Op striptocht in Washington DC

4 mei 2026 Fotoreportages
tekst en foto's: David Steenhuyse

 

Eind maart verbleven we enkele dagen in Washington DC, de hoofdstad en het politieke centrum van de Verenigde Staten. Op onze zoveelste striptocht bezochten we strip- en boekenwinkels waar we albums van Vlaamse en Nederlandse vonden. In een spionagemuseum leerden we dat Wonder Woman was bedacht door de polyamoureuze uitvinder van de leugendetector (we zagen er ook een valse teelbal om een zendertje te verbergen). In de stad — zelfs vlak bij het Witte Huis — en op de Belgische ambassade werd ons eens te meer duidelijk dat de Smurfen en Kuifje de allergrootste Belgische ambassadeurs zijn. We stapten in de voetsporen van de Blauwbloezen. We leerden in een museum van het Smithsonian dat de dierenmascottes van de Democraten en de Republikeinen te danken zijn aan de satirische "vader van de Amerikaanse cartoon". En op een dag vingen we een glimp op van de man die dagelijks wereldwijd in cartoons is te zien: Donald Trump.

 

Prominenten in hotel

In het hotel waar we verbeven, hangt het vol foto’s van prominente Amerikanen uit allerlei takken van de politiek, wetenschappen, cultuur en kunst. Walt Disney en Superman-vertolker Christopher Reeve hangen er ook tussen. Bij een concertgebouw werd dan weer promo gevoerd voor een prominente Nederlander die er kwam optreden: Joost Klein.

Stripfiguren bij Witte Huis

Op een kruispunt precies tussen het Witte Huis en het Washington Monument (een obelisk in steen) hangt op de achterkant van een verkeersbord een sticker met een Smurf. Een beetje Belgicana tussen de Americana, hoewel het om een valse Smurf gaat als Italiaanse voetbalhooligan.

Grote Smurf en Spider-Man, in feite allebei rood en blauw, staan op twee ijskarretjes in een straat vol streetfoodwagens naast het Witte Huis.

Al deze stripfiguren zijn de dichtste aanwezigheid bij de presidentiële woning. Je kan het Witte Huis momenteel niet zo dicht benaderen. Er zijn vele bouwwerven naast en rond het gebouw. Een plaatselijke ambtenaar vertelde ons ook: "Hoe luider het protest klinkt, hoe groter de perimeter rond het Witte Huis." Er eventjes voor gaan staan, was dus niet mogelijk. Het proberen bezoeken was ons nu ook al tweemaal niet gelukt. Amerikanen hebben voorrang en moeten dat via hun "congressman" aanvragen. Toeristen moeten dat minstens een halfjaar op voorhand via hun ambassade proberen, maar je krijgt een automatisch antwoord dat het niet kan, ook weer omwille van de bouwwerken. 

Aan een hek herinnerden achtergelaten protestborden nog aan de opkomst bij het "No Kings"-protest dat er tijdens ons verblijf plaatsvond. Een oudere man legde aan enkele toehoorders geestdriftig uit wat er allemaal foutloopt. Daartussen heel wat vergezochte complottheorieën en we vingen op dat Europeanen medeschuldig zijn. Dat hij ook nog eens was uitgedost als de Kerstman vergrootte zijn geloofwaardigheid niet.

Propagandacartoon en oorlogsherdenking

Cartoons als propaganda. Op lantaarnpalen op de brug over de Potomac tussen het Lincoln Memorial en het kerkhof van Arlington zagen we een sticker met een cartoon.

In het verlengde van het Lincoln Memorial staat een monument als herdenking voor de Tweede Wereldoorlog en de soldaten die toen zijn gesneuveld. The Battle of the Bulge (de Slag om de Ardennen) is er gegraveerd naast onder andere de landing in Normandië. Op een wand met gouden sterren vertegenwoordigt elke ster honderd gesneuvelde of vermiste Amerikaanse soldaten, in totaal 405.399 manschappen. Dat is het tweede grootste aantal slachtoffers na de Amerikaanse Burgeroorlog toen de Amerikanen nog onderling een robbertje uitvochten. Over die oorlog kan je heel wat opsteken dankzij stripreeksen als De Blauwbloezen en Blueberry. De Slag om de Ardennen komt ook vaak voor in stripverhalen, bijvoorbeeld in Airborne 44 van Philippe Jarbinet.

