Daedalus Saga Uitgaven Uitgeverij L  
 
De top-50 van 2020

In 2020 verschenen 1.410 strips. 641 daarvan vonden deelnemende lezers aan onze jaarlijkse topwedstrijd zo goed dat ze een plaatsje verdienden in hun top-10 van 2020. Na het samentellen van alle punten kwamen we tot resultaten die we hiernaast presenteren als een top-50.


Klik op de covers voor onze complete besprekingen (tenzij we er geen geschreven hebben).
 
  Het Beest 1
Frank Pé + Zidrou
Dupuis, november 2020

We kennen de kritiek: André Franquin schiep met de Marsupilami een vrolijk springbeest dat een lach op het gezicht van lezers van het eerste, tweede en latere uur toverde. Het opvoeren van een sombere, grimmige, grauwe, rauwe, verzwakte Marsupilami was een ander soort fictieve realiteit die sommigen misplaatst vonden. Aan de andere kant leveren Frank Pé en Zidrou een topprestatie, een uitzonderlijk album dat een torenhoge notering kent, enkel in gevaar gebracht mochten meer lezers beslist hebben om hun punten voor De Beestenburcht deel 1 en 2 niet te splitsen. Dit album is helaas volledig uitverkocht. Een herdruk is wenselijk, zeker wanneer het nog dikkere deel 2 idealiter eind dit jaar verschijnt. Daarnaast is er een ander concreet project van Frank Pé: de terugkeer van Ragebol.

Uit de bespreking van Wouter Porteman: Het Beest is het lang geheimgehouden* droomproject van Frank Pé (Ragebol, Zoo, Little Nemo). Eindelijk heeft de man een scenario dat volledig geschreven werd naar zijn sterktes en waarin hij de vrijheid kreeg om het ritme en de decoupage van zijn scenarist naar zijn hand te zetten. Het levert geweldige pagina's op. De machtige proloogscène in de Antwerpse haven, vol paginagrote prenten, is het strafste staaltje cinema dat je dit jaar zal zien. Dit kan zo verfilmd worden. De Brusselaar smijt zich helemaal, maar had het niet onder de markt. Hij is een van de weinige dierentekenaars die beesten dier laat blijven en ze niet verdisneyt. En nu moest hij een zwaar karikaturaal getekend, fictief beest realistisch tot leven brengen om het te laten passen in zijn stijl. Met veel bloed, zweet en tranen slaagde hij daarin. Het lijf van een gibbon en de armen van een gorilla combineerde hij uiteindelijk met het hoofd van een Maleise honingbeer en zijn Marsupilami was geboren. Om het cryptobeest nog geloofwaardiger te laten overkomen, karikaturiseert Frank Pé alle andere personages en dieren in het album. Mensen krijgen neuzen als takins en meloenen. Het komt wat raar over maar past wonderwel met de bolle stijl uit de hoogdagen van het tijdschrift Robbedoes.
Het is overduidelijk dat scenarist Zidrou alles in het werk stelde om Pé te pleasen en te laten schitteren. Maar 150 bladzijden grafische juweeltjes verdienen ook een stevig verhaal. En dit is er helaas nog niet. Er zitten sporen in van Steven Spielbergs E.T. en de oude Franquins (Noëls beestenboel uit Bravo Brothers), maar het verhaal grijpt je ondanks alles nog niet naar je nekvel. Eigenlijk moet het nog beginnen. Bovendien bulken de beste Zidrous van de creatieve wendingen, sprankelende dialogen en zinnen die je als een Chocotoff met plezier laat smelten in je mond. Die zijn hierechter te schaars. Het verhaal klopt, maar het is te weinig om onze mond te laten openvallen.
Het Beest toont ons een Frank Pé in alle grootsheid. De Brusselaar snapt de ware kracht van Franquins creatie, maar imiteert de meester nooit. Dit is geen kloon. Dit is echt. Dit is eerbetoon met klasse.



  De Beestenburcht 1: Miss Bengalore
Félix Delep + Xavier Dorison
Casterman, januari 2020

De ontdekking van het voorbije jaar zijn ineens twee albums van het vierdelige De Beestenburcht en tegelijk het zuivere talent van debutant Félix Delep. Scenarist Xavier Dorison laat hem schitteren in een eigen versie van de klassieke, tijdloze en onverwoestbare roman Animal Farm. Het duo kan nog tweemaal scoren met deze minireeks en dan wenkt hopelijk een nieuw gezamenlijk creatief avontuur.

Uit de bespreking van Mario Stabel: Voor de niet zo diehardfans onder ons willen we even vermelden dat Animal Farm een allegorische vertelling is waarbij Orwell het communisme van Stalin op de korrel neemt en zo op een satirische wijze komaf maakte met de vermoedens dat hij zou dwepen met extreem-links. Dorison heeft dus grote schoenen te vullen en we waren dan ook zeer benieuwd wat hij nog kon toevoegen aan een novelle die ook na al die jaren nog steeds de literaire perfectie benadert.
In dit eerste deel lijkt de scenarist op het eerste gezicht redelijk trouw aan het origineel te blijven. Oké, er zijn wat personagewissels, de namen zijn veranderd en nu is het stier Silvio die de lakens uitdeelt in plaats van het zwijn Napoleon, maar toch: het blijft nog steeds vintage Orwell. Het grote verschil zit hem dan ook in enkele subtiele passages. Terwijl bij Orwell de beestenboel linea recta als een troep lemmingen richting afgrond laveert, maakt Dorison plaats voor een sprankeltje hoop in zijn versie. De margrietenrevolutie, de rondreizende rat/potsenmaker die het over een Gandhi-figuur heeft... Dit alles zorgt ervoor dat de dieren die onderaan de ladder staan, stilaan de nodige moed vatten om zich niet meer als een stuk vuil te laten behandelen. Zo mis je weliswaar voor een deel de donkerte van het oorspronkelijke verhaal, maar krijg je er gelukkig ook heel wat licht en lucht voor terug.
De tekeningen van nieuwkomer Félix Delep(elaire) zijn bovendien ronduit schitterend en gaan dan ook met een groot deel van onze lauweren lopen. Het lijkt wel of hij de fauna van een Jean-Claude Servais of René Hausman door een Disney-mangel haalde en er tegelijk een kinderboerderij van Michaël Olbrechts of Frank Pé over kieperde. Normaal zijn we redelijk zuinig met complimenten, maar deze jonge tekenaar (bouwjaar 1993) lijkt ons de ideale wissel op de toekomst als de Duprés, Bosschaerts of Swolfsen van deze wereld hun tekenpotlood aan de wilgen hangen.



