Dit is archiefpagina 4 van de rubriek Weetje v/d Week.

Klik verder naar alle eerdere updates, van Weetje 076 tot 100:

100 Een geval van censuur bij Lady S.
099 Baard en Kale werkelijk integraal?
098 Ondeugende Guust
097 Mischa, Bercks 'geheime' serie
096 Niet-gepubliceerde pagina uit Rosinski's Hans
095 Frank Pés ultrakorte manga-uitstapje
094 De onvoltooide Luc Orient 19
093 Elfjarige Hec Leemans ijverde voor een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot met Guust Flater 
092 Bercks beha kon niet door de beugel
091 De toekomst van Op Zoek naar de Tijdvogel
090 Heroveringen dankzij testpagina Thorgal
089 Aprilgrap van weekblad Kuifje en Robbedoes
088 Kuifje-tekenaars op hun ideale, verlaten eiland
087 Martin Kove als Blueberry
086 General of Army Carrington heeft zijn vijfde ster
085 Comanche eindelijk compleet
084 Jo en Jetje door Vance
083 Fotoverzamelaar Jean Giraud (3)
082 Fotoverzamelaar Jean Giraud (2)
081 Angry Bird op Boempterikseiland
080 "The Nagel Woman" in The Sandman en Watchmen
079 De kat van Iouri Jigounov en de Jeep van XIII
078 Wat is een graphic novel?
077 Lachen met Kuifje kostte Humo 25.000 euro
076 Uniek verjaardagscadeau

 
29/09
 
 
Een geval van censuur bij Lady S.
We hadden het al gezegd in deze bespreking van Lady S. 8: Jean Van Hamme heeft de cougar ontdekt. Cougars zijn oudere vrouwen die het seksueel aanleggen met jongere mannen. En dat is niet iets waar de jong geachte lezertjes van het Franstalige stripweekblad Spirou mee geconfronteerd dienen te worden. Op pagina 32 in het album laat zo'n oudere dame haar hand glijden in het bad waarin Anton het naar zij zin heeft. Dat doet ze niet om naar een stuk zeep te grijpen. Enkel en alleen voor de voorpublicatie van het verhaal in Spirou werden de auteurs verzocht een onschuldiger situatie weer te geven. Philippe Aymond heeft daarom haar arm hertekend en beide knieën van Anton zijn te zien. De tekst bleef ongewijzigd.


 
22/09
 
 
Baard en Kale werkelijk integraal?
In juli 2013 verscheen bij Dupuis deel 13 van de Franstalige integrale reeks van Baard en Kale waarmee de reeks werd afgesloten. Deze bundeling bevat de laatste drie lange verhalen (de albums 43, 44 en 45) van het duo Sikorski en Denis Lapière en twee niet in album verschenen kortverhalen. Hoeveel integrales er uiteindelijk zouden verschijnen, was sinds de eerste integrale bundel in 2007 een mysterie. Het aantal liep op tot zestien bundels. Wel zeker is dat de huidige integrale reeks lang niet zo "integraal" is als men wil laten uitschijnen.

Nu ook Arboris sinds eind 2014 is begonnen met de vertaling van deze integrale reeks, leek het ons raadzaam om de onvertaalde verhalen op een rijtje te zetten. Maar maak je niet ongerust. Dupuis herbegint in 2016 met een gloednieuwe integrale reeks van Baard en Kale in het Frans, deze keer in chronologische volgorde in plaats van thematische. Arboris beloofde alvast om die bundels later ook in vertaling toe te voegen aan de huidige reeks voor een uniforme uitvoering.

De ontbrekende verhalen
Ten eerste ontbreekt in de huidige integrale reeks de complete productie van Wills voorganger Fernand Dineur, de oorspronkelijke tekenaar van de reeks die de verhalen van 1938 (toen nog zonder Baard) tot 1949 tekende. Aventures de Tif dateert uit de eerste nummers van Spirou tot nummer 26. Deze nummers verschenen nooit in vertaling want het weekblad Robbedoes bestond nog niet. In nummer 38 vond het blad aansluiting met het verhaal Baard en Kale bij de Gangsters. Daarna volgden De Baard en de Kale in Kongo, De Zes Dukaten (in Robbedoes Jeugdalbum en Almanak 1944), Baard en Kale op het Oorlogspad, Bijzondere Opdracht, Z.Z. een Avontuur van Baard en Kale en De Rode Afgod. Zie ook het complete overzicht onderaan dit artikel.
De Avonturen van de Kale en De Baard en de Kale in Kongo verschenen in het album De Avonturen van Janmaat en de Sinjoor en de Baard en de Kale (
Dupuis, 1954).



Dupuis was echter niet opgezet met Dineurs activiteiten voor andere uitgeverijen. Liever werkte de uitgeverij exclusief met tekenaars. Bovendien was men steeds minder enthousiast over Dineurs tekenstijl. In 1948 werd de reeks stopgezet... in Robbedoes althans, want Dineur zocht prompt de redactie van concurrent Héroïc-Albums op om er zijn twee helden aan te bieden. Vanaf 1949 was er ruimte voor Baard en Kale in het stripblad.

Héroïc-Albums was een Franstalig weekblad. In het Nederlands verscheen er slechts om de twee weken een nummer onder de titel Heroic-Albums. Van de elf in het Frans gepubliceerde verhalen verschenen er slechts twee in het Nederlands: Verloren Eiland en Hoofd Af. Uitgever Charles Dupuis zag dit liever niet gebeuren en sloot een overeenkomst met Dineur om de rechten op de personages te kopen. Daardoor stond Baard en Kale een halfjaar lang in zowel Héroïc-Albums als opnieuw in Robbedoes. Voor de verhalen in Robbedoes zocht men een nieuwe tekenaar. Dineur mocht nog wel de verhalen schrijven. Die zoektocht duurde niet lang. Jijé stelde Dupuis zijn jonge poulain Will voor die bij hem was ingetrokken om onder meer het vak te leren. Dineur schreef uiteindelijk tot 1951 Baard en Kale, hij overleed in 1956.


Enkel in het Frans verschenen er albums met Baard en Kale-verhalen door Dineur bij kleinere uitgevers. In 1979 bundelde Éditions Serge Algoet Les Aventures de Tif met daarin zwerver Kales eerste avonturen en zijn ontmoeting met Baard, toen nog de kapitein van een schip. Datzelfde jaar gaf Éditions Jonas Tif et Tondu au Congo Belge uit.

Éditions du Taupinambour
gaf tussen 2008 en 2011 een veel betere uitvoering uit van de eerste verhalen tot Will. In een reeks van acht gelimiteerde albums, met covers van Alec Séverin, kenden alle voornoemde verhalen van Dineur een albumuitgave inclusief de elf verhalen die hij voor het stripweekblad Héroïc-Album tekende. Taupinambour bundelde deze kortere verhalen in de eerste drie delen van hun albumreeks. De overige albums bevatten de verhalen uit Spirou/Robbedoes. Een overzicht:
• Deel 1: L'Etui d'Or, Les 3 Perles Vertes, L'Ilet Perdu
• Deel 2: Jungle, Le Pirate Bleu, Tchin Tchin, Coupe-Coupe
• Deel 3: Les Requins de Macao, Les Ombres de la Mer, Le Livre Mauve, S.O.S.
• Deel 4 bevat het door Jonas al uitgegeven verhaal Baard en Kale in Kongo, maar dan in het Frans
• Deel 5: Franse versie van Baard en Kale op het Oorlogspad
• Deel 6: Franse versie van Baard en Kale bij de Gangsters
• Deel 7: Franse versie van De Rode Afgod
• Deel 8: Franse versie van Bijzondere Opdracht

 
Van Will ontbreken in de Franse integrale reeks tot op heden de verhalen De Stad der Robijnen, Baard en Kale in Midden-Amerika (dat in het weekblad Robbedoes onder de titel San Salvador verscheen), Villa Zonder Zorg, De Schat van Alarik (aanvankelijk aangekondigd als De Schat van Beersel!) en Oscar en Zijn Geheimen. Het zijn Wills eerste Baard en Kale-verhalen op scenario van Dineur (tot Villa Zonder Zorg) en Luc Bermar (= Henri Gillain, de zoon van Jijé). Deze verhalen verschenen wel in losse albums bij Dupuis. De Schat van Alarik was in feite zelfs het officiële eerste album van de reeks in 1954 na De Avonturen van Janmaat en de Sinjoor en De Baard en de Kale in 1942 met daarin twee reeksen van Dineur. In 1985 werd De Schat van Alarik herdrukt als deel 2 in de reguliere Baard en Kale-reeks. Ook De Baard en de Kale in Midden-Amerika verscheen in 1954 eerst als een nummerloos album voor het in 1978 een herdruk kreeg in de collectie Reeks Jeugdzonden van Dupuis. Oscar en Zijn Geheimen verscheen als derde album in 1955 en werd later opgenomen als nummer 3 in de reguliere reeks.



Villa Zonder Zorg kende in 1983 eerst een luxe-uitgave bij het West-Vlaamse uitgeverijtje Albino voordat het in 1985 deel ging uitmaken van de reguliere reeks als nummer 1. De Stad der Robijnen verscheen eveneens als luxe bij Albino (in 1984), ook in een versie met een originele plaat erbij, maar daar bleef het verder bij, een illegale uitgave in 2011 tellen we niet mee. Al deze verhalen zijn dus uit de integrale reeks gelaten. Koenraad Vlamoog Komt Terug, Wills derde Baard en Kale-verhaal, verscheen enkel bij Albino als album, in het Frans in het album Plein Feu sur Will bij Michel Deligne (in 1975). In dat laatste album staan ook nog Le Mystère de Beersel (proefverhaal van 32 pagina's uit 1948 dat niet werd voorgepubliceerd), De Schim van de Samoerai en Le Mystère de Bambochal opgenomen. Dat laatste is geen Baard en Kale-verhaal. In 2009 vertaalde Brabant Strip vzw het als Het Mysterie van de Bambochal als nummer 64 in de Collectie Fenix.


En dan zijn er nog de vaak vergeten twee avonturen die Marcel Denis tekende op scenario van Maurice Rosy (Baard en Kale in Hollywood) en Marcel Remacle (Schiet niet op het Zeepaardje). Geen van deze verhalen is in de reguliere stripreeks opgenomen. Enkel Baard en Kale in Hollywood publiceerde Albino in 1982 in een beperkte en genummerde oplage in zwart-wit, zowel in het Nederlands als het Frans. Daar kwam ook een mini-album van uit, maar dat waren gewoon fotokopies waarvan de kwaliteit dermate schabouwelijk was dat teksten vaak onleesbaar waren en de tekeningen heel wat onderbrekingen kenden.

