Terug naar overzicht

Charel Cambré

“Ik weet wel op gevoel of iets werkt of niet."

1 juni 2022 Interviews
door Wouter Porteman — © foto's: Wouter Porteman en Raymond Lagae

Amoras, Robbedoes, Filip & Mathilde, Jump, Spring, Mega Mindy, Suske en Wiske Junior, Pinanti United,... Het lijstje strips op het conto van Charel Cambré is ronduit indrukwekkend. Nu komt er een nieuwe reeks bij, Heden Verse Vis, waarin Charel Cambre en zijn trouwe scenarist Marc Legendre hilarisch kibbelend een nieuwe toekomst voor zichzelf uitstippelen in het verre Spanje. Om het feestje compleet te maken, verschijnen tegelijk een nieuw deeltje van de gagreeks Suske en Wiske Junior en het spannende slot van het tweeluik rond Sus Antigoon in de reeks De Kronieken van Amoras. We mochten de Willy Vandersteen van zijn generatie interviewen bij hem thuis. Daar, op een forse boogscheut van het kasteel van Horst uit De Rode Ridder, zitten we gezellig buiten op een zonovergoten terras. De hond Fons — ja, die bestaat echt — en de kat kruipen dicht bij ons. Op de achtergrond wedijvert de pauw van de buren vocaal met Cambrés partner, zangeres Chantal Kashala. Maar eerst de obligate foto. De albums van Heden Verse Vis waren op dat moment nog niet beschikbaar. Een pakje diepgevroren minder verse vis blijkt een waardig alternatief. De sfeer zit goed. Dit is het moment om Cambré een selectie van acht pagina's uit andermans strips voor te schotelen. Zijn ogen fonkelen.

 

 

De Klerk Bartleby (Jose Luis Munuera naar de novelle van Herman Melville)

Cambré: "Munuera! Ik ben echt wel een fan van José Luis. Maar niet specifiek van deze pagina. (lacht) Dit is De Klerk Bartleby zeker? Ik zag daar pagina's van voorbijkomen op het internet en ik vond die fantastisch. Maar toen ik het album vasthad in de winkel, was ik toch niet helemaal overtuigd. Wat hij hier gedaan heeft, is vooral uitstekend werk van zijn vaste inkleurder Sergio Sedyas. Ik vind soms dat zijn figuren te fel aangedikt zijn en daardoor plakken op de decors. Tijdens mijn opleiding in de richting Animatiefilm in het KASK in Gent was dat ook al een aandachtspunt. De figuren stonden toen op een cellofaantje dat op de decors werd gelegd. Het is dan net de kunst om die vlakke 2D-figuren te laten opgaan in de achtergrond. Hier, op deze pagina, is Munuera daar niet in geslaagd. Maar die man kan wel tekenen! De Campbells bijvoorbeeld vind ik een heel goede reeks. Knap getekend, sober van inkleuring én grappig. Ik blijf het raar vinden dat die strips commercieel niet van de grond zijn gekomen."

Links: Een pagina uit De Campbells 5: De Drie Vloeken (2018). Rechts: Een pagina uit De Kronieken van Amoras 10: De Zaak Sus Antigoon #2 (2022). Zowel Munuera als Cambré delen een achtergrond in de animatiesector en die invloeden voor beweeglijkheid sijpelen door in hun beider werk.

 

Wat ik straf vind aan Munuera's pagina uit De Klerk Bartleby is zijn camerawerk. Het is toch maar een banale ‘talking heads’-scène. Teken jij graag zulke scènes?

Cambré: "Eigenlijk wel. Ik vind er ook altijd iets op. De kunst bestaat erin om die figuren te laten acteren, en niet alleen te laten praten. Dat mis ik in heel veel strips. Je kan zoveel doen. Van camerastandpunt wisselen, even close gaan of net diepte creëren. Maar maak het alstublieft niet steriel of saai... Kijk eens naar de zwierigheid op die pagina van Munuera. Je voelt zijn animatieachtergrond. Van die close-up verlegt hij de beweging naar de hand. Goed gedaan, hé! Ik heb het al gezegd, maar ik blijf het vreemd vinden dat hij nooit echt is doorgestoten naar de echte top. Zijn Robbedoes vond ik nog zijn minste werk. Die pagina’s waren te vol en hij werd ook niet geholpen door de scenario’s.(stilte) Eigenlijk zijn de Robbedoezen van de hoofdreeks al jaren niet goed. En dan blijf ik beleefd. Nochtans geloof ik dat de verhalen van Tome en Janry wel te evenaren zijn, maar men zoekt het vandaag gewoon te ver. Waarom moet je er nu een Supergroom van maken? Houd het eens simpel!"

 

Was jullie Robbedoes niet net té simpel?

Cambré: "Mja… Het is hoe je het bekijkt. Het begon geweldig. Marc (Legendre, de scenarist van onder andere De Kronieken van Amoras, Heden Verse Vis, De Rode Ridder en tekenaar van Biebel, nvdr) en ik stuurden een berichtje naar Alexis Dragonetti zaliger (CEO van uitgeverij Ballon Media die onder andere Dupuis in zijn stal had en nu is samengesmolten met Standaard Uitgeverij, nvdr). Binnen de twee minuten, geen gezever, kregen we al antwoord terug: 'Fantastisch idee. Dat gaan we doen!' Wij gingen uit van een one-shot, maar Alexis had heel andere plannen. Hij wou er een heel laagdrempelige familiestrip van maken en daarmee Robbedoes weer op de kaart zetten bij de heel jonge lezers. Hij had hiervoor al de zegen van het moederhuis van Dupuis. De verkoop begon goed met zo’n 23.000 verkochte exemplaren. Maar het figuurtje Robbedoes is volgens mij na al die jaren nog steeds te onbekend in Vlaanderen waardoor ik denk dat het niet had kunnen blijven duren. Voorts ging men er te veel vanuit dat Charel wel eventjes een 'Franquintje' zou doen. Ik ben een grote fan van diens werk en er sijpelt soms wel iets onbewust door, maar ik teken zo niet. Laat staan dat ik zijn sfeer van de jaren 1960, kan oproepen. Ach, ik kom nog niet aan de enkels van Franquin."

 

Hield de deal ook niet in dat de reeks in Frankrijk zou uitgegeven worden?

Cambré: "Nog zoiets. Ik ben ervan geschrokken hoe fel de Vlaams-Franse tegenstellingen nog leven en vooral hoe diep ze nog zitten. (stilte) Ik weet er het fijne niet van, maar feit is dat onze strip niet werd vertaald. Net die belofte om in het Frans uitgegeven te worden, dreef ons vooruit. Na het derde album zagen we in dat die kans nihil was, en zijn we ermee gestopt. Eigenlijk had ik er veel liever iets anders mee willen doen. Er is nog zoveel te doen met die figuur. De Robbedoes van Emile Bravo vind ik bijvoorbeeld enorm goed. Het is simpel getekend, maar een en al sfeer. Ons Robbedoes-verhaal zie ik vandaag als een gemiste kans... maar ook wat buiten onze wil om."

In 2017 en 2018 verschenen bij Dupuis drie delen van de reeks Robbedoes Special door Charel Cambré en Marc Legendre. Voor het goede doel Rode Neuzen Dag verscheen in 2018 nog een extra album.

 

Munuera is een van de weinige tekenaars die op een signeersessie alles kan tekenen. Jij bent ook zo iemand. Alles vloeit zo uit je losse pols. Is er iets wat je moeizaam of zelfs niet kan tekenen?

Cambré: "Goh, even nadenken... Ik heb het lastig met sommige dieren. Ik moet me daar eens meer op toeleggen, maar misschien ben ik daar gewoon te weinig in geïnteresseerd. Ik ben Frank Pé niet." (lacht)

 

In elke Amoras pak je altijd ergens groots uit. In De Zaak Krimson #2 staat er midden in het verhaal een scène in een majestueus getekend Antwerps Centraal Station. Doe je dit voor jezelf?

Cambré: "Marc had in zijn scenario gezet dat Sus en Wis elkaar ontmoeten in een stationnetje. Maar in Antwerpen is maar één station. (grijnst) Gelukkig heb ik voor die scène enorm veel hulp van Steven Dupré gekregen. Eigenlijk kijk ik er nooit naar uit om zo van die prenten te tekenen. Maar eenmaal ik er mee bezig ben, vind ik dat plezant. Ik ben achteraf ook altijd tevreden dat ik het gedaan heb. Ik zou me op den duur niet goed meer voelen als ik een strip te snel afhaspel."

 

Het is niet zo dat je zoals Fabio Bono (de tekenaar van De Rode Ridder) voor zo’n stuntscènes extra plaats vraagt aan Marc?

Cambré: "Nee. We hebben met 46 pagina’s nu al te weinig ruimte in Amoras. Vroeger hadden we er 54 én kon je iets meer doen. Om een consistent verhaal te vertellen, hebben we nu acht à negen prentjes op een pagina. We moeten dan al met vier stroken werken. Veel vrijheid heb je niet meer om je lezers te verrassen. Niet dat ik naar een comic-decoupage wil… In de eerste Amorassen heb ik dat wat geprobeerd, maar het is niet zo mijn ding. Ik laat die stijl graag over aan Romano Molenaar (de tekenaar van Storm, J.ROM en nu ook Galaxa, nvdr). De aanpak van drie of vier stroken werkt voor mij nog altijd het best."

Een verschil in bladschikking tussen Amoras 3: Krimson (2014) en De Kronieken van Amoras: De Zaak Sus Antigoon #2. Charel Cambré plooit min of meer terug naar een structuur die is gebaseerd op drie of vier stroken per pagina in plaats van een vrijere bladschikking. 