  Het Goud van de Zwendelaar
Juanjo Giuarnido + Alain Ayroles
Uitgeverij L, november 2020

In plaats van het equivalent van drie nieuwe Blacksad-albums te tekenen, legde Juanjo Guarnido zich jarenlang toe op het tekenen van het 160 pagina's tellende one-shot Het Goud van de Zwendelaar... en dan ziet hij een eerste plaats toch nog aan zijn neus voorbijgaan door andere strips met dieren in. Geen nood, de nummer 1-plaatsen in volgende jaren liggen in het verschiet nu hij aan een nieuwe Blacksad werkt, meteen een tweeluik. In ieder geval hoort Het Goud van de Zwendelaar nu tot zijn indrukwekkende palmares. Inkleurder Jean Bastide is trouwens de huidige tekenaar van Bollie & Billie en hij is een van de twee tekenaars van een te verschijnen album van Idefix... allebei toch ook met dieren in.

Uit de bespreking van Wouter Porteman: Het Goud van De Zwendelaar is het gefantaseerde vervolg van de in Spanje nog steeds populaire schelmenroman El Buscón uit 1626. Tien jaar hebben Guarnido en scenarist Alain Ayroles (Sabels en Galjoenen, Garulfo,...) er aan gewerkt. Drie jaar, inclusief schetsreizen naar Peru, werkte de tekenaar aan het storyboard. Zot, maar dit moest af zijn. Dit moest hun meesterwerk worden. Het resultaat is een fantasierijk verhaal geworden vol verwachte, onverwachte wendingen dat je met een dikke glimlach leest. Een echte schelmenroman voor Jan en alleman dus.
Zoals verwacht zijn Guarnido's tekeningen weer geweldig. Vanuit zijn ervaring bij Disney weet hij dat elk klein gebaar belangrijk is. Hij is de koning van de subtiliteit. Een blik, een handbeweging of een decor een beetje anders geplaatst,... Elke nuance telt. Het mooiste voorbeeld is de hoofdfiguur Pablos. Eigenlijk is dit een complexe, kleine magere antiheld die je zou moeten verachten, maar hij heeft een soort expressieve sympathie over zich waardoor hij iedereen rond zijn vinger weet te winden. Guarnido blaast zijn mimiek en expressie op, alsof Pablos een derderangsacteur is in een dorpstheater. Toch voelt de oplichter niet aan als een karikatuur. Zijn geloofwaardigheid dankt hij ook aan de straffe inkleuring in samenwerking met Jean Bastide en Hermeline Janicot-Tixier. De Blacksad-tekenaar diept zijn Disney-trucje weer op om met warme en koude kleuren de toon en karakters te bepalen. Maar wat hier extra opvalt, is dat Guarnido, net zoals zijn favoriete schilder Rembrandt, speelt met licht om scènes meer diepgang te vinden. Het levert een Robijnzachte inkleuring op. Sommige personages en decors benadrukt hij daarna met een simpel zwart lijntje waardoor je extra dieptezicht krijgt over de hele prent. Het resultaat is gewoonweg indrukwekkend.



  De Slang en de Speer 1: Berg-Schaduw
Hub
Silvester, juni 2020

Een dik detectiveverhaal in het tijdperk van de Azteken. Een compleet andere setting voor Hub die succes en faam vergaarde dankzij de tiendelige reeks Okko. Het risico dat hij nam, werd beloond. Uitgeverij Silvester zette tevens zwaar in om extra promotie rond de start van deze trilogie te creëren. En ook dat werd beloond. Eind dit jaar zou deel 2 moeten verschijnen.

Uit de bespreking van Wouter Porteman: Niemand zou het Hub kwalijk genomen hebben, mocht hij een nieuw hoofdstuk aan zijn succesreeks Okko hebben gebreid. Maar de inspiratie kwam niet en hij wou zijn talrijke fans niet bedriegen met ondermaats werk. De Fransman koos voor de vlucht vooruit en besloot zijn jeugdfascinatie voor de Azteekse cultuur te verstrippen. Na jaren zwoegen had Hub een volledig uitgeschreven verhaal van dik vijfhonderd pagina's klaar. Een indrukwekkend epos in drie delen met een banale titel.
Hub maakt het zijn lezers niet gemakkelijk met zijn Azteekse thriller. Meer dan twintig personages duiken links en rechts op. Allemaal spelen ze hun rol. Via talrijke flashbacks werkt Hub hen laag per laag verder uit. En dan, na pakweg vijftig pagina's, komen de hoofdfiguren eindelijk op het voorplan en start het enigmatische moordonderzoek dat pas echt losbreekt als je het album na 184 pagina's (inclusief dossier) verbouwereerd weer dichtklapt. Al die tijd dompelt Hub je onder in de fascinerende Azteekse wereld. Het geniale is dat hij zijn verhaal dik vijftig jaar vóór de inval van Cortès en co situeert. In alle door ons gekende Azteekse -, Inca- en Maya-strips is de Europese cultuur van de conquistadores ons houvast. Zo was onze eerste kennismaking met die vreemde cultuur het moment waarop Lambik in Het Gouden Paard het verenkostuum van een adelaarkrijger pluimt. We lachten die bizarre halve kiekens uit en keken later vol afschuw naar hun bloeddorstige traditie van mensenoffers. Wij, Europeanen, waren in al deze strips, met onze eigen bloederige waarden, superieur. Hub neemt je in zijn album mee naar de kern van deze, voor ons onbekende beschaving. Mensenoffers, cultuur, educatie, drugs, religie, politiek, leger, de kracht van de adelaarkrijgers,... Vanuit hun standpunt bekeken, is dit eigenlijk allemaal nieuw voor ons. Met dezelfde flair als in Okko maakt Hub ook deze complexe wereld duidelijk. Zo kende de gigantische beschaving geen politie. Een seriemoordenaar zou de hele politieke wereld kunnen doen daveren. En aldus worden vier verschrompelde mummies plots veel belangrijker dan de vele duizenden religieuze mensenoffers.



  Een Godverdomse Klootzak 2: O Maneta
Olivier Pont + Régis Loisel
Blloan, december 2020

Dit tweede deel behoudt de goede indruk die deel 1 naliet en in 2019 op nummer 3 eindigde. Zowel tekenaar Olivier Pont (zie Over de Grenzen van de Tijd..., onze nummer 1 van 2004) en Régis Loisel (diverse topposities met Magasin Général, Peter Pan en Op Zoek naar de Tijdvogel) zijn geliefde auteurs bij onze lezers.