National Museum of American History

Gitaren van Prince en Eddie Van Halen, een vroege Kermit-pop van Jim Henson, de rode glitterschoenen van Dorothy uit The Wizard of Oz, een animatietekening uit het allereerste tekenfilmpje van Mickey Mouse, de outfit van Xena the Warrior Princess, het kostuum van Halle Berry als Storm uit de eerste X-Men-film, het schild van Captain America uit de film, de kattenoortjes en handschoenen van Julie Newmar als Catwoman in de tv-reeks Batman, Mickey Mouse-oortjes uit Disney-programma's met de Mouseketeers, de zweep en leren vest van Indiana Jones, een schilderij van Bob Ross, een storyboardtekening van SpongeBob Squarepants,… Het zijn maar enkele van de ruim drie miljoen stukken, die niet allemaal tegelijk te zien zijn, in het National Museum of American History, een van de vele gratis te bezoeken musea van het Smithsonian. En dan beperken we ons nog tot het cultuurhistorisch gedeelte. Er zijn ook zalen die gewijd zijn aan wetenschappen (daar geleerd dat Edisons gloeilamp eerst met bamboetwijgjes brandde), industrie, reclame, voer- en vaartuigen en zelfs voor een bekende tv-kokkin en lowrider-auto’s. Allemaal gepresenteerd in boeiende, mooi opgestelde overzichten. Een werkelijke must-visit.

Behalve de cultuurhistorische zaal — waar we bij de vertoningen van scènes met oneliners uit Hollywoodklassiekers een beetje werden overmand door nostalgie en emotie — kent ook de aan de oorlog gewijde ruimte een grote opkomst. De oorspronkelijke Star-Spangled Banner is er een van hun grootste artefacten, véél groter dan we ons die vlag hadden voorgesteld. Het Amerikaanse volkslied kwam voort uit deze vlag die werd gemaakt door een vrouw, haar twee dochters, twee nichtjes en een Afro-Amerikaans meisje in opdracht van een majoor om als garnizoensvlag voor een fort in Baltimore te dienen. Ze vochten toen nog tegen de Britten. In deze ruimte is ook aandacht voor tekenfilmpjes (onder meer met Donald Duck) en comics die als propaganda werden ingezet om de publieke opinie gunstig te stemmen voor een deelname van de VS aan de Tweede wereldoorlog.

Het hele museum biedt een overzichtelijke, gendergelijkwaardige, respectvolle én kritische terugblik op het roemrijke verleden van de VS. Na onze doortocht in het oorlogsgedeelte, waar evenveel aandacht is voor heroïek als de onzin en waanzin van oorlog, ben je zo ingepalmd dat we zin hadden om suppoosten in uniform te salueren en ze te bedanken voor hun service. In het gedeelte van de Tweede Wereldoorlog moet je een schreeuwende Adolf Hitler als achtergrondlawaai dulden, afgewisseld met het geluid van bombardementen of ander oorlogslawaai. Ook hier weer een plekje voor de Slag om de Ardennen.

In tijden zonder fotografie blijken illustraties én cartoons toch maar weer mee de visuele overlevering te hebben bepaald. We zagen in het National Museum of American History bijzonder veel tekeningen en cartoons, zelfs comics, die zowel satirisch als kritisch waren ten opzichte van de regering en politiek, maar die ook werden ingezet als propaganda voor de oorlog, tegen vakbonden, tegen kredietkaarten, enzovoort. 

Een bekende cartoonist, Thomas Nast (1840-1902), voerde in vele van zijn tekeningen een ezel en olifant op als symbool voor de Democraten en Republikeinen. De ezel stond voor onwetendheid, de olifant voor een gevaarte dat zijn eigen gewicht niet beseft en daarom vaak in zijn ongeluk loopt of rampen veroorzaakt. Ze waren bedoeld als satire. Een van de oudste marketingtrucs om positief om te gaan met kritiek en spot is het omarmen ervan en het je eigen maken. De ezel en olifant werden doorheen de jaren door beide partijen aanvaard als partijsymbooldieren, met dank aan deze cartoonist, die als de vader van de Amerikaanse cartoon wordt beschouwd. 

Nast werd geboren in Duitsland en emigreerde in 1846 naar de VS. Hij publiceerde meer dan drieduizend tekeningen, tussen 1862 en 1885 voornamelijk in Harper's Weekly. Dat hij ook mooi kon schilderen, toont een geëxposeerd zelfportret op doek aan. het gaat om een karikatuur van zichzelf rond 1884 nadat hij zijn fortuin verloor in een Ponzifraude op Wall Street.

