5 of 111
Ditjes en datjes (14)
Op deze pagina bundelen we quotes, weetjes, extra nieuwtjes, berichten uit onze archieven en andere artikeltjes die we tussen 10 en 15 mei op onze Facebookpagina hebben gepubliceerd.
15 mei 2026: Latere Djinn-covers
Van 2001 tot 2016 publiceerde het Spaans-Belgische duo Ana Miralles en Jean Dufaux de exotische en soft-erotische avonturenreeks Djinn bij Dargaud. Voor latere herdrukken in 2021 in het Frans, die op groter formaat verschenen, schilderde Miralles een heleboel nieuwe covers die we niet te zien kregen als Nederlandstalige covers. We presenteren je hierbij de hertekende of opnieuw opgemaakte covers van alle dertien delen. Van sommige albums zijn de coverillustraties dezelfde gebleven.
15 mei 2026: Een tip van Dennis the Menace
"Eén ding dat ik in mijn leven heb geleerd, is dat je nooit te veel stripboeken kunt hebben!"
Daar kwam de jonge Dennis the Menace van Hank Ketcham al snel achter.
15 mei 2026: Best verkochte Storm
Met welke cover je die ook hebt: De Groene Hel door Don Lawrence en de onlangs overleden Dick Matena blijft tot op heden het best verkochte album van de hele sf-reeks Storm. De eerste druk van dit vierde deel dateert van 1980. Herdruk na herdruk na herdruk bij achtereenvolgens Oberon en Big Balloon bleef de oorspronkelijke coverillustratie de kaft sieren. In 2007 verscheen een heruitgave bij Don Lawrence Collection met een gloednieuwe cover waarin Storm en Roodhaar verderop in de groene jungle zijn te zien.
In 2014 kwam het opnieuw tot een herdruk, nu met Roodhaar die in de ogen van een monster kijkt. Deze tekening werd al gebruikt voor Storm - The Collection - deel 2 uit 2000, waarin ook deel 3, Het Volk van de Woestijn, is opgenomen.
De meest recente herdruk, intussen bij Uitgeverij L, hernam de oorspronkelijke coverillustratie, maar dan op basis van een nieuwe scan van het origineel, frisser, scherper en gedetailleerder dan ooit. Op de backcover is de covertekening van de herdruk uit 2007 te zien.
En voor de luxe van Storm integraal 2 uit 2025 tekenden Romano Molenaar en Jorg de Vos dan weer een ander tafereel om het in de bundel opgenomen De Groene Hel te illustreren.
Een aanvulling van Meerten Welleman: "De illustratie met het jungletafereel en Storm en Roodhaar is de eerste albumcover die voor dit album werd gemaakt. Maar de illustratie werd toendertijd afgekeurd. Is dus uit hetzelfde jaar als de illustratie die wel werd gebruikt."
15 mei 2026: André Franquin over zijn publiek en gewoontes
"Ik geloof dat een groot deel van het publiek erg conservatief is. De lezers hebben duidelijk gewoontes waar ze erg moeilijk vanaf raken. Het heldensysteem is een waar blok aan het been van elke creatieve tekenaar. Gedurende twintig jaar heb ik de avonturen van Robbedoes getekend... Ik heb er lang over gedaan om te beseffen dat ik er de buik van vol had... Ik zat ook vastgeroest in mijn gewoontes. Op een gegeven ogenblik had ik geen zin meer om Robbedoes en Kwabbernoot te tekenen, en mijn werk vorderde alsmaar moeizamer... Ik begon mijn tekeningen steeds meer opnieuw te maken, ik gomde uit en hertekende totdat ik er echt depressief van werd. Op zekere dag zei ik tegen mijn vrouw: 'Ik ga Dupuis zeggen dat ik ermee stop, Robbedoes hangt me de keel uit.' En zo is een berg moeilijkheden van mij afgevallen en op de rug van de uitgever terechtgekomen... Mijn geval mag je ook zeker niet als alleenstaand beschouwen, er zijn vele tekenaars die vrijwillig gevangene zijn van hun held(en). De held is tenslotte het zekerste middel om succes te bereilen. (...) Ik denk dat als ik ermee had doorgegaan het publiek er toch niet had ingetrapt, ik heb een deel van die onschuld verloren die misschien wel aan de grond ligt van de Robbedoes en Kwabbernoot-verhalen die ik heb gemaakt."