 

Je bent ook een geweldige cartoonist. Pinanti United, je cartoons voor Sport/Voetbalmagazine, Marc Van Ranst enzovoort,... Maar ook je royaltystrips, Albert & Co, Filip van België en Filip & Mathilde, bulken van de uitvergrotingen. Heb je nog nooit last gehad met de koninklijke familie?

Cambré: "Nee. Ik heb er zelfs nooit reactie van ontvangen. Nooit."

 

Is dat niet frusterend?

Cambré: "Ik denk er ook niet aan. Langs de andere kant ben ik ook altijd vergeten om boeken op te sturen naar het Koninklijk Paleis. Ik heb me al honderden keren voorgenomen om dat eens te doen. Misschien moet ik eens zo’n pakketje samenstellen mét bijhorende koekjesdoos!"

 

Doen! Weten ze eigenlijk dat er een strip van hen bestaat?

Cambré: "Ja, dat wel. Toen de reeks nog verscheen bij Glénat was er een uitgeefdirecteur die contacten had in de jacht. Een jagende edelman die vertrouwd was met het paleis, zei hem dat de familie de strip kende en het wel grappig vond. Maar meer weet ik ook niet."

 

Heb jij niet meer gedaan voor de public relations en het vermenselijken van het paleis dan zijzelf? Zij komen er toch allemaal goed uit.

Cambré: "Niet allemaal. Koning Filip bijvoorbeeld is nu toch een soort Lambik geworden. Hij wordt onnozeler met de week, maar toch is hij nooit kwetsend. Het is echt een dun koord waarop ik balanceer. De waarheid ligt altijd ergens in het midden en koning Filip is ons moreel kompas. Neem nu al die zaken als Maai Mei Niet of Tournée Minerale. Ik vind dat allemaal oké en ik waardeer het dat mensen zo’n initiatieven in gang steken. Maar terzelfdertijd denk ik dan dat daar iets achter zit. Dan maak ik daar iets mee zonder beide visies af te kraken. Het moet altijd sympathiek blijven. Wat ik vreemd vind, is dat mensen me ongevraagd scenario’s voor Filip & Mathilde sturen. Maar die liggen me nooit. Soms vraag ik een insteek aan Marc en dan krijg ik een paar regels van hem. Heel vaak is dat idee goed, maar toch  verander ik dat dit weer helemaal. Het is heel bizar. Als ik een idee heb, dan rolt die gag er vanzelf uit. Het is en blijft mijn reeksje en humor."

 

Heb je nooit overwogen om een lang verhaal te maken?

Cambré: "Ik heb dit al enkele keren voorgesteld aan Story, maar daar hebben ze geen interesse in. Aan de andere kant vind ik die gags wel plezant. Ik doe dat graag, want er gebeurt elke week wel iets. Deze week zat ik in de wagen en op het nieuws zeiden ze dat het brood weldra drie euro zal kosten. En dan ben ik al vertrokken. De actualiteit van de strip zorgt er wel voor dat de gags snel gedateerd raken."

Charel Cambré tekent al vele jaren een gagreeks over de koninklijke familie voor het showbizzweekblad Story. Tussen 2008 en 2013 publiceerden Glénat (deel 1-5) en Ballon Comics (deel 6) zes albums van Albert & Co. In 2015 selecteerde Strip2000 een tachtigtal gags voor de special De Dikke Albert. De reeks verhuisde in 2014 naar Strip2000 en veranderde van titel: Filip van België, sinds Alberts zoon Filip op de Belgische troon kwam. Na een tweede album in 2015 belandde de gagreeks opnieuw bij Ballon Comics onder de nieuwe reeksnaam Filip & Mathilde. Van 2016 tot 2019 verschenen vier albums, waaronder het album met de befaamde cover met koningin Mathilde in haar bloot gat. Sinds 2020 geeft INdruk de reeks uit. De cover van Femme Fatale leidde op signeersessies weleens naar verzoeken om koningin Mathilde in haar bloot gat te tekenen, maar net zo goed naar varianten als koning Filip en Charel Cambré himself in hun bloot gat.

 

Een paar jaar geleden haalde je de voorpagina’s van elke krant door koningin Mathilde in haar bloot gat te laten poseren in een Belgische vlag. Daar zit je nu wel mee opgescheept.

Cambré: "Zelfs daarop heb ik geen reactie gehad. (lacht) Je merkt hierdoor wel wat publiciteit doet. Dat album was onmiddellijk uitverkocht. Ballon had er toen maar 3.000 laten drukken en die waren direct weg. Ik zat toen op de boekenbeurs zonder albums. Ik was toen echt kwaad. Ik ben er al jaren rotsvast van overtuigd dat er meer verkoop zit in Filip & Mathilde. Er zijn zoveel mensen die dat niet kennen. Niet iedereen leest de Story of volgt de gags via mijn Facebook. De oplage is nu zo’n 2.500 stuks. Maar ik ben er zeker van dat als die strip zichtbaar staat op de verkooppunten in supermarkten dat die zo weg zijn. Hier in het dorp is er een kleine Carrefour Express en de uitbaatster is fan van mijn werk. Ik heb voor hen een displaytje gemaakt en die opgevuld met auteursexemplaren die ik over had. De strips van Filip & Mathilde waren het eerst verkocht. Daar is echt een publiek voor. Ze zijn de ideale wc-lectuur. Je leest een paar mopjes en daarna veeg je met een brede glimlach je gat af."

De zelfgemaakte display van Charel Cambré in een lokale supermarkt.

 

Maar ondanks alles blijf je ermee doorgaan?

Cambré: "Jazeker! Story is er al dik twaalf jaar heel tevreden over. En vandaag meer dan ooit. Ze hebben nu een nieuwe Nederlandse hoofdredacteur en die trekt volop de royaltykaart, weg uit het vaarwater van Dag Allemaal. Er zit zeker toekomst in Filip & Mathilde. En daarna is het aan Elisabeth. Zij is nu al een dankbaar figuur. (stilte) Kijk, we hebben iemand gevonden die ik niet goed kan tekenen. Koningin Paola en prinses Elisabeth heb ik echt niet goed in mijn vingers. Bij Elisabeth heb ik al van alles geprobeerd, maar ze blijft een inwisselbaar jong meisje. Ik kan ze wel gelijkend tekenen, maar daarmee heb je er nog geen straffe karikatuur van. Ik wil ook niet dat ze er bijloopt als zo’n achtergrondpersonage in Suske en Wiske waarvan je al van verre ziet dat ze daarmee iemand plezier doen."

 

Je hebt al een paar keer oplages vermeld. Is verkoop belangrijk voor je?

Cambré: "Ja! Maar het hangt er vanaf wat je maakt. Ik ben me ervan bewust dat Heden Verse Vis niet zoveel zal verkopen als een Amoras. Maar het moet toch wel een bepaald getal halen, anders zou ik het zonde vinden."

 

Je wil vooral gelezen worden?

Cambré: "Ja, sowieso. Ik weet ook wel dat de stripoplages niet meer dezelfde zijn als dertig jaar geleden. Vroeger legde je een boekje in de winkel en het verkocht. Vandaag moet je het medium strip zelf weer op de kaart zetten. De klassieke verkooppunten verdwijnen, de schapruimte wordt steeds kleiner en er komt meer uit. Hierdoor blijft je strip maar een paar weken staan. Ja, uitgevers moeten er nu meer werk in steken. En gelukkig beseffen de meesten dit ook wel."

 

Je blijft er ook doelbewust voor kiezen om tv-hits te verstrippen. Na De Pfaffs, Spring, K3 en Mega Mindy zou je nu een Ketnet-reeks verstrippen.

Cambré: "Ja, GameKeepers. Maar dit wordt eerder een samenwerking onder de naam Charel Cambré. Het scenario wordt door Nico De Braeckeleer van Studio 100 geschreven en ik decoupeer het op A4’s. Het plezantste deel mag ik dus voor mijn rekening nemen. (lacht) De Spanjaard Pedro J. Colombo, die al met me meewerkt aan de jongste twee Amorassen, tekent de strip. Ik inkt wel de kopjes."

De nieuwe stripreeks GameKeepers werd op 1 juni 2022 voorgesteld in de Jommekeskrant.

Bleekwater (Joris Mertens)

Cambré: “Dat is een talentje, hé. Ik heb Joris Mertens onlangs nog gecontacteerd om Amoras in te kleuren (na het afhaken van Shirow Di Rosso die voor nieuwe projecten als Galaxa kiest, nvdr) maar hij had helaas geen tijd. Zie die pagina eens. Dit is echt heel goed gedaan!"

 

Ik ben verrast dat je dit kent.

Cambré: “Ja, toch wel! Ik heb zijn werk al vaak zien voorbijkomen op Facebook, Instagram en andere digitale platformen. Zijn decors zijn gewoon af. Dat kan niet beter. Die figuren in de achtergrond verrijken het alleen maar. En hoe hij speelt met licht en regen, dat is weinigen gegeven. Het mooie vind ik dat hij heel schetsmatig blijft en niet alles tot in den treure uitwerkt. Ik denk dat zijn originele platen zelfs zonder kleur overeind blijven."

 

Dat klopt. Toen ik hem interviewde (klik hier voor het interview), zag ik enkele originelen. Elk prentje is een losstaande A4 of zelfs een A3 in potlood uitgewerkt. Heel straf.

Cambré: “Ja, ik heb daar eens een foto van gezien. Hij werkt heel groot. Dat is echt knap. Als hij nog zijn figuren weet te beheersen, dan is hij er helemaal. In zijn tweede album (Bleekwater kwam na Mertens' debuutstrip Beatrice uit, nvdr) is dit al veel beter."