In dezelfde context maakt een expo over reclame — waarvoor veel illustraties zijn getekend — nogmaals duidelijk hoe stripfiguren, cartoons en complete comics werden ingezet om het publiek commercieel of politiek te beïnvloeden. Op deze expo word je eraan herinnerd dat de Kerstman zoals we die vandaag kennen met zijn rood-witte kleding een creatie is van Coca-Cola. Tekenaar Haddon Sundblom (1899-1976) legde het iconische uiterlijk in 1931 vast in een illustratie voor een reclamecampagne. Voor het gezicht had hij zich gebaseerd op dat van zijn buurman.

De werkkamer van Ralph Baer (1922-2014) is er compleet nagebouwd. Hij was de uitvinder van het eerste videospel en hij ontwikkelde later games als Odyssey, Simon, Maniac en Computer Perfection. Hij vond ook elektronische spelletjes, sprekende boeken en - voorwerpen uit. In dat atelier zagen we twee Batman-poppetjes staan.

In de museumshop is een groot aanbod aan merchandising met Peanuts en Snoopy. Een artbook met vele foto’s van Peanuts-merchandise konden we niet laten liggen.

Big Planet Comics

Elke keer we in het buitenland verblijven, zoeken we naar stripwinkels. En als ze al Europese strips in het aanbod hebben, gaan we ook even na of daar vertaald werk van Vlamingen en Nederlanders tussen zit, zo ook in Big Planet Comics. Daar hadden we meteen prijs met in dezelfde kast Erik Krieks De Kuil en Arsène Schrauwen van Olivier Schrauwen. Deze laatste won dit jaar de Bronzen Adhemar. Daarover schreven we dat we zijn strips almaar vaker in het buitenland tegenkomen, wat hier nogmaals werd bewezen. We wisten dan weer niet dat de sf-strip van Vlaming Miel Vandepitte ook vertaald was. Zijn album staat tussen andere sf, onder andere met Mœbius, in een kast die uitpuilt van dit genre.

Big Planet Comics is een als een gezellige woonkamer ingerichte, ruime kamer met een bijzondere brede variatie aan superheldencomics, manga, graphic novels (waar Europese strips in het algemeen onder vallen in de VS), jeugdstrips en smallpress. We complimenteerden de zaakvoerster met haar gevarieerde aanbod en vroegen haar of haar klanten net zo gevarieerd zijn. Klopt. We vermoedden ook dat ze een wat jonger publiek aantrekt omdat je er niet hoeft te zijn voor oudere stripverhalen of verzamelstukken. Dat valt nog aardig mee, beweerde ze. “We verkopen veel Kuifje, vaak in andere talen.” Nadat we haar zeiden dat we uit het land van Kuifje komen en durfden te opperen dat die verkoop misschien komt door de vele internationale diplomaten, kregen we een “Precies!” Als antwoord. Rondwandelen in de wijk gaf ons daar trouwens gelijk in want op heel wat gevels prijkten bordjes die duidelijk maakten dat het er vol ambassades en consulaten zit. We passeerden landen als Argentinië, Wit-Rusland, Zimbabwe,… In deze wijk kwamen de ook knappe murals tegen. Door andere reizen hebben we al ervaren dat je dan niet ver zit van de coolste stripwinkels. Zal wel te maken hebben met een buurt vol ontvankelijkheid voor creativiteit. Het is sowieso een eclectische wijk met een wereldkeuken. De stripwinkel is gevestigd boven een Ethiopisch restaurant.

De winkel geeft zelf een reeks albums uit met korte verhalen van lokale talenten. Die kan je naargelang het aantal pagina’s voor 5 of 6 dollar aanschaffen.

In een leeshoekje hangt een prachtige, door Tim Sale gesigneerde poster met Harley Quinn en Poison Ivy. Hij tekende er nog een Batman-kopje bij. “Asking for a friend” hebben we ‘m moeten ontgoochelen. Niet te koop.

Ford’s Theatre

Abraham Lincoln is volgens de Amerikanen een van hun beste presidenten. De populaire president leidde het volk doorheen de Amerikaanse Burgeroorlog waarover je meer kan lezen in De Blauwbloezen. In het laatst verschenen verhaal komt de moordaanslag op hem voor. Die vond plaats tijdens een theateropvoering in Ford’s Theatre, nog steeds een plek waar lange rijen aanschuiven om het theater of de gift shop te bezoeken. De hele straat staat vol souvenirwinkels met Lincoln in diverse gedaanten. Op een pizzadoos torst hij een punkkapsel.

Ons interesseerde meer het door niemand bezochte steegje áchter het theater. Daar stond een vluchtpaard klaar voor moordenaar John Wilkes Booth. Het extra unieke aan dit steegje is dat het een van de weinige is in Washington dat doorheen de eeuwen is gespaard gebleven van verbouwingen of modernere urbanisatie.