André Franquin laat zich in 1982 gaan over waarom hij in 1969 is gestopt met het tekenen van Robbedoes en Kwabbernoot. In hetzelfde interview wijt hij het zelfs aan de "onwetendheid van de jeugd" toen hij zelf de reeks had overgenomen van zijn leermeester Jijé in 1947.
"Men ondervindt de moeilijkheden van een overname slechts beetje bij beetje. Ik heb getracht om van Robbedoes een levendig personage te maken, tussen meer apathische personages, maar ik moest mezelf telkens weer moed inspreken. Immers, het stripverhaal schept zijn eigen wetten, zoals elke kunst. Men mag niet zeggen: 'Men moet dat op die manier doen', anders moest men maar academies oprichten, en alle tekenaars zouden op dezelfde manier tekenen. En als ik een raad mag geven aan de jonge tekenaars: bedenk je eigen personage. De uitgevers hebben in hun laden een massa personages zitten die erop wachten om overgenomen te worden, en door ze aan de jongeren voor te stellen, lijken ze een rijkelijk geschenk te geven. Maar eigenlijk voel je al een soort grafische band met je voorganger. Het piccolopak heeft mij altijd verveeld, maar ja, de lezer moet zich makkelijk met het personage kunnen identificeren, en dus moest Robbedoes ook steeds duidelijk herkenbaar blijven... Veel striphelden zijn in de eerste plaats een kostuum..."
Bron: Clumzy nummer 5, 1982
14 mei 2026: Stripfiguren door Neal Adams
Deze nagetekende portretten van Asterix, Obelix, kapitein Haddock, Lucky Luke, Blueberry, Blacksad en tweemaal Corto Maltese zijn het werk van de in 2022 overleden Neal Adams, een nogal legendarische Amerikaanse tekenaar die een grote bijdrage leverde aan Batman. Hij creëerde samen met zijn scenaristen nevenpersonages als Ra's al Ghul, diens dochter Talia en de Man-Bat. Onder zijn hoede werd The Joker minder de lachwekkende comic relief die hij was geworden door toedoen van de campy tv-reeks van Batman, maar meer een moordzuchtige maniak die op zich weer een invloed had op latere vertolkingen in de films. Adams eigen favoriete verhaal was zijn laatste complete verhaal voor DC: Superman vs. Muhammad Ali (1978), waarin Superman het in de ring tegen de wereldberoemde bokser opnam.
14 mei 2026: Popeye-tekenaar onder bescherming van Al Capone
In 1931 leerde Bud Sagendorf zijn collega Elzie Crisler Segar kennen, met wie hij tot Segars dood in 1938 zou samenwerken aan de door Segar gecreëerde stripreeks rond de spinazie verorberende held Popeye. Daarna werd Sagendorf de grote man. In een interview in Stripschrift nummer 78 uit 1975 toonde Sagendorf zich als een ware spraakwaterval waarin hij onder meer de carrière van Segar uit de doeken deed. Zo beweerde hij dat Segars dagelijkse gagstrip Thimble Theatre (waarin Popeye voor het eerst opdook op 17 januari 1929) wellicht de allereerste vervolgstrip was omdat het soms vijf, zes of acht weken tot zelfs drie maanden kon uitlopen. Thimble Theatre startte in de krant op 19 december 1919. De hieronder afgebeelde strook is de eerste waarin Popeye voorkwam.
Segar werd in zijn ambitie om stripauteur te worden gesteund door Richard F. Outcalt, de schepper van Buster Brown (waaruit Sjors en Sjimmie voortvloeide) en uit de geschiedensboeken vooral gekend van The Yellow Kid omdat het als een van de allereerste (kranten)strips geldt. Segar had geen verdere bedoelingen met het personage Popeye dan een eenmalig optreden als zeeman, maar het publiek, dat toen massaal kranten las en dat van populaire stripauteurs steenrijke en beroemde vedetten kon maken, vroeg om meer. Tussen 1933 en 1957 maakten de broers Max en Dave Fleischer (ook gekend van de eerste Superman-tekenfilmpjes en van Betty Boop) de wereldberoemde tekenfilmserie. De Popeye-serie was het grootste succes van de Fleischer Studios en kon als enige de concurrentie met Walt Disney's Mickey Mouse doorstaan.
Eén opmerkelijke anekdote uit het Stripschrift-interview willen we je niet onthouden. Het volgende verhaal speelde zich af in Chicago waar Segar een tijdlang woonde en werkte aan onder meer een krantenstrip met en over Charlie Chaplin (1916).
