Aan alles komt een eind
We gedenken de overleden stripauteurs van 2018.
• 27 januari: Jan Steeman (84), tekenaar van Sjors en Sjimmie, Arad en Maya, Roel Dijkstra, Noortje,...
• 27 januari: Mort Walker (94), de schepper van Flippie Flink en reeksen als De Familie Achterop, oprichter van het latere National Cartoon Museum.
• 10 april: F'Murr (72), auteur van heel wat losse verhalen voor Pilote, Circus, Fluide Glacial, Wordt Vervolgd en van de absurde, metafysische serie Le Génie des Alpages.
• 2 mei: Jacques Stoquart (87): scenarist van onder meer Ramiro, Stany Derval, Ivan Zoerin, Steven Severijn, Natasja, Jan Kordaat,...
• 14 mei: William Vance (82), tekenaar van de bestseller XIII en een rijk palmares waarop Bruce J. Hawker, Bruno Brazil, Howard Flynn, Ramiro, Ringo Roderik, Marshal Blueberry en andere prijken.
• 27 mei: Julio Ribera (91), tekenaar van Axel Moonshine, Dracurella, Het Grote Genot,...
• 29 juni: Steve Ditko (90), medebedenker en oorspronkelijke tekenaar van Spider-Man, hij stond ook aan de wieg van Doctor Strange, de Leader in Hulk en hij gaf Iron Man zijn bekende rood-gouden harnas.
• 13 juli: Frank Giroud (62): scenarist van de bestseller De Tien Geboden en enkele spin-offreeksen daarvan, en verder van de conceptreeksen Quintett, Levenslijnen, Geheimen en ook nog een album van XIII Mystery, De Advocaat, "Vergeten" in Annam, De Blauwe Verten, Black Page, Eva K., Jackson, Mandrill...
• 23 augustus: Russ Heath (91): tekenaar van de Playboy-reeks Little Annie Fanny, op een van zijn stripplaatjes uit een oorlogsstrip is een werk van Roy Lichtenstein gebaseerd.
• 30 augustus: Gary Friedrich (75), scenarist van Ghost Rider.
• 6 september: Édouard Aidans (88), tekenaar van Toenga, De Familie Kleester, De Panters, Tony Stark, Bernard Prince, Rooie Oortjes,...
• 30 september: Réne Pétillon (72), tekenaar van satristische strips en cartoons, vooral in Frankrijk bekend van Jack Palmer waar een film ene en tekenfilmserie uit voortvloeiden.
• 1 oktober: Carlos Ezquerra (70), tekenaar en co-schepper van Judge Dredd en verder van Strontium Dog, ABC Warriors,...
• 17 oktober: Leone Frollo (87), tekenaar van talloze erotische pupboekjes zoals Lucifera en strips als Casino en Mona Street.
• 12 november: Stan Lee (95), Stan The Man, wellicht de grootste comiclegende en (mede)bedenker van talloze, wereldberoemde superhelden die ook op het zilveren scherm jaar na jaar bezoekersrecords breken.
• 17 december: Jean Derycke (42); Belgisch sportjournalist en occasioneel stripscenarist voor de gagreeks De Duiveltjes.
• 27 december: Børge Ring (97), strip- en tekenfilmaker, op stripgebied laat hij Distel na, met een van zijn tekenfilmpjes won hij een Oscar.

Uit de sector:
• De ledenvereniging Brabant Strip wordt ontbonden. Van het magazine verschijnt het laatste nummer 212. Collectie Fenix krijgt een doorstart bij 't Vlaams Stripcentrum en enkele voormalige redatcieleden lanceren in 2019 het nieuwe infoblad StripKiosk na het verwerven van voldoende abonnees en een nulnummer in 2018.
Grzegorz Rosinski stopt met de reeks Thorgal. Hi draagt zijn tekenpen over aan Fred Vignaux, de tekenaar van een paar albums van Kriss van Valnor.
Marvano publiceert met Bonneville deel 2 zijn laatste strip als stripteenaar.
Marc Bourgne is de manier van werken voor Michel Vaillant grondig beu en stopt als tekenaar van de reeks die hij als hoofdtekenaar een tweede leven schonk. Decor- en wagentekenaar Benjamin Benéteau neemt het vanaf deel 7 over als volledig tekenaar.
• Ondanks een "correcte verkoop" stopt de reboot van Bob Morane. Een heftige ruzie tussen schepper Henri Vernes en de nieuwe scenaristen Aurélien Ducoudray en Luc Brunschwig nekken het vervolg van de reeks. Vernes vierde in oktober zijn honderdste verjaardag.
• Huidig XIII-tekenaar Iouri Jigounov laat zijn reeks Alfa over aan opvolgers Alain Quereix en Emmanuel Herzet, de auteurs van de spin-off Eerste Wapenfeiten. Ook tekenaar Chris Lamquet houdt er namelijk mee op als tekenaar. Door een depressie duurde het jaren tot hij deel 13 kon voltooien.
• Het Franstalige, satirische blad Psikopat kondigt de stopzetting aan na meer dan 35 jaar . Onder meer Kamagurka, Willem, Robert Crumb, Lewis Trondheim en Georges Wolinski hebben er ooit in gepubliceerd.
• Nog dat ene hommagealbum van Blake en Mortimer en dat zou het dan moeten zijn als striptekenaar, liet François Schuiten optekenen.
Albert Uderzo wil liever geen nieuwe albums van Asterix meer na zijn dood. Een miljoenencontract uit 2008 spreekt die wens radicaal tegen. De "onsterfelijkheidsclausule" in dat contract hield net in dat de reeks wel mag worden voortgezet.

SEPPE COOLS: Veel kwaliteit, weinig uitschieters
In het begin van ieder jaar fluistert een stemmetje in mijn hoofd: "Kerel, werk nu toch eens het hele jaar door aan de jaarlijkse top-10!" Met goede moed vat ik de opdracht aan en een maandje later ben ik er al aan voor de moeite. Gelukkig was 2018 een kwalitatief en kwantitatief stripjaar vol ontdekkingen, verrassingen en reünies met nostalgie. En toch mis ik ergens die toppers die de kers op de taart zouden moeten zijn... Ach, ik voel me nog steeds een kind in een snoepwinkel wanneer ik langs de stripboer passeer, gelukkig maar.
 

Een groot deel van de Star Wars-albums wordt door mij besproken, dus het is niet verwonderlijk dat ik ze vermeld in mijn jaaroverzicht. Zowel de reguliere reeksen als de minireeksen waren knap werk, maar het absolute hoogtepunt was de clash tussen Darth Vader en Darth Maul.
Legende en "dromenmaker" Stan Lee is helaas niet meer onder ons, maar zijn erfenis leeft voort. Zo kwam uitgeverij Dark Dragon Books met het fantastische nieuws dat ze voortaan ook Marvel-strips uitgeeft. Deadpool Kills the Marvel Universe (again) zijn al twee verhalen waarvan ik heb genoten, maar voor mij torent het verfrissende Marvels er bovenuit. En met Civil War (eindelijk!) en Old Man Logan zijn er weer enkele interessante titels die in 2019 zullen verschijnen.
 
2018 was ook het jaar waarin one-shots mij meer dan anders overtuigden. Een voorbeeld hiervan is Bloesems in de Herfst van Aimée de Jongh en Zidrou. Komisch vuurwerk vond ik dan weer terug in De Grote Boze Vos en aan de andere kant was ik ook fan van het zwaardere Een Ster van Zwart Katoen. Ook wil ik nog even stilstaan bij Jean-Claude Servais, die op zijn beurt een nieuwe ode aan de natuur bracht met Het Blauwe Chalet.
 
De one-shots deden het voor mij dus beter dan de voorbije jaren, maar er zijn ook lopende reeksen die mij warm kregen voor verdere exploratie. Eentje hiervan is LaoWai, die ons terugbrengt naar de Opiumoorlog in China. Daarnaast schitterde de Collectie H.G. Wells in mijn kast. De Tweekoppige Adelaar bevat dan weer een vernieuwend, fris concept dat me triggert om verder te lezen, ook al zijn vliegtuigstrips niet mijn dada.
 