Uit de bespreking van Diederik Van de Velde: Wat kan Olivier Pont (Over de Grenzen van de Tijd...Ontboezemingen) toch enthousiast en zwierig tekenen. De man zorgt met zijn knappe paginaopbouw, slimme close-ups en kundige overgangen opnieuw voor een album dat filmisch leest, wat gezien Ponts werkzaamheden in de filmwereld helemaal niet vreemd is. Het album heeft duidelijk weer vaart. Minder dan in het vorige deel wel, maar dat is misschien maar beter zo. Dat tempo leek immers moeilijk om meerdere delen vol te houden. Ook de spanningsboog is net dat beetje losser en het zuivere verrassingseffect van het openigsdeel is nagenoeg volledig verdwenen. Dat mag allemaal nogal negatief klinken, maar begrijp ons niet verkeerd, dit blijft een strip van een bijzonder niveau. Het niveau waar menig ander auteur een hele carrière naar streeft om het waarschijnlijk nooit te halen. Régis Loisel (Op Zoek naar de TijdvogelMagasin GénéralPeter Pan) voegt slecht met mondjesmaat nieuwe plotaanwijzingen toe, een gedurfde keuze. Maar als we de alweer ijzersterke cliffhanger zien dan twijfelen we er haast niet aan dat die keuze aan het eind de juiste zal blijken. De auteurs willen duidelijk dezelfde richting uit. Dat is te zien aan de manier waarop zowel het scenario als de tekeningen dezelfde subtiel humoristische trekjes bevatten.
Eigenlijk zijn beide heren slachtoffer van hun eigen faam en succes. Het is logisch, maar eveneens onfair, dat we nieuw werk steeds aftoetsen tegen hun beste werk. Dat Een Godverdomse Klootzak het daartegen moet afleggen, is zeker geen schande maar haast de logica zelve. De samenwerking Loisel-Tripp was zo griezig perfect dat het wel uit een en dezelfde hersenhelft leek te komen. Het duo Loisel-Pont heeft dat naturelle gevoel minder, maar toch heeft hun samenwerking een vanzelfsprekendheid waarvan we meer willen zien.



  De Beestenburcht 2: Margrieten in de Winter
Félix Delep + Xavier Dorison
Casterman, december 2020

Ook van deze strip (zie hieronder bij Zwarte Waterlelies) sloot onze medewerker zijn bespreking van De Beestenburcht deel 2 meer dan terecht af met: "We voorspelden al in januari dat dit weleens toplijstjesmateriaal kon zijn. Die "weleens" mag je schrappen. Je mag ons met pek en veren afvoeren als deze De Beestenburcht niet in onze lezerstop-10 van 2020 raakt. Topstrip." En daar is dus geen woord van gelogen. Alleen jammer van dat vat pek en de zak veren die we hadden besteld.

Uit de bespreking van Wouter Porteman: Animal Farm! Dat is allemaal gepikt van Animal Farm, en overgoten met een scheut Ghandi. Inderdaad! Scenarist Xavier Dorison stopt het helemaal niet weg. Toen hij als dertienjarige het iconische boek voor de eerste keer las, was hij overweldigd. Hetzelfde gevoel hadden wij ook toen we als kleine jongen verschillende keren de animatiefilm uit 1954 zagen. Dit was heftig, en we zijn maar al te blij dat dit straffe verhaal werd heropgepikt. Dorison behoudt tot nu toe dezelfde verhaalopbouw en hoofdelementen van zijn grote inspiratiebron. Geregeld verwijst hij fijntjes naar de dictatuur van de zwijnen. Vóór het rijk van de stier en zijn getrouwen waren de hoevedieren het slachtoffer van de varkens. Vandaag zijn de biggen zijn persoonlijke slaafjes. Niets is zo vergankelijk als macht. Maar Dorison is slim. Hij vermengt het bekende anti-Stalinverhaal met trucjes die hij haalde uit Comment Faire Tomber un Dictateur Quand On Est Seul, Tout Petit, et Sans Armes van de Serviër Srdja Popovic. Het zijn die twisten die het verhaal redden van de troosteloze miserie die Animal Farm eigenlijk was. In dit tweede deel is er beduidend minder actie, maar tonnen meer strategische en psychologische spelletjes. We zijn helemaal fan.
Deel 1 van De Beestenburcht verscheen begin dit jaar en werd mede door de straffe tekeningen overal bejubeld. Deel 2 van de vierdelige reeks bevestigt alleen maar de status van de amper 27-jarige Fransman Félix Delep(elaire). Opnieuw schotelt hij ons een opvallend klassieke strip voor. Vergeet de grootse platen, spectaculaire perspectieven en wilde kadrering. Delep zoekt in zijn beestenstrip vooral naar het kleine gebaar. Een blik, een kleine beweging, gecombineerd met een perfecte inkleuring. Allemaal weinig spectaculair, maar toch enorm beklijvend. De Fransman slaagt er immers in om zijn beesten enorm vlot te tekenen, hun dierlijkheid te laten behouden, maar ze toch te vermenselijken zonder dat ze te karikaturale Disney-figuurtjes worden. Zo staan bij de konijnen de ogen iets meer frontaal dan in de werkelijkheid, maar ze zijn voor de rest echte konijnen... met hun konijnenstreken en hun konijnenwensen.



  Zwarte Waterlelies
Didier Cassegrain + Fred Duval naar de roman van Michel Busi
Dupuis, februari 2020

One-shots krijgen maar één kans om te scoren, in tegenstelling tot nieuwe albums van reeksen die de reeks langer doen meegaan, ook in topoverzichten. Wie Zwarte Waterlelies het afgelopen jaar liet liggen, kunnen we dankzij deze machtige score nog eens wijzen op het bestaan van dit impressionante moordmysterie. Onze bespreker van dienst sloot zijn bespreking in februari 2020 af met de voorspelling: "Een absolute aanrader. Bovendien was de strip bij onze zuiderburen een vaste gast in bijna elk eindejaarslijstje. We zouden er al flink naast moeten zitten, mocht Zwarte Waterlelies dit kunstje bij ons dit jaar niet overdoen. Impressionant top-10-materiaal."