Bud Sagendorf: "Omdat hij verdomd goed biljart speelde, had hij de gewoonte te eten in een kleine zaak die een combinatie was van restaurant en speelhal. Daar liep hij toevallig een kerel tegen het lijf waarmee hij daarna af en toe samen at. De man leerde Segar hoe je spaghetti met een vork moest oprollen en ze werden goede vrienden. Hoe dan ook, Segar kon 's avonds laat bij de krant aan de strip werken (tot twee-drie uur 's nachts) en daarna de tien of elf blokken naar zijn kosthuis lopen zonder ook maar één enkele keer te worden lastiggevallen door de misdadige elementen uit de buurt. Iedereen vertelde hem dat het krankzinnig was om in die vroege uurtjes naar huis te lopen. Pas later toen hij naar New York verhuisd was en toevallig een foto van zijn vriend uit het gokhal-restaurant in de krant zag staan, realiseerde hij zich dat het Al Capone was — en dat Al de woorden gesproken had: 'Dat is een vriend van mij, poten thuis!'"
Een aanvulling van Tom Bouden: "Sagendorf werd niet meteen de grote man na Segars dood. Hij moest twintig jaar, tot in 1959, wachten voor hij de krantenstrip mocht overnemen. Met de dagelijkse strookjes daarvan stopte hij in 1985, de zondagspagina's tekende hij tot aan zijn dood in 1994. Voor hij de hoofdtekenaar werd van Timble Theatre tekende hij vanaf 1948 wel de maandelijkse Popeye-comics vol"
14 mei 2026: Miljardenfranchise voor Teenage Mutant Ninja Turtles
De mediafranchise Teenage Mutant Ninja Turtles is gebaseerd op de stripreeks van Kevin Eastman en Peter Laird uit 1984. Na een uiterst succesvolle lijn van action figures (met een verkoop van meer dan 1,1 miljard dollar tussen 1988 en 1992), diverse animatiereeksen en games volgde er in 1990 een eerste bioscoopfilm. Die was zo goedkoop gemaakt dat je, zoals in dit shot, nog de mensen onder de maskers kon zien. Het budget van de onafhankelijk gemaakte film — een "indie" — bedroeg amper 13,5 miljoen dollar. De wereldwijde opbrengst was daar een veelvoud van met meer dan 200 miljoen dollar.
Tot dan was de ninjaschildpaddenfilm de succesvolste indiefilm aller tijden. Zelfs tegenwoordig staat de film nog steeds in de top-20 van best verdienende indiefilms. Deze lijst wordt aangevoerd door The Passion of the Christ met meer dan 610 miljoen dollar aan inkomsten. In diezelfde lijst staat trouwens ook de Ravian-verfilming Valerian and the City of a Thousand Planets op plaats 15. Daar zit een beetje Belgisch geld in.
Er lopen nog steeds comics van Teenage Mutant Ninja Turtles. Dark Dragon Books brengt die af en toe in vertaling.
14 mei 2026: Gardavu!, de rocksong
In mei 2019 werd het album Gardavu! in de reeks De Kronieken van Amoras rockend voorgesteld in Rijkevorsel. Charel Cambré — die onze spellchecker als Charles blijft omzetten — amuseerde er zich te pletter terwijl Fleddy Melcully — die onze spellchecker doet flippen — het speciaal geschreven nummer Gardavu! op de aanwezigen losliet.
Op 21 mei verschijnt deel 3 in de derde Amoras-reeks Suske en Wiske - De Helden van Amoras na de zesdelige cyclus Amoras en de veertien albums tellende reeks De Kronieken van Amoras. De Helden van Amoras deel 3 is het eerste avontuur dat is geschreven door Kristof Berte, die het stokje overneemt van Marc Legendre.
Legendre en Cambré blikken dan weer uitgebreid terug op Amoras en De Kronieken van Amoras in de gloednieuwe integrale reeks Amoras, The Director's Cut waarvan deel 1 op 25 juni verschijnt. Lees er hier meer over.
13 mei 2026: Zidrou over de toekomst van de strip
"De markt is enorm productief. Daardoor komen er jonge talenten naar voren. Je kunt tegenwoordig van alles en nog wat vertellen, met enorm veel pagina's. We hebben toegang tot het strippatrimonium, tot integrales. We hebben strips van hoge kwaliteit. Zorgwekkender is het uitblijven van vernieuwing in het lezerspubliek. We zijn de 12- tot 24-jarigen kwijtgeraakt. Een lezerspubliek dat de hoeksteen van de markt vormde. Zij lezen manga of spelen games. Games vormen de belangrijkste vrijetijdsmarkt. Dat is een feit. Er is een gebrek aan gespecialiseerde pers. Mijn generatie zal moeite hebben om over te stappen op digitaal. Het album als object zal blijven bestaan. We hebben ook gezworen dat de radio dood was. En toch is dat er nog steeds en groeit het. Goede verhalen zullen mensen altijd blijven boeien. Er zijn jonge auteurs die dit hebben begrepen en die voor het web creëren. Ook al is transmedia in de stripwereld nog zwak."
