: "De jurisprudentie die Charlie heeft helpen opbouwen, kwam anderen ten goede, zoals Les Guignols (een Frans satirisch tv-programma met marionetten, te vergelijken met het Britse Spitting Image, red.). In die tijd sterkte hun bestaan ons in wat we deden. Nu staan we weer een beetje alleen, als de laatste der Mohikanen die satire bedrijven. Er is een zwijgende meerderheid die Charlie Hebdo begrijpt, en een luidruchtige minderheid die vindt dat wat we publiceren onaanvaardbaar is."

Het nummer kost 9,50 euro en is onder andere te koop op de website van Charlie Hebdo. De titel "het blad dat iedereen op de zenuwen werkt" roept nog de vraag op waarom de redactie er überhaupt mee doorgaat. Biard: "Omdat iedereen ons zelf op de zenuwen werkt."

Bron: charliehebdo.fr