Uit de bespreking van Wouter Porteman: Zwarte Waterlelies is een bewerking van de gelijknamige thriller van Michel Bussi. Hoewel het boek sinds de eerste druk in 2011 niet minder dan dertien maal bekroond werd als beste polar, hadden we er nog nooit van gehoord. En daar zijn we nu zo blij om. Zwarte Waterlelies is immers zo'n verhaal dat je op het eind perplex achterlaat waardoor je het onmiddellijk herleest en je je voor het hoofd slaat dat je die plotwendingen niet had zien aankomen. Het Shutter Island van het impressionisme. Onbevangen begonnen we eraan. Scenarist Fred Duval neemt zijn tijd. Hij zet de mooiste zinnen uit de roman om in geweldige dialogen, maar even vaak verrast hij ons met indrukwekkende, tekstloze pagina's. Zo maken we uitgebreid kennis met de drie bijzondere dames, gniffelen mee met de sociale satire over de toeristen en zitten op het puntje van onze stoel als de inspecteurs de moord proberen te ontrafelen. Geen enkele keer hadden we de indruk dat we een romanbewerking lazen. Dit is een echte strip.
Het strafste is dat de hele beeldroman overkomt als een groot impressionistisch schilderij. Met het kleine dorpje Giverny is het kader duidelijk afgebakend. Wat daarin gebeurt, lijkt kristalhelder van ver af. Hoe dichter je de zaken bekijkt, hoe waziger echter alles wordt. Elke indruk die je hebt, is fout. Elke impressie is een momentopname, badend in een steeds veranderend licht op de zaken. De misleidende valsheid van het impressionisme ten top.



  Tot de Laatste
Paul Gastine + Jérôme Félix
Saga Uitgaven, maart 2020

Een van de ontdekkingen van vorig jaar: een western waarin zowat alle clichés uit het genre aan bod komen — met uiteraard bloedwraak als hoofdthema — maar die het toch nog presteert om een zinderende leesbeurt te veroorzaken. Niet alleen bij ons, getuige de inmiddels vele vertalingen en herdrukken in binnen- en buitenland. De prachtige tekeningen en sfeervolle inkleuring van Paul Gastine en het knappe verhaal van Jérôme Félix smeken om een nieuwe samenwerking. Het duo werkt aan een nieuwe western die hopelijk opnieuw zal knallen.

Uit de bespreking van Johan Decloedt: Het duo Paul Gastine en Jérôme Félix — ook gekend van hun vierdelige reeks De Erfenis van de Duivel — hebben een mooi werkstuk afgeleverd. We genieten van de zwierige, heldere, expressionistische tekenstijl van Gastine die ten volle de filmische opbouw van het scenario ondersteunt. De afwisseling tussen close-ups, vergezichten, vogelperspectief en breedhoekbeelden laten de amateur-fotograaf in ons likkebaarden. En wat we vooral waarderen, is dat we de platgetreden, volledig herkauwde clichés van de western vermijden. Een onvoorspelbaar verhaal. Daar houden we van. En de kleuren ? Top. Geen wonder dat we uitkijken naar hun volgende western.



  De Blauwbloezen 65: De Oorlogscorrespondent
Jose Luis Munuera + BeKa / Jose Luis Munuera
Dupuis, november 2020

Raoul Cauvin heeft zijn allerlaatste De Blauwbloezen al een hele tijd geleden geschreven. Door die beslissing had Willy Lambil meer tijd nodig om dat verhaal te tekenen. Het wordt deel 64 in de reeks en dat mogen we in het najaar verwachten. Als het aan hem ligt, stopt hij pas met het tekenen van de reeks als ze hem dood aan zijn tekentafel vinden. Hij is inmiddels al deel 66 aan het tekenen. Deel 65 is dus dit speciale intermezzo dat nog geen garantie biedt op een nieuw vast team in deze samenstelling: Jose Luis Munuera als tekenaar en medebedneker en het echtpaar Caroline Roque en Bertrand Escaich alias BeKa als scenaristen. Hoewel een drastische auteurswissel conservatievere lezers hoog van de toren laat schreeuwen dat alles vroeger beter was, moet men toch erkennen dat De Oorlogscorrespondent een stevig verhaal biedt vol boeiende elementen. En het dynamische tekenwerk van Munuera is een mooie meerwaarde. En hoe vernieuwingsgezind blijken onze lezers?... Dit album van De Blauwbloezen is het eerste sinds ons bestaan en sinds we een jaarlijkse top presenteren dat in de top-20 belandde!

Uit de bespreking van Jacky Cornelis: De Blauwbloezen teert reeds van het allereerste album op een aantal ingrediënten. De tweestrijd tussen Blutch en Chersterfield. De ene pacifist, de andere militair in hart en nieren. Anderzijds wordt er steeds rond een specifiek thema uit de Burgeroorlog gewerkt dat doorgaans redelijk historisch correct is. De tijdsgeest en de mentaliteit van mensen en officieren wordt hierbij karikaturaal uitvergroot, wat vaak tot komische toestanden leidt. Wie de reeks leest, krijgt een vrij mooi beeld van de Amerikaanse Burgeroorlog, wat op zich al een prestatie is. Aan BeKa en Munuera om zich hier in te nestelen.
Scenariogewijs is dit album geen half werk geworden. Russel wordt doodserieus neergezet en doet doorheen het album wat hij moet doen: vriend en vijand een geweten schoppen. De ontmoeting met Daisy en haar weeshuis is aangrijpend en doet je even vergeten dat je een album van De Blauwbloezen aan het lezen bent. Nooit waren Blutch en Chesterfield zo tastbaar en zo menselijk. Toch ligt humor nooit ver om de hoek, weliswaar een pak subtieler en iets minder kolderiek. Eerlijkheidshalve moeten we toegeven dat dit van het beste is dat we tot nog toe gelezen hebben van De Blauwbloezen... Dan hebben we het nog niet over het tekenwerk gehad... Munuera zet zijn eigen tekenstijl neer en legt hier en daar humoristische accenten. Nergens voelt het aan als een echte stijlbreuk met het werk van Willy Lambil, eerder een versie 2.0. Achtergronden worden met meer detail afgewerkt en de actie is net dat beetje flitsender.
Stiekem hopen we dat dit geen eenmalig gegeven wordt. Het eindresultaat van deze samenwerking is namelijk een album dat zich zonder scrupules bij de betere van de reeks mag voegen.



