Bibliografie van Jean-Charles Poupard
• Zang der Runen
Bibliografie van Fran├žois Debois
• Magus
JACK THE RIPPER 1
Bloedbanden


Jean-Charles Poupard + Fran├žois Debois • Daedalus (1800)
48 p. (HC)
Een goede neus voor tekentalent

25 jaar na de beruchte reeks moorden van Jack The Ripper vindt een eenzame bergbeklimmer in een afgelegen huisje het afgestorven lichaam van Frederick Abberline, de inspecteur die geacht werd Jack The Ripper te pakken te krijgen. In zijn handen knelt Abberline een boek met daarin zijn bekentenissen. Op pagina 5 van dit verhaal biecht hij op dat hijzelf Jack The Ripper is. En dan krijgen we min of meer een zoveelste visie op wat er in 1888 gebeurde in een van de de smerigste wijken van Londen. De politie zit met de handen in het haar, Jack heeft de mensen angstig weten te maken, burgers nemen het heft in eigen handen en vormen een burgerwacht... Er moet beslist een dader gevonden worden! Abberline voert op eigenzinnige wijze het onderzoek waarbij hij dikwijls het deksel op de neus krijgt of zelfs regelrecht onderuit gaat. Door flashbacks uit zijn dramatische jeugd — en zo wint de intrige aan kracht — vernemen we meer over zijn achtergrond en kunnen we ergens begrijpen waarom zijn eigen zus ook een hoertje werd. Maar waarom zou hij nu Jack The Ripper zijn? Waarom liegt hij in zijn bekentenissen?

We moeten het collectiedirecteur Jean-Luc Istin nageven: hij heeft een verdomd goede neus voor tekentalent. Uit de entourage van Thimothée Montaigne, met wie Istin Het Vijfde Evangelie maakte, plukte hij de 27-jarige Jean-Charles Poupard die met Jack The Ripper debuteert als striptekenaar... En wat voor debuut! Wie houdt van de tekenstijl van Montaigne en Mathieu Lauffray moet beslist dit album kopen. Sfeer, detail, lijnvoering, gebruik van zwartvlakken, compositie, focus op actie en emotie, hij heeft precies niet veel meer te leren om er een boeiend visueel spektakel van te maken.

Ook het verhaal is meeslepend. De historische feiten zijn zoals ze zijn, maar die kan je op duizend en een manieren vertellen. De manier van François Debois, van wie Saga Uitgaven onlangs nog de complete triloge Magus uitgaf, is alleszins een van de juiste manieren. Een manier die aanslaat en een manier die ons ervan overtuigt dat Jack The Ripper samen met de Sherlock Holmes-tweeluiken tot veruit de beste verhalen van de collectie 1800 horen.

Voor het afsluitende deel zet Poupard nog meer zijn stempel want hij neemt ook de inkleuring voor zijn rekening en schrijft mee het verhaal. Onthoud alleszins zijn naam, hij wordt nog een grote.

> DAVID STEENHUYSE — maart 2013