Hieronder vind je de aankondigingspagina die in Robbedoes 1134 van 7 januari 1960 verscheen en de eerste drie pagina's in kleur. Klik erop voor een grotere weergave. Baard en Kale in Hollywood verscheen na Wills De Schim van de Samoerai dat in 1958 liep. Scroll verder voor Wills versie van Baard en Kale in Hollywood want ja, Will was al begonnen aan het tekenen van dit verhaal.
 

Marcel Denis kreeg zijn kans nadat Will er de brui aan gaf bij uitgeverij Dupuis. Hij tekende al tien jaar lang Baard en Kale en was de sleur beu. Hij was zelfs het striptekenen zat. Bij Kuifje, de grootste concurrent van Robbedoes, kon hij in 1958 aan de slag als artistiek directeur. Het weekblad wilde namelijk van look veranderen. Die job had Will te danken aan André Franquin die zelf omwille van een dispuut met uitgever Charles Dupuis het weekblad Robbedoes verruilde voor Kuifje. De ruzie raakte snel uitgeklaard, maar Franquin was contractueel gebonden aan Kuifje om vijf jaar lang de strip Ton en Tineke te tekenen. Wills ambities voor Kuifje logen er niet om: "Ik wilde van Kuifje een soort Playboy maken met die specifieke grafische kwaliteit, presentatie, veel witruimte, mooie illustraties. Ik ben ervan overtuigd dat een kind daar gevoelig voor is." Een verschil in druktechniek zorgde er bovendien voor dat Kuifje er in die jaren veel mooier uitzag.

Twee jaar lang tekende Will geen strips, wel veel illustraties die de pagina's van Kuifje opsmukten. Bij zijn terugkeer naar Robbedoes eind 1960 wilde hij Baard en Kale niet opnieuw tekenen. Hij creëerde op scenario van Vicq Erik en Bezaan, waarvan twee langere verhalen en een kortverhaal verschenen, en ging voor Peyo de decors tekenen van Steven Sterk. Denis sprong dus in om de reeks Baard en Kale te vervolgen. Toch had Will al de eerste platen van Baard en Kale in Hollywood getekend voor hij naar Kuifje vertrok. Hieronder vind je drie halve pagina's hiervan. Als je die vergelijkt met de versie van Denis zal je merken dat er ook in het scenario wijzigingen zijn gebeurd.


Na zijn nieuwe overname van Baard en Kale in 1964 (dan toch) kreeg Will eind jaren 1960 nog eens een kans om voor een nieuwe concurrent van Robbedoes te werken. Jean-Michel Charlier wilde samenwerken met de tekenaar voor Pilote, het weekblad waarin nieuwe reeksen als Asterix, Roodbaard en later Blueberry furore maakten. Charles Dupuis reageerde volgens de overlevering ofwel met een ontslagbrief of hij maakte het Will onmogelijk om te vertrekken. In elk geval leidde de crisis tussen beide heren naar de creatie van de enkel in het Frans verschenen collectie Carroussel met geïllustreerde kinderboeken waarvan Will als artistiek directeur de samenstelling en vormgeving op zich nam.


In 2008 gaf het uitgeverijtje La Vache qui Médite uit Waver in beperkte oplage Schiet niet op het Zeepaardje uit. Voor de luxeversie tekende François Walthéry de cover. Marcel Denis is tot zijn dood in 2002 min of meer gefrustreerd gebleven dat zijn Baard en Kale-verhalen door uitgeverij Dupuis niet werden erkend door ze niet uit te brengen als een volwaardig album. Het valt nu af te wachten of ze nog in zo'n integrale worden opgenomen want de uitgever van La Vache qui Médite beweert over de rechten te beschikken van alle Baard en Kales door Marcel Denis. Alle originele platen zijn het bezit van een Vlaamse collectioneur die ze opnieuw liet inscannen voor deze uitgaven.

Het was trouwens de bedoeling dat Denis nog een derde verhaal zou tekenen, opnieuw op scenario van Rosy met de hulp van Yvan Delporte. Denis had al enkele platen getekend van Les Saucisses du Docteur Snoss waarin Stomp mogelijk zou terugkeren die tot dan een te ernstig personage werd bevonden voor de meer komische stijl van Denis. Dat er niet met de uitgeverij viel te sollen, ondervond Dineur al. Dupuis stak er een stokje voor en weigerde het verhaal Les Saucisses du Docteur Snoss.

Nog een aardigheidje. In de eerste vertaalde Baard en Kale-integrale van Arboris staat het kortverhaaltje Stomps Ware Gezicht opgenomen. Het verscheen in Robbedoes nummer 2001 (uit 1976). Daarmee maakte Will de belofte waar die hij in Robbedoes nummer 1000 (uit 1957) via onderstaand stripje (dat in de derde integrale thuishoort) aankondigde.



In De Complete Baard en Kale 1 ontbreekt onderstaande aankondiging van Stomp Komt Terug uit Robbedoes nummer 810.



Tot slot bieden we je onderstaand, samenvattend overzicht aan van de in de huidige Franse en Nederlandstalige integrale reeks opgenomen verhalen.


KOLOM 1 = JAAR (jaartal van oorspronkelijke tijdschriftpublicatie)
KOLOM 2 = TIJDSCHRIFT
(oorspronkelijke tijdschriftpublicatie, S = Spirou, R = Robbedoes, SP = Sprint, H = Héroïc-Album)
KOLOM 3 = TITELS
(V = verhaal, K = kortverhaal, allen in chronologische volgorde volgens Matla-catalogus, rood = verscheen nooit in Nederlandstalig album of in te verschijnen integrale)
KOLOM 4 = PAGINA'S (aantal pagina's van het (kort)verhaal)
KOLOM 5 = AUTEURS
(FD = Fernand Dineur, W = Will, HG = Henri Gillain / Luc Bermar), AD = Albert Desprechins, MR = Maurice Rosy, MD = Marcel Denis, MT = Maurice Tillieux, MRe = Marcel Remacle, SD = Stephen Desberg, EM = Eric Maltaite, AS = Alain Sikorski, DL = Denis Lapière)
KOLOM 6 = ALBUM (publicatie in album, J5 = Reeks Jeugzonden deel 5)
KOLOM 7 = INTEGRAAL (opgenomen in Franse integrale reeks Tif et Tondu intégrale bij Dupuis en De Complete Baard en Kale bij Arboris)

JAAR
TIJDSCHRIFT
TITELS
P.
AUTEURS
ALBUM
INT.
'38
S1-26
V1: De Avonturen van de Kale
26
FD
'38-'39
R1-35
V2: De Baard en de Kale bij de Gangsters
35
FD
 —
'39-'40
R36-97
V3: De Baard en de Kale in Kongo
62
FD
'40-'44
R98-122
R140-165
R167-186
R190-240
V4: Nieuwe Avonturen van Baard en Kale
90
FD
 —
'43-'44
Jeugdalbum
Almanak '44
V5: De Zes Dukaten
50
FD
 —
'44-'45
R241-297
V6: Op het Oorlogspad
57
FD
 —
'45
R298-361
V7: Bijzondere Opdracht
60
FD
 —
'47
Almanak '47
V8: Z.Z., een Avontuur van Baard en Kale
10
FD
 —
'47
R362-425
V9: De Rode Afgod
64
FD
 —
'49
V10: Le Mystère de Beersel
32
W+FD
 —
'49
HFR2
K1: L'Étui d'Or
13
FD
 —
'49
HFR8
K2: Les Trois Perles Vertes
13
FD
 —
'49
HNL8
K3: Verloren Eiland
13
FD
 —
'49
HFR18
K4: Jungle
13
FD
 —
'49
HFR22
K5: Le Pirate Bleu
12
FD
 —
'49
HFR28
K6: Chin-Chin
12
FD
 —
'49
HNL16
K7: Hoofd Af
12
FD
 —
'49
HFR36
K8: Les Requins de Macao
12
FD
 —
'49
HFR40
K9: Les Ombres de la Mer
12
FD
 —
'49
HFR44
K10: Le Livre Mauve
12
FD
 —
'49
HFR50
K11: S.O.S.
12
FD
 —
'49-'50
R588-617
V11: De Stad der Robijnen
30
W+FD
Albino
 —
'50
R618-647
V12: Koenraad Vlamoog Komt Terug
30
W+FD
Albino
 —
'50
R648-662
V13: San Salvador
15
W+FD
2 ('54)
J5
 —
'50-'51
R663-682
V14: Het Spook der Duinen
20
W+FD
2 ('54)
J5
 —
'51-'52
R685-730
V15: Villa Zonder Zorg
46
W+FD
Albino
1 ('85)
 —
'52-'53
R752-795
V16: De Schat van Alarik
46
W+HG/FD
1 ('52)
2 ('85)
 —
'53-'54
R809-840
V17: Oscar en Zijn Geheimen
40
W+AD/FD
3
 —
'55
R873-894
V18: De Baard en de Kale tegen De Witte Hand
44
W+MR
4
1
'55-'56
R913-933
V19: Stomp Komt Terug
44
W+MR
5
1
'56
R942-963
V20: Hokus Pokus Pas
44
W+MR
6
1
'55
SP4
K12: Een Bom op het Station
4
W+MR
34
6
'56
SP13
K13: Het Avontuur Loert bij de Pomp
4
W+MR
34
6
'56
SP20
K14: Inbraak met Muziek
4
W+MR
34
6
'57-'58
R988-1029
V21: Spurten!
44
W+MR
7
3
'57
R1000
K: De Baard en de Kale Ontmaskeren Stomp (ontbreekt in Matla-catalogus)
1
W+MR
3
'58
R1033-1044
V22: De Schim van de Samoerai
22
W+MR
Albino
34
6
'60
R1135-1160
V23: Baard en Kale in Hollywood
44
MD
Albino
 —
'61
R1201-1236
V24: Schiet niet op het Zeepaardje
44
MD+MRe
 —
'64
R1350-1370
V25: Stomp in het Louvre
44
W+MR
9
3
'64
R1373-1394
V26: Villa Long-Cri
44
W+MR
8
3
'65
R1399-1420
V27: De Pijlen van Nergens
44
W+MR
10
5
'65-'66
R1432-1458
V28: De Rare Pop
44
W+MR
11
5
'66
R1474-1495
V29: De Ontwaakte Toar
44
W+MR
12
5
'67
R1501-1521
V30: De Grote Strijd
42
W+MR
13
5
'67
R1503
K15: De Doos van Baard
6
W+MR
J5
6
'67
R1529-1550
V31: Het Groene Raadsel
44
W+MR
14
6
'68
R1566-1587
V32: Kale Kaatst Terug
44
W+MR
15
6
'68-'69
R1602-1622
V33: De Spookschaduw
44
W+MT
16
2
'69-'70
R1650-1669
V34: Baard en Kale tegen de Cobra
44
W+MT
17
2
'70
R1682
K16: We Kunnen Uitgaan van 33
4
W+MT
J5
2
'70-'71
R1696-1715
V35: De Vervloekte Rots
44
W+MT
18
2
'71-'72
R1746-1764
V36: Uit de Afgrond...
44
W+MT
19
7
'72
R1789-1802
V37: De Spoken van Cortecleyn
44
W+MT
20
4
'73
R1831-1847
V38: De Dode Duiker
44
W+MT
21
7
'73-'74
R1861-1869
V39: Graai naar de Macht
44
W+MT
22
4
'74
R1889-1902
V40: Baard en Kale in New York
44
W+MT
23
7
'75
R'42-'57
V41: Avontuur in Burma
44
W+MT
24
8
'76
R1988-1999
V42: Monster Recht Vooruit
44
W+MT
25
4
'76
R2001
K17: Stomps Ware Gezicht
2
W+MR
1
'77
R2046-2064
V43: De Laatste Stunt
44
W+MT/SD
26
8
'78
R2101-2115
V44: De Bivakmutsen
44
W+MT/SD
27
8
'79
R2163-2176
V45: Metamorfose
45
W+SD
28
9
'79
R2173
K18: Billie Is Verdwenen! (vier platen in estafetteverhaal, in 1992 verschenen als album bij Oranje)
4
W+MR
Oranje
 —
'80
R2201-2211
V46: De Vergeten Tempel
44
W+SD
29
9
'81
R2257-2269
V47: Schaak en Match
44
W+SD
30
9
'82
R2282
K19: Gevaarlijke Programmering
8
W/EM+SD
34
9
'82
R2295
K20: Het Einde van Baard & Kale
7
W+SD
9
'82
R2316-2318
V48: De Codebreker
18
W+SD
39
9
'83
R2339-2349
V49: Swastika
44
W+SD
31
9
'84
R2400-2403
V50: De Stunt van Stomp
45
W/EM+SD
32
10
'84
S2414
K21: Inzet: Moord!
14
W+SD
39
10
'85
R2448-2451
V51: Stomp 235
47
W+SD
33
10
'86
R2501-2504
V52: In de Greep van de Witte Hand
45
W+SD
35
10
'86-'87
R2531-2534
V53: Magdalena
45
W+SD
36
11
'87
R2561-2566
V54: De Nieuwe Orde
42
W+SD
37
11
'89
R2665-2672
V55: De Verleiding
44
W+SD
38
11
'90
R2728-2729
K22: Het Zwarte Schaap
14
W+DL
39
11
'90
R2732-2735
K: Maskerade (ontbreekt in de Matla-catalogus)
16
AS+DL
12
'91
R2779-2781
K: Gabrielle (ontbreekt in de Matla-catalogus)
13
AS+DL
12
'91
R2799-2801
V57: De Kilometer Voorbij Nul
16
AS+DL
40
12
'92
R2815
K23: De Afrikaanse Beeldjes
8
AS+DL
40
12
'92
R2824-2827
V56: De Gijzeling
16
AS+DL
40
12
'92
R2830
K24: Meneer Romanov
5
AS+DL
40
12
'92
R2853-2863
V58: Geen Rook Zonder Vuur
46
AS+DL
41
12
'94
R2944-2953
V59: De Moordenaar van de Drie Zustersteden
46
AS+DL
42
12
'95
R2974-2984
V60: De Rijke Oude Vrouwtjes
46
AS+DL
43
13
'96
R3023-3033
V61: Fort Ooievaar
46
AS+DL
44
13
'96-'97
R3061-3071
V62: Het Raadsel van Kamer 43
46
AS+DL
45
13