  De Avonturen van Blake en Mortimer 27: De Schreeuw van de Moloch
Dominique Cailleaux / Étienne Schréder + Jean Dufaux
Blake en Mortimer, november 2020

Ook Blake en Mortimer is een weerkerende aanwezigheid in de hogere regionen van onze jaarlijkse toplijsten, samengesteld door de lezers. Dit vervolg op De Septimus-Golf, door de nieuwe tekenaar Dominique Cailleaux, doet het één plaatsje beter dan in 2013. Voor wie de overmatige tekstballonnen van scenarist Yves Sente niet lust of het warrige aan Jean Dufaux's inbreng kan missen, betekent het eind dit jaar te verschijnen Blake en Mortimer-album misschien een opluchting. Voor dat laatste Blake en Mortimer-verhaal van Jean Van Hamme kregen de Nederlandse tekenaars Peter van Dongen en Teun Berserik de eer het te mogen tekenen.

Uit de bespreking van Dai Heinen: Als we aan Jean Dufaux denken, gaan onze gedachten vooral uit naar de Romeinse topreeks Murena. Maar de bekendste reeks waaraan hij heeft meegewerkt, is zonder twijfel Blake en Mortimer. Inmiddels zijn er meer albums van deze klassieker verschenen na de dood van schepper Edgar P. Jacobs dan vóór zijn overlijden.
Hoewel Dufaux in deze reeks hiervoor slechts één album op zijn naam heeft staan, vinden we De Septimus-golf wel een van de meest opvallende. Over het uitgangspunt heeft hij goed nagedacht, maar qua verhaal vinden we het nog steeds niet de beste Blake en Mortimer. Dufaux had het voornemen om zijn volledige verhaal in drie delen te vertellen met een hoofdrol voor Olrik als de eeuwige en ultieme bad guy. Door omstandigheden is dat trilogievoornemen herleid naar een tweeluik. Het idee om de afkomst van Olrik bekend te maken, heeft hij verder niet uitgewerkt. Hij was overigens voornemens om Olrik als derde zoon te laten afstammen van de Britse fascist Oswald Mosley (1896-1980). Netflix-kijkers zullen Mosley vooral kennen als personage uit de serie Peaky Blinders. Omdat andere betrokkenen bij Blake en Mortimer, onder wie uitgever Yves Schlirf, het doodzonde zouden vinden om Olrik een verleden te geven en zo zijn mythische karakter zou verdwijnen, zag Dufaux zich genoodzaakt om 40% van wat hij had geschreven in de prullenmand te gooien. Als tegenprestatie sprak hij met alle andere Blake en Mortimer-scenaristen af om Olriks verleden ook in hun verhalen uit de weg te gaan. Een ander verhaalidee om sjeik Abdel Razek naar Londen te laten komen om zijn vloek over Olrik teniet te doen, schrapte hij ook uit het verhaal.



  De Nieuwe Avonturen van Roodbaard 1: Gehangen maar niet Dood
Stefano Carloni + Jean-Charles Kraehn
Dargaud, september 2020

De goede verkoop van de integralen die Sherpa de laatste jaren uitgaf en die ook in het Frans met succes bij Dargaud liepen, gaven de comeback van de piraat al de wind in de zeilen. Achter een sterke, intrigerende cover schuilt een evenwichtig verhaal met voldoende actie en een intrige die op zijn pootjes belandt, hoewel je pas met het vervolg van dit eerste tweeluik de ware voldoening zal krijgen. Met scenarist Jean-Charles Kraehn als ervaren rot en tekenaar Stefano Carloni die aansluit bij moderner in beeld gebrachte strips lijkt die combinatie ons ook een weloverwogen keuze waar we nog jaren mee verder kunnen. Roodbaard is terug, en hoe!

Uit de bespreking van Diederik van de Velde: Waar begin je als je de meest mythische piraat uit de stripgeschiedenis een doorstart wil geven? Ervaren rot Jean-Charles Kraehn (De Onthoofde Arenden, Gil Saint-André, Tramp) kiest ervoor om terug keren naar de roots en dit album te laten aansluiten op de verhaallijn rond het Azteekse goud, geschreven door Jean-Michel Charlier, de bedenker van de reeks. Met de buit van de Azteekse avonturen trekt Roodbaard zich terug op Cap-Français, in een kaperbestaan en met frisse tegenzin. Dat geeft mogelijkheden voor een nieuwe verhaalinsteek. Teruggrijpen naar Charliers werk zorgt voor zowel een opening als continuïteit. Door Roodbaard opnieuw kaper te maken, heeft Kraehn bijvoorbeeld de mogelijkheid om (in de toekomst) nog eens aan te knopen bij Eriks morele bezwaar tegen piraterij, wat eerder in de serie dikwijls aan bod kwam. Roodbaards zoon Erik heeft in dit nieuwe avontuur trouwens voorlopig een eerder kleine rol. Dat hoeft niet vreemd aan te voelen, Roodbaard is een reeks die vroeger ook al verrassende keuzes aandurfde. Zo waren er in het verleden albums waar Erik de hoofdrol volledig van zijn vader overnam of waar de bebaarde piraat zelfs helemaal afwezig bleef.
Kraehn voert met zijn Roodbaard een personage op dat op sommige vlakken danig verschilt van Charliers Roodbaard. De blanke pit in de ruwe bolster komt zo nu en dan wat nadrukkelijker aan de oppervlakte. Roodbaard die te vermurwen valt met het vooruitzicht op een lekkere maaltijd en die zich in een taverne haast opwerpt als vakbond voor verschoppelingen en armen. Dat is nieuw. Tegelijk is Kraehn scenarist genoeg om te weten dat de personages en de stijl van Charlier nog altijd staan als een huis. Die moet je niet veranderen om te veranderen. Hooguit moet je die de eenentwintigste eeuw in begeleiden. En dat doet Kraehn. Baba, Roodbaards trouwe luitenant, voegt de letter "r" toe aan zijn alfabet. De vele beschrijvende tekstkaders, een handelsmerk van Charlier, blijven overeind maar krijgen een talige update. Ze blijven wel voldoende verhalend en ogen zo als een ode aan de meesterverteller die Charlier was. De eveneens typische scheepstermen die Charlier zo vaak gebruikte, zijn ook in dit album terug te vinden. De verklaringen van die termen zijn — in tegenstelling tot vroeger — niet meer in de bladspiegel verwerkt, maar verplaatst naar een meer eigentijdse verklarende woordenlijst.



