Bibliografie van Michel Tacq
• De Verhalen van Oom Wim
• Joris Jasper
• Stany Derval
Bibliografie van Jean-Michel Charlier
• Blueberry
• Blueberry: Integrale Editie
• Brice Bolt
• Dan Cooper
• De Avonturen van Buck Danny
• De Avonturen van Tiger Joe
• De Beverpatroelje
• De Complete Tanguy en Laverdure
• De Doodsengel
• De Gringos
• De Jonge Jaren van Blueberry
• De Verhalen van Oom Wim
• Flip Flink
• Geschiedenis in Beeldverhalen
• Jan Kordaat
• Jim Cutlass
• Joris Jasper
• Kim Devils Avonturen
• Robber de Ruige
• Roodbaard
• Roodbaard - De Schrik van de Zeven Zeeën integraal
• Roodbaard - De Schrik van de Zeven Zeeën integraal
• Surcouf
• Tanguy en Laverdure
• Tarawa
DE COMPLETE BEVERPATROELJE 3
Het Dreigende Water: 7. Het Geheim van de Verboden Bergen - 8. Het Verzonken Dorp - 9. De Man met de Donkere Bril


Michel Tacq + Jean-Michel Charlier • Arboris
160 p. (HC)
Pientere padvinders door schrandere scenarist

Een Congolese padvinder met wie de Beverpatroelje bevriend raakte op een jamboree nodigt de knapen uit om bij hem in Afrika te komen kamperen. Komt toevallig goed uit want de jongens konden maar niet beslissen waar ze hun volgende grote kamp zouden houden. Na wat jolige momenten met Tapir vinden we het gezelschap terug in de jungle en niet veel later bij de Afrikaanse stam van hun vriend. Deze aanloop van Het Geheim van de Verboden Bergen is er wat bij de haren gesleurd, maar al snel herpakte Jean-Michel Charlier zich om een oerklassiek, spannend schattenjachtverhaal te presenteren met een snode jager, bange zwarten en gevaarlijke luipaardmannen. Na deze ver-van-onze-bedshow keren we in Het Verzonken Dorp terug naar Zwartheuvel (zie vorige integrale) waar een stuwdam wordt gebouwd. Het naburige dorp moet ontruimd worden. Een oude zonderling kraamt onzin uit over een vervloeking, maar na toenadering en een goede daad van de Bevers geven ze de man een luisterend oor waarop ze verzeild raken in een race tegen de klok. Ze moeten dringend bewijzen vinden om iemand anders onschuld te bewijzen voordat het dorpje onder water wordt gezet. Maar er zijn kapers op de kust. In de sfeervolle thriller De Man met de Donkere Bril, het beste verhaal in deze bundel, organiseren de Bevers een wedstrijd tegen elkaar om op eigen houtje binnen de drie dagen hun volgende kamp te bereiken in midden-Frankrijk. Het dikkerdje Tapir zorgt opnieuw voor de komische noot door de afstand af te leggen in een ijskarretje, maar het is voor een keer de jongste telg Vlieg die in een lastig parket geraakt door te overnachten op de zolder van een vervallen huis waarin net dan gangsters een hold-up komen beramen. Het valt Vlieg en vervolgens de Bevers niet mee om gehoor te vinden voor hun bevindingen. Op de koop toe komen ze heel snel en geheel onvrijwillig in contact met het kopstuk van de bende.

In opnieuw drie verhalen bewijzen Michel Tacq (MiTacq) en Charlier dat waar ook ter wereld ze hun Beverpatroelje naartoe sturen er altijd wel een overtuigend avontuur voor hen is weggelegd. De toevalligheden waarmee Charlier zich bedient, staan haaks op de echt wel goed gevonden uitwegen en oplossingen die hij de pientere padvinders aanreikt. Op dat gebied blijft hij een schoolvoorbeeld van een schrandere scenarist. Terwijl hij zijn personages in de penarie schrijft, doktert hij al ontsnappingsroutes uit waar wij met enige bewondering voor zijn schrijfkunst van opkijken, ook al lopen de personages af en toe tegen zichzelf te praten om jou mee te loodsen in het verhaal.

De simplistische inkleuring doet MiTacqs werk geen eer aan. Met een doordachter likje verf kon bijvoorbeeld De Man met de Donkere Bril voor een vintage-Hitchcock overkomen. Bovendien zit er geen consistentie in de haarkleur van Vlieg en vooral Tapir die afwisselend grauwgrijs, kastanjebruin en donkerbeige haren heeft. Het is natuurlijk te veel gevraagd om behalve de gemoderniseerde lettering ook die inkleuring aan te pakken, maar we zouden het toch ook niet graag als een tegenargument zien opwerpen om De Beverpatroelje weg te klasseren als een ouderwetse reeks.

We snappen waarom De Beverpatroelje in hetzelfde zog van de integrale hype is meegetrokken met onder meer Roodbaard, Guus Slim, Johan en Pirrewiet, later dit jaar Blueberry en nog zoveel 'gouwe ouwe' die er komen. Hoe? Door die verhalen simpelweg te (her)lezen en ze eerlijk naar waarde te schatten dankzij de bijgevoegde achtergronddossiers die de verhalen in hun tijdskader plaatsen. Als bonus zijn drie verhalen uit het snel stopgezette stripblad Sprint (een volwassener getinte spin-off van het weekblad Robbedoes uit de jaren 1950) gereproduceerd. Die kortverhalen blinken niet uit in originaliteit omdat die beperkte lengte Charlier gewoon niet ligt. Geef hem 44 pagina's en wij krijgen een meeslepend verteld avontuur dat meer dan vijftig jaar na de eerste publicatie ons weer eventjes op een terrasje alles om ons heen doet vergeten, als jochie met een frisse limonade, nu met een gin tonic binnen handbereik.

> DAVID STEENHUYSE — augustus 2015