 
07/07
 
 
Ondeugende Guust
Franquin-verzamelaars kennen vast wel de illustraties die hier staan afgebeeld. Ze komen in verschillende naslagwerken over de tekenaar van Guust Flater voor. De blote juffrouw Jannie maakte onderdeel uit van een reeks wenskaarten van uitgeverij Dupuis in het jaar 1988. Franquin speelde met het cijfer 8 in elk van de tekeningen.

Een beetje erotiek was gepermitteerd om Jannie in haar blootje te zetten. De tekening waarop Guusts liefje haar kontje afdekt met het cijfer bleef op de ontwerptafel liggen en werd niet verder uitgewerkt voor een opname in de reeks wenskaarten. Franquin schiep er ook plezier in om het cijfer als een fysiek onderdeel van Guusts geslacht weer te geven. Hij had nog een versie voorzien met een strategisch doorbuigend takje van een eikenboompje. Geen van beide versies kwam in de reeks voor, maar de pronkende Guust in volle glorie werd wel elders gepubliceerd.

Twintig jaar later publiceerde Siné Hebdo 17 van 31 december 2008 een vel schetsen van Franquin waarop Guust en Jannie van jetje geven (zie einde van dit artikel). De schetsen kwamen uit de privécollectie van tekenaar Loup die ze een dertigtal jaar tevoren van Franquin meekreeg. Toen kwam Loup er zijn werk aan Franquin tonen en hij mocht er blijven slapen. Op de tekentafel slingerden de bewuste schetsen. Loup vertelde hem dat hij er verliefd op was. Enkele dagen later, in Parijs, gaf Franquin ze aan hem met de woorden: "Ik heb ze voor je gesigneerd. Het zou me verbazen als ze op een dag worden gepubliceerd"... Ja dus.



In diverse interviews (onder meer in het standaardwerk Et Franquin Créa la Gaffe) praatte Franquin openlijk over het tekenen van ondeugende illustraties die hij enkel voor zichzelf maakte. "Puur voor het plezier om pornografie te tekenen", zoals-ie zelf uitlegde. Hij voegde eraan toe dat hij heel wat tekenaars kende die in hun laden dergelijke tekeningen van hun eigen helden bijhouden. In de meeste gevallen vernietigde Franquin achteraf dergelijke grafische uitspattingen omdat hij bang was het in het belachelijke te trekken. Niettemin gebeurde het dat hij Guust en Jannie tekende in hete scènes (zoals hieronder afgebeeld, eerder gepubliceerd in Schtroumpf, les Cahiers de la Bande Dessin¨e 47/48 uit 1980) die niet voor de stripverhalen waren bestemd, maar waarvan hij weld vond dat het de personages menselijker maakte. We bedoelen maar dat hij allicht vond dat er tussen Guust en Jannie meer was dan enkel elkaars handjes vasthouden.


 
30/06
 
 
Mischa, Bercks 'geheime' serie
In zijn zeer actieve carrière tekende de sinds 1994 gepensioneerde Vlaamse tekenaar Berck ongeveer 3.800 platen bij elkaar. Hoewel het meeste daarvan in het Nederlands is verschenen (denk maar aan Sammy, Lowietje, Hansje, Pechvogel,...) bestaat er toch een aanzienlijke productie van meer dan tweehonderd pagina's waarover weinig is bekend of geschreven in publicaties en interviews over zijn werk. In 1972 tekende Berck namelijk de reeks Mischa die enkel in het Duits verscheen.

Berck heeft altijd de reputatie gehad een regelmatig en productief tekenaar te zijn. Hij haalde altijd zijn deadlines (op een enkele keer na toen hij zes weken werkonbekwaam was en François Walthéry voor hem insprong voor een aflevering van Lowietje in Eppo). Naast zijn reeksen voor de weekbladen Kuifje en Robbedoes publiceerde hij telkens andere reeksen. Toen de Duitse uitgeverij Kauka Verlag hem benaderde voor een belangrijke en zéér regelmatige publicatie in het weekblad Primo, waarin de Duitse versie van Sammy al verscheen, twijfelde hij even. De eerste albums van Sammy liepen namelijk goed. In eerste instantie wilde Berck weigeren. Uiteindelijk hapte hij toch toe omdat er rond hem veel tekenaars waren die extra werk zochten en aan wie dergelijke voorstellen nooit zouden gemaakt worden.


Bercks nieuwe serie heette Mischa en was een komische sf-serie waar Kauka Verlag de rechten op bezat. De verschijning in het weekblad gebeurde in afgeronde kortverhalen van vier tot twaalf pagina's. Dat gebeurde in het allergrootste geheim. De eerste plaat verscheen onder de naam van Rolf Kauka, de uitgever van het blad. Pas na twintig afleveringen dook de naam von Berckmans (de echte familienaam van Arthur Berckmans) te staan. De serie verscheen op dat moment in de pocketuitgave Fix und Foxi Extra. Helemaal afwezig was de naam van de scenarist. Berck deed voor Mischa een beroep op Raoul Cauvin die net zoals bij Lowietje in Eppo anoniem werk leverde. Cauvin had namelijk een soort exclusiviteitscontract met Dupuis waardoor hij geen strips voor andere bladen mocht schrijven. Andere tekenaars van het weekblad Robbedoes assisteerden Berck voor Mischa, met name Guy Bollen, Lucien De Gieter, Bédu en Francis Bertrand. Deze laatste was de tekenaar van Bram Jager en zijn Buur en assisteerde Marc Sleen een tijd lang door de decors van Nero te tekenen.

In het verleden kreeg Berck meermaals de kans om in studioverband te werken. In 1964 stelde Willy Vandersteen voor om Studio Vandersteen te leiden voor de dagelijkse productie van Suske en Wiske. Het bleef steken bij de financiële voorwaarden en een verwachte verhuis naar Kalmthout terwijl Berck net had gebouwd. Ook bij onderhandelingen met Peyo op vraag van Dupuis is het voorstel niet doorgegaan om De Smurrfen te gaan tekenen. Met Mischa leidde Berck zijn eigen studio.

Berck berekende dat hij op den duur meer kwijt was aan het betalen van zijn studiomedewerkers dan hij er zelf aan overhield. Ook het ritme kwam alsmaar hoger te liggen. De betaling per plaat was aan de lage kant, maar Berck rekende ook op de auteursrechten van te verschijnen albums. Bij een nieuwe onderhandeling op het einde van zijn contract in 1974 eiste Berck een hogere betaling per plaat of de uitgave van albums. Op geen van beide eisen ging de uitgeverij in. Hij stopte daarom na welgeteld zestig afleveringen met Mischa om zich voortaan toe te leggen op de reeksen Sammy en Lowietje waar er wel albums van verschenen. Francis nam Mischa daarna enkele afleveringen van hem over.

Hieronder: het complete verhaal Das Expriment uit 1972. Klik op de afbeeldingen voor grotere versies.

