Vernissage expo Mangatopia: 30 jaar Kana

17 oktober 2026 Fotoreportages
tekst en foto's: David Steenhuyse

 

Vooroordelen over manga getuigen vooral van een gebrek aan kennis over Japanse strips, die nog te vaak op één hoop worden gegooid als één enkel genre. De verscheidenheid aan genres, teken- en vertelstijlen, onderwerpen en algemene creativiteit is integendeel even divers en uiteenlopend als Europese en Amerikaanse stripklassiekers en graphic novels. In het Brusselse Stripmuseum kan je nog tot 17 mei 2027 een indrukwekkend staaltje van dat gevarieerde aanbod uit het land van de rijzende zon zien. De expo Mangatopia is in feite een viering van dertig jaar Kana, de Franse uitgever van manga die ook enkele jaren in het Nederlands actief was. Vandaar dat wij er toch heel wat namen herkenden. De kennismaking met volstrekt andere namen was des te aangenamer. Onderstaande fotoreportage is slechts een introductie tot dit alles.

 

Takeshi Osuga, de Japanse ambassadeur in België, had het in zijn openingstoespraak over de grote verspreiding van manga over de wereld. Dat deed hij met gepaste trots, maar tegelijk wees hij ook op de rijke Belgische stripcultuur. In het Stripmuseum komen beide werelden samen. 

Op de expo zelf zie je zelfs kruisbestuivingen, bijvoorbeeld bij de prachtige pagina's uit Icare, een unieke samenwerking tussen het Japanse grootgewicht Jiro Taniguchi en het Franse fenomeen Mœbius, het pseudoniem van Jean Giraud, bekend van Blueberry. Op onze striptochten in het buitenland stellen we telkens en overal weer vast hoe hooggewaardeerd Mœbius overal ter wereld is, niet in het minst in Azië. Verschillende Japanse tekenaars hebben de invloed van Mœbius op hun eigen werk toegegeven.

Huidig Kana-uitgeefster Christel Hoolans vertelde in haar welkomstwoord over hoe de onlangs overleden Yves Schlirf dertig jaar geleden al zijn overtuigingskracht in de wieg moest leggen om meer manga uit te geven. Het was toen nog een niche in de (Franstalige) stripwereld, met scepsis bij uitgeverijen, maar ook bij striplezers en boekhandelaars. Manga werden nog eng aanzien als stripreeksen met alleen maar geweld en vreemde tekeningen. dat je ze omgekeerd, van achter naar voor moest lezen, had ook nog educatie nodig om ze te leren lezen. Maar Schlirf had een oog voor wat er zou kunnen scoren. Hij had gelijk. In het persdossier wordt de expo opgedragen ter herinnering aan pionier Schlirf.

De Belg Schlirf richtte in 1996 uitgeverij Kana op die onder zijn leiding uitgroeide tot een van de grootste spelers op de Europese mangamarkt. De contacten met Japanse uitgeverijen verliepen in de begindagen moeizaam. Bij Shueisha, de grootste manga-uitgever ter wereld, was slechts één werknemer in dienst voor alle internationale relaties.

Dat deed het een tijdlang ook op de Nederlandstalige markt. Vanaf 2005 lanceerde Kana de reeksen Yu-Gi-Oh!, Shaman King, Naruto, Monster, Nana, Death Note, Detective Conan, InuYasha en Bleach. Ze passeren allemaal de revue op de expo. De detectivereeks over het schrandere jongetje Conan, waarmee auteur Gosho Aoyama verwees naar schrijver Sir Arthur Conan Doyle van Sherlock Holmes waarmee het personage dweept, heeft een afzonderlijk hoekje op de expo. Door sleutelgaten kan je er naar origineel werk kijken. De sleutelgaten zijn voornamelijk op de hoogte van kinderoogjes geplaatst.

In 2009 werd de Nederlandstalige poot van Kana afgesplitst en kreeg het onderdak bij Ballon Media. Daar kwamen nog reeksen bij als Liar Game, Ikigami, Psyren, Black Butler en Doubt, terwijl andere reeksen op hun einde liepen of werden stopgezet door een tegenvallende verkoop. 

Enkel de razend spannende thrillers Monster (achttien delen) van Naoki Urasawa en Death Note (twaalf delen) van het duo Takeshi Obata en Tsugumi Oba, het psyschologisch wrede, dystopische Ikigami (tien delen) van Motore Mase en de vierdelige horrorstrip Doubt van Yoshiki Tonogai haalden de eindstreep voordat Kana in het Nederlands verdween. In Vlaanderen en Nederland, op internationaal mangagebied een eilandje, was de kans opnieuw verkeken. De eigen rijke stripproductie volstond ruimschoots om het publiek te bedienen.