Scenarist Zidrou, bekend van onder meer Mooie Zomers (zie afbeelding van tekenaar Jordi Lafebre), Leonardo, Dokus, De Adoptie, Kale Kop en vele one-shots, doet in 2015 zijn duit in het zakje over de discussie of er nog wel een toekomst is voor het stripverhaal.
Bron: Zoo le Mag, oktober 2015
13 mei 2026: Onvoltooid project: Buck Danny door Fabrice Lamy en Frédéric Zumbiehl
In 2010 raakte bekend dat Fabrice Lamy (van de westernstrips Colt Walker, Trio Grande en Wayne Redlake) en ex-jachtpiloot Frédéric Zumbiehl de nieuwe auteurs van Buck Danny zouden worden als opvolgers van Francis Bergèse die na zijn laatste album in 2008 met pensioen ging. Meer dan slechts deze ene proefplaat is er van Lamy nooit te zien geweest. Volgens diverse bronnen vond Lamy het juiste ritme niet of verloor hij zijn interesse in het project.
In de plaats kwam tekenaar Francis Winisdoerffer op de proppen om deel 53 te tekenen. Hij werkte toen ook al aan een comeback van de luchtvaartreeks Tanguy en Laverdure. Winis viel na één deel al af na een storm aan kritiek over zijn aanpak. Ook voor Tanguy en Laverdure raakte hij niet aan de stuurknuppel. Zijn striptekencarrière hield hier op.
Gil Formosa (een voormalig assistent van Jean Roba en Morris voor respectievelijk publicitair werk van Bollie & Billie en Lucky Luke) werd de nieuwe Buck Danny-tekenaar van 2015 tot 2023, oftewel de delen 54 tot 60. Sindsdien is Sébastien Philippe de tekenaar.
Bergèse keerde in 2017 nog wel eenmalig terug door een oud verhaal van Jean-Michel Charlier, Blackbirds, te tekenen. Of toch deel 1 van het tweeluik. Deel 2 werd getekend door André Le Bras. Een van de redenen van Bergèse om in 2008 met de reeks te stoppen, lag naar eigen zeggen aan de weigering van Dupuis om een spin-offreeks over de jonge jaren van Buck Danny te starten met de jaren 1940 en 1950 als historisch kader, zoals nu het geval is met de reeksen Buck Danny "Classic" en Buck Danny Origins. Dat idee opperde hij al in de jaren 1990! Een andere reden was dat hij steeds meer moeite had om de internationale politiek en de technische vooruitgang op luchtvaartgebied te volgen.
13 mei 2026: Onvoltooid project: verfilming Magasin Général
In 2018 was de cast voor een film naar de negendelige stripreeks Magasin Général in kannen en kruiken. Het scenario was al geschreven en de opnames zouden datzelfde jaar plaatsvinden. De Canadese actrice Mélissa Désormeaux-Poulin (Hors les Murs) zou Marie gestalte zal geven. Voor de rol van Serge kon de Canadese regisseur Christian Duguay (die al de verstripte roman Een Zak Knikkers verfilmde) rekenen op de internationale star quality van de Belgische acteur Jérémy Renier, die meespeelde in onder meer vijf films van de gebroeders Dardenne (La Promesse, L'Enfant, Le Silence de Lorna, Le Gamin au Vélo, La Fille Inconnue), drie films van François Ozon (Les Amants Criminels, Potiche, L'Amant Double), maar bij het grotere publiek wellicht bekender is als de vertolker van de Franse zanger Jean-Claude François in Cloclo.
Je kan het al raden: de film is nooit opgenomen. Het hele project is in het water gevallen, zoals het leeuwendeel van alle filmprojecten.
12 mei 2026: Franstalige gemeenschap topproducent
In landen als Frankrijk, de Verenigde Staten en Japan mogen dan wel duizenden nieuwe strips per jaar verschijnen, maar als je de productie per hoofd van de bevolking in acht neemt, dan is de Franstalige gemeenschap in België (Wallonië en Brussel) de grootste stripproducent ter wereld. En daarmee wordt het aantal striptekenaars per vierkante kilometer in verhouding met het bevolkingsaantal bedoeld.