En wat dan voor de jeugd, die steeds minder en minder leest? Als volwassene worden we verwend door het grote aanbod, maar ook de jeugd heeft relatief weinig te klagen. Zo kwamen Kristof Berte en Barcas af met deel 2 van Lise op Monstereiland en de albums van Minions, Game Over en Kid Paddle verslind ik nog steeds met plezier. FRNK en Dad ontdekte ik vorig jaar al en ook Charel Cambré doet zijn duit in het zakje met Pinanti United, Filip & Mathilde en de avonturen van Robbedoes. Ook het vermelden waard: Alleen op de Speelplaats waarin de lezer van de lagere school kennismaakt met de pestproblematiek op een toegankelijke, luchtige wijze.
 
Het overzicht loopt helaas op zijn einde. Misschien was 2018 niet zo geweldig als het vorige jaar, maar misschien werden we in 2017 wel té hard verwend en verwachtten we hetzelfde? Het was in sporttermen uitgelegd een jaar waar het klassement heel dicht bij elkaar zit, waar meer ploegen dan de gewoonlijke "groten" meestrijden om het kampioenschap. Genoten heb ik zeker, maar zichtbaar geëmotioneerd door een strip? Niet echt... 

JOHAN DECLOEDT: Real value for money
Ter inspiratie ben ik gisteren nog eens mijn favoriete stripboer binnen gewandeld. Met de dure eed om deze keer helemaal niets te kopen. Enkel grasduinen op voorbereiding van mijn overzicht.
Overdaad? Overvloed!  Ik stel me soms de vraag hoe beginnende striplezers, of zij die een strip willen kopen voor zus, vader, lief, vriend, bij het zien van al dat onbekend moois niet moedeloos worden. Ik kan me voorstellen dat ze zich voelen als de doorsnee man die op het geweldige idee gekomen is om op eigen initiatief een "sjakoche" voor zijn teerbeminde te kopen (tip: doe dat nooit, maar dan ook nooit!).
Ik wil me dan ook tot hen richten. Welkom in de Hoorn des Overvloeds. Met veel koren, maar helaas, ook veel kaf. Maar dat laatste laten we hier onbesproken.
 

1. De ‘oude meuk’ (copyright collega Wouter)
Sommige zijn al tientallen jaren oud, maar blijven relevant. Essentieel om een stripbasis te leggen waarop dan verder kan gebouwd worden. Op goed geluk recente publicaties van langlopende reeksen kopen, is niet zonder kwaliteitsgevaar (Suske en Wiske, Jommeke, Robbedoes,...), hoewel we De Kronieken van Amoras wel kunnen smaken. Nee, dan is de aankoop van een van de vele uitstekende integrales een veel betere keuze. Mooi verzorgd, interessante achtergrondinformatie (meestal toch) en onmiddellijk twee of meer verhalen voor de prijs van een leuk geschenk. De toppers van 2018 waren zeer talrijk. Mijn persoonlijke voorkeur ging naar deze van Nino (heerlijk nostalgisch), De Killer 3 (oeverloos geouwehoer met killer-actie), Ravian 7 (einde van een visionaire reeks) en tot slot Lester Cockney 1 en 2 (gewoon schitterend qua tekeningen en  verhaal... en leuke heldinnen, maar dit terzijde).


2. De reeksen
Het fantastische aan het stripuniversum is dat het zo ongelofelijk divers is. Iedereen vindt er zijn gading. De uitdaging is natuurlijk om te weten welke recent verschenen delen van een reeks  je enthousiast maken om ook de rest ervan aan te kopen.
Welnu, de Tolkien-liefhebbers vinden zeker hun gading bij de dit jaar verschenen albums (onder andere Turuk, Myth en Derdhr van de Talion) uit de zeer verzorgde Daedalus-reeksen Dwergen, Elfen, Orks & Goblins. Een ganse pleiade aan tekenaars en scenaristen staat in voor ultiem lees- en kijkplezier, groenkonten en Ghouls inbegrepen. Real value for money.
Voor minder Tolkien, maar zeker even veel kwaliteitsvolle fantasy kan je terecht in de swingende Londense Ekhö-wereld van Fourmille en Yuri.  
Als het meer scifi mag (moet) zijn, dan heb ik dit jaar genoten van Centaurus 4 en op de valreep Konvooi 14 verwelkomd.
Iemand geschiedenis? Wanneer we de voorbije eeuw beschouwen, dan kan ik niet anders dan de reeks 14-18 aanbevelen. Het beklijvende wedervaren van acht vrienden in de Groote Oorlog. De Albums Kivu en Katanga 2 schetsen dan weer een onsmakelijk deel van de recente geschiedenis. En voor een eerder sombere toekomst waarin onze groene vrienden gelijk krijgen raden we Mermaid Project (deel 5) en de tweede cyclus Mutations (deel 1) aan.
 

3. De one-shots
Niet vanzelfsprekend. Zowel inhoudelijk als tekentechnisch worden hier grenzen verkend en verlegd. Persoonlijke voorkeur wordt hier zeer belangrijk. Wat de ene top vindt, is voor de andere quantité négligable. Ik geef hier dan ook zeer voorzichtig de drie albums mee die mij het meest ontroerden of gewoon amuseerden: Donald's Happiest Adventures, Berenkoning en Een Ster van Zwart Katoen. Respectievelijk het weerzien met een oude eend in topvorm, een gruwelijk etnisch voorleessprookje en onversneden WO II-heldentragiek.
Mocht ik Oom Dagobert zijn, had ik jou graag "Niet tevreden, geld terug" beloofd, maar bij gebreke daaraan wens ik jou veel leesplezier en kijken we samen uit naar een alweer ongetwijfeld barstensvol stripjaar 2019. By the way, wie heeft zijn gemaakte dure eed gebroken en is buiten gewandeld met een zak vol strips? Driemaal raden.

WIM DE TROYER: Sterk peleton, weinig kopmannen
Een groot wielerkenner is er aan ons niet verloren gegaan. Door de versmelting met de schoonfamilie, waar er heel wat wielerfanaten vurig "de dwangarbeiders van de weg" aansporen, blijven er echter al eens termen hangen.

Als ik terugkijk op het voorbije jaar valt me op dat er geen afgetekende winnaar naar voren komt. Soms lees je een strip en wéét je gewoonweg, dit is hem, DIT is de strip van het jaar. Dat gevoel valt moeilijk uit te leggen, maar eens je het gevoeld hebt, weet je dat je blindelings kan vertrouwen op dat buikgevoel. Er speelt zich misschien nog een spannende  finale af op punten, maar je hebt je favoriet al gevonden: dit is mijn winnaar!

Daarom begon ik met veel haargekrab en getob aan dit overzicht. Nochtans, nu ik terugkijk op mijn aankooplijstje van dit jaar zie ik heel wat sterke titels. Maar geen winnaars van Parijs-Roubaix, geen Vuelta-toppers, geen gele truien. Wat het eigenlijk heel wat spannender maakt, want wie draagt dan de fameuze titel weg van "Strip van het jaar"?

In 2018 kan je het aan honderd mensen vragen en honderd verschillende antwoorden krijgen. En aangezien recensenten de Brilsmurfen van de journalistiek zijn (dixit Bruno De Roover), weet je ook hoeveel onze mening waard is. Niks, niente, nada, nop, nougabollen. Ik zet dus mijn bril stevig op de neus, haal mijn beste belerend vingertje boven en verwacht me aan een oplawaai.


