1 of 127

Ditjes en datjes (34)

3 oktober 2026 In de kijker

Op deze pagina bundelen we quotes, weetjes, extra nieuwtjes, berichten uit onze archieven en andere artikeltjes die we tussen 27 september en 2 oktober op onze Facebookpagina hebben gepubliceerd.

 

2 oktober 2026: Vuurtje van Peyo

"Pardon, heer! Heeft u een vuurtje voor me?..." De context of herkomst van deze illustratie van Peyo uit 1971 kennen we niet.

2 oktober 2026: De Smurfen naar de smurfbus

Op 10 oktober 1982 moesten de Belgen naar de stembus voor de gemeenteraad, waar Humo op de cover van nummer 2196 de "Smurfbus" van maakte. De weekbladen Humo en Robbedoes werden toen nog door dezelfde uitgeverij Dupuis uitgegeven.

De blauwen hebben dat jaar niet gewonnen. De CVP (nu cd&v) behaalde de meerderheid in 205 van de toen 308 Vlaamse gemeenten.

2 oktober 2026: Restyling Suske en Wiske

In 2017 was Wout Schoonis grotendeels verantwoordelijk voor de restyling van de personages en de tekenstijl van Suske en Wiske. Dat was toen nog onder Luc Morjaeu. Sinds 2023 is hij zelf de hoofdtekenaar van de stripreeks. Enkele uitgewerkte voorstellen voor de restyling kan je hier bekijken.

1 oktober 2026: Laatste aflevering Stripjournaal

Op 1 oktober zette Stripjournaal een punt achter de jarenlange podcast.

"Het is zover, de allerlaatste aflevering van Stripjournaal. Het voelt nog wat onwennig, ook om het zo op te schrijven. Maar de podcast gaat stoppen. In deze laatste aflevering blikken we terug op al die mooie podcastafleveringen. 

We bellen met de co-hosts van het eerste uur, Seb van der Kaaden en Margreet de Heer. We bellen ook even met Kees de Boer, en met de twaalfjarige Lieven die een indrukwekkende stripverzameling heeft en Stripjournaal erg gaat missen. We laten wat mooie oude fragmenten horen en lieve reacties uit de mail. En als klap op de vuurpijl heeft Kurt voor Robin een heuse mystery guest geregeld...

Maar dit was het dan, de laatste aflevering van Stripjournaal. Dank aan jullie voor het trouw luisteren al die jaren."

Surf naar Stripjournaal voor de laatste aflevering.

1 oktober 2026: Sardientjes voor Hergé

Sardientjes in plaats van auteursrechten, een uitgebreide versie van een vorig artikeltje...

In 1941 liep in het Portugese blad O Papagaio (zie ook onderstaand bericht) het Kuifje-verhaal De Zwarte Rotsen. Hier zie je een aankondiging. Portugal was in de Tweede Wereldoorlog een neutraal land, terwijl België in die periode bezet was door de Duitsers. Er waren niet alleen voedselbeperkingen, financiële transacties met het buitenland waren moeilijk of onmogelijk. O Papagaio kon daardoor geen auteursrechten aan Hergé betalen, maar de auteur van Kuifje had een ander voorstel.

Op 24 april 1941 stuurde de stripmaker een brief naar Adolfo Simões Müller, de oprichter en directeur van O Papagaio. Het was meer een noodoproep. We citeren: "Mijn jongere broer zit gevangen in Duitsland. Zou het voor u niet mogelijk zijn om hem af en toe, laten we zeggen eens per maand, een klein pakketje te sturen?... Bijvoorbeeld sardines, chocolade, cacao, koekjes of andere niet-bederfelijke levensmiddelen. De kosten die u zou maken voor het samenstellen en versturen van de pakketjes zouden kunnen worden afgetrokken van het bedrag aan reproductierechten voor Kuifje en Bobbie..."

In een P.S. voegde Hergé nog een vermomde smeekbede toe om weliswaar geen misbruik te willen maken van de goedheid van zijn bestemmeling, maar van Müller toch ook een soortgelijke zending voor hemzelf te overwegen.