12 mei 2026: Waalse en Nederlandse stripfiguren in Spaans stripblad
Bizar, een illustratie uit 2021 van de Spaanse tekenaar Aguilar Sutil met daarop figuren uit enkele Waalse (Leonardo, William Hazehart, De Minimensjes, Jaap, Chlorophyl, De Smurfen, Rififi, Proffie) en Franse (Iznogoedh) stripreeksen, Garfield, maar ook de Nederlandse figuren Agent 327 en Gilles de Geus. De tekenaar bracht hiermee stripfiguren in herinnering die in 1984 in het Spaanse stripblad Fuera Borda te lezen waren.
Een aanvulling van Alfons Moliné: "Fuera Borda was een Spaans stripweekblad uit 1984-1985. Het bevatte herdrukken van Franse en Belgische strips van uitgevers als Dupuis, Dargaud en Le Lombard, maar ook Nederlandse strips van Oberon (Agent 327, Gilles de Geus, De Leukebroeders, Ambrosius, Opa, enzovoort). Het blad bestond slechts uit vijftig nummers (plus enkele extra uitgaven en albums), maar wordt nog steeds met warme gevoelens herinnerd door degenen die het in hun jeugd lazen."
12 mei 2026: Jurassic Park door Bernie Wrightson
Van Jurassic Park bestond ook een comicreeks, onderverdeeld in diverse korte cyclussen, al dan niet naar de films of romans. In 2010 tekende Bernie Wrightson een variantcover voor een van de deeltjes in de minireeks Redemption. Dit is het origineel van zijn cover.
12 mei 2026: Kobijn-parodie op Asterix
In 2024 vroeg Lewis Trondheim op X welke stripreeks zijn volgende Kobijn moest parodiëren. De keuze bestond uit Kuifje, De Smurfen, Batman en Asterix. Datzelfde jaar nog vloeide daar een Asterix-parodie uit voort die binnenkort bij Silvester verschijnt. Lees er hier meer over.
In 2053 vervallen normaal gezien de rechten op Kuifje omdat de stripheld dan zeventig jaar na de dood van Hergé tot het publiek domein hoort. In een ouder interview heeft Trondheim eens verklaard dat hij al een nieuwe Kuifje heeft gemaakt die hij in een kluis bewaart. Zijn erfgenamen krijgen de instructies om het album uit te brengen, mocht hij er dan niet meer zijn. Maar in 2017 liet Nick Rodwell, de zaakvoerder van Moulinsart (nu Tintinimaginatio) die de rechten op het werk van Hergé beheert, weten dat er nog wel een stokje wordt gestoken voor het vervallen van de rechten. Hij plande om in 2052 in extremis een gloednieuw album uit te brengen om de rechten op Kuifje binnenshuis te houden en voor minstens weer enkele decennia, zelfs oneindig, aan boord te houden. Voor dat nieuwe verhaal zijn er verschillende opties om zich te baseren op onafgewerkte projecten waar Hergé zelf nog aan was begonnen, maar die hij aan de kant schoof, zoals Kuifje en de Thermozero. Nog zesentwintig jaar wachten dus.
11 mei 2026: Jijé over het ontstaan van Kwabbernoot
"Kwabbernoot is overigens een creatie van Jean Doisy. Hij wou een dromer in de strip brengen, als tegenspeler voor de wat steriele held. Ik heb dan enkele ontwerpen gemaakt, maar toen hij ze zag, brulde hij dat het helemaal niet was wat hij wilde, het moest anders zijn... Omdat hij inzag dat ik niet juist wist wat hij bedoelde, stuurde hij een schets op, erg gelijkend op Jean-Louis Barrault, met zijn haren in de wind, zijn puntneus, en zijn poëtische aard... Ik zag de dromerfiguur echter helemaal anders, en heb hem getekend zoals ik hem wou. Achteraf heb ik dan ingezien dat Kwabbernoot de man is van Blondie..."
Jijé, in 1943 de opvolger van Rob-Vel voor de stripreeks Robbedoes, erkent dat hij Kwabbernoot had gebaseerd op Dagwood Bumstead, de echtgenoot van Blondie van de Amerikaanse striptekenaar Chic Young (1901-1973) die zijn stripreeks Blondie in 1930 had gecreëerd. Dagwood kwam uit een steenrijk milieu, maar werd onterfd nadat hij trouwde met het meisje Blondie uit een lagere klasse. Van Dagwood verscheen ook een eigen comicreeks. Blondie had op zijn hoogtepunt 52 miljoen dagelijkse lezers in een tweeduizendtal kranten. De krantenstrip verschijnt nog steeds en wordt sinds de jaren 1970 voornamelijk geschreven door Chics nu 87-jarige zoon Dean. De Dagwood Sandwich, belegde boterhammen in vele lagen, was een uitvinding van Dagwood in 1936. Het schopte het tot verschillende woordenboeken en tot namen van restaurants — zelfs een Canadese keten — en winkels.