Deze situatie keert zich de jongste jaren almaar meer dankzij jongeren die de weg vinden naar manga via festivals en cosplay-events als FACTS en Made in Asia, tekenfilm- en tv-reeksen op streamingplatformen, websites met een al dan niet legaal manga-aanbod, het handige formaat van de kleinere pagina's die op smartphones leesbaar blijven, stripspeciaalzaken die hun aanbod uitbreiden en hernieuwde initiatieven om manga toch weer te vertalen. Het succes van de maandelijks verschijnende reeks One Piece van Eiichiro Oda — met meer dan 600 miljoen verkochte exemplaren sinds 1999 de best verkopende stripreeks ter wereld! — bij Pelckmans, waarvan al een paar delen zijn uitverkocht en herdrukt, is daar een van de indicaties van. Lang leve de jeugd! One Piece ontbreekt op de expo. De Franse vertalingen lopen namelijk bij Glénat, een sectorgenoot — concurrent als je wil — van Kana. 

Mangatopia mag dan wel een feestje zijn voor Kana met het in de verf zetten van de stripreeksen die het zelf uitgeeft, de expo biedt niettemin een verbluffend staalkaartje aan genres en tekenstijlen van een veertigtal vertegenwoordigde stripmakers. Van sport in Slam Dunk over sf in Saint Seya, romantiek in Paradise Kiss, kinderverhalen in Doraemon en rebellerende jongeren in Crows en op motors in het autobiografische Bakuon Rettō, het is maar een greep uit de verscheidenheid. 

De expo is opgebouwd uit tien zogezegde wijken die elk een aspect van de enorme mangawereld onthullen. Ze bieden via wat je aan de muren ziet of in minidocumentaires of interviews op tv-schermen ook antwoorden op vragen als wat er met het werk van een mangaka (stripmaker) gebeurt wanneer hij overlijdt of zich terugtrekt uit het vak, hoe folklore, tradities, geschiedenis (van kleding tot samoerai), rampen als de atoombom en Fukushima en tekenmateriaal of andere hulpmiddelen van pas komen.

Elders op de expo zie je in verschillende stappen hoe tekenaar Inio Asano — tevens de tekenaar van de toffe affiche — voor zijn stripreeks Mujina Into the Deep moderne digitale technieken inzet om eerst op de computer houdingen van personages en decors samen te stellen in storyboards en die daarna uit te schetsen en te inkten. Anderen zweren bij traditioneler materiaal. Een van de geïnterviewde tekenaars vertelt dat het hem een jaar of drie heeft gekost om zijn tekenpen in te werken. In beeld zie je met schuimrubber omzwachtelde pennetjes. "Ik beschouw mijn pennen als mijn kinderen", biecht hij ook nog op. 

Hoolans sloot haar speech af met een dankwoord aan alle Japanse uitgevers die in de afgelopen veertien maanden hun medewerking toezegden en originelen of hyperzorgvuldige, niet van echt te onderscheiden reproducties uitleenden. Dat lijstje uitgevers is een regelrechte opsomming van de allergrootste manga-uitgevers ter wereld. De kwantiteit en kwaliteit van de tentoongestelde werken is uitzonderlijk buiten de Japanse markt. Sommig originelen zijn zelfs voor het eerts buiten Japan te zien. Het is een unieke kans om zoveel namen en werken bij elkaar te zien. Ook originelen van Europese tekenaars die zich hebben toegelegd op manga zijn er te zien.

Volgens het persdossier zijn er 36 originele platen te zien, 47 reproducties (want niet elke tekenaar werkt op papier of niet alles kan zomaar uitgeleend worden) en 39 fukusei genga (hoogwaardige reproducties die gangbaar zijn voor Aziatische expo's). Over de expo zijn enkele felicitatietekeningen van mangaka verspreid. Op deze pagina zie je er al enkele van. Er zijn er meer.

Op de expo kan je in een paar mangabladen bladeren. Door een QR-code te scannen, kan je gratis de eerste hoofdstukken lezen (in het Frans) van alle stripreeksen die in de tien wijken op de expo worden voorgesteld.

De expo Mangatopia: 30 jaar Kana duurt tot 17 mei 2027 en vindt plaats in het Brusselse Stripmuseum. Alle praktische info vind je hier.

Download hier het rijkelijk geïllustreerde en informatieve persdossier.