Bibliografie van Marc N'Guessan
• De Kid
ABERZEN 1-2-3
1. Beginnen met Sterven - 2. Meerdere Namen voor de Blauwe - 3. Voorbij de Droge Zeen


Marc N'Guessan • Talent
48 p. (HC & SC)
De Kid wordt groot
Bij de bespreking van het laatste deel van De Kid vertelden we het jullie al: Aberzen is op komst. En zie: onze woorden zijn nauwelijks koud of daar zijn ze al, de eerste drie delen van het vierluik Aberzen. Een opmerkelijke serie op vele vlakken waarbij we eerst kwijt willen dat de cover de lading niet volledig dekt. Christophe Gibelin, scenarist van onder andere Vuurboot en De Lichten van de Amalou, tekende totnogtoe slechts Vleugels van Lood. En voorlopig blijft het daar ook bij, want hoewel op het kaft zijn naam als tekenaar prijkt, zorgde hij slechts voor de overigens erg geslaagde inkleuring.

Het is niet gebruikelijk dat een op het eerste zicht nevenpersonage als Aberzen een reekstitel krijgt toegewezen, maar hier gebeurt het toch. Misschien omdat we nog niet alles weten, of omdat Aberzen zo'n in het oog springend personage is. Een kruising van een robot met een bont koeienvel over zich heengetrokken en een neusziek-personage van Mbius. De serie heeft trouwens wel op meerdere punten naar het werk van Mbius gekeken zonder hem daarom te kopiren. Daarvoor moet je alleen nog maar de soms tekstloze tekeningen bekijken, de overgangen ertussen of de zeer grappige wezentjes Ana en Ono.

In het midden van de jungle, in de mangrove, brandt de zon er een plekje uit dat als mijn ontgonnen wordt. Eigenaar Caesar wil het zonlicht in de galerijen dimmen zodat het minder warm wordt voor de arbeiders en ze vlugger werken. Maar kopman Hotis denkt aan hun veiligheid en weigert. Samen dalen ze af om de situatie ter plaatse te beoordelen. Daar gekomen stuiten ze op een verrassing van formaat. Meer hoef je, neen, mag je niet weten vooraleer je je in dit originele en uitermate boeiend verhaal stort. Vanaf hier moet je het verhaal over je heen laten komen. En dat zal het ook. Geloof ons, het laat je niet tot het omslaan van de laatste pagina's.
> TOM DE LENTDECKER — augustus 2005