De Portugese klant reageerde boven de verwachtingen van Hergé. Hij overspoelde de tekenaar zodanig met pakketten met levensmiddelen dat de aandacht van de Duitse administratie hierop werd gevestigd en men Hergé om nadere uitleg verzocht.

1 oktober 2026: Kuifje in Portugal

We hadden je al eerder verteld dat de eerste anderstalige publicatie van Kuifje na het Frans niet in het Nederlands was, maar in het Portugees. Het is zelfs in die taal dat een Kuifje-avontuur voor het eerst volledig in kleur verscheen. Dat gebeurde in het Portugese blad O Papagaio (De Papegaai) in 1936 met het verhaal Kuifje in Amerika.

De redactie van O Papagaio permitteerde zich voor de publicatie van de Kuifje-verhalen enkele ingrepen. De Franstalige naam Milou (Bobbie) werd niet overgenomen omdat in die tijd Maria de Lurdes Norberto, bijgenaamd Milu, een populaire Portugese actrice was. Adolfo Simões Müller, de oprichter en directeur van het blad, vond het ongepast om een gelijkaardige naam te gebruiken. Milou werd daarom Pom-Pom en na een paar nummers was er plots Rom-Rom te lezen. Tintin (Kuifje) werd Tim-Tim. Kapitein Haddock en professor Zonnebloem kregen in latere publicaties de namen capitan Rosa en professor Pintadinho. Oliveira de Figueira, de Portugese handelaar uit Lissabon die in enkele verhalen voorkomt (voor het eerst in De Sigaren van Farao), kreeg een andere nationaliteit met dezelfde naam. Hij werd voorgesteld als een Spanjaard. Generaal Alcazar kreeg dan weer de naam Manduca om niet te doen denken aan de belegering van het Alcázar van Toledo tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Kuifje in Congo/Afrika werd Kuifje in Angola, een voormalige Portugese kolonie in Afrika.

O Papagaio liep van 18 april 1935 tot 10 februari 1949 en haalde 722 nummers met daarin voorpublicaties van acht Kuifje-verhalen. Aanvankelijk was er minder respect voor het oorspronkelijke bronmateriaal. Prenten of pagina's werden vaak aangepast, verhalen raakten ingekort of gewijzigd naargelang de beschikbare ruimte. Je ziet hier ook een voorbeeld van enkele verschillen tussen de Portugese voorpublicatie van Kuifje in Amerika in kleur, de Franstalige eerste druk en de later hertekende versie.

1 oktober 2026: Zwartkijken-bewerking door Marcel Gotlib

Vertrekkend van een tekening uit Zwartkijken van André Franquin herwerkte zijn kameraad Marcel Gotlib die in 1981 voor een eigen cartoon die in Fluide Glacial nummer 57 werd gepubliceerd. De hond is Gotlibs creatie Lobbes. 

Nadat Zwartkijken in eerste instantie wekelijks in Le Trombone Illustré verscheen, een bijlage van Spirou (en dus niet in Robbedoes te lezen) kon Franquin zijn zwartgallige grappen verder kwijt in Fluide Glacial na het opdoeken van Le Trombone Illustré dat het niet langer uitzong dan slechts dertig nummers.

30 september 2026: Jommekes Straalvogel gered in Middelkerke

Enkele maanden geleden trokken we op striptocht in Middelkerke. De verdwenen Straalvogel uit Jommeke, een speeltuig dat vroeger naast de Zeedijk en later in een park een plaats vond, troffen we aan achter een containerpark, gedemonteerd en half vergaan. Het tienduizenden keren bekeken filmpje van onze vondst werd gretig gedeeld, vooral bij de bevolking van de Vlaamse kustgemeente. Pogingen van de oorspronkelijke kunstenaar om de Straalvogel te redden, stuitten op weerstand bij de burgemeester, die het openbaar wou verkopen of er in ieder geval gewoon van af wou zijn. Intussen is de kogel door de kerk. De Straalvogel wordt als kunstwerk in ere hersteld en verhuist naar een rotonde in de gemeente. Dat kan je vernemen in deze reportage van de regionale zender Focus/WTV.

