Bibliografie van Christophe Blain
• Alain Passard
• De Snelheidsbegrenzer
• Donjon Ochtendgloren
• Isaac de Piraat
GUS 1
Nathalie


Christophe Blain • Oog & Blik
80 p. (HC)
Neuzen bij de vleet
Ze verdienen hun boterham door treinen en banken te overvallen, maar eigenlijk zijn Gus, Clem en Gratt maar in één ding geïnteresseerd: vrouwen. Alleen zijn hun veroveringstochten op dat vlak heel wat minder succesrijk. Deze cowboys schieten duidelijk niet sneller dan hun schaduw. In vijf kortverhalen vertelt Christophe Blain de lotgevallen van het trio. Het resultaat is een burleske westernstrip, die de clichés van het genre zorgvuldig probeert te vermijden, maar er tegelijkertijd ook dankbaar gebruik van maakt.

Als kind was Blain eerder een liefhebber van westerns dan van piratenverhalen, dus het moest er ooit eens van komen dat hij zich ook op dat genre wierp. Gus is wat lichtvoetiger dan Isaac de Piraat, met meer humor en minder avontuur. Maar ondanks de andere wereld waarin ze vertoeven, hebben Isaac en Gus uiteindelijk veel gemeen: hun belangstelling voor vrouwen en hun onzekerheid en onhandigheid wanneer ze hen het hof willen maken. Geen duels, scalperende indianen of goudkoorts, deze reeks vertelt een herkenbaar, tijdloos verhaal.

Eigenlijk kunnen we Gus als een tussendoortje beschouwen, maar Christophe Blain ziet dit anders. Hij plant nog minstens drie albums, terwijl er van Isaac de Piraat nog twee of drie komen. Gus zal trouwens ook in de Verenigde Staten verschijnen, weliswaar in een kleiner formaat. Om dit allemaal te kunnen bolwerken is Blain gestopt met het tekenen van Donjon Ochtendgloren (Christophe Gaultier neemt de fakkel over).

Gus zag in 2004 het levenslicht in het striptijdschrift Pilote, waarin Nathalie, het eerste kortverhaal, verscheen. Dit verhaal is meteen het beste uit het ganse album. Maar eigenlijk valt enkel het langste verhaal, El Dorado, wat tegen: een beetje te weinig ideeën om 34 bladzijden lang te kunnen blijven boeien.

Christophe Blain staat bekend voor zijn energieke tekeningen. Ook nu weer zijn de personages geen houtenklazen, maar door het soepele tekenwerk levensechte, beweeglijke figuren waardoor er vaart in de verhaaltjes zit. Opmerkelijk is de lange Pinokkio-neus waarmee Gus uitgerust is. Sigmund Freud zou daar wel een uitleg voor gehad hebben. De strip valt ook op door de felle inkleuring. Walter haalde duidelijk zijn inspiratie bij Lucky Luke. Een mooie hommage.
> JEROEN FRAN├žOIS — oktober 2007