Jeff Broeckx

“Vandersteen ontmoeten... Ja, dat was iets ongelooflijks, hè.”

15 april 2026 Interviews
tekst: James Vandermeersch — foto's: Stijn Verschueren

 

Vanaf april 2026 brengt Standaard Uitgeverij de vierenzeventig eerste avonturen van Bessy door Willy Vandersteen en Karel Verschuere, onder het gezamenlijk pseudoniem Wirel, uit in een integrale uitgave, met een cover van Jeff Broeckx, die vanaf 1969, een jaar voor het vertrek van Karel Verschuere, in de Bessy-studio aan de slag ging. We stuurden James Vandermeersch, die de dossiers voor de Bessy-integrales schrijft, naar de studio van Jeff Broeckx voor een gesprek.

 

Jeff Broeckx (°1943, Antwerpen), we kennen hem van Dag en Heidi en Sloeber, van Junior Suske en Wiske, van Waterland op scenario van Marc Legendre en Verdwaald in het Verleden, waarvoor Ronald Grossey het scenario verzorgde. Maar hij werkte ook mee aan een indrukwekkende honderdtachtig avonturen van de Schotse collie Bessy. Voor elk deel van de integrale reeks verzorgt hij nu de covertekening.

 

Een fijne opdracht? Deze trip down Memory Lane roept wellicht herinneringen op. Je begon eigenlijk als letteraar bij Standaard Uitgeverij.

Broeckx: “Ik moest van zes of zeven omslagen telkens één omslag maken. Ik ben er even mee bezig geweest, maar toen de personages weer in mijn vingers zaten, viel het allemaal goed mee. De covertekeningen worden ook hier ingekleurd. Het is mijn vrouw (Ingrid Van Dijck, n.v.d.r.) die ze heeft ingekleurd. Zij schreef en kleurde de laatste verhalen van Dag en Heidi in en alle door mij getekende strips en aanverwante uitgaven van Junior Suske en Wiske zijn ook door haar ingekleurd.

Ja, herinneringen... Mijn ouders zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verhuisd naar Alveringem in West-Vlaanderen. Mijn vader was in die periode kleermaker in Ieper. De stoffenleverancier wist dat ik kon tekenen en had een advertentie gezien in de krant. ‘Is dat niets voor uw zoon?’ heeft hij toen aan mijn vader gevraagd. Ik stond een week voor mijn eindexamen voor elektricien maar had helemaal geen zin om elektricien te worden. Ik tekende veel liever.

Ik ben toen met mijn moeder naar Antwerpen, naar Standaard Uitgeverij, gegaan om mij aan te bieden voor de job. Daar zeiden ze dat ik bij Vandersteen moest zijn, in de Kufferathlaan in Laken. ‘Die zal jou dat wel leren.’ Vandersteen ontmoeten, ja dat was iets ongelooflijks, hè. Ik weet nog goed dat hij toen De Texasrakkers aan het tekenen was. Het viel me op hoe klein dat allemaal getekend was. Hij heeft me toen terug naar huis gestuurd, omdat ik thuis moest oefenen om te letteren. Daarna heeft Standaard Uitgeverij mij aangenomen. Ik had ook al een eigen stripverhaaltje gemaakt op scenario van mijn mama, dat zal geholpen hebben. Ik nam toen als zestienjarige mijn intrek in Home Joseph voor katholieke bedienden en studenten tot ik mijn legerdienst moest vervullen. Na een jaar heeft Standaard Uitgeverij me dan terug in dienst genomen. Home Joseph bestond echter niet meer en ik ben toen in de Aalmoezenierstraat gaan wonen, in een kamer boven een restaurantje.

Ik letterde in het begin vijf à zes platen per dag en omdat ik nog tijd over had, begon ik schoolboeken te illustreren en landkaarten te letteren.”

 

Was Onrust in Redskin City jouw eerste lettering? Bessy werd dus geletterd door Standaard Uitgeverij?

Broeckx:Onrust in Redskin City, ja... Dat zal ik nooit vergeten. Die allereerste originele platen van Willy Vandersteen, ik durfde die als zestienjarige bijna niet aan te raken.”

Was Vandersteen jouw favoriete striptekenaar?

Broeckx: “Jazeker! Hij en Paul Cuvelier. Corentin, dat las ik ook graag. Kuifje heb ik ook gelezen, Kuifje in Afrika en Kuifje in Amerika en zo, maar Hergé was niet mijn favoriet. Verder las ik ook De Beverpatroelje heel graag, en De Avonturen van Judi in Ons Volkske. Ik had geen andere strips. De blauwe reeks vond ik heel filmisch gemaakt. Ik vond het vooral fantastisch dat Vandersteen voor al die albums door elkaar scenario’s kon maken.”

 

Lees je nu nog strips?

Broeckx: “Ja. De beste tekenaar van het moment vind ik Dirk Stallaert. Zijn blauwe reeks-albums zijn prachtig en de dynamiek in zijn Jommeke (in de cross-over met Suske en Wiske, De Vorsten van Onderland, n.v.d.r.) vind ik fantastisch. Charel Cambré is ook een fantastische tekenaar.”

 

Je hebt later ook als illustrator gewerkt in de studio van Standaard Uitgeverij en in die periode leerde je Karel Biddeloo kennen. Werkte hij toen in de Bessy-studio?

Broeckx: “Ja! We zijn heel goede vrienden geworden. Veel samen gaan eten en iets gaan drinken en zo. We gingen ook heel vaak samen signeren en naar beurzen. Tientallen keren ben ik ook naar Horst geweest, waar Karel helemaal opging in het riddergebeuren. Ja, ik heb veel avonturen beleefd met Karel Biddeloo. (lacht) Maar Karel was 'niet goed genoeg' bevonden voor de Bessy-studio. Hij is toen verhuisd naar de studio in Kalmthout. Daar is hij groot geworden door De Rode Ridder over te nemen van Willy Vandersteen. Karel heeft er toen voor gezorgd dat de oplage van die reeks steeg tot voorbij de 100.000 exemplaren, dat is Vandersteen zelf nooit gelukt met De Rode Ridder.”

 

Je kreeg op een bepaald moment ook bezoek van Willy Vandersteen. Je was pas drieëntwintig en toen dus al bezig met je eigen reeks Dag en Heidi. Wat doet dat met een jonge tekenaar om van Willy Vandersteen himself te horen dat hij jouw werk goed vond?

Broeckx: “Willy Vandersteen zei dat hij aan Dag en Heidi helemaal niets kon verbeteren. Dat was flauwekul natuurlijk, maar als jonge gast ben je geweldig blij met zo’n compliment, uiteraard.”

 

Hij stelde toen ook voor om voor hem aan de slag te gaan, maar je hebt hem daarna niet meer gehoord. Een ontgoocheling? Want jouw grote droom was altijd al om striptekenaar te worden?

Broeckx: “Hij zou mij een boek bezorgen, en ik kreeg een maand om dat album van Bessy te maken. Dat lijkt veel tijd, maar een pagina per dag... Als je dat nog nooit hebt gedaan, dan is dat wat, hoor. Ik heb uiteindelijk een jaar moeten wachten, tot Willy Vandersteen een nieuwe realistische tekenaar nodig had.”

 

In 1969 was dat. Toen werd je medewerker van Karel Verschuere voor de Duitse Bessy-productie voor Bastei Verlag. Wat moest je dan concreet doen?

Broeckx:Frank Sels en Edgard Gastmans hadden een eigen reeks en ik verhuisde naar de Grétrystraat, daar was de Bessy-studio gevestigd. Dat was eigenlijk op de eerste verdieping van het huis van de conciërge van Standaard Uitgeverij. (lacht) Als we door het raam keken, zagen we de binnenkoer van Standaard Uitgeverij. Veel contact had ik niet met Verschuere of Frans Anthonis. We hadden elk onze eigen albums die moesten worden geschetst en geïnkt. Karel Verschuere stond er wel op dat alles juist werd getekend. We legden dus documentatiemappen aan voor Bessy. Ik heb toen nog foto’s gemaakt van wapens en zo, en ik had mijn materiaal dat ik toen heb gekocht. (laat twee replica’s van geweren zien) Ikzelf vond het ook belangrijk dat het juist getekend werd, daar kon ik Karel Verschuere in volgen.”

Jeff Broeckx doorbladert een uitgave van Dag en Heidi.

 

Maar het is dus aan Dag en Heidi te danken dat we jouw Bessy’s konden lezen?

Broeckx: “Ja, eigenlijk wel. (glimlacht) Toen ik bij Standaard Uitgeverij werkte, tekende ik Dag en Heidi al. Die verhalen verschenen bij uitgeverij Averbode, maar die had niet genoeg ervaring om ze in album uit te brengen. Jos Vandeloo, de directeur van Standaard Uitgeverij, heeft toen voorgesteld om ze in album uit te brengen, want Standaard Uitgeverij gaf alleen Suske en Wiske en Nero uit. Hij heeft toen gevraagd of hij Studio Vandersteen op de cover mocht zetten. Vandersteen was akkoord. ‘Als ik de helft van de opbrengst krijg, is het goed’, zei hij. Maar hij voegde er meteen aan toe: ‘Dat is maar om te lachen, hè.’ Later hebben ze dat toen ook gedaan met Sloeber, mijn andere reeks.”

 

Karel Verschuere verliet begin 1970 de studio. Toen werd jij officieel de nummer 1 van de Bessy-studio. Er moest toen elke week een album worden afgeleverd voor de Duitse markt. Dat is een stevig tempo.

Broeckx: “Ik deed die coördinatie wel graag, platen verdelen en zo. In het begin moest ik de albums laten zien aan Vandersteen, maar op de duur mocht ik alles alleen doen voor Duitsland. Ik moest af en toe eens bijsturen, bijvoorbeeld toen er klachten kwamen uit Duitsland, heb ik een tijdlang alle hoofdjes van Andy getekend. Maar ik heb het wel altijd heel graag gedaan.”

Jeff Broeckx doorbladert een Duitse bundeling van Bessy. En Duitse reclame voor een heruitgave.

 

Moest je ook de nieuwe medewerkers aanwerven? Vertrouwde Vandersteen je genoeg om dat te doen? Hoe ging dat in zijn werk? Ik neem aan dat op een advertentie om voor Vandersteen te werken wel wat kandidaten afkwamen?

Broeckx: “Ik kreeg veel vrijheid van Vandersteen. Ik mocht eigenlijk doen wat ik wilde, zolang ik de deadline maar haalde. Ik moest zorgen dat de boeken klaar waren. Vandersteen zei: ‘Als je iemand nodig hebt, zet dan maar een advertentie in De Standaard of Het Nieuwsblad.’ En Vandersteen betaalde dat dan. Op die advertenties kwamen soms tot honderd kandidaten af. Er waren erbij die dachten dat ze schatten gingen verdienen, maar wie maar vijf of zes platen tekende, kon daar niet van leven.”

 

Je brak ooit een lans voor je medewerkers, toen ze financieel een duwtje in de rug konden gebruiken. Je mocht veel zeggen tegen Vandersteen en stond op goede voet met hem.

Broeckx: “Ja, de jaren 1970 waren geen fijne tijd. Er waren eigenlijk maar een stuk of twee, drie studiomedewerkers die echt hun kost verdienden, dat waren Ron Van Riet, Walter Laureyssens en ikzelf. Omdat er collega’s waren die niet meer rondkwamen, maar hun werk toch wilden blijven doen, ben ik naar Vandersteen gegaan. Hij heeft toen niet gegeven wat ik had gevraagd, maar toch heel dicht erbij. Iedereen was toen heel tevreden. Dat was overigens in de periode dat de zoon van Willy Vandersteen een Bessy-film aan het maken was.”

 

Je hebt in totaal aan een honderdtachtigtal Bessy-albums meegewerkt. Heb je een favoriet album, van jezelf of van de tandem Vandersteen-Verschuere?

Broeckx: “Ja, honderdtachtig Bessy-albums... Sommige heb ik helemaal alleen gemaakt, andere heb ik in potlood geschetst, nog andere geïnkt. Een favoriet album? Dat zal De Zwijgende Getuige zijn.”

 

Was dat ook Vandersteens favoriete Bessy-avontuur?

Broeckx: “Ja, inderdaad. Dat heb ik achteraf vernomen. Voor hem was het zijn favoriete album omdat er geen echte slechterik in voorkomt en omdat het toch een spannend verhaal is. De scène met de slangenbeet komt trouwens heel mooi in beeld op een van de covers van de integrales. Ik heb dat album ook helemaal alleen ingekleurd, nog met potjes verf...”

De Zwijgende Getuige van Wirel verscheen oorspronkelijk in 1956 als deel 12 in de reeks. In 1997 kreeg het een bewerking door Jeff Broeckx en Ronald Grossey als deel 8 in de latere reeks met remakes. Grossey schreef enkel dit laatste album. De eerste zeven delen waren het werk van Marck Meul.

 

Op een bepaald moment, in 1985, kwam een einde aan de Duitse Bessy-reeks bij Bastei Verlag. Bastei heeft toen voorgesteld om Bessy in een modern jasje te steken. Dat is Bessy Natuurkommando geworden... Werd je van bij het begin betrokken bij Bessy Natuurkommando, want je was in die periode inkter van Robert en Bertrand?

Broeckx: “Ik was er inderdaad van in het begin bij betrokken. Er waren drie tekenaars in de running voor Bessy Natuurkommando: Ron Van Riet, Robert Wuyts en ikzelf hebben alle drie een proefplaat gemaakt. Uiteindelijk hebben ze mij genomen omdat het zo het beste uitkwam op dat moment. Er werd bij Bessy Natuurkommando ingespeeld op de actualiteit. Marck Meul zorgde toen ook altijd dat er genoeg documentatiemateriaal voorhanden was. En er kwamen ook een aantal nieuwe hoofdpersonages bij, onder ander een meisje, Aneka. Van Bessy Natuurkommando zijn drieëntwintig albums en een kort verhaal van verschenen.”

 

Na Bessy Natuurkommando volgde nog Bessy Klassiek, een restyling van de oude verhalen. Een idee van jou?

Broeckx: “Het idee was niet van mij alleen. Die reeks is er gekomen in samenspraak met de uitgeverij, die wilde nog iets doen met Bessy, maar de verhalen moesten opnieuw geschreven worden en ze moesten meer bladzijden tellen. Ook die scenario’s waren van Marck Meul. Ik heb die avonturen toen ook in een andere stijl getekend.”

Een van de backcovers van Bessy Natuurkommando.

 

Ben je zelf een natuurmens? Dat moet bijna als je aan honderdtachtig Bessy’s hebt meegewerkt.

Broeckx: “Ik ging graag wandelen in mijn jeugd, maar ik heb daar nooit veel tijd voor gehad. Ik heb altijd maar gewerkt. Het was niet ongewoon dat ik om 23.00 uur thuiskwam en toen nog twee of drie uur aan mijn eigen reeksen Dag en Heidi en Sloeber werkte. En ik stond alweer op om vijf uur...”

 

Is Jeff Broeckx een tevreden man? Hoe kijk je terug op je carrière?

Broeckx: “Eigenlijk wel. Het is niet te herdoen, maar ik heb nergens spijt van. Bessy was waanzin, maar het heeft me ook iets opgeleverd. Ik kreeg heel veel werk, infostrips en zo...”

 

Juist… De commerciële opdrachten. Die herinner ik me.

Broeckx: “Ja, Chiquita, Mondeo, Familiehulp, Iveco, Zwarte Kat, Alpro, Ebes... En dan de strips met Bobbejaan Schoepen en Gaston en Leo, uiteraard.”

 

Zit er nog een laatste Bessy in, een one-shot bijvoorbeeld?

Broeckx: “Nee. Het is goed geweest. De omslagen zijn een beetje de kroon op het werk. Ik ben heel blij dat Standaard Uitgeverij mij daarvoor gevraagd heeft.”

Jeff Broeckx bij het origineel van de cover van Bessy integraal 1 en een door hem geschilderde Bessy in zijn werkkamer.

 

Bessy integraal 1 ligt sinds 16 april in de winkel en is uitgegeven door Standaard Uitgeverij. De integrale bundelt zeven verhalen met een inleidend dossier op 240 pagina's en kost 37,50 euro. Via voorintekening was ook een luxe met linnen rug en door Jeff Broeckx gesigneerde ex libris te koop (69,95 euro). De integrale reeks zal uit elf delen bestaan.

Lees ook: Bessy integraal vanaf april 2026