30 september 2026: Marsupilami door Gil Formosa

Het origineel van de dvd-hoes voor de tekenfilmreeks van de Marsupilami is hier niet het werk van André Franquin of Batem, maar wel van Gil Formosa. Behalve als striptekenaar van onder meer Buck Danny, Linkerhanden, Bowen en assistent voor Morris (Lucky Luke) voerde hij uiteenlopend werk uit in de tekenfilm- en reclamebusiness. Hij tekende bijvoorbeeld ook Bollie & Billie voor publicitaire doeleinden.

30 september 2026: Onuitgegeven Cupido

Een in album onuitgegeven gag van Cupido, door Malik en Raoul Cauvin, in Robbedoes nummer 2836 van 19 augustus 1992. Hier is de pagina uit het Franstalige Spirou te zien. De redactie kreeg daarop brieven van lezers die verklaarden dat ze geschokt of zelfs triestig waren dat de op een presentatrice verliefde man teleurgesteld is als hij ontdekt dat ze in een rolstoel zit.

Een van de lezersbrieven werd in Spirou gepubliceerd met het volgende antwoord van de redactie: "Je bent niet de enige die door dit verhaal geschokt was. De redactie heeft meerdere brieven met dezelfde strekking ontvangen. Toen Raoul Cauvin het schreef, wilde hij uiteraard niet de spot drijven met mensen met een beperking, maar gewoon een nieuwe variant bedenken op de klassieke grap van de half zichtbare presentatrice. Dat neemt niet weg dat het resultaat er is. Hij heeft er oprecht spijt van en heeft besloten deze pagina niet in zijn volgende album op te nemen."

30 september 2026: Gesigneerde poster Guust Flater

Een oude poster van Guust Flater uit 1980, maar wel voorzien van tekeningetjes van André Franquin, zijn voormalige assistent Jidéhem (hier met een kopje van Sophie), Francis (Bram Jager en zijn Buur), Morris (Lucky Luke), Jean Roba (Bollie & Billie) en Moppersmurf van Peyo.

29 september 2026: Who cares?

"Wat heb ik nu helemaal gedaan met mijn leven? Een strip gemaakt! Who cares? (lacht) Nu is mijn leven haast voorbij."

Het moment dat Charles M. Schulz dit zei, was ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag in 1997. Hij wist dat hij dan al kanker had waar hij in 2000 aan bezweek. Dankzij z'n stripreeks Peanuts en de striphond Snoopy was hij niettegenstaande de rijkste striptekenaar aller tijden, dagelijks gelezen door 200 miljoen mensen. Ook na zijn dood behoort Schulz nog steeds tot de rijkste entertainers op deze aardbol. Maar inderdaad: who cares als je zelf dood bent?

Bron: ZozoLala 111, april/mei 2000

29 september 2026: Martin Lodewijk verkiest pulpliteratuur

"Ik denk dat pulp en sf belangrijker literatuur zijn dan DE literatuur. Het zijn eerlijke verhalen. In z'n onschuld is pulp zo... hoe zal ik het zeggen? Het komt het dichtst bij wat essentieel is. Bij communicatie tussen mensen. Pulp werd drie miljoen jaar geleden ook al gemaakt. Het vertellen, het slijpen van verhalen. Daar komt pulp het dichtst bij. De archetypen komen uit de pulp: Tarzan, Dracula. Vroeger had je dorpsvertellers. De Odyssee van deze tijd. Ik ben ook dol op series: het langzaam slijpen van een personage. Ik heb geen enkele ambitie om literatuur te schrijven. Ik wil pulp schrijven."

Nou, dan zat Martin Lodewijk, de voormalige scenarist van Storm en auteur van Agent 327, wel goed bij De Rode Ridder waar hij tweeëntwintig (pulp)verhalen voor schreef tussen 2005 en 2012, alle getekend door Claus D. Scholz. De bovenstaande uitspraak dateert van lang daarvoor, uit 1984 in Yech nummer 2.