Qua leesplezier kan ik moeilijk om A Sea of Love en Berenkoning heen. A Sea of Love is het woordloze relaas van een visser en zijn desastreuze lotgevallen op zee. Mooi uitgegeven als een doosje sardienen, grappig, guitig, een toppertje. Berenkoning van Mobidic is veel plechtstatiger, maar wat een lijnvoering, wat een kleurenpracht. Mobidic is in striptermen nog piepjong, en debuteert indrukwekkend. Wie weet verrast ze ons later nog met een écht meesterwerk. Ik voel dat er meer in zit!

Nog twee debutanten zijn Thijs Desmet en Yannick Pelegrin. Je moet altijd opletten met te veel lof te vroeg toe te wuiven, en ze zijn er ook nog niet helemaal, maar ik heb hun boeken, respectievelijk Van Roken Ga Je Dood en Aldo met véél meer plezier gelezen dan pakweg het met veel bombarie en trompetgeschal aangekondigde Het Amusement van Brecht Evens. De jonkies presteerden waar de ervaren rot faalde: fris vertellen, grafisch experimenteren zonder te vervelen, en vooral hun boodschap duidelijk naar voren brengen. Opnieuw twee namen om in de gaten te houden.

En nu wordt het even moeilijk. Typex's Andy. Geweldig getekend? Ja. Belangrijke strip? Zeker weten. Magnifiek uitgegeven? 't zal wel zijn! Hij heeft alle kenmerken om strip van het jaar te zijn, maar ik werd niet verliefd. Sorry, Typex. Ik heb met waardering geknikt en gebromd bij het lezen, soms wel eens gezucht bij de pracht, maar nergens werd ik koortsig enthousiast. Misschien omdat een biografie er zich niet zo toe leent? Misschien omdat Andy Warhol zelf een beetje een steriel figuur is? Ik weet het niet. Net zoals ik weet dat Johan Museeuw wel een mooi palmares heeft, maar we liever Frank Vandenbroucke hebben. Ik snap ook niet waarom. Een Ster van Zwart Katoen valt voor mij ook in die categorie. Nergens werd ik meegesleept door het verhaal.

Twee verhalen die me wél meesleepten waren Totem en Kinderland. Ja, ik weet het, ik loop al een heel jaar te mekkeren over Totem, en ik hoor je al denken: "Dan is dat je strip van het jaar". Mmmmmmmmm... Toch niet. Ik was nét niet genoeg overweldigd. Het scheelde niet veel, het is waar. Maar als ik het naast Een Zus van vorig jaar leg, of Het Verslag van Brodeck, dan moet ik toegeven dat die toch net wel in een andere categorie spelen.


 Kinderland van Mawil was wél iets om verliefd op te worden. Wat een schattig enthousiasme, wat een lichtvoetigheid om met zo’n zware thema’s om te springen. Maar Mawil weet niet goed genoeg  wat hij wil vertellen, het blijft allemaal wat te vrijblijvend.

Op de valreep liet ik me dan toch overhalen om De Gouden Eeuw te lezen, en warempel, daar was ik blij mee. Om de een of andere reden lukte de eerste lezing niet meteen. Een hardnekkige verkoudheid deed me in de lappenmand belanden en daar las ik met veel plezier dit middeleeuws epos. Ook een sterkhouder van het peleton. Te Mooi Om Waar te Zijn charmeerde, Amorostasia bevestigde, Giant intrigeerde en Hoe Je Die Kleine Muis het Beste Aanpakt deed ons met weemoed terugdenken aan onze jeugd en de strips die we toen graag lazen.

En zo komen we terug bij ons uitgangspunt. De ene sprokkelde wat punten bijeen in de tijdritten, de andere in de cols. Sommigen schitterden in de voorjaarsklassiekers, sommigen in het najaar. Sommigen ploeterden door de regen over kasseien, anderen streden op bakkend macadam in hete middagzon in het zuiden. Maar enkel analisten zullen dit jaar kunnen aanduiden wie in 2018 de winnaar was. De harten werden helaas niet veroverd.

PETER D'HERDT: Dribbelkonten, metronomen en dwarsliggers
Daar het wielrennen al besproken was door collega Wim en ikzelf noch van hockey, noch van sjoelbakken iets ken, koos ik voor mijn eindejaarspraatje voor die andere Vlaamse volkssport nummer één: voetbal. Heel wat stripcoryfeeën en hun respectievelijke strips of persoonlijke belevenissen deden me onwillekeurig aan huidige of voormalige Rode Duivels en hun entourage denken en ik gebruik ze dan ook ongegeneerd als kapstok om aan een veel te lange serie namedropping te doen.

Twee selectieheren, die steevast en weloverwegen een uitstekende keuze maakten uit de ruime kern die tot hun beschikking stond, zijn voor mij dit jaar het expliciet vermelden waard: Microbe — ik blijf het een naam vinden die eerder afkeer of toch minstens jeuk oproept — met zijn bescheiden maar hoog kwalitatieve fonds waarin het met een microscoop zoeken is naar een tegenvaller en Saga Uitgaven die met succes blijft rekruteren uit het ijzersterke opleidingscentrum van de Franse uitgever Bamboo.


De creatieve as van het team, dat met hun splijtende acties het publiek doet rechtveren — de Hazards en De Bruynes, zo je wil — waren dit jaar voor mij de onvermijdelijke dribbelkont Zidrou en de betrouwbare metronoom Wilfrid Lupano. De eerste legde zijn Mooie Zomers dit keer in de winter van mijn geboortejaar en dat schept een band. Ook de rush met Shi, maar vooral zijn een-tweetje met Aimée de Jongh maakten me oprecht gelukkig. Lupano had ik de voorbije jaren al op een voetstuk gehesen, dat ik in 2018 nog een stukje moest opmetsen. Op de barricaden en ook weer een heerlijk anarchistische episode van Krasse Knarren waren zeer goed, zijn tekstloze A Sea of Love was ronduit fenomenaal. Daarvoor komen toeschouwers dus naar een stripwinkel of bibliotheek.

Jean Van Hamme is mijn Kompany. Een stilaan wat oudere — sommigen zouden hem versleten durven noemen — centrale verdediger die haast onopvallend, maar nog steeds nagenoeg foutloos acteert en zijn ervaring en faam om gebruikt zich met veel engagement in te zetten voor zijn medespelers of voor zaken naast het veld. Kivu was een hartverscheurende en moedige strip, maar geen meesterwerk. Makkelijker qua onderwerp waren het afsluitende deel van XIII Mystery en het tweede XIII-dossier waarmee hij bewees dat hij nog steeds dé macramé-auteur bij uitstek is: geef hem twee losse eindjes en hij knoopt ze onnavolgbaar aan elkaar.



De Michy Batshuayi-award, die van de guitigste grappenmaker, wil ik toekennen aan Heden Verse Vis. Het webstripje van Charel Cambré en Marc Legendre, een heerlijke mix van Arme Lampil en Monty Python, zorgde er eigenhandig voor dat het korten van de dagen draaglijk werd. De tongue-in-cheek humor en de flinke portie zelfrelativering maakten samen met het oog voor detail (de espadrilles van Legendre, de blikken of acties van de hond, het meubilair in het bureel van de uitgever) de ogenschijnlijke simpele cartoons nog affer dan de romance tussen Viktor Verhulst en Marthe van K3. Mocht Peter van der Heijden er nog geweest zijn, dan had hij dit kirrend van plezier vooraan in de wachtrij van zijn productielijn gezet.

Het Dries Mertens-hartje voor mijn strip van het jaar is ook voor een grappenmaker: Benjamin Renner maakte met De Grote Boze Vos een vertederend grappige strip. De combinatie van eenvoudige tekeningen en een onnavolgbaar gevoel voor timing, zorgden voor non-stop lachbuien en een soortement instant vergeten van de ellende om ons heen.