Over Lincoln kan je ook meer lezen in een van de albums van Zij Schreven Geschiedenis, in 2021 vertaald door Daedalus.

Barnes & Noble

Als je het kruispunt aan Ford’s Theatre oversteekt, vind je er een vestiging van de boekenwinkelketen Barnes & Noble. Op de bovenverdieping is een hoek met strips. En daartussen staan exemplaren van Lord of the Flies door de Nederlandse Aimée de Jongh tussen een mooie selectie andere strips die je zowat overal ter wereld kunt terugvinden in boeken- en stripwinkels.

In een toeristische gids over België (met de steden Brugge, Antwerpen, Gent en Brussel) wordt op twee pagina’s, waarvan een volle over Kuifje, reclame gemaakt voor het stripmuseum in Brussel. Het is geen wonder dat toeristen van over de hele wereld er een van de best bezochte musea van Brussel van maken.

We pauzeerden na dit alles even aan de andere overkant van het kruispunt in een vestiging van Le Pain Quotidien, een van oorsprong Belgische bakkerij. Verschillende producten en bijvoorbeeld Belgische mokka (met chocoladesmaakje) herinneren aan die oorsprong. Op het menu staan uiteraard ook “Belgian waffles”, maar ook “Dutch pancakes”.

De trappen uit The Exorcist

Van deze steile, betonnen trap in de authentieke wijk Georgetown is in 1973 een priester gevallen. Hij overleed ter plekke. Tevoren had hij nog een duiveluitdrijving gepleegd bij een meisje dat haar hoofd helemaal kon omdraaien, als een spin op het plafond kon kruipen en een soort substantie die op erwtensoep leek had uitgebraakt. Niet echt gebeurd, we hebben het over de horrorfilm The Exorcist. Deze trap is zo beroemd dat hij als “Exorcist-trap” voorkomt op alle digitale kaarten. Uiteraard bezochten we dit ‘s nachts.

Het bestijgen ervan was een hele klim, maar we zijn erger gewend. Boven is echter geen fuck te zien. Pas nadat we een volger hadden laten weten dat we de trap hadden bezocht, vroeg hij ons of we ook het huis hadden gezien. Dat was dus wél boven te zien. Het portiek ervan komt zelfs op de filmposter voor. Op onze weg naar beneden hadden we een zwoegende vrouw nota bene nog “good luck” toegewenst met de boodschap dat er boven niks valt te zien.

Tarte Tin Tin

Tarte Tin Tin, een versie van tarte tatin, in Café Belga in Washington. Let op de drie appelschijfjes die de kuif van Kuifje voorstellen.

Het in de buurt van Capitol Hill gevestigde Café Belga werd in 2004 uit de grond gestampt door de West-Vlaamse (uit Wevelgem) chef-kok Bart Vandaele. In de jaren 1990 werkte hij eerst nog voor de Belgische en daarna Nederlandse ambassade. Het is een populair restaurant waarbij reservaties zijn aangewezen.

In het interieur geen stripverwijzingen, terwijl een beeldje van Manneken Pis en twee kunstwerken van een Vlaamse leeuw en een Waalse haan luttele verdere knipogen naar België zijn. Die vind je wel bij de vleet op de kaart, waarvan de gerechten grotendeels in het Nederlands zijn genoemd. Belgen met heimwee kunnen hier stoverij, steak tartare, vol au vent, witloofsalade, mosselen of garnaal/kreeftkroketten komen eten. Hoewel deze laatste lekker zijn, zitten er Amerikaanse garnalen in en dus geen grijze Noordzeegarnalen, volgens topchef Peter Goossens onze “kaviaar uit de zee”. Onze serveerster is dol op de chocolademousse, uiteraard met Belgische chocolade. Toen ze dat zei, kwijlde ze ei zo na niet.

Het eten past op één pagina, de bierselectie is uitgesmeerd over negen pagina’s! Bij het restaurant hoort ook nog de speakeasy The Betsy, indien je wil toogplakken.

De kans dat je er onder de gasten Belgen tegenkomt, is groot. Zelf zaten we naast twee Antwerpenaren. Een van hen bleek drievoudig sterrenchef Wouter Van Tichelen (De Koopvaardij, Glas uit Stabroek, het kortstondige Mémoire in Brugge en opgeleid in De Karmeliet en Librije) te zijn. Sinds kort werkt hij als chef-kok in de Belgische ambassade en dat hielp ons voor een volgend bezoek.

Second Story Books

In de tweedehandsboekenwinkel Second Story Books vonden we tot onze grote verbazing Boerke in Hollywood, geen vertaalde Dickie dus, maar een Nederlandstalig album, hoewel de gags tekstloos zijn. Ook deel 1 van het Engelstalige Hic Sint Leones van de Vlaamse uitgeverij Bries stond er in een kast met strips. Daarin stond in 2004 een staalkaartje van opkomende Vlaamse talenten waarvan er velen werkelijk (internationaal) zijn doorgebroken, zoals Boerke-auteur Pieter De Poortere, Jan van der Veken, Maarten Van de Wiele, Nix, Olivier Schrauwen, Philip Paquet, Bart Schoofs,…

Bij de anderstalige strips stonden ook de complete reeks Kinderen van de Wind in het Frans en albums van Marcel Gotlibs Waanzin Waanzuit. Een undergroundcomic van de onlangs overleden Sam Kieth was geseald en haalt een hoge score qua gaafheid.

Behalve tweedehands vind je hier dus ook wel wat eerste drukken. Voor een door George R.R. Martin gesigneerde eerste druk van A Game of Thrones moet je 3.000 dollar ophoesten.

International Spy Museum

Het International Spy Museum is een van de coolste en leerzaamste musea in Washington. In het algemeen gaat het over internationale spionage door de eeuwen heen (met zelfs aandacht voor ninja’s of een spionerende oermens in een boom), maar door de vele gadgets en uitvindingen in de twintigste en eenentwintigste eeuw ligt er vooral een focus op die periode van spionage in oorlogstijden, het kraken van codes, vermommingstechnieken, de kunst van het mis- en verleiden (zie Mata Hari) en net zo goed bedrijfsspionage. 

Het museum pakt zelf graag uit met de authentieke Aston Martin DB5 uit de James Bond-film Goldfinger als een van de pronkstukken, maar wij waren vooral geïnteresseerd in de “klootzakradio”, een door de CIA uitgevonden radiootje voor mannelijke — d’uh! — piloten dat in een vals paar teelballen paste in de veronderstelling dat neergehaalde en gevangen piloten niet grondig genitaal zouden worden onderzocht. Het is nooit in de praktijk gebruikt, misschien omdat het niet resistent was tegen balzweet. In ieder geval, spionage geeft nog steeds blijk van vernuft, van de fictieve of werkelijke Q in James Bond over drones zo klein als een insect tot zenders in de hakken van schoenen die je ook zag passeren in het Suske en Wiske-verhaal De Apenkermis. De schoenzender werd onder meer gebruikt door de Roemeense Securitate.

Voordat je doorheen een parcours vol ingenieuze of dodelijke toestellen snuffelt, moet je je eerst met een kaartje aanmelden om zelf een valse naam en identiteit te krijgen. Daarmee kan je in het museum tal van spelletjes spelen. Het is dan ook erg populair bij kinderen die zich kostelijk vermaken bij het oplossen van puzzels, raadsels en het onthullen van geheimen, andermans identiteit moeten raden of net zo goed een bom binnen de veertien seconden proberen te ontmantelen of moeten reconstrueren hoe door een jarenlange zoektocht Osama bin Laden werd verschalkt. We zouden zelf een slechte spion zijn, want na vijf seconden waren we onze valse naam alweer vergeten. Een spannende, inleidende film met echte, voormalige spionnen van de CIA, KGB, Mossad en andere inlichtingendiensten is ingesproken door Morgan Freeman wiens stem je ook in het museum te horen krijgt om af en toe wat duiding te geven, als-ie al niet wordt onderbroken door anderen, zoals Adolf Hitler.

Strips hebben hier ook een plaatsje. Een meterslange strip geeft wat uitleg bij een onderwerp. Er is een voorbeeld van hoe spionage vele stripverhalen heeft beïnvloed. En het weetje van de dag is nu wel dat de oorspronkelijke scenarist van Wonder Woman, William Moulton Marston, een psycholoog was die een eerste versie van de polygraaf, de leugendetectortest, heeft uitgevonden. 

Wonder Woman bediende zich van haar Lasso van de Waarheid om mensen de waarheid te laten vertellen. Het is humaner dan marteltechnieken om inlichtingen te winnen, bijvoorbeeld waterboarden dat al eeuwenlang meegaat. Volgens infobordjes in het museum was George Washington tegen het folteren van gevangen soldaten uit wraak omdat de Britten dat deden, terwijl Napoleon Bonaparte dat zinloos vond omdat je als ondervrager enkel te horen krijgt wat je wil horen. Een ander weetje over Wonder Woman is dat ze was gebaseerd op Williams vrouw en hun minnares die ze met elkaar deelden. Daar is in 2017 de film Professor Marston and the Wonder Women over gemaakt.

Stripmakers kunnen hier veel inspiratie opdoen, maar omgekeerd zouden stripmakers dankzij hun unieke creativiteit weleens van pas kunnen komen voor spionagediensten. François Schuiten zetelde een paar jaar geleden trouwens in een denktank van het Franse leger om allerlei toekomstbeelden te spuien, waar dan op geanticipeerd zou kunnen worden.

Een bonusje als je tijdslot aangekondigd wordt: dat wordt aan de ticketbalie gezongen door een vrolijke vrouw die een erg goede stem heeft. Je stapt al met een glimlach binnen na haar aangepaste versie van een lied van Aretha Franklin.

Je stapt met een hoofd vol nieuw opgedane kennis naar buiten, maar ook met het idee dat je niemand kan vertrouwen. Je brave buurman zou weleens een spion kunnen zijn.

De museumshop van het spionagemuseum heeft wat strips te koop en aangepaste merchandising met Snoopy. Je kan er ook onschuldige gadgets kopen, zoals een bril waarmee je achter je kan kijken, onzichtbare inkt of miniatuurgereedschap. 

De Aston Martin uit James Bond en de Triumph-motor uit de tweede Mission: Impossible zijn twee blinkende blikvangers. Ook heel wat spionageboeken zijn er te koop. 

Het museum organiseert regelmatig signeersessies met schrijvers. Op de erelijst van de raad van beheer prijken trouwens Robert De Niro en Harrison Ford.

Carpe Librum

Voor 7 dollar of minder kan je in Carpe Librum aan Franklin Park strips, boeken, cd’s, dvd’s of vinylplaten kopen. Het gaat allemaal om gedoneerde exemplaren. De opbrengst gaat naar het programma Turning the Page dat enerzijds ouders nauwer betrokken wil maken met de educatie van hun kinderen op school en anderzijds die kinderen op voornamelijk publieke scholen meer toegang wil geven tot lesmateriaal. 

Alles bij elkaar is er in de basic ingerichte winkel een groot aanbod. Behalve een kartonnen doos met losse superheldencomics zijn er ook een paar schappen met strips in uiteenlopende genres.

Belgische ambassade

We hebben nu al zo vaak in het buitenland kunnen constateren dat de bekendste Belgen fictieve figuren zijn. En dat vinden we een heerlijke benadrukking van het soms surreële aan België. De grootste ambassadeurs zijn zonder twijfel de Smurfen en Kuifje, overal ter wereld! Je mag ook al eens Agatha Christies Hercule Poirot laten vallen, maar da’s geen Belgische creatie. Op de eerste foto zie je de Belgische ambassadeur Frédéric Bernard met Potige Smurf die in werkelijkheid Miriam is. Zij leidde ons rond in de Belgische ambassade in Washington om ons wat meer uitleg te geven hoe ze Belgische strips in de hoofdstad van de VS inzetten.

Vooreerst “adopteren” ze elk jaar een schooltje om ze wat te helpen. Smurfen worden daarbij vertegenwoordigd op dagen met workshops, tekeningen en veel meer. Foto’s en tekeningen van schoolkinderen herinneren aan die werking. Zie je daar ook geen blauw geschilderd speelplaatsje op de foto’s? Net zoals het bedrijf achter de Smurfen zelf de figuren overal ter wereld op een positieve manier opvoeren, volgt de ambassade dat voorbeeld.

In een ladenkast zit het vol gouden en onbeschilderde Smurfenpoppen die uitgedeeld worden aan notabelen. Daar zijn ze erg selectief in omdat de voorraad niet eindeloos is. Hetzelfde proberen ze met Kuifje, maar die poppen zijn nu eenmaal veel duurder. Er worden wel Engelstalige strips van Kuifje cadeau gegeven. Daar lagen enkele exemplaren van in een andere lade. Een andere ambtenaar op de ambassade liet een poppetje van Bobbie aan haar sleutelhanger zien. 

Tijdens onze rondleiding hebben we enkel stripfiguren gezien die België vertegenwoordigen. Er hangen ook nog twee ingekaderde wielertruitjes. Voor een Belgisch biertje is er keuze zat in de stad.