 

Joris Mertens mengt ernst ongegeneerd met dwaze humor. De neonreclames bijvoorbeeld zijn bijna allemaal woordspelletjes.

Cambré: “Dat is zo’n beetje Franquin, hé?"

 

Jij doet dat ook vaak. In Heden Verse Vis zag ik onder meer een dorpje Vo Rien, het biermerk Pilsni en stripwinkel de Getekende Peer (De Getekende Reep is een bekend stripforum, nvdr). Die naam is afgeleid van een Google Translate-vertaling van de Franstalige term "Bande Dessinée" voor" stripverhaal") voorbijkomen.

Cambré: “Daar zit ik niet op te broeden, maar dat komt gewoon tijdens het tekenen. (bekijkt opnieuw de plaat) Dat is echt wel fantastisch gedaan."

 

Lees jij graphic novels?

Cambré: “Ja, af en toe. Ik lees een beetje van alles. Maar vooraleer ik iets koop of lees, kijk ik eerst naar de tekeningen. Die zijn voor mij het allerbelangrijkste. Toen ik in de jury zat voor de Willy Vandersteenprijs (Cambré en Legendre wonnen deze prestigieuze prijs in 2015 voor Amoras deel 5, nvdr), kreeg ik alle strips toegestuurd die dat jaar verschenen. Daar zat zowel F.C. De Kampioenen als Judith Vanistendael bij. Toen heb ik heel veel nieuwe dingen leren kennen en waarderen. Tussen die graphic novels zitten ook vaak echt goede verhalen. En dan zie je dat een tekenstijl die ik initieel minder mijn smaak vind soms de juiste is voor dit scenario. Dan klopt het plaatje wel. Ook grafisch. Een voorbeeld is Mikel, het verhaal dat Judith met haar ex Mark Bellido heeft gemaakt.  Heel goed verteld en even knap getekend door Judith. Ik heb die strip nu uitgeleend aan mijn zus. Hopelijk bevalt het haar ook."

 

In Heden Verse Vis steken jullie ook de draak met de gesubsidieerde graphic novel-scene.

Cambré: “Ja. Nee. (twijfelt) Ja en nee. Je zal dat nog zien in het tweede album. Alles heeft zo zijn reden. Ik hoor je al komen. Het is puur toeval dat die gehypete graphic novel-artist Formosus zo lijkt op een bekende figuur."

 

Brecht Evens? Ik zal het maar zelf invullen (lacht)

Cambré: “Ja, Brecht... Marc Legendre sprak mij er ook over aan dat ik dat niet had moeten doen. Tsja. Maar het is heel toevallig dat hij er zo op lijkt! Ik heb zelfs geen foto van Evens naast mij gelegd. Meer nog, ik ken hem totaal niet. Ik heb gewoon iemand getekend met die typische artiestenlook. Voor alle duidelijkheid. Ik heb enorm veel respect voor wat Brecht doet en hoe dat hij het allemaal doet. Super knap. Maar het blijven voor mij toch meer pure kunstboeken waar ik gewoon in wil kijken en stiekem jaloers op ben. Zijn strips zijn voor mij geen leesbaar verhaal waar je echt in zit. Hoe dan ook, in het tweede deel hebben we Formosus’ lange lokken kort geknipt."

In de in Heden Verse Vis geportretteerde gesubsidieerde tekenaar Formosus herkenden lezers (ten onrechte) de werkelijke striptekenaar Brecht Evens, de ook in het buitenland publicerende auteur van onder meer Ergens Waar Je Niet Wil Zijn, De Liefhebbers, Nachtdieren en Panter. © foto: Editions Trip

 

Is het niet wrang dat Marc Legendre pas erkenning van de critici heeft gekregen met zijn graphic novels Finisterre en Verder (met een nominatie voor de Libris literatuurprijs)?

Cambré: “Bwaa..."

 

Laat ik het anders zeggen. Moet je geen graphic novel hebben gemaakt om au serieux genomen te worden?

Cambré: “Misschien wel. Maar wie bepaalt dit? Dat is toch ook maar het groepje van steeds dezelfde mensen, en wat zij vinden raakt mijn koude kleren niet. Aan de andere kant heb ik ook pas meer aanzien gekregen met de eerste Amoras. Dit was wat realistischer getekend en kwam veel ernstiger over dan Jump of Spring. Ik denk dat Steve Van Bael ook in hetzelfde schuitje zit. Steve is  geen supertekenaar, maar wel een echte vakman op het gebied van de Vlaamse strip. Zo lopen er niet veel meer rond. Maar hij wordt ondanks zijn mooi parcours in alle jury’s en shortlisten over het hoofd gezien. Ooit zal hij wel iets winnen als hij eens uit zijn comfortzone komt. Misschien... Iedereen moet die weleens winnen. (lacht) Er is nog hoop voor Steve en bijvoorbeeld ook voor Ken Broeders. Alhoewel... er zijn ook zoveel tekenaars in alle genres. Dertig jaar geleden was het meer voor de hand liggend wie die prijzen kon winnen. Vandaag is het nooit een kat in 't bakkie. Als winnaar van de vorige Bronzen Adhemar zat ik dit jaar mee in de jury. De eerste selectie was echt heel breed. En dan begonnen de discussies. Die waren echt doordacht, gefundeerd en hard tegen hard."

 

Heb je vandaag subsidies nodig om gelanceerd te geraken?

Cambré: “Ja, ik vrees het. Subsidies zijn een hele goede manier om iemand een zetje te geven, maar zeker niet om er jaren van te kunnen leven. Ik hoor al die verhalen maar is dit wel echt zo? Ik ken die mensen allemaal niet. Persoonlijk heb ik nooit subsidies aangevraagd. Mijn eerste strip, De Pfaffs, was onmiddellijk een verkooptopper. Alleen ging alle winst naar de rechtenhouders, en dan houdt het ook op. Subsidies zijn een systeem dat heel goed zou kunnen werken als de begunstigen steeds zouden wisselen."

In 2003 en 2004 verschenen twee albums van De Pfaffs bij The House of Books, allebei geschreven door Ronald Grossey. In die jaren liep de realitysoap De Pfaffs (VTM, 2002-2011) en was de familie van ex-doelman Jean-Marie Pfaff een waar fenomeen. De strips waren een verkoopsucces en daar wou iedereen een extra graantje van meepikken.

Johan en Pirrewiet 9: De Fluit met Zes Smurfen (Peyo)

Cambré:Peyo! Less is more. Fantastisch, hé."

 

Is Peyo echt zo goed? Of heeft hij gewoon geluk gehad?

Cambré: “Die pagina is toch geweldig? Ze zitten tegen een boom en toch is het niet saai. Zijn figuren zijn zo mooi uitgepuurd en gestileerd. Je ziet dat Johan een ridder is zonder dat die er overladen uitziet. Peyo’s stijl is gewoon prachtig. En natuurlijk is die vondst met de Smurfen geniaal. Al weet ik niet of het volledig zijn idee was. Ik begrijp wel je vraag. In het Belgisch Stripmuseum zie je ook dingen die hij vroeger maakte en dat was helemaal niet zo goed. Maar zo is dat met Franquin ook. In het begin was het ook voor hem knullig zoeken. Nu durf ik mijn De Pfaffs- en Spring-albums al helemaal niet meer te openen." (lacht)

 

Het zou wel erg zijn, mocht je de laatste dertig jaar niet verbeterd zijn.

Cambré: “Natuurlijk. Maar het is ook wel frustrerend. Elke keer als ik terugkijk, krijg ik een kramp. Als ik nu de eerste Amorassen zie... Pff. Soit. Ik ben echt wel een Peyo-fan. Ik ben ook altijd gek geweest op Steven Sterk. En zijn De Smurfen-albums zijn onverwoestbaar. Heel simpel getekend en vlak ingekleurd, maar daar zit zoveel in. De Smurführer, De Zwarte Smurfen of De Smurfin. Geniaal. De albums na Peyo zijn meer voor kinderen. Dat is haast een andere reeks geworden."

 

Peyo is schatrijk geworden dankzij de wereldwijd uitgezonden tekenfilms. Je eerste job was in de animatiewereld. Wat heb je allemaal getekend?

Cambré: “Heel veel! Ik heb onder meer gewerkt voor de studio die The Simpsons en Rugrats maakte. Daarnaast werkte ik voor een Antwerps bureau die in onderaanneming werkte voor grote buitenlandse tekenfilmstudio’s. Dat was vooral storyboardwerk en de stap voor het eigenlijke animeren van de figuren. Ik tekende de starthouding van het personage en de volgende belangrijke poses. Daarna ging dat naar China of daarrond en die mensen tekenden dan de duizenden tussentekeningen."

 

Welke tekenfilms waren dit allemaal?

Cambré: “Ik heb daar nog een lijstje van. Rocket Power was wel een tof reeksje om te doen. Surfen, skaten in Venice Beach, LA,... Iets totaal anders was Pipi Langkous of Tijl Uilenspiegel. Veel tekenfilms zijn hier nooit op tv uitgezonden, maar wel in Frankrijk of Duitsland. Patrouille 03, Little Elvis,... noem maar op. Een maffe reeks om te doen was Nick & Perry. Daar heb ik veel storyboards voor gemaakt. Dat waren twee ruimtewezens die de aarde moesten komen verkennen en kijken of het hier leefbaar was. Maar die hadden zich stomweg vergist in hun spionageopdracht. Ze dachten dat de honden baas waren en hadden zich getransformeerd als honden."