Nog het vermelden waard, rondom die creatieve ruggengraat en de koele afwerkers in het team, zijn de onopvallende maar daarom niet minder noodzakelijke en efficiënte werkers. Die Meuniers, Vertonghens en Chadlis waren voor mij Benoît Sokal en François Schuiten met hun magische Aquarica, Cécil en Luc Brunschwig met hun sfeervolle Sherlock Holmes-adaptatie, Barbara Yelin en Thomas von Steinacker met het rake De Zomer van haar Leven, Peter van Dongen en Teun Berserik die Blake en Mortimer op een ontzettend hoog niveau tekenden en Tim McBurnie en David Chauvel met Pinokkio.

En dan is er natuurlijk de dwarsligger, diegene die niet in de pas loopt en zich niet bepaald aantrekt wat anderen daarvan denken. De Radja-trofee is dit jaar voor Marvano die — vrij onopvallend, want er werd heel wat minder tam-tam rond gemaakt dan rond het vermeende afscheid van Merho dat Facebook zowat deed ontploffen — zijn carrière beëindigde. Hij deed dat nochtans op zijn eigen onmiskenbare manier en zoals het een rebel betaamt: redelijk onverwacht en toch nog even stevig natrappend. Het leek alsof hij nog gauw zeven spelers (waaronder twee van zijn eigen ploeg), de arbiter, de bondscoach, zijn spelersmakelaar én de Minister van Sport onder de zoden wilde stoppen, alvorens voor het laatst fluitend van het veld te stappen. En dan mag hij nog au fond gelijk hebben, deze Peter Vandenbemt vond dat zijn beenharde tackle een rode kaart verdiende. Zijn strips zal ik dan weer verdomd missen. Steevast wist hij mij paginalang te boeien met anekdotes en feitjes waarmee hij zijn tekeningen lardeerde en die hij in zijn spitante Marvanostijltje (neem een hoop historische kennis die maniakaal vergaard lijkt, voeg twee eetlepels bewondering en een mespunt mededogen toe en kruid stevig af met wat cynisme) vertelde. Bonneville was niet eens zijn beste strip, maar plaatste zich toch moeiteloos bij mijn beste tien van het voorbije jaar. Dat zegt voldoende.

Dan waren er ook nog wat oude gloriën die een tweede jeugd beleefden in een of andere demonstratiewedstrijden om hun bankrekening wat te spijzen. De integrales waren dit jaar opnieuw niet te tellen. En ik heb er weerom ontzettend van genoten. In het bijzonder: het knap uitgegeven Luc Orient, maar ook Sam, Torpedo, Blueberry (zowel in de gewone als in de Marshal-verpakking), De Indianenreeks, Yoko Tsuno en De Smurfen.



Een oude glorie die in 2018 naar de eeuwige stripvelden trok, is William Vance. Een icoon dat zijn club (XIII in dit geval) zo trouw bleef dat hij daardoor andere kansen en opportuniteiten — zoals het voortzetten van Bruce J. Hawker dat hem zo na aan het hart lag — liet schieten. Hij zat rechtstreeks aan de basis van mijn stripliefde: ik rolde het wereldje in dankzij het album Rood Alarm van XIII waar ik overigens zonder de voorkennis uit de vorige albums geen zak van begreep, maar dat me enorm fascineerde. Ik zag Vance voor het eerst samen met Van Hamme in Parijs en het leek toen een beetje alsof ik met Sherlock en Watson aan het spreken was. Naast de flamboyante Van Hamme plaatste Vance zich ogenschijnlijk wat bewust op de achtergrond en leek hij haast verveeld met de aandacht. Maar toen ik enkele maanden later na een fietsongeval in het ziekenhuis lag, was het wel van Dr. Watson dat ik een attent kaartje kreeg. Het typeerde Vance: een bescheiden en minzame man met een groot hart.

Speaking of which: 2018 eindigde op de valreep en enig mooi met de save van het jaar door moedige keeper Dark Dragon Books, die eigenhandig Ramiro uit het verdomhoekje speelde waar het Real Madrid van de uitgeefwereld het tien jaar geleden had in gestopt. Door de integrale uitgave echt integraal te maken en dat ook nog eens ontzettend knap te doen, gaven ze William Vance en de eveneens dit jaar overleden Jacques Stoquart de eer die ze al jarenlang verdienden.

Als afsluiter kijk ik graag vooruit naar 2019 en de spelers die hopelijk het mooie weer gaan maken. Er staan ons ongetwijfeld wat verrassingen te wachten, maar in de eerste plaats denk ik aan de comeback van Ken Broeders. Nu hij met Driftwereld in Eppo terug aan spelen toekomt, zal een albumuitgave hopelijk niet te lang op zich laten wachten. Ook naar de benefietmatch van Gilles de Geus en hopelijk nieuwe episodes kijk ik reikhalzend uit, evenals naar de verderzetting van Collectie Vizier bij Microbe, een nieuwe Irons (fascinerende kerel die me nog niet helemaal kon overtuigen) en de nieuwe Pascal Rabaté bij Concerto Books.

TOP-10
1. De Grote Boze Vos
2. A Sea of Love
3. Holmes (1854/†1891?) 1-3
4. Krasse Knarren 5
5. Sam integraal 3
6. Ramiro integraal
7. Mooie Zomers 5
8. Bonneville 1+2
9. De Zomer van haar Leven
10. Het Eiland van de Wroeging

KOEN DRIESSENS: Voor elk wat wils
De heren Charel Cambré en Marc Legendre lachen ermee in hun autobiowebstripje: graphic novels zijn voor depressieve striptekenaars (en lezers?). Legendre zou voor minder depressief worden: geen enkele van zijn graphic novels (zelfs niet het voor de Libris Literatuurprijs genomineerde Verder) nam stripmaker Margreet de Heer des vaderlands op in haar didactische canon met incontournabele Lage Landen-graphic novels! 't Is dat Aimée de Jongh en Brecht Evens al in die leeslijst stonden, anders kregen ze er het afgelopen jaar met respectievelijk Bloesems in de Herfst (met Zidrou) en Het Amusement zeker een stipnotering mee.


 Behalve de genoemde Evens en Zidrou (eveneens straf met Wie Laatst Lacht, met Benoît Springer) stelde de Belgische graphic novel ook dit jaar niet veel voor. Voor sterk werk van het gelaagde soort moeten we weer vooral in de buurlanden zijn: met name Nederland, met Andy (Typex) en Burn-out Dagboek (Maaike Hartjes), Duitsland, met Totem (Mikaël Ross en — toch nog een Belg — Nicolas Wouters) en De Zomer van haar Leven (Barbara Yelin en Thomas von Steinacker), en natuurlijk Frankrijk, met Amorostasia (Cyril Bonin) en de tweeluiken De Erectie (Lounis Chabane en Jim) en Satania (Kerascoët en Fabien Vehlmann). De must reads van dit jaar. We voegen daar graag nog het lelijk getekende, maar zeer relevante De Verboden Vrucht (Liv Strömquist) aan toe, niet toevallig ook een uitgave van Soul Food Comics, en de beklijvende Desertør-trilogie (Halfdan Pisket), waarvan onlangs het laatste deel verscheen.

Alsof we tijd genoeg hadden om te lezen, genoten we in 2018 ook van de stoute Torpedo-verzamelingen (Jordi Bernet en Enrique Sánchez Abulí), een eerste bundel Giant Days (Lissa Treiman, Max Sarin en John Alison) en het originele one-shot De Wereldrecordjagers (Nicolas Barral en Tonino Benacquista). Het oog wil ook weleens wat en dus savoureerden we wat Emilio van der Zuiden ons voorschotelde: hij slaagt erin zelfs een Agatha Christie-verhaal sexy te maken met De Geheime Tegenstander en overtuigde ons van zijn tekenkunst in het artbook Male Call Club. Iets wat Kristof Spaey met zijn vierde Fake Vintage Book Covers niet meer hoeft, maar mag blijven doen.