Mischa was bedoeld voor een jong publiek. Het hoofdpersonage is een jonge ruimtevaarder die verre planeten verkent. Aan boord van zijn ruimteschip bevonden zich ook nog professor Turbino en diens nichtje Connie. Hoewel er meerdere medewerkers de serie hielpen tekenen, bleef het tekenwerk van een even hoog en homogeen niveau. Na een eerste reeks avonturen tussen 1961 en 1967 in Fix und Foxi, getekend door achtereenvolgens de mysterieuze Becker-Kasch (van wie de identiteit of identiteiten nog steeds niet met zekerheid geweten zijn), de broers Walter en Norbert Neugebauer (zij het niet samen) en Ludwig Fischer, maakte Mischa in 1972 een comeback door Berck in Primo. De reeks liep in 1975 door in Fix und Foxi en Fix und Foxi Extra. Enkele aangepaste herpublicaties verschenen tussen 1979 en 1983 ook in Gold Comic-Taschenbüchern. Zelfs in 2008 verschenen er nog oude kortverhalen van Berck, deze keer in het bij Tigerpress verschijnende Fix und Foxi. In 1983 presenteerde Josep Marti alweer een nieuwe versie van Mischa.


 
02/06
 
 
Niet-gepubliceerde pagina uit Rosinski's Hans
In Weetje 085 stelden we al enkele pagina's uit Comanche voor die enkel in het weekblad Kuifje verschenen en voor het eerst in album in de recentere luxe-edities van Saga Uitgaven. De uitleg voor die extra pagina's lees je maar in dat vorige artikel. Toen beloofden we ook dat we zo'n extra pagina van Hans door Grzegorz Rosinski en André-Paul Duchâteau zouden tonen. Awel, hier heb je 'm. Tussen twee hoofdstukken in werd deze plaat 30bis ingelast als afsluiter van het hoofdstuk Ardelia. Ze verscheen in Kuifje nummer 21 van 1984. Deze plaat is niet opgenomen in Hans 2: De Gevangene van de Eeuwigheid.
(met dank aan Ed Hengeveld)


 
26/05
 
 
Frank Pés ultrakorte manga-uitstapje
In 1993 wenkte voor Frank Pé een Japans stripavontuur. We hebben het niet over zijn latere Ragebol-verhaal Onder Twee Zonnen waarin hij zijn rosse held naar het land van de rijzende zon stuurde, maar over Matu. Voor de Japanse uitgeverij Kodansha, een van de grootste stripuitgeverijen ter wereld, engageerde hij zich voor het maken van een stripreeks. Dat was echter van zeer korte duur. Niet meer dan zes pagna's van Matu, het verhaal over een kat die een vogelnest beschermt, raakten gepubliceerd in het magazine Morning.

Toch bleef Japan nog hangen bij de auteur. Tot drie keer toe reise hij ernaartoe op uitnodiging van de Belgische consul in Osaka met wie Frank bevriend is. Hierboven vind je zijn integrale Japanse mangapublicatie. Klik erop voor een grotere weergave.


 
19/05
 
 
De onvoltooide Luc Orient 19
In ons in memoriam van Eddy Paape toonden we al pagina 2 van Le Mur (De Muur), het onvoltooide verhaal dat deel 19 in de reeks van Luc Orient had moeten worden. Het verhaal bleef bij elf pagina's scenario waarvan er zes werden getekend. Hierboven zie je ze allemaal, in kleur en vertaald zoals ze verschenen in het boekje Eddy Paape: Koerier van de Toekomst, een uitgave van De Post en BCB uit 2001 naar aanleiding van de jaarlijkse Jeugdfilateliepostzegel met Luc Orient erop. Je krijgt er nog onderstaand geschiedenislesje bovenop.

In 1984 keerde Greg terug van de Verenigde Staten waar hij verschillende jaren woonde om er Franse stripreeksen te slijten en nieuwe samenwerkingen op te zetten tussen Amerikaanse en Europese auteurs. Een rechtstreeks gevolg hiervan was de geboorte van Largo Winch (zie Weetje 006). Tijdens die Amerikaanse periode verloor hij geleidelijk aan al zijn interesse voor zijn realistische en poëtische stripproductie. Het komisch bedoelde Domino droeg hij over aan Jean Van Hamme die van Greg ook Bruno Brazil mocht schrijven. Maar met William Vance stampte Van Hamme in 1984 liever de nieuwe reeks XIII uit de grond. Aan Eddy Paape stelde Greg een nieuwe schrijver voor die Luc Orient ging schrijven: Gérard Jourd'hui. Deze Fransman kwam uit de televisiewereld en verslond strips en sciencefiction. Maar Paape ondervond dat de cinematografische aanpak van Jourd'hui alias G. Jourd'Huy niet werkte. "Hij zag het als een film, 't is te zeggen dat de eerste prent een vraag inhield en de tweede een antwoord... Het ging niet vooruit! Bovendien was die nieuwe scenarist nooit waar hij moest zijn. Wanneer ik zijn scenario's ontving, was dat in Bretagne of elders. Als ik ze al ontving! Ik kwam maar niet bij hem terecht... en uiteindelijk heb ik besloten om het verhaal (Roebak, Laatste Hoop) zelf af te maken." In deel 17, De Sporen van Doctor X, staat een kortverhaal van Jourd'hui's hand opgenomen.

Ook Greg zag zijn fout in, en niet alleen wat de aan Paape opgedrongen scenarist betrof. Het hele Amerikaanse avontuur was een dure flop. In vijf jaar tijd was er echter veel veranderd op het oude continent. De vertrouwde Franco-Belgische strip was niet meer op dezelfde klassieke leest geschoeid en stripbladen moesten aan populariteit inboeten. Albums waren belangrijker geworden voor uitgeverijen. Bij zijn terugkomst probeerde hij oude samenwerkingen te herstellen. Ook Paape werd opnieuw gecontacteerd. Maar tussen Het Aanbeeld van de Bliksem uit 1977 en Caragal uit 1984 lagen zeven jaar. Sciencefiction is een snel verouderend genre. In de jaren 1980 moest Luc Orient ook optornen tegen Star Wars en Alien die in de smaak vielen bij een evoluerend publiek. Bovendien werkte Paape met andere scenaristen samen aan andere reeksen. Paape geloofde zelf niet meer erg in de wederopstanding van de reeks. Een laatste verhaal verscheen in 1994 rechtstreeks in album: deel 18, Afspraak om 20 Uur in de Hel... Het werd geen commercieel succes.

De jaren daarvoor lanceerde het duo de serie Johnny Congo dat eigenlijk een nieuwe versie was van de exotische avonturenserie Tiger Joe van Victor Hubinon en Jean-Michel Charlier. De rechten op de oorspronkelijke naam werden niet vrijgegeven. Paape moest daardoor de eerste pagina's herwerken. Van Johnny Congo verschenen slechts twee albums. Een derde was in voorbereiding, maar uitgeverij Lefrancq ging tenonder aan financiële - en distributieproblemen. Eenzelfde situatie kwamen Paape en Greg tegen met Luc Orient. Een Italiaanse uitgever wilde Luc Orient in zijn land uitgeven, maar een andere Italiaanse uitgever verspreidde die al. De nieuwe uitgever vroeg hen dan maar om een nieuwe reeks. Dat werd Tommy Banco. Ondertussen kwamen de rechten op Luc Orient vrij en vanaf dan gaf de Italiaanse uitgever gewoon Luc Orient uit. Met Tommy Banco konden Paape en Greg terecht in België, toch voor een album of drie.

Met Le Mur ondernamen de auteurs niettemin een nieuwe poging om een andere koers op te varen. Dat gebeurde ten eerste met een terugkeer naar Terango waar dictator Sectan opnieuw aan de macht kwam door de keizer en zijn aardse gemalin te doden. Het zou een groot, episch, buitenaards verhaal worden waarbij kroonprins Karran op de vijandige planeet Mantara alleen komt te staan in een gevaarlijke omgeving. Maar de auteurs raakten het oneens over het verdere verloop van het verhaal. Er was bijvoorbeeld sprake van gemengde huwelijken waar Karran een spruit van is. Het was echter het gegeven dat er nog andere buitenaardse missies gebeurden voor die van Luc Orient die Paape tegenhielden om ermee door te gaan. Dat klopte niet met de eerste albums waarin zoiets nooit werd vermeld. De chronologie zou niet meer correct zijn. Door de dood van Greg in 1999 betekende dat het definitieve einde van de reeks. In mineur mag je wel zeggen.

Over het uitdoven van de reeks Luc Orient keek Paape in 2008 nog met spijt terug in een interview van Nicolas Anspach voor ActuaBD.com: "Ik heb er veel spijt van dat er zo'n grote kloof zit tussen de twee laatste verhalen van Luc Orient! Er zijn verschillende factoren die aan de oorzaak liggen: de onbeschikbaarheid van Greg, het gebrek aan enthousiasme van uitgeverij Le Lombard... Ik realiseer me dat uitgevers liever vertrouwen op jonge auteurs die nog makkelijk een tiental albums en meer kunnen tekenen dan op ouderen die een onzekere toekomst hebben... De uitgevers hebben helaas heel wat tekenaars buitengegooid van ouder dan zestig jaar. Het werk van die ouderen — die zich grafisch blijven gelden — is een investering waar uitgevers zeker van zijn dat ze die niet kunnen terugvorderen."


 
05/05
 
 
Elfjarige Hec Leemans ijverde voor een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot met Guust Flater
"Van al mijn albums is dit het verhaal dat ik met het meeste plezier herlees. Het verhaal maakt me aan het lachen. Ook nu nog. En toch lach ik niet vaak om wat ik zelf heb gemaakt, al was het maar uit bescheidenheid. Maar ik geef eerlijk toe dat ik wel degelijk af en toe lach!"
Aan het woord is André Franquin die het over het Robbedoes en Kwabbernoot-verhaal Bravo Borthers heeft... of moeten we zeggen het Robbedoes, Kwabbernoot en Guust Flater-verhaal? Het onhandige kantoorhulpje op de redactie van het weekblad Robbedoes kaapt namelijk de hoofdrol weg... nu ja, hij en de drie andere circusapen die hij aan Kwabbernoot voor zijn verjaardag schenkt.

Het album is in een volledig opgepoetste, opnieuw ingekleurde editie verschenen met een zeer lijvig achtergronddossier. Op de extra pagina's staat nog eens het volledige verhaal, maar dan als facsimile van de originele tekenplaten in inkt met nog zichtbare aantekeningen en correcties. De redactionele achtergrond behandelt uiteenlopende onderwerpen met analyses van Franquin en zijn personages, de evolutie van de reeks onder zijn handen en heel wat andere interessante artikels. Uiteraard is het geheel rijkelijk voorzien van illustraties.