Storyboardtekeningen voor Tijl Uilenspiegel en de eerste aflevering van Nick & Perry. Daarvan liep in 2000-2001 slechts één seizoen van 52 afleveringen in opdracht voor Cartoon Network.

 

De Smurfen is de bekendste spin-off van de stripwereld. Het idee is al zo oud als de straat...

Cambré: “... en het blijft maar duren. Nu weer Galaxa, de meest verwachte spin-off van het Standaard Uitgeverij-fonds (lees er hier meer over, nvdr). Het kan zeker iets worden, maar uiteindelijk bepaalt het publiek het recht van bestaan."

 

Is een goede spin-off niet gebaseerd op de combinatie van reekskennis, een andere stijl, met een straf verhaal in een andere omgeving?

Cambré: “Ik denk dat je vooral de oorspronkelijke reeks in je lijf moet hebben zitten om te kunnen slagen. Marc en ik zijn opgegroeid met Suske en Wiske. Hierboven ligt er nog een stapel boekjes die volledig kapot gelezen zijn. Het waren vooral de Vandersteens en de eerste albums van Paul Geerts die me raakten. Op latere leeftijd ben ik wel afgehaakt, maar je kent intussen die personages door en door. Je weet hoe ze gaan reageren tegen elkaar. Hierdoor kunnen wij hen geloofwaardig laten acteren in hun oorspronkelijk taalgebruik. Wij brengen hen weer tot leven. Onze Lambik is ook de Lambik van vroeger. Ik denk dat het Suske en Wiske-publiek daardoor nog het meest gecharmeerd is. Ik waarschuw Marc soms om niet in de val te trappen door Lambik constant de onnozelaar te laten zijn. Hierdoor wordt hij een karikatuur van de held die hij ooit was."

 

Daar geef ik je volledig gelijk in. Mijn ideale Lambik was de gladiator die een melkbad omtoverde in boter door er gewoon maar in te zwemmen. 

Cambré:Het Geheim van de Gladiatoren! En herinner je zijn borstkas nog uit De Bronzen Sleutel? Mijn Lambik is die uit de Blauwe Reeks. De échte Blauwe Reeks en niet De Sonometer." (lacht)

Kan je vandaag nog iconische reeksen voortzetten? Neem nu Kuifje. Kan je daar een vervolg op maken zonder in een parodie te vallen? (Lewis Trondheim én Nick Rodwell zitten op vinkenslag als de rechten gaan vervallen, lees hier een bericht daarover)

Cambré: “Dat is een moeilijke vraag... Ik zou het niet weten. Ik ben een enorme Kuifje-fan voor het artwork, maar niet voor de verhalen. Ik heb ze zelfs niet allemaal gelezen. Ik kan hier echt niet deftig op antwoorden."

 

Laten we dan van icoon wisselen. Guust Flater. Kan je daar een vervolg op maken zonder in een parodie te vallen?

Cambré: “Nen! Ik vind die voortzetting sympathiek, maar ik zou dit niet doen. Ik heb zo’n Robbedoes-gevoel wat wij geprobeerd hebben. Terug naar de jaren 1960 met telefoons aan een draad, een flik en parkeermeters... Die tijd is voorbij. Er zullen ongetwijfeld massa’s mensen het eerste album kopen, maar of ze het blijven kopen, dat weet ik niet. Je kan ook nooit het origineel evenaren, laat staan overtreffen."

 

Vind je het niet zonde dat men blijft teren op de klassiekers in plaats van nieuwe klassiekers uit te bouwen?

Cambré: “Tuurlijk, maar uitgevers moeten ook blijven draaien. Zij willen zoveel mogelijk boeken verkopen en zij denken vanuit dit standpunt. Het is toch bizar dat het online lezen of manga hier niet doorbreekt... Vlaanderen is op dat gebied heel raar. We zijn Nederland niet. En Frankrijk ook niet..."

 

Standaard Uitgeverij heeft nu de rechten gekocht van de succesvolle Franse jeugdreeks Mortelle Adèle of Rebel Adele zoals het hier gelanceerd wordt. Ik was vorige maand op een stripbeurs in Duinkerke en de auteurs kwamen er simpele handtekeningen zetten. Er stond urenlang een rij van honderden kinderen met hun ouders, vergelijkbaar met de K3- of Geromino Stilton-rages op de Boekenbeurs. Het kan dus nog!

Cambré: “Ik hoop dat er geld genoeg wordt ingepompt om dit hier bekend te maken bij de juiste doelgroep. Het kan toch niet zijn dat dit niet goed is? Hopelijk is de humor niet te Frans zoals Titeuf. Weet je hoe de uitgeverij die reeks in Frankrijk heeft gelanceerd? Die knowhow hebben ze toch ook mee aangekocht? De hoofdvraag is hoe die strip bij de kinderen zal bereiken. Weinig kinderen gaan vandaag nog naar een stripwinkel. Dus moeten hun ouders het album kopen en die kopen de dingen die ze kennen. Het is heel spijtig, maar het is zo. Vroeger ging ik als klein manneke op mijn eentje naar de lokale krantenwinkel en daar leerde ik Sammy, De Blauwbloezen en Guust kennen. Een stripspeciaalzaak heb ik pas veel later bezocht. Nu is dat al veel moeilijker."

 

Toen de eerste Amoras verscheen, was er een harde kern van Suske en Wiske-nostalgici die jullie uitmaakten voor "vadermoordenaars". Bestaan die nog?

Cambré: “Ik kom die mensen alleszins niet tegen of ze durven het me niet te zeggen. Sommigen zijn of waren negatief, maar niet zo erg als ik destijds ook las. Ik denk al bij al dat het nog goed meeviel. En zeker vandaag. In de reeks Amoras en zeker in De Kronieken van Amoras zitten echt wel goede strips. De mensen beseffen dit ook wel."

 

Hebben jullie zelf je ruiten niet ingegooid? Het verhaal van Amoras was allesbehalve eenvoudig.

Cambré: “Voor de ene wel, voor de andere niet. Ik heb dat gevoel meer dan Marc. Ik heb dat toen niet beseft. Ik was toen zo geconcentreerd op het tekenwerk dat ik te weing stilstond bij het scenario. In album 5 waren we even de weg kwijt. Enfin, dat denk ik. (lacht) Marc ziet dat nog steeds anders. We hadden de hele reeks misschien eerst helemaal moeten uitschrijven. Net zoals je voor een animatiefilm best van een sluitend storyboard vertrekt. En dit voor alle acht delen."

 

Acht?

Cambré: “Ja. Dat was de opzet, maar later is dat beperkt tot zes. Marc had een strikt plan voor acht delen voor ogen. Maar ik neem dit met een korreltje zout. Soms moest ik wat  nevenpersonages tekenen. En dan plots gebruikt hij de tofste figuurtjes opnieuw in een later deel. Zo strikt was dat plan ook weer niet. (lacht) Ach, we hebben allebei onze stinkende best gedaan. Er zal sowieso altijd over gepraat worden."

In 2017 verscheen De Zaak Krimson, een eerste cyclus in drie delen van De Kronieken van Amoras.

 

 

De daaropvolgende Krimson-saga, de eerste drie delen van De Kronieken van Amoras, was er dan wel bonk op!

Cambré: “Dat was goed, hé."

 

Absoluut. Is Amoras de reeks die je het liefst tekent?

Cambré: (stellig) “Nee! Alhoewel... Als ik er aan kan doortekenen, dan wel. Ik zeg altijd dat ik heel gemakkelijk kan switchen van stijl. Maar als ik heel eerlijk ben, is dat toch wel vervelend. Je bent bezig met Amoras en na een tijdje zit je in die flow. Als je dan ’s anderendaags Filip & Mathilde of Suske en Wiske Junior moet tekenen, is dat weer aanpassen. Nu probeer ik meer en meer in blokken te werken. Ik plan nu altijd een volle week Amoras in. Als ik mijn eerste prenten van die week teken, is het altijd met lange tanden. Maar eenmaal ik vertrokken ben, is het weer plezant."

 

Welke serie teken je dan wel het liefst?

Cambré: HEDEN VERSE VIS! (lacht) Maar ook wel Amoras. Ik moet er het meest moeite voor doen waardoor de uitdaging ook het grootst is. Ik blijf het ook altijd moeilijk hebben om die reeks uit handen te geven. Maar de plaatprijs is te laag om er maanden helemaal alleen aan te werken."

 

Zou je er dan een jaar aan zitten?

Cambré: “Nee, dat nu ook weer niet. Misschien wel een halfjaar. Vandaag is dit drie of vier maand en vanaf het inkten doen mijn medewerkers de rest."

Jerome K. Jerome Bloks 28: In Goede en Slechte Tijden (Alain Dodier)

Cambré:Dodier! Die mens kan zo goed tekenen. Niet normaal. Toen we de politieke satirereeks De Schuimslagers maakten voor Knack hadden Marc en ik een running joke. Marc vroeg me ooit wat ik echt niet graag teken. 'Wenteltrappen en paardenkoersen', zei ik. Al snel had hij om te lachen een scène geschreven waarin een paard van een trap gleed... Maar zie die wenteltrap op die plaat eens. Dat is gewoon fantastisch. Niet normaal! Mocht die nu Kuifje overnemen in zijn stijl, dan zou dat misschien nog iets worden! Ik vind dit soort architecturale hoogstandjes ook interessanter dan wat François Schuiten doet. Daar ligt het er te fel op. Wat Dodier hier heeft getekend, is allesbehalve simpel. Ik keden Jerome K. Jerome Bloks al heel lang van naam, maar ik had die strips nooit gelezen. Marc is wel een fan van het eerste uur. Ik ben ze dan ook maar eens beginnen lezen. Wat een geweldige meevaller was me dat! Die sfeer erin is ongelofelijk. Wat ik ook supergraag lees, zijn strips uit de jaren 1960. Die eerste Michel Vaillants waren fantastisch. De ambiance rond die eerste Formule 1-wagens! Op zijn eigen manier kan Dodier ook zo van die vintage verhalen schrijven. Zo knap."