  De Bom
Denis Rodier + Alcante / Laurent-Frédéric Bollée
Scratch Books, november 2020

Extreem gedocumenteerde aanpak die volgens de oorspronkelijke uitgeverij Glénat te vergelijken is met de tv-serie Chernobyl. Een referentiewerk over de atoombom die in het Frans ook zelf... heu... insloeg als een bom. Meer dan honderdduizend verkochte exemplaren en dat voor een strip in zwart-wit van 472 pagina's! Desondanks wilden sommige uitgeverijen zich niet wagen aan een vertaling omwille van de hoge vertaalkost en het beperkte bereik. Scratch Books ging de uitdaging integendeel wel aan. Moge deze twaalfde plek stimulerend zijn voor meer van dergelijke uitdagingen.

Uit de bespreking van Mario Stabel: Scenaristen Alcante (Didier Swysen) en Laurent-Frédéric Bollée hebben zich door een karrenvracht aan vakliteratuur geworsteld en leveren hier een doorwrocht en uitgekiend scenario af waar we onze pet serieus voor afdoen. Je krijgt aan de hand van verschillende fragmenten inkijk in het Manhattan Project, de wedloop om kernwapens, de sabotagepogingen,... Was dit alleen maar een encyclopedisch opgebouwd verhaal geweest dat zich louter beperkte tot de historische feiten, dan hadden we serieuze bedenkingen gehad bij de meerwaarde van deze vuistdikke graphic novel. De auteurs gaan echter net dat stapje verder, schotelen je de standpunten en onzekerheden van de verschillende partijen voor en gunnen je ook een blik aan de andere (menselijke) kant door een fictieve Japanse familie te introduceren. De vondst om ook het uranium zelf als een verteller aan bod te laten komen, is niet minder dan geniaal. Door vooral de nadruk te leggen op de morele bezwaren van wetenschappers als Leó Szilárd en Albert Einstein tegen het gebruik van atoomwapens ontvouwt het album zich ook als een anti-oorlogspamflet.
De uitwerking is echter van dien aard dat het boek je al vrij snel toch bij de keel weet te grijpen en je met een hol gevoel van machteloosheid achterlaat. Dit is dan ook een album dat de hoge verwachtingen moeiteloos inlost. Er is al veel gezegd en geschreven over deze periode en de archieven die mondjesmaat hun info prijsgeven, doen je vaak de wenkbrauwen fronsen. Hoe sommige mensen nog kunnen slapen of relaties aanhouden terwijl ze actief betrokken waren bij een dergelijk megalomaan spierballengerol, zullen we wel nooit begrijpen. Lees deze De Bom, lees de mangareeks Gen Barrevoets van Keiji Nakazawa en hoop met ons mee dat de machtigen der aarde het verstand hebben om nooit meer voor deze ultieme oplossing te kiezen. Mensen zijn meer waard dan een cijfer op een spreadsheet.



  Thorgal 38: De Selkie
Fred Vignaux + Yann
Le Lombard, november 2020

Thorgal is een vaste waarde in deze toplijst, bijna ongeacht de kwaliteiten van scenario of tekeningen. Onze recensent vond er niets aan. Lezers lijken dan weer wel te houden van Yanns bedoelde terugkeer naar de bron met een compleet verhaal in één album in plaats van een onderdeeltje in een langere, eindeloos lijkende cyclus. Fred Vignaux doet zijn best om in de voetsporen van Grzegorz Rosinski te lopen. De Poolse tekenaar strompelde dan wel voor zijn eigen laatste albums, maar het blijven grote schoenen om te vullen.

Uit de bespreking van Dai Heinen: Dit is een ronduit magere Thorgal en Fred Vignaux's tweede volwaardige Thorgal is geen vooruitgang. Soms weet hij ons aardig te verrassen, maar te vaak vinden we het niet meer dan middelmatig met heel fletse achtergronden.
Een stripicoon als Thorgal verdient een beter verhaal en dito tekeningen dan dit album. Alleen op het einde toont Yann iets van zijn kunnen. Het is dan al te laat om het verhaal te redden.
Op zijn terugweg naar de top beschouwen we dit als een dal en we vertrouwen er op dat het de volgende keer weer een aankomst bergop wordt. Een nieuwe imponerende tegenstander zou hier zeker iets aan kunnen toevoegen. Daarmee bedoelen we niet die over enkele albums pas voorziene terugkeer van Kriss van Valnor.



  Blast integraal
Manu Larcenet
Blloan, november 2020

Het label Blloan bestaat niet meer. Dergelijke albums van belang zullen we voortaan bij andere labels van de groep Standaard Uitgeverij moeten vinden. Op de valreep gaf Blloan ons nog een vette integraal van Blast cadeau... die alweer is uitverkocht. Deel 3 stond in 2013 op plaats 14, deel 4 in 2014 op plaats 4.

Uit de bespreking van Wim De Troyer: Er zijn enkele werken die zo belangrijk zijn voor een genre of kunstvorm dat ze het overvleugelen en er een essentieel deel van worden. Wat Apocalypse Now voor de cinema is, vervult Blast voor de stripwereld. Het belang kan niet overschat worden, want het is een meesterwerk. In een wereld waarin we elkaar graag over de voeten vallen met superlatieven is het soms moeilijk om wel degelijk aan te tonen hoe belangrijk en er met kop en schouders bovenuit stekend een bepaalde strip wel is. Blast is een monoliet op een kiezelstrand.
In net iets meer dan 800 pagina's (die je in één ruk kan uitlezen, we deden het gisteren nog) toont Manu Larcenet ons de pracht van het macabere, tekent, schildert, en giet in symbolen de condition humaine van Polza. Een diep verontrustend en gruwelijk portret van een man die enkel nog aan zijn eigen genot besluit te denken, een man voor wie enkel "Blast" van belang is, het wegvagen van zichzelf.
De plot is een enkel, los draadje van dit fascinerende weefsel, en dat enkel eruit halen zou het werk tekort doen en vernietigen. Blast is een sensationele (in elke betekenis van het woord) ervaring die ten volle moet ervaren worden.



  Het Venijn 2: Vloedgolf
Laurent Astier
Daedalus, december 2020

Boeiend hoofdpersonage met een intrigerende achtergrond, geweldig getekend en verteld, een mooi gratis krantje als extra promotie, een goede verkoop,... Uitgeverij Daedalus geloofde terecht in het potentieel van deze western. In 2019 verozen deelnemende lezers het eerste album als vierentwintigste beste album van dat jaar. De kwaliteiten houden aan, de reeks won extra lezers en nu belandt deel 2 op een veel hogere plaats. Goede westerns worden altijd beloond in onze toplijsten.