Jean-Louis Barrault (1910-1994) was een Franse toneelspeler en leidde een paar theatergezelschappen. Hij speelde tussen 1935 en 1988 ook in tientallen films mee. De bekendste waren Les Enfants du Paradis (1945) en de oorlogsfilm The Longest Day (1962). In Le Destin Fabuleux de Désirée Clary (1941) speelde hij Napoleon Bonaparte. La Cité de l'Indicible Peur (1964) was een verfilming van een roman van de Vlaamse schrijver Raymond Jean Marie de Kremer alias Jean Ray/John Flanders.
Bron: Clumzy nummer 5, 1982
11 mei 2026: Marc Hendrickx over Clumzy
"Mijn zotste herinnering, tegelijk een van de mooiste allicht, was dat ik degene was die naar Tome kon bellen om hem te melden dat de beslissing was gevallen dat hij en Janry Robbedoes definitief mochten overnemen. Ik in zeer slecht Frans, hij in zeer slecht Nederlands… Hij stelde wel driemaal de vraag of wat ik zei klopte, want hij en Janry zaten toen echt wel op hete kolen! En ja, mijn info klopte. Gevolg van de Clumzy-Robbedoes-special die we toen maakten op een moment dat Nic Broca, Yves Chaland én het duo de stripreeks tekenden, waardoor wij interviews deden met de tekenaars, maar ook met de ‘bazen’..."
Aan het woord is Marc Hendrickx, als tiener actief voor het Vlaamse stripinfoblad Clumzy, waarvan in 1981 en 1982 zes nummers verschenen. Een andere medewerker was Alain Grootaers, de latere hoofdredacteur van P-magazine, jongere broer van De Kreuners-zanger Walter Grootaers en (column)schrijver. Marc Hendrickx werd ook een schrijver, onder meer van biografieën over Elvis Presley, Muhammad Ali en de Belgische voetballegende Armand Swartenbroeks, het als Booster verfilmde Wolken en een Beetje Regen, diverse andere boeken en theaterstukken. Maar als zestienjarige interviewde hij dus met z'n makkers striptekenaars als Merho, Pom, Berck, André Franquin, Derib en anderen.
Onder de naam Studio Baringo was Noël Slangen verantwoordelijk voor de vormgeving van Clumzy. In stripmiddens is hij bekend als een groot kenner van Nero en persoonlijke vriend van Marc Sleen. Hij hielp mee de Stichting Marc Sleen bestieren. In andere middens was/is hij een columnist, politicus, politiek - en communicatieadviseur.
Hendrickx begreep al snel dat hij het spel soms moest meespelen en dat lang niet alles voor publicatie vatbaar was. Als zelfverklaarde "snotneuzen" namen ze striptekenaars au sérieux en daardoor deelden ze vlot tal van informatie. Voor Clumzy nummer 5 konden ze alle nog levende stripmakers van de reeks Robbedoes en Kwabbernoot strikken voor interviews in een heus Robbedoes-nummer. Clumzy liet daardoor Rob-Vel, Jijé (toen al enkele jaren geleden gestorven en dus met citaten uit andere interviews), André Franquin, Jean-Claude Fournier, Greg, en de nieuwste generatie aan het woord. Het was de periode dat de teams Nic Broca + Raoul Cauvin, Tome & Janry en Yves Chaland elk hun eigen Robbedoes-verhalen mochten uitwerken. Er kon maar één team de reeks overnemen en dat werd dus het duo Tome & Janry.
11 mei 2026: Onvoltooide animatieprojecten Yoko Tsuno
In 1970 was Yoko Tsuno voor het eerst te lezen in het weekblad Robbedoes. Elf jaar later, na een tiental succesvolle albums, was er een kortstondige poging om van Roger Leloups stripreeks ook een Japanse tekenfilmreeks te maken. Dat was onder de titel Spark Lady Yoko.