29 september 2026: De Familie Super knipoogt naar de Kiekeboes

Deze week verscheen de luxe van De Familie Super 6: De Patattenfluisteraar op 100 exemplaren. Zoals bij elk luxealbum knipoogt Willy Linthout telkens naar de cover van een klassieke strip. In dit geval naar de Kiekeboes 1: De Wollebollen. Het is voorlopig het laatste album. Linthout en zijn schrijfmaatje Ann Smet werken momenteel aan een graphic novel over stripfiguren bij de therapeut en daarin speelt de familie Super ook een rol, samen met andere stripfiguren.

29 september 2026: Dirk Stallaert over het moeilijke aan Nero

"Laat ik beginnen met het mínst moeilijke. Waar ik vrij in gelaten word, is het decor: gebouwen, auto's... die teken ik zonder aan Marc Sleen te denken. Waar ik natuurlijk wel aan vastzit, zijn de personages en die zijn ook het moeilijkst. Dan merk je ook pas wat een stijl inhoudt. Nero bijvoorbeeld — ik zeg het nog maar eens, hoewel Marc Sleen dat niet graag heeft — heeft geen hals. Als Sleen hem tekent, valt dat niet op, maar bij mij werkt het niet. Nero is het enige personage dat me nog altijd grote moeite kost. Het is vreselijk, maar het is zo. Soms lukt het vrij snel en soms krijg ik hem met geen mogelijkheid op papier. Hij heeft van die typische gelaatsuitdrukkingen die Sleen uit zijn mouw schudt en waar ik op moet zwoegen. Ik heb dikwijls problemen met de wenkbrauwen van hem, twee zwarte bogen eigenlijk. Bij Sleen storen ze me geen moment. Zo'n figuur tekenen is even onmogelijk als een handschrift nabootsen. Je kunt hoogstens iets maken dat erop lijkt."

Tekenaar Dirk Stallaert had het heel wat moeilijker met het tekenen van Nero dan je zou denken als je zijn tekeningen ziet. Bovendien kreeg Marc Sleen indertijd niet genoeg van de riem met materiaal die agent 794 ("Gaston pour les dames") elke keer meer leek te torsen. In de weken waarin Gaston in de strip opdook, moest Stallaert overuren maken.

Bron: ZozoLala 106, juni/juli 1999

Een reactie van Catharina Kochuyt, de weduwe van Marc Sleen: "Marc Sleen was zo gelukkig dat hij Dirk Stallaert als tekenaar had, en de 'magie' tussen de twee was TOP!"

28 september 2026: Jean Roba over de toekomst van de strip (in 1974)

"Dat is niet zo makkelijk te beantwoorden. Als je de ontwikkeling bekijkt dan zie je dat de strip de laatste jaren andere richtingen is ingegaan, met de strip worden nu meer terreinen bereikt. De strip zal zich naar mijn mening tot een middel van expressie ontwikkelen naast films en literatuur. De strip verliest geleidelijk aan ook haar lieve imago, dat het kinderverhaaltjes zouden zijn; er worden nu meer mensen mee bereikt. Kijk, er komen nu jongens in het vak die echt iets te vertellen hebben en die dat ook tot uitdrukking willen brengen. Dus niet meer van die oudbakken koek als De Vrolijke Avonturen van Kapitein Stavast of In de Lucht met Daan Durfal. De Pilote-tekenaars zoals Druillet en Giraud hebben iets te vertellen, maatschappelijke satires, fantastische dingen."

Nagel op de kop door Bollie & Billie-auteur Jean Roba in 1974 die probeert te antwoorden op de vraag wat hij denkt over de toekomst van de strip. De door hem vermelde titels bestaan trouwens niet.

Bron: Stripschrift nummer 67, juli 1974

28 september 2026: Jijé over zelfcensuur tijdens de nazibezetting

"We pasten overigens allemaal wel een zekere zelfcensuur toe en dat voorkwam een hoop moeilijkheden. De hoofdredacteur was trouwens communist, dus ook op het politieke vlak moesten we oppassen! Dat was Jean Doisy; hij schreef ook weleens een strip, bijvoorbeeld het eerste verhaal van Jan Kordaat. Tijdens de oorlog was er een ander probleem: de Duitsers verzamelden namen van tekenaars en wilden toen dat we cartoons gingen maken tegen de joden, de communisten en zo. Wij moesten dus steeds uitvluchten zoeken, zo van: 'Ik teken nooit cartoons, die stijl ligt me niet...' Zo kwam je er wel onderuit. Gelukkig was de Duitser in het propagandabureau zelf ook antinazi."

