Bibliografie van Maël
• De Inkt van Toen
• Moeder Oorlog
• Tamino
Bibliografie van Sylvain Ricard
• Poolijs
MILTONS DROMEN 1


Maël + Frédéric Féjard/Sylvain Ricard • Dupuis (Vrije Vlucht)
64 p. (HC)
TGV recht naar je hart
1923. De zon schittert boven het platteland van North Carolina. Een prachtige dag behalve dan voor de kleine Billy Cry. Daarnet werd zijn rechterhand kapotgeslagen door zijn dolle buurman. Een blijvende herinnering in ruil voor het monddood houden van een toevallig aanschouwde moord. Enkele jaren later zijn de dorre akkers volledig uitgedroogd. De uitgemergelde landbouwersgemeenschap grijpt haar laatste strohalm vast en vertrekt naar betere oorden. De doodse karavaan zet zich in beweging. Enige lichtpunt is de mentaal gehandicapte kolos Milton die onbevangen de wereld tegemoetziet. In zijn lieve dromen beschermt de brave loebas zijn hele familie: zijn mama, zijn papa, zijn zus, ja zelfs zijn oudere manipulerende broertje Billy. Tot op een morgen de buurman verdwenen is.

We vreesden al dat 2005 een heel mak Vrije Vlucht-jaar zou worden. Maar dat was gerekend buiten deze naar de strot grijpende boerenpsalm vol ingehouden woede en vervlogen hoop. De aan De Crécy (Prosopopus) schatplichtige pennenkrassen van Maël staan gespannen als kabels die elk moment kunnen knappen. Ongelofelijk dat dit dezelfde man is die als kleine jongen de plaats wou innemen van Morris door het integrale epos van Lucky Luke na te tekenen, al vlug zijn jongensdroom opgaf en ons dan maar zwaar ontgoochelde met het barslechte Tamino. Was het de angst voor zijn boksende scenaristen Féjard en Ricard (Poolijs in de collectie Grand Cru van uitgeverij TOOG) die hem die bevende stijl bezorgde? Of was het minutieuze gekrabbel net het ideale tegengewicht voor het exuberante podiumgedrag van zijn folkgroep HitchcockGoHome? Wie kan het wat schelen. Feit is dat deze ogenschijnlijk slordige lijnen vlijmscherp en juist zijn. Ze worden enkel verzacht door een brute sombere inkleuring. Je wordt niet vrolijk van die strip, maar de eerste lezer die hierbij onbewogen blijft, moet nu rechtstaan. Ja, nu! Niemand? We dachten het wel.
> WOUTER PORTEMAN — oktober 2005