Dat niet altijd grote en door ons bewonderde namen overtuigen (omdat we te veel van hen verwachten?), bewezen Jim, Bastien Vivès en Milo Manara, met het enigszins teleurstellende Een Nacht in Rome 3, het tegenvallende Zie Mij en de schandalig slechte Kamasutra. Nu we toch aan het zeuren/waarschuwen zijn: van de terugkeer van Alfa in Het Syndroom van Maracamba (Chris Lamquet en Iouri Jigounov) hadden we ons meer voorgesteld, net als van de veel te brave Pagnol-verstrippingen.

En dan is er het fenomeen van de "door..."-reeksen: bekende series die een facelift, spin-off, reboot of een ander lelijk Engels woord krijgen door "gastauteurs". Dat kan meevallen — als bijvoorbeeld Denis-Pierre Filippi ze schrijft: Mickey: De Verloren Oceaan (door Silvio Camboni) en Robbedoes: Stichting Z (door Fabrice Lebeault) zijn geweldig amusant — maar dat kan ook tegenvallen: Zwendel: De Dochter van Z (Jose Luis Munuera) is het net niet, of Jomme (Griffo), dat weinig toevoegt aan het origineel.


 We willen echter positief eindigen en sommen nog enkele reeksen op die in 2018 de moeite van het volgen waard waren: Mooie Zomers, Mattéo, Shi, Terug naar Aldebaran, Kami, Kinderen van het Verzet, Gung Ho, Ekhö - De Spiegelwereld en Bouncer. 2018 bood dus flink wat te lezen, voor elk wat wils. We mogen dan wel kritisch zijn, klagen doen we niet.

DAI HEINEN: Waardig afscheid
2018 Was een jaar waarin afscheid werd genomen van Xlll-tekenaar Willam Vance en Stan Lee. Lee was de geestelijke vader van vele superhelden waaronder mijn persoonlijke favoriet Spider-Man.
 
Een van de reeksen die ik nog steeds met veel plezier herlees is Xlll, mede dankzij de tekeningen van Vance. Zijn scènes in de regen zijn nog altijd onovertroffen.

 
Jean Van Hamme
nam waardig afscheid van Xlll met het laatste XIII Mystery-album en een aanvullend dossieralbum. Op stripgebied nam ik afscheid van de beste piratenreeks van de afgelopen jaren. De Piraten van Barataria gaat met pensioen. Zoiets heet stoppen op het hoogtepunt.

Maar behalve afscheid bracht 2018 ook veel nieuwe en goede strips. Een van de beste albums verscheen al in februari: Een Ster van Zwart Katoen. Steve Cuzor en Yves Sente vertellen het goede verhaal over zwarte Amerikaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog. Als je van een harde en ruwe western houdt, is Bouncer zeker je ding, dit jaar was het zelfs tweemaal genieten van de eenarmige held.

 
Niet alleen mijn interview met de auteurs van de nieuwe Blake en Mortimer was geslaagd, maar ook hun nieuwe album. Yves Swolfs en westerns, het blijft genieten. Dit keer met zijn nieuwe reeks Lonesome. Uitgeverij Dark Dragon Books doet aan cherrypicking doen in het Marvel-universum. Met het vierdelige Marvels was de start zeker geslaagd. Nieuwkomer Tango maakte met deel 1 een geslaagd debuut en deel 2 gaat verder op de ingeslagen weg. Enrico Marini sloot zijn donkere Batman-tweeluik af. Goed, maar niet blijvend in herinnering.
 
In 2018 ging ook de golf van integrale uitgaven verder. Het worden er steeds meer en de keuze steeds lastiger. Van Blueberry verschenen drie integrale uitgaven met onder meer de ontknoping van wellicht de beste verhaallijn ooit. Roodbaard en Tanguy en Laverdure vlogen eenmaal voorbij. Ook de jonge en oude Buck Danny vlogen weer langs en met DirkJan blijft het lachen. Tekenaar André Juillard produceert geen nieuwe Blake en Mortimer, maar wel Double 7. Kivu was niet het beste album, maar wel hulde voor het onderwerp en de actualiteit e van. Op hetzelfde Afrikaanse continent en ook actueel is Katanga 2. De meeste one-shots spreken me niet aan, maar Giant was zeker de moeite.

2018 bracht ook wat teleurstellingen. Zo viel het artistieke afscheid van tekenaar Grzegorz Rosinski bij Thorgal tegen. Een afscheidsverhaal moet juist indruk maken, nu was het nogal tam en weinig boeiend. Nee, had Yves Sente dan toch maar zijn verhaal laten afmaken.

De terugkeer van Alfa was het lange wachten niet waard en IRS-inspecteur Larry B. Max vertoont kenmerken van overkreditering. Niet voor het eerst stelde Storm mij weer teleur. Ooit was dit zo'n goede reeks, maar met de huidige auteurs vormt elk nieuw album een nieuw dieptepunt. En ieder jaar hoop ik op verandering.

Ook nog even vooruitlopend op 2019. Wat voor moois gaat dat brengen? Eerst even een oproep aan de vele uitgeverijen. Meer aanbod is niet altijd beter. De hoeveelheid nieuwe strips iedere week is bijna niet meer te overzien. En het budget van de gemiddelde striplezer is niet oneindig.
Civil War, eindelijk in het Nederlands
• De nieuwe Xlll en Largo Winch, hopelijk zijn mijn verwachtingen niet te hoog
Blake en Mortimer: opnieuw Hollands glorie?
De Vliegenier 3 pas, maar dit bevalt goed.
Undertaker 5, need to say more?...

WOUTER PORTEMAN: Zoeken naar de kers op de taart
Naar verluidt ben ik geen gemakkelijke mens. Sommige onverlaten zeggen zelfs ronduit dat ik lastig ben. Het is nooit goed genoeg. Het kan altijd beter. Of niet soms? Hetzelfde geldt voor het stripjaar 2018. Het was niet slecht. 2018 was zelfs redelijk goed, maar het kon beter. Ja, toch wel! Die ene geweldige kers op de taart ontbreekt. Er waren prima graphic novels zoals Lulu, Bloesems in de Herfst, De Gouden Eeuw, Totem, Giant, Nooit, Berenkoning, Burn-out Dagboek en uitstekende reeksen zoals Shi, Nils, Urban, De Oorlog Winnen en Ira Dei. Maar het bleef wachten op dat ene album dat alles en iedereen overschaduwde. Dit jaar was er geen Verslag van Brodeck, geen Man Van Nu, geen Zus of andere Blast. Er was natuurlijk wel dat monumentale Warhol-boek Andy waar de Nederlander Typex de halve wereld mee verraste. Maar het nadeel van een biografie, zelfs enigszins bijgestuurd, is dat niet alle levensfases even boeiend zijn.
 
Nee, ik miste toch die ene kers op de taart. Op zich is dat vreemd, want wekelijks pakte onze stripboer uit met een hele wand nieuwe strips. Er was nog nooit zoveel keuze. En toch vond ik vaak mijn goesting niet. Er waren iets te veel strips die me doorslagjes leken van succesreeksen. Minderwaardige klonen. En waarom de strips van Yves Sente zo goed verkopen, moet iemand me eens uitleggen... En zo gebeurde het dat ik me wentelde in nostalgie en geregeld een integrale kocht. Geef toe, het genot om een prachtig uitgegeven Blueberry te herlezen, blijft onovertroffen. Straks komt de integrale bundeling van Sarah & Robin uit. Dat wordt weer smullen. Ook het mogen meewerken aan de rubriek 80 jaar Robbedoes was een aanval op mijn portemonnee. Maar bij elke nostalgische aankoop voel ik me schuldig. Elke euro die ik in die opgepoetste oude meuk stop, kan ik niet investeren in albums die de stripwereld een nieuwe dynamiek geven. En zo heb ik dit jaar, op zoek naar dé kers op de taart, eens voorzichtig over de taalgrens gekeken. Ik had snel beet. De impulsaankoop Malaterre van Pierre-Henry Gomont is mijn absolute cerise van 2018 geworden. Wat een dijk van een strip! Voorts heeft de mangareeks Vinland Saga me in haar ban. Maar ook het woordenloze A Sea of Love van Grégory Panaccione en Wilrid Lupano brak mijn hart. Mijn vader vatte deze strip kernachtig samen: "Wouter, dat was nu eens echt schoon. Bedankt." Twee dagen later overleed hij. De dood had er tien maanden over gedaan om hem mee te nemen.*
* Bij deze wil ik uitdrukkelijk Zidrou bedanken om dergelijke pakkende zinnen te blijven schrijven. Heb ik al gezegd dat Bloesems in de Herfst meer dan de moeite was?
 
Er moet me nog iets van het hart. Is het vandaag echt onmogelijk geworden om goede jeugdreeksen te rendabiliseren? FRNK, Magic7, Harmony,... houden er zonder verder tegenbericht nu al mee op. Drie nieuwe slachtoffers die bijgevoegd mogen worden in het rijtje Tamara, Kale Kop en andere Louca's. Hopelijk raapt iemand anders hen op. Oh ja, ik hoop dat je het sympathieke De Vier van Baker Street al in huis hebt. Doen!
 
En nu ik toch aan het neuten ben. De Bronzen Adhemar! Ik ben er niet uit. Winnaar en stripjournalist Jeroen Janssen verdient elke morzel aandacht. Zijn jongste boeken zijn een commerciële uitdaging, maar eenmaal je in zijn grafische wereld durft te springen, heeft hij je vast. Topwerk. Maar was het nu opportuun om de bekendste stripprijs te geven aan een nichetekenaar? Is de stripwereld niet zelf al een niche geworden? Wordt het niet tijd om stuwende krachten die het stripmedium nog naar een breed publiek brengen te belonen? Alle Amorassen, Boerkes en Nixen nog aan toe!
 
Altijd Ergens Oorlog

Bij deze draai ik de pagina 2018 om. Of toch bijna, laat ik nog even in eigen land blijven. Het was een oprecht genoegen om de eminences grises Merho en Hec Leemans te interviewen voor de site. Hun gedrevenheid, professionaliteit en vooral vakmanschap zijn ongelofelijk. Respect! Voorts was ik dit jaar gecharmeerd door de albums van jonge inlandse wolven en wolvinnen Veerle Hildebrandt (Black Paradise), Jimmy Hostens (Altijd Ergens Oorlog) en Yannick Pelegrin (Aldo). Wat een potentieel. Het zit er erin. Tel daar nog Frodo De Decker, Kristof Berte, Simon Spruyt en andere Delphine Frantzens bij en de toekomst oogt mooi. Oh ja, hebben jullie al Yasmina en de Aardappeleters van Wauter Mannaert gereserveerd? Nu al de meest intrigerende titel van 2019. Of is die eer toch weggelegd voor een Nederlander? Jan Willem Spakman kan mij helemaal krijgen met zijn Kutbeesten, De Verzamelde Werken. Te verschijnen in mei 2019 bij Syndikaat en nu al online te volgen op Wimpie Comics. Kutbeesten. 2019 wordt geweldig.

PETER ROTTHIER: Ontdekkingsreis
Nadat ik als groentje een paar van de eindejaarsstripconferences van enkele collega's had gelezen, zonk de moed in mijn schoenen. Hoe kon ik al die pareltjes van teksten naar de kroon steken? Diverse onderwerpen passeerden de revue om onderstaand stukje jaarlijks huiswerk te maken.

Als adept van een journalistiek verleden, doorspekt met zware metalen, zou dat muziekgenre misschien wel een leuke insteek kunnen zijn. Zeker als we als eerste genomineerde One Two Three Four... Ramones willen bewieroken. Een strip waarin de no-nonsense punk van de heren gewoon werd omgezet in tekenwerk. Seks, drugs en rock-'n-roll op papier zullen we maar zeggen.

Altijd Ergens Oorlog

2018 was voor de rest een grote ontdekkingsreis waarin heel wat (oude) nieuwe dingen ontdekt werden. Stripliefhebber zijn en strips (vooral de reeksen uit mijn jeugd) verzamelen is één ding, maar daar ook nog iets zinnigs over schrijven is een kunst op zich. Het makkelijkste is zeggen of je iets goed of slecht vindt, maar die keuze moet je ook verantwoorden en je mag dan een fervent lezer zijn van strips en romans, er is een groot verschil tussen de twee. We zagen de voorbije twaalf maanden ook diverse verstripte romans voorbijkomen en dan blijkt het voor de makers toch een grote uitdaging te zijn om zoiets tot een goed einde te brengen. De verstripping van H.G. Wells' boek De Onzichtbare Man en de twee eerste delen van Catamount konden mij in deze categorie het meest bekoren.

Naargelang het jaar vorderde, merkte ik ook dat ik steeds meer op het tekenwerk ging letten. Aanvankelijk stem je een bespreking af op het verhaal. Een goed verhaal leest altijd makkelijk weg en zorgt ervoor dat je iets minder aandacht hebt voor de tekeningen tot je beseft dat je daar ook iets over moet schrijven. De Venetiaanse was zo'n verhaal dat intrigeerde en waar je vlug in meegezogen werd. Toch kon het tekenwerk niet echt overtuigen.

Tussendoor stappen we even in onze teletijdmachine en komen we terecht in het segment van de integrales: Blueberry, De Beverpatroelje, Roodbaard, Steven Sterk, Tanguy en Laverdure, allemaal verzamelaars die doorspekt werden met heel wat extra info. Uiteindelijk zijn het de minder bekende integrales die met de prijzen gaan lopen. Op de eerste plaats Lester Cockney, voor mij totaal onbekend, maar in één adem uitgelezen. Serpieri's Western Collectie is een goede tweede en als derde integrale kom ik bij Damocles terecht. Ook totaal onbekend, maar spannend en prachtig getekend.

Tekeningen zijn natuurlijk belangrijk in de strip en ook op dat gebied waren er enkele strips die extra aandacht trokken. Het one-shot Na de Apocalyps munt gewoon uit op tekengebied. Het scenario deed echter een beetje afbraak aan het geheel. Van hetzelfde niveau was het drieluik Het Schaduwglas, maar daar hoorde dan wel een degelijk onderbouwd verhaal bij wat dan toch een meerwaarde geeft.


 Wat ook aantrekt is het onderwerp van een strip. Geschiedenis is een van die interesses die mij aantrekken waardoor alles wat met dat onderwerp te maken heeft een kans kan krijgen. We kregen dit jaar ook waar voor ons geld met heel wat oorlogsverhalen. Toch werd er niet alleen uit de twee wereldoorlogen geput. Zo was er het eerste deel van de Medici's waar deze welvarende familie uit Florence onder de loep wordt genomen. In Onder een Loden Hemel verzeilden we in het Argentinië van Evita Peron voor een driedelig luchtvaartavontuur. Het meeste indruk liet echter China Li na, het eerste deel van een nieuw epos van het echtpaar Charles dat fictie mengt met geschiedkundige feiten.

2018 was ook de start van een aantal gloednieuwe stripreeksen zoals het veelbelovende Irons en de twee mystieke series Olympus Mons dat zich deels afspeelt op Mars en Alma Cumbrae waarvan de setting geplaatst is in een wereld die wedijvert met Games of Thrones.


 Met Game of Thrones zijn we beland bij het onderwerp humor. De eerste worp van Game of Crowns mag geslaagd genoemd worden. Er is echter een voorwaarde om aan deze strip te beginnen: kennis van de wereld van Game of Thrones. Als je de wereld van Westeros niet kent, zal je van de vele grappen weinig snappen. Voor iemand die zowel de boeken als de reeks verorberd heeft, is Game of Crowns hilarisch van de eerste tot de laatste tekening.
Afsluiten doen we met Layla, Dossier van de Duivel en De Huivering. Het eerste is een fantasy-epos dat zowel qua tekeningen als verhaal hoge toppen scheert. Hetzelfde kan gezegd worden van Dossier van de Duivel van het Brugse duo Pieter Aspe en Marec. Interessant verhaal, gebracht in de typische tekenstijl van cartoonist Marec. Vreemde eend in de bijt is De Huivering waarin een aantal lugubere verhalen worden verteld die je haren doen rijzen.