De politieke satire Schuimslagers verscheen vijf weken lang in Knack. De volledige strip is hier te lezen.

 

Is het gebrek aan nieuwe scenaristen niet het grote manco vandaag?

Cambré: "Absoluut. Men valt zo rap terug op de vertrouwde namen. Voor Galaxa grijpt men nu weer terug naar Peter Van Gucht. Los van het feit dat ik het Peter natuurlijk gun en hij hier wel superblij mee zal zijn, is dit toch de ideale reeks om een nieuwe naam een kans te geven. Ik heb onlangs een publiciteitsstripje van acht pagina’s getekend op scenario van Kristof Berte (tekenaar van Lise op Monstereiland en een van de huidige scenaristen van Jommeke, nvdr). Fantastisch. Die heeft talent! Zijn humor is goed, maar ik denk dat hij ook iets heel serieus kan schrijven. Die heeft wel het een en ander in zijn mars."

 

Moet jij zelf niet de kans geven aan een andere tekenaar? (lacht)

Cambré: "Ik werk momenteel aan vijf reeksen. Los van het feit dat ik niet nee kan zeggen, is dat in feite vanuit de verbredingsoptiek wel jammer. Maar een uitgever kiest graag voor zekerheid, denk ik."

 

Dodier is een tegenovergestelde van u. Hij wroet echt op zijn tekeningen.

Cambré: “Ach ja? In zijn eerste boeken zie je dit, maar nu ook nog?"

 

Ja. Hij tekent een hele dag aan enkele plaatjes. De volgende morgen poetst hij exact drie minuten zijn tanden met zijn elektrische tandenborstel starend naar zijn werk van de dag ervoor. De tekeningen of stukjes van een tekening die hij niet goed vindt, doorstreept hij. Hij kleeft er iets over of knipt die uit en herbegint dan tot hij het perfect vindt (lees hier ons interview met Alain Dodier) Herwerk jij vaak je tekeningen?

Cambré: “Ik heb het grote voordeel dat ik al enkele jaren volledig digitaal werk. Het is nu veel simpeler om zaken te wijzigen. Op mijn platen van Jump of de eerste Amorassen kleven er ook nog van die post-itjes of witte stickers op. Weet je wie ook zo’n herkauwer is van platen? Luc Cromheecke! Dat zou je nu niet zeggen, hé?

Herwerkte plaatjes uit Jerome K. Jerome Bloks (links) en Jump (rechts).

 

Bij jou moet er schwung in zitten?

Cambré: “Ik heb de luxe van tijd niet, maar ik zou dat graag eens hebben. Ik hoorde op de persconferentie van de nieuwe Guust Flater dat Delaf een jaar tijd kreeg om zich alleen nog maar de stijl van Franquin eigen te maken. Dat zou ik ook eens willen... Nee, eigenlijk niet. Ik zou me al snel vervelen."

 

In Heden Verse Vis rijden jullie langs de Opaalkust en daar is een stripfestival aan de gang rond Jerome K. Jerome Bloks. De hele kustlijn is versierd met posters en vlaggen. Jullie geven fors katoen over het feit waarom Dodier wel die eer krijgt en jullie niet. Ik vond dat zo cynisch, want Dodier ligt niet bepaald in het bovenste schap van de marketingafdeling van Dupuis.

Cambré: “Ik weet niet waarom Marc dat gedaan heeft. Misschien gewoon om Jerome K. Jerome Bloks net wat extra aandacht te geven of omdat Dodier daar gewoon woont. Je moet het soms niet ver zoeken."

De Bloks-scène in Heden Verse Vis eindigt met de mop dat jullie een Amoras-sleutelhanger krijgen als marketingondersteuning.

Cambré: “Ja, daar waren we wat mee aan het lachen."

 

Je staat open voor veel marketing en hebt in het verleden al wat leuke dingen gedaan. Een metaloptreden met Fleddy Melcully voor de lancering van het De Kronieken van Amoras-album Gardavu!, een koninklijke koekjesdoos voor Filip & Mathilde, de eerste Jump die gratis werd uitgedeeld op Strip Turnhout, het overlijdensbericht van Wiske in alle kranten bij de Amoras-lancering... en Chantal (Kashala, de partner van Cambré) verwelkomde me in een T-shirt van Amoras.

Cambré: “Ik vind dat echt plezant. Het is allemaal moeilijk meetbaar, maar ik denk echt wel dat marketing nodig is. Het blijft echter moeilijk. Die JBC-actie van de T-shirts van Amoras was een groots begin en nu staan we nog op een brooddoos met Suske en Wiske Junior. (lacht) De integratie van zo’n actie met de reeks is echt wel belangrijk. Bij Studio 100 is marketingondersteuning gekoppeld aan de strip, of is de strip een marketingonderdeel van de film, dat kan ook. Met Nachtwacht en straks ook GameKeepers werken beide uitgeverijen weer samen. Het is nu misschien het moment om gebruik te maken van elkaars expertise!"

 

Mijn persoonlijk grootste marketingfrustratie was dat De Kop van Kiekeboe, een van de betere delen van Jump, niet samen werd uitgebracht met een de Kiekeboes. Of zelfs niet gesealed werd met de Kiekeboes. Toen gaf ik de grote doorbraak van je reeks op.

Cambré: “Ja, die Jump verscheen gewoon. Maar ik was daar toen niet zo mee bezig. Ik vraag me wel af of het de Kiekeboes-publiek  zou geïnteresseerd zijn in Jump. Mij lijkt dat net een heel honkvast publiek is dat enkel met die personages nauw verbonden is."

 

Maar Jump is toch een jonge de Kiekeboes? Mijn kinderen lazen én Jump én de Kiekeboes.

Cambré: “Ik weet het toch niet. Ik zie meer Jommeke in Jump dan de Kiekeboes."

In 2011 verscheen Jump 12: De Kop van Kiekeboe, meer dan een knipoog naar de Kiekeboes. Voor de cover van Stripgids nummer 23 uit datzelfde jaar tekende Charel Cambré figuren uit Jump en de Kiekeboes. En in 2010 mocht Charel Cambré een covervariant tekenen van de Kiekeboes 91: De Affaire Chichi die samen met andere covervarianten (door Jan Bosschaert, Dirk Stallaert en Karl Meersman) bij P-magazine te koop was.

Mooie Zomers 2: De Kreek (Jordi Lafebre + Zidrou)

Cambré:Jordi Lafebre is een heel, heel goede tekenaar. De meeste mensen worden onnozel van hoe hij zijn mondjes tekent en hij overdrijft daar wel in, maar ik kan dit wel hebben. Mooie Zomers is ook een van de beste reeksen van het moment. Hoe hij dat reisgevoel weet weer te geven... Als tekenaar herken ik me ook in het geworstel met de deadlines vlak voor een vakantie. (lacht) Ik lees dat super graag, en ik kijk elke zomer reikhalzend uit naar een volgend deel."

 

Oh, dan moet ik je ontgoochelen. Na het succes van zijn soloalbum Ondanks Alles geeft hij nu even voorrang aan zijn eigen projecten.

Cambré: “Dat is jammer. Zijn graphic novels, zoals La Mondaine, zijn ook goed. Ook. Maar geef me toch maar Mooie Zomers. Die sfeer is prachtig. Ik herinner me een vogelperspectief van hoe ze naar een kreekje keken in de Calanques. Heel straf."

 

Die pagina doet me iets, maar ik kan niet precies zeggen waarom.

Cambré: “Ja jong, ik kan ook niet zeggen waarom dit voor jou een mooie pagina is. (lacht) Voor mij is dit eerder een gewone pagina. (neemt de print vast) Het is alleszins de perfecte weergave van een zonnige dag. De opbouw is atypisch voor een pagina met zeven prentjes door dat grote eerste prentje. Het toffe daarin is dat hij de weide meer ruimte geeft dan de lucht. De meeste tekenaars zouden die wagen op de voorgrond zetten of het vierde prentje het belangrijkste van de pagina maken. Hij koos hier duidelijk voor sfeer, gecombineerd met een leuke pointe op het einde."

 

Heden Verse Vis roept de sfeer van Mooie Zomers en de reisverhalen van Asterix op.

Cambré: “Ja, waarschijnlijk wel. Marc en ik wilden al lang iets totaal anders doen. We hebben enkele dingen geprobeerd waarvan we er een paar aan de uitgever hebben getoond. Maar ze waren allemaal te ver gezocht, ja zelfs te gekunsteld. Na Robbedoes vroeg Dragonetti ons om een nieuwe familiestrip te maken. Ik heb daar massa’s tekeningen voor gemaakt die hij nog gezien heeft voor zijn auto-ongeval. Maar mijn gevoel zat niet goed. Het was te veel op commando gemaakt. Daarna zijn Marc en ik iets graphic novel-achtigs gestart wat we nog aan niemand getoond hebben. Maar ik begon daar elke keer met tegenzin aan. Dat was het dus ook niet. Ik wou iets heel snel tekenen en waar ik plezier in had. Intussen waren we al maanden bezig met Heden Verse Vis als cartoons op Facebook, gags in Eppo waar we om de twee weken twee stroken voor maakten,... Waarom zouden we daar niet een lang verhaal van maken? Rob van Bavel, de uitgever van Eppo, zag dit zitten en zo hadden we een voorpublicatie vast waar we een beetje voor betaald werden. Standaard Uitgeverij en Oogachtend wilden dit als album uitgeven, los van plaatprijzen. Uiteindelijk hebben we gekozen voor onze vaste uitgeverij, maar we wilden wel een hardcover met deftig papier. Ik ben benieuwd hoe het er zal uitzien (dit interview werd afgenomen enkele dagen voor Heden Verse Vis in de winkels terechtkwam, nvdr). We hebben ook maar een contract voor één deel. Maar we gaan sowieso de drie delen uitgeven. Dit verhaal moet volledig verteld worden. En het stopt daarna ook definitief."