Over dit project is niet veel terug te vinden, behalve de titel en wat conceptbeelden met Japanse bijschriften. Er is ook nog een artikel uit het Japanse blad Animage van december 1981. We deden wat verdere research en kwamen uit bij tekenaar Yoshifumi Kondō (1950-1998) die alle hieronder afgebeelde tekeningen heeft getekend. Hij was een Japanse tekenfilmmaker die in zijn laatste levensjaren voor Studio Ghibli werkte. Hij verleende zijn diensten als animatieregisseur en key animation aan onder meer de reeksen The Adventues of Tom Sawyer, Little Nemo: Adventures in Slumberland, Sherlock Hound, The Wuzzles en tekenfilms als Only Yesterday, Porco Rosso, Whisper of the Heart en Princess Mononoke. Het pad was geëffend om bij de studio naast Hayao Miyazaki en Isao Takahata als een van de topregisseurs te werken en eventueel hun opvolger te worden, maar zijn plotse overlijden in 1998 smoorde die toekomst.
Vele jaren later was er een tweede project om van Yoko Tsuno een tekenfilmheldin te maken. Vincent Chalvon-Demersay en David Michel, de scheppers van de Frans-Canadese tekenfilmreeks Totally Spies!, zaten achter dit project van Marathon Media Group. Onder de oorspronkelijke titel Galaxy High zou deze tekenfilmreeks een losse bewerking van Yoko Tsuno worden. Omdat het uiteindelijk zo sterk afweek van de stripreeks, veranderde gelijk met het opzet ook de titel. De tekenfilmreeks werd Team Galaxy. Enkel in de pilootaflevering van Galaxy High is nog een personage aanwezig dat als Yoko Tsuno te herkennen is.
In Team Galaxy speelt echter wel een meisje mee dat Yoko heet, naast de twee andere hoofdrolspelers Josh en Brett. Ze zijn studenten, alle drie nog tieners, die op de school Galaxy High een opleiding tot Space Marshal volgen. In de Frans gedubde versie heet Yoko echter Kiko. In onder meer het Engels en Nederlands heet ze Yoko. Er liepen tussen 2006 en 2008 twee seizoenen met in totaal tweeënvijftig afleveringen van elk tweeëntwintig minuten.
Via deze link kan je naar het fanclubkanaal van Team Galaxy op YouTube surfen. Daar vind je alle afleveringen terug.
10 mei 2026: Het noodlot van Noël Bissot
Een tijdje geleden citeerden we striptekenaar Berck (Sammy, Lowietje, Hansje, Pechvogel) die in een interview prijsgaf dat een slechte score in opiniepeilingen van stripweekbladen als Robbedoes en Kuifje een tekenaar tot zelfmoord had gedreven. We hebben toen niet kunnen achterhalen over welke tekenaar hij het had. Bas Schuddeboom van Lambieks Comiclopedia kon dat wel en kwam op de naam Noël Bissot uit. Hij paste prompt de pagina over de in 1916 in Verviers geboren tekenaar aan.
Ook Marc Hendrickx, de man die Berck indertijd voor Clumzy had geïnterviewd, nam contact met ons op. Hij verschafte ons onderstaande informatie.
"Ik was ten tijde van dat interview net zestien. Gezegend én vervloekt met een ijzersterk geheugen herinner ik me het aangehaalde brokje interview nog levendig. Niet zonder reden ten andere. Als kind aan huis bij Pom had ik daarnaast vele leuke bezoeken ook al een memorabele middag mogen beleven waarin een paar uur werden doorgebracht met op ernstige wijze bepalen hoe je nu best zelfmoord kon plegen. Dus kwam het plotse wegzinken in een exposé over de depressies van striptekenaars door Berck er ook nog wel bij… Waarop de naam van de man die zelfmoord pleegde wel degelijk genoemd werd, mét de nota om die niet te vermelden. Het was toen nog geen tien jaar geleden en lag nog zeer gevoelig. Vandaag is het grootste deel van de toen nabije familie er allicht niet meer. Ik kan nu wel verklappen dat het ging om Noël Bissot. Het hele verhaal herinner ik me natuurlijk niet meer in detail, wel nog dat de man al x jaar aan de slag was en dat zijn inkomen afhing van zijn werk bij Dupuis. Wanneer je dan na jaren als tekenaar ‘in de marge’ hoopt door te breken met je nieuwste strip en die weg wordt afgebroken..."
Bissot was tussen 1961 en 1972 verbonden aan Robbedoes met tientallen stripverhaaltjes die hij uitwerkte als befaamde microboekjes en die op dubbelpagina's in het midden van het weekblad waren opgenomen. Lezertjes moesten deze zelf in elkaar knutselen om tot miniboekjes van doorgaans 48 pagina's te komen. Bissot was een van de meest productieve microboekjesleveranciers met reeksen als De Baron, Joek en Jak, Juju, Rammelbuik en Dag en Dauw. In een van zijn verhalen, Het Paasfeest van Broeder Jacob, dook zelfs een door André Franquin getekende Guust Flater op.
Slechts sporadisch tekende Bissot ook voor Robbedoes zelf: korte verhaaltjes voor vakantie- of themanummers, illustraties bij rubrieken. Op basis daarvan scoorde hij niet goed bij lezers in opiniepeilingen. Bij (aanhoudend) matige of slechte scores werden vaak stripreeksen stopgezet, volgden er geen albums of werden contracten opnieuw onderhandeld. Bissot had nog niet lang de overstap kunnen maken naar het grotere Robbedoes of hij moest al een "slecht rapport" verwerken. Op 8 augustus 1972 maakte hij een einde aan zijn leven. Dat overlijden, met een taboe op de manier waarop, werd pas op 14 juni 1973 gecommuniceerd in Robbedoes. Ondertussen publiceerde het weekblad nog gags van de middeleeuwse veelvraat Rammelbuik die het nog op de plank had liggen.
Le Coffre à BD publiceerde tussen 2008 en 2014 dertien Franstalige integrales met Bissots microboekjes van De Baron. Bissot was trouwens tweemaal de schoonvader van andere striptekenaars. Zijn dochter was eerst getrouwd met René Hausman en daarna met Didier Comès.
10 mei 2026: Het einde van Vasco
Vasco 29: Goud en IJs sloot in 2019 de historische reeks af met een titel die onbedoeld aan die van deel 1, Goud en Wapens, herinnert. Het album was met z'n 56 pagina's dikker dan gewoonlijk. Het was getekend door Dominique Rousseau, sinds deel 24 de tekenaar van de door Gilles Chaillet gecreëerde reeks. Rousseau tekende op scenario van Chaillet ook de reeks De Laatste Profetie.
Door een kwaal aan zijn hand liet Chaillet voor Vasco het tekenwerk vanaf deel 21 over aan zijn voormalige assistent Frédéric Toublanc. Deze laatste bleef de reeks tekenen na Chaillets dood in 2011. Uiteindelijk was Toublanc verantwoordelijk voor het tekenwerk van de delen 21, 22 en 23.
Het was oorspronkelijk de bedoeling dat Toublanc en Rousseau elkaar zouden afwisselen om regelmatiger een nieuw, door de gedetailleerde, historische decors arbeidsintensief album te kunnen publiceren. Le Lombard besloot evenwel om enkel met Rousseau verder in zee te gaan en met Luc Révillon als scenarist. De personages van Toublanc werden als te statisch beschouwd en hij worstelde te veel met de houdingen van de figuren. Daarna tekende hij nog deel 29 van Tanguy en Laverdure voordat hij ook daar werd vervangen door Yvan Fernandez. Hij ontpopte zich vervolgens als freelancer voor reclamebureaus. Hij geeft ook workshops striptekenen en illustratie aan lagere scholen.
Sinds dit jaar publiceert Saga Uitgaven de complete reeks Vasco in tien integrales. Deel 2 verscheen eind april, deel 3 staat dit najaar gepland. De Franstalige reeks telt 30 albums omdat Le Lombard in 1998 deel 16 in het Nederlands oversloeg. Dat album, met de titel Mémoires de Voyages (Reisherinneringen), is een verzameling van vele anekdotes en illustraties waarin een oudere Vasco, die zich terugtrok in een klooster, terugblikt op zijn vele reizen, de historische plekken die hij bezocht en figuren die hij ontmoette. Ook dat album krijgt voor het eerst in vertaling een plaatsje in Vasco integraal.
10 mei 2026: Nieuwe Notre Dame door striptekenaars
In 2019 brandde de Notre Dame in Parijs af. De Franse krant Libération vroeg datzelfde jaar enkele striptekenaars om hun visie op een nieuwe Notre Dame te tekenen. De cover opende met een paginagrote illustratie van François Schuiten. Ook Vlaming Brecht Evens, die van de Notre Dame een oud karveel maakte, was bij de genodigden. De andere tekeningen met bijkomende uitleg zijn het werk van Emilie Gleason (een Disney-pretpark), Zeina Abirached, Lorenzo Mattotti (een serre), Sophie Guerrive (ook een schip) en Philippe Druillet (een lift). Zie ook dit artikel.
5 of 111