Zo kom ik tot de volgende top-10 voor 2018:
1. Layla
2. Lester Cockney integraal 1+2
3. Het Schaduwglas 1-3
4. China Li 1
5. Serpieri's Western Collectie deel 1-3
6. Catamount 1 + 2
7. Dossier van de Duivel
8. Game of Crows 1
9. Irons 1
10. One Two Three Four… Ramones

MARIO STABEL: Crisis? Welke crisis?
Noem het moedeloosheid, midlife crisis of een algemene terugkeer naar mijn eigen grote gelijk, maar ik heb in 2018 nogal wat stripknoppen omgedraaid. Zo heb ik na lang beraad beslist om de Jommekes, Sussen & Wissen en Rode Ridders van deze wereld niet meer aan te schaffen, ook al vormden die het behaaglijke behang van mijn jeugdjaren. Niet dat ze nu beter of slechter zijn dan pakweg twintig jaar geleden, plots had ik gewoon het gevoel dat het op was. Misschien dat ik volgend jaar toch weer de winkels afstruin om mijn collectie volledig te houden, maar nu hoeft het even niet meer. Ik draaide de knop ook nog even verder terug voor alle reeksen die me ooit naar het volgende level getild hebben en me voorbereidden op een leven als volwassen stripliefhebber. Nee, Thorgal, nee, XIII, ook jullie zijn die prominente plaatsen in mijn stripbib al even kwijtgespeeld. Ook al zijn jullie al even hersendood, jullie geestelijke (pleeg)vaders weigeren maar om de stekker eruit te trekken en jullie een einde in schoonheid te gunnen. Niet dat die nostalgische hersenkwab volledig gesedateerd werd, daarvoor had ik nog te veel lol met de integrales van HeinzDe Blauwbloezen en De Smurfen


Door enkele van die ouwe getrouwen te schrappen, kwam er wat budget vrij voor nieuwkomers, maar daar bleef ik eerlijk gezegd wat op mijn honger zitten.  Dit jaar verschenen er namelijk nogal wat albums waar je blijkbaar moeilijk een genuanceerde mening over kunt hebben, maar die je ofwel goed, ofwel slecht vindt. Zo eindigt Doel van Jeroen Janssen bij mij zonder twijfel aan de positieve kant, maar geraak ik maar niet door Typex's Andy en vind ik Zie Mij van Bastien Vivès platte volksverlakkerij, alle pogingen om er een metaniveau aan toe te kennen ten spijt. Ook de blinde adoratie voor de soft-erotische hersenspinsels van Jim (Een Nacht in Rome) kan er bij mij nog altijd niet in. 

Gelukkig staken er ook enkele fijne nieuwigheden de kop op als Irons en Dangerous Liaisons - Hoe het Begon en enkele goudhaantjes van de vorige jaren wisten met een volgend deel te bevestigen. Denk maar aan Kinderen van het Verzet, 14-18De Vier van Baker Street of Shi.


Den Duits" zorgde voor een heuse Stripblitzkrieg dit jaar: de avonturen van leeftijdsgenoot Tobi Dahmen in Fietsmod, de val-van-de-muur-perikelen uit Kinderland en het scoutskamp-from-hell uit Totem waren meer dan aangenaam leesvoer en dan zijn we blijkbaar de nieuwste worpen van Barbara Yelin en Nora Krugnog vergeten. 

Ook deden de visuele midlife crises van Maaike Hartjes (Burn-out Dagboek) en Étienne Davodeau (Lulu) me even stilstaan bij mijn eigen comfortzone om dan te concluderen dat het allemaal zo erg nog niet is...

Qua Engelse input bleef het dit jaar precies ook wat rustiger. De apotheose van Kill or be Killed viel eigenlijk wat tegen, maar ik beleefde heel veel mangaplezier aan de vierdelige integrale van The Flowers of Evil over de puberproblemen van enkele tieners uit een Japans provinciestadje. Ik ontdekte met Karrie Fransman dit jaar ook een auteur die de platgetreden paden wat durft verlaten en op een toegankelijke manier speelt met de grenzen van het medium. En mijn Frans is redelijk roestig, maar ik heb met Rat & Les Animaux Moches toch een sfeervol verhaal binnengehaald over een wel heel enge beestenqueeste.
 
Strip van het jaar is voor mij deze keer een humoristische strip. De Grote Boze Vos heeft me enkele keren luidop doen lachen en dat was lang geleden. Het is misschien vreemd om een dergelijke strip naar de top van een jaarlijstje te katapulteren, maar als ik kijk hoeveel mensen ik al even een klein beetje gelukkiger gemaakt heb door hun die strip aan te raden, is dat een meer dan terechte winnaar. Hopelijk valt er ook in 2019 nog wat te lachen! De wereld is al zuur genoeg...
 
De lijst:
1. De Grote Boze Vos
2. Burn-out Dagboek
3. The Flowers of Evil Complete
4. Lulu
5. Er Wonen Nog Mensen: Tekenen van Leven in Doel
6. Rat & Les Animaux Moches
7. Kinderland
8. Dangerous Liaisons - Hoe het Begon 1
9. Fietsmod
10. De Vier van Baker Street 1-4, Shi 2, Kinderen van het Verzet 1-3, Totem, Heinz Z, Irons 1, De Gouden Eeuw 1, Jack Wolfgang 1+2

DIEDERIK VAN DE VELDE: 2018 met filmknipoog
Mij leek het dit jaar wel alsof de stripwereld die van tv- en film in diversiteit en hoeveelheid wilde overstijgen. Wat en hoeveel is er dit jaar allemaal wel niet verschenen!? Ik wil 2018 samenvatten met een filmknipoog. Hier gaan we dan:
 

 Ballon Media: het Hollywood van de Nederlandstalige strip, waar de stripblockbusters huizen. De reeksen en titels met een terecht grote aanhang en bekendheid. Ze weten daar perfect welke verhalen aanslaan bij het grote publiek en hebben toch nog oog voor zijsprongetjes voor de meer frequente striplezer. Ballon Media is strip-Oscarwaardig met Een Ster van Zwart KatoenGiant en Bloesems in de Herfst. In de sterren geschreven: een Oscar voor beste jeugdstrip gaat naar Kinderen in het Verzet. Een Oscar voor beste sequel zou ik aan Laowai 2 durven geven. Het grote nadeel van Hollywood: wat niet meteen opbrengt aan de kassa, wordt weleens aan de kant geschoven ondanks artistiek potentieel. Helaas horen daar nu ook FRNK en Harmony bij, nochtans successen bij de jeugd in Frankrijk.


  Standaard Uitgeverij: als dat al bestaat... het Vlaamse Hollywood. Eigen aan Hollywood zijn immers ook de afgeleiden van de sterkhouders. Vooral de Suske en Wiske-hommage Boemerang viel me positief op.

Dark Dragon Books is al even niet meer enkel de uitgeverij van superhelden en steampunk. Sinds hun vernieuwde aanpak, durf ik hen ietwat gewaagd Netflix te noemen: Een zeer ruim aanbod van steeds sterker wordende titels. Het is nooit lang wachten op nieuwe episodes van de aangeboden series. Wie de tijd neemt om te grasduinen in het aanbod, kan wel verrassingen vinden. Mijn voorkeur, tot dus ver: U-47. Nu de uitgeverij heeft aangekondigd meer werk van Glénat te gaan vertalen, verwacht ik een niveauboost en ga ik mijn "Netflix-abonnement" zeker vernieuwen.

Saga Uitgaven, wat Canvas is voor de VRT: oog voor stijl, context en inhoud. Net als Cinema Canvas brengt het de minder evidente verhalen, die met een angeltje. Over thema's die je je weken later nog herinnert. En oerdegelijke historische fictie. Dit jaar las ik het liefst Het Eiland van de Wroeging, Nooit  en Onze Navelstreng.


 Daedalus? Typeert in filmtermen misschien nog het best als independent 'indie' cinema. Heel eigen, een mix van grafisch aantrekkelijk en commercieel interessant. Ik vind er met 14-18 en de in 2018 verschenen delen van collectie Zij Schreven Geschiedenis nog steeds vlot mijn weg.

• Bij Silvester was ik dit jaar eerder een on-demand volger. Verwachte toppers Angel Wings en Afrika Korps verschijnen net te laat om dit jaaroverzicht te halen.

Microbe verscheen dit jaar pas echt op mijn radar: als zij titels blijven presenteren als Layla en Mijn Oorlog, ga ik ook hier nog à la carte komen plukken.

Ken Broeders plaatste dit jaar zoveel knappe voorsmaakjes op sociale media, dat zijn nieuwe project Driftwereld absoluut de prijs voor trailer van het jaar verdient. De voorpublicatie liep vanaf september in stripblad Eppo. De albumpublicatie, voorzien voor 2019 bij Uitgeverij L., duid ik met stip aan.

• Enkele titels van Soul Food Comics staan nog op mijn "te lezen"-lijst. Een beetje het nadeel van lijvige graphic novels, is dat je ze opzij schuift tot je er eens de tijd voor kan nemen. Aan het positieve commentaar van mijn collega's te horen zijn arthouseproducties  als Totem alle tijd meer dan waard.

Zo zie je maar, zelfs na een selectie op interesse kwam ik er niet toe om al wat boeiend lijkt, te lezen. Individueel bood dit jaar minder uitschieters dan 2017, maar er verscheen ook dit jaar behoorlijk wat kwaliteit. Zoveel zelfs dat ik het nog niet eens had over lange rijen op signeersessies, Dark Dragon Books dat in het stervensjaar van zowel Jacques Stoquaert als William Vance onvertaalde Ramiro-verhalen uitgeeft, of het nieuwste verhaal van Lise op Monstereiland (bij Syndikaat) dat bovenop de fun ook nog goede-doelen-goodwill waard is. De strip is nog bijlange niet dood, lang leve de strip!

FLO VAN DYCK: Het jaar van de gemiste kansen
2018 was geen gloriejaar voor de strip, zeker niet als je enkel kijkt naar wat in het Nederlands verscheen.

Klassieke reeksen zoals de Kiekeboes, Jommeke en F.C. De Kampioenen blijven het in Vlaanderen goed doen en of je fan bent of niet, dat is een opvallende prestatie. Aan de basis van het succes staan doorwinterde auteurs die weten hoe je een goed verhaal vertelt en personages levend houdt. Dat schijnt niet meer te lukken met Suske en Wiske, een serie die in 2018 alle krediet heeft opgebruikt en een flinke bolwassing verdient, alleen is niet duidelijk wie die moet geven. In december het vuur aanwakkeren met een album zoals Boemerang van Steven Dupré en Conz zal de meubelen alleszins niet redden. Charel Cambré en Marc Legendre bewijzen met De Kronieken van Amoras grotere eer aan Willy Vandersteen dan aanvankelijk werd aangenomen en ook dat is niet vanzelfsprekend, wel tekenend.

Lefgozers en koppigaards zijn een noodzakelijk kwaad voor uitgeverijen. Zonder fantasten en dromers zoals Johan De Smedt (de man achter Amoras en Red Rider) en zijn Wolfpack eindig je met niemendalletjes zoals De Avonturen van K3 (Dirk Stallaert en Bruno De Roover) of De Buurtpolitie (Nix), het resultaat van een begrijpelijke maar te zichtbare take the money and run-mentaliteit.

Naar een alternatief voor deze kaskrakers was het in 2018 vruchteloos zoeken. Er zijn genoeg pogingen ondernomen, maar ze leidden tot weinig of niets. Een willekeurige greep.
Zidrou gaat met het mooie Bloesems in de Herfst (met Aimée de Jongh) naar het einde toe jammerlijk de mist in en doet nog slechter met Horizontaal (met Jan Bosschaert). Brecht Evens probeert het met het fel gehypte Het Amusement, visueel een onwezenlijk en oogverblindend spektakel, maar inhoudelijk niet veel soeps. Het vuistdikke Andy van Typex was overduidelijk een titanenwerk, maar wie het oppakt, merkt snel dat overdaad schaadt. Marvano slaagt er met Bonneville niet in om in schoonheid te eindigen. De langverwachte terugkeer van Theodoor Cleysters door Frank Le Gall overtuigt niet en en naar Griffo's Jommeke werd reikhalzend uitgekeken, maar zijn Jacht op een Voetbal versmacht in het keurslijf van te voorzichtige erven. Jose Luis Munuera en Dupuis vergroten met Zwendel de verwarring in het toch al chaotische Robbedoes-universum. Blake en Mortimer van Peter van Dongen, Teun Berserik en Yves Sente zou de sensatie van het najaar zijn, maar bleek een sisser en Ik René Tardi van Jacques Tardi is niet meer dan een powerpoint met enorme lappen tekst geworden. Misschien staat De Erectie van Lounis Chabane en Jim symbool voor 2018: de vlag dekt de lading niet. Zo werd het een jaar van gemiste kansen.


 Kirren en snorren van adoratie voor een (ster)auteur is menselijk, maar een miskleun blijft een miskleun. En wie al eens een recensie leest of de eindejaarslijstjes bekijkt, kan niet anders dan besluiten dat men over zulke missers niet altijd even kritisch is. Ook dit werd het voorbije jaar scherper gesteld. Recensenten worden bedolven onder een niet aflatende stroom publicaties die we onmogelijk gelezen krijgen en toch wijzen we onze lezers graag de weg. Meer dan ooit lijken daarom oplagecijfers, de verkoop van filmrechten, samenwerkingen, vertalingen of het overwinnen van persoonlijke problemen een rol bij beoordelingen te spelen. Het is auteurs gegund dat ze aandacht krijgen, zelfs als ze matig presteren, maar "niet tevreden geld terug" is een politiek die weinig stripspeciaalzaken voeren. Men jammert dat de stripverkoop het voorbije jaar verder kelderde, maar wanneer je je leesvoer niet door een persdienst aangeleverd krijgt, eindig je niet graag met een schap vol duurbetaalde, salonfähige missers. Dan liever een stapeltje waspoederstrips naast je bed. Of waarom niet, integralen. Wie van gebundelde (her)uitgaven houdt, heeft keus te over. Wij lichten er het indrukwekkende Edena van Mœbius, het verfrissende Roze Bottel door Dany en Greg en het vrolijke Sam van Jan Bosschaert en Marc Legendre uit, maar er zijn er andere.

Dat de Bronzen Adhemar naar Jeroen Janssen ging, dat Niet Nu Laura van Laura Janssens ondertussen aan een derde druk toe is en dat het harde werken van Ken Broeders eindelijk beloond schijnt te worden, zijn enkele lichtpunten in het voorbije stripjaar en wat we al van 2019 zagen, doet ons watertanden. Wanhopen doen we voorlopig niet.

 
Tot slot voor wie het leuk vindt, vier zeer persoonlijke tips uit het Nederlandstalige aanbod van 2018 (de volgorde is willekeurig):
Eldorado waarmee Tobias Tycho Schalken toont hoe je je als auteur niet in een hokje moet laten dwingen en probleemloos verschillende kunstvormen kunt combineren.
Doorsnee van Phaedra Derhore, een doodeerlijk debuut dat op alle gebied imponeert.
De Loterij van Miles Hyman naar een verhaal van Shirley Jackson dat van de eerste tot de laatste pagina beklijft.
Een Zekere Cervantes van Christian Lax dat alles heeft wat een strip incontournable maakt.