  Wild West 1: Calamity Jane
Jacques Lamontagne + Thierry Gloris
Dupuis, februari 2020

Schreven we bij De 5 Rijken deel 1 nog dat 2020 het jaar is van de dierenstrips, dan moeten we er ook bij zeggen dat het geliefde westerngenre weer mooi is vertegenwoordigd. Wild West, over de jeugdjaren en het verdere leven van de befaamde Calamity Jane, is dan nog niet de hoogst genoteerde western van 2020. Het mooie, stevig vertelde werk van Jacques Lamontagne en Thierry Gloris krijgt in april een vervolg met die andere legendarische westernfiguur op de cover: Wild Bill Hickok. En de auteurs werken inmiddels aan deel 3.

Uit de bespreking van Jacky Cornelis: Het Wilde Westen staat bol van de interessante figuren. Vaak lopen feit en fictie echter enorm uit elkaar. We worden de laatste jaren ruim bedeeld met fictieve westerns met helden die al dan niet gebaseerd zijn op klassiekers uit de filmwereld. Met Wild West ligt het helemaal anders. We volgen het leven van een echte westernlegende, Martha Cannary, beter gekend als Calamity Jane.
Als jong meisje werkt ze als poetsvrouw in het bordeel van Mister Hicks. Op een avond wordt Martha aangerand door een bekende van het bordeel. Buck Callahan komt tussenbeide en ontfermt zich over het meisje. De kosten van de verzorging zetten Martha in de schuld bij Hicks. De prostitutie lijkt zo nog de enige uitweg. In hetzelfde dorpje is echter nog een andere westernlegende aangekomen: (Wild) Bill Hickok, revolverheld, premiejager en vermaard gokker. De wegen van Bill en Martha kruisen elkaar voor het eerst wanneer Martha hulp vraagt aan de premiejager om met haar aanrander af te rekenen.
Voor ons oordeel kunnen we snel to the point komen. Het is niet gemakkelijk om waargebeurde feiten om te zetten in een flitsend scenario. Scenarist Thierry Gloris is er echter in geslaagd om de lezer te betrekken in de uitzichtloze miserie van een jong meisje in het Wilde Westen. Dit eerste deel handelt over de minder bekende jonge jaren van Calamity Jane. Bedoeling is uiteraard om stilaan op te bouwen en ons een beeld te geven in de psyche van Martha en Bill Hickok. Missie geslaagd.



  De Kronieken van Amoras 7: Wie Niet Horen Wil
Charel Cambré + Marc Legendre
Standaard Uitgeverij, mei 2020

De beslissing om van elk album van De Kronieken van Amoras een meer sluitend, compleet verhaal te maken, viel duidelijk in goede aarde, met een stijgende curve. De delen 5, 6 en 7 belanden respectievelijk op plaats 385, 30 en 17. Het duo Charel Cambré en Marc Legendre, elk begaan met hun vak en de wereld daarrond, is al langer op elkaar ingespeeld. Daar horen net zo goed heftige discussies bij die de resultaten ten goede komen. Inmiddels loopt in het stripblad Eppo een voorpublicatie van een langer komisch avonturenverhaal Heden Verse Vis — waarin beide heren de stripwereld en zichzelf in hun hemd zetten — en eind dit jaar zullen beide heren ons verrassen met een eenmalig, zéér bijzonder project.

Uit de bespreking van Wouter Porteman: Amoras en haar kronieken hoeven we je niet meer voor te stellen. Het is een van de weinige recentere reeksen bij de oude Standaard Uitgeverij die echt doorbraken. De initiële cyclus was nochtans geen kattenpis met het scenariokluwen rond het tijdreizen. Ook het daaropvolgende Krimson-drieluik van De Kronieken van Amoras was geen hapslikwegverhaal. Een viertal delen geleden besloot scenarist Marc Legendre het geweer van schouder te veranderen. Afgeronde verhalen rond één specifieke actueel thema zouden de norm worden. Een beetje zoals de klassieke Sus en Wis, maar dan met de botte ruwheid die Amoras typeert. Er wordt nog steeds gevloekt, gedood en allerminst gemoraliseerd. En ook de axioma's van Willy Vandersteens helden blijven behouden. Het ongeduldige wicht Wiske, de pretentieuze Lambik, de overstuurse Sidonia,... het zit er nog allemaal in.
Ook deze Wie Niet Horen Wil is een perfect afgerond verhaal. En hoe! Dit kon het scenario van een blockbuster zijn. Alle ingrediënten voor de perfecte actiefilm zijn aanwezig: achtervolgingsscènes James Bond en Star Wars waardig, dramatische suspens en een creatieve überslechterik die de wereld een lesje wil leren. En nee, het is gelukkig niet Krimson. Het machtige van de reeks is dat Legendre ook nu tekenaar Charel Cambré uitdaagt. Bijna heel het verhaal speelt zich af in een ondergelopen stad in de gietende regen Begin er maar aan. Maar nergens gaat Cambré voor de gemakkelijkste oplossing. Vraagt het verhaal enkele hectaren oogstrijpe graanvelden, dan tekent hij die tot in het kleinste detail. Punt uit. Die kwaliteit, goesting en klasse voel je opnieuw het hele album lang. Grafische kameleon Cambré maakt er bovendien geen geheim van dat hij zich laat bijstaan door een schare medewerkers. Het valt op dat die gasten steeds straffer worden. Steven Dupré hoeft geen introductie meer, maar pakweg Tim Bolssens en inkleurder Shirow Di Rosso blijven ons steeds meer en meer verrassen. Topwerk.



  Driftwereld 2: Een Verhaal over Tovenaars
Ken Broeders
Uitgeverij L, oktober 2020

In 2019 was Driftwereld nog the new kid on the block en stemden de lezers Ken Broeders' nieuwste reeks Driftwereld naar plek 14, toen tegelijk het hoogst genoteerde album van een Vlaamse stripmaker. In 2020 verdringen andere new kids elkaar in hogere regionen terwijl Driftwereld in 2021 afstevent op het slot van de reeks. Driftwereld mag intussen rekenen op een Franse en Duitse vertaling zodat een nog groter publiek de wereld van Broeders' fantasie kan verkennen.