De hoofding van de inmiddels opgedoekte Facebookpagina van Heden verse Vis en enkele gags die op de Facebookpagina of in Eppo zijn gepubliceerd.

 

 

Toen ik Heden Verse Vis las, wist ik op een bepaald moment niet meer wie nu de scenarist was. Hebben jullie dit samen geschreven?

Cambré: “Nee, toch Marc hoor. Maar Marc weet ook steeds beter hoe ik denk. En omgekeerd. Ik kom er verschrikkelijk boertig uit, hilarisch eigelijk. (lacht) Oké, ik ben misschien wel ietsje boertegir dan hij. Maar Marc overdrijft hier wel. Ik ben er echt een karikatuur in geworden. Het scenario bulkt wel van waargebeurde anekdotes, of dialogen die we effectief gezegd hebben. Onze frustraties en lachbuien zitten erin verwerkt. Ja, ook die triestige dingen waar wij effe bij stilstaan, moesten erin."

 

Ik vind het een geweldige strip. Het lokt voortdurend een glimlach en soms een bulderlach uit, maar het is eveneens een ongemakkelijke, confronterende strip. Het heeft perfect weer hoe middelbare blanke mannen, die vol bewondering én ergernis naar de wereld kijken, zich een houding proberen te geven. Jullie uiten zich én tegen woke én tegen vreemdelingenhaat, zonder in extremen te vallen. Ergens zoeken jullie de weg die velen zoeken.

Cambré: “Dit deel is nog maar de aanloop. Je weet nu hoe het reisverhaal eindigt. Op die plaats en met al die randpersonages gaat het straks losbarsten. Het wordt heftig, maar ook tof. Er komen nog heel rare kronkels aan, onder meer met die graphic novel-tekenaar Formosus, maar ook wrange, dramatische toestanden. Het wordt niet alleen kolder."

 

Ben je niet bang dat je met Heden Verse Vis op lange tenen trapt?

Cambré: “Nee. Eigenlijk niet. Ik ben daar nooit bang voor... totdat er eens iemand komt aanbellen." (lacht)

 

Sorry, het was ook een domme vraag. Jullie lachen voornamelijk met jezelf.

Cambré: “Ook met onszelf! Ook."

 

Jullie gekibbel heeft wel wat weg van Arme Lampil (waarin Willy Lambil en Raoul Cauvin versies van zichzelf neerzetten) of beter nog de Muppets Statler en Waldorf.

Cambré: “Ja, daar zit iets in. Zeker in die Muppets, maar zo oud zijn we nog niet, hé! Arme Lampil ging wel meer over het stripmaken zelf. Dat was eigenlijk een rare reeks. De clues waren zo raar. Vaak stopte het gewoon en waren ze de pointe precies vergeten."

 

Zou je Heden Verse Vis anders geschreven hebben dan Marc?

Cambré: “Hmm. Ja, dat zou anders zijn. Maar het zou wel in hetzelfde genre zijn. Marc heeft het helemaal alleen geschreven en ik heb terloops wat ideeën aangebracht. Het hoofdverhaal is vintage Marc. Hij woont ook in zo’n Spaans dorpje zoals Verilejo. Ook de baas en bazin van het café El Horno bestaan echt. Die mensen zijn effectief zo. Marc komt er dagelijks in contact met allerlei Spanjaarden en weet hoe ze anders kijken naar de wereld dan wij. Dat op zich is al hilarisch en verfrissend tegelijk."

Alleen 13: Tijgerzielen (Bruno Gazzotti + Fabien Vehlmann)

Weet je waarom ik deze pagina gekozen heb?

Cambré: “Geen flauw idee."

 

Op zijn Facebookpagina toonde tekenaar Bruno Gazzotti ooit de potloodversie van deze pagina met een geweldige krul op getekend. 

 

Cambré: “Ja, ik herinner het me weer. Steve Van Bael had me erop gewezen dat Bruno Gazzotti heel fel bezig is met de découpage van zijn pagina’s."

 

Heeft dit een meerwaarde voor de lezers?

Cambré: “Dat denk ik niet. Of het moest onbewust zijn. Als ik deze pagina bekijk, viel het me niet op."

 

Weet je nog dat je zelf gereageerd hebt op Gazzotti’s Facebookpost?

Cambré: “Ja? Toon eens. (bulderlach) 'Ik zie de Z in je compositie', zei hij. Zo kan je overal iets in vinden, hé. Ik heb die Z instinctief getekend. Je ziet soms dat ze van die wiskundige studies loslaten op schilderijen van Rubens en zo. Dan vraag ik me af of die daar echt doelbewust mee bezig zijn geweest. Schilder je echt iets volgens de gulden snede of is dat toeval? Ik ben daar alleszins niet mee bezig. Ik weet wel op gevoel of iets werkt of niet."

 

Moet je een stripopleiding gevolgd hebben om te weten hoe de trucjes in elkaar zitten?

Cambré: “Ik denk niet dat ze dit allemaal aanleren. Dat hebben ze in mijn tijd alleszins niet gedaan. Op de academie in Gent, waar ik Animatie volgde, zei een leraar me wel eens waar precies we de belangrijkste personages of voorwerpen in beeld moest plaatsen. Alleen weet ik begot niet meer waar dat was. (bulderlach) Maar of je zo’n trucjes ook consequent in strips kan toepassen, betwijfel ik. (bekijkt opnieuw de pagina) Ik heb altijd een dubbel gevoel bij Gazzotti. Langs de ene kant vind ik dat heel knap, heel gedetailleerd ook. Ik denk dat hij ook heel lang aan zijn pagina’s werkt. Maar langs de andere kant vind ik zijn figuren nogal houterig. Kijk eens naar dat hoofdje in het voorlaatste prentje. Ik vind dit niet mooi."

 

Moest hij het hoofd van Dodji niet zo tekenen om zijn spiraalopzet te bevestigen?

Cambré: “Waarschijnlijk wel. Maar toch. Ik ben eigenlijk afgehaakt op Alleen. Het gaat me te ver. Ik kan niet meer volgen."

 

Ik heb de reeks begin dit jaar allemaal herlezen en het verhaal klopt. Maar het gaat wel diep.

Cambré: “Ik heb dat ook gedaan enkele jaren geleden. Nu heb ik nog de laatste twee liggen die ik moet lezen, maar ik zie het even niet zitten om nog eens alles te herlezen."

 

Amoras maakt het de lezers toch ook niet gemakkelijk? Als er één rode draad is in Amoras of in De Kronieken van Amoras zijn het tijdssprongen en parallelle tijdsuniversums.

Cambré: “Dat is Marc zijn ding, hé. Maar nu is het toch simpeler dan in de Amoras-cyclus. Ja, toch? Amoras is heel fel geëvolueerd sinds de oorspronkelijke opzet. Ik had het er vorige week nog over met Marc. In de scènes die in het heden afspelen, zegt hij in zijn scenario’s niets meer over hoe de straten, huizen en steden erbij liggen. Uit de eerste albums kan je afleiden dat het heden ergens rond 2040 ligt. Het zijn geen apocalyptische toestanden maar het is er ook niet tof. De tegenstelling tussen rijk en arm is er nog veel scherper dan nu. Dat vind je er nu veel minder in terug. Ik heb ook geen zin om te pas en te onpas een hoop vuilnis in het straatbeeld te tekenen. Dat is me te gekunsteld."

Coverontwerpen voor deel 1 van Amoras.

 

Klopt het dat Willy Linthout (Urbanus, De Jaren van de Olifant) het eerste scenario van Amoras had geschreven?

Cambré: “Hij had nog niets geschreven, denk ik. Uitgever Johan De Smedt had me inderdaad eerst gekoppeld aan Willy, maar ik voelde het niet. Ik ken hem ook niet echt. Ik werkte toen samen voor Knacks Schuimslagers met Marc Legendre en stelde voor om Marc te contacteren. En de rest is geschiedenis."

 

Gazzotti heeft nu dertien delen getekend van Alleen, maar iedereen blijft hem vragen om een nieuwe Soda. Die komt er nu ook, weliswaar in een reboot, gesitueerd in de jaren 1980. Wat blijft men jou altijd vragen?

Cambré: “Af en toe vraagt er iemand naar Jump. Maar dat is nooit een echte cultstrip geweest. Mocht ik stoppen met Amoras dan zal dit wel het meest gevraagd worden."

Kuifje: Vlucht 714 (Hergé)

Toen ik Vlucht 714 herlas, stond ik even stil bij het feit dat die excentrieke miljardair Laszlo Carreidas tegen de leesinrichting wegloopt. Is dit wel oké?

Cambré: “Op zich klopt dit toch? Je hebt niet veel andere keuze. In de film en tekenfilms speelt dit meer een rol dan in strips. Maar hier werkt het wel."

 

Manu Larcenet zei me ooit (met name in dit interview) dat als figuren naar rechts gaan, ze hun toekomst tegemoet treden. En gaan ze naar links, dan keren ze terug naar hun verleden. Hij zou dat op school geleerd hebben en past dit altijd toe in sleutelscènes.

Cambré: “Dat zou kunnen. Ik ben daar misschien te weinig mee bezig. Ik teken heel erg op het gevoel. Neem nu die scène in De Zaak Sus Antigoon #2 waar Lambik over een fles struikelt en met zijn smikkel botst tegen de kompaspaal van het galjoen. Daar heb ik heel lang getwijfeld over de richting. Marc had die tegengestelde leesrichting ook opgemerkt, maar de scène werkt totaal niet in de normale richting. (neemt de pagina van Kuifje vast) Dat zijn wel heel veel vakjes hier. Veertien! Ik vraag me af of Hergé dit zelf getekend heeft. Ik heb geen idee, maar dit kan evengoed al van Bob De Moor zijn. Daar blijven ze zo altijd mysterieus over."

Als je die originelen ziet in het Hergé-museum in Louvain-La-Neuve ben je toch onder de indruk.

Cambré: “Maar heeft hij die allemaal zelf getekend? Als je de eerste versies van Kuifje vergelijkt met deze plaat uit Vlucht 714... (stilte) Hergé zal wel geëvolueerd zijn, net zoals Willy Vandersteen, maar ergens stopt die groei, denk ik. De eerste Suske en Wiskes waren puur Vandersteen. Hij tekende toen alles. Later werd hij geholpen door 'betere' tekenaars, zoals Karel Verschuere. Waar Vandersteen een meester in was, was zijn gevoel voor beweging en vertellen in prentjes. Dat was echt fantastisch. Zijn figuren zaten vaak knullig in elkaar, maar ze bleven mooi. Bij Pom heb je dat minder. Pom is soms mínder smaakvol."

 

Jij hebt eigenlijk een moderne versie van een studio.

Cambré: “Ja. Alleen zitten mijn medewerkers niet fysiek samen, maar dat hoeft vandaag ook niet."

 

Zou je het zover willen drijven dat je enkel een aanzet van een verhaal maakt en je medewerkers alles laat afwerken? Of zelfs nog minder? Willy Vandersteen heeft ook series als Safari of Jerom op zijn naam laten zetten.

Cambré: “Pfff. Dat weet ik niet. Financieel zal die beslissing hem geen windeieren hebben gelegd. (stilte) Ja en nee. Ik worstel daar nu ook mee, want ik kreeg onlangs die effectieve vraag. De hoofdredacteur van het Nederlandse Jump-tijdschrift, Seb van der Kaaden, wil nieuwe Jump-verhalen, maar ik heb er de tijd niet voor. Nu zijn er twee Jump-tijdschriften in de handel, Jump Strips! en Jump Power!. Die laatste richt zich meer naar gamers en filmliefhebbers en dat tijdschrift verkoopt echt heel goed. Jump Strips! verkoopt niet slecht, maar toch minder. Nu wil de hoofdredacteur beide redacties en de tijdschriften samenbrengen in één dik tijdschrift van meer dan 100 pagina’s. Het zal acht keer per jaar verschijnen. In elk tijdschrift zal telkens een volledig Jump-album in opgenomen worden. Maar aan dat ritme zijn we er rap door. Er zijn negentien albums verschenen en in de vorige tijdschriften hebben we al drie of vier verhalen hernomen. Na twee jaar zal hij door de voorraad zitten. En dan begint het. Los van een  budgetkwestie heb ik echt geen tijd om zelf nog nieuwe Jump-strips te tekenen. Ik ben ook naar andere dingen geëvolueerd. We zijn nu aan het brainstormen om Jump volledig uit te besteden aan een studio. Ik ben er nog niet uit, maar momenteel sta ik hier niet weigerachtig tegenover. Ik moet natuurlijk nog wel iets in de pap te brokken hebben."

Hoe zou je het dan aanpakken?

Cambré: “Ik ben er bijna zeker van dat zo’n Kristof Berte een perfect Jump-album kan schrijven. Maar dan moet het tekenwerk nog beginnen. En wie gaat dit doen voor de prijzen die Seb kan investeren?"

 

Stel dat je het zou uitbesteden aan een studio in het Verre Oosten?

Cambré: “Dat kan. Maar hoe krijg je het terug? Die tekenen alles klakkeloos over volgens je personagestudies. Staat daar een fout in, dan tekenen die dit ook over. Ik heb dit meegemaakt in mijn animatietijd. Plots zie je dat ene foutje honderden keren herhaald. (lacht) Maar ook die fouten waren ingecalculeerd in het budget. Het bleef nog veel goedkoper dan het te laten animeren in Westerse landen."

 

Je laat al jaren je platen inkten door medewerkers. Ik vind dat straf, want de inkting bepaalt toch alles.

Cambré: “Dat is waar, maar dat is puur een tijdskwestie. Het is belangrijk om een soort uniformiteit te hebben en dat is niet eenvoudig. Ik werk allemaal met zelfstandige medewerkers. Als er iets anders op hun weg komt, zijn die weg of tijdelijk niet meer beschikbaar. Steven Dupré bijvoorbeeld is de allerbeste inkter die je je kan wensen, maar nu heeft hij weer volop werk aan zijn eigen series. Ik kan hier niet kwaad om zijn, want je gunt zo iemand alle succes. Het is niet altijd een kwestie van tijd of loon. Amoras-inkleurder Shirow Di Rosso wou bijvoorbeeld met Galaxa gewoon iets anders doen."

 

Ik zag nog enkele verrassende namen bij je medewerkers: Hamo (Special Branch, Twee Jaar Vakantie, De Wilde Vlucht) of Mattias Ysebaert (De Sleutel, Uitzicht met Kamer).

Cambré: “Die jongen is pas afgestudeerd en heeft geïnkt voor me. Mattias heeft echt potentieel, maar moet nog wat groeien. Zo is hij super in bepaalde zaken, zoals handen tekenen. In anderen zaken wat minder."

 

Hoe vind je eigenlijk je medewerkers?

Cambré: “Op Facebook zie je links en rechts iets passeren, en dan neem ik contact op. En dan vraag ik hen een testpagina te inkten of in te kleuren."

 

Hoe leer je hun om de juiste lijn uit de vele potloodlijnen te halen?

Cambré: “Je wordt wel verwacht om te kunnen tekenen, hé. Amoras is ook geen strip zoals Kuifje waar je die ene lijn hebt. En het is ook niet iedereen gegeven om te kunnen inkten zoals Steven Dupré."

 

Een andere verrassende naam is Aimée de Jongh.

Cambré: “Aimée heeft maar een tiental platen voor Pinanti United geïnkt. Die had toen heel snel een andere job en is sindsdien harder en harder aan het gaan. Ze is een grote madame geworden in Frankrijk."

 

Zie jij nog een kans om in Frankrijk door te breken?

Cambré: “Ik heb onlangs een aanbod gekregen van uitgeverij Paquet. Die zijn een reeks aan het maken met allemaal Agatha Christie-verhalen. Daar zijn nu vijf albums van uitgekomen met allemaal andere tekenaars. De uitgever vroeg me of ik er ook eentje voor wou maken, maar dan in mijn stijl. Om wat af te toetsen, heb ik hem toen Heden Verse Vis toegestuurd. Dat wou men direct uitgeven, maar aangezien de rechten al bij Standaard Uitgeverij zaten, werd het minder evident voor hen. Hoe dan ook, de stijl van Heden Verse Vis beviel Paquet ook. Ik heb momenteel geen tijd om een Christie-verhaal te tekenen, maar ik houd dit lijntje zeker warm. Nu krijg ik dit er echt niet meer bij. Maar als er iets wegvalt, wie weet... Als het een beetje meezit, heeft Pedro bij het tekenen van GameKeepers na de eerste twee, drie albums mijn ondersteuning niet meer nodig. Dan kan ik weer nieuwe projecten aannemen."

Piet Pienter en Bert Bibber 13: De Anti-zwaartekracht-generator (Pom)

Cambré: “En last but not least Pom! Komt dit uit Marie Huana?"

 

Nee, De Anti-zwaartekracht-generator. Dit is een van de weinige Piet Pienter en Bert Bibber-strips in mijn collectie. Ik ken er dus weinig van en die strips doen me ook niets. Ik begrijp zelfs niet waarom mensen dit vandaag nog goed vinden. Kan jij mij dit uitleggen?

Cambré: ​​​​​​​(lacht) “Je moet ermee opgegroeid zijn. Alhoewel, ik heb dit ook pas later leren kennen. Ik zag die strips staan in de winkel en ik vond die slecht getekend, op het naïeve af. Die boeken zagen er ook raar uit. Dat sprak me totaal niet aan. Maar de man van een nichtje van me was daar een immense fan van en hij heeft me eens een hele stapel geleend. Toen ik ze las — als dertienjarige — was ik snel verkocht. Die verhalen zijn fantastisch. De humor, het taalgebruik en het je m’enfoutisme zijn heel erg Kempisch. Misschien moet je van die regio zijn om ze te waarderen? Maar wat Pom als de beste kon, is het creëren van sfeer. Die zat en zit zo goed! Pom is geen rastekenaar. Die tekeningetjes zijn eigenlijk heel knullig. Hij zal dat van zichzelf ook wel geweten hebben. Ik heb onlangs zijn dochters ontmoet en die vertrouwden me toe dat hun vader constant aan het worstelen was met die platen. Hij had veel moeite om te tekenen. Het was echt hard werken voor hem. Hij maakte maar één of maximum twee stroken per dag. Hij kon maar juist mee met het krantenritme."

 

Velen voelden zich geroepen om de reeks verder te zetten. Tom Bouden, Ben Seys,... om er maar een paar te noemen. Maar waarom heeft men voor jou gekozen om het hommagealbum te tekenen?

Cambré: “Er zijn blijkbaar dingen gebeurd tussen Pom, zijn kinderen en de eigenaars van 't Mannekesblad, die Poms werk verder mochten beheren. Ik heb er toch even serieus mijn wenkbrauwen bij gefronst. De dochters wilden zelfs helemaal niets meer met de stripwereld te maken hebben. Maar blijkbaar raakten ze gecharmeerd van de ex librissen die ik getekend heb voor dekluxes van de integrales."

Vier ex librissen die bij de vier eerste delen van de luxe-uitvoeringen van de integrales van Piet Pienter en Bert Bibber hoorden. In 2021 verscheen het eenmalige hommagealbum De Geniale Soepselder door Charel Cambré en Marc Legendre.

 

In tegenstelling tot Amoras was het onthaal van dit hommagealbum, De Geniale Soepselder, eerder lauw. 

Cambré: “Vandaag begrijp ik die kritiek wel. We hebben er gewoon een avonturenverhaal van gemaakt dat in de reeks zou passen. Een nummertje zoveel. Maar aangezien we Pom niet zijn, is het iets te vrijblijvend geworden. We hadden het verder en dieper moeten zoeken. Hoe hebben die twee elkaar ontmoet bijvoorbeeld? We hadden voor die fans iets totaal nieuws moeten brengen zonder te vervallen in Amoras-toestanden. Net zoals onze Robbedoes zie ik dit nu als een gemiste kans. Er komt ook geen vervolg meer."

 

Hebben de erven je vooraf beperkingen opgelegd?

Cambré: “Een paar zaken. Zo mocht Susan niet te erotisch zijn. Ze wilden geen Wiske uit Amoras. Voorts wilden ze de tijdsgeest van de meeste albums bewaard zien."

 

In het testament van Willy Vandersteen zou staan dat Suske en Wiske geen relatie met elkaar mochten hebben. En Lambik en Sidonia ook niet met elkaar mogen trouwen. Zijn er nog andere zaken?

Cambré: “Dat weet ik eigenlijk niet. Er lopen daar zoveel wilde verhalen over rond, maar ik heb het testament nog nooit gezien. Bestaat het eigenlijk wel? (lacht) We kunnen er dan ook geen rekening mee houden. Vandaag laten de erven en de redactie van Standaard Uitgeverij ons ook vrij genoeg om ons eigen Amoras-universum uit te bouwen. Maar als we echt naast de pot zouden pissen, dan zullen ze het testament wel bovenhalen denk ik." (lacht)

 

Ik was vooral benieuwd of er iets in stond over Jerom. Jullie Jerom is geen Superman meer die kilometers hoog kan springen, maar wel nog een stevige bodybuilder die een wagen kan optillen. 

Cambré: “Een auto optillen is er voor ons al over. In De Killerbacterie had ik eerst Jerom getekend die een auto boven zijn hoofd uit een beek tilt. Marc vroeg dan om het niet te doen. Nu trekt hij die wagen er gewoon uit. Jerom is bij ons een heel sterke gast, maar geen superheld meer."

 

Toch schakelen jullie hem geregeld uit. Stoort dit personage jullie?

Cambré: “Hmm. Ik vermoed dat Marc er toch wel wat problemen mee heeft. We hebben hem al beperkt in zijn krachten. Maar je wil toch geen verhaal lezen waar Jerom al in pagina 2 alles kan oplossen? In het ene Suske en Wiske-verhaal vangt hij kogels op met zijn borstkas. In een ander verhaal doet hij niets wanneer Krimson hem met een pistool bedreigt. Wij geraken daar in onze Amorassen niet mee weg. Ach, Willy Vandersteen, en zeker Paul Geerts, hebben Jerom ook vaak buitenspel gezet."

 

In De Underdog blijkt Sidonia aan het daten met een topcrimineel. Maar in de latere albums wordt hier geen gevolg meer aan gegeven. Komt dit nog?

Cambré: “Marc laat geregeld losse eindjes hangen die hij dan ooit weer opraapt... of niet. We hebben hierover al vaak gepraat. Persoonlijk ben ik daar geen voorstander van. Ik ben er haast zeker van dat die kerel weer zal opduiken. Dat is dan weer het leuke aan werken met Marc." (lacht)

 

Zijn die losse eindjes doelbewust?

Cambré: “Ik weet het niet. Ik tracht hem altijd te betrappen op dingen die niet kloppen. Zeker in Amoras moet je dat goed in de gaten houden. Het is ook niet gemakkelijk. Als je zo’n serie op poten zet, moet je eigenlijk een halfjaar brainstormen om alle personages, hun karakters en verhaallijnen uit te tekenen. Met dit logboek kan je dan de reeks starten."

 

Maar wordt dit dan niet saai? Dan zit je pakweg vijftien jaar te zweten op die enkele maanden inspiratie?

Cambré: “Klopt. Dat is ook iets. Maar het grote geheel en waar je wil landen, moet wel bepaald zijn. Je moet erover waken dat alles klopt. Nu is dit allerminst evident. Maar misschien heb ik het mis."

 

Was de prequel Avontuur in Piscine-les-Bains bedoeld om wat gaten te dichten van de eerste drie De Kronieken van Amoras?

Cambré: “Daar hebben we het verhaal willen vertellen over hoe Lambik Krimson heeft leren kennen. Ik blijf die figuur Krimson echt intrigerend vinden. Daar is nog veel meer mee te doen. (stilte) Ik heb onlangs Joker met Joaquin Phoenix gezien. Die mix van getormenteerdheid, waanzin én humor hebben wij met onze Krimson er nog niet helemaal uitgehaald. En nee, het kan me persoonlijk niet schelen of dat volledig compatibel is met de hoofdreeks. (lacht) En de Marc waarschijnlijk ook niet."

Voor de editie van 2021 werd Charel Cambré gevraagd om het affiche- en promobeeld voor het BIFFF (Brussels International Festival of Fantastic Film) te tekenen. Hij koos uiteindelijk voor Krimson als figuur.

 

Zijn er nog van die puristen die daar aanstoot aan zouden nemen?

Cambré: “Ik denk het niet. Men is al het een en ander gewoon van ons. Het is wel niet altijd eenvoudig om ons verhaal te brengen. Op gegeven moment heeft men ons beperkt tot 46 pagina’s en moest elke strip een afgerond verhaal worden. Dat maakt sommige zaken toch wat moeilijker."

 

Ik vond dat net de ingreep die de reeks toen nodig had. De Killerbacterie, De Underdog en Wie niet Horen Wil vond ik enorm tof om te lezen.

Cambré: “Toen was die ingreep misschien nodig. Maar vandaag? Nu hebben we De Zaak Sus Antigoon in twee delen afgerond, en dat was ook oké. Ach, wat voor de ene lezer beter is, is dat voor de andere niet. Maar we laten er onze slaap niet meer voor. Het volgende deel, na De Zaak Sus Antigoon, is zelfs het allerbeste wat Marc heeft geschreven. Een scenario lezen is niet gemakkelijk — je hebt de dialogen en daaronder de beschrijving van wat in de prentjes komt — maar dat verhaal heb ik echt verslonden. Je zal versteld staan."

 

We kijken er nu al naar uit! Dat smeekt nu al om een vervolginterview.

 

Op 1 juni verschenen bij Standaard Uitgeverij de albums Heden Verse Vis 1: En Route! (72 pagina's, hardcover, 19,99 euro), De Kronieken van Amoras 10: De Zaak Sus Antigoon #2 (48 pagina's, softcover, 8,25 euro) en Suske en Wiske Junior 8: Wegwezen, Krimson! (32 pagina's, softcover, 6,99 euro). Op de koop toe staat in diezelfde dag verschenen compilatiebundel Straffe Strips (416 pagina's, softcover, 14,99 euro) het verhaal De Kronieken van Amoras 5: De Killerbacterie opgenomen.

Persvoorstelling Heden Verse Vis

Ook nog op 1 juni werd Heden Verse Vis aan de pers voorgesteld in het tapasrestaurant La Taperia in Herenthout, uitgebaat door chef-kok Peter Cambré (Charels broer) en zijn vrouw Ellen Geerts. Onlangs kreeg de zaak opnieuw een Bib Gourmand van Michelin. We kunnen ten zeerste de bruschetta, de scampi, de ribbetjes met koffiesmaak in de saus en de chili con carne aanbevelen, en eigenlijk was het hele aanbod een voltreffer. Hieronder vind je een impressie van de persvoorstelling, die werd opgeluisterd met een geanimeerd kwisje van leraar en journalist Stefan Laenen voor Charel Cambré en Marc Legendre. In de zaak hangen trouwens enkele indrukwekkende schilderijen van Charel Cambré. Hij ontwierp ook het logo van het restaurant.

Op 31 mei verscheen in De Morgen de wekelijkse gag van Heden Verse Vis. Daarin verwijzen Cambré en Marc Legendre naar de perspresentatie van hun eerste Heden Verse Vis-album die de dag erop dus werkelijk plaatsvond. Omdat wij van Stripspeciaalzaak.be vermoeden dat Charel stiekem toch wel heel erg van de muziek van Niels Destadsbader houdt en de hint in de gag hebben begrepen, gaven we hem een cd van de zanger cadeau. Je ziet zo hoe blij Charel daarmee is. Zijn kompaan Marc is al even enthousiast. Als de verkoop van Niels' album dankzij deze extra promo van Charel de hoogte ingaat, kan meneer Destadsbader uitkijken naar een extra concertreeks, nog meer airplay op Charels favoriete radiozender Radio 2 en vele muziekalbums in de komende jaren.