NAUSICA─ VAN DE VALLEI VAN DE WIND 1


Hayao Miyazaki • GlÚnat
136 p. (SC)
Geen scheet in een fles

Duizend jaar zijn verstreken sinds "de zeven dagen van vuur", een uit de hand gelopen carnavaldriedaagse ("de drie dagen van hoempapa"). De mensheid heeft het moeilijk om te overleven. De vallei van de wind ligt aan de rand van de Fukai, een giftig woud, dat steeds verder uitdeint. Het is de sterke zeewind die de vijfhonderd bewoners beschermt tegen de schijnbaar onstuitbare opmars van de natuur. Dat ook het schuim voortdurend van hun bier vliegt, nemen ze er maar bij. De prinses van de vallei, Nausicaä, wordt aanbeden door haar onderdanen. Ze is een uitstekende pilote, heeft een vreemde band met de natuur en in het bijzonder met de schrikwekkende Omu's, gepantserde gigantische insecten uit de Fukai. Het zijn de GAIA-achtige trekjes en de ongebreidelde moed van de heldin, die de rode draad doorheen deze futuristische ecologische mangastrip vormen.

Het eerste deel van Nausicaä van de Vallei van de Wind (Kaze no tani no Naushika) verscheen in februari 1982 in de taal van Hirohito. Nu, 26 jaar later, gooit Glénat het met vallen en opstaan in de slipstream van de succesvolle manga's van zichzelf (Dragon Ball en 20th Century Boys) en Kana (Monster en Death Note). We duimen mee dat de matige omkadering (het elfendertig keer uistellen van de release, de in mangatermen hoge prijs voor de geboden waar) geen negatieve impact op het succes van deze reeks heeft. Want ze mag dan wel in de Vallei van de scheet wonen, deze Nausicaä is er allesbehalve eentje in een fles. Een verhaal dat na twintig jaar nog geen schijntje aan eigentijdsheid heeft ingeboet, een sympathieke heldin (ook al is haar naam dan Grieks voor "Verbrander van schepen") en nevenpersonages met stevige karaktertrekken. De animeversie wordt trouwens beschouwd als een van de allerbeste scifi-films aller tijden. Reden genoeg om ook deze manga, die er het complexere en meer diepgaande broertje van is, te ontdekken.

> PETER D'HERDT — december 2007