Uit de bespreking van Peter D'Herdt: Waar in het eerste deel nog de strijd tussen elfen en trollen centraal stond, gaat Broeders in dit tweede deel een stapje verder. Een beetje à la Game of Thrones wordt het plaatselijke oorlogje immers in de koelkast geschoven om een veel groter gevaar het hoofd te bieden: een almachtige heks. Door haar woorden, haar acties, de sfeer in haar duistere grot, de bittere tranen van haar slachtoffers en de quasi machteloosheid van haar tegenstanders, slaagt Broeders erin om de sinistere dreiging heel reëel te maken. De uitzichtloosheid is zelfs voor de lezer voelbaar en op stripgebied lijkt het geleden van de eerste delen van De Klaagzang van de Verloren Gewesten en die dekselse Blackmore dat we dat zo intens hebben beleefd. Die beleving wordt versterkt door de knap filmische manier van vertellen, met wisselende en clevere camerastandpunten, tempowisselingen, aandacht voor dialoog en decor,... Opvallend is de keuze om de wereldlijke setting niet in het heden, maar op het eind van de achttiende eeuw te situeren. Het komt de stemming en de kostumering alleen maar ten goede.
Het resultaat mag er wezen. Waar bij heel wat stripmakers na verloop van tijd toch wel wat de klad in hun werk komt, blijft Ken Broeders zich dartel en vol enthousiasme heruitvinden. Met elk verhaal dat hij schrijft en tekent, wordt hij beter: nóg meer sfeer, nóg betere timing, nóg meer (latente) humor. Tja: nóg meer métier. Ook de keuze voor een trilogie hoort daar bij: het blijft overzichtelijk en behapbaar en de garantie dat we als lezer een afgerond verhaal krijgen in deze onzekere tijden, is reëel.



  De 5 Rijken 1: Uit Alle Macht
Jérôme Lereculey / Lucyd / Didier Poli + Lewelyn
Daedalus, februari/maart 2020

2020 zal het jaar van de dierenstrips zijn op hoge plaatsen, en daar is een keer geen Blacksad voor verantwoordelijk. Ook de machtsstrijd in de middeleeuwse fantasyreeks De 5 Rijken sloeg duidelijk aan. De 5 Rijken deel 2 vinden we terug op plaats 111, deel 1 behaalt een mooie top-20-plaats.

Uit de bespreking van Mario Stabel: Terwijl Cyrus, de machtige koning van Angleon op zijn sterfbed het nakende einde afwacht, barst er een nooit geziene opvolgingsstrijd los tussen een aantal potentiële kandidaten. De buurlanden kijken argwanend toe, want de stervende monarch toonde zich steeds een voorstander van een vredesproces, hoe wankel het ook mocht zijn, maar dat dreigt nu in het gedrang te komen als de vorst zijn laatste adem uitblaast.
Deze reeks is ontsproten aan het brein van David Chauvel, maar de albums worden uitgewerkt door Lewelyn, een scenaristencollectief dat bestaat uit Chauvel zelf, Andoryss en Patrick Wong. Doordat het verhaal niet alleen een heirbaan aan actie bevat, maar er nogal wat zijpaadjes naar seks, intriges en een vleugje mysterie leiden, is de link met het Game of Thrones-universum snel gelegd. Alleen de draken lijken voorlopig nog on hold te staan. De antropomorfe figuren van tekenaar Jérôme Lereculey maken er in elk geval een zeer aangenaam kijkstuk van.



  Murena 11: Lemuria
Theo Caneschi + Jean Dufaux
Dargaud, december 2020

Murena is een vaste waarde in de toplijstjes van heel wat deelnemende lezers, al duikt het jongste album wel naar beneden na jarenlange top-5-posities. Tekenaar Theo Caneschi wisselt nieuwe albums af met de voltooiing van andere reeksen. Intussen heeft hij De Verschrikkelijke Paus (op scenario van Alejandro Jodorowsky) afgerond. De vertaling van dat vierde deel belandde op nummer 85 in de toplijst van 2020. Zijn volgende album wordt De Lemen Troon deel 7, waarmee ook die reeks ten einde komt.



De nummers 21 tot 25

21. Robbedoes bij de Sovjets (Fabrice Tarrin + Fred Neidhardt)
22. Keizerin Charlotte 2: Het Rijk (Matthieu Bonhomme + Fabien Nury)
23. Nero: De Toet van Tut (Luc Cromheecke + Willy Linthout)
24. Mattéo 5: Vijfde Periode (september 1936 - januari 1939) (Jean-Pierre Gibrat)
25. RIP 1: Derrick - De Dood Overleef Ik Niet (Julien Monier + Gaet's)


De nummers 26 tot 30

26. Een Avontuur van Luitenant Blueberry 1: Apache Rancune (Christophe Blain + Joann Sfar / Christophe Blain)
27. New York Cannibals (François Boucq + Jerome Charyn)
28. Krasse Knarren 6: Het Verstopte Oor (Paul Cauuet + Wilfrid Lupano)
29. De Wolf (Jean-Marc Rochette)
30. De Kronieken van Amoras 6: De Underdog (Charel Cambré + Marc Legendre)


De nummers 31 tot 35

31. Negalyod (Vincent Perriot)
32. De Avonturen van Suske en Wiske: De Sonometer (Dirk Stallaert + François Corteggiani naar Willy Vandersteen)
33. Ter 1: De Vreemdeling (Christophe Dubois + Rodolphe)
34. Kent State: Vier Doden in Ohio (Derf Backderf)
35. De Schorpioen 13: Tamose de Egyptenaar (Luigi Critone + Stephen Desberg)


De nummers 36 tot 40

36. Karmen (Guillem March)
37. Max Havelaar (Eric Heuvel + Jos van Waterschoot)
38. Cézembre 1 (Nicolas Malfin)
39. Aaron (Ben Gijsemans)
40. De Kiekeboes 156: Blauwblauw (Steve Van Bael met medewerking van Jos Vanspauwen + Bruno De Roover onder supervisie van Merho)


De nummers 41 tot 45

41. Centaurus 5: Het Dode Land (Zoran Janjetov + Leo / Rodolphe)
42. Op Mars_ 1: Een Nieuwe Wereld (Grun + Sylvain Runberg)
43. Ravian door Manu Larcenet: Het Pantser van de Jakolass (Manu Larcenet)
44. Shi 4: Victoria (José Homs + Zidrou)
45. Daedalus 1 (Charles Burns)


De nummers 46 tot 50

46. In Golven (AJ Dungo)
47. De Gouden Eeuw 2 (Cyril Pedrosa + Roxanne Moreil / Cyril Pedrosa)
48. Raven 1: Nemesis (Mathieu Lauffray)
49. De Werelden van Aldebaran: Terug naar Aldebaran 3 (Leo)
50. Ekhö - De Spiegelwereld 9: Abidjan-Nairobi Express (Alessandro Barbucci + Christophe Arleston)


TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel