Op striptocht in Sofia

26 mei 2026 Fotoreportages
tekst en foto's: David Steenhuyse

 

Sofia, de zo'n zevenduizend jaar geleden door de Thraciërs gestichte hoofdstad van Bulgarije, is een van de oudste steden van Europa. De oudst bekende naam, Serdica, dateert van de oude Romeinen en sporen daarvan zijn nog terug te vinden in het stadsbeeld. Voor een citytrip volstaan een paar dagen om de meeste bezienswaardigheden te bezoeken, te proeven van lokale lekkernijen (te onthouden is de unieke Bulgaarse yoghurt — erg goed voor een jonge huid!) en al dan niet verborgen bars te ontdekken. Maar heeft het ook wat te bieden op stripgebied, in winkels en op straat? Dat zochten we weer eens voor je uit. Je krijgt er ook wat toeristische en culturele informatie bij. Zo leer je bijvoorbeeld waarom oudere generaties een kruisteken slaan wanneer ze een McDonald's betreden.

 

Bruisend en compact

Sofia is een erg levendige stad en kent een bruisend avond- en nachtleven. ‘s Avonds is er veel beweging op straat. We passeerden heel wat clubs en bars waaronder de in een kelder verstopte speakeasy 5L. Die kan je enkel betreden door aan de ingang een hangslot te openen met de datum van die dag als code. Ze serveren er de beste cocktails en je maakt er beslist nieuwe vrienden voor een avond. Op ons eerste verkenningstochtje stonden we vaak te kijken bij de mooie architectuur van prachtig versierde en verlichte gebouwen. 

Sofia is tegelijk een compacte stad met alle bezienswaardigheden op wandelafstand. Zonder een nadrukkelijke toeristische economie waar soms opdringerigheid en een overdaad aan souvenirwinkels mee gepaard gaan. Je kan er relaxed rondlopen en toch van alles op je pad zien. Door uiteenlopende religieuze invloeden en bezettingen doorheen de eeuwen en millennia zijn er tal van kerken en moskeeën die op allerlei lijsten met must-sees voorkomen.

Kathedraal en Sovjets

Een van die religieuze gebouwen is de imposante, Neo-Byzantijnse Alexander Nevski-kathedraal. Misvieringen moet je er staand ondergaan. We zagen er een gelovige als een balletje in een flipperkast van het ene schrijn naar het andere icoon stuiteren om er telkens heftig buigend gebedjes te prevelen.

In dit voormalige communistische land zijn nog overal sporen van het Sovjettijdperk met standbeelden ter meerdere glorie van het Sovjetleger. De kathedraal zelf is tussen 1892 en 1912 gebouwd als herdenking voor de ongeveer tweehonderdduizend Russische soldaten die sneuvelden tijdens de tiende (!) Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878 om Bulgarije te bevrijden van de Osmaanse (Turkse) bezetters. Door de Vrede van San Stefano in 1878 kwam een eind aan de oorlog en werd het vorstendom Bulgarije binnen het Ottomaanse Rijk gecreëerd. In de Balkanoorlogen breidde het rijk uit en verkleinde weer na de Eerste Wereldoorlog. In de Tweede Wereldoorlog koos het de kant van nazi-Duitsland waarna het een communistische volksrepubliek onder invloed van de Sovjet-Unie werd. Sinds de coup van 1989 is het land een democratische, onafhankelijke republiek en sinds 2007 een lid van de Europese Unie. Pas vanaf begin 2026 kan je er met euro's betalen.

Aangespoelde zeelieden

Terwijl wij er in september 2025 met een jasje rondliepen, stuitten we op onze wandeltocht op een groepje zeemeerminnen voor tv-opnames. Hun onderlijf zal het wel warmer hebben dan de rest van hun lichaam. We kregen koude rillingen toen we naar hen loerden. Eentje ervan zwaaide naar ons.

Om bij aangespoelde zeelieden te blijven: Popeye (Papay in het Bulgaars) is er de mascotte van een snackbar. 

Serdica

Tussen twee metrostations liggen overblijfselen van Serdica, een oud-Romeinse stad waarover de Romeinse keizer Constantijn de Grote nog heeft gezegd: “Serdica is mijn Rome.” We liepen er tussen muren, in kamers, door gangetjes tot we geen uitgang meer vonden. Een man op een platform boven ons wees ons de richting, alsof wij levende Pac-Man-figuurtjes waren die uit het doolhof geloodst moesten worden.

Het oudste gebouw dat nog in gebruik is, dateert van de vierde eeuw en is een rotonde die dienst doet als een kerk. Het ligt in feite verstopt achter een hotel. We zagen het per toeval langs een kier. Erachter liggen ook weer overblijfselen van Serdica. In de kerk zijn fresco’s uit de twaalfde tot veertiende eeuw te bezichtigen die pas in de twintigste eeuw herontdekt werden achter een neutrale verflaag. Foto’s verboden… Nu ja.

In dezelfde buurt torent een in 2000 opgericht standbeeld van een fiere Sophia van Rome, een christelijke martelares die in 304 stierf bij de christenvervolgingen. 

In deze wijk is een gevel met enorm grote reclame voor het snoepmerk Chupa Chups te zien. Dat logo is een ontwerp van de Spaanse kunstenaar Salvador Dalí.

Elephant Bookstore en Bulgaarse stripscene

Stripwinkels vind je niet in Sofia, wel een vertaald aanbod in algemene boekenwinkels of de erg coole Elephant Bookstore met wat oude strips, boeken, merchandise van Harry Potter, superhelden, Disney, oude postkaarten, retro-pin-ups, rookwaren en, zoals het logo al laat uitschijnen, producten om je baard te verzorgen. 

We vonden er exemplaren van het Duitse stripblad U-Comix, maar ook stokoude Bulgaarse stripkrantjes met in het buitenland aangekochte stripverhalen, aangevuld met zeldzame stripproducties van Bulgaarse tekenaars. We vroegen de uitbater of hij ons meer kon vertellen over de Bulgaarse striptraditie. "Die is er niet", was het korte antwoord. Hij legde verder uit dat door jarenlang onder het communisme te leven, er geen stripindustrie tot stand is gekomen, laat staan een œuvre door illustratoren en tekenaars die er naam mee konden maken. Nochtans bestonden er wel stripbladen onder het communisme, maar ze stonden onder toezicht van de overheid. Westerse strips waren er nauwelijks te lezen, op Disney-strips en oude Amerikaanse krantenstrips na. We kregen enkele stripkrantjes onder ogen waarin de gepubliceerde stripverhalen van Bulgaarse makelij niet van de beste kwaliteit getuigen of hoogstens nagetekende pogingen van Amerikaanse of Europese stripverhalen zijn.

Het doet ons denken aan een ander land dat achter het IJzeren Gordijn lag en decennialang onder een communistisch regime gedijde: Polen. Grzegorz Rosinski ontpopte er zich van illustrator tot striptekenaar en was een ware voortrekker om zich via Poolse stripblaadjes en educatieve stripverhalen te ontwikkelen tot een striptekenaar. Hij kreeg een buitenlans om in de Belgische stripweekbladen Robbedoes en Kuifje te publiceren, met als toppunt Thorgal in 1975. In 1978 was Thorgal ook al te lezen in het Poolse stripblad Relax. Rosinski maakte ooit deel uit van de redactie van Relax. In 1982 kon hij emigreren naar België, in 1986 verhuisde hij naar Zwitserland. Tot op heden is hij de bekendste striptekenaar uit Polen, waar hij in erg hoog aanzien staat en een voorbeeld is voor latere generaties striptekenaars. 

Eenzelfde verhaal valt helaas niet te vertellen over Bulgaarse striptekenaars. Na de val van het communisme in 1989 stortte de lokale stripmarkt grotendeels in elkaar door economische chaos en concurrentie van buitenlandse media. Sinds de jaren 2000 ontstond een bescheiden onafhankelijke stripscene waaruit festivals, webcomics en alternatieve stripverhalen voortvloeiden. Satirische cartoons en illustraties staan daarentegen sterker in het land.

Een van de Bulgaren die het toch internationaal ver hebben gebracht, is Rumen Petkov (1948-2018). In eigen land creëerde hij de tekenfilmreeks Choko the Stork and Boko the Frog waar hij zelf een stripversie van tekende. Hij was een van de hoofdtekenaars van het Bulgaarse striplad Duga, waar vele generaties jonge Bulgaarse lezers van genoten. Voor de Amerikaanse markt ontpopte hij zich vanaf de jaren 1990 tot een scenarist, storyboardtekenaar, regisseur of andere functies voor diverse afleveringen van de tekenfilmreeksen Johnny Bravo, Dexter's Laboratory, Cow and Chicken, I Am Weasel, The New Woody Woodpecker Show, Hey Arnold! en Rugrats. 

Belgen in 't Bulgaars

Belgen in 't Bulgaars vonden we in de boekenwinkel Ciela en dan bedoelen we De Smurfen en Lucky Luke. In deze winkel is er ook een beperkt en nogal willekeurig aanbod met andere Bulgaarse vertalingen van Europese, Japanse en Amerikaanse strips.

Culinaire tussendoortjes en een kruisteken slaan in de McDonald's

Tussendoor wat culinaire weetjes die we opstaken tijdens een gratis food tour. De gids ging er prat op dat ze daar in Sofia voor het eerst mee begonnen zijn en dat hun concept later uitzwermde naar onder meer Zuid-Amerikaanse steden en ook eentje in België. Op het einde wordt uiteraard een fooi verwacht. En die had de gids dubbel en dik verdiend, want op een geanimeerde manier gaf ze niet alleen uitleg over eten en drinken, maar ook nog wat korte historiek van haar land die ook wel invloed had op de mix van culturen die in hun lokale keuken merkbaar is.

We vonden vooral de uitleg over het unieke aan Bulgaarse yoghurt interessant en in welke mate dat voor andere producten wordt gebruikt. Bulgaren eten het dagelijks. Erg heilzaam ook. De gids beweerde dat ze dankzij hun jaarlijkse porties yoghurt — haar moeder eet een kilo per dag — langer leven en er jonger uitzien. Ze presenteerde zichzelf als levend bewijs. We zouden haar zelf een jaar of 28 gegeven hebben, maar ze was er 36.

De tocht leidde ons naar zes zaken en restaurants. Het eerste was gek genoeg een bistro met specialiteiten uit Sri Lanka. Dat had dan weer te maken met een emigratiegolf in uitzichtloze, moeilijke jaren waarna Bulgaren alsnog terugkeerden naar hun land, ondertussen culinaire tradities uit andere landen meenemend. We kregen onder meer kroketten, oliebollen (veel lichter dan bij ons, want hier met yoghurt in het deeg), een bladerdeeghapje met spinazie en Bulgaarse witte kaas die met feta is te vergelijken, een glaasje witte wijn en verschillende stukjes brood met kaas of spreads.

De Thraciërs zorgden ervoor dat het latere Bulgarije een van de oudste wijnlanden ter wereld is. De export gaat vooral naar China en Engeland. Winston Churchill was zo’n grote liefhebber van Bulgaarse wijn dat hij volgens de gids jaarlijks een kleine tweeduizend liter liet importeren. “Hij had een drankprobleem”, vertelde ze er nog glimlachend bij.

Wij waren vooral gek op een volkorenbroodje met een chunky spread van tomaten en paprika volgens het recept van de grootmoeder van een bevlogen vertellende uitbater. Het is te vergelijken met ajvar. Daar hoorde ook het zoute specerij samardala bij. Dat wordt gemaakt van gedroogde bladeren van de Bulgaarse honingknoflook. Er gaat zodanig veel handwerk in, vaak uitgevoerd door hele generaties aan families, dat het niet geïndustrialiseerd kan worden. Fabrikanten die het probeerden, gebruiken slechts een gering percentage van het natuurproduct, terwijl de ambachtelijke variant voor 70% uit het oorspronkelijke bronbestanddeel bestaat. Het wordt vaak gebruikt als zoutvervanger, nog gezonder ook. Je kan het uiteraard ook bij ons bestellen en misschien vinden in gespecialiseerde winkels. We kochten een hoeveelheid waarmee we wel een jaartje kunnen experimenteren als we het zuinig gebruiken.

Onderweg passeerden we een vestiging van de McDonald’s. Daar was niets speciaals aan, behalve dat het in 1994 de eerste was die in Bulgarije opende, enkele jaren na de val van het communistische rijk. Tot een straat ver werd er aangeschoven en omarmde de bevolking gretig het kapitalisme als symbool van vrijheid. Het was de voorbode voor de komst van nog meer internationale franchises. Oudere generaties slaan bij het betreden van twee soorten gebouwen nog steeds een kruisteken: kerken en de McDonald’s.

Happy

Een avondmaal nuttigden we in een vestiging van de Bulgaarse grillrestaurantketen Happy, gestart in 1994. Gezien de dagelijkse wachtrijen ook de populairste restaurants van de stad met zevenentwintig vestigingen in Bulgarije en al zestien opeenvolgende jaren het favoriete merk van de Bulgaren. Een plaatsje in de vestiging aan de Vitosha-boulevard, in het hart van de stad, was onmogelijk te reserveren. In een andere vestiging, eentje met een zwembad en een nachtclub ernaast, konden we voor de avond nog wel reserveren. 

De helft van de serveuses droeg een kort en strak politieagentkostuum alsof ze bijklussen als stripster en zich hadden vergeten om te kleden. Tot driemaal toe rukte er een brigade kelners en serveersters uit om met wat feestmutsjes en een pancarte gelukkige verjaardag aan een tafel te gaan zingen.

Bij het eten in de winter garden, een overdekt terras, moesten we er de vele rokers naast en achter ons bijnemen. Dat is een constante. Dagelijks zaten we tussen de rokers. In een restaurant zelf niet, maar zodra het gaat om een buitenruimte, zoals een overdekt terras — zelfs al is het zodanig gebouwd dat het als een annex voor het restaurant doorgaat — heb je prijs.

De Happy-restaurants zijn mooi ingericht en de keten breidt zich langzaam aan verder uit buiten Bulgarije. In 2024 opende er een eerste zaak in Boekarest. Er zijn er twee in Barcelona en eentje aan het Piccadilly Circus in Londen dat in 2025 een bekroning kreeg als beste restaurant bij de British Restaurant Awards.

Na het afrekenen werden we gevraagd om op een tablet een enquête in te vullen over de kwaliteit van de maaltijd en de service. We hebben het nagelaten om er extra commentaar bij te typen, want dat moest met behulp van een toetsenbord met Cyrillisch alfabet. Dat is trouwens een Bulgaarse uitvinding die de Russen hebben overgenomen.

Stripradar

Doelloze sightseeing en met een radar afgesteld op stripfiguren haalden we een gevarieerde oogst binnen aan illustraties, striphelden en de strip Logicomix die verstopt staat achter een Playboy. Je krijgt er nog wat straatzichten en standbeelden bij.

Nuts!

“Jij houdt van je noten?” Het kwam er wat verkeerd uit, zagen we aan het gezicht van de kelner in opnieuw een Happy. We bedoelden: “Jullie houden van noten in Bulgarije.” Hij had bij onze bestelling namelijk opgemerkt dat een slaatje met gekarameliseerde walnoten en gefrituurde courgette zijn favoriete slaatje was. Er zijn in de stad erg veel notenwinkels en dat komt uit periodes van armoede terwijl noten goed bewaren en in eigen tuinen gratis voedsel opleverden.

Daarna genoten we van de rust en onder een mooi lappendeken van wolken van kleine dingetjes. Dan noemen we bijvoorbeeld de geur van verse snijbloemen op straat, street art, jongeren die rond een standbeeld in een park aquarelschilderijen maakten, een illustratie-expo in een metrostation,… We wandelden ook enkele keren over gele kasseistroken — een yellow brick road zoals die uit De Tovenaar van Oz. Het is een restant van een opdracht van een burgemeester uit begin twintigste eeuw die een peperdure lening aanging om dure stenen uit Hongarije (in Boedapest liggen er ook) te importeren om Sofia wat meer aanzien te geven.

Sofia is een van de oudste hoofdsteden van Europa in een van de oudste landen van het continent. Sinds 681 is het ook het enige land in Europa dat nooit van naam is veranderd. De invulling of functie van gebouwen evolueerde wel. Een oud badhuis is nu een museum, maar uit de warme natuurwaterbronnen kan je via kranen rond het hele gebouw nog steeds stomend water tappen dat tot 70 graden is.

Wereldburgers

In een ondergrondse boekenwinkel vonden we een andere bekende Belg: Tiny! Voor de rest een gevarieerd aanbod met strips en graphic novels, zoals de wereldwijd verkochte Maus van Art Spiegelman, in een erg nette winkel. Wereldburgers als Batman, Mickey Mouse, de Hulk, Asterix, Superman, Luffy uit One Piece, Dog Man en soortgenoten ontbreken hier niet.