Wat er niet in te lezen valt is een lezersbrief die het weekblad Robbedoes publiceerde in 1961. Het schrijven komt van de elfjarige Hector Leemans, thans beter gekend als Hec Leemans, de auteur van Bakelandt en F.C. De Kampioenen om maar twee van zijn creaties te noemen. In de brief (als tweede te lezen in de afbeelding hieronder) stelt hij de redactie voor om Guust te laten optreden in een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot. "Een persoon meer of minder maakt niet zo veel uit", verdedigt hij zijn voorstel. Vier jaar later begon Franquin aan de eerste plaat van het verhaal. Het verzoek van de kleine Hector werd dus ingewilligd. Andere beschouwingen van Hec Leemans over Franquin kan je hier lezen.
(met dank aan Peter D'Herdt)




 
28/04
 
 
Bercks beha kon niet door de beugel
Op 23 januari 1969 las uitgever Charles Dupuis het nieuwste nummer van Robbedoes, het stripweekblad dat zijn familie al decennialang uitgeeft. Volgens voormalig hoofdredacteur Thierry Martens reageerde hij ontzet door een scène in Mulligan, het eerste vervolgverhaal van een reeks door Berck op scenario van Yvan Delporte en Raymond Macherot. Ontzet! Nog niet zozeer de luchtige kledij van de zangeres in de kleedkamer waarin men diva Baby Bloops verwachtte, stuitte de uitgever tegen de, euh, borst, maar wel het feit dat ze behalve haar hele make-upset en een vaas met bloemen ook haar beha naar de heren gooit. Die is te vinden op het gezicht van de weinig spraakzame Flagstaff. Dupuis liet aan de tekenaar weten dat zo'n vermetelheid in het vervolg formeel is te vermijden in een stripblad met zo'n zedige reputatie.

Dupuis had een heilige schrik om weer eens tegen een publicatieverbod in Frankrijk aan te kijken. Lange tijd viseerde een Franse censuurcommissie strips uit het buitenland en keek ze streng na op alles wat te gewelddadig of te bloot was. Om de verspreiding van het weekblad en de albums niet in het gedrang te brengen, pasten de uitgevers een zelfcensuur toe. In 1969 heerste nochtans ook al bij Robbedoes een grotere tolerantie want de tijden waren wel degelijk veranderd. Meer en meer meisjes en vrouwen begonnen de pagina's te bevolken of werden de heldin in een eigen stripserie zoals Natasja en Yoko Tsuno.

Hoe dan ook begon Berck zich met Mulligan te vervelen. Hij was gek op detectiveverhalen, autoachtervolgingen en ratelende vuurgevechten met machinepistolen. En ze scheepten hem na een lange carrière bij Kuifje bij zijn intrede bij Dupuis op met een sleepbootkapitein. In de strip werd meer gepraat dan dat er actie werd ondernomen. Na twee vervolgverhalen van dertig pagina's van Delporte en Macherot en een kort kerstverhaal van de Vlaamse scenarist Daniël Jansens (de latere schrijver van Bakelandt) gaf hij er de brui aan. Al deze verhalen zijn in album uitgegeven door Brabant Strip vzw in de Collectie Fenix. Het was nog de bedoeling dat er een derde lang verhaal zou komen waarin van nul zou herbegonnen worden. De komst van een nieuwe hoofdredacteur (Thierry Martens) bracht daar verandering in. Hij zag het potentieel in het dynamisme van Berck die op zijn beurt heil zag in weliswaar steevast afgekeurde scenario's van de jonge Raoul Cauvin. Berck wilde met Cauvin zijn kans wagen. Charles Dupuis begon het al jammer te vinden dat hij geen nieuw werk onder ogen zag van de tekenaar die was weggeplukt bij de concurrentie. Cauvin kreeg de opdracht om in één weekend iets nieuws te bedenken. De redactie stond erop dat het zich in de periode van de drooglegging, de Amerikaanse Prohibition, zou afspelen. Eventueel in Chicago, maar in elk geval in de States in de jaren 1920 waarbij de Thomsons naar hartenlust mochten ratelen zonder dat er evenwel echt geweld, laat staan bloedvergieten, is te zien. En 't moest ook om te lachen zijn. Berck zag eigenlijk liever een soort Dick Tracy-detectivestrip, maar het werd Sammy, zijn grootste en meest vertaalde succes.


 
14/04
 
 
De toekomst van Op Zoek naar de Tijdvogel
Bovenstaande plaat is een proefplaat van Mohamed Aouamri voor het vierde deel van de prequelcyclus Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht. Het was de bedoeling dat hij met Vincent Mallié per album zou afwisselen zodat de verschijningsfrequentie verhoogd kon worden na het lange oponthoud tussen de eerste albums waarvan deel 1 werd getekend door Dominique Lidwine.

Régis Loisel en Serge Le Tendre besloten echter om Aouamri van deel 4 te halen en hem ineens deel 5 te laten tekenen. Dat betekent dat Mallié deel 3 en 4 op zijn naam mag zetten. In deze verhalen speelt de Jager een grote rol en komt het tot een treffen met de jonge Bolster zoals je hierboven al in première kan zien.

Het tekenaarslijstje voor deze cyclus ziet er dus als volgt uit:
• Voor de Zoektocht 1: Vriend Javin door Dominique Lidwine
• Voor de Zoektocht 2: Het Spreukenboek van de Goden door Mohamed Aoaumri
• Voor de Zoektocht 3: De Weg van de Jager door Vincent Mallié
• Voor de Zoektocht 4 door Vincent Mallié (te verschijnen)
• Voor de Zoektocht 5 door Mohamed Aoaumri (te verschijnen)

Volgens Aoaumri houdt de cyclus ermee op na deel 5, maar Loisel en Le Tendre hadden eerder al te kennen gegeven dat de cyclus in zes delen is voorzien. Vermoedelijk staat Mallié dan opnieuw in voor dat zesde deel. Zo komt er alleszins nog een mooie romance tot bloei tussen Bolster en Mara. Na de zesdelige prequel komt er nog één enkel album uit dat een dik one-shot zal zijn. In dit ultieme verhaal volgen de auteurs Bolster na de cyclus waarmee het allemaal begon en waarin hij de waarheid ontdekte achter Hermelijn. In dat slotalbum zien we effectief Hermelijn terug en volgen we Bolsters pad tot aan zijn dood. En omdat Loisel Hermelijn niet uit handen wil geven, tekent hij dit album helemaal zelf, van potlood tot en met het inkten ervan.


 
07/04
 
 
Heroveringen dankzij testpagina Thorgal
Wie onze nieuwsrubriek op de voet volgt, weet dat scenaristen Jean Dufaux en Xavier Dorison met respectievelijk Saga Valta en Asgard zijn beïnvloed door Thorgal. Allebei omdat ze als scenarist werden gepolst voor De werelden van Thorgal dat toen nog moest opgestart worden. Tekenaars zijn er des te meer om de weg van Thorgal op te gaan. Voor zijn reeks Heroveringen herwerkte de Canadese tekenaar François Miville-Deschênes pagina 34 uit Thorgal 28: Kriss van Valnor. Het was een testpagina voor de inkleuring van Heroveringen waar hij kort daarop mee begon. Dat hij net koos voor de intussen bekende 'lesbische' scène uit Thorgal is niet zo vreemd. Sla er Heroveringen of zijn blog maar op na voor een veelvoud aan welgevormde, veelal naakte krijgsters.


 
31/03
 
 
Aprilgrap van weekblad Kuifje en Robbedoes
We duiken opnieuw de geschiedenis in van de twee bekendste Belgische stripbladen, Kuifje en Robbedoes. Hoewel het elkaars grootste concurrenten waren, sprongen de auteurs collegiaal met elkaar om. In 1965, meerbepaald op 30 maart (Kuifje) en 1 april (Robbedoes) in week 13, haalden beide redacties een geintje uit met hun lezers. Ze aapten elkaars coverlay-out na.

Voor Kuifje betekende dit een cartoon als aankondiging op de bovenste helft van de voorpagina met een schaduw van Robbedoes en een parodie op André Franquins Guust Flater door Hugo en Jacques Acar. Hugo ondertekende zijn strips ook wel eens met Fonske, maar je kent 'm wellicht beter als Hurey, het pseudoniem van Hugo De Reymaeker, die onder meer de reeksen Ketje, Jan Heibel en Pili-Pili tekende en verantwoordelijk was voor de hipste periode van De Lustige Kapoentjes.

Voor de aprilgrapcover van Robbedoes liet Maurice Tillieux zijn held Guus Slim achtervolgen door enkele coryfeeën van het weekblad Kuifje. Let niet op de wanverhoudingen van alle personages, maar we herkennen toch Rik Ringers met zijn proppenschieter, Michel Vaillant en Steve Warson aan het stuur, Spaghetti's neef Prosciutto, Felix uit Ton en Tineke en Klaas uit de in 1965 door Greg geherlanceerde reeks Kees en Klaas naar Alain Saint-Ogans creatie Zig et Puce uit 1925. Voor de verandering kon Robbedoes ook eens uitpakken met een slogan, ook al was het een kopie van Kuifje: "Het super-blad voor de jeugd van 7 tot 77 jaar". Het spelden van een papieren of getekend aprilvisje op de rug van iemand die je in het ootje wilde nemen, is een oud gebruik dat nog het vaakst werd toegepast in strips.
(met dank aan Ed Hengeveld) 


 
24/03
 
 
Kuifje-tekenaars op hun ideale, verlaten eiland
Voor een speciaal nummer van Kuifje in 1981 werd aan een kransje tekenaars gevraagd hoe zij hun ideale, verlaten eiland zien. Dat werkten ze uit in een strippagina of cartoon. We bundelden al deze pagina's voor je samen in een pdf die je kan downloaden door op de cover hiernaast of hier te klikken.

De cover van het Kuifje-nummer is van Ernst, de overige bijdragen komen van Ploeg (die de introductiepagina tekende), Didier Convard, Christian Gine, Michel Weyland, Bob De Moor, Jean-Claude Servais, Ferry, Crisse, François Craenhals, Magda, Franz en Bédu.
(met dank aan Ed Hengeveld) 


 
17/03
 
 
Martin Kove als Blueberry
Dankzij lezers wordt deze rubriek af en toe verrijkt met zaken die we zelf niet wisten. Zo deed Rob Minnes, een grote liefhebber van het werk van Jean Giraud/Mœbius ons het volgede weetje van de hand. De treurige aanleiding is ons inmiddels bekend.

Op deze uitgebreide Blueberry-pagina maakten we gewag van een tv-filmproject. De hoofdrol was weggelegd voor de Amerikaanse tv-ster Martin Kove (de slechterik uit The Karate kid) die volgens scenarist Jean-Michel Charlier als twee druppels water op Blueberry leek. Dat was geen grootspraak van Charlier want in die tijd had Kove een grote gelijkenis met Blueberry, sterker zelfs, Kove had al een voorlopig contract op zak en was volgens Charlier bijzonder enthousiast over het project (te lezen in het boek L'Univers de Gir, Dargaud uit 1986). Giraud maakte zelfs alvast een voorstudie voor een aankondigingsposter voor het project waarin de gelaatstrekken van Kove in waren verwerkt. De tv-film ging uiteindelijk niet door en de illustratie van Giraud werd door Novedi/Hachette hergebruikt als reclameaffiche voor De Ongrijpbare Navajo's. De poster is een bekend verzamelobject onder Blueberry-fans.