In het wachtkamertje van het Belgisch consulaat, vlak naast de ambassade, waar Belgen die zich komen aanmelden om bijvoorbeeld paspoortproblemen op te lossen, liggen enkele Franstalige strips. Zonder het als een communautaire kwestie te bedoelen, hoorden we graag waarom een Suske en Wiske of F.C. De Kampioenen er niet ook liggen. De uitleg is dat ze enkel strips gebruiken die ze ontvangen, bij voorkeur wel in het Engels. Als een Vlaamse uitgever zich dus geroepen voelt om het bibliotheekje van de ambassade in zowat de politieke hoofdstad van de wereld te verrijken, dan hoeft er maar een pakketje gestuurd te worden. Er is de belofte dat er aandacht aan wordt gegeven op de sociale media van de ambassade.

Het Smurfenpak wordt momenteel hersteld. Het werd voor het laatst gebruikt bij Halloween toen een Belgische delegatie en de ambassadeur Belgische chocolaatjes uitdeelden in het belendende Franklin Park, waar trouwens ook de redactie van de krant The Washington Post is gevestigd. “Dan moeten jullie wel de populairste ambassade zijn”, merkten we op. “Natuurlijk!”, klonk het bevestigend.

In Franklin Park — niet te verwarren met Franquin Park — vlak naast de ambassade zijn we nog een levensechte Spip, het eekhoorntje van Robbedoes, tegengekomen.

© foto's Smurfen met ambassadeur: Belgische ambassade, Washington DC

Smithsonian American Art Museum

Het Smithsonian American Art Museum is gevestigd in een van de oudste gebouwen van Washington en een van de vijf best bezocht musea van de VS. We werden er murw geslagen door de vele schilderijen, foto’s en andere vormen van portretten van of door voorname Amerikanen. Een galerij met portretten van alle presidenten liep slim over in een zaal met activisten. Het ene moment kan je in marmer gegoten handen van Abraham Lincoln aanraken, het volgende sta je voor een bronzen hoofd van Martin Luther King of je wandelt van een grote foto van een strijdvaardige en uitdagende, nors kijkende Donald Trump naar een schilderij van Mohamed Ali.

Het werk van Edward Hopper herkenden we van tientallen meters afstand. Een beroemd geworden foto van een uit het zuiden gevluchte slaaf heeft mee de verontwaardiging bij het volk over de slavernij vergroot. Foto’s van zijn gegeselde rug vol littekens en striemen werden op den duur als kaartjes verkocht.

We hadden weliswaar gehoopt schilderijen van Remington — over wie onlangs de strip Remington 1885 is verschenen — en een selectie uit de negenhonderd originelen van strippagina’s door de allergrootste Amerikaanse striptekenaars te zien, maar geen Remingtons en die vaak broze originelen uit de archieven komen enkel tevoorschijn op tijdelijke, thematische expo’s in dit museum of een van de andere van het hele Smithsonian-complex.

Een tijdelijke expo is het werk van Grandma Moses, die pas op haar zesenzeventigste is beginnen schilderen en zo’n duizendvijfhonderd landschapsschilderijen maakte met veelal het boerenleven als onderwerp. Ze deden ons een beetje denken aan Bruegel.

Een uitgebreid en blinkend religieus schrijn bleek bij nadere bestudering te bestaan uit allerlei afvalmateriaal omwikkeld met zilverpapier.

Ander moois vonden we de fotocollectie met acteurs en actrices, de vier Oscars van Katharine Hepburn, een waardig schilderij van zangeres en actrice Lena Horne (van het liedje Stormy Weather en in haar tijd de best betaalde Afro-Amerikaanse actrice), een foto van een door de Amerikaanse Burgeroorlog vermoeide maar hoopvolle Lincoln en een video-installatie met de kaart van de VS vonden we enkele van de hoogtepunten.

Het Capitool

Welja. Bij het Department of Justice hangt een metershoge banner met een portret van Donald Trump.

In een beeldenparkje in de buurt van het Capitool kan je een kleurrijke huisje van Roy Lichtenstein (de kunstenaar die nagetekende en sterk uitvergrote plaatjes uit comics verhief tot kunstvorm) bewonderen. Een boom is van staal.

“Ze noemen dat agressie”, beet een man ons toe terwijl we rechtstaand op de trappen van het Capitool een berichtje typten. “Is hier staan agressie?” We bedoelden het oprecht als vraag omdat we niet wisten dat blijven staan voor de beveiliging zou overkomen als verdacht gedrag, laat staan agressie, en al zeker omdat dit de plek is die enkele jaren geleden werd bestormd door een bende schuimbekkende malloten. Die mannelijke Karen keek ons gewoon kwaad aan en stapte weg. Toen snapten we dat hij ons eerst wou passeren en excuseer zei. Omdat we niet snel genoeg uit de weg gingen, kwamen we dus agressief over. Na onze verbouwereerde reactie had ik nog maar één woord: klootzak. Maar goed, recht over het Capitool ligt het Library of Congress. De wachtrijen waren net als die aan het Capitool monsterlijk lang. Een bezoekje hebben we daarom geskipt.

De man in The Beast

Is hij het of niet? Aan de nummerplaat — the number of The Beast, en dan bedoelen we de presidentiële wagen — te oordelen, geloofden we van wel.

We hadden op een namiddag nog maar net ons hotel verlaten, op een twintigtal minuten stappen van het Witte Huis, of we hoorden tal van sirenes. In 1-2-3 was de straat afgezet en leidde een politieman het resterende verkeer weg. Daarna volgde een colonne van politiemotoren en -wagens en plots een dikke bak met Amerikaanse vlaggetjes. Achter het autoraam tekende zich een witte haardos af. Volgens onze analyses van het beeldmateriaal — "Enhance! Enhance!"  ging het wel degelijk om president Donald Trump, die dagelijks de hoofdfiguur is in talloze cartoons wereldwijd.

Union Station

De metrostations in Washington zien er allemaal hetzelfde uit en ze zijn ongelofelijk grijs en saai. Het treinstation Union Station is dan weer een van de vele gebouwen in de beaux-arts stijl met Griekse en Romeinse invloeden. Het is ook meermaals een filmdecor geweest voor onder meer Hannibal, The Recruit, The Exorcist II en de vroegere versie in twee van onze favoriete films aller tijden: Strangers on a Train van Alfred Hitchcock en Mr. Smith Goes to Washington.

Het Belgische pralinemerk Neuhaus is van de vele winkels in het station.

Fantom Comics

“Mag ik zeggen dat jullie de beste stripwinkel in Washington zijn?” “Dat mag”, glunderde een van de twee jonge, coole dudes achter de kassa van Fantom Comics. De uitbater en woordvoerder legde wel nog uit dat er een paar stripwinkels in de suburbs liggen met een groter aanbod. Een van die winkels is gespecialiseerd in eerste drukken en collectibles. Maar we hadden al meer dan een goede indruk gekregen van zijn winkel.

“In andere winkels zul je kasten vinden met manga, superhelden of graphic novels. Hier staan ze per genre. Voor mij zijn het in de eerste plaats allemaal verhalen.” Een klant achter ons knikte instemmend. Die genreopdeling vereist kennis van de verkoper, die dus niet aan hokjesdenken doet. Als koper moet je dan weer langer zoeken als je iets specifieks wil hebben of op auteursnamen af gaat. Tegelijk vergroot het exponentieel de kans dat je vele andere strips vindt die je mogelijk interesseren.

Er heerste een gezellige, gemoedelijke drukte, met kinderen en jongeren in de jeugdafdeling, waar ook albums van Kuifje en De Smurfen staan, en de leeftijdscategorie van +20 in de rest van de mooie winkel. Met onze bijna vijftig lentes waren we de oudste klant. Tussen het aanbod lag een vertaling van Vlaming Olivier Schrauwens Zondag, dat vorig jaar meerdere nominaties voor de Eisner Awards, de Amerikaanse Oscars voor strips, in de wacht sleepte. De uitbater dacht dat Schrauwen een Duitser was. Een begrijpelijke vergissing omdat Bruggeling Schrauwen nog in Berlijn heeft gewoond. Maar het getuigde nog meer dat de jongeman best wel weet wat hij verkoopt. Aan elke klant die kwam afrekenen, gaf hij tijdens een babbeltje extra tips zonder dat ze overkwamen als een promopraatje om meer strips te verkopen.

We vonden er ook een Iris door de Nederlanders Thé Tjong-Khing en Lo Hartog van Banda en voorwaar een erg fraaie uitgave van Rien Poortvliets kabouterboek.

Strips van Europeanen als Mœbius, Jordi Lafebre, Milo Manara, Manu Larcenet, Luc Jacamon en Matz staan broederlijk tussen collega’s uit allerlei hoeken van de wereld, inclusief werk van lokale striptekenaars.

Meermaals per week organiseert de winkel een event. Als we wat langer bleven plakken, hadden we een avond rond Pokémon met (card)games kunnen meemaken.

In dezelfde straat in de wijk Dupont Circle heb je een kosmopolitische keuze aan bars en restaurants en diverse boekwinkeltjes. Op zich al aangenaam om er te kuieren. Op zondag is er een farmer’s market met tal van groente en fruit, charcuterie en kazen uit de streek.