Ja, de omstandigheden om te mogen tekenen tijdens de Tweede Wereldoorlog waren niet evident. Maar Jijé ging niet overstag. De afbeelding toont zijn Robbedoes in 1944 toen het weekblad een tijdlang niet kon verschijnen in het oorlogsjaar.

Bron: Stripschrift nummer 96, december 1976

28 september 2026: Ron van Riet over Willy Vandersteen

"Als dat op maandag gebeurde, had Vandersteen ook een enveloppe voor zichzelf bij zich, zo'n 100.000 BEF (2.500 euro, zonder inflatieberekening), waarmee hij dan 's avonds de bloemetjes ging buitenzetten. Want de man was een levensgenieter, nietwaar. Maar de rest van de week, ook 's avonds en tijdens de weekends, was hij aan het werk, met een liter melk, een doos pralines en de fles Johnie Walker Red Label bij de hand. Iedere tekenaar of inkter had 's morgens zijn drie à vier pagina's scenario en kon verder werken aan zijn strip. Suske en Wiske, Bessy, De Rode Ridder, Biggles, Safari en Jerom. Vandersteen schreef ze allemaal door elkaar en was ook de enige die dat kon."

Ronald Van Riet, voormalig tekenaar van Robert en Bertrand, herinnert zich dat hij Willy Vandersteen nauwelijks zag, enkel als 'de baas' het maandelijks loon kwam brengen. En dat die baas een nijverige nachtbraker is, toont Van Riet ook aan.

Bron: XL, een weekendbijlage bij Het Laatste Nieuws, 14 mei 2005

Dit bericht is tot nu toe ons meest gelezen Facebookbericht van 2026. Er volgden heel veel reacties, soms ongefilterd, die gingen over whisk(e)y, pralines, Vandersteens verleden, anekdotes en de adressen waar Vandersteen op een maandagavond of -nacht te vinden was. Hieronder enkele van de betere, informatieve bijdragen.

Raf Baeyens: "Ging steeds met mijn vader, je wil niet weten hoe ze bij ons thuis kwamen."

David Rigouts: "Mijn vader zaliger heeft heel zijn loopbaan bij Standaard Uitgeverij gewerkt en moest sporadisch naar Vandersteen in Kalmthout met drukproeven en dergelijke. Zowel mijn vader als Willy Vandersteen waren afkomstig uit de Seefhoek in Antwerpen wat toch een band gaf en telkens hij weer vertrok kreeg hij van Willy 5.000 BEF 'drinkgeld' (125 euro). Ik heb daar steeds mijn twijfels over gehad, maar nu denk ik dat het toch waar kan zijn."

Marc Van den Bossche: "Dan is dit nog de goedkope versie van Red label! Waarom niet Black Label?"

Jos De Roeck: "Ik weet waar hij maandagavond en -nacht 'verbleef'. Veel verhalen van de cafebazin gehoord over haar beste klant..."

Marc Legendre: "Mijn grootvader en m'neer Vandersteen deelden dezelfde taxichauffeur (en de liefde voor J. Walker). Mijn grootvader heette ook Willy, wat die chauffeur grappig vond. Hij noemde mijn grootvader lachend 'den Brave'. Op avonden dat de twee Willy's op dezelfde chauffeur beroep deden, kreeg mijn grootvader een soort uurregeling. De chauffeur vertelde wanneer hij m'n grootvader zonder probleem kon oppikken, de rest van de avond (nacht) genoot m'neer Willy voorrang. Tijdens de rit vertelde de chauffeur wat de andere Willy op dat ogenblik uitspookte. Of de chauffeur aan m'neer Willy vertelde wat den Brave die avond uitrichtte, betwijfel ik. Den Brave leerde z'n kleinzonen op die avonden namelijk kegelen (dat is geen bowling). De ritten met de taxi van en naar ons huis en de verhalen over m'neer Willy, de wereldberoemde tekenaar van Suske en Wiske zijn onvergetelijk."