 
17/03
 
 
General of Army Carrington heeft zijn vijfde ster
Ondanks William Vance' doorgedreven detaillisme voor XIII, waarbij hij naar eigen zeggen zelfs de uurregeling van een bus in Minnesota of het type van helm gebruikt bij de 82ste luchtlandingsdivisie van het Amerikaanse leger achterhaalt, maakt hij ook wel eens fouten. Hij is nog de kwaadste niet door die zelf toe te geven. Dat Ben Carrington op de cover van XIII 12: Het Vonnis slechts vier in plaats van vijf sterren heeft, was een blunder die hij grif toegaf. Carrington heeft de graad van General of the Army opererend als Chief of Staff en in die uitzonderlijke functie (zie verder) volstaan vier sterren niet.

Carringtons eerste promotie in de reeks onthouden we uit XIII 3: Alle Tranen van de Hel. Op pagina 9 feliciteert Allenby hem met zijn vierde ster en de benoeming "tot hoofd van de generale staf" (zie afbeelding hieronder).


Een album verder, in XIII 4: SPADS, wandelen Amos en Allenby op pagina 14 het kantoor van generaal Carrington binnen in het Pentagon. Op Carringtons deur staan vier sterren (zie afbeelding hieronder).


Springen we gezwind verder naar XIII 12: Het Vonnis. In het begin van het verhaal wordt de macht van de pensioengerechtigde generaal (nu eindelijk met vijf sterren) overgedragen aan de nieuwe stafchef, viersterrengeneraal James Wittaker. We kunnen hier dus uit besluiten dat Carrington uit erkentelijkheid van de natie (of eigenlijk van Vance) op het einde van zijn actieve dienst nog een vijfde ster heeft gekregen. En daar loopt hij nog danig mee tep ronken nadat hij via een spectaculaire ontsnapping een spelletje blufpoker speelt en het lot van de wereld in handen heeft.


Ondertussen verschijnt Het Vonnis herdruk na herdruk met de fout op de cover. Voor de Engelse versie die in maart 2012 verschijnt heeft Carrington plots vijf sterren. De gecorrigeerde versie werd aan uitgeverij Cinebook bezorgd door Dargaud Frankrijk. Of Vance dit zelf heeft aangepast of indien de opmaakafdeling op vraag van Vance de ingreep heeft toegepast, is niet bekend. We vragen ons in elk geval af of komende herdrukken van het album met vier of vijf sterren zullen zijn...

Het verschil tussen vier- en vijfsterrengeneraals werd door de Amerikanen pas sinds de Tweede Wereldoorlog ingevoerd. Tijdens die oorlog betsond er geen consistent systeem om tussen verschillende landen onderling de graad van generaal of hoger aan te duiden. Zo waren er bijvoorbeeld situaties waarin de Britse (veld)maarschalk (met vijf sterren) Bernard Montgomery orders aannam van de Amerikaanse generaal (vier sterren) Dwight D. Eisenhower. Bij vergaderingen hadden alle Britse generaals een ster meer dan hun Amerikaanse evenknieën. Om die reden werd toen aan een Amerikaanse generaal een vijfde ster én de titel General of Army toegekend die daarmee nen trapje hoger kwam te staan dan de viersterrengeneraals. Dat gebeurde slechts vijf keer tussen 1944 en 1950 bij respectievelijk George Marshall, Douglas MacArthur, Eisenhower, Henry H. Arnold en Omar Bradley.

Sinds Bradley in 1950 is er geen reden meer geweest om een General of Army te benoemen bij gebrek aan een wereldoorlog. Alleen als het Congres of de president dat nodig achten of indien er weer een internationale operatie is waarbij een onderscheid noodzakelijk is, voorziet de wet een aanstelling als General of Army. Verzoeken van het Amerikaanse leger of de publieke opinie om generaals als Colin Powell (na de Golfoorlog) of David Petraeus (na de War on Terror) uit erkentelijkheid een vijfde ster te geven, werden telkens weerlegd. We willen maar zeggen dat Vance aan Carrington een uitzonderlijk buitengewone graad toekende met zijn vijf sterretjes.
(met dank aan Rutger van Essen) 


 
03/03
 
 
Comanche eindelijk compleet
In de tweede helft van 1973 liep in het weekblad Kuifje het nieuwste verhaal uit de reeks Comanche, getiteld De Hemel Is Rood boven Laramie. Dat was het vervolg op De Wolven van Wyoming waarin Red Dust had afgerekend met de bende van de gebroeders Dobbs. Alleen bendeleider Russ Dobbs was ontkomen nadat hij de pseudopriester Brian Braggshaw had vermoord. Terwijl die de laatste adem uitblies had hij Dust de opdracht gegeven om met de meedogenloze killer af te rekenen want "zolang Russ Dobbs in leven is, verkeren tientallen onschuldigen in levensgevaar". In het vervolg weet Dust na een lange achtervolging Dobbs in het nauw te drijven, om hem tenslotte aan het eind van het verhaal in een donker steegje in koelen bloede vijf kogels in zijn lijf te jagen. Over dat einde is in de loop der jaren het nodige gezegd, omdat daarmee de grens tussen goed en slecht vervaagde. Het is nog altijd een legendarische scène in de stripgeschiedenis.

In De Hemel Is Rood boven Laramie viel op dat er iets vreemds was met de door tekenaar Hermann aangebrachte paginanummering. De laatste plaat van het verhaal, dat in hoofdstukken werd gepubliceerd, droeg nummer 45. Maar in totaal omvatte het hele verhaal 52 platen. Dat bleek te liggen aan een zevental extra platen, die waren genummerd 9B, 17B, 17T, 23B, 23T, 30B en 30T.

Toen deze strip in 1975 in album verscheen, bleek dat daarin slechts twee van die zeven extra platen waren opgenomen: 17T en 30B. Daarbij werd 17T trouwens genummerd als 18, zodat het album dus twee platen 18 bevat. Het verhaal telde in die versie nog maar 47 pagina's in plaats van 52. Klik op de afbeeldingen hieronder voor de ontbrekende platen.

PAGINA 9B
PAGINA 17B
PAGINA 23B
PAGINA 23T
PAGINA 30T

Dat voorpubliceren van een strip in hoofdstukken van zeven of acht pagina's was overigens een ideetje van Kuifje-hoofdredacteur Greg. Het werd op grote schaal ingevoerd na een facelift van het blad in 1971. Niet geheel toevallig was Greg ook de scenarist van Comanche. Pas veel later werd duidelijk dat het ook zijn idee was om verhalen die in Kuifje werden gepubliceerd van extra platen te voorzien, die in de albumversie niet zouden worden opgenomen. Kennelijk was zijn bedoeling om op die manier meer abonnees te trekken. In een volgend artikel hebben we het in deze context over Hans van Grzegorz Rosinski en André-Paul Duchâteau.

Of de tekenaars van het weekblad dit idee zagen zitten is niet bekend. Feit is wel dat het, behalve bij De Hemel Is Rood boven Laramie, maar sporadisch voorkwam dat een strip structureel extra pagina's bevatte waarvan vooraf was bepaald dat ze niet in album zouden worden gepubliceerd.

De vijf weggelaten platen in het album De Hemel Is Rood boven Laramie ontbreken ook in twee zogenaamde integrale uitgaven van de Comanche-reeks, die uitgeverij Le Lombard in de loop van de jaren in het frans publiceerde. Zowel de driedelige uitgave uit 1988 als de tweedelige uit 2004 bevat de ingekorte versie van het verhaal waarmee de term 'integrale' meteen zijn waarde verliest. Pas in 2009 werden de ontbrekende platen, 36 jaar na dato, dan eindelijk opgenomen in Comanche deel 2 in de collectie Retro van Saga Uitgaven.

Niet alle extraatjes die bestemd waren voor Kuifje haalden trouwens het weekblad. Onderstaande illustratie is opgenomen in een Franstalig boek over Hermann. Er staat bij vermeld dat het om een onuitgegeven poster is uit 1974. Hij hoort duidelijk bij het verhaal De Hemel Is Rood boven Laramie uit 1973, maar er verschenen in Kuifje al twee posters bij dat verhaal. Mogelijk is hij daarom niet gebruikt.
(bijdrage van Ed Hengeveld)



 
25/02
 
 
Jo en Jetje door Vance
Op 26 september 1981 bestond het weekblad Kuifje 35 jaar. Om dat te vieren werd van nummer 39 van dat jaar een echt feestnummer gemaakt, met speciale gags van Robin Hoed, Ton en Tinneke en Dommel. Aan lopende vervolgverhalen als Rik Ringers, Pokervrouw en Alain Chevallier werd een extra pagina toegevoegd waarin het getal 35 een belangrijke rol speelde. En het hart van het blad werd gevormd door een katern van 37 pagina's waarin tekenaars die in 1981 aan het weekblad meewerkten een geheel eigen versie hadden getekend van pagina's uit de klassieke verhalen die in de begintijd in Kuifje verschenen.

De volgende tekenaars werkten hieraan mee:
Turk: 1 pagina De Fantastische Avonturen van Corentin
Grzegorz Rosinski: 3 pagina's Kuifje en de Zonnetempel
Dany: 2 pagina's Blake en Mortimer: Het Geheim van de Zwaardvis
Dupa: 2 pagina's Alex de Onversaagde
Franz: 2 pagina's Suske en Wiske: Het Spaanse Spook
William Vance: 2 pagina's Jo en Jetje: Het Testament van Mr. Pump
Jean-Claude Servais: 1 pagina De Raadselachtige Mr. Barelli
Christian Godard: 1 pagina Hassan & Kadoer: De Dief van Bagdad
Cosey: 1 pagina Kwik en Flupke
Michel Weyland: 1 pagina Meester Mus
Crisse: 2 pagina's De Witte Ruiter
Andreas: 2 pagina's Chlorophyl: De Zwarte Ratten
Christian Denayer: 1 pagina 't Prinske
Derib: 1 pagina Dan Cooper: De Blauwe Driehoek
Eddy Paape: 1 pagina Chick Bill: De 4 Woestijnratten
Bob: 1 pagina De Avonturen van Pom & Teddy
Michel Pierret: 1 pagina Cori
Ernst: 1 pagina Lefranc: De Grote Dreiging
Bédu: 2 pagina's Rik Ringers: Wie van de Drie?
Eric: 1 pagina Ton en Tinneke
Ferry: 1 pagina Meneer Lambik

Als voorbeeld van dit fraaie eerbetoon tonen we hierboven de twee pagina's die William Vance tekende als hommage aan Jo en Jetje (oftewel Jo, Suus en Jokko), samen met de originele pagina's van Hergé zoals die in 1948 in Kuifje werden gepubliceerd.
(bijdrage van Ed Hengeveld) 


 
18/02
 
 
Fotoverzamelaar Jean Giraud (3)
In welke mate Jean Giraud foto's gebruikt voor zijn eigen strips, covers en illustraties voor diverse doeleinden illustreerden we vorige week met een nieuw voorbeeld. Naar aanleiding van deze publicatie stuurde lezer Rob Minnes ons voor de tweede keer bijkomende voorbeelden. "Ik kan het niet laten om het weer eens te doen, niet zozeer om Giraud af te katten, verre van dat, maar omdat het fun is". Voor de lol dus, dit aangevulde overzicht met toelichting. We zoeken het vooral bij westernfilms.


Unforgiven (1992) met Clint Eastwood versus een plaat uit het artbook Blueberry's (1997).




Maverick (tv-serie 1957-1962) met James Garner versus de cover van Mister Blueberry.




Dances With Wolves (1990) met Kevin Costner versus de Amerikaanse cover van Generaal Geelkop.




Hondo and the Apaches (1967) met Ralph Taeger versus een plaat uit de portfolio Blueberry van Gentiane (1983).




Historische foto van Geronimo versus een ex-libris (1998).




Will Penny (1968) met Charlston Heston versus een aankondiging voor Ballade voor een Doodskist, tevens de cover van Stripschrift 101 (1977).




Rio Bravo (1959) met John Wayne en Angie Dickinson versus een ex-libris (1995).




The Desperados (1969) met Jack Palance versus de cover van De Man met de IJzeren Vuist.




Tot slot kunnen we ook nog deze link geven naar het gevolg van een plagiaatkwestie uit 1997 toen een fotograaf Jean Giraud voor de rechter sleepte. Lees er hier alles over. Giraud had een foto van Jimi Hendrix bewerkt. Alejandro Jodorowsky bemiddelde in deze zaak waarop Giraud een portfolio samenstelde met andere foto's als basis voor een reeks zeefdrukken. En dat leidde in 1999 dan weer naar het boek Émotions Électriques.



 
11/02
 
 
Fotoverzamelaar Jean Giraud (2)
Het is niet de eerste keer dat we in deze rubriek foto's en hun door Jean Giraud of Mœbius nagetekende versies tonen. Wat je hier ziet, werd door stripauteur Fred de Heij opgemerkt op zijn blog. De foto's komen van een modereportage uit een tijdschrift. Vergelijk de houding van de man op foto 1, de linkerarm van de man op foto 2 en de zetel op foto 2 met de coverafbeelding van het Blueberry-album Angel Face. Giraud nam nog de 'dichterlijke vrijheid' om de zetel samen te persen om die volledig op de cover te krijgen.
In eerdere berichten merkte de Heij ook nog verschillen op tussen de oorspronkelijke publicaties van Blueberry-pagina's en de uiteindelijke albumversies. Klik hier, hier en hier voor deze voorbeelden.


 
04/02
 
 
Angry Bird op Boempterikseiland
Wie al eens het game Angry Birds heeft gespeeld, is vertrouwd met de dikkere, witte vogel waarmee je de groene varkens kan beschieten met je katapult. Die vogel heeft de vorm van een ei en legt ook eieren die kunnen exploderen waardoor de vogel leegloopt als een ballon. Hmm, zo'n vogel kennen we nog van een oud kortverhaal van Ley Kip dat in het weekblad Robbedoes verscheen, meerbepaald in de nummers 1092 tot 1095 uit 1959.

Achter het pseudoniem Ley Kip (afgeleid van het Franse l'équipe) schuilen vier auteurs: André Franquin en zijn toenmalige assistenten Jidéhem, Jean Roba en Marcel Denis. Meer uitleg over de Boempteriks, "het gevaarlijkste dier van de schepping", krijg je van Franquin himself: "De Boempteriks is ontstaan na een samenwerking met Jidéhem, Roba, Marcel Denis en mezelf. Ik had een idee om een vogel op een eiland explosieve eieren te laten leggen. Achteraf heeft iemand me verteld dat Willy Vandersteen al hetzelfde had gedaan in een verhaal van Suske en Wiske. Maar iedereen heeft er nog een korreltje zout bijgedaan. Denis suggereerde dat de Boempteriks explosieve eieren legde omdat hij bedorven kaas had gegeten. Roba heeft de vogel uitgetekend."

Franquin schreef samen met Denis het scenario. Roba tekende de personages en de vogel en Jidéhem de decors. Het complete verhaal van twaalf pagina's kan je in een pdf lezen door op bovenstaande afbeelding of hier te klikken.


 
17/12
 
 
"The Nagel Woman" in The Sandman en Watchmen
Toen we laatst een documentaire zagen over de making of van Duran Durans redelijk belangrijke plaat Rio (je pikt nog eens wat mee als je tot 's nachts zit te werken met de tv op de achtergrond) meenden we de platenhoes van ergens te kennen. De illustrator was snel gevonden: de Amerikaanse kunstenaar Patrick Nagel, het meest bekend van illustraties voor Playboy en effectief de plaat Rio uit 1982. "The Nagel Woman" werd in de jaren 1980 een begrip bij een groot publiek, zo ook bij stripmakers. Zijn dood in 1984, op amper 38-jarige leeftijd, is tegelijk schrijnend als grappig. Hij nam voor het goede doel deel aan een aerobicsessie met andere celebrities. Achteraf vond men hem dood in de wagen, gestorven aan een hartaanval. Het goede doel was fondsenwerving voor de American Heart Association.

Oké, we houden het bij zijn nalatenschap. Ook nog in de jaren 1980 dook in de comicserie The Sandman, van Mike Dringenberg en Neil Gaiman, het personage Desire op, meerbepaald in nummer 10 van november 1989, gebundeld in het tweede volume, The Doll's House. Over haar look waren Dringenberg en Gaiman het aanvankelijk niet eeens. Gaiman zag Desire als een mix van de androgyne David Bowie en zangeres Annie Lennox toen ze nog deel uitmaakte van Eurythmics met ook nog inspiratie uit de prints van Patrick Nagel. Dringenberg hield het op Duran Duran en beweert zijn eigen vriendin als een visuele inspiratiebron te hebben gebruikt. Letteraar Todd Klein werd verzocht om ook voor Desire, net zoals bij de andere hoofdpersonages in The Sandman, een eigen unieke lettering te hanteren. Desires dialogen werden geletterd in de stijl van de art nouveau, en leunden daardoor dicht aan bij alweer Patrick Nagel.

Een extra opgemerkte link naar Patrick Nagel in een iconische strip uit de jaren 1980 is Watchmen. In de filmversie hangt een Patrick Nagel-print in het appartement van The Comedian. Die is goed te zien in een scène waar Rorschach een kamer betreed. De decorontwerpers benadrukken met deze kleine toets dat het verhaal zich in de jaren 1980 (of toch een alternatieve variant) afspeelt. Wie ook een Patrick Nagel in huis had hangen, was het personage Patrick Bateman, de psychopatische yuppiemoordenaar uit American Psycho, dat eveneens is gesitueerd in de jaren 1980.


We wilen het niet te ver gaan zoeken, maar tot op de dag van vandaag laten vormgevers zich inspireren voor artwork dat is bestemd voor diverse doeleinden. Voor een lijn van T-shirts met de vier X-Women Phoenix, Rogue, Storm en Shadowcat bijvoorbeeld. En let dan eens op de gelijkenissen tussen twee van deze T-shirtontwerpen met twee Duran Duran-platen.




 
26/11
 
 
De kat van Iouri Jigounov en de Jeep van XIII
"Ik hou niet van auto's. Ik haat ze, want zij rijden katten dood", geeft Iouri Jigounov in dit video-interview van Cobra.be als reden op om zijn hekel voor het tekenen van auto's (en ook gebouwen) te verklaren. Voor de tekenaar van hypermoderne reeksen als Alfa en nu ook XIII toch een opmerkelijke uitspraak. Hij moet het wel tekenen, want zo staat het in het scenario, voegt hij er nog aan toe.

Dat Jigounov een grote kattenliefhebber is, manifesteert zich ook in een aardig knipoogje in zijn eerste XIII-album. In een Franstalig interview in Casemate 27 van juni 2010 werd hij op grootschalige manier voorgesteld als de nieuwe tekenaar van XIII. Toen een journalist de vraag stelde of hij een oplage van een half miljoen exemplaren indrukwekkend vond, relativeerde Jigounov dat snel. Dat hij integendeel niet euforisch is bij dit soort torenhoge oplages, weet hij enerzijds aan zijn leeftijd. Hij antwoordde ook nog: "Dat zal wellicht veranderen als ik mijn auteursrechten zal ontvangen. Maar waarom zou ik al geld tellen dat ik nog niet heb verdiend? Misschien leef ik niet lang genoeg om van mijn auteursrechten van XIII te profiteren." Die nogal morbide relativering vond op dat moment elders zijn oorzaak. Toen het interview werd afgelegd, maakte de tekenaar zich doodongerust over zijn kat die al 24 uur was verdwenen. Normaal is die niet langer dan een halfuur weg. Jigounov was er zeker van dat de kat nooit meer zou terugkeren, zeker niet met een vos in de buurt. "Zulke gebeurtenissen zetten je snel met de voeten op de grond", besloot hij.

Een dik jaar later, in Casemate 42 van november 2011, sloot hij een nieuw interview verheugd af met het nieuws dat zijn kat daags nadien toch nog werd teruggevonden. Het dier zat gevangen in de vogelkooi van de buren. Niets aan de hand, en wat heb jij daar nu eigenlijk aan? Niet veel, enkel dat je Jigounovs kat kan zien rondlopen in XIII 20: Mayflower Day. Het is Dorothy, de kat van Jim Drake, de jeugdvriend van XIII. De kat trippelt rond op pagina 15, 20 en 21. Het idee om XIII deze kat te laten redden uit een brand en zich daarna van haar lot aan te trekken, durven we bij deze toewijzen aan Jigounov, niet zozeer aan Yves Sente.



Dorothy's werkelijke baasje Jigounov knipoogde in het album ook naar zijn eigen 'baasje'. Op pagina 27 herken je in de pomphouder niemand minder dan William Vance, de voormalige tekenaar van de reeks XIII, die in deel 20 nog wel de historische scènes op pagina 42 tot 45 tekende. Op pagina 41 prijkt de naam van de zogezegde illustrator van deze scènes uit een boek "met schitterende illustraties van een Vlaamse kunstenaar..." Di e kunstenaar heet W. Van Cutsem oftewel William Van Cutsem, de echte naam van William Vance.



En we gaan nog een stapje verder. In hetzelfde prentje als de cameo van Vance staat rechts in beeld een Jeep. Product placement misschien? Neen, een vaststaand feit! Op 18 november werd een XIII Limited Edition van een Jeep Wrangler Sport diesel MY12 voorgesteld. Er rijden er amper dertien van rond per beschikbaar kleur zwart, wit en geel, in totaal dus 39 Jeeps. In XIII 20 rijdt XIII rond in een rode Jeep. Voor dit 'gadget' betaal je 31.990 euro. Je krijgt er bij aankoop van de Jeep een koffer bij met collector's editions van alle twintig albums en een gelimiteerde afdruk van een plaat, gesigneerd door de auteurs. Willen of niet, Jigounov moest deze Jeep dus wel tekenen, er was een lucratieve deal tussen het Amerikaanse bedrijf dat Jeep produceert en uitgeverij Dargaud! Toen we deze XIII-Jeep voorlegden aan een grote liefhebber van Vance en van XIII, bracht hij een Toyota-editie van Largo Winch in herinnering. Hij kende verzamelaars die deze Toyota Rav 4 twee keer kochten: "eentje om bij de colletcie te voegen, en eentje om mee in te pronken".



 
12/11
 
 
Wat is een graphic novel?
Wat is een graphic novel? De antwoorden lopen uiteen en studies over het relatief jonge stripsegment zijn schaars te noemen. Kurt Geeraerts boog zich over deze vraag en schreef er een 27 pagina's tellend artikel over. Hij is van opleiding Licentiaat Moraalwetenschappen en gegradueerde in de aanvullende studies Cultuurwetenschappen, richting Film- en Beeldcultuur aan de VUB.

Zijn conclusie omschrijft hij als volgt: "De graphic novel is geen (sub)genre, maar is een stadium in een logische evolutie van de strip naar meer kwaliteit."

De korte inhoud vind je hieronder.
1. Inleiding
•••a. Commercie en cultuurstrijd
•••b. Wat betekent de term vandaag?
2. Van comic strip tot graphic novel: een Amerikaans overzicht
3. Het stripverhaal: een Europese uitvinding
•••a. Bestaat de Europese strip?
•••b. Een kort overzicht
•••c. De Europese graphic novel
4. Manga, een verhaal apart
5. Besluit
6. Bibliografie

Klik hier voor het integrale artikel als pdf.



 
22/10
 
 
Lachen met Kuifje kostte Humo 25.000 euro
Tussen 1991 en 1994 parodieerde het weekblad Humo enkele bekende Kuifje-covers om er een actuele draai aan te geven. In chronologische volgorde vind je hierboven de covers van Humo 2648 van 6 juni 1991 waarin je voor een flink bedrag aan kleren kon winnen, gevolgd door een eerbetoon aan de eerste fictieve Belg op de maan en de eerste non-fictieve Belg in de ruimte, Dirk Frimout in Humo 2690 van 26 maart 1992. Deze illustratie diende om de jaarlijkse Pop Poll aan te kondigen. Twee jaar later, meerbepaald in Humo 2794 van 24 maart 1994, sierde opnieuw een 'Kuifje'-cover de Humo om opnieuw de uitslag van de Pop Poll aan te kondigen. We herkennen van links naar rechts Cowboy Henk, de goed gemummificeerde overleden koning Boudewijn (man van het jaar), Kuifje (plagiaat van het jaar), Walter Capiau, de toenmalig rijzende ster Paul De Leeuw, Jean-Luc Dehaene (lul van het jaar) en Marc Uytterhoeven (bekwaamste tv-figuur) en beo Walter uit het succesvolle tv-programma Morgen Maandag. Op de voorgrond geven Bert Vanderslagmulders en Bobje een impressie van Kuifje en Bobbie.


Ook nog in 1994 ging Kamagurka op hetzelfde elan verder. Hij liet Bert kritische co
mmentaren geven bij enkele prenten uit het Kuifje-album De Geheimzinnige Ster. Klik op de illustraties hierboven voor grotere versies van alle vijf pagina's. Ze werden achteraf ook gepubliceerd in de bloemlezing Het Leukste uit Humo dat in 2001 verscheen. In dit verhaal duidde Kamagurka de lezers op enkele tekentechnische fouten en maakte Kuifje ook wel een beetje (veel) belachelijk. De Humo-cover van die week kopte met De Geheimzinnige Bert. En deze keer was Moulinsart (die de rechten op het patrimonium van Hergé beheert) het grondig beu. Het deed Humo een proces aan. Humo verloor en moest 1 miljoen frank (25.000 euro) schadevergoeding betalen.

Deze affaire, die van alle tijden is wat Moulinsart betreft, verheelt niet dat Kamagurka nog steeds een fan is van Kuifje. In De Tijd van 22 oktober 2011 vertelt hij: "Zeker van zijn eerste tien albums ben ik fan, toen Hergé nog alles zelf deed. Later met Studio Hergé stonden er veel koks in de keuken. Al wil ik daar niet mee suggereren dat het niveau naar beneden is gegaan. Ik vond Hergé in zijn tijd een visionair. Neem nu het album De Geheimzinnige Ster, waar het altijd maar warmer en warmer wordt. Dat was al een afspiegeling van de klimaatopwarming. Tegelijk waren zijn albums erg laagdrempelig. Je kan misschien opwerpen
dat ze nu gedateerd zijn, maar als kind vond ik dat zeker niet. Kuifje was heel braaf, zo braaf dat het iets poëtisch kreeg. Onschuldig. En dan krijg je nu processen over racisme. Hergés eerste album, Kuifje in de Sovjetunie, kreeg ook veel kritiek omdat het zo rabiaat anticommunistisch was, maar achteraf bekeken zat Hergé er niet zo ver naast. Stalin heeft miljoenen mensen laten vermoorden. Ik ben als tekenaar niet echt geïnspireerd door Kuifje. Ik maak er een punt van niemand te imiteren die ik goed vind. Hergé keek op naar kunstenaars
zoals Andy Warhol, maar eigenlijk maakte hij popart avant la letrre."

Hardleers als het weekblad is, dreigde het in 2010 weer fout te gaan voor Humo. In de mediastorm rond de vermeende collaboratie van Willy Vandersteen, plaatste het een knipogend Wiske op de cover om een artikel over het collaboratieverleden van Vandersteen in te leiden. Haar rechteroogje vormde zich tot een hakenkruis. In dit geval geen fikse schadevergoeding, maar slechts een reactie van de kinderen van Vandersteen die lieten weten geschokt te zijn.


 
01/10
 
 
Uniek verjaardagscadeau
De helden van Hergé, Tibet, Roba, Albert Uderzo, André Franquin, Morris en Peyo zingen samen Un P'tit Beurre des Touilloux wat een parodie is op Happy Birthday to You. Bovenstaande illustratie sierde de hoes van een plaatje in 1972. Het werd samen met de originele illustratie cadeau gegeven aan Stéphane Steeman als verjaardagsgeschenkje. Van het plaatje werd slechts één enkel exemplaar geperst. Het is zodanig zeldzaam dat er maar weinig over geweten is en je het zelden tegenkomt in gespecialiseerde boeken en op websites. Ietsje beter verspreid zijn de dankkaartjes die Steeman achteraf verstuurde met een reproductie van de tekening. Wie is deze Stéphane Steeman dat hij van de grootste Europese tekenaars een uniek stuk kreeg?

Steeman is de zoon van Stanislas-André Steeman, een schrijver en illustrator uit Luik die een resem politiethrillers schreef waarvan er meerdere raakten verfilmd. Franse critici noemden hem de "Belgische Simenon", hierbij precies onwetend over het feit dat Georges Simenon zelf een Belg is. In 1998 schreef zoon Steeman een biografie van zijn vader. André-Paul Duchâteau hielp 'm hierbij. In de jaren 1960 vergaarde Steeman in Wallonië bekendheid als imitator (veelal van Jacques Brel), radiopresentator en komiek. Opnieuw met een Waalse stripscenarist, zijnde Yves Duval, werkte hij theaterstukken uit. Hij was dus veelvuldig verstrengeld met het stripmilieu. Hij sprak bijvoorbeeld ook de stem in van het Belgische personage in de Asterix-tekenfilm De Twaalf Werken van Asterix (1976). In 1991 stond hij echter aan de basis van een lastercampagne tegen Hergé.

Steeman was een grote verzamelaar van Hergé en bezat een enorme collectie. In 1991 stelde hij zijn verzamelning tentoon in Welkenraedt in de veelbezochte expo Tout Hergé. Datzelfde jaar, meerbepaald op 3 oktober 1991, ontmoette hij Léon Degrelle in zijn verblijf in het Spaanse Malaga. Steeman had de bedoeling om diens vermeende vriendschap met Hergé in woorden te vatten voor een boek dat er zou komen. Degrelle was de oprichter van de politieke partij Rex die tijdens de Tweede Wereldoorlog het fascistische gedachtegoed uitdroeg en collaboreerde met de Duitse bezetters. Zijn hele leven tot in 1994 verdedigde hij het nazisme en schreef negationistische thesissen. Een van zijn uitspraken is dat Kuifje op hem is gebaseerd.

In 1929 wierf Norbert Wallez Degrelle inderdaad aan als redacteur voor de krant Vingtième Siécle. Hergé schiep datzelfde jaar Kuifje voor de jongerenbijlage Le Petit Vingtième. Tijdens een verblijf in de Verenigde Staten stuurde Degrelle comics op naar Hergé. Nu goed, het Waalse satirische tijdschrift Pan kwam achter de ontmoeting van Degrelle en Steeman en meer nog achter Degrelles band met Hergé. Het verhaal werd breed uitgesmeerd in de pers. Steemans verzachtende uitspraken dat het tijd was om de feiten te laten rusten, deden hem eventjes geen goed. Hij heeft alleszins steeds Hérgé verdedigd tegen de beschuldigingen die van hem een collaborateur maakten.

Later verkocht Steeman een grote deel van zijn immense collectie aan Fanny Rodwell, de weduwe van Hergé, in de hoop dat er eindelijk een Hergé-museum zou komen. Dat wam er maar niet. In 2009 liet hij het voorzitterschap van Les Amis de Hergé voor wat het was. Dit genootschap had hij 25 jaar tevoren zelf opgericht. Ook nog in 2009 schreef hij het boek L'Escalade waarin hij zijn onenigheden met Nick Rodwell uit de doeken deed. Steeman stond op dat moment al langer op een echt bestaande zwarte lijst van journalisten, critici, publicisten, verzamelaars enzovoort die Moulinsart of Rodwell ooit kwaad hebben gedaan, althans in de ogen van Rodwell zelf.

Steeman treedt nog steeds op en is een overtuigd Belgicist. In 2008 schreef hij Ma Belgique à Moi. Hij schiet goed op met koning Albert II en koningin Paola.