Raymond De Vos: "Zat regelmatig in de Jagersrust"met een whiskey (Kapellenbos)." Een aanvulling van Freddy Cruysweegs: "Zijn laatste stop was de Cambuus op het Heidestatieplein. Bestaat nu niet meer"

27 september 2026: Patrice Pellerin over de verfilming van De Havik

"Ik heb de problemen met de financiering sinds 2005 van nabij gevolgd. Vermoeiend. Ik heb ondervonden dat een strip niet hetzelfde is als een film voor de armen. Het is de film die een strip is voor de armen!"

Patrice Pellerin wil maar zeggen dat het hem minder kost om zoveel boten of paarden te tekenen als hij wil, wat niet opging voor het draaien van de zesdelige tv-reeks L'Épervier uit 2011 naar zijn stripreeks De Havik. Zo kostte een papegaai in totaal 22.000 euro om het dier samen met zijn africhter naar de set te laten komen, diens hotel te betalen, alle vervoersonkosten en de africhting. De tv-reeks had een budget van negen miljoen euro, maar in de strip is er dus veel meer mogelijk.

Bron: Casemate nummer 38, juni 2011

27 september 2026: Leo over dove tekenaar Icar

"Telefonisch lukt dat uiteraard niet. Maar Icar is een uitstekend liplezer en als we elkaar ontmoeten, verlopen onze gesprekken heel makkelijk. Via mail hebben we uiteraard heel vlot contact. Hij schetst, scant alles, mailt me de tekeningen en ik kan dan onmiddellijk feedback terugsturen. Icar is een harde werker. Hij zit er niet mee in om volledige pagina's te hertekenen. Het is een plezier om met zo'n gemotiveerde tekenaar samen te werken. Icar is leerkracht in een dovenschool. En daar is hij echt een idool, een levend bewijs dat je je als dove niet hoeft weg te stoppen. Dat je perfect met je beperking kan leven en dingen bereiken als je er zelf in gelooft."

Respectvolle woorden van Leo over de dove tekenaar Icar (echte naam: Franck Picard) voor wie hij de reeksen Verre Werelden en De Laatste Grens schreef.

Bron: Brabant Strip Magazine nummer 187, november 2011

27 september 2026: Joost Swarte over tijdloze Kuifje

"Ja, want de kwaliteit ervan zit niet alleen in het tijdsbeeld dat ze neerzetten, maar vooral in de manier waarop het verhaal verteld wordt. Wat Hergé probeerde, was film op het papier krijgen. Na het zien van Spielbergs film heb ik zijn strips opnieuw ter hand genomen, en toen viel het me weer op hoe filmisch ze gemaakt zijn. In een film bepaalt de regisseur het tijdsverloop, maar in een boek bepaalt de lézer dat. Hergé speelde daarop in: sommige sequenties zijn bijna animatieplaatjes die hij achter elkaar plaatste om een beweging te suggereren, terwijl andere plaatjes juist compleet verstild zijn. Hij heeft dat samenspel tussen de wetten van boek en film vervolmaakt: ik denk dat zijn werk nog lang vers zal blijven."

Joost Swarte mag eens uitleggen of de Kuifje-strips tijdloos zullen blijven nadat hij antwoord gaf op de vraag of hij de Kuifje-film van Steven Spielberg en Peter Jackson goed vond. Swarte ontmoette Hergé een paar keer in 1976 toen hij meewerkte aan de tentoonstelling Kuifje in Rotterdam. Swarte maakte toen een soort miniatuur Kuifje-boek met voorlopers, tijdgenoten en navolgers van Hergé, geselecteerd op hun tekenstijl. Daarvoor bedacht hij de titel De Klare Lijn en die term is sindsdien internationaal blijven hangen om Hergés tekenstijl te omschrijven. Swarte ontwikkelde ook de inrichting van het Hergé-museum in Louvain-la-Neuve.

Bron: Humo nummer 3715, 